Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4419

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
14-11-2017
Datum publicatie
22-11-2017
Zaaknummer
5605485
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verordening (EG) nr. 861/2007 inzake de Europese procedure voor geringe vorderingen. Verzochte vergoedingen op grond van verordening 261/2004 wegens vertraging dan wel annulering vlucht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 5605485 OV VERZ 16-38

Beschikking van de kantonrechter van 14 november 2017 op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007 in de zaak van:

1. [verzoekster] pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor haar minderjarige kind [naam],

beiden wonende te [woonplaats] ,

2. [verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

verzoekende partij,

gemachtigden: mr. I.G.B. Maertzdorff & M.A.P. Duinkerke (EU-Claim B.V.)

tegen

AEGEAN AIRLINES S.A.

hierna samen te noemen: Aegean,

gevestigd te Kifissia, Griekenland,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. J.J. Croon.

1 De procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- het vorderingsformulier A van bijlage I van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de Verordening) met bijlage, van de passagiers, ingekomen ter griffie op 23 december 2016;

- de akte overlegging producties van de passagiers van 11 januari 2017 inhoudende een machtiging voor het minderjarige kind van verzoeker sub 1

- het antwoordformulier C van bijlage 1 van de Verordening van Aegean met bijlage, ingekomen ter griffie op 27 maart 2017;

- de conclusie van repliek, tevens houdende akte vermeerdering van eis, van de passagiers van 3 juli 2017;

- de conclusie van dupliek van Aegean van 13 juli 2017;

2 De vaststaande feiten

2.1.

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.2.

Tussen Aegean en G.S. Charter Aviation Services Limited (hierna: G.S. Charter) gevestigd in Cyprus bestond een charterovereenkomst, eruit bestaande dat Aegean aan G.S. Charter - tegen betaling van een chartersom - een overeengekomen bepaalde capaciteit aan vliegtuigstoelen ter beschikking stelde die G.S. Charter vervolgens weer doorverkocht aan derden, waaronder aan reisorganisator Hellas Travel B.V. (hierna: Hellas ) gevestigd te Geleen.

2.3.

De passagiers hebben in 2015 voor een totaalbedrag van € 714,00 een boeking gedaan bij Hellas voor een vlucht naar Griekenland. Deze boeking is door geregistreerd onder ordernummer 1208 en reserveringsnummer 705. In een aan de passagiers bij e-mail verzonden bevestiging staat naast de persoonlijke gegevens van de passagiers het volgende vermeld:

"Vertrekdatum 17-07-2015

Aantal nachten 14

Reisgezelschap 3 personen (…)

3x heenvlucht € 116,00 € 348,00

3x servicepakket € 35,00 € 105,00

3x terugvlucht € 146,00 € 438,00

3x servicepakket € 35,00 € 105,00

Totaal € 714,00 "

2.4.

De passagiers hebben E-Tickets van Aegean ontvangen voor de vluchten op 17 en 31 juli 2015 met vluchtnummers A3 4443 en A3 4442. Op deze E-Tickets staat Hellas als charterer vermeld.

2.5.

Op 13 juli 2015 heeft Hellas haar klanten - waaronder de passagiers - een brief gezonden waarin zij heeft medegedeeld dat (onder meer) bovengenoemde vluchten geannuleerd werden. In deze brief staat onder meer het volgende vermeld:

