Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4349

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-09-2017
Datum publicatie
15-11-2017
Zaaknummer
18/730110-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een 13-jarig meisje in zijn woning waarbij geweld is gebruikt. Gevangenisstraf 30 maanden. Rechtbank neemt de conclusie tot verminderd toerekeningsvatbaar van de deskundige niet over, omdat de onderbouwing onvoldoende de conclusie daartoe draagt. First offender.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 242, geldigheid: 2002-04-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730110-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 september 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd te PI Leeuwarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 september 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.M Bakx, advocaat te Heerenveen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Klooster.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 maart 2017 te Joure, (althans) in de gemeente De Fryske Marren, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, een persoon, genaamd, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2003) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], immers heeft hij verdachte haar vagina betast en/of zijn penis tegen haar vagina gebracht en/of (vervolgens) haar vaginaal gepenetreerd met zijn penis en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte haar mee naar boven heeft getrokken en/of haar aan de haren heeft getrokken en/of haar op een bed heeft geduwd en/of haar boven- en/of onderkleding naar beneden heeft getrokken en/of (vervolgens) (gedeeltelijk) naakt op haar is gaan liggen en/of heeft hij als beduidend ouder persoon (deze) handelingen (onverhoeds) verricht zonder dat zij dit kon of durfde te verhinderen en/of verzet durfde te bieden;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 maart 2017 te Joure, (althans) in de gemeente De Fryske Marren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, een persoon, genaamd, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2003) te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten: het haar vaginaal willen penetreren met zijn penis, met voormeld oogmerk, die [slachtoffer] mee naar boven heeft getrokken en/of haar aan de haren heeft getrokken en/of haar op een bed heeft geduwd en/of haar boven- en/of onderkleding naar beneden heeft getrokken en/of (vervolgens) (gedeeltelijk) naakt op haar is gaan liggen en/of haar vagina heeft betast en/of zijn penis tegen haar vagina heeft gebracht en/of heeft hij als beduidend ouder persoon (deze) handelingen (onverhoeds) verricht zonder dat zij dit kon of durfde te verhinderen en/of verzet durfde te bieden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 maart 2017 te Joure,(althans) in de gemeente De Fryske Marren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2003, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen te plegen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], met voormeld oogmerk, (gedeeltelijk) naakt op haar is gaan liggen en/of haar vagina heeft betast en/of zijn penis tegen haar vagina heeft gebracht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 maart 2017 te Joure, (althans) in de gemeente De Fryske Marren, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2003, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers is hij (gedeeltelijk) naakt op haar gaan liggen en/of heeft hij haar vagina betast en/of heeft hij zijn penis tegen haar vagina gebracht.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het primair ten laste gelegde gevorderd op basis van de verklaringen van [slachtoffer], getuige [getuige 1] en de uitkomsten van het forensisch DNA-onderzoek.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat op basis van het forensisch onderzoek en de verklaring van [slachtoffer] niet kan worden vastgesteld dat er sprake is geweest van seksueel binnendringen. Daarnaast was er geen sprake van dwang. Het meer meer subsidiair ten laste gelegde kan wel wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Op zaterdag 18 maart 2017 kwam omstreeks 23.25 uur een melding bij de meldkamer van de politie binnen van getuige [getuige 1] dat er een meisje van 16 jaar in de woning van verdachte zou zijn. Hierop is de politie naar de woning van verdachte gegaan. De politie heeft hier, nadat zij door verdachte de woning waren binnengelaten, [slachtoffer] in een kamer op de bovenverdieping aangetroffen.

[slachtoffer] heeft in een kindvriendelijk studioverhoor verklaard over de avond van 18 maart 2017. Hier heeft zij verklaard dat verdachte seksuele handelingen met haar heeft gepleegd en dat zij dit niet wilde. Verdachte ontkent de seksuele handelingen te hebben gepleegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer]. Te meer omdat haar verklaring wordt ondersteund door de uitslagen van forensisch onderzoek. Uit dit onderzoek komt naar voren dat aan de broek en de onderbroek van [slachtoffer], die zij de bewuste avond droeg, sperma van verdachte is aangetroffen. Daarnaast is een autosomaal DNA-mengprofiel, met daarin DNA-kenmerken van minimaal twee personen, verkregen uit de bemonstering van de penis van verdachte. Volgens de bevindingen van het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is de hypothese dat het mengprofiel het DNA van verdachte en [slachtoffer] bevat ongeveer 9 miljoen keer waarschijnlijker dan de hypothese dat het van verdachte en een onbekend gebleven persoon is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen verdachte en [slachtoffer].

