Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4249

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
16-11-2017
Zaaknummer
C/17/146304 / HA ZA 16-8
Rechtsgebieden
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Leidingschade. Zijn de graver en zijn opdrachtgever aansprakelijk voor schade bij graafwerkzaamheden en/of niet treffen van maatregelen na afloop?

Exoneratiebeding in huurovereenkomst niet van toepassing op buitencontractuele aansprakelijkheid. Schade?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6098
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/146304 / HA ZA 16-8

Vonnis van 8 november 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,

eiseres,

advocaat mr. H.M. Giezen te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[IJ] B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam,

en

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Z] B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. R. Gruben te Voorburg.

Partijen zullen hierna [X] , [IJ] en [Z] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het incidenteel vonnis van 8 juni 2016;

  • -

    de conclusie van antwoord van de zijde van [IJ] ;

  • -

    de conclusie van antwoord van de zijde van [Z] ;

  • -

    de conclusie van repliek, tevens houdende wijziging van eis;

  • -

    de conclusie van dupliek van de zijde van [IJ] ;

  • -

    de conclusie van dupliek van de zijde van [Z] .

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[X] is een dochteronderneming van de naamloze vennootschap [P] N.V., welke onderneming onder de handelsnaam [Q] (hierna te noemen: [Q] ) in (nagenoeg) geheel [naam provincie] zorgdraagt voor de bewerking, recycling en eindverwerking/verwijdering van huishoudelijk- en bedrijfsafval.

2.2.

Van het ingezamelde afval wordt ongeveer 65% hergebruikt door recycling en verwerking door [Q] in de eigen scheidings- en bewerkingsinstallaties te [plaats] . Het deel van het afval dat niet kan worden hergebruikt, wordt door [Q] verbrand in haar eigen afvalverbrandingsinstallatie, te weten de [naam 1] (hierna te noemen: [naam 1] ), die door [X] in [plaats] is gerealiseerd en met ingang van 1 juli 2011 commercieel in gebruik is genomen.

2.3.

Met de energie die vrijkomt bij de verbranding van het restafval wekt [X] stoom en elektriciteit op. [X] is voor de afzet van deze stoom en elektriciteit een samenwerkingsverband aangegaan met [Z] . De zoutfabriek van [Z] bevindt zich in de industriehaven van [plaats] op enkele honderden meters afstand van de locatie waar [naam 1] is gerealiseerd.

2.4.

[Z] maakt onderdeel uit van het ESCO-concern (European Salt Company). Zij wint op basis van een aan haar door de Minister van Economische Zaken verleende winningsvergunning op een afstand van 5 à 10 kilometer van de zoutfabriek in [plaats] op een diepte van ongeveer 2,5 tot 3 kilometer in zoutputten (cavernes) zout door middel van oplosmijnbouw. De gewonnen ruwe pekel wordt vervolgens in de zoutfabriek bewerkt en verwerkt tot verschillende industriële zoutproducten.

2.5.

Voor haar productieproces heeft [Z] grote hoeveelheden elektriciteit en stoom nodig. Voor de opwekking van elektriciteit bevindt zich op het terrein van [Z] een warmtekrachtcentrale (hierna: WKC). Deze WKC was tot de komst van [naam 1] gas-gestookt. [X] en [Z] zijn in het kader van hun samenwerking overeengekomen dat [naam 1] stoom (88 bar, 460C) zal produceren en via leidingen aan de WKC zal leveren. Deze stoom zet de turbine van de WKC aan het draaien en daarmee wordt elektriciteit geproduceerd. Van de geproduceerde elektriciteit wordt ongeveer 30% door [X] aan [Z] geleverd. In de WKC expandeert de 88 bar hogedrukstoom naar 6 bar lagedrukstoom, waarvan 75% door [X] aan [Z] wordt geleverd. Met de stoom dampt [Z] de door haar gewonnen pekel in tot zout. [X] en [Z] zijn in dit kader overeengekomen dat [X] de WKC van [Z] huurt en exploiteert ten behoeve van de productie en afzet van elektriciteit en stoom. Zij hebben daartoe op 13 november 2007 de WKC-huurovereenkomst gesloten.

2.6.