"Helaas moeten wij u mededelen, dat wij genoodzaakt zijn geworden om alle vluchten van en naar Corfu/Griekenland te annuleren. De redenen hiervoor zijn gelegen in stilstand in boekingen en annuleringen ten gevolge van de onduidelijkheden en onzekerheden over de status van Griekenland in de laatste maanden. Het plotselinge akkoord met Griekenland van heden is in ieder geval te laat en verwachten wij geen verbeteringen in de boekingen. Afgelopen dagen hebben wij in samenspraak met onze advocaat intensief overleg gevoerd met de feitelijke vervoerder - Aegean Airlines- om tot een aanvaardbare oplossing te komen en behoeve van onze passagiers/cliënten. Helaas heeft het overleg geen positief resultaat opgeleverd, waardoor wij dus genoodzaakt zijn geworden om de vluchten te annuleren. Wij betreuren dit ten zeerste. (…)". In een e-mail van 14 juli 2017 van de gemachtigde van Hellas aan de passagiers is bovenstaande bevestigd en is verder onder meer het volgende medegedeeld: "De aanhoudende negatieve berichten over Griekenland hebben echter geleid tot een drastische daling van de gemaakte boekingen en annuleringen van de bestaande boekingen waardoor de geprognosticeerde bezettingsgraden voor de vluchten helaas niet gehaald werden. Het gevolg hiervan is dat de verliezen die gemaakt werden met de initiële (aanloop) vluchten niet gecompenseerd konden worden. Cliënte was niet meer instaat om de overeengekomen vaste (vlucht) prijs aan Aegean Airlines te voldoen. Afgelopen dagen is er intensief overleg gevoerd tussen de vervoerder - Aegean Airlines - en cliënte om een passende oplossing te vinden voor de ontstane problemen. Helaas heeft het overleg niet tot het gewenste resultaat geleid. Aegean Airlines wenste en wenst betaling van de overeengekomen vaste (vlucht) prijs. Door tegenvallende boekingen is cliënte niet in staat om de overeengekomen vaste (vlucht) prijs aan Aegean Airlines te betalen. Als gevolg van het vorenstaande heeft Aegean Airlines besloten om de vluchten vanaf

17 juli aanstaande niet meer uit te voeren. Aegean Airlines zal 17 juli aanstaande wel de passagiers die zich in Corfu bevinden repatriëren maar geen passagiers meer meenemen vanuit Nederland. Cliënte heeft ons kantoor opdracht gegeven om de mogelijkheden te onderzoeken om de door haar betaalde deposito voor de vluchten van de vervoerder terug te krijgen zodat de passagiers die een ticket hebben geboekt hun geld terug kunnen ontvangen. Wij verwachten op korte termijn geen snelle resultaten en vragen daarom uw geduld hiervoor.(…)".

2.6.

De passagiers hebben twee dagen later zelf een vervangende vlucht geboekt.

2.7.

Vanaf 28 juli 2015 hebben de gemachtigden van de passagiers Aegean aangeschreven tot betaling van compensatie op grond van "de Verordening (EG) nr. 261/2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten" (hierna: Verordening 261/2004). Aegean heeft de ontvangst van de correspondentie op

8 november 2016 bevestigd, maar hieraan verder geen inhoudelijk gevolg gegeven.

2.8.

Op 3 augustus 2016 is Hellas in staat van faillissement verklaard.

3 De vordering en het verweer

3.1.

De passagiers vorderen - na vermeerdering van eis - betaling van een bedrag aan hoofdsom van € 1.512,00 te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 17 juli 2015 tot aan de dag van volledige betaling, buitengerechtelijke incassokosten van € 363,00 en een vergoeding van proceskosten, nakosten daarbij inbegrepen. De passagiers leggen - samengevat - aan hun vordering ten grondslag dat Aegean wegens annulering van hun vlucht op grond van de Verordening 261/2004 en jurisprudentie van onder meer het Europese Hof van Justitie aan hun een financiële compensatie (van € 400,00 per persoon) als bedoeld in artikel 5 lid 1 onder c jo artikel 7 van Verordening 261/2004 verschuldigd is. Daarnaast vorderen zij een vergoeding van de tickets (ad € 312,00), primair op grond van Verordening 261/2004 en subsidiair op het verdrag van Montreál dat - zoals zij stellen - eveneens van toepassing is op al het internationale luchtvervoer en op grond waarvan een vervoerder aansprakelijk is voor de schade die voortvloeit uit de vertraging in het luchtvervoer van passagiers, bagage of goederen. De passagiers benadrukken dat Verordening 261/2004 gericht is op waarborging van een hoog beschermingsniveau van luchtvaartpassagiers en verwijzen daarbij ook naar het doel en de werkingssfeer van deze verordening en Europese jurisprudentie omtrent de geldigheid en toepasbaarheid van de verordening. De passagiers stellen verder dat uit deze jurisprudentie en het gelijkheidsbeginsel volgt dat passagiers van vertraagde vluchten vergelijkbaar ongemak ondervinden als passagiers van geannuleerde vluchten. Omdat Aegean ondanks aanmaning niet tot betaling is overgegaan, stellen de passagiers dat Aegean naast de door hen gevorderde hoofdsom ook de wettelijke rente over de hoofdsom verschuldigd is alsmede door hen gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.

