Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4645

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
05-12-2017
Datum publicatie
05-12-2017
Zaaknummer
18/930212-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging zware mishandeling door met zijn auto met verhoogde snelheid achteruit te rijden, terwijl een verbalisant aan de bestuurderszijde in de deuropening stond. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van voorwaardelijk opzet.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 302
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/930212-17

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/720378-16

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 5 december 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd te PI Leeuwarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 november 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.G. Pekkeriet, advocaat te Deventer.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G.W. Wilbrink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 5 augustus 2017, te Emmen in de gemeente Emmen, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer]

, medewerker van politie Noord-Nederland van het leven te beroven,

met dat opzet,

- terwijl die [slachtoffer] en/of een collega van genoemde [slachtoffer] , hem, verdachte,

als bestuurder van een personenauto, merk: Mercedes staande had(den) gehouden

en voornemens was/waren verdachte en/of zijn voertuig te controleren en/of

- terwijl genoemde [slachtoffer] stond/zich bevond bij/achter het (geopende) portier

(aan de bestuurderszijde) van die auto, hard, in elk geval met verhoogde

snelheid achteruit is gereden,

waarbij/tengevolge waarvan die [slachtoffer] door de deur van die auto werd geraakt

en/of omver geworpen en/of ten val werd gebracht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 5 augustus 2017, te Emmen in de gemeente Emmen, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] ,

medewerker van politie noord-Nederland, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

toe te brengen, met dat opzet

- terwijl die [slachtoffer] en/of een collega van genoemde [slachtoffer] , hem, verdachte,

als bestuurder van een personenauto, merk: Mercedes staande had(den) gehouden

en voornemens was/waren verdachte en/of zijn voertuig te controleren en/of

- terwijl genoemde [slachtoffer] stond/zich bevond bij/achter het (geopende) portier

(aan de bestuurderszijde) van die auto,

hard, in elk geval met verhoogde snelheid achteruit is gereden, waarbij/

tengevolge waarvan die [slachtoffer] door (de deur van) die auto werd geraakt en/of

omver geworpen en/of ten val werd gebracht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 5 augustus 2017, te Emmen in de gemeente Emmen,

[slachtoffer] , medewerker van politie Noord-Nederland heeft mishandeld door met

de door hem, verdachte, besturde auto en/of terwijl die [slachtoffer] zich bevond

nabij/achter het (geopende) portier van die auto, hard, althans met verhoogde

snelheid achteruit te rijden,

tengevolge waarvan die [slachtoffer] door het portier en/of de auto werd geraakt en

ten val is gekomen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het primair ten laste gelegde gevorderd. De officier van justitie heeft daartoe verwezen naar de verklaringen in het dossier. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van voorwaardelijk opzet van verdachte op de dood van aangeefster.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, nu er geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er noch sprake is geweest van een aanmerkelijke kans op de dood, noch van een bewuste aanvaarding van een bepaald gevolg.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde, poging zware mishandeling, wel wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt hierbij het volgende.

Met betrekking tot de opzet van verdachte overweegt de rechtbank het volgende. Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel opzet is voldoende dat verdachte voorwaardelijk opzet had op een bepaald gevolg. De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier primair het beroven van het leven van [slachtoffer] , subsidiair het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer] – aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

De rechtbank leidt uit het strafdossier de volgende feiten en omstandigheden af.

Verdachte zat als bestuurder in zijn auto, een Mercedes-Benz combi, type C200 CDI, terwijl verbalisant [slachtoffer] aan de bestuurderszijde naast de stilstaande auto stond. De verbalisant heeft verdachte gevraagd om zijn rijbewijs en autopapieren. Verdachte heeft daarop ontwijkend geantwoord. Vervolgens heeft de verbalisant het bestuurdersportier geopend, waarna zij in de deuropening kwam te staan, tussen het portier en de carrosserie van de auto. Terwijl de verbalisant nog in de deuropening stond, heeft verdachte een flinke straal gas gegeven en is met zijn auto achteruit gereden. Daarbij is het bestuurdersportier van de auto tegen de verbalisant aangekomen. Zij heeft zich vastgegrepen aan het portier en is vervolgens een paar meter verder op de grond terechtgekomen.

