Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4442

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
23-02-2017
Datum publicatie
22-11-2017
Zaaknummer
18/740040-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met zijn 6-jarige neefje, terwijl hij lag te slapen. Verdachte heeft daarbij foto's gemaakt van kinderpornografische aard. Verdachte heeft deze vervaardigde foto's verspreid via het internet. Daarnaast is onder meer op de computer en een USB-stick van verdachte een aantal andere kinderpornografische beelden aangetroffen.

De rechtbank heeft aan verdachte een voorwaardelijke pij-maatregel opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77a
Wetboek van Strafrecht 77g
Wetboek van Strafrecht 77i
Wetboek van Strafrecht 77s
Wetboek van Strafrecht 77x
Wetboek van Strafrecht 77y
Wetboek van Strafrecht 77z
Wetboek van Strafrecht 77za
Wetboek van Strafrecht 77aa
Wetboek van Strafrecht 77gg
Wetboek van Strafrecht 240b
Wetboek van Strafrecht 247
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0917
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/740040-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 23 februari 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],

wonende te [straatnaam], [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 februari 2017.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.W.J.M. de Man, advocaat te Bolsward. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P. van der Vliet.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 11 april 2015 tot en met 14 oktober 2016 te Heerenveen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), 70 afbeeldingen, te weten 19 foto('s) en/of 51 film(s), en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) foto('s) en/of film(s), te weten de harde schijf van een computer en/of een geheugenkaart van een telefoontoestel (met camera) en/of een USB-stick en/of een geheugenbestand/server van het bedrijf Twitter, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waaronder onder andere [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2010), is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid en/of vervaardigd en/of in bezit gehad en/of ingevoerd/doorgevoerd/uitgevoerd en/of verworven en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft, welke seksuele gedraging - zakelijk weergegeven - onder meer bestonden uit:

- het met de vinger(s)/hand(en) betasten en/of aanraken van de penis van die [slachtoffer] en/of

- het in de mond nemen/doen van de penis van die [slachtoffer] en/of (aldus) pijpen van die [slachtoffer] en/of

- het vastpakken van de hand van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) leggen van die hand op de penis van een (andere) persoon en/of

- het met de penis en/of de vinger(s)/hand(en) en/of een voorwerp en/of de mond/tong oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het met de mond/tong oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het met een voorwerp anaal penetreren van eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het met de penis en/of de vinger(s)/hand(en) en/of een voorwerp en/of de mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het met de mond/tong en/of de vinger(s)/hand(en) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het met de vinger(s)/hand(en) en/of een voorwerp betasten en/of aanraken van eigen geslachtsdeel door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto('s)/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling en/of

- het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, (waarbij) op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is,

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij in of omstreeks de periode van 24 augustus 2016 tot en met 26 augustus 2016, in elk geval in het jaar 2016, te Heerenveen, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2010),

A. van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, te weten een (diepe) slaaptoestand, en/of

B. zijnde iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, buiten echt,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft verdachte:

- met zijn, verdachtes, hand(en)/vinger(s) de penis van die [slachtoffer] aangeraakt/betast en/of

- met zijn, verdachtes, hand(en) de hand van die [slachtoffer] vastgepakt en/of (vervolgens) op zijn, verdachtes, penis gelegd en/of

- de penis van die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, mond genomen/gedaan en/of (aldus) die [slachtoffer] gepijpt en/of

- ( daarbij) de foto's van de voornoemde handelingen gemaakt.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 1. en 2. ten laste gelegde kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven dat het onder 1. en 2. ten laste gelegde, met uitzondering van het tweede gedachtestreepje bij feit 2, bewezen kan worden.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank volstaat ten aanzien van het onder 1. en 2. bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 februari 2017;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal 'Beschrijving kinderpornografisch materiaal' van Politie Eenheid Noord, afdeling Thematische Opsporing, Team Bestrijding Kinderpornografie- en Kindersekstoerisme Noord-Nederland d.d. 23 november 2016, opgenomen op pagina 123 e.v. van het dossier met nummer 2016294132 d.d. 19 december 2016, inhoudende het relaas van verbalisant;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van Politie Noord-Nederland d.d. 17 oktober 2016, opgenomen op pagina 117 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 11 april 2015 tot en met 14 oktober 2016 te Heerenveen,

