Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4644

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
30-11-2017
Datum publicatie
05-12-2017
Zaaknummer
18/930194-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van het medeplegen van een ripdeal waarbij hennep is weggenomen. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/930194-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 november 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

[straatnaam] ,

thans gedetineerd te P.I. Noord Holland Noord, HvB Zwaag te Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

12 oktober 2017 en 16 november 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Pellinkhof, advocaat te Assen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L.J. van der Heide.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

verdachte op of omstreeks 13 juli 2017 te Assen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een (grote) hoeveelheid of hoeveelheden hennep, in elk geval enig goed,

(alles) geheel of ten dele toebehorende [slachtoffer 1] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of verdachtes

mededer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat

verdachte en/of (één van) verdachtes mededader(s)

een revolver op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht

en/of gericht gehouden en/of

die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (met tape) heeft/hebben gekneveld, in

elk geval heeft/hebben vastgebonden/getaped, in elk de handen en/of

voeten/benen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben

vastgebonden/getaped/vastgeplakt en/of de mond die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft/hebben getaped/dichtgeplakt;

of

verdachte op of omstreeks 13 juli 2017 te Assen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een

(grote) hoeveelheid of hoeveelheden hennep, in elk geval van enig goed,

(alles) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

verdachte en/of (één van) verdachtes mededader(s)

een revolver op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht

en/of gericht gehouden en/of

die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (met tape) heeft/hebben gekneveld, in

elk geval heeft/hebben vastgebonden/getaped, in elk de handen en/of

voeten/benen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben

vastgebonden/getaped/vastgeplakt en/of de mond die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft/hebben getaped/dichtgeplakt;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

één of meer onbekende gebleven dader(s) op of omstreeks 13 juli 2017

te Assen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen

een hoeveelheid of hoeveelheden hennep, in elk geval enig goed,

(alles) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan die dader(s) en/of verdachte en/of verdachtes

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan die dader(s) en/of

verdachte en/of verdachtes mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat (één van) die

dader(s)

een revolver op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht

en/of gericht gehouden en/of

die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (met tape) heeft/hebben gekneveld, in

elk geval heeft/hebben vastgebonden/getaped, in elk de handen en/of

voeten/benen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgebonden/getaped

en/of de mond die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben getaped/dichtgeplakt,

bij en/of tot het plegen van welk bovenomschreven misdrijf verdachte toen en

aldaar,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval alleen,

door in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het misdrijf op de

uitkijk te gaan staan, teneinde die dader(s) bij eventueel onraad te

waarschuwen en/of die weg te nemen buit/goederen van de plaats van het

misdrijven te vervoeren, althans op enigerlei (andere) wijze, opzettelijk

behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft;

of

één of meer onbekend gebleven dader(s) op of omstreeks 13 juli 2017,

te Assen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een (grote) hoeveelheid of

hoeveelheden hennep, in elk geval van enig goed,

(alles) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een

ander of anderen dan die dader(s) en/of verdachte

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat (één van )

die dader(s)

een revolver op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht

en/of gericht gehouden en/of

die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (met tape) heeft/hebben gekneveld, in

elk geval heeft/hebben vastgebonden/getaped, in elk de handen en/of

voeten/benen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgebonden/getaped

en/of de mond die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben getaped/dichtgeplakt,

bij en/of tot het plegen van welk bovenomschreven misdrijf verdachte toen en

aldaar,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval alleen,

door in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het misdrijf op de

uitkijk te gaan staan, teneinde die dader(s) bij eventueel onraad te

waarschuwen en/of die weg te nemen buit/goederen van de plaats van het

misdrijven te vervoeren, althans op enigerlei (andere) wijze, opzettelijk

behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft/hebben verschaft;

2.

verdachte op of omstreeks 13 juli 2017, te Assen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk een (grote) hoeveelheid of hoeveeheden hennep, buiten het

grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

verdachte op of omstreeks 13 juli 2017 te Assen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een (grote) hoeveelheid of hoeveelheden hennep

buiten het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid

5 van de Opiumwet,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij die wet behorende lijst II,

opzettelijk die hoeveelheid/hoeveelheden verpakt in (afgesloten) plastic

(zak(ken)) en/of in zogenaamde big shoppers vanuit een woning (aan de [straatnaam]

), aldaar) heeft/hebben overgebracht en/of (in)geladen) in een

gereedstaande auto,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

verdachte op of omstreeks 13 juli 2017 te Assen

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid of hoeveelheden van

meer dan 30 gram hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

verdachte op of omstreeks 13 juli 2017,

te Assen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende

cocaïne,

zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

verdachte op of omstreeks 13 juli 2017, te Assen,

al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval

alleen,

munitie van categorie II en/of III, te weten 89, in elk geval een hoeveelheid,

4 mm. patronen, voorhanden heeft gehad;

de in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak voor het onder 4 ten laste gelegde en veroordeling voor het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde gevorderd.