Uit deze feiten en omstandigheden kan de rechtbank niet afleiden dat er sprake is geweest van een aanmerkelijke kans op de dood van verbalisant [slachtoffer] .

Naar het oordeel van de rechtbank is er wel een aanmerkelijke kans geweest dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel zou bekomen ten gevolge van het handelen van verdachte. Immers, het in volle vaart achteruitrijden met een grote auto als dit type Mercedes, terwijl een persoon in de deuropening staat, is een geschikt middel om iemand zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Naar algemene ervaringsregels is de kans aanmerkelijk dat die persoon in zo’n geval met kracht door het portier wordt geraakt, hard ten val komt en daardoor ernstig letsel oploopt. Verdachte wordt geacht daarvan op de hoogte te zijn.

Verdachte wordt tevens geacht op de hoogte te zijn geweest van het feit dat de verbalisant in de deuropening heeft gestaan, in het bijzonder omdat verdachte en de verbalisant met elkaar in gesprek waren. De gedragingen van verdachte kunnen dan ook naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer op een bepaald gevolg gericht te zijn geweest, in dit geval het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer] , dat het behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Van dergelijke aanwijzingen is de rechtbank niet gebleken.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aangifte d.d. 6 augustus 2017, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017208134 en nummer PL0100-2017208095 d.d. 30 augustus 2017, inhoudende als verklaring van verbalisant [slachtoffer] :

Ik doe aangifte van doodslag/moord (poging) dat plaatsvond op 5 augustus 2017 te Emmen. Ik werk in Emmen en ik was gepland voor de noodhulpdienst. Ik had dienst met [verbalisant] . Ik zag een auto. Ik ging toen naar de auto toe, naar de bestuurder. De man zat achter het stuur. Toen vroeg ik het nog een keer: “Ik wil nu je rijbewijs zien en waarom kun je je rijbewijs niet gewoon geven?” Toen zei hij “Nee” op de eerste vraag. Ik heb zijn portier geopend. Het portier was toen volledig open. Van het ene op het andere moment hoor ik dat hij gas geeft. Van meet af aan werd het gas echt ingetrapt, dat hoorde ik aan de motor. Dat was vooral van hoe dat geluid klonk dat ik dacht dat hij met flinke vaart achteruit ging. Ik zie ook dat de auto achteruit gaat. Ik stond op dat moment in de deuropening. Ik sta een beetje knel, ik kon geen kant op. Ik zie die deur op mij afkomen. Ik zie vooral die deur op mij afkomen. Ik zie ook wel de auto naar achter gaan. In mijn herinnering pak ik bovenop het portier vast met twee handen. De auto blijft achteruit gaan. Ik heb toch wel het gevoel dat ik met een drafje achteruit moest en dat ik dat een paar passen volhield. De auto was sneller dan ik. Ik kon het met lopen niet bijhouden. Ik weet nog dat ik tegen de grond gesmakt werd. Ik zie ook dat ik een stuk verder naar achter ben in de straat. Achteraf denk ik dat ik op mijn zij gevallen moet zijn. Ik had het gevoel dat ik aan het rollen was en op een gegeven moment naar voren klapte. Ik weet dat ik mijn bril kapot hoorde knakken, ik zag mijn bril toen ook liggen. Ik hoorde en voelde ook mijn hoofd tegen de straat komen. Ik voelde, bam, mijn hoofd op de straat. Ik voelde pijn. Ik voelde dat de bril knapte. Ik weet dat ik naar achter werd meegesleept toen ik het portier vast had. Ik kreeg toen een klap op mijn hoofd. Ik zie mijn bril kapot op de grond liggen. Ik voel wat bij mijn hoofd, het voelt verdoofd en dik. Dan bedoel ik het stuk boven mijn wenkbrauw. In eerste instantie voelde het verdoofd, maar later in de ambulance voelde het schraler in mijn gezicht en had ik koppijn. Ik heb toen een foto van mezelf genomen. De betreffende foto is als bijlage C aan dit proces-verbaal toegevoegd. Ik ben in de ambulance nagekeken. Mijn oogkas deed op dat moment erg pijn. Ik voelde toen ik in de ambulance zat veel meer pijn en kreeg ook hele erge hoofdpijn. Ik voelde dat de huid rondom mijn rechteroog dik werd. Hierna ben ik met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Hij moet geweten hebben dat ik er stond. Ik stond naast hem, ik heb meerdere keren met hem gesproken. Hij gaat dan achteruit en volgens mij ben ik nog een tijdje overeind gebleven. Toch ging hij door met achteruit rijden. Hij moet geweten hebben dat ik daar stond. Het kan niet zijn dat hij dat niet gemerkt heeft. Mijn schade: ik heb een snee boven mijn oog, onder mijn wenkbrauw. Hier zitten vier hechtingen in. Mijn wang is gezwollen. Ik heb schaafwonden in mijn gezicht, op mijn wang/jukbeen/kin en op mijn armen. Ik heb hoofdpijn gehad.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 augustus 2017, opgenomen op pagina 187 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Op 5 augustus 2017 was ik in Emmermeer. De andere agent stond bij me. Ik had het raam volledig open van de auto. De agente stond naast me en vroeg door het raampje heen om mijn rijbewijs en kentekenpapieren. Toen hoorde ik haar nogmaals zeggen dat ze om mijn kentekenpapieren en rijbewijs vroeg. Ik reed achteruit. Ik heb vol gas gegeven. Mijn auto is een Mercedes.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2017, opgenomen op pagina 36 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op 5 augustus 2017 waren wij verbalisanten, collega [slachtoffer] en ik, aan het werk in Emmen.