3.2.

Aegean concludeert - samengevat - tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de passagiers tot betaling van de proceskosten inclusief nakosten. Met een verwijzing naar artikel 3 lid 6 van Verordening 261/2004 betwist Aegean primair de toepasselijkheid van deze verordening in deze zaak indien sprake is van een pakketreis, wat volgens Aegean niet duidelijk is in deze zaak. Naar stelling van Aegean is het financieel onvermogen van Hellas de reden geweest om de vlucht van de passagiers te annuleren en staat zij hier buiten. Aegean wijst er daarbij op dat Hellas geen contractuele wederpartij van haar is en het ook niet Aegean is geweest die de vlucht heeft geannuleerd, maar Hellas.

Volgens Aegean valt zij slechts aan te merken als de uitvoerende luchtvaarmaatschappij, is Hellas geen door haar “erkende agent” en zijn de passagiers daarmee niet in het bezit van een bevestigde boeking (of ticket) in de zin van artikel 3 lid 2 van de Veordening. Er is verder ook geen bewijs dat de boeking door Aegean is aanvaard en geregistreerd als bedoeld in artikel 2 sub g van de Verordening. Subsidiair voert Aegean aan dat zij niet aansprakelijk is voor restitutie van hetgeen de passagiers voor hun vluchten aan Hellas hebben betaald en stelt zij dat de passagiers zich daarvoor op grond van artikel 5 lid 1 jo 8 lid 1 sub a en lid 2 van de Verordening 261/2004, richtlijn 90/143 EEG en de implementatie daarvan in artikel 7:504 lid 3 BW alsmede op grond van het systeem van de Nederlandse wet tot hun contractuele wederpartij, Hellas, moeten wenden bij wie - naar stelling van Aegean - de tekortkoming ligt. Aegean betwist dat deze tekortkoming aan haar zou kunnen worden toegerekend. Met ook een verwijzing naar het doel en de achtergrond van de Verordening 261/2004 concludeert Aegean dat nu zij de vlucht niet heeft geannuleerd, hoe dan ook geen recht op compensatie jegens haar bestaat. Aegean betwist ten slotte de door de passagiers gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd te zijn.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

bevoegdheid

4.1.

De Europese procedure voor geringe vorderingen is - zakelijk weergegeven - in grensoverschrijdende gevallen van toepassing in burgerlijke en handelszaken, indien de waarde van een vordering - alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend - op het tijdstip dat het vorderingsformulier ter griffie van de rechtbank wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan € 2.000,-, zijnde de geldende financiële grens ten tijde van de datum van indiening van de vordering en behoudens de in artikel 2 van de Verordening genoemde uitzonderingen.

De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Verordening valt. Nu verder vast staat dat Eelde de plaats van vertrek en aankomst voor de passagiers was, is de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen ook de relatief bevoegde rechter en derhalve bevoegd om van de vordering kennis te nemen.

ontvankelijkheid

4.2.

