Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4616

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-12-2017
Datum publicatie
01-12-2017
Zaaknummer
C/18/179796 / KG ZA 17-258
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Marktkraamhouder verkoopt t-shirts en petten met het Knolpower-logo zonder toestemming van de rechthebbende. Hij heeft geen inhoudelijk verweer. De inbreuk op de auteursrechten en merkrechten op het Knolpower logo staat dan ook vast.

Dat de marktkraamhouder het Knolpower-logo niet kende, maakt voor de beoordeling verder niet uit. De aanwezigheid van opzet en/of wetenschap van inbreuk bij de inbreukmaker is geen vereiste voor optreden door rechthebbenden van Beneluxmerken en/of auteursrechten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/179796 / KG ZA 17-258

Vonnis in kort geding van 1 december 2017

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. I. Degen te Zeist,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

[gedaagde 2] verscheen in persoon en [gedaagde 1] vertegenwoordigd door haar vennoot [gedaagde 2].

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde 1] c.s. alsmede [gedaagde 2] genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de mondelinge behandeling op 21 november 2017; namens [eiser] is verschenen mr. J.H.C. van den Akker, kantoorgenoot van mr. Degen;

- de pleitnota van [eiser].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

[eiser] exploiteert op internet een Youtubekanaal en onder de URL www.[naam].nl een webshop.

In die webshop verkoopt [eiser] diverse producten, waaronder eigen kleding en accessoires, zoals T-shirts en petten, die zijn voorzien van het [naam].

2.2.

Het [naam] is op 17 april 2015 als Benelux beeldmerk geregistreerd voor de klassen 9, 14 en 25 (registratienummer [nummer]).

2.3.

[gedaagde 1] c.s. heeft, in elk geval op 24 augustus 2017, zonder toestemming van [eiser] (nagenoeg) identieke kleding en petten die zijn voorzien van het [naam] (hierna: de Inbreukmakende Producten) in zijn marktkraam verkocht.

2.4.

Bij brief van 31 augustus 2017 is [gedaagde 1] c.s. gesommeerd om per direct het gebruik van het [naam] te staken en gestaakt te houden.

Daaromtrent is tussen partijen enige tijd gecorrespondeerd, waarbij [gedaagde 1] c.s. zich liet vertegenwoordigen door zijn voormalige boekhouder, [naam].

Dat heeft niet tot nadere, voor beide partijen bevredigende, afspraken geleid.

3. Het geschil

3.1.

De vordering van [eiser] strekt ertoe [gedaagde 1] c.s. te veroordelen:

I. per direct iedere inbreuk op de auteursrechten van [eiser], en derhalve het openbaarmaken en/of verveelvoudigen van de Inbreukmakende Producten, te staken en gestaakt te houden waaronder in elk geval wordt verstaan: ieder (laten) produceren, (laten) (in)kopen, op voorraad (doen) hebben, (laten) aanbieden, (laten) verkopen of anderszins (laten) verhandelen van de Inbreukmakende Producten;

II. per direct ieder gebruik van het [naam] alsmede alle daarmee overeenstemmende tekens te staken en gestaakt te houden, waaronder in elk geval wordt verstaan: ieder (laten) produceren, (laten) (in)kopen, op voorraad (doen) hebben, (laten) aanbieden, (laten) verkopen of anderszins (laten) verhandelen van producten waarop het [naam] is aangebracht waaronder maar niet beperkt tot de Inbreukmakende Producten;

III. binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van [eiser] een schriftelijke opgave te doen van:

a. a) de concrete aantallen van alle Inbreukmakende Producten die [gedaagde 1] c.s. heeft geproduceerd/laten produceren, aangeboden en/of heeft verhandeld, gespecificeerd in aantallen per product en per verkoopkanaal onder gelijktijdige overlegging van bewijsstukken waaruit de juistheid van die opgave blijkt;

b) alle gegevens van de bron van de Inbreukmakende Producten en van alle andere partijen die op welke wijze ook betrokken zijn geweest bij de productie en verhandeling van de Inbreukmakende Producten, waaronder naam,- en adresgegevens, onder gelijktijdige overlegging van bewijsstukken waaruit de juistheid van die opgave blijkt;

c) alle inkomsten die [gedaagde 1] c.s. heeft verworven met het (laten) produceren, (in)kopen, op voorraad hebben, aanbieden, verkopen en anderszins verhandelen van alle Inbreukmakende Producten, onder vermelding van de inkoopprijs/kostprijs en de verkoopprijs, gespecificeerd per productgroep onder gelijktijdige overlegging van bewijsstukken waaruit

de juistheid van die opgave blijkt;

zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of per geval, te betalen zulks ter keuze van [eiser], dat [gedaagde 1] c.s. een van de onder a tot en met c genoemde bevelen overtreedt, onverminderd het recht van [eiser] op volledige schadevergoeding;

IV. binnen 10 dagen na betekening van het vonnis de totale bij [gedaagde 1] c.s. nog in voorraad zijnde hoeveelheid Inbreukmakende Producten aan [eiser] af te geven op een door [eiser] aan te wijzen locatie in Nederland, op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 1.000,00 per dag of per geval, te betalen zulks ter keuze van [eiser], voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde 1] c.s. daarmee in gebreke blijft;

V. tot betaling van € 500,00 binnen 10 werkdagen na betekening van het vonnis als voorschot op schadevergoeding en/of winstafdracht, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag, te rekenen vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, des de een betalende de ander zal zijn gekweten;

VI. de volledige kosten van deze procedure te voldoen, overeenkomstig artikel 1019h Rv

zoals gespecificeerd in de producties, te vermeerderen met de nakosten ten belope van

€ 131,-- zonder betekening, dan wel € 199,-- in het geval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na) kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na) kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, des de een betalende de ander zal zijn gekweten;

VII. de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv te bepalen op zes maanden.

3.2.

