Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4597

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-10-2017
Datum publicatie
04-01-2018
Zaaknummer
18/730283-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee bedrijfsinbraken, één poging tot woninginbraak en twee maal aan opzetheling. Ten aanzien van de bewezenverklaarde gevallen van opzetheling en de inbraken overweegt de rechtbank dat verdachte door zijn handelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van vermogenscriminaliteit. Naar het oordeel van de rechtbank treft de heler een gelijksoortig verwijt als de dief, nu diefstal lonend wordt gemaakt door heling.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 416
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730283-17

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/730211-17

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/720135-15

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 oktober 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] 1,

thans gedetineerd in P.I. Leeuwarden, te Leeuwarden, Holstmeerweg 7.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 oktober 2017.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd

in de zaak met parketnummer 18/730283-17 dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 8 augustus 2017 tot en met 9 augustus 2017 te Workum, (althans) in de gemeente Súdwest-Fryslân, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit pand, te weten restaurant " [bedrijf 1] ", gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar, heeft weggenomen (onder meer) een hoeveelheid (munt)geld (in totaal (ongeveer) 600 euro) en/of een TV (flatscreen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 8 augustus 2017 tot en met 9 augustus 2017 te Workum, (althans) in de gemeente Súdwest-Fryslân, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit pand, te weten: pizzeria " [bedrijf 2] ", gelegen aan of bij de Merk, aldaar, heeft weggenomen

(onder meer) een grote hoeveelheid geld (munt- en briefgeld) (in totaal (ongeveer) 4000 euro) en/of een computer (merk Dell), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de periode van 26 augustus 2017 tot en met 1 september 2017 te St.-Annaparochie, (althans) in de gemeente Het Bildt,(in elk geval) in het arrondissement Noord-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) goed(eren), te weten (onder meer) een muzieksysteem (luidspreker en/of mediaspeler)(merk Sonos) en/of een of meer flesjes parfum en/of kleding (merk Brunotti en/of Mystic en/of Reebok) en/of een tablet (merk Samsung) en/of een afstandsbediening (merk Hormann) en/of een draadloze oplader (merk Samsung) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden

krijgen van dit goed/die goederen wist(en), althans redelijkerwijze had/hadden moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 26 augustus 2017 tot en met 27 augustus 2017 te Sneek, (althans) in de gemeente Súdwest-Fryslân, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar, heeft weggenomen (onder meer) een

luidspreker (merk Sonos) en/of een mediaspeler (merk Sonos) en/of kleding (merk Mystic en/of Brunotti en/of Reebok) en/of diverse parfum(s) (merk Chanel en/of Jil Sander en/of Doce & Gabanna) en/of een afstandsbediening (Hormann) en/of foto/filmcamera(s) en/of een tablet (merk Samsung) en/of sieraden (in totaal een waarde van 14.000 euro), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (ondermeer) luidspreker en/of mediaspeler en/of kleding en/of parfum(s) en/of afstandsbediening en/of foto/filmcamera(s) en/of tablet en/of sieraden onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

en in de zaak met parketnummer 18/730211-17 dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 27 september 2016 tot en met 1 november 2016 te Grou, (althans) in de gemeente Leeuwarden, in elk geval in het arrondissement Noord-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een motorboot (type Marnekruiser (genaamd " [naam] ")) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden

krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijze had/hadden moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 27 september 2016 tot en met 29 september 2016 te of bij Grou, (althans) in de gemeente Leeuwarden, in elk geval in het arrondissement Noord-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (onder meer) een motorboot (merk/type Marnekruiser) en/of een of meer fiets(en), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (onder meer) die

motorboot en/of die fiets(en) onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel (te weten: motorboot gestart door het aan elkaar binden van draden in het contactslot);

2.

hij in of omstreeks de periode van 2 december 2016 tot en met 5 december 2016 te of bij St.Jacobiparochie, (althans) in de gemeente Het Bildt, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een aan of bij de Middelweg-West, aldaar, geparkeerde tractor heeft weggenomen (onder meer) een radio/CD-speler (merk Caliber) en/of een carr-kit (merk Perret) en/of een of meer mobiele portofoons (merk Midland) en/of een draagbare 9-inch

televisietoestel (merk Lenco) en/of 50 liter brandstof (diesel), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen radio/cd-speler en/of carr-kit en/of portofoons en/of televisietoestel en/of brandstof onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de periode van 21 februari 2017 tot en met 22 februari 2017 te Wyns, (althans) in de gemeente Tytsjerksteradiel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van

zijn/haar/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming ,opzettelijk

- zich naar die woning heeft begeven en/of vervolgens

- een of meer ra(a)m(en)/ruit(en) van die woning heeft geforceerd en/of (vervolgens)

- die woning is binnengegaan en/of (vervolgens)

- een of meer alarmsensor(en) in die woning heeft vernield en/of (vervolgens)

- een deur van een kast in die woning heeft vernield/beschadigd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het in de zaak met parketnummer 18/730283-17 onder 1., 2. en 3. primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 1. primair, 2. en 3. ten laste gelegde kan worden bewezen.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 2. ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat op de slang, welke in de nabijheid van de plaats delict is aangetroffen en vermoedelijk de diesel mee is overgeheveld, het DNA van verdachte is aangetroffen. Deze omstandigheid in samenhang genomen met verdachtes strafrechtelijke verleden en de omstandigheid dat verdachte na de diefstal is aangetroffen met een aanhanger met tank, waarvan de vloer was doordrenkt met diesel, zijn voldoende voor het wettig en overtuigend bewijs.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 18/730283-17 onder 3. primair en subsidiair ten laste gelegde en van het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 1. primair en subsidiair en 2. ten laste gelegde. Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730283-17 onder 3. primair en subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte was overeengekomen, dat hij het muzieksysteem zou ontvangen als inlossing van een bij hem openstaande schuld. Verdachte wist niet wat er nog meer in de tas zat en mocht er op vertrouwen dat er verder geen andere goederen in de tas zouden zitten. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte op het moment van het voorhanden krijgen had moeten vermoeden dat de goederen van misdrijf afkomstig zouden zijn. Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 1. primair en subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen voldoende aanwijzingen zijn dat verdachte de boot rechtmatig heeft gekocht en dat diefstal om die reden niet kan worden bewezen. Ten aanzien van de heling heeft de raadsman gemotiveerd aangevoerd dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte had moeten vermoeden dat hij een van diefstal afkomstige boot kocht. Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 2. ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat het stuk tuinslang, waarop verdachte zijn DNA is aangetroffen, een beweegbaar object is. De raadsman heeft gemotiveerd aangevoerd dat het enkel vaststellen dat het DNA van verdachte op het stuk tuinslang is aangetroffen onvoldoende is om vast te stellen dat verdachte degene is die de diefstal heeft gepleegd.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 2. ten laste gelegde

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 2. ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij het volgende.

Verdachte wordt diefstal door middel van braak van meerdere goederen, waaronder diesel, uit een tractor verweten. Verdachte ontkent zich hieraan schuldig te hebben gemaakt. Tussen 2 december 2016 en 5 december 2016 is ingebroken in een tractor, welke geparkeerd stond in het weiland aan de Middelweg West, vlakbij Sint Jacobiparochie. Uit deze tractor zijn meerdere goederen weggenomen, evenals ongeveer 50 liter diesel. De aangever heeft in zijn aangifte verklaard dat een week voor de betreffende diefstal eveneens, op diezelfde plek, diesel uit zijn tractor is gestolen.