Zij heeft ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde aangevoerd, dat verdachte medepleger is van de diefstal met (bedreiging met) geweld waarbij hennep is weggenomen. Verdachte was bij de voorbespreking aanwezig en heeft bij de politie verklaard dat hij wist dat er niet zou worden betaald maar dat er een ripdeal door "de groten" zou worden gepleegd. Hij is in één van de auto's naar Nederland gereden en heeft samen met zijn mededaders in een hotel in Assen overnacht. Hij zou geld krijgen voor zijn bijdrage en moest zijn mobiele telefoon thuis laten. Vervolgens heeft hij bij de onderhavige woning samen met medeverdachte [medeverdachte 1] op de uitkijk gestaan. Hij is -na een teken van medeverdachte [medeverdachte 2] - samen met medeverdachte [medeverdachte 1] de woning binnen gegaan en zag de geknevelde, getapete en onder schot gehouden slachtoffers. Hij heeft vervolgens samen met [medeverdachte 1] de tassen met hennep uit de woning meegenomen en heeft deze in de auto (rode Audi) gezet. Er is derhalve sprake van een bewuste en nauwe samenwerking.

Met betrekking tot het onder 2 primair ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte medepleger is van het naar Duitsland brengen van de hennep. Er zijn daartoe concrete afspraken gemaakt. De hennep zou vanuit de Audi in een andere auto worden overgeladen voor vervoer naar Duitsland.

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte medepleger is van het aanwezig hebben van cocaïne, nu hij de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat in de (onder andere) door hem weggenomen tassen met hennep ook cocaïne aanwezig kon zijn. Er is derhalve sprake van voorwaardelijk opzet.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het onder 4 ten laste gelegde nu de munitie die verdachte voorhanden had niet nader (technisch) is onderzocht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde.

Hij heeft aan aangevoerd dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte bewust en nauw heeft samengewerkt met [naam] en [medeverdachte 2] bij de ripdeal. Verdachte wist dat er drugs zou worden gekocht en dat er mogelijk zou worden onderhandeld over het verlagen van de prijs. De verklaring van verdachte bij de politie dat hij wist dat er een ripdeal zou plaatsvinden berust op een verkeerde vertaling door de tolk. Verdachte heeft over "abnehmen" gesproken hetgeen slaat op het verlagen van de koopprijs. Verdachte was die dag aanwezig om te helpen de drugs (verder) te vervoeren.

De raadsman heeft met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde aangevoerd dat verdachte niet wist dat de hennep naar Duitsland zou worden gebracht. Verdachte erkent het aanwezig hebben van de hennep.

Ten slotte heeft de raadsman vrijspraak voor de ten laste gelegde feiten onder 3 en 4 bepleit vanwege het ontbreken van wetenschap en beschikkingsmacht. Verdachte wist niet dat er in de auto cocaïne en munitie lag.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het onder 2 primair en subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde niet

wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank acht daarentegen de onder 1 primair (ten eerste) en 2 meer subsidiair ten laste gelegde wel wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het onder 1 primair (ten eerste) ten laste gelegde het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde het volgende af.

Verdachte heeft verklaard dat hij benaderd is door medeverdachte [medeverdachte 2] om mee te gaan naar Assen om hennep op te halen. Tevens heeft verdachte meermalen bij de politie verklaard dat hij wist, in ieder geval met de mogelijkheid rekening hield, dat de er een ripdeal zou plaatsvinden. De rechtbank merkt in dit verband op dat zij geen aanwijzingen heeft dat er een verkeerde vertaling heeft plaatsgevonden. Verdachte is, ondanks eerder genoemde wetenschap, met zijn medeverdachten meegegaan naar de woning in Assen waar de drugstransactie zou plaatsvinden. Verdachte is met medeverdachte [medeverdachte 1] , op een door medeverdachte [medeverdachte 2] gegeven teken, de woning binnengegaan. Verdachte heeft in de woning de slachtoffers gezien die gekneveld en getapet waren en onder schot werden gehouden. Het moest verdachte derhalve duidelijk zijn dat er daadwerkelijk een ripdeal had plaatsgevonden. Desondanks heeft verdachte zich hiervan niet gedistantieerd en heeft de buit, de zakken met hennep, samen met medeverdachte [medeverdachte 1] vanuit de woning naar een daarvoor gereedstaande auto gebracht. Vervolgens zijn zij met de hennep weggereden.


Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan. Hoewel geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering van de geweldshandelingen, is de bijdrage van verdachte aan het ten laste gelegde naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht het ten laste gelegde medeplegen bewezen.

De rechtbank acht ten aanzien van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist -en derhalve, al dan niet in voorwaardelijke zin, opzet had- dat de buitgemaakte hennep naar Duitsland -en aldus buiten het grondgebied van Nederland- zou worden gebracht, nog daargelaten dat niet is komen vast te staan dat het de bedoeling was de hennep naar Duitsland te vervoeren. De rechtbank acht het medeplegen van opzettelijk voorhanden hebben van de hennep, zoals onder 2 meer subsidiair ten laste gelegd, wel wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank zal verdachte van het onder 3 en 4 ten laste gelegde opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en het voorhanden hebben van munitie vrijspreken, nu bewustheid bij verdachte van de aanwezigheid van deze goederen in de auto ontbreekt. Verdachte zat gedurende een zeer korte tijd voor het eerst in de betrokken auto. Bovendien blijkt uit het dossier niet dat sprake was van een aanmerkelijke kans dat er naast een hennep transactie ook sprake zou zijn van een transactie in cocaïne. Daarnaast ontbreekt onderzoek ten aanzien van de munitie zodat onduidelijk blijft of sprake is van munitie in de zin van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring, onder 1 primair (ten eerste) en 2 meer subsidiair, redengevende feiten en omstandigheden bevatten, zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, d.d. 16 juli 2017, opgenomen op pagina 130 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017183952, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Een andere jongen had het contact met de Duitsers en hij vroeg of ik 12 kg henneptoppen wilde regelde. Ik kreeg dit mee en we zijn we naar de woning aan de [straatnaam] gegaan. Ik heb eerder 1 kilo verhandeld met deze Duitsers, een paar weken geleden. Ik heb contact gehad met [medeverdachte 2] . [slachtoffer 2] en de wiet bleven in de woning en ik ben naar Van der Valk gereden. [medeverdachte 2] en de andere brede man reden in de rode Audi achter mij aan. Zij zijn meegegaan naar de woning en ze zagen dat de wiet er was. De eerste, de andere Duitser, bedreigde ons met het vuurwapen, maar toen gaf hij het wapen aan [medeverdachte 2] . De eerste man ging ons toen vastbinden en deze [medeverdachte 2] bedreigde mij met het wapen. In de woning lag alleen die 12 kg wiet. Een gedeelte zat in een soort Jumbo-tas. Volgens mij zat het in 3 tassen. Deze [medeverdachte 2] en de andere brede man hebben mij en [slachtoffer 2] bedreigd. De andere, aangehouden Duitse verdachten, hebben de tassen naar de auto gebracht.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 124 e.v. van voornoemd dossier, d.d. 13 juli 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Er stond iemand achter de man met het pistool die gebaarde dat wij onze armen naar voren moesten brengen. Ik zag dat hij een rol grijs ducttape pakte. Mijn handen werden getapet. Daarna werden mijn benen en voeten getapet. Ook kreeg ik tape op de mond. Dit gebeurde ook bij [slachtoffer 2] .

0pmerking verbalisant: Verdachte werden ter hoogte van de pols circa vijftien centimeter omhoog licht rode verkleuringen waargenomen.

Kort daarna zag ik dat er politie voor de deur stond. Toen die agent daar stond stonk het naar weed.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, d.d. 19 juli 2017, opgenomen op pagina 138 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Tijdens het vorige verhoor is mij een afbeelding getoond van een ziekenfondskaart. Hierop staat een persoon afgebeeld, die ik ken als [medeverdachte 2] en waarmee ik de hele tijd contact heb gehad. (De rechtbank verstaat [medeverdachte 2] ).

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 14 juli 2017, opgenomen op pagina 155 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige] :

Op 13 juli 2017 zag ik twee mannen staan die mij direct opvielen. De één was wat klein en gezet en de ander lang en smal. Ik zag ze bij de woningen aan de [straatnaam] te Assen staan. Ik zag later dat die twee uit portiek 2 van de [straatnaam] kwamen. De lange had in allebei de handen een shopper tas. Één daarvan was helemaal vol. Ik zag dat beiden achter elkaar aan in de richting van de parkeerplaats bij de [straatnaam] liepen. Ik zag een rode Audi staan. Daar stond toen een derde man. Ik zag dat ze met de portieren van de auto's bezig. Ik zag op een gegeven moment dat ze de tassen niet meer in handen hadden. Ik zag dat twee van de drie in de Audi stapten.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 15 juli 2017, opgenomen op pagina 158 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige] :

De mannen die jij mij laat zien, stonden allebei op het voetpad. Ik herken de beide mannen voor de volle honderd procent.

Opmerking verbalisant: Foto 1 en foto 2. Verdachten [medeverdachte 1] (1) en [verdachte] (2)

Toen ik de mannen voor het eerst zag hadden ze niks bij zich. De tweede keer zag ik dat de langste man, twee shoppers in zijn handen had. De kleinere gezette man liep achter hem aan.

De beide mannen zijn in de rode Audi gestapt en weggereden. De auto is door de politie aan de kant gezet.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juli 2017, opgenomen op pagina 167 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] :

Na de aanhouding van verdachten [verdachte] en [medeverdachte 1] , heb ik de rode Audi in beslag genomen. In het voertuig zag ik achter in de kofferbak en op de achterbank meerdere grote big shoppers van verschillende supermarkten liggen. Ik zag dat er in meerdere big shoppers grote plastic zakken zaten waar hennep in zat. Totaal zijn er 12 plastic zakken met hennep in het voertuig aangetroffen en in beslag genomen. Deze zakken met hennep zijn gewogen en wogen totaal ongeveer 12 kilogram inclusief de plasticzakken.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juli 2017, opgenomen op pagina 200 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] :

Ik hoorde op 13 juli 2017 dat ik naar de [straatnaam] te Assen moest komen. Aldaar waren in de woning: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Ik zag dat op de grond van de woonkamer, recht tegenover de bank alwaar [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zaten, een aantal lege opvallend zwarte plastic zakken lagen. Ik zag dat deze zakken ogenschijnlijk exact overeen kwamen met de zakken aangetroffen in de rode Audi Al. Ik zag dat de zakken open gescheurd waren en leeg waren. Ik rook echter een zeer penetrante henneplucht uit deze zakken komen. Tevens zag ik daarnaast een lege gele tas staan van de Jumbo en zag ik op de grond meerdere resten grijs duct-tape liggen. Bij binnenkomst van de woonkamer zag ik op tafel ook een open gescheurd plastic boterham zakje liggen waar wat hennep in zat.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, d.d. 15 juli 2017, opgenomen op pagina 44 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :

Ik reed in mijn Mercedes van Kassel naar Assen. Ik heb [medeverdachte 1] gevraagd om met mij mee te gaan. Wij moesten de drugs in de Audi doen en dan zouden we de auto's omruilen. Ik zou er tussen de 500 en 10000 euro voor krijgen. Dat hing ervan af hoeveel wiet we konden krijgen. We zijn omstreeks 09:00 uur naar de afgesproken plek gegaan. De opdracht was de tassen in ontvangst te nemen en in de auto zetten en wegrijden naar de parkeerplaats, naar de Mercedes en daar zou nog een auto zijn. Ik kreeg een teken en ben naar de woning gegaan. We zijn naar binnen gegaan. Één tas stond buiten en één tas stond in de gang. De tassen waren al ingepakt. De twee Nederlanders waren in de woning en de twee grote mannen. Ik heb een teken gekregen en ben naar de gang gelopen van de woning. Ik was daar met [medeverdachte 1] . In totaal waren we met 6 man, de twee Nederlanders, de twee grote Duitsers en [medeverdachte 1] en ik. We hebben toen de tassen meegekregen en die hebben we in de rode Audi gestopt. We wisten waar de Audi stond en ik heb toen de sleutel van die grote man gekregen. We zouden vervolgens de Audi weer terug brengen naar die andere parkeerplaats. Daar zouden we weer de Audi omruilen en weer terug naar Duitsland rijden. Ik denk dat ze een ripdeal wilden doen, zodat ze niets hoefden te betalen, en daardoor hadden ze ons waarschijnlijk nodig.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, d.d. 16 juli 2017, opgenomen op pagina 49 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :

Ik wist welke woning ik moest hebben. TWe zouden wachten tot het teken zou komen en dan zouden we naar de woning gaan, en spullen uit de woning halen en naar de auto brengen. De auto zouden we dan van de parkeerplaats wegbrengen. Ik zou rijden in de rode Audi. Die groten (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] en [naam] ) zouden die ripdeal gedaan hebben. [medeverdachte 1] en ik zouden de goederen transporteren. In de woning zag ik dat twee mensen geboeid op de bank zaten. Ze hadden zwarte tape op de mond en snoeren om de handen. Dat hebben die anderen gedaan. Ik heb de tassen gepakt en ben naar buiten gegaan. Op de vraag of ik wist dat er een ripdeal zou gaan plaatsvinden antwoord ik: Ze hadden geld bij zich, maar als er teveel mensen bij zouden zijn dan zouden ze gewoon betalen, maar anders zouden [medeverdachte 2] en [naam] niet betalen en zouden ze een ripdeal plegen. Er was een klein zwart vuurwapen.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, d.d. 16 juli 2017, opgenomen op pagina 79 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte

[medeverdachte 1] :

U toont mij enkele foto's van een identiteitsbewijs van [medeverdachte 2] . Die is erbij geweest. Ik denk dat hij de persoon is die de deals regelt. [verdachte] , ik, [medeverdachte 2] en nog een vierde persoon hebben elkaar ontmoet bij Kassel. We hebben overnacht in een hotel in Assen. In de ochtend zijn wij naar de woning gereden. [verdachte] wist al waar hij heen moest. Toen we naar het huis zijn gelopen, toen stond die Rode Audi daar al op de parkeerplaats. We hebben buiten gestaan en gewacht tot er iemand naar buiten kwam vanuit de woning. [medeverdachte 2] kwam uit de woning naar buiten en hij zei dat wij mee konden de woning in. Ik heb begrepen dat we naar de woning moesten komen en de tassen in de auto moesten zetten. [medeverdachte 2] riep ons en toen hebben we de tassen in de auto gezet. In de woning zag ik dat de handen en benen met grijze tape vast gebonden waren van die mensen in de woning. Dit waren twee personen. Ik kan niet zeggen wie die mannen had vastgebonden. Ik stond op dat moment met [verdachte] buiten. Ik heb alleen een schreeuw gehoord en toen kwam [medeverdachte 2] al naar buiten. [medeverdachte 2] was met die vierde persoon binnen. Toen wij de tassen in de Audi hadden zou [verdachte] de auto naar een andere plek rijden, en daar zou de drugs in een andere auto overgeladen worden, en die zou daar achter blijven.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 primair (ten eerste) en 2 meer subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

verdachte op 13 juli 2017 te Assen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een grote hoeveelheid hennep, toebehorende aan [slachtoffer 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachtes mededaders een revolver op die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] hebben gericht en gericht gehouden en die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] met tape hebben gekneveld en de mond van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben getapet/dichtgeplakt;

2.

verdachte op 13 juli 2017 te Assen tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair (ten eerste): diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en

bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl

het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2. meer subsidiair: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3

onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de onder 1 primair,

2 primair en 3 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gepleit voor een gevangenisstraf voor de duur gelijk aan het voorarrest, nu verdachte geen actieve betrokkenheid heeft gehad bij de ripdeal. Er is door de twee zware jongens misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van verdachte. Verdachte had een schuld bij medeverdachte [medeverdachte 2] .

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage van de reclassering, het verdachte betreffende uittreksel uit de Europese justitiële documentatie (ECRIS), alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is met drie medeverdachten meegegaan naar de woning waar [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich bevonden om ze daar te beroven van een hoeveelheid hennep. Voormelde slachtoffers werden in de woning door een mededader met tape gekneveld en hun mond werd getapet. Tevens werd er een revolver op hen gericht en gericht gehouden. Verdachte is er vervolgens na de ripdeal met een medeverdachte met de buit in een auto vandoor gegaan.

Uit het dossier komt naar voren dat er een drugsdeal in het criminele milieu tussen de slachtoffer [slachtoffer 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] was afgesproken, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in een ripdeal, waaraan verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd.

De rechtbank heeft acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS en neemt

als uitgangspunt een gevangenisstraf van 3 jaren. De rechtbank houdt er rekening mee, dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel justitiële documentatie, niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. Wel rekent de rechtbank verdachte en diens mededaders zwaar aan dat zij de slachtoffers in een woning met geweld en bedreiging met geweld door hen te knevelen en te tapen en met gebruikmaking van een revolver hebben beroofd. Hierbij betrekt de rechtbank dat verdachte niet het daadwerkelijke geweld heeft gepleegd. Een dergelijk feit veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers maar voedt daarnaast het algehele gevoel van onveiligheid in de samenleving.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf van

30 maanden dient te worden opgelegd. De duur van gevangenisstraf valt lager uit dan door de officier van justitie is gevorderd, nu de rechtbank verdachte van een aantal feiten - waaronder uitvoer van hennep - heeft vrijgesproken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 47, 57 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 primair en subsidiair, 3 en 4 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair (ten eerste) en 2 meer subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Läkamp, voorzitter, mr. H.H.A. Fransen en mr. S. Zwarts, rechters, bijgestaan door J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 november 2017.