70 afbeeldingen, te weten 19 foto's en 51 films, op gegevensdragers, te weten de harde schijf van een computer, een geheugenkaart van een telefoontoestel met camera, een USB-stick en een geheugenbestand/server van het bedrijf Twitter, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waaronder onder andere [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2010, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid en/of vervaardigd en/of in bezit gehad en/of verworven en/of zich met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft,

welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – onder meer bestonden uit:

- het met de vinger(s)/hand(en) betasten en/of aanraken van de penis van die [slachtoffer] en/of

- het in de mond nemen/doen van de penis van die [slachtoffer] en/of (aldus) pijpen van die [slachtoffer] en/of

- het vastpakken van de hand van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) leggen van die hand op de penis van een (andere) persoon en/of

- het met de penis en/of de vinger(s)/hand(en) en/of een voorwerp en/of de mond/tong oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het met de mond/tong oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het met een voorwerp anaal penetreren van eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het met de penis en/of de vinger(s)/hand(en) en/of een voorwerp en/of de mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het met de mond/tong en/of de vinger(s)/hand(en) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het met de vinger(s)/hand(en) en/of een voorwerp betasten en/of aanraken van eigen geslachtsdeel door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto(‘s)/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling en/of

- het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, (waarbij) op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is,

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij in de periode van 24 augustus 2016 tot en met 26 augustus 2016, te Heerenveen, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2010, van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van lichamelijke onmacht verkeerde, te weten een diepe slaaptoestand, zijnde iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft verdachte:

- met zijn, verdachtes, handen/vinger(s) de penis van die [slachtoffer] aangeraakt en

- de penis van die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, mond gedaan en die [slachtoffer] gepijpt en

- daarbij de foto’s van de voornoemde handelingen gemaakt.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Een afbeelding op gegevensdragers, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen, in bezit hebben, verwerven of zich met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

2. Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren van wie hij weet dat hij in staat van lichamelijke onmacht verkeert buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1. en 2. ten laste gelegde wordt veroordeeld tot:

- een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest, zijnde 18 dagen met aftrek van het voorarrest;

- een voorwaardelijke PIJ-maatregel met daaraan gekoppeld de volgende voorwaarden:

- de maatregel ITB Harde Kern voor de duur van 12 maanden;

- elektronische controle met GPS voor de duur van 6 maanden;

- medewerking verlenen aan behandeling bij Accare, gericht op behandeling op seksueel overschrijdend gedrag, hulp van een coach en systeemtherapie, maar ook als dit inhoudt farmacotherapeutische behandeling indien de behandelaars dit nodig achten;

- dat verdachte zich op welke wijze dan ook onthoudt van:

* het op digitale wijze met een seksuele intentie communiceren met kinderen;

* gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderporno-materiaal kan worden verkregen;

* gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met kinderen wordt gecommuniceerd;

terwijl het daarop uitgeoefende toezicht door de jeugdreclassering Regiecentrum Bescherming en Veiligheid mede kan bestaan uit controle van zijn computer(s) en andere apparatuur/gegevensdragers waarop afbeeldingen (kunnen) worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd

- medewerking verlenen aan toezicht van de jeugdreclassering van het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid, ook als dit inhoudt huisbezoeken en controle van de computer(s).

Waarbij tevens opdracht aan de jeugdreclassering wordt gegeven tot het houden van toezicht op deze voorwaarden.

De officier van justitie heeft tot slot de dadelijke uitvoerbaarheid van voornoemde

voorwaarden gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gemotiveerd bepleit om geen voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen, maar te volstaan met een voorwaardelijke jeugddetentie met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarden een ambulante behandeling bij Accare en - kort gezegd - de mogelijkheid tot controle op de computer(s) van verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft daarbij met name gelet op de volgende rapportages:

- strafadvies Raad voor de Kinderbescherming d.d. 31 januari 2017;

- deeladvies EC Reclassering Nederland d.d. 26 februari 2017;

- psychiatrisch onderzoek, mw. drs. A.M. de Jong, psychiater, d.d. 23 januari 2017;

- psychologisch onderzoek, C.J.M. Eekhout, GZ-psycholoog, d.d. 19 januari 2017;

- forensisch milieuonderzoek door [naam].

Ter terechtzitting hebben mevrouw [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en de heer [naam] en mevrouw [naam], beiden van de jeugdreclassering een toelichting gegeven op de rapporten.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met zijn 6-jarige neefje, terwijl hij lag te slapen. Verdachte heeft daarbij foto's gemaakt van kinderpornografische aard. Verdachte heeft deze vervaardigde foto's verspreid via het internet. Daarnaast is onder meer op de computer en een USB-stick van verdachte een aantal andere kinderpornografische beelden aangetroffen.

Verdachte was ten tijde van het plegen van de ontuchtige handelingen 15 jaar oud. Alhoewel het neefje lag te slapen en vooralsnog niet is gebleken dat hij iets heeft gemerkt van de ontuchtige handelingen en het fotograferen daarvan, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat zich in een latere levensfase alsnog negatieve gevolgen voor hem zullen voordoen. Dit klemt te meer nu er foto's van de handelingen zijn verspreid over het internet

Door zijn handelingen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van zijn neefje geschonden. Verdachte heeft zijn eigen seksuele bevrediging voorop gesteld, hetgeen de rechtbank hem zwaar aanrekent.

Daarnaast heeft verdachte ook het vertrouwen dat de ouders van het slachtoffer in hem stelden ernstig beschaamd. Voorts heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van de vraag naar kinderpornografisch materiaal en heeft daarmee meegewerkt aan de instandhouding van verwerpelijke praktijken, die plaatsvinden met kinderen van vaak zeer jonge leeftijd.

Verdachte heeft geen justitiële documentatie.

Uit de over verdachte opgemaakte rapportages is de rechtbank het volgende gebleken.

De psychiater en de psycholoog hebben beiden geconcludeerd dat er bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de zin van een pedofiele stoornis, een autismestoornis en een persisterende depressieve stoornis.

Deze stoornissen waren alle drie aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten. De deskundigen hebben op grond hiervan geadviseerd verdachte de feiten in verminderde mate toe te rekenen.

Bij het uitblijven van een langdurige en intensieve behandeling wordt het risico op een nieuw zedendelict als hoog ingeschat door zowel de psychiater als de psycholoog.

Samengevat hebben de deskundigen, gelet op de ernst van de problematiek bij verdachte, de hoge kans op recidive en de grote gevolgen daarvan voor eventuele slachtoffers als ook voor de ontwikkeling van verdachte, een voorwaardelijke PIJ-maatregel geadviseerd.

Daarbij hebben de deskundigen uitdrukkelijk aangegeven dat deze PIJ-maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte en dat het noodzakelijk is dat deze stok achter de deur wordt gegeven om behandeling en begeleiding aan verdachte te bieden en kunnen blijven bieden, om zo de recidivekans te verminderen.

Een behandeling vanuit een voorwaardelijk strafdeel, zoals de raadsman heeft bepleit, dan wel een gedragsbeïnvloedende maatregel wordt daarom niet passend geacht.

De Raad heeft in haar rapport aangegeven dat zij - net als het NIFP - van mening is dat een voorwaardelijke PIJ-maatregel de meest passende maatregel is. Deze dient als belangrijke stok achter de deur en tevens als vangnet voor het geval de behandeling in het ambulante kader niet voldoende aanslaat. Gelet op de forse problematiek acht de Raad het vanzelfsprekend dat een al dan niet voorwaardelijke werk- of leerstraf niet afdoende is om een gedragsverandering te bewerken en daarbij zal het behandeltraject dusdanig intensief zijn dat daarbovenop een werk- of leerstraf teveel van verachte zal vergen.