Met betrekking tot het seksueel binnendringen overweegt de rechtbank als volgt. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte met zijn plasser, waarmee zij de penis van verdachte bedoelt, tegen haar plasser is geweest terwijl hij op haar lag. Ze verklaart hierover dat het niet fijn was; dat het zeer deed. Weliswaar kan naar aanleiding van de verklaring van [slachtoffer] niet zonder meer worden vastgesteld dat verdachte met zijn penis in de schede van [slachtoffer] is binnengedrongen, toch is er naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] door verdachte. Daarbij heeft de rechtbank acht geslagen op het volgende.

Bij het onderzoek naar de bemonsteringen van de binnenste schaamlippen van [slachtoffer], is een aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van spermavloeistof. Hoewel deze spermavloeistof niet kon worden onderzocht op DNA-sporen, gaat de rechtbank er vanuit dat de spermavloeistof afkomstig is van verdachte, gelet op de verklaring van [slachtoffer], destijds 13 jaar, met het ontwikkelingsniveau van een meisje van negen, dat zij zichzelf te jong vindt voor seks en de verklaring van haar moeder dat [slachtoffer] nog nooit seks had gehad. Mede gelet op de verklaring van [slachtoffer] dat het zeer deed dat verdachte zijn plasser tegen haar plasser hield, gaat de rechtbank er van uit dat verdachte tussen de schaamlippen van [slachtoffer] moet zijn geweest. Hiermee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat sprake is geweest van seksueel binnendringen (vaginale penetratie met de penis). Bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2010:BK6910) leert immers dat niet enkel sprake is van binnendringen wanneer de verdachte in de schede is geweest, maar ook wanneer hij tussen de schaamlippen van het slachtoffer is geweest.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van dwang. Verdachte, destijds 37 jaar oud, heeft [slachtoffer] van 13 jaar oud mee laten nemen naar zijn huis. Verdachte en [slachtoffer] kenden elkaar niet. Om haar de seksuele handelingen te laten ondergaan, heeft hij haar aan haar haren getrokken, mee naar boven genomen en telkens haar broek naar beneden getrokken, terwijl zij dit niet wilde. Gelet op dit geweld en deze feitelijkheden, is de rechtbank van oordeel dat er wel degelijk sprake is geweest van dwang waardoor verdachte de seksuele handelingen kon verrichten.

De rechtbank is gelet op het hiervoor overwogene en op grond van de hieronder gebezigde bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 21 maart 2017, opgenomen op pagina 87 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017070381 d.d. 6 mei 2017, inhoudende als verklaring van [getuige 2]:

V: Namens wie doe je aangifte?

A: Mijn dochter [slachtoffer].
V: Waar en wanneer is [slachtoffer] geboren?

A: In Sneek op [geboortedatum] 2003.

(…)

V: In hoeverre heeft zij seks gehad?

A: Niet.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal uitwerking studioverhoor d.d. 19 april 2017, opgenomen op pagina 101-242, van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer]:

Verbalisant: Heb je wel eens seks gehad?

[slachtoffer]: Daar ben ik nog wat te jong voor.

(…)
Verbalisant: Ja. En Uhm…Door de 36-jarige in die woning dus. En uh waren daar nog anderen bij?

[slachtoffer]: (schudt nee)

Verbalisant: Nee, en waar was het in de woning? Was dat boven? Wat hadden we van de woonkamer. Je had iets….

[slachtoffer]: Boven

(…)

Verbalisant: is de kleding ook uit geweest?

[slachtoffer]: een beetje.

Verbalisant: En wat ging een beetje uit? Welke kleding

[slachtoffer]: Het onderste gedeelte.
Verbalisant: En het onderste gedeelte hè, hoe kwam dat? Dat dat een beetje uit ging?

[slachtoffer]:…Gedwongen.
Verbalisant: Waardoor was je gedwongen om dat uit te doen? Een beetje uit te doen.

[slachtoffer]: Door die jongen
: Hij deed van alles.

(…)

[slachtoffer]: Omdat die steeds mijn broek naar beneden trok.

Verbalisant: Omdat die steeds je broek, en waar deed die dat? In de kamer of boven?

[slachtoffer]: In de kamer steeds.