Nu tussen partijen niet in geschil is dat de passagiers de benodigde rechterlijke machtiging ex artikel 1:253k jo 1:349 BW voor de minderjarige verzoeker hebben overgelegd, zijn de passagiers ontvankelijk in hun verzoek.

het geschil

4.3.

Kern van het geschil is de vraag of de passagiers wegens annulering van hun vlucht op 17 juli 2015 aanspraak bij Aegean kunnen maken op een vergoeding wegens financiële compensatie op grond van de artikelen 5 jo 7 van de Verordening 261/2004. De kantonrechter overweegt daartoe het volgende.

4.4.

De kantonrechter stelt voorop dat de verordening autonoom moet worden uitgelegd. De bedoeling van de verordening is om een hoge en effectieve mate van bescherming van de rechten van passagiers te realiseren. In dat kader is geabstraheerd van contractuele verhoudingen: passagiers die in het bezit zijn van een bevestigde boeking voor een vlucht kunnen ingeval die vlucht wordt geannuleerd de luchtvaartmaatschappij die deze zou uitvoeren aanspreken, ongeacht of zij daarmee rechtstreeks een overeenkomst zijn aangegaan. De luchtvaarmaatschappij kan in voorkomende gevallen vervolgens verhaal zoeken bij de reisorganisatie.

Uit productie 1 bij het vorderingsformulier blijkt dat Aegean de passagiers E-tickets heeft verstrekt waarop het tijdstip van vertrek en het betreffende vluchtnummer is vermeld. Het betoog van Aegean dat zij niet in het bezit zijn van een door haar of een door haar erkende touroperator aanvaarde en geregistreerde boeking als bedoeld in artikel 2 (g) van de verordening, wordt dan ook verworpen.

4.5.

Met een verwijzing naar de in r.o. 2.3. geciteerde bevestiging van de boeking van de passagiers acht de kantonrechter verder voldoende duidelijk geworden dat er in dit geval

geen sprake is geweest van een door de passagiers bij Hellas geboekte pakketreis, maar zij slechts tickets bij Hellas hebben gekocht. Het primaire verweer van Aegean inhoudende dat de verordening op grond van het bepaalde in artikel 3 lid 6 van Verordening 261/2004 niet van toepassing kan reeds om die reden niet slagen.

4.6.

Ook het subsidiaire verweer van Aegean, dat geen sprake zou zijn van een annulering als bedoeld in artikel 5 van Verordening 261/2004 slaagt naar het oordeel van de kantonrechter niet en zij overweegt daartoe het volgende. Vast staat dat de vlucht op 17 juli 2015 in het geheel niet door Aegean is uitgevoerd. Uit de in rov. 2.5. aangehaalde brieven van Hellas aan de passagiers volgt naar het oordeel van de kantonrechter genoegzaam dat het initiatief om deze te annuleren van Aegean uit is gegaan. Uit deze correspondentie is af te leiden dat de vlucht van de passagiers niet is doorgegaan omdat Aegean slechts bereid was deze uit te voeren indien Hellas voordien de vaste vluchtprijs aan haar zou voldoen. Aegean heeft niet (gemotiveerd) betwist dat zij die voorwaarde aan Hellas heeft gesteld. Integendeel: de stelling van Aegean dat wanneer de passagiers bij haar hadden geverifieerd of Aegean tot annulering was overgegaan, de vlucht vermoedelijk doorgang had kunnen vinden doordat zij dan alsnog bij haar hadden kunnen boeken, ziet de kantonrechter veeleer als een bevestiging dat Aegean dat wél heeft gedaan. De kantonrechter overweegt dat de luchtvaartmaatschappij het in de hand heeft onder welke (betalings)condities zij boekingen voor een vlucht aanvaardt en bevestigt. Om die redenen kunnen de betalingsmoeilijkheden van Hellas - indien Aegean dat bedoelt te zeggen - ook niet worden gezien als een buitengewone omstandigheid die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen door Aegean niet voorkomen kon worden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Verordening 261/2004.

