Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4647

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
05-12-2017
Datum publicatie
05-12-2017
Zaaknummer
18/930242-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag, waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen. Geen sprake van roekeloos rijden in de zin van art. 6 WVW 1994 jo. art. 175, tweede lid, WVW 1994.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/930242-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 5 december 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],

wonende te [straatnaam], [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 november 2017.

Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G.W. Wilbrink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 30 maart 2017, te Assen, althans in de gemeente Assen, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een

motorscooter, merk: Piaggio, daarmede rijdende over het Koopmansplein en/of de

Gedempte Singel, welk plein en/of welke straat zijn afgesloten voor

motorrijtuigen,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk,

onvoorzichtig en/of onoplettend,

met het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig, met hoge snelheid, althans

met een hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan en/of verantwoord was,

genoemd plein, dat is ingericht als voetgangersgebied, heeft bereden en/of

genoemd plein heeft verlaten en de Gedempte Singel is opgereden, zonder acht

te slaan op het verkeer op de Gedempte Singel,

tengevolge waarvan een botsing/aanrijding is ontstaan met een fiets,

bestuurd/bereden door (de 79-jarige) [slachtoffer], waardoor die [slachtoffer]

ten val is gekomen en/of

waardoor aan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken

been en/of een verbrijzelde knie,

of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke

ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

althans, indien terzake het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 30 maart 2017, te Assen, althans in de gemeente Assen, als

bestuurder van een voertuig (motorscooter, merk: Piaggio), daarmee rijdende op

de weg, het voor motorrijtuigen gesloten en als voetgangersgebied aangewezen

Koopmansplein,

met het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig, met hoge snelheid, althans

met een hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan en/of verantwoord was,

genoemd plein, dat is ingericht als voetgangersgebied, heeft bereden en/of

genoemd plein heeft verlaten en de Gedempte Singel is opgereden, zonder acht

te slaan op het verkeer op de Gedempte Singel,

tengevolge waarvan een botsing/aanrijding is ontstaan met een fiets,

bestuurd/bereden door (de 79-jarige) [slachtoffer], waardoor die [slachtoffer]

ten val is gekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

2.

hij, als degene die als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een

motorscooter, merk: Piaggio, betrokken was geweest bij een verkeersongeval

dat had plaatsgevonden in Assen op/aan Gedempte Singel/Koopmansplein,

op of omstreeks 30 maart 2017 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval

heeft verlaten,

terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan

een ander, te weten [slachtoffer], letsel en/of schade was toegebracht.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde gevorderd. De officier van justitie heeft daartoe verwezen naar de verklaringen in het dossier. Hij is ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde van mening dat verdachte zich niet roekeloos, maar zeer onvoorzichtig heeft gedragen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het onder 1 primair ten laste gelegde, behoudens het bestanddeel "roekeloos", en het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Met betrekking tot de onder 1 primair ten laste gelegde mate van schuld overweegt de rechtbank het volgende.

Van roekeloosheid als bedoeld in art. 6 WVW 1994 in verbinding met art. 175, tweede lid, WVW 1994 is sprake indien zodanige feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.

Of sprake is van roekeloosheid in de zin van art. 175 lid 2 WVW 1994 hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval.

Bij de vraag of sprake is van 'schuld' aan een verkeersongeval in de zin van art. 6 WVW 1994 komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan van en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij komt dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Voor de schuldvorm 'roekeloosheid' geldt op zichzelf hetzelfde. Daarbij dient echter te worden betrokken dat deze roekeloosheid in de wetsgeschiedenis als 'zwaarste vorm van het culpose delict' wordt aangemerkt die onder meer tot een verdubbeling van het maximum van de op te leggen vrijheidsstraf heeft geleid.

Mede met het oog op het strafverhogende effect van dit bestanddeel moeten daarom aan de vaststelling dat sprake is van roekeloosheid, als zwaarste vorm van schuld, grenzend aan opzet, bepaaldelijk eisen worden gesteld.

De rechtbank gaat uit van de volgende aan wettige bewijsmiddelen ontleende feiten en omstandigheden.

Verdachte heeft met een voor hem onbekende motorscooter gereden, in een voetgangers-fietsersgebied, waar mensen niet bedacht (hoeven te) zijn op de aanwezigheid van een (hard) rijdende motorscooter. Verdachte is met hoge snelheid het Koopmansplein opgereden, heeft daar veel gas gegeven, snel geaccelereerd en een “wheelie” gemaakt. Daarna is verdachte de Gedempte Singel opgereden, zonder acht te slaan op het aldaar aanwezige verkeer, waardoor hij de fietser heeft aangereden.