De WKC-huurovereenkomst heeft een looptijd van 15 jaar te rekenen vanaf 1 juli 2011, de datum van de commerciële ingebruikname van [naam 1] . In de WKC-huurovereenkomst is het volgende - voor zover van belang - bepaald:

"Artikel 2 Het gehuurde

2.1

[Z] verhuurt aan [X] B.V. en [X] B.V. huurt van [Z] de onroerende zaak, gelegen aan de (…) te (…), kadastraal bekend als (…), welke onroerende zaak is aangegeven op bijlage 1 bij deze overeenkomst. Bijlage 2 bij deze overeenkomst bevat een omschrijving van de installaties en andere voorzieningen die tot het gehuurde behoren. Daarbij wordt tevens aangegeven waar de overdrachtspunten zich bevinden met betrekking tot de aan- en afvoerleidingen en kabels.

Van het gehuurde maakt deel uit (het opstalrecht van [Z] op) de in artikel 4.3 van de Dienstenovereenkomst bedoelde, bestaande haven koelwaterpompen en uitlaatwerk. Het gehuurde zal hierna worden aangeduid als "de WKC".

(…)

Artikel 5 Staat van het gehuurde; onderhoudsplan

5.1

Partijen zullen voorafgaande aan de ingangsdatum van de huurovereenkomst een onderhoudsplan vaststellen met betrekking tot de WKC. In dit onderhoudsplan zullen in ieder geval de volgende onderwerpen worden geregeld

 de revisie van de turbine, de ketel, de reservoirs en filters, gasleidingen en bedieningsinstallaties, de VE-installatie, transformators, schakelingen, veiligheidschakelaars en gebouwen.

 De WKC dient te allen tijde ook zelfstandig op gas te kunnen blijven functioneren (‘stand-alone’ functie).

Hierbij zullen de volgende door partijen overeengekomen uitgangspunten in acht worden genomen:

 [X] B.V. is vanaf het begin van de Commerciële ingebruikname van de [X] verantwoordelijk voor het onderhoud van de WKC. De werkzaamheden die worden uitgevoerd door derden mogen alleen worden uitgevoerd wanneer die derden ter zake deskundig en gekwalificeerd zijn.

 De WKC zal niet worden omgebouwd naar 'olie-gestookt'. [X] B.V. zal in plaats daarvan een aardgasleveringscontract afsluiten met een externe leverancier.

 [Z] is verantwoordelijk voor en zal voor eigen rekening zorg dragen voor een tijdige aanpassing van het besturingssysteem van de WKC, afgestemd op de keuze van het besturingssysteem van de [X] , zodanig dat deze zonder aanpassing(en) aansluitbaar is op het besturingssysteem van de [X] .

5.2

De WKC wordt, met inachtneming van art. 5.1, bij aanvang van de huur opgeleverd en door [X] B.V. aanvaard in de staat waarin hij zich dan bevindt. [X] en [Z] zullen de WKC voor de aanvang van de huur grondig inspecteren en gezamenlijk nagaan in welke staat hij zich bevindt. Van deze gezamenlijke inspectie zat een proces-verbaal worden

opgemaakt, welk proces-verbaal door beide partijen wordt ondertekend. Door ondertekening van dit proces-verbaal verklaart [X] B.V., dat door haar geen gebreken in de WKC zijn aangetroffen en verklaart [Z] dat er geen gebreken zijn die [Z] had behoren te kennen.

5.4

Na aanvang van de huur zal de WKC jaarlijks door [Z] en [X] B.V. gezamenlijk worden geïnspecteerd op basis van het hierboven bedoelde onderhoudsplan. Indien en voor zover de WKC niet in een goede staat van onderhoud verkeert of anderszins niet voldoet aan de op grond van deze overeenkomst daaraan te stellen eisen, wordt de WKC overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 voor rekening van [X] B .V. hersteld en zonodig aangepast.

Artikel 6 Onderhoud

6.1

Het onderhoud van de WKC geschiedt op basis van het in art. 5.1, bedoelde onderhoudsplan. Vanaf de ingangsdatum van de huurovereenkomst komen alle onderhouds-, herstel, en vernieuwingswerkzaamheden aan de WKC voor rekening van [X] B.V., met uitsluiting van vastgesteld achterstallig onderhoud op het moment van

ingang van de huur.

6.2

[X] B.V. verplicht zich de WKC in een goede staat van onderhoud te houden en wel zodanig dat zij steeds voldoet aan de geldende veiligheidseisen. Dit houdt in ieder geval in dat [X] B.V. ervoor zorgt dat de WKC voldoet aan de vereisten die daaraan uit hoofde van de benodigde vergunningen, de geldende milieuvoorschriften of anderszins (al dan niet van overheidswege) worden gesteld. [X] B.V. is in ieder geval verplicht onderdelen van (de installatie van) de WKC te vervangen indien deze door ouderdom of slijtage zijn teniet gegaan of beschadigd.

6.3

Indien [X] B.V. na aanmaning binnen een gestelde redelijke termijn nalaat om voor haar rekening komend onderhoud, herstel of vernieuwing uit te voeren - danwel indien na inspectie door een derde blijkt dat deze werkzaamheden op onoordeelkundige of slechte wijze zijn uitgevoerd - is [Z] gerechtigd de door haar noodzakelijk geachte onderhouds-, herstel-, of vernieuwingswerkzaamheden voor rekening en risico van [X] B.V. te verrichten of te doen verrichten. Indien de voor rekening van [X] B.V. komende werkzaamheden geen uitstel kunnen gedogen, is [Z] gerechtigd deze terstond voor [X] B.V.’s rekening te verrichten of te doen verrichten mits zij [X] BV. tegelijkertijd schriftelijk beargumenteerd meedeelt op grond waarvan de betrokken werkzaamheden geen uitstel gedogen. Indien [X] B.V. en [Z] van mening verschillen over de vraag of zich een situatie voordoet als in dit artikellid omschreven, dan zullen zij gezamenlijk een ter zake deskundige, derde partij aanwijzen die een bindend advies aan partijen zal uitbrengen.

6.4

[X] B.V. is verantwoordelijk voor het goed en vakkundig gebruik van de technische installaties in de WKC. [X] B.V. is voorts verantwoordelijk voor het door haar of in haar opdracht aan de installaties uitgevoerde onderhoud. [Z] zal de bij haar beschikbare informatie met betrekking tot de gebruiks-, onderhouds-, en garantievoorschriften met betrekking tot de WKC, aan [X] B.V. ter beschikking stellen.

6.5

[X] B.V. verplicht zich ervoor te zorgen dat er te allen tijde voldoende brandstoffen aanwezig zijn voor de bedrijfsvoering van de WKC (ook voor de in art. 7.2 bedoelde 'stand-alone' functie) en dat de voor de toevoer van brandstoffen benodigde aansluitingen, leidingen en dergelijke goed functioneren. De kosten hiervan komen voor rekening van [X] B.V.

(…)

Artikel 12 Schade en aansprakelijkheid

12.1

Het gebruik van de WKC geschiedt volledig voor eigen risico van [X] B.V.

12.3

Onverminderd het overigens in deze overeenkomst bepaalde, is [X] B.V. jegens [Z] aansprakelijk voor alle schaden aan de WKC.

12.6

[Z] is jegens [X] B.V. aansprakelijk voor alle schaden aan de WKC door of ten gevolge van toerekenbare gedragingen of nalatigheden van [Z] . (…)

12.7

[X] B.V. is aansprakelijk voor schade die het gevolg is van door of namens haar aangebrachte veranderingen en toevoegingen. (…)

12.8

[Z] is niet aansprakelijk voor bedrijfsschade van [X] B.V., voor schade als gevolg van belemmeringen in het gebruik van de WKC die derden veroorzaken of voor gebreken die zijn ontstaan doordat [X] B.V. haar onderhoudsplicht niet is nagekomen."

2.7.

Naast de WKC-huurovereenkomst hebben [X] en [Z] op 13 november 2007 een Dienstenovereenkomst, een Energieleveringsovereenkomst en een Raamovereenkomst gesloten. In artikel 7.2 van de Raamovereenkomst is het volgende - voor zover van belang - bepaald:

"(…). Partijen zullen elkaar over en weer informeren over de stillegtijden en tijdstippen van de [X] , de WKC en de zoutfabriek. Partijen zijn verplicht elkaar over en weer te informeren over werkzaamheden die een volledige of gedeeltelijke stillegging van de [X] en/of van de WKC en/of van de zoutfabriek tot gevolg hebben en levering/afname van energie en/of diensten beperken respectievelijk de beschikbaarstelling en de beschikbaarheid daarvan kan beperken. Partijen zullen revisie- en onderhoudswerkzaamheden, voor zover mogelijk, in onderling overleg verrichten en zoveel mogelijk samen laten vallen met de tijden waarop de zoutfabriek buiten bedrijf is (…)"

2.8.

[IJ] is een grondverzetbedrijf, dat zich bezig houdt met grond- en graafwerkzaamheden. [Z] heeft [IJ] meermaals ingeschakeld voor het verrichten van werkzaamheden.

2.9.

In verband met het realiseren van een nieuw opslagterrein op het bedrijfsterrein van [Z] heeft [Z] aan [IJ] opdracht verstrekt voor het graven van proefsleuven om de exacte ligging van de zeekoelwaterleiding (hierna: de leiding) ter plaatse van het nieuwe opslagterrein te kunnen bepalen. De leiding loopt over het perceel van [Z] naar de WKC en is essentieel voor het productieproces van [Z] en [X] . De leiding voedt de zogenaamde (dump)condensors die de stoom koelen. Het zeekoelwater wordt eerst door de condensor van [Z] gepompt en daarna door de dumpcondensor van [X] . In beide gevallen wordt (lagedruk) stoom gecondenseerd. Dit zogenaamde retourcondensaat wordt teruggepompt naar de ketel van [X] om vervolgens weer te worden omgezet in stoom. Daarmee wordt de turbine van de WKC weer aangedreven.

2.10.

Op vrijdag 24 mei 2013 en maandag 27 mei 2013 heeft [IJ] voor [Z] bedoelde graafwerkzaamheden uitgevoerd. [IJ] heeft in dat verband aan [Z] een rupsgraafmachine, inclusief machinist en grondwerker, ter beschikking gesteld. De machinist en grondwerker van [IJ] hebben van de heer [A] , werkzaam bij [Z] (hierna: [A] ), ten behoeve van de werkzaamheden werkinstructies ontvangen voor het graven van de proefsleuven om de leiding te lokaliseren. Daarnaast is aan hen een plattegrond van het terrein, waarop de leiding was ingetekend, overhandigd. [A] en de heer [B] (hierna: [B] ) hebben tijdens het werk van [IJ] incidenteel toezicht gehouden.

2.11.

Bij het graven van de proefsleuven werd kruislings voorgestoken door de grondwerker van [IJ] , waarna met een graafmachine met gladde bak de aangegeven steekdiepte werd weggegraven.

2.12.

Omdat de werkzaamheden op 24 mei 2013 niet waren afgerond, heeft [IJ] op

27 mei 2013 de werkzaamheden voortgezet. Op 27 mei 2013, rond 13:00 uur, ontdekte de grondwerker van [IJ] bij het graven van de derde proefsleuf dat er water in het ontgravingsgat stroomde. Medewerkers van [Z] constateerden vervolgens dat de leiding lekte. Door of namens [Z] werd daarop besloten dat de werkzaamheden van [IJ] waren afgerond en werd de opdracht van [Z] aan [IJ] beëindigd.

2.13.

Omstreeks 16:00 uur scheurde de leiding, waarna [Z] de centrifugaalpompen heeft stilgelegd en de indampinstallatie heeft afgeschakeld.

2.14.

Om 16:10 uur constateerde [X] een heel hoge temperatuur van het koelwater, waarna zij contact heeft opgenomen met [Z] , die haar toen meedeelde dat de leiding was geraakt en dat zij doende was uit bedrijf te gaan. [X] heeft hierop zowel de WKC als [naam 1] buiten bedrijf gesteld, omdat deze niet zonder water kunnen functioneren.

2.15.

Rond 12:00 uur op 29 mei 2013 was de leiding hersteld en werd er weer koelwater geleverd aan [Z] en de WKC.

2.16.

[X] heeft op 29 mei 2013 [naam 1] en de WKC opgestart, maar heeft deze kort daarna afgeschakeld vanwege een in de (dump)condensor van [naam 1] geconstateerd lek, waardoor zeekoelwater in het retourcondensaat lekte. Een koperen plug, die in 2011 tijdens een reparatie van de condensor van [naam 1] was aangebracht, bleek te zijn losgeraakt. [X] heeft vervolgens in de periode tot 31 mei 2013 de (dump)condensor gerepareerd en gespoeld, waarna de WKC en [naam 1] weer konden worden opgestart.

2.17.

In een ongedateerd onderzoeksrapport van [Z] dat naar aanleiding van het graafincident op 27 mei 2013 is opgesteld, is het volgende - voor zover van belang - geschreven:

"Bevindingen

 Leiding is bij de bouw van de fabriek gelegd;

 Koelwaterleiding loopt volgens tekening (as built);

 (…);

Wat is er gebeurd?

 Op maandag 27 mei starten een kraanmachinist en een grondwerker met het controleren van de exacte ligging van de koelwaterleiding en kabels;

 De grondwerker steekt voor in een kruisvorm (haaks op de bak en dwars met de bak);

 Bij elke steek diepte, graaft de machinist die diepte weg met de bak van de kraan;

 De eerste kuil verloopt zonder problemen;

 Bij de tweede kuil wordt de leiding gedetecteerd en haalt de machinist van de laatste steek een deel van de grond weg;

 Later stelt men vast dat de kuil volloopt met water (13.00 uur);

 Bij het vrijgraven van de leiding blijkt de leiding te lekken;

 Na overleg besluiten de aanwezige leidinggevenden tot het uitstellen van de reparatie van de leiding tot de volgende dag;

 Een paar uur later scheurt de leiding verder open en ontstaat er een fontein aan water (16.00 uur);

 De regelkamer krijgt opdracht om pompen te stoppen en de saline af te schakelen;

 [Q] wordt gewaarschuwd over het stoppen van de koelwatertoevoer;

 [Q] schakel installatie af.

Achtergrondinformatie:

 De loop van de koelwaterleiding is belangrijk i.v.m. grondwerkzaamheden t.b.v het steenzoutproject;

 De koelwaterleiding van [Q] is aangesloten op de leiding van [Z] ;

 Steenafval van eerdere projekten blijkt niet volledig opgeruimd;

 De leiding is na het incident opengeknipt om ruimte te maken voor een dompelpomp, noodzakelijk om de leiding droog te pompen;

 Leiding is een zandgevulde Polyester leiding, een type dat nu niet meer wordt gebruikt binnen de organisatie.

Onderzoeksgegevens:

 Kraanmachinist heeft de leiding niet gezien omdat deze nog bedekt was met grond;

 Keuze leidingmateriaal is bij aanleg gestuurd door economische overwegingen;

 De machinist heeft gewerkt met een gladde bak (geen vertanding maar een glad "mes");

 Op de leiding is na het incident een lange kras te zien;

 Lek is niet ontstaan in de kras maar er naast;

 De druk van de kraan heeft de pijpleiding ingedeukt;

 Het eerste lek is ontstaan in de binnenmantel door de druk van de kraan;

 Het water is in de kern gedrongen en heeft daar de delaminatie van de pijpleiding veroorzaakt;

 Doordat de druk niet van de leiding werd gehaald, heeft het delaminatie-proces zich in de beide mantels voortgezet;

 Leidinggevende gaat er abusievelijk van uit dat er een een-laagse pijpleiding is gebruikt;

 In een eerder project (aanbrengen flowmeter) is vastgesteld dat er een dubbel gelaagde leiding ligt;

 "As built" tekening van leiding geeft geen informatie over materiaaleigenschappen van leiding.

(…)

Waarom kon het gebeuren?

Failed barrier & Precondition Latent Failure

Active Failure

Voorsteken

Leiding moet worden voorgestoken

Organisatie vertrouwt niet op tekening

Standaard werkwijze

Voorsteken

Leiding is geraakt

Leiding is fragiel

Materiaalkeuze geleid door kostenoverwegingen

Machinist trekt met bak een steen mee

Achterlaten steenafval

Repareren leiding

Reparatie leiding uitgesteld

Organisatie denkt tijd genoeg te hebben voor reparatie

Gebruikt materiaal verkeerd ingeschat

Geen advies ingewonnen bij leverancier

Integriteit leiding

Gat in leiding wordt groter

Druk in leiding

Gebruikt materiaal verkeerd ingeschat

Reparatie heeft geen prioriteit

Integriteit leiding

Gat in leiding wordt groter

Water tussen mantels

Materiaalkeuze is achterhaald

Missing barrier Latent Failure

Geen alternatief koel(-water)

systeem aanwezig bij [Q]

Afhankelijkheid niet herkend

Correctieve acties

 Leiding gerepareerd."

2.18.

Bij brief van 4 juni 2013 heeft [X] [Z] aansprakelijk gesteld voor de schade die zij heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de op 27 mei 2013 verrichte graafwerkzaamheden waardoor de leiding en de dumpcondensor zijn beschadigd.

2.19.

In het rapport " [naam rapport] " dat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [R] B.V. (hierna: [R] ) in opdracht van [X] op 17 juli 2013 heeft uitgebracht, is het volgende - voor zover van belang - geschreven:

"1) Inleiding

[Q] / [X] werd op maandag 27 mei jl. omstreeks 16.00u geconfronteerd met een acute terugval van de zeekoelwaterflow over de dumpcondensor. Na telefonisch contact met de controlekamer van [Z] werd duidelijk dat de zeekoelwaterleiding op het terrein van [Z] lek was geraakt. Zowel de condensor van [Z] als de dumpcondensor van [X] kregen daardoor helemaal geen koelwater meer, waardoor beide installaties ( [X] [bedoeld wordt [naam 1] , rechtbank ] en de Saline van [Z] ) meteen uit bedrijf moesten worden gesteld. Vervolgens is de koelwaterleiding door [Z] gerepareerd en konden op woensdag 29 mei de beide installaties weer in bedrijf worden genomen. In de nacht van woensdag op donderdag werd [X] geconfronteerd met een veel te hoge geleidbaarheid van het retourcondensaat, waarna de conclusie is getrokken dat de dumpcondensor lek moest zijn. De [X] [ [naam 1] , rechtbank] is daarna meteen weer uit bedrijf genomen en werd direct gestart met de inspectie van de dumpcondensor. Tijdens deze inspectie is geconstateerd dat de geleidingsplaat aan de inlaatkant beschadigd was en dat van een afgestopte condensorpijp (titanium) de plug niet meer aanwezig was.

Nadat de pijp opnieuw afgeplugd werd en de condensor weer in bedrijf werd genomen, werd er geen wezenlijk verhoging van de geleidbaarheid gemeten.

[R] heeft van [Q] de opdracht gekregen om te onderzoeken of het mogelijk is dat de plug uit de lekke pijp is losgekomen ten gevolge van de koelwaterlekkage en de hiermee gepaard gaande temperatuurverhoging in de condensor.

In dit rapport wordt verslag gegeven van het onderzoek dat verricht is om een verband aan te tonen tussen de koelwaterlekkage en het losschieten van de plug uit de condensorpijp.

(…)

3) Beschrijving van de plug-pijp constructie

De constructie van de plug in de afgestopte pijp is in onderstaande schets weergegeven:

(…)

De plug is met kracht in de titaanpijp geslagen, waardoor deze vast in de pijp komt te zitten.

Door de (geringe) elastische vervorming (pijp/pijpplaat wordt iets opgerekt en plug iets ingedrukt) blijft deze kracht aanwezig en zal deze kracht de plug in de pijp vasthouden. Tevens wordt hiermee een afdichting verkregen.

Tijdens normaal bedrijf is de druk aan de koelwaterzijde (ca. 0.2 bar(g)) hoger dan aan de stoomzijde (-0.3 bar(g)), waardoor er ook nog eens een extra kracht aanwezig is om de plug vast te houden/ af te dichten.

4) Gevolgen van de waargenomen bedrijfscondities op de plug-pijp constructie

Uit de onder hoofdstuk 2 beschreven waarnemingen kan het volgende geconcludeerd worden:

a) De afgestopte pijp is tijdens het voorval op een temperatuur geweest van boven 100 °C. Tevens

zijn er diverse temperatuurwisselingen van hoog naar laag geweest.

De pijp, plug en pijpplaat zijn van verschillende materialen gemaakt met verschillende

temperatuuruitzettingscoëfficienten. (…).

Hieruit kan geconcludeerd worden dat door het opwarmen van de afgestopte pijp tot boven de

100°C zal de koperen plug meer willen uitzetten dan de titaanpijp en stalen pijpplaat.

Deze uitzetting zal grotendeels leiden tot plastische vervorming van de plug (wordt ingedrukt) en

gat in pijpplaat