Vanuit mijn ooghoek sloeg ik gade wat zich afspeelde bij collega [slachtoffer] . Ik hoorde namelijk dat ze tegen de bestuurder van het voornoemde voertuig zei: "waarom geef jij je rijbewijs nu gewoon niet?", dan wel woorden van gelijke strekking. Ik zag dat het portier van het voornoemde voertuig volledig geopend stond. Ik zag dat [slachtoffer] als het ware naast de bestuurder van het voertuig stond. [slachtoffer] stond dus kwetsbaar tussen het geopende portier en de opening van de carrosserie. Opeens hoorde ik dat de motor van het voertuig meer toeren begon te maken. Meteen hierop zag ik dat het voertuig met behoorlijke snelheid achterwaarts reed. Ik zag dat [slachtoffer] bij deze manoeuvre geraakt werd door de binnenzijde van het voertuig portier. Ik zag dat [slachtoffer] zich met beide handen vastgreep aan de bovenzijde van de deurstijl (boven het raam) en vervolgens meerdere meters door het voornoemde voertuig werd meegesleurd. Voorts zag ik dat [slachtoffer] zich op enig moment los liet en op het asfalt terecht kwam.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 augustus 2017, opgenomen op pagina 132 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1] :

Op 5 augustus 2017 te Emmen zag ik dat de politievrouw naar de bestuurder van de Mercedes liep. Ik zag dat de deur van de bestuurder open was en dat de vrouwelijke

politieagent zeg maar in de deur stond. Ik hoorde en zag dat de bestuurder een straal gas gaf en dat de auto achteruit ging. Dit ging met hele hoge snelheid. Ik zag dat de

bestuurdersdeur tegen de vrouwelijke politieagent aankwam en dat de vrouwelijke agent hierdoor op de grond viel. Ik zag dat de vrouwelijk agent wel een paar meter verder op de grond terechtkwam. De klap die ze kreeg van de autodeur was zo te zien behoorlijk hard, gezien hoe ze op de grond terecht kwam.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 augustus 2017, opgenomen op pagina 136 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2] :

Op 5 augustus 2017 te Emmen zag ik dat deze politie agente aan de binnenzijde van de deur stond zodat ze gelijk contact met de bestuurder kon hebben. Ik hoorde dat er veel gas werd gegeven en ik keek naar de Mercedes. Ik zag dat de bestuurder van de Mercedes vol gas achteruit reed terwijl de vrouwelijke politieagent nog bij de deur stond en door de deur naar achteren werd geduwd. Ik zag dat de vrouwelijke agent achter het portier half draaide en naar achteren opzij viel. Ik zag dat de Mercedes vol gas achteruit bleef rijden. Ik denk dat ze ongeveer een meter mee is gesleurd door het portier voordat ze viel. In het begin had ze volgens mij wel een hand boven op het portier. Ik zag dat de politie agente bloed had aan de rechterzijde van haar gezicht.

6. Een geneeskundige verklaring (met daarbij gevoegd twee waarneemberichten Huisartsenpost), op 20 november 2017 opgemaakt en ondertekend door P.E. Rijkers, behandelend arts, CHD Emmen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als zijn/haar verklaring:

Medische informatie betreffende [slachtoffer] . Forse zwelling rond rechter oog tpv. jukbeen en oogkas. Wond bovenooglid. Meerdere schaafwonden handen. Geschatte duur van de genezing: 2 à 3 weken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 5 augustus 2017, te Emmen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] , medewerker van politie Noord-Nederland, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- terwijl die [slachtoffer] hem, verdachte, als bestuurder van een personenauto, merk: Mercedes staande had gehouden en voornemens was verdachte en zijn voertuig te controleren en

- terwijl genoemde [slachtoffer] zich bevond achter het geopende portier aan de bestuurderszijde van die auto,

met verhoogde snelheid achteruit is gereden, waarbij die [slachtoffer] door de deur van die auto werd geraakt en ten val werd gebracht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

poging tot zware mishandeling.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een klinische opname in zorginstelling voor de duur van 12 maanden, een ambulante behandeling, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en een verplichting tot meewerken aan middelencontroles en noodzakelijke interventies indien blijkt dat er sprake is van middelengebruik.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vooropgesteld dat cliënt, indien de rechtbank tot een veroordeling komt, met de voorgestelde voorwaarden kan instemmen. De verdediging is van mening dat een gevangenisstraf voor de duur van het voorarrest gerekend tot aan de dag van de beslissing van de rechtbank passend is. Daarnaast heeft de raadsvrouw aangevoerd dat een stevige voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van drie jaren nodig is voor het doorlopen van de klinische behandeling. Voorts heeft de verdediging zich niet verzet tegen de dadelijke uitvoerbaarheid.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging zware mishandeling door met zijn auto met verhoogde snelheid achteruit te rijden, terwijl een verbalisant aan de bestuurderszijde in de deuropening stond. De verbalisant heeft zich vastgegrepen aan het op haar afkomende bestuurdersportier. Zij is enkele meters verderop op de straat ten val gekomen. Verdachte is er vervolgens met hoge snelheid vandoor gegaan, zonder zich te bekommeren om de gezondheid van de verbalisant. De verbalisant heeft door het voorval letsel opgelopen aan met name haar gezicht. Dat het letsel niet ernstiger is uitgepakt, is niet te danken aan het handelen van verdachte.

De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij zich zonder enige aanleiding zo risicovol en volstrekt onverantwoord heeft gedragen ten opzichte van een verbalisant die enkel naar zijn rijbewijs en kentekenpapieren vroeg. De rechtbank acht het van belang dat politieambtenaren op een veilige manier een voertuig en de bestuurder ervan kunnen controleren, zonder daarbij te hoeven vrezen dat zij met (het portier van) dat voertuig worden aangereden. De gebeurtenis heeft niet alleen indruk gemaakt op de verbalisant in kwestie, maar zorgt ook voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving, in het bijzonder bij de omstanders die het hebben zien gebeuren. Poging tot zware mishandeling is een ernstig feit, waarop in beginsel moet worden gereageerd met oplegging van een geheel onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor geweldsdelicten. Verdachte heeft het onderhavige feit bovendien gepleegd tijdens een proeftijd.

De rechtbank acht, alles overwegende, een gevangenisstraf voor na te noemen duur passend en geboden. De rechtbank komt daarbij tot een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan geëist door de officier van justitie, mede omdat de rechtbank de primair ten laste gelegde poging doodslag niet bewezen acht. Tevens zal de rechtbank, overeenkomstig de eis van de officier van justitie, de door de reclassering geadviseerde algemene en bijzondere voorwaarden opleggen. Daarbij zal de rechtbank een fors voorwaardelijk strafdeel opleggen, bedoeld als een stevige stok achter de deur.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon. Gelet op het feit dat verdachte een geweldsdelict heeft gepleegd in een proeftijd van een straf opgelegd voor (onder andere) een geweldsdelict en het blijkens het reclasseringsrapport d.d. 18 oktober 2017 hoge recidiverisico, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de hierna op grond van art. 14c Sr te stellen voorwaarden, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Inbeslaggenomen goederen

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen personenauto gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat zij zich voor wat betreft de inbeslaggenomen personenauto refereert aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten 1 stk personenauto [kenteken] Mercedes-Benz vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp betreft waarmee het feit is begaan en dat toebehoort aan verdachte.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 270,- ter vergoeding van materiële schade en € 543,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, nu deze naar zijn mening voldoende is onderbouwd. Daarnaast heeft hij gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd geen opmerkingen te hebben met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het subsidiair bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 augustus 2017.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 8 februari 2017, gewezen door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Assen, is verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 23 februari 2017.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 26 oktober 2017 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

Het hiervoor subsidiair bewezen verklaarde feit is door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd.

Oordeel van de rechtbank

Nu veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van de hem bij voornoemd vonnis van 8 februari 2017 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 33, 33a, 45, 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat veroordeelde zich binnen 14 dagen na heden (telefonisch) meldt bij de reclassering van Verslavingszorg Noord Nederland, Overcingellaan 19, 9401 LA Assen, telefoonnummer: 0592-306655. Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht;

2. dat veroordeelde zich op basis van de door de NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling laat opnemen in de Forensische Psychiatrische Kliniek te Assen, onderdeel van GGZ Drenthe, of soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, voor de maximale duur van twaalf maanden, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

3. dat veroordeelde zich na zijn klinische behandeling ambulant laat behandelen/begeleiden door Verslavingszorg Noord Nederland of soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling/begeleiding door of namens de instelling zullen worden gegeven;

4. dat veroordeelde na zijn klinische behandeling zal verblijven bij een nader te bepalen begeleide woonvoorziening, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem door of namens die voorziening zullen worden gegeven, zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht;

5. dat veroordeelde zich zal onthouden van het gebruik van harddrugs en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek, urineonderzoek en wangslijmtesten.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen 1 stk personenauto [kenteken] Mercedes-Benz.

Ten aanzien van 18/930212-17:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 813,- (zegge: achthonderddertien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2017.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] te betalen een bedrag van € 813,- (zegge: achthonderddertien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2017, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 16 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 270,- aan materiële schade en € 543,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18/720378-16:

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen d.d. 8 februari 2017, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A. van Capelle, voorzitter, mr. B.I. Klaassens en mr. R. Depping, rechters, bijgestaan door mr. M.T. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 december 2017.