Deze specifieke feiten en omstandigheden leiden volgens de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte, zoals eveneens is tenlastegelegd, "zeer onvoorzichtig en onoplettend" heeft gereden, maar zij zijn niet toereikend voor het oordeel dat de verdachte "roekeloos" in voornoemde zin heeft gereden, zodat de verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 1 april 2017, opgenomen op pagina 34 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017081231 d.d. 10 mei 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer]:

Ik doe aangifte van verlaten plaats ongeval waarbij ik zwaar lichamelijk letsel heb

opgelopen. Ik ben geboren op [geboortedatum] 1937. Op 30 maart 2017 was ik op het Koopmansplein te Assen. Ik fietste in de richting van het Koopmansplein. Net nadat ik de bocht voorbij was ter hoogte van De Tuinen zag ik een scooter in mijn richting. Ik had het vermoeden dat hij met behoorlijke snelheid in mijn richting reed. Ik zag ook dat de bestuurder aan het slingeren was. Hij kwam behoorlijk snel op mij afrijden. Ik had geen tijd om te reageren. Ik had ook niet verwacht dat daar een scooter met zulke snelheid zou rijden. Hij hoort daar ook niet te rijden. Ik voelde ineens een heel harde klap tegen mijn fiets. Ik zag en voelde dat de scooter die ik net beschreef tegen mijn fiets aanreed. Door de aanrijding viel ik hard tegen de grond. Ik voelde direct na de aanrijding en toen ik op de grond lag veel pijn aan mijn rechter been. Toen ik op de grond lag kon ik door de pijn niet meer bewegen. Ik voelde pijn ter hoogte van mijn rechter knie. Ik lag op de grond en zag dat de bestuurder van de scooter met dezelfde vaart doorreed. Ik heb hem na de aanrijding niet zien remmen. Ik zag dat hij de Gedempte Singel opreed en snel daarna verdween hij bij mij uit beeld. Ook gezien de harde klap moet hij wel hebben geweten dat ik letsel heb opgelopen. Ik had zo veel pijn aan mijn rechter been. Mijn voet was helemaal verdraaid. Ik werd op een gegeven moment door de ambulance naar het Wilhelmina ziekenhuis te Assen vervoerd. In het ziekenhuis bleek het bot in mijn rechter been net onder mijn knie verbrijzeld te zijn. Ook had ik net boven mijn rechter enkel een botbreuk opgelopen. Ik moet voor de botbreuken geopereerd worden. Ik begreep van de behandelende arts dat eerst de zwelling weg moet zijn voordat ik geopereerd word. Na een week word ik geopereerd en mag ik ongeveer 8 weken aan de [naam] revalideren.

2. Een geneeskundige verklaring, op 3 april 2017 opgemaakt en ondertekend door een arts van het Wza (Wilhelmina Ziekenhuis Assen), opgenomen op pagina 39 van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als zijn/haar verklaring:

[slachtoffer] werd op 30 maart 2017 onderzocht. Uitwendig waargenomen letsel: zwelling knie en enkel. Operatie volgt. Geschatte duur van de genezing: 3-6 maanden.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van opmerkingen/relaas d.d. 10 mei 2017, opgenomen op pagina 8 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant [verbalisant]:

Aangeefster [slachtoffer] is op 7 april 2017 geopereerd. Ze had een verbrijzeld bovenbeen. Tevens was haar enkel gebroken. Deze heeft men gezet en is gegipst. Op 13 april 2017 heb ik aangeefster [slachtoffer] bezocht in het revalidatieoord [naam] te Assen. Zij was die morgen net uit het ziekenhuis ontslagen. Aangeefster [slachtoffer] deelde mij mede dat ze 8 weken in een rolstoel moest zitten, ze haar rechter been niet mocht belasten. Na die 8 weken kon ze pas aan haar revalidatie beginnen.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 april 2017, opgenomen op pagina 84 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik heb op 30 maart 2017 een rondje op het Koopmansplein te Assen gemaakt. Ter hoogte van de winkel De Tuinen, dat was bij het Koopmansplein, kwam die vrouw aanfietsen. Ik weet dat ik een fout heb gemaakt. Het ongeluk is gebeurd bij de ingang van het Koopmansplein. Ik raakte de voorkant van haar fiets en ze viel. Ik keek nog om en zag dat de vrouw op de grond lag. Ik ben toen doorgereden. Zij kwam op het Koopmansplein en ik ging ervan. Ik reed misschien 40 kilometer per uur.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 april 2017, opgenomen op pagina 42 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1]:

Op 30 maart 2017 zagen een vriend en ik een motor of scooter het Koopmansplein op rijden. Volgens mij was het een motorscooter. Dit voertuig viel ons gelijk op, omdat hij met een hoge snelheid het Koopmansplein op kwam rijden. Ik zag dat op het voertuig een voor mij bekend persoon zat. Ik herkende deze persoon als [verdachte]. Toen [verdachte] het plein opgereden was, keerde hij aan het einde direct weer om. Ook dit viel op, omdat het leek dat hij zonder enige aanleiding het plein op was gereden. Nadat hij gekeerd was, reed hij met hoge snelheid weer weg. Het leek alsof hij het gas van het voertuig vol opendraaide bij het wegrijden. Ik zag dat hij tijdens het accelereren achterom keek. Vervolgens ontstond de aanrijding met de fietster. Ik zag dat de vrouw op straat viel. Ik zag dat [verdachte] gewoon doorreed. Ik zag nog wel dat [verdachte] bij het wegrijden achterom keek naar de gevallen vrouw.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 31 maart 2017, opgenomen op pagina 44 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2]:

Op 30 maart 2017 stond ik aan het Koopmansplein in Assen, vanwaar ik zicht had over het hele Koopmansplein. Ik zag en hoorde dat er een motorscooter het Koopmansplein opreed. Hij viel mij op omdat deze met hoge snelheid het Koopmansplein opreed. Ik zag dat het een motorscooter betrof. Ik zag en hoorde dat de bestuurder veel gas gaf. Ik zag dat het voertuig snel accelereerde terwijl hij reed richting de Holland en Barrett. Ik zag dat de bestuurder een ruk aan het stuur van het voertuig gaf. Ik zag dat hij daarmee het stuur omhoog trok. Ik zag vanaf waar ik stond het rechtervoorwiel van het voertuig van de grond los komen. Ik zag dat deze kortstondig een stukje boven de grond kwam. Ik zag dat dit een zogenaamde wheelie was. Ik zag vervolgens dat de bestuurder in aanraking kwam met een fietser. De fietser was een oudere vrouw. Ik zag dat deze vrouw naar aanleiding van deze aanrijding op de grond viel. Ik zag dat de bestuurder van de motorscooter niet stopte en gewoon doorreed. Ik zag dat hij nog wel achterom keek in de richting van de gevallen fietser.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 30 maart 2017, te Assen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een motorscooter, merk: Piaggio, daarmede rijdende over het Koopmansplein en de Gedempte Singel, welk plein en welke straat zijn afgesloten voor motorrijtuigen, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend, met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, met hoge snelheid, genoemd plein, dat is ingericht als voetgangersgebied, heeft bereden en genoemd plein heeft verlaten en de Gedempte Singel is opgereden, zonder acht te slaan op het verkeer op de Gedempte Singel, tengevolge waarvan een aanrijding is ontstaan met een fiets, bestuurd door de 79-jarige [slachtoffer], waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en waardoor aan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken been en een verbrijzelde knie werd toegebracht;

2.

hij, als degene die als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een motorscooter, merk: Piaggio, betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Assen op/aan Gedempte Singel/Koopmansplein, op 30 maart 2017 de voornoemde plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist, aan een ander, te weten [slachtoffer], letsel en schade was toegebracht.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;

2. overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, gelet op de LOVS-oriëntatiepunten, gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 160 uren, te vervangen door 80 dagen hechtenis, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar en een rijontzegging voor de duur van 12 maanden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het strafdossier, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag, waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen. Verdachte heeft namelijk met een voor hem onbekende motorscooter waar hij voor het eerst op reed, zonder rijbewijs, gereden in een voetgangers-fietsersgebied, waar mensen niet bedacht (hoeven te) zijn op de aanwezigheid van een (hard) rijdende motorscooter. Hij is met hoge snelheid het Koopmansplein opgereden, heeft daar veel gas gegeven, geaccelereerd en een “wheelie” gemaakt. Hij heeft vervolgens het Koopmansplein verlaten zonder acht te slaan op het verkeer op de Gedempte Singel en een fietser aangereden. Verdachte is toen niet gestopt, maar doorgereden, waarbij hij nog wel heeft omgekeken naar de gevallen fietser maar zich verder in het geheel niet bekommerd om deze fietster.

Door het kwalijke rijgedrag van verdachte is het slachtoffer, een 79-jarige mevrouw, met meerdere botbreuken in haar been in het ziekenhuis beland, waar zij is geopereerd. Zij heeft maandenlang in een revalidatieoord en vervolgens thuis moeten revalideren, maar zij zal nooit meer de oude worden. Uit haar verklaring ter terechtzitting blijkt dat deze gebeurtenis verstrekkende gevolgen heeft voor haar leven. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zich op geen enkel moment om het slachtoffer heeft bekommerd. Verdachte heeft zich pas de dag na de aanrijding bij de politie gemeld. Doordat verdachte ervoor heeft gekozen niet ter terechtzitting te verschijnen, heeft de rechtbank verdachte ook niet op deze punten kunnen bevragen.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor rijden zonder rijbewijs.

De rechtbank heeft acht geslagen op de oriëntatiepunten van de LOVS.

De rechtbank acht, alles overwegende, een hogere werkstraf dan door de officier van justitie geëist, passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur en een rijontzegging opleggen, zoals de officier van justitie heeft geëist.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 7, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

een taakstraf voor de duur van 200 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 100 dagen zal worden toegepast.

ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen -bromfietsen daaronder begrepen- voor de tijd van 12 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A. van Capelle, voorzitter, mr. B.I. Klaassens en mr. R. Depping, rechters, bijgestaan door mr. M.T. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 december 2017.