Uit het dossier blijkt dat het DNA van verdachte is aangetroffen op een stuk tuinslang dat vlakbij de plaats delict is gevonden. Verbalisanten roken een diesellucht bij de slang en vermoedden dat de slang was gebruikt voor het overhevelen van diesel. Bij verdachte zijn geen gestolen goederen aangetroffen. Wel is op een eerdere datum (29 september 2016) door een verbalisant bij de auto van de vriendin van verdachte, een aanhanger in gebruik aangetroffen, waarvan de vloer doordrenkt was. Op een latere datum (22 januari 2017) is door een verbalisant bij verdachte een sterke, penetrante diesellucht geroken. Weer op een andere datum (15 februari 2017) is in de laadbak van de bestelbus van verdachte een duimdikke plastic buis met handpomp aangetroffen, die volgens de verbalisant (zo begrijpt de rechtbank) gebruikt kan worden om handmatig brandstof over te hevelen.

De rechtbank stelt vast dat de slang waarop het DNA van verdachte is aangetroffen een verplaatsbaar object is. Nu er voor het overige geen bewijsmiddelen zijn die verdachte direct in verband brengen met de diefstal is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een veroordeling te kunnen komen.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730283-17 onder 1. en 2. ten laste gelegde

De rechtbank volstaat ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730283-17 onder 1. en 2. bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 oktober 2017;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 10 augustus 2017, opgenomen op pagina 52 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017211219 d.d. 20 september 2017, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] .

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 10 augustus 2017, opgenomen op pagina 74 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] .

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 12 augustus 2017, opgenomen op pagina 174 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 8] .

Ten aanzien van het in parketnummer 18/730283-17 onder 3. primair ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die die de voor de hierna in de zaak met parketnummer 18/730283-17 onder 3. primair bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 3 oktober 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik had geld van een jongen tegoed. Ik heb daarom van hem een tas gekregen, met daarin het Sonos sound systeem. In de tas zaten ook kledingstukken en parfums. Ik heb wat van de spullen uit de tas in de auto meegenomen naar mijn huis aan het [straatnaam] te [plaats] . Ik heb alleen het muzieksysteem in de tas in de auto laten zitten. De afstandsbediening zat in mijn jas. Ik weet dat het muzieksysteem duur is.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 2 september 2017, opgenomen op pagina 107 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017211219 d.d. 20 september 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 7] :

Op 26 augustus 2017 ben ik voor het laatst in mijn woning te Sneek geweest en heb deze onbeschadigd en afgesloten achtergelaten. Wij zijn op 27 augustus 2017 weer thuis gekomen. Wij zagen dat de geluidsboxen en de televisie van de muur af waren getrokken, diverse kasten open stonden en dat alles doorzocht was. De gestolen goederen staan op de goederen lijst.

Bijlage goederen

Object : Luidspreker

Merk/type : Sonos Play5

Serienummer : 5CAAFD00D0AA2

Eigenaar : [slachtoffer 7]

Object : Mediaspeler

Merk/type : Sonos Connect

Serienummer : 000E58AC05B43

Eigenaar : [slachtoffer 7]

Object : Tablet

Merk/type : Samsung Galaxy Tab 3

Eigenaar : [slachtoffer 7]

Bijzonderheden : 80 st diverse parfumflesjes

Eigenaar : [slachtoffer 7]

Categorie omschrijving : Kleding en schoeisel

Merk/type : Brunotti zwembroek

Eigenaar : [slachtoffer 7]

Object : Kleding (Shirt)