Verbalisant: En tot hoe ver ging die door?

[slachtoffer]: Heel ver, ik vond het niet leuk.

(…)

Verbalisant:Welke plekjes [slachtoffer] heeft hij jou aangeraakt?

[slachtoffer]: Onderste gedeelte.

Verbalisant: Of met je plasser?

[slachtoffer]: Ja

(…)

Verbalisant: En waarmee raakt hij jouw plasser aan?

[slachtoffer]: Heel veel, handen…

(…)

Verbalisant: Kun je opschrijven waarmee hij jou heeft aangeraakt.

[slachtoffer]: Ook met zijn onderste gedeelte.

(…)

Verbalisant: Wat kan een jongen met dat gedeelte waarmee hij hou heeft aangeraakt?

[slachtoffer]: zwanger maken.

(…)

Verbalisant: Oké, de plasser van een jongen, oké, daarmee heeft hij jou aangeraakt. En wat heeft hij aangeraakt van jou?

[slachtoffer]: Op mijn, je weet wel.

(…)

Verbalisant: maar met je je-weet-wel, wat kon je daar nou mee?

[slachtoffer]: plassen.

(…)

Verbalisant: Hij heeft met zijn plasser, jouw plasser aangeraakt.

[slachtoffer]: Ja

(…)

Verbalisant: Hij trok hem steeds uit, en hoe zat het dan met je onderbroek?

[slachtoffer]: Die trok hij ook steeds uit, terwijl ik het niet wou.

(…)

Verbalisant: En hij trok je mee naar zijn kamer?

[slachtoffer]: Ja. Steeds met zijn hand, ik wilde steeds weg, maar lukte niet. Of hij trok aan mijn haren.

Verbalisant: Aan je haren?

[slachtoffer]: Ja.

Verbalisant:

Hmmm. En toen hij je meetrok hè, hij trok je naar zijn slaapkamer hè, en toen hij met zijn plasser tegen jouw, jouw plasser aanraakte. Waar was dat? Was dat op bed? (…)
[slachtoffer]: Op bed. Op mijn rug. Op het bed gaan liggen. Hij duwde mij.

Verbalisant: Hij duwde jou op bed.

[slachtoffer]: Ja.

(…)

Verbalisant:

En hoe ging dat? Dat hij je mee nam naar boven? Hoe? Hoe?

[slachtoffer]: Omdat die mij mee trok.

Verbalisant: en wat hij gedaan heeft bij jou hè, met de plasser tegen jouw plasser, hoe voelde dat?

[slachtoffer]: Niet fijn. Deed zeer

Verbalisant: Deed zeer, zeg jij. En wat deed dan zeer?

[slachtoffer]: Wat die deed

[slachtoffer]: Toen ging hij steeds mijn broek uittrekken.. Toen…En steeds boven mij liggen, en dat vond ik niet bepaald leuk.

Verbalisant: Wanneer was de plasser dan tegen jouw plasser aan? Toen hij naast jou lag of toen hij op jou lag?

[slachtoffer]: Op.

Verbalisant: en hoe hield dat op?

[slachtoffer]: Toen de politie aan de deur stond.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 4 september 2017, afgelegd bij de rechter-commissaris van het kabinet rechter-commissaris van de rechtbank Noord Nederland, inhoudende als verklaring van [getuige 1]:

Op 18 maart 2017 was ik in Joure met [verdachte]. We kwamen een meisje tegen. [verdachte] zei toen: ik ga even boodschappen doen, hier heb je mijn huissleutels, neem haar maar mee naar mijn huis. Hij gaf mij de sleutels en zei mij het meisje mee te nemen naar zijn huis. Ik heb haar meegenomen naar de woning van [verdachte]. Toen ik wegging bleven [verdachte] en het meisje achter in de woonkamer. Ik heb haar gevraagd naar haar leeftijd. Zij zei: ik ben 15 jaar. Ik had aangegeven dat zij een minderjarig kind is en dat zij weg moest, maar [verdachte] zei: dit meisje gaat hoe dan ook niet weg.

4. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2017.03.20.116 d.d. 29 maart 2017 opgemaakt door dr. A.G.M. van Gorp, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, pagina 294 en verder van voornoemd dossier, voor zover inhoudende als zijn/haar verklaring:

Onderzoek naar biologische sporen

De broek is met een forensisch lichtbron en een indicatieve test onderzocht op de aanwezigheid van sperma(vloeistof). Naar aanleiding van deze resultaten van deze onderzoeken is besloten de door de Politie Eenheid Noord-Nederland aangegeven locatie in het kruis van de broek te bemonsteren voor een nader onderzoek naar de aanwezigheid van sperma(vloeistof) en een DNA-onderzoek.

De onderbroek is met een forensische lichtbron en een indicatie test onderzocht op de aanwezigheid van sperma(vloeistof). Naar aanleiding van deze resultaten van deze onderzoeken is één locatie aan de buitenkant van de achterzijde van de onderbroek microscopisch onderzocht op de aanwezigheid van spermacellen. Hierbij zijn microscopisch spermacellen waargenomen. Het spermaspoor is bemonsterd voor een DNA-onderzoek.

De twee bemonsteringen van de binnenste schaamlippen uit deze onderzoeksset zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloed en sperma(vloeistof). Hierbij is in beide bemonsteringen geen bloed aangetroffen. In beide bemonsteringen is een aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van spermavloeistof maar zijn microscopisch geen spermacellen waargenomen.

Resultaten, interpretatie en conclusie.

Van de referentiemonsters wangslijmvlies RABN6619NL van de verdachte [verdachte] en RABN6918NL van het slachtoffer [slachtoffer] zijn DNA-profielen verkregen. Deze DNA-profielen zijn betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek.

Op grond van de resultaten van het onderzoek naar biologische sporen en vergelijkend DNA-onderzoek wordt geconcludeerd dat de bemonstering AAKC8520NL#01, broek, sperma bevat dat afkomstig kan zijn van de verdachte [verdachte]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het DNA-profiel van het sperma in de bemonsteringen AAKC8520NL#01 is kleiner dan één op één miljard.

Op grond van de resultaten van het onderzoek naar biologische sporen en vergelijkend DNA-onderzoek wordt geconcludeerd dat de bemonstering AAKC8521NL #01, onderbroek, sperma bevat dat afkomstig kan zijn van de verdachte [verdachte]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het DNA-profiel van het sperma in de bemonsteringen AAKC8521NL #01 is kleiner dan één op één miljard.

5. Een aanvullend deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2017.03.20.116 d.d. 30 augustus 2017 opgemaakt door dr. A.G.M. van Gorp, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudende als zijn/haar verklaring:

Aanvullend DNA-onderzoek

De bemonsteringen ZAAC7941NL#03, #04 en #06 van de penis uit onderzoeksset zedendelicten van de verdachte [verdachte] zijn onderworpen aan een aanvullend autosomaal DNA-onderzoek.

Resultaten, interpretatie en conclusie

De DNA-profielen van de verdachte [verdachte] RABN6619NL en het slachtoffer [slachtoffer] RABN6918NL zijn betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek.

Van het DNA in de bemonstering ZAAC7941NL#04 is een autosomaal DNA-mengprofiel verkregen met daarin DNA-kernmerken van minimaal twee personen. Het DNA-profiel van de verdachte [verdachte] RABN6619NL matcht met dit DNA-mengprofiel.

Bewijskracht van het resultaat van het vergelijkend DNA-onderzoek

Hypothese 1: De bemonstering ZAAC7941NL#04 bevat DNA van verdachte [verdachte] en slachtoffer [slachtoffer]

Hypothese 2: De bemonstering ZAAC7941NL#04 bevat DNA van verdachte [verdachte] en één willekeurig onbekende persoon

Conclusie: De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn ongeveer 9 miljoen keer waarschijnlijker als hypothese 1 waar is, dan als hypothese 2 waar is.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 18 maart 2017 te Joure, in de gemeente De Fryske Marren, door geweld en een andere feitelijkheid, een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2003) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], immers heeft hij verdachte haar vagina betast en zijn penis tegen haar vagina gebracht en (vervolgens) haar vaginaal gepenetreerd met zijn penis

en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte haar mee naar boven heeft getrokken en haar aan de haren heeft getrokken en haar op een bed heeft geduwd en haar onderkleding naar beneden heeft getrokken en (vervolgens) gedeeltelijk naakt op haar is gaan liggen en heeft hij als beduidend ouder persoon deze handelingen (onverhoeds) verricht zonder dat zij dit kon verhinderen.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Primair: verkrachting

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met het advies van de psycholoog en bij een bewezenverklaring een straf op te leggen waarvan de duur ten hoogste gelijk is aan de duur van het voorarrest van verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een 13-jarig meisje, [slachtoffer]. [slachtoffer] was die avond met ruzie van huis weggelopen waardoor ze overstuur op straat liep in de regen. Verdachte trof haar zo aan en heeft haar naar zijn huis laten brengen. Bij verdachte thuis heeft hij haar verkracht. Verdachte heeft hiermee een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer]. Zoals algemeen bekend mag worden verondersteld, ondervinden slachtoffers van een dergelijk misdrijf daarvan vaak ernstige en langdurige psychische gevolgen. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Verdachte heeft er bovendien geen blijk van gegeven dat hij enig inzicht heeft in de gevolgen van zijn handelen. Daarentegen heeft hij ter terechtzitting de schuld bij anderen gelegd (bij de politie en bij [getuige 1]) zonder zelf enige verantwoordelijkheid te nemen.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, in de anderhalf jaar die hij in Nederland verblijft, niet eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake strafbare feiten in Nederland.

In het rapport d.d. 29 juni 2017, opgemaakt door H. Mertens, GZ-psycholoog, staat onder meer dat verdachte een man van Eritrese afkomst is met een gemiddelde tot benedengemiddelde begaafdheid. Het beeld dringt zich op dat verdachte een man is die door zijn afkomst uit een dictatuur erg naïef is en niet voorbereid op een leven in de Nederlandse cultuur die een zekere mate van eigen initiatief en assertiviteit vereist. Er lijkt een aanpassingsprobleem. Er zijn geen aanwijzingen voor een ernstige pathologie. Somberheid en gevoelens van eenzaamheid leiden regelmatig tot overmatig drankgebruik. De psycholoog adviseert daarom om het gedrag van verdachte in verminderde mate toe te rekenen. Het alcoholmisbruik is aan verdachte niet volledig toe te rekenen omdat dit misbruik deels een relatie heeft met verdachtes verlangen naar zijn gezin en de verwerking van zijn ervaringen van de vier jaar durende zwerftocht door Afrika en Europa. Verdachte was de bewuste avond onder invloed van alcohol.

De rechtbank neemt de conclusie van de psycholoog niet over en overweegt daartoe het volgende. In het rapport wordt de verminderde toerekeningsvatbaarheid gekoppeld aan het alcoholgebruik van verdachte. Daarentegen is in het rapport ook opgenomen dat verdachte zeker wel in staat moet worden geacht te kunnen beslissen om niet te drinken. Ook zou verdachte tijdens eenzame en depressieve momenten alcohol drinken. Op de bewuste avond leek hier geen sprake van te zijn; verdachte was immers in gezelschap van onder meer zijn vriend [getuige 1]. De rechtbank is van oordeel dat de onderbouwing onvoldoende de conclusie tot verminderde toerekeningsvatbaarheid draagt. De rechtbank acht verdachte daarom volledig toerekeningsvatbaar.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) meegewogen. Voor een verkrachting wordt als strafmaat genoemd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden. Als strafvermeerderende en/of strafverminderde factoren worden onder meer genoemd: de duur, de ernst/mate van geweld, de bijzondere vernederende setting als anale penetratie, maar ook de bijzondere schadelijke gevolgen voor het slachtoffer zoals ontmaagding. In onderhavig geval is sprake geweest van een vernederende setting. Zo heeft verdachte zich onder meer met [slachtoffer] laten fotograferen, terwijl [slachtoffer] huilde en verdachte lachte. Ook heeft verdachte geweld gebruikt. De verkrachting is pas opgehouden toen de politie aan de deur stond. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat [slachtoffer] een jong, kwetsbaar meisje is dat deze verkrachting haar hele verdere leven met zich mee zal moeten dragen. [slachtoffer] was op die bewuste avond extra kwetsbaar, aangezien zij in emotionele toestand was weggelopen vanwege een ruzie thuis. Zij had het koud en was natgeregend. [slachtoffer] had ten tijde van de verkrachting nog geen seksuele ervaring. Deze factoren weegt de rechtbank als strafvermeerderend in het nadeel van verdachte mee.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest, passend en geboden is.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel gold ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.A. Wiersma, voorzitter, mr. N.A. Vlietstra en

mr. P.P.D. Mathey-Bal, rechters, bijgestaan door W. van Goor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 september 2017.

Mr. Th.A. Wiersma is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.