Ter terechtzitting heeft de Raad haar advies toegelicht en geadviseerd om aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke PIJ-maatregel met (samengevat) de volgende bijzondere voorwaarden: een ambulante behandeling bij FJP Accare Assen, toezicht van het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid, waarvan de eerste 12 maanden ITB Harde Kern en de eerste 6 maanden elektronisch toezicht en het laten controleren van zijn internetgebruik.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voldaan is aan de vereisten om een PIJ-maatregel op te kunnen leggen, zoals is neergelegd in artikel 77s van het Wetboek van Strafrecht. Immers uit de rapportages van deskundigen (waaronder een psychiater) is gebleken dat bij verdachte ten tijde van het begaan van de misdrijven een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogen bestond (lid 1), dat er sprake was van misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld (lid 1, sub a), de algemene veiligheid van personen de maatregel eisen (lid 1, sub b) en de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte (lid 1, sub c).

De rechtbank is op grond van het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages tot het oordeel gekomen dat een voorwaardelijke PIJ-maatregel noodzakelijk is om zeker te stellen dat de verdachte behandeld wordt. Immers indien verdachte zich niet, dan wel onvoldoende aan de voorwaarden zou houden bestaat de mogelijkheid om de behandeling in het kader van de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel te laten plaatsvinden.

Een voorwaardelijke jeugddetentie biedt die garantie niet. De rechtbank onderschrijft dan ook het advies van de psychiater en de psycholoog dat behandeling van verdachte het kader dient te hebben van (bijzondere voorwaarden bij) een voorwaardelijke PIJ-maatregel en zal deze aan verdachte opleggen. De rechtbank, zal daarbij grotendeels de bijzondere voorwaarden opleggen zoals deze door de officier van justitie zijn gevorderd.

De rechtbank zal ten eerste als bijzondere voorwaarde een ambulante behandeling bij de FJP Accare Assen opleggen en - kort gezegd - het toezicht op het computergebruik van verdachte. Daarnaast legt zij reclasseringstoezicht op, waarbij verdachte de eerste 12 maanden de maatregel ITB Harde Kern dient te volgen. Gelet op de problematiek bij verdachte en de verwachte behandelduur zal de rechtbank deze duur niet verkorten, zoals de raadsman heeft verzocht. De rechtbank ziet af van het opleggen van elektronisch toezicht, omdat het doel waarvoor de reclassering dit heeft geadviseerd - het voortdurend kunnen nagaan waar verdachte geweest is en om hem te laten beseffen wat hij gedaan heeft - naar het oordeel van de rechtbank oneigenlijk is. Deze vorm van voortdurende controle laat zich met name denken bij locatiegeboden en contactverboden, hetgeen hier niet aan de orde is. Daarbij komt dat in de afgelopen schorsingsperiode niet is gebleken van situaties die vragen om extra controle in de vorm van elektronisch toezicht. De rechtbank is tevens met de raadsman van oordeel dat het opleggen van de verplichting tot het innemen van libidoremmende middelen te ver ingrijpt in de ontwikkeling van de levensfase waarin verdachte zich nu bevindt en zal dit derhalve ook niet opnemen als bijzondere voorwaarde.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen spreekt de rechtbank uit dat, gelet op artikel 77za Wetboek van Strafrecht, de hierboven gestelde voorwaarden en de op grond van artikel 77aa Wetboek van Strafrecht te verlenen hulp en steun, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Mocht de voorwaardelijke PIJ-maatregel alsnog moeten worden omgezet in een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, dan overweegt de rechtbank ten aanzien van de duur van de maatregel reeds nu voor alsdan, dat deze niet gemaximeerd is, maar dat deze maatregel verlengbaar is. Verdachte wordt namelijk veroordeeld wegens een feit dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon en tijdens het begaan van het feit bestond een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens.

De rechtbank zal naast de voorwaardelijke PIJ-maatregel een jeugddetentie opleggen die gelijk is aan de reeds ondergane tijd in voorarrest.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu de bewezenverklaarde feiten met behulp van deze goederen zijn begaan en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Benadeelde partij

[getuige] heeft zich namens [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2010) voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. en 2. ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gehele toewijzing van de vordering, zijnde een bedrag van

€ 7.217,28, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel (zonder oplegging van vervangende jeugddetentie) gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven dat de gevorderde reiskosten kunnen worden toegewezen.

De raadsman heeft verzocht de vordering met betrekking tot de immateriële schade niet ontvankelijk te verklaren, omdat er onvoldoende informatie beschikbaar is om de hoogte van de geleden schade te kunnen vaststellen. De enkele verwijzing naar het vonnis van Robert M. is hiertoe onvoldoende. Aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting om deze stukken alsnog te overleggen zou leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding, aldus de raadsman.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade, de reiskosten ad € 217,28, voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht dit deel van de vordering, die niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 augustus 2016.

Immateriële schade

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade van € 7.000,00 overweegt de rechtbank het volgende.

Ten aanzien van dit deel van de vordering heeft de raadsvrouw van de benadeelde partij, mr. W.A. Bruinsma-Woudstra, aansluiting gezocht bij hetgeen is overwogen in de ‘zedenzaak Robert M.’ door het Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885). In de vordering is onderscheid aangebracht tussen schending van de lichamelijke integriteit van het kind en schending van het recht op privacy.

De rechtbank komt gelet op de aard van de feiten en de onderbouwing van de vordering tot het oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij, [slachtoffer], immateriële schade is toegebracht. Hierbij neemt de rechtbank tevens in aanmerking dat de impact van de strafbare feiten op de ouders van de benadeelde tevens directe gevolgen voor de omgang van benadeelde met anderen en zijn bewegingsvrijheid heeft en nog zal hebben.

Bij het vaststellen van de hoogte van de schade heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten en maakt de rechtbank gebruik van haar schattingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek. De hoogte van de schade wordt op dit moment geschat op € 1.000, zijnde € 500 immateriële schade ten gevolge van de schending van de lichamelijke integriteit en € 500 immateriële schade ten gevolge van de schending van de privacy. De rechtbank zal tevens bepalen dat dit bedrag vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2016.

Daarbij overweegt de rechtbank dat zij dit bedrag aldus lager stelt dan de ondergrens die in de 'Amsterdamse zedenzaak' werd gesteld, omdat zij van oordeel is dat die feiten van een ernstiger/zwaardere categorie zijn.

De rechtbank zal het overige deel van de vordering niet ontvankelijk verklaren.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

De rechtbank zal gelet op de leeftijd en persoonlijke omstandigheden van verdachte niet bepalen dat hieraan vervangende jeugddetentie wordt gekoppeld.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 36d, 36f, 77a, 77g, 77i, 77s, 77x, 77y, 77z, 77za, 77aa, 77gg, 240b en 247 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

Bepaalt, dat deze maatregel niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

a. dat de veroordeelde zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

b. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

c. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en controle van computer(s) daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

a. dat de veroordeelde zich onder behandeling zal stellen van FJP Accare Assen;

b. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht van de gecertificeerde instelling te weten Regiecentrum Bescherming en Veiligheid te Leeuwarden in het kader van Toezicht en begeleiding, waarvan de eerste 12 maanden ITB Harde Kern;

c. dat veroordeelde zich op welke wijze dan ook onthoudt van:

- het op digitale wijze met een seksuele intentie communiceren met kinderen;

- gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderporno-materiaal kan worden verkregen;

- gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met kinderen wordt gecommuniceerd;

terwijl het daarop uitgeoefende toezicht door de jeugdreclassering Regiecentrum Bescherming en Veiligheid mede kan bestaan uit controle van zijn computer(s) en andere apparatuur/gegevensdragers waarop afbeeldingen (kunnen) worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd.

Draagt voornoemde instelling op toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Een jeugddetentie voor de duur van 17 dagen.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen:

- 1.00 STK Computer, Kl: zwart, desktop, G789281;

- 1.00 STK Computer, Kl: zwart, ICIDU 16gb, G789288;

- 1.00 STK Mobiele telefoon, Kl: zwart, SONY Xperia, G789303;

- 1.00 STK Harddisk, WESTERN DIGITAL, G808038.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.217,28 (zegge: duizendtweehonderdenzeventien euro en achtentwintig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2016.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet ontvankelijk is in de vordering en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] te betalen een bedrag van € 1.217,28 (zegge: duizendtweehonderdenzeventien euro en achtentwintig eurocent). Dit bedrag bestaat uit € 217,28 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Dölle, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. J.Y.B. Jansen en mr C. Krijger, rechters, bijgestaan door mr. E. de Vries-Haitsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 februari 2017.