Merk/type : Mystic

Object : Kleding

Merk/type : Reebok Graphic Tank

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 september 2017, opgenomen op pagina 148 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Op 1 september 2017 kwamen wij ter plaatse bij de woning, [straatnaam] te [plaats] . Wij openden de kofferbak van het voertuig. Wij zagen dat de tas open stond en zagen dat er een Sonos muzieksysteem in zat. Ik heb in het bedrijfsprocessysteem van de politie gezocht naar het unieke productnummer van de Sonos muzieksysteem. Ik zag dat deze nummers van het inbeslaggenomen systeem overeenkwamen met die van de woninginbraak te Sneek, proces-verbaal 2017228486.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 september 2017, opgenomen op pagina 153 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Op 1 september 2017 troffen wij in de woning aan het [straatnaam] te [plaats] op de slaapkamer meerdere parfumflesjes aan. Wij waren ervan op de hoogte dat er bij de diefstal uit de woning waar ook de al eerder aangetroffen Sonos weg was genomen tevens veel parfumflesjes weggenomen waren. Op de flesjes zagen wij meerdere malen dat het om een tester flesje ging. Ook bij de parfumflesjes die weg waren genomen ging het om flesjes met de tekst ‘tester’ erop. Er zijn 46 parfumflesjes in beslag genomen. Ik trof in een kledingkast, vier stuks kleding aan die vermoedelijk van diefstal afkomstig zijn. Het gaat hierbij om één korte broek van het merk Brunotti en drie hemdjes waarvan één van het merk Mystic en twee van Reebok. Ik heb een Samsung Tab, een draadloze lader voor Samsung apparaten en een afstandsbediening voor een garagedeur inbeslaggenomen.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 1 september 2017, opgenomen op pagina 165 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 9] :

Ik werd door de politie benaderd of ik langs kon komen ter herkenning van aangetroffen goederen. Ik herken de volgende dingen:

  • -

    De witte Sonos box met versterker en snoertjes. Ik herken de parfums aan de vele testers die er bij zitten en ik weet de meeste merken wel uit mijn hoofd.

  • -

    De draadloze oplader van Samsung.

  • -

    De Hormann afstandsbediening.

  • -

    De kleding, een Mystic hemdje, een zwembroek van Brunotti en twee Reebok hemdjes.

Overweging ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730283-17 onder 3. primair ten laste gelegde

Verdachte wordt heling van, van diefstal afkomstige, goederen verweten. Verdachte ontkent dat hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat de goederen van diefstal afkomstig waren.

Bij opzetheling moet verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de gestolen goederen geweten hebben dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen.

De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier het verkrijgen van gestolen goederen – aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden.

De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat de in de tenlastelegging opgenomen goederen in de bij verdachte aangetroffen tas in de auto en in zijn woning zijn aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij de tas met goederen heeft gekregen als inlossing van een openstaande schuld. Verdachte heeft echter, bij het voorhanden krijgen van de tas met goederen, niet in deze tas gekeken, ten einde vast te stellen of de waarde van de in de tas aanwezige goederen gelijkwaardig was aan de hoogte van de bij hem openstaande schuld. Hij was zich wel bewust van het muzieksysteem in de tas en heeft niet naar de herkomst hiervan geïnformeerd. Hij zag wel dat het een duur systeem was.

De rechtbank is gelet op deze feiten en omstandigheden van oordeel dat verdachte met zijn gedragingen en in het bijzonder gelet op het niet in de tas kijken, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij gestolen goederen heeft verkregen. Het in parketnummer 18/730283-17 onder 3. tenlastegelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen. Voor de betrokkenheid van een mededader is naar het oordeel van de rechtbank geen bewijs, zodat vrijspraak ter zake van het medeplegen zal volgen.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 1. primair ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 3 oktober 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik heb meerdere keren gevraagd of de boot niet van diefstal afkomstig was. Ik zou de boot in termijnen betalen. Ik heb de boot weggevaren vanuit Grou. De verkoper was een junkachtig persoon. Tijdens de koop is geen koopovereenkomst opgemaakt. Op 29 september 2016 heb ik, toen ik de politie zag aankomen, mijn boordlichten uit gedaan en ben ik in het riet weggedoken.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 oktober 2016, opgenomen op pagina 70 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2016286695 d.d. 20 september 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] :

Ik ben eigenaar van de boot, type Marnekruiser. Mijn boot lag in de jachthaven te Grou. Op 27 september 2016 te omstreeks 16.00 uur lag mijn boot op de plaats waar ik hem had achter gelaten. Op 4 oktober 2016 zag ik dat mijn boot was weggenomen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 oktober 2016, opgenomen op pagina 86 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

De partner van aangever [slachtoffer 3] , genaamd [slachtoffer 10] , vertelde mij dat de naam van de weggenomen boot [naam] is.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 6 juli 2017, opgenomen op pagina 152 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Via [naam] ben ik in contact met [naam] gekomen. Die boot lag in Grou vlak bij een fietsbrug. Wij zijn bij die boot geweest. Dit was een paar dagen voordat ik die boot heb gekocht. De volgende keer dat ik bij die boot kwam heb ik hem meegenomen.

Wij zijn een bedrag overeengekomen tussen de 2.500 en 5.000 euro. Het bedrag weet ik niet meer precies. Ik zou iedere week wat aan hem betalen totdat het bedrag betaald was. Ik heb wel 10 keer aan hem gevraagd of die boot wel van hem was. Ik heb hem toen een bedrag gegeven, 300 of 400 euro of zoiets. Diezelfde dag heb ik de boot meegenomen. In de boot zat een dieselmotor. Het contactslot was verbroken. Door de draadjes tegen elkaar aan te houden kon ik de boot starten. Ik had die boot niet moeten kopen van een junk.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2016, opgenomen op pagina 101 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

[bedrijf 3] verklaarden dat de dagwaarde van de boot is gesteld op 12.396,96 euro. Dit is exclusief de inboedel. Met inboedel bedraagt de dagwaarde 17.000 euro.

Overweging ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 1. primair ten laste gelegde

Verdachte wordt primair heling van een van diefstal afkomstige boot verweten. Verdachte ontkent dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan heling.

Bij opzetheling moet verdachte ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen van het gestolen goed geweten hebben dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier het kopen van een van diefstal afkomstige boot – aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden.

Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat verdachte vele malen aan de verkoper van de boot heeft gevraagd of de boot van diefstal afkomstig was. Vervolgens heeft verdachte de boot voor een bedrag gekocht dat aanmerkelijk lager ligt dan de waarde. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat het contactslot van de boot verbroken was. Daarnaast heeft verdachte tijdens de koop geen koopovereenkomst op laten maken en kan hij de juiste verkoopprijs niet exact noemen.

De rechtbank is van oordeel, voornoemde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang beschouwd, dat verdachte met zijn gedragingen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij een van diefstal afkomstige boot kocht. Het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 1. primair tenlastegelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen. Voor de betrokkenheid van een mededader is naar het oordeel van de rechtbank geen bewijs, zodat vrijspraak ter zake van het medeplegen zal volgen.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 3. ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 februari 2017, opgenomen op pagina 127 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2016286695 d.d. 25 juli 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 6] :

Op 21 februari 2017 heb ik mijn woning in Wyns aan de [straatnaam] slotvast afgesloten. Op 22 februari 2017 ben ik weer naar mijn woning gegaan. Ik zag dat een raampje voorzien van twee dievenklemmen geforceerd was en dat het uitzetijzer afgebroken was. Ik zag dat er in de woning op drie plaatsen, de hal bij de achteringang, de woonkamer en in de hal van de voordeur de alarmsensoren van de muur afgetrokken zijn. Ik zag dat de alarmsensoren vernield waren. Ik zag dat ze in de hal van waar de voordeur zich bevindt gepoogd hebben om in de afgesloten kast te komen waar het alarmsysteem zich bevindt. Deze hebben ze niet open gekregen, maar ze hebben de deur wel vernield. Voor zover ik kan zien zijn er geen goederen uit de woning weggenomen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 23 februari 2017, opgenomen op pagina 138 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant:

De binnenkomst werd verkregen in een woning te [straatnaam] , Wyns, binnen de gemeente Tytsjerksteradiel, door ter hoogte van de keuken een uitzetraam open te breken. Tussen de raamstijl en het kozijn was een indrukspoor zichtbaar. Gezien de vorm en het formaat werd vermoedelijk een breekijzer gebruikt. Via dit raam werd de woning betreden. In de hal, op de tegelvloer werd ter hoogte van de meterkast bloed aangetroffen, bemonsterd en voorzien van SIN AAKC8636NL en AAKC8637NL. In het verlengde van de keuken, richting de woonkamer, werd bloed aangetroffen op het uitzetijzer van een uitzetraam, bemonsterd SIN AAKC8638NL.

3. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2017.03.06.108, d.d. 14 maart 2017 opgemaakt door A.I. Berghout, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als zijn/haar verklaring:

Het monster met SIN AAKC8636NL kan afkomstig zijn van [verdachte] . De kans dat het DNA van een ander dan van verdachte afkomstig is, is kleiner dan één op één miljard.

Het monster met SIN AAKC8637NL kan afkomstig zijn van [verdachte] . De kans dat het DNA van een ander dan van verdachte afkomstig is, is kleiner dan één op één miljard.

Het monster met SIN AAKC8638NL kan afkomstig zijn van [verdachte] . De kans dat het DNA van een ander dan van verdachte afkomstig is, is kleiner dan één op één miljard.

Overweging ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 3. ten laste gelegde

Verdachte wordt een poging tot inbraak verweten. De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen vast dat het DNA op diverse plaatsen in de woning is aangetroffen. Onder meer op een uitzetijzer van een uitzetraam, door welk raam de toegang tot de woning werd verkregen en op de vloer ter hoogte van de meterkast die geprobeerd is open te breken.

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat verdachte in de woning heeft ingebroken en vervolgens op zoek is gegaan naar goederen/geld van zijn gading, nu zijn bloed op meerdere plekken is aangetroffen.

Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig om te komen tot een bewezenverklaring van deze poging tot inbraak.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 18/730283-17 onder 1., 2. en 3. primair tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 1. primair en 3. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

in de zaak met parketnummer 18/730283-17:

1.

hij in de periode van 8 augustus 2017 tot en met 9 augustus 2017 te Workum, in de gemeente Súdwest-Fryslân, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand, te weten restaurant " [bedrijf 1] ", gelegen aan de [straatnaam] , aldaar, heeft weggenomen een hoeveelheid (munt)geld, in totaal ongeveer 600 euro, en een TV (flatscreen), toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.

2.

hij in de periode van 8 augustus 2017 tot en met 9 augustus 2017 te Workum, in de gemeente Súdwest-Fryslân, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand, te weten: pizzeria " [bedrijf 2] ", gelegen aan de Merk, aldaar, heeft weggenomen een grote hoeveelheid geld, munt- en briefgeld, in totaal ongeveer 4000 euro, en een computer, merk Dell, toebehorende aan [slachtoffer 2] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en dat weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

3. primair

hij in de periode van 26 augustus 2017 tot en met 1 september 2017, in het arrondissement Noord-Nederland, goederen, te weten een muzieksysteem, luidspreker en mediaspeler, merk Sonos en flesjes parfum en kleding, merk Brunotti en Mystic en Reebok en een tablet, merk Samsung en een afstandsbediening, merk Hormann en een draadloze oplader, merk Samsung, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

in de zaak met parketnummer 18/730211-17:

1. primair

hij in de periode van 27 september 2016 tot en met 1 november 2016 te Grou, in de gemeente Leeuwarden, een goed, te weten een motorboot, type Marnekruiser, genaamd " [naam] ", heeft verworven, terwijl hij ten tijde van de verwerving van dit goed wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

3.

hij in de periode van 21 februari 2017 tot en met 22 februari 2017 te Wyns, in de gemeente Tytsjerksteradiel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [straatnaam] , aldaar weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, toebehorende aan [slachtoffer 6] en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, opzettelijk

- zich naar die woning heeft begeven en vervolgens

- een raam van die woning heeft geforceerd en vervolgens

- die woning is binnengegaan en vervolgens

- alarmsensoren in die woning heeft vernield en vervolgens

- een deur van een kast in die woning heeft vernield,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

in de zaak met parketnummer 18/730283-17:

1. diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

2. diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

3. primair opzetheling.

in de zaak met parketnummer 18/730211-17:

1. primair opzetheling;

3. poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 18/730283-17 onder 1., 2. en 3. primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 1. primair, 2. en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij Verslavingszorg Noord Nederland (verder: VNN), een ambulante behandelverplichting, bij de Polikliniek Forensische Psychiatrie van de Geestelijke Gezondheidszorg (verder: GGZ) of soortgelijke ambulante forensische zorg en een middelenverbod voor alcohol en drugs.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een lagere gevangenisstraf dan geëist door de officier van justitie en stelt voor een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden op te leggen, zodat verdachte daaropvolgend kan starten met het hulpverleningstraject.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het reclasseringsadvies opgemaakt door VNN op 27 september 2017, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee bedrijfsinbraken, één poging tot woninginbraak en twee maal aan opzetheling. Ten aanzien van de bewezenverklaarde gevallen van opzetheling en de inbraken overweegt de rechtbank dat verdachte door zijn handelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van vermogenscriminaliteit. Naar het oordeel van de rechtbank treft de heler een gelijksoortig verwijt als de dief, nu diefstal lonend wordt gemaakt door heling. De rechtbank houdt verdachte medeverantwoordelijk voor de overlast die de slachtoffers hebben moeten ervaren. Verdachte heeft met de bewezenverklaarde feiten aangetoond geen respect te hebben voor de eigendommen van een ander. Woninginbraken veroorzaken in het algemeen gevoelens van angst bij de slachtoffers en veroorzaken gevoelens van onrust in de maatschappij en bedrijfsinbraken veroorzaken overlast en schade aan ondernemers. Als reactie op deze strafbare feiten dient een gevangenisstraf het uitgangspunt te zijn.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder meerdere keren onherroepelijk is veroordeeld tot gevangenisstraffen wegens vermogensdelicten en ten tijde van het plegen van de onderhavige feiten in een proeftijd liep van een veroordeling die ziet op soortgelijke feiten.

Uit het reclasseringsadvies volgt dat verdachte sinds begin 2017 het predicaat veelpleger kwijt is. Het leek goed te gaan met verdachte: Sinds 2015 is hij gestopt met het gebruik van harddrugs, hij vond een nieuwe partner (die inmiddels zwanger is) en ging volop aan de slag als ZZP-er. Anderzijds bleven aan verdachte financiële problemen kleven. Verdachte stond onder toezicht van de reclassering en is toch opnieuw de fout in gegaan. De reclassering acht het risico op recidive gemiddeld hoog en heeft geadviseerd een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met daarbij als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een ambulante behandeling, gericht op het verkrijgen van inzicht in het delictgedrag en een middelenverbod, zodat op deze wijze voorkomen kan worden dat verdachte onder invloed van middelen verkeerde beslissingen neemt.

Ondanks de vrijspraak voor het onder parketnummer 18/730211-17 onder 2. ten laste gelegde is de rechtbank, op grond van de ernst van de strafbare feiten, in samenhang bezien met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie gevorderd, passend en geboden is.

Gelet op het advies van de reclassering en gericht op het voorkomen van recidive in de toekomst zal de rechtbank aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering.

Benadeelde partij

[slachtoffer 7] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 29.011,47 ter vergoeding van materiële schade en € 550,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert toewijzing van een bedrag van € 16.004,00 aan de benadeelde partij. Dit bedrag bestaat uit € 15.504,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade. De officier van justitie vordert tevens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat van de door de benadeelde partij gevorderde materiële schade de braakschade en de schade aan de goederen die naar aangever zijn teruggebracht afgetrokken dienen te worden. Van het door de benadeelde partij gevorderde bedrag van € 29.011,47 heeft hij € 10.670,00 aan braakschade en € 2.837,00 schade aan teruggebrachte goederen afgetrokken.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de aftreksom die de officier van justitie heeft gemaakt juist is, maar voert aan het toe te wijzen bedrag te beperken tot de goederen die bij verdachte zijn aangetroffen.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat een deel van deze schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 18/730283-17 onder feit 3 bewezen verklaarde.

Naar het oordeel van de rechtbank is er geen rechtstreeks verband tussen het bewezen verklaarde en de gevorderde braakschade. De rechtbank zal daarom bepalen dat de vordering van de benadeelde partij voor dit deel wordt afgewezen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte verantwoordelijk is voor de schade die de benadeelde partij heeft geleden ten aanzien van de onder verdachte aangetroffen goederen. Uit de vordering van de benadeelde partij blijkt dat enkele onder verdachte aangetroffen goederen, terug zijn gegaan naar de benadeelde partij. De rechtbank zal om die reden de schade van de bij verdachte aangetroffen gestolen goederen, welke niet zijn teruggegeven aan de benadeelde partij, toewijzen. De vordering, waarvan de hoogte tot zoverre niet door de raadsman van verdachte is betwist, zal hoofdelijk worden toegewezen voor een bedrag van €1.753,95 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 september 2017. Dit bedrag bestaat uit € 960,00 euro aan niet teruggeven parfums, € 24,95 ten aanzien van het T-shirt van het merk Mystic en € 769,00 ten aanzien van de tablet van het merk Samsung.

De rechtbank is van oordeel dat er geen rechtstreeks verband is tussen de overige gevorderde materiële schade en het bewezen verklaarde, aangezien die schade ziet op gestolen goederen die niet bij verdachte zijn aangetroffen. De rechtbank zal bepalen dat dit deel van de vordering wordt afgewezen.

De benadeelde partij heeft daarnaast vergoeding van immateriële schade gevorderd. In het geval geen sprake is van lichamelijk letsel, zoals hier aan de orde, kan op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Gevoelens van angst vallen niet onder het bereik van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Ernstige psychische schade, als hiervoor bedoeld, is door de benadeelde partij niet aangevoerd. De vordering tot vergoeding van immateriële schade wordt dan ook afgewezen.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 17 september 2015, gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van 183 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 2 oktober 2015.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 30 augustus 2017 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gepersisteerd bij zijn vordering.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de proeftijd moet worden verlengd.

Oordeel van de rechtbank

De hiervoor bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd.

De veroordeelde heeft de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet nageleefd. De rechtbank ziet geen termen aanwezig om de proeftijd te verlengen en zal de tenuitvoerlegging gelasten van de hem bij voornoemd vonnis van 17 september 2015 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 45, 57, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 2. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18/730283-17 onder 1., 2. en 3. primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 18/730211-17 onder 1. primair en 3. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot vijf maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen volgend op zijn ontslagdatum uit detentie meldt bij Verslavingszorg Noord Nederland, afdeling reclassering, Oostergoweg 6 te Leeuwarden en zich hierna blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

2. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van de Polikliniek Forensische Psychiatrie van de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens de instelling/behandelaar aan te geven en zich zal moeten houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

3. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onthoudt van het gebruik van alcohol en drugs en zijn medewerking verleent aan de controle van dit verbod middels urineonderzoek of blaastesten.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van 1.753,95 (zegge: zeventienhonderd drieënvijftig euro en vijfennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2017, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] , te betalen een bedrag van € 1.753,95 (zegge: zeventienhonderd drieënvijftig euro en vijfennegentig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 27 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit € 1.753,95 aan materiële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2017.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18/720135-15:

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden d.d. 17 september 2015, te weten:

een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.A. Wiersma, voorzitter, mr. J.Y.B. Jansen en mr. H.G. Punt, rechters, bijgestaan door mr. C.G. Velvis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 oktober 2017.

Mr. H.G. Punt is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.