Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4291

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-11-2017
Datum publicatie
10-11-2017
Zaaknummer
C/17/157775 / KG ZA 17-282 en C/17/157809 KG ZA 17/286
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

productaansprakelijkheid

asbest

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5948
NJF 2018/52
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/ rolnummers: C/17/157775 / KG ZA 17-282 en C/17/157809 KG ZA 17/286

Vonnis van 10 november 2017

in kort geding in de zaak met zaak-/rolnummer 157775 KG ZA 17-282 van

1. de vennootschap onder firma

CONSTRUCTIE MONTAGE SERVICE CMS,

gevestigd te Leeuwarden,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

4. [C],

wonende te [woonplaats] ,

5. [D],

wonende te [woonplaats] ,

eisers in de hoofdzaak,

advocaat mr. N.E. Koelemaij te Assen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLLAND MINERAAL B.V.,

gevestigd te Deventer,

advocaat mr. A.P. van Oosten,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROGRIT B.V.,

gevestigd te Papendrecht,

3. de naamloze vennootschap

SIBELCO NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Maastricht,

advocaten mr. B.M. Katan en mr. T.R.B. de Greve,

eisers zullen hierna worden aangeduid als CMS c.s., eiseres 1 zal afzonderlijk worden aangeduid als CMS, gedaagden zullen afzonderlijk van elkaar worden aangeduid als Holland Mineraal, Eurogrit en Sibelco dan wel - gedaagden 2 en 3 gezamenlijk - Eurogrit c.s.,

en in de zaak met zaak- rolnummer 157809 KG ZA 17/286 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLLAND MINERAAL B.V.,

gevestigd te Deventer,

eiseres in vrijwaring en gedaagde in de voorwaardelijke reconventie in de vrijwaring,

advocaat: mr. A.P. van Oosten,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROGRIT B.V.,

gevestigd te Papendrecht,

2. de naamloze vennootschap

SIBELCO NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Maastricht,

3. de naamloze vennootschap

SCR-SIBELCO N.V.

gevestigd te Antwerpen, België,

gedaagden in vrijwaring en eisers in de voorwaardelijke reconventie in de vrijwaring,

advocaten mr. B.M. Katan en mr. T.R.B. de Greve,

eiseres in vrijwaring zal hierna worden aangeduid als Holland Mineraal, gedaagden in vrijwaring zullen hierna worden aangeduid als Eurogrit c.s. dan wel - gedaagde 1 afzonderlijk - Eurogrit.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedures blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in kort geding, tevens dagvaarding in de bodemzaak,

  • -

    diverse (nadere) producties van de zijde van CMS c.s.,

  • -

    de eiswijziging van de zijde van CMS c.s. d.d. 1 november 2017,

  • -

    de dagvaarding van Holland Mineraal in vrijwaring in kort geding van Eurogrit c.s.,

  • -

    diverse (nadere) producties van de zijde van Holland Mineraal,

  • -

    de incidentele conclusie van Eurogrit c.s. houdende exceptie van onbevoegdheid in de vrijwaringszaak tevens voorwaardelijke eis in reconventie,

  • -

    diverse (nadere) producties van de zijde van Eurogrit c.s.,

  • -

    de mondelinge behandeling d.d. 2 november 2017,

  • -

    de pleitnota van CMS c.s.,

  • -

    de pleitnota van Holland Mineraal,

  • -

    de pleitnota van Eurogrit c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eurogrit is importeur van een grondstof die "smeltslakken" (een bijproduct van kolencentrales) wordt genoemd. De grondstof wordt onder andere geïmporteerd uit Oekraïne. Eurogrit verwerkt de grondstof tot straalgrit, welk product wordt gebruikt om bijvoorbeeld vuil of oude verflagen te verwijderen van scheepsrompen of bruggen.

2.2.

Holland Mineraal is tussenleverancier van het door Eurogrit vervaardigde straalgrit en levert onder meer aan CMS.

2.3.

CMS voert een onderneming die zich bezighoudt met constructie, montage en servicewerkzaamheden op de maritieme en civieltechnische markt. Het straalgrit dat zij van Holland Mineraal geleverd krijgt, gebruikt zij voor het stralen van bijvoorbeeld schepen en pontons. Deze werkzaamheden vinden zowel plaats binnen haar bedrijfsgebouwen als in de buitenlucht op het bedrijfsterrein.

2.4.

Op 5 oktober 2017 heeft Eurogrit haar relaties geïnformeerd over de mogelijke besmetting van het door haar geleverde straalgrit met asbest. Holland Mineraal heeft in aansluiting hierop haar eigen relaties geïnformeerd. In het bericht is vermeld - voor zover hier van belang -

"(…) Wij hebben aanwijzingen dat er in ons product Eurogrit, een aluminium silicaat (smeltslak) straalmiddel, asbestvezels terecht gekomen zijn. het gaat hierbij om asbest van het type chrysotiel ook wel "witte asbest" genoemd. Wij hebben dit gemeld bij overheidsinstanties en een onafhankelijk en gecertificeerd bedrijf opdracht gegeven om nader onderzoek te doen. Dat betekent dat het product Eurogrit, een aluminium silicaat (smeltslak) straalmiddel, uit voorzorg met onmiddellijke ingang op geen enkele manier door u mag worden gebruikt, verwerkt of doorgeleverd.

Verder moet dit product dusdanig worden opgeslagen dat het niet verder kan worden verspreid.

(…)"

2.5.

Op 7 oktober 2017 heeft Eurogrit hieraan in een nadere mededeling het volgende toegevoegd:

"(…) De aanwezigheid van asbest (chrysotiel, ook wel "witte asbest" genoemd) is in analyses bevestigd. Gezien de specifieke toepassing van het straalgrit blijven wij u - uit voorzorg - het gebruik of doorleveren van het straalgrit afraden.

De tot nu toe gevonden concentratie van dit asbest is onder de 100 mg/kg droge stof zoals bedoeld in onder meer het Productenbesluit en het Arbeidsomstandigheden besluit.

Ten aanzien van het gebruikte product merken we het volgende op. Op enkele plaatsen waar het straalgrit is toegepast, hebben ook analyses door deskundigen plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat in het stof en in gebruikte grit op de meeste van die plekken geen asbestvezels (meer) te vinden zijn. Dit betekent dat er op die locaties al normale opruimacties plaats hebben gevonden, met inachtneming van de reguliere arbeidshygiëne.

Het zo spoedig mogelijk uitvoeren van een asbestanalyse door een deskundige op het stof en/of op het gebruikte straalgrit kan ook bijdragen om uw bedrijfsvoering optimaal te kunnen continueren.

Als u een asbestdeskundige hiertoe opdracht geeft of u dit reeds heeft laten doen, zijn wij bereid deze kosten te vergoeden. (…)"

2.6.

CMS heeft een asbestinventarisatieonderzoek uit laten voeren door G. de Vries van Find Asbestinventarisaties B.V. (hierna: Find). Uit het rapport van Find d.d. 10 oktober 2017 volgt dat er op het terrein van CMS inderdaad asbesthoudende toepassingen zijn aangetroffen. Het betreft hier toepassingen zowel in gebruikt grit (waarvan volgens het rapport van Find op het terrein nog circa 260 ton aanwezig is) als in ongebruikt grit. Aan de hand van de meetmethode die door Find is gebruikt om de concentratie asbest in het straalgrit te bepalen, zijn de saneringswerkzaamheden ingedeeld in de zogenaamde risicoklasse 2. Find heeft geadviseerd om de asbesthoudende materialen te laten verwijderen door een erkend saneringsbedrijf.

2.7.

CMS heeft al haar werkzaamheden gestaakt en personeelsleden en derden voorlopig de toegang tot haar bedrijfsterrein ontzegd. CMS heeft haar klanten hieromtrent bij e-mailbericht van 12 oktober 2017 geïnformeerd. CMS heeft vooralsnog geen opdracht gegeven tot sanering van de vervuilde voorraden of afvalresten straalgrit.

2.8.

CMS c.s. heeft Holland Mineraal en Eurogrit c.s. bij brieven van 13 oktober 2017 en 23 oktober 2017 aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden en te lijden schade als gevolg van de aanwezigheid van asbest in het straalgrit. Bij deze aansprakelijkstelling zijn Holland Mineraal en Eurogrit c.s. gesommeerd tot betaling van een voorschot op de uiteindelijk vast te stellen schadevergoeding, waaronder de schade als gevolg van mogelijke gezondheidsklachten van werknemers, derden en vennoten, omzetschade, boetes van opdrachtgevers alsmede het verlies van opdrachtgevers en de te verwachten saneringskosten.

2.9.

Holland Mineraal heeft op haar beurt Eurogrit c.s. aansprakelijk gesteld.

2.10.

In reactie op de aansprakelijkstelling door CMS c.s. heeft Holland Mineraal zich onder meer beroepen op aansprakelijkheidsbeperkingen en -uitsluitingen in haar algemene voorwaarden, waarin is bepaald - voor zover hier van belang -:

"Artikel 11 Aansprakelijkheid

11.1

Holland Mineraal BV is alleen aansprakelijk voor directe schade als gevolg van een tekortkoming welke Holland Mineraal BV met inachtneming van normale vakkennis en zorgvuldigheid redelijkerwijs had behoren te voorkomen.

(…)

11.4

Holland Mineraal BV is nimmer aansprakelijk voor indirecte kosten en indirecte schade, waaronder begrepen bedrijfs- en stagnatieschade, behoudens opzet en grove schuld.

(…)

11.6

Indien een bezwaar omtrent geleverde zaken en/of diensten door Holland Mineraal BV of bij rechterlijke uitspraak gegrond wordt bevonden en aansprakelijkheid van Holland Mineraal BV terzake wordt erkend of vastgesteld, zal Holland Mineraal BV te harer keuze of een vergoeding betalen van ten hoogste de faktuurwaarde terzake van het geleverde werk of de overeengekomen werkzaamheden opnieuw (doen) verrichten. Tot verdere schadevergoeding is Holland Mineraal BV nimmer verplicht.

(…)"

2.11.

Intussen zijn de onderzoeken naar het asbesthoudend straalgrit dat door Eurogrit op de markt is gebracht en de hiervoor gebruikte grondstoffen voortgezet. Op basis van de onderzochte materiaalmonsters, die zijn genomen op diverse locaties waar met het straalgrit is gewerkt, is gebleken dat de hoogst gemeten concentratie asbest 57 mg per kg droge stof bedraagt. In opdracht van de Inspectie SZW is voorts door onderzoeksbureau TNO onderzocht welke blootstelling van werknemers te verwachten is bij het opruimen van de voorraden of afvalresten straalgrit waarin asbest voorkomt. TNO heeft op 31 oktober 2017 rapport opgemaakt van haar bevindingen. Uit dit rapport volgt dat over het algemeen een geringe hoeveelheid asbest in het verontreinigd straalgrit is aangetroffen (ongeveer 5 mg asbest per kg droge stof tot een maximum van 10 mg/kg droge stof) en dat het verontreinigd straalgrit verantwoord opgeruimd kan worden door het onder meer doornat te maken en daarna op te zuigen. De Inspectie SWZ heeft het opruimen (anders dan het bureau Find in eerste instantie heeft gedaan op basis van (een) andere meetmethode) ingedeeld in de laagste risicoklasse, de zogenaamde risicoklasse 1.

2.12.

Op 28 september 2017 heeft een van de schuldeisers van CSM het faillissement van CMS en haar vennoten aangevraagd in verband met een openstaande vordering van ruim € 30.000,00. De behandeling van deze faillissementsaanvraag is opgeschort in afwachting van de uitkomst van het onderhavige kort geding. In verband met de financiële problemen van CMS hebben de medewerkers van het bedrijf over de maanden september en oktober 2017 geen salaris ontvangen. CMS heeft sinds de stillegging van de werkzaamheden van diverse van haar klanten aansprakelijkheidstellingen ontvangen in verband met de onderhavige asbestaffaire.

3 Het geschil in de hoofdzaak in kort geding

3.1.

CMS c.s. vordert na eiswijziging - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. primair: de hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling aan CMS c.s. van € 605.000,00 - als voorschot op de uiteindelijk vast te stellen schadevergoeding (en aanspraken uit ongedaanmaking) waar CMS c.s. jegens gedaagden aanspraak op maken - vermeerderd met rente;

subsidiair: de hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling aan CMS c.s. van een door de voorzieningenrechter vast te stellen voorschot - op de uiteindelijk vast te stellen schadevergoeding (en aanspraken uit ongedaanmaking) waar CMS c.s. jegens gedaagden aanspraak op maken - te betalen ineens, dan wel in door de voorzieningenrechter te bepalen delen en termijnen tot een maximum van € 605.000,00, vermeerderd met rente;

II. de hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van (een voorschot op) de buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente;

III. alsmede/althans zodanige voorzieningen te geven als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeend te behoren;

met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure.

3.2.

Holland Mineraal en Eurogrit c.s. hebben afzonderlijk van elkaar verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in de vrijwaringszaak in kort geding

4.1.

Holland Mineraal vordert samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad -

I. de hoofdelijke veroordeling van gedaagden in vrijwaring om aan Holland Mineraal al hetgeen te betalen waartoe Holland Mineraal in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld;

II. te bepalen dat, voor zover Holland Mineraal jegens CMS c.s. gehouden zou zijn zekerheid te stellen in welke vorm dan ook, deze zekerheid rechtstreeks door gedaagden in vrijwaring aan CMS c.s. moet worden gesteld;

III. althans een veroordeling uit te spreken zoals de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht;

met veroordeling van gedaagden in vrijwaring in de kosten van de hoofdzaak en het vrijwaringsgeding.

4.2.

Eurogrit c.s. voert verweer. Zij heeft voor alle andere weren aangevoerd dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, niet relatief bevoegd is om van de vorderingen van Holland Mineraal kennis te nemen. Eurogrit c.s. heeft gewezen op het forumkeuzebeding in haar algemene voorwaarden, op grond waarvan de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam bevoegd zou zijn om over de vrijwaring te oordelen.

4.3.

Voor het geval de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland zich wel bevoegd acht én hij enig onderdeel van de door CMS c.s. in de hoofzaak gevorderde toewijst, heeft Eurogrit bij wijze van reconventie in vrijwaring gevorderd dat - kort gezegd - Holland Mineraal Eurogrit schadeloos zal stellen voor al hetgeen zij aan CMS c.s. zou moeten betalen.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

Gevoegde behandeling van de vrijwaring met de hoofdzaak in kort geding

5.1.

De voorzieningenrechter heeft de oproeping in vrijwaring in de onderhavige kort gedingprocedure mogelijk geacht, zij het dat deze oproeping feitelijk eerst mogelijk is, en heeft plaatsgevonden, na de uitroeping van de (vervolgens) als hoofdzaak te beschouwen kort geding procedure, en gelet op de onderlinge samenhang de gelijktijdige behandeling van de vrijwaringszaak met de hoofdzaak in kort geding toegestaan. Daarbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat er geen praktische bezwaren zijn die in de weg staan aan de gevoegde behandeling. Bovendien heeft CMS c.s. zich niet verzet tegen gelijktijdige behandeling van de vrijwaring met het kort geding.

De exceptie van onbevoegdheid in de vrijwaringszaak in kort geding

5.2.

De voorzieningenrechter heeft ter zitting de door Eurogrit c.s. opgeworpen exceptie van onbevoegdheid in de vrijwaringszaak verworpen. Aan deze beslissing is het volgende ten grondslag gelegd. Als hoofdregel geldt dat hij die ter zake van vrijwaring is gedagvaard moet procederen voor de rechter waar de hoofdzaak aanhangig is (artikel 216 Rv). Indien de voorzieningenrechter zich onbevoegd zou verklaren - met als redenering dat een forumkeuzebeding als bedoeld in artikel 108 Rv vóór zou gaan op het bepaalde in artikel 216 Rv - bestaat de kans dat de bevoegde rechter de vrijwaring vervolgens weer naar de rechtbank Noord-Nederland zou terugverwijzen met als argument dat behandeling door één rechter gelet op de samenhang met de hoofdzaak aangewezen is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat een dergelijk "rechtbank rondje" mede gezien de spoedeisendheid van de onderhavige kwestie voorkomen dient te worden.

De beoordeling van het geschil in de hoofdzaak in kort geding

5.3.

CMS c.s. heeft aan haar vorderingen het volgende - voor zover van belang en zakelijk weergegeven - ten grondslag gelegd. Er is sprake van een toerekenbare tekortkoming van Holland Mineraal jegens CMS, nu het geleverde straalgrit niet aan de overeenkomst beantwoordde. CMS behoefte niet te verwachten dat zij straalgrit zou ontvangen dat met asbest verontreinigd zou zijn. Daarnaast stelt CMS c.s. dat alle gedaagden toerekenbaar onrechtmatig jegens CMS c.s. hebben gehandeld door asbesthoudend straalgrit in het handelsverkeer te brengen, met alle risico's van dien. Gedaagden hadden als specialisten ervoor moeten zorgdragen/zich ervan van moeten vergewissen dat hun product geen asbest bevatte. Door dit niet te doen hebben zij gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer mocht worden verwacht. CMS c.s. beroept zich voorts op handelen door gedaagden in strijd met artikel 4 van het Productenbesluit Asbest en de artikelen 4, 8 en 13 van de Warenwet. Door hun handelen hebben gedaagden inbreuk gemaakt op de rechten van CMS c.s., waaronder de eigendomsrechten van de heren [C] en [D] . CMS stelt verder dat sprake is van productaansprakelijkheid van Eurogrit en Sibelco jegens CMS c.s., en van bestuurdersaansprakelijkheid van Sibelco jegens CMS.

5.4.

CMS c.s. heeft een toelichting gegeven op de diverse schadeposten in verband waarmee zij in kort geding het voorschot vordert. CMS heeft aangegeven dat de precieze schade nog niet kan worden vastgesteld, aangezien de asbestverontreiniging zich eerst recent heeft geopenbaard en de gevolgen hiervan nog niet (volledig) zijn te overzien. CMS c.s. acht het wel aannemelijk dat de totale schade uiteindelijk in de miljoenen zal gaan lopen, nu tientallen personen met asbest in aanraking zijn gekomen met nog onbekende gezondheidsgevolgen en nu het bedrijf al geruime tijd is stilgelegd in afwachting van de noodzakelijke saneringswerkzaamheden. CMS c.s. heeft ten aanzien van de saneringskosten een (nadere) offerte van Bork Asbestsaneringen B.V. in het geding gebracht, waarin staat dat de kosten voor de saneringswerkzaamheden, uitgaande van risicoklasse 1, rond de

€ 120.000,00 inclusief BTW zullen bedragen.

5.5.

CMS c.s. heeft erkend dat haar financiële situatie nijpend is. Zij stelt dat dit met name is gekomen door de onzekerheden en de risico's rond de asbestvervuiling. Hierdoor is een door CMS gewenste en verwachte herfinanciering op het allerlaatste moment afgeketst, kan zij haar schuldeisers niet meer betalen en heeft een van haar crediteuren faillissement aangevraagd. Het water staat CMS aan de lippen en er is dan ook sprake van een financiële noodsituatie.

De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

5.6.

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk (restitutie)risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

5.7.

Dat CMS c.s. een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevraagde voorlopige voorziening is naar het oordeel van de voorzieningenrechter evident. Zij heeft dringend geld nodig omdat haar werkzaamheden stil liggen en er geen financiële middelen zijn voor de noodzakelijke saneringswerkzaamheden. Indien geen voorziening wordt getroffen is het faillissement van CMS aannemelijk.

5.8.

Daarmee komt de voorzieningenrechter vervolgens direct bij de verweren van gedaagden die verband houden met die financiële nood bij CMS c.s.. Aangevoerd is namelijk dat de problemen van CMS als gevolg van de asbestbesmetting niet gebruikt mogen worden om een bedrijf op de been te houden dat welbeschouwd al failliet is en dat er gelet op het dreigende faillissement sprake is van een restitutierisico van 100% als de vorderingen van CMS c.s. toegewezen zouden worden en achteraf in de bodemprocedure blijkt dat gedaagden het gelijk aan hun zijde hebben. De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent het volgende. Voldoende aannemelijk is dat de financiële problemen van CMS al dateren van vóór de bekendwording van de asbestbesmetting. Reeds toen was het zo dat CMS haar schuldeisers niet (volledig) betaalde en dat zij - vanaf september 2017 - het salaris van haar werknemers niet betaalde. De faillissementsaanvraag en de hieraan ten grondslag liggende vordering dateren ook van voor het moment waarop de asbestbesmetting bekend werd. Vast staat voorts dat een mogelijke herfinanciering van CMS halverwege oktober 2017 is afgeketst. De voorzieningenrechter heeft geen concrete aanknopingspunten waaruit kan worden afgeleid dat op korte termijn nieuwe relevante financiering te verwachten is. Gelet op voornoemde omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat financiële situatie bij CMS zodanig ernstig is dat een restitutierisico bij toewijzing van (een deel van) de vorderingen van CMS c.s. evident is. Dit maakt dat de voorzieningenrechter alleen dan zal komen tot een toewijzing, indien het zeer aannemelijk is dat de bodemrechter in het voordeel van CMS c.s. zal beslissen. Met inachtneming hiervan komt de voorzieningenrechter tot de volgende beoordeling.

5.9.

CMS c.s. heeft een schadevergoedingsverplichting van een omvang als door haar is gesteld niet aannemelijk gemaakt. De voorzieningenrechter wil wel aannemen dat er in de contractuele relatie tussen CMS en Holland Mineraal sprake zou kunnen zijn van wanprestatie aan de zijde van Holland Mineraal - het door haar geleverde straalgrit kan immers niet door CMS worden gebruikt voor het doel waarvoor het is aangeschaft - echter de aard en de omvang van de mogelijke schade die daar het gevolg van is, staat in het geheel niet vast. In het bijzonder kan over de gestelde gezondheidsproblemen voor werknemers en andere personen die in aanraking zijn gekomen met het verontreinigde straalgrit en de mogelijk hieruit voortvloeiende claims die bij CMS ingediend zouden kunnen worden, nog niets gezegd worden. Bovendien heeft Holland Mineraal in de onderhavige procedure een beroep gedaan op haar algemene voorwaarden en de daarin opgenomen exoneratiebedingen.

De voorzieningenrechter doelt hierbij op de bepalingen in de algemene voorwaarden van Holland Mineraal waarin zij haar aansprakelijkheid voor indirecte kosten en indirecte schade, waaronder begrepen bedrijfs- en stagnatieschade, heeft uitgesloten en op de bepalingen waarin zij haar aansprakelijkheid voor directe schade heeft beperkt tot (directe) schade die zij met inachtneming van normale vakkennis en zorgvuldigheid had behoren te voorkomen. In lijn daarmee is de aansprakelijkheid concreet beperkt tot de factuurwaarde van het geleverde product. CMS c.s. heeft weliswaar gesteld dat deze voorwaarden niet aan haar zijn verstrekt en dat deze voorwaarden onredelijk bezwarend zijn, maar zonder nader onderzoek en nadere bewijslevering, waarvoor in dit kort geding geen gelegenheid is, kan thans niet geoordeeld worden dat voornoemde exoneraties niet van toepassing zijn.

5.10.

Dat er sprake is geweest van toerekenbaar onrechtmatig handelen aan de zijde van Holland Mineraal dan wel aan de zijde van Eurogrit kan gelet op de door partijen ingenomen standpunten ook niet reeds nu worden aangenomen. Zowel Holland Mineraal als Eurogrit betwisten dat zij in de onderhavige asbestkwestie onzorgvuldig hebben gehandeld en benadrukken dat zij zelf ook slachtoffer zijn. Holland Mineraal heeft onder andere aangevoerd dat zij slechts wederverkoper is en het grit niet in het verkeer heeft gebracht, terwijl zij niet wist van de verontreiniging met asbest en zij bovendien niet bedacht hoefde te zijn op eventuele verontreiniging met asbest. Eurogrit heeft eveneens aangevoerd dat zij niet wist van de verontreiniging van de door haar gebruikte grondstof en dat zij ook niet had kunnen vermoeden dat er verontreiniging met asbest zou optreden. Eurogrit heeft in dit verband opgemerkt dat aan het productieproces van smeltslakken in het geheel geen asbest te pas komt. Volgens Eurogrit reikt de in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid niet zo ver dat ook voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden indien er geen wetenschap is, en ook geen redenen aanwezig zijn om aan te nemen, dat er enig gevaar dreigt. De voorzieningenrechter is in het licht van voornoemde verweren van oordeel dat er op dit moment, nu er tevens nog onderzoeken lopen naar de oorzaak van de verontreiniging, geen voorlopige conclusies getrokken kunnen worden voor wat betreft de aanwezigheid, aard en omvang van eventuele aansprakelijkheid van gedaagden voor de door CSM c.s. geleden schade op grond van onrechtmatige daad.

5.11.

Ook ten aanzien van de overige door CMS c.s. genoemde grondslagen voor de aansprakelijkstellingen geldt dat zij in het licht van de hiertegen door gedaagden gevoerde uitgebreide verweren onvoldoende aannemelijk zijn geworden.

5.12.

Indien de uitkomst van de bodemprocedure ongewis blijft kan een afweging van belangen een voorziening toch rechtvaardigen. De voorzieningenrechter heeft zich in dit verband de vraag gesteld of er niet hoe dan ook een voorziening getroffen zou moeten worden op grond waarvan Holland Mineraal en/of Eurogrit worden opgedragen tot het op hun kosten (laten) uitvoeren van de noodzakelijke saneringswerkzaamheden in het bedrijf en op het terrein van CMS op de wijze zoals door de Inspectie SZW is aanbevolen. De hiermee gemoeide kosten zouden volgens een door Eurogrit in het geding gebrachte kostenraming van AT Osborne d.d. 31 oktober 2017 uitkomen op ruim € 60.000,00 exclusief BTW. Een dergelijke voorziening is evenwel, ondanks dat dat ter zitting nog uitdrukkelijk is benoemd door de voorzieningenrechter, (nadrukkelijk) niet door CMS c.s. gevorderd. Bovendien is het zeer de vraag of CMS met een sanering door Holland Mineraal/Eurogrit is geholpen in die zin dat zij vervolgens verder kan met haar bedrijf. De voorzieningenrechter heeft geen concrete aanwijzingen waaruit kan worden afgeleid dat CMS na het opruimen van de nog aanwezige asbest reële vooruitzichten heeft om haar bedrijf voort te zetten. Deze omstandigheden tezamen, mede gelet op de belangen van Holland Mineraal en Eurogrit, maken dat de voorzieningenrechter een dergelijke voorziening niet zal treffen.

5.13.

De voorzieningenrechter komt gelet op het vorenstaande tot de slotsom dat de vorderingen van CMS c.s. moeten worden afgewezen.

5.14.

De voorzieningenrechter veroordeelt CMS c.s. in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van Holland Mineraal worden begroot op € 3.894,00 voor griffierecht en € 861,00 voor salaris gemachtigde, derhalve in totaal € 4.755,00. De kosten aan de zijde van Eurogrit c.s. worden eveneens begroot op € 3.894,00 voor griffierecht en € 861,00 voor salaris gemachtigde.

De beoordeling van het geschil in de vrijwaringszaak in kort geding

5.15.

Uit het feit dat de vorderingen van CMS c.s. in de hoofdzaak in kort geding zijn afgewezen, vloeit voort dat er vooralsnog geen aanleiding is voor toewijzing van de vorderingen van Holland Mineraal in de vrijwaringszaak. De voorzieningenrechter wijst deze vorderingen dan ook af.

5.16.

Gelet op het vorenstaande kan de - voorwaardelijk ingestelde - reconventionele vordering van Eurogrit in de vrijwaring in kort geding onbesproken blijven.

5.17.

De voorzieningenrechter veroordeelt Holland Mineraal in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van Eurogrit c.s. zullen worden begroot op € 861,00 voor salaris gemachtigde.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

in het geschil in de hoofdzaak in kort geding

6.1.

wijst de vorderingen van CMS c.s. af;

6.2.

veroordeelt CMS c.s. in de kosten van het geding aan de zijde van Holland Mineraal begroot op € 4.755,00 en aan de zijde van Eurogrit c.s. eveneens begroot op

€ 4.755,00;

6.3.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

in het geschil in de vrijwaringszaak in kort geding

6.4.

wijst de vorderingen van Holland Mineraal af;

6.5.

veroordeelt Holland Mineraal in de kosten van het geding aan de zijde van

Eurogrit c.s. begroot op € 816,00;

6.6.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Biesma en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2017.1

1 type: 619