[gedaagde 1] c.s. heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. [gedaagde 2] heeft gesteld dat hij [eiser] niet kent en niet wist dat hij met de verkoop van de in geding zijnde spullen intellectuele eigendomsrechten van [eiser] schond.

4. De beoordeling

4.1.

Zoals vorenoverwogen heeft [gedaagde 1] c.s. terzake van het gevorderde geen inhoudelijk verweer gevoerd. Daarmee staat vast dat hij inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten en merkrechten van [eiser] op het [naam].

4.2.

Voor zover [gedaagde 1] c.s. met de stelling dat hij [eiser] niet kende/kent en dat hij geen wetenschap had van de inbreuk, heeft willen stellen dat hij te goeder trouw zou hebben gehandeld, dan snijdt dit verweer geen hout. De aanwezigheid van opzet en/of wetenschap van inbreuk bij de inbreukmaker is geen vereiste voor optreden door rechthebbenden van Beneluxmerken en/of auteursrechten.

Integendeel, het ligt op de weg van [gedaagde 1] c.s. om zich ervan te verzekeren dat hij met de door hem ingekochte en verhandelde producten, en door de wijze van aanbieden daarvan, geen

inbreuk maakt op rechten van intellectuele eigendom van derden, zoals [eiser].

4.3.

Het gevorderde komt noch onrechtmatig noch ongegrond voor. Gelet op het vorenoverwogene worden de vorderingen toegewezen, doch slechts zoals in het dictum nader aangegeven, met afwijzing van het meer of anders gevorderde.

4.4.

De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

4.5.

De termijn van artikel 1019i Rv voor het instellen van de hoofdzaak zal worden bepaald op de gevorderde termijn.

4.6.

[gedaagde 1] c.s. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Voor de bepaling van de hoogte daarvan zal de voorzieningenrechter aansluiting zoeken bij de indicatietarieven. De kosten aan de zijde van [eiser] worden vastgesteld op:

- dagvaarding € 80,42

- griffierecht 287,00

- salaris advocaat 6.000,00

Totaal € 6.367,42

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. per direct iedere inbreuk op de auteursrechten van [eiser], en derhalve het openbaarmaken en/of verveelvoudigen van de Inbreukmakende Producten, te staken en gestaakt te houden waaronder in elk geval wordt verstaan: ieder (laten) produceren, (laten) (in)kopen, op voorraad (doen) hebben, (laten) aanbieden, (laten) verkopen of anderszins (laten) verhandelen van de Inbreukmakende Producten;

5.2.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. per direct ieder gebruik van het [naam] alsmede alle daarmee overeenstemmende tekens te staken en gestaakt te houden, waaronder in elk geval wordt verstaan: ieder (laten) produceren, (laten) (in)kopen, op voorraad (doen) hebben, (laten) aanbieden, (laten) verkopen of anderszins (laten) verhandelen van producten waarop het [naam] is aangebracht waaronder maar niet beperkt tot de Inbreukmakende Producten;

5.3.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van [eiser] een schriftelijke opgave te doen van:

a. a) de concrete aantallen van alle Inbreukmakende Producten die [gedaagde 1] c.s. heeft geproduceerd/laten produceren, aangeboden en/of heeft verhandeld, gespecificeerd in aantallen per product en per verkoopkanaal onder gelijktijdige overlegging van bewijsstukken waaruit de juistheid van die opgave blijkt;

b) alle gegevens van de bron van de Inbreukmakende Producten en van alle andere partijen die op welke wijze ook betrokken zijn geweest bij de productie en verhandeling van de Inbreukmakende Producten, waaronder naam,- en adresgegevens, onder gelijktijdige overlegging van bewijsstukken waaruit de juistheid van die opgave blijkt;

c) alle inkomsten die [gedaagde 1] c.s. heeft verworven met het (laten) produceren, (in)kopen, op voorraad hebben, aanbieden, verkopen en anderszins verhandelen van alle Inbreukmakende Producten, onder vermelding van de inkoopprijs/kostprijs en de verkoopprijs, gespecificeerd per productgroep onder gelijktijdige overlegging van bewijsstukken waaruit

de juistheid van die opgave blijkt;

5.4.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat hij niet aan de in 5.3. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt;

5.5.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis de totale bij

[gedaagde 1] c.s. nog in voorraad zijnde hoeveelheid Inbreukmakende Producten aan [eiser] af te geven op een door [eiser] aan te wijzen locatie in Nederland;

5.6.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat hij niet aan de in 5.5. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt;

5.7.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. tot betaling van € 500,00 binnen 10 werkdagen na betekening van dit vonnis als voorschot op schadevergoeding en/of winstafdracht, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag, te rekenen vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, des de een betalende de ander zal zijn gekweten;

5.8.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden vastgesteld op € 6.367,42, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.9.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde 1] c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening;

5.10.

bepaalt de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden;

5.11.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.12.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Sanna en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2017.