Compensatie

4.7.

Nu in artikel 5 lid 1 sub c van Verordening 261/2004 is bepaald dat passagiers in geval van annulering van een vlucht, recht hebben op de in artikel 7 van de verordening neergelegde recht op compensatie en gesteld noch gebleken is dat sprake is van een van de in dit artikel benoemde uitzonderingen daarop, concludeert de kantonrechter in het licht van het voorgaande dat het recht op compensatie voor de passagiers voortvloeit uit de verordening en Aegean om die reden gehouden is tot betaling daarvan. De kantonrechter acht de door de passagiers gevorderde compensatie ad € 1.200,00 op grond van artikel 5 lid 1 sub c jo artikel 7 lid 1 sub b van Verordening 261/2004 wegens annulering van de vlucht dan ook toewijsbaar. Aangezien het hier een (forfaitaire) schadevergoeding betreft die rechtstreeks voortvloeit uit de verordening ingeval de luchtvaartmaatschappij de vlucht op de afgesproken datum niet uitvoert, zal met toepassing van artikel 6:83 sub b BW wettelijke rente worden toegewezen vanaf 17 juli 2015.

Terugbetaling ticket

4.8.

De passagiers vorderen naast voornoemde compensatie eveneens een vergoeding van de door hen betaalde tickets van € 104,00 per persoon. Uit artikel 5 jo artikel 8 lid 1 sub a van Verordening 261/2004 volgt dat passagiers bij annulering van een vlucht eveneens recht hebben op deze terugbetaling van hun tickets (lid 1 sub a). Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een van de in deze artikelen genoemde uitzonderingen daarop. Nu het recht op terugbetaling van hun tickets voortvloeit uit de verordening, is Aegean om die reden gehouden tot betaling daarvan. De kantonrechter acht dit door de passagiers gevorderde totaalbedrag € 312,00 wegens annulering van de vlucht dan ook toewijsbaar. Aangezien het hier ook een schadevergoeding betreft die rechtstreeks voortvloeit uit de verordening ingeval de luchtvaartmaatschappij de vlucht op de afgesproken datum niet uitvoert en in artikel 8 lid 1 sub a van Verordening 261/2004 is bepaald dat deze binnen 7 dagen dient te worden voldaan, zal hierover wettelijke rente worden toegewezen vanaf 25 juli 2015.

Buitengerechtelijke kosten

4.9.

Deze kosten zullen worden afgewezen. De passagiers hebben onvoldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat meer werkzaamheden zijn verricht dan die waarvoor de proceskostenveroordeling vergoeding pleegt te bieden. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat in deze zaak van begin af aan duidelijk was dat en waarom de vlucht van de passagiers werd geannuleerd, zodat zonder nadere toelichting - die de passagiers niet geven - niet valt in te zien dat en welke werkzaamheden Lennoc in de zaak heeft moeten verrichten.

Proceskosten

4.10.

Aegean zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij tot betaling van de proceskosten worden veroordeeld. Het salaris van de gemachtigde van de passagiers zal daarbij conform de regels van het nationale procesrecht worden begroot op 2 punten van het liquidatietarief kanton. Bij de begroting daarvan zal uit worden gegaan van het toe te wijzen bedrag. De nakosten zullen worden toegewezen zoals in de beslissing te bepalen.

Bewijs van waarmerking

4.11.

De passagiers hebben verzocht om een bewijs van waarmerking. De kantonrechter zal dat bewijs verstrekken.

5 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Aegean tot betaling aan de passagiers van een bedrag van:

- € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2015 tot aan de dag van volledige betaling;

- € 312,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2015 tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt Aegean tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van de passagiers begroot op € 223,00 aan griffierecht en € 300,00 aan salaris gemachtigde en

€ 75,00 aan nakosten;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2017.

typ/conc: 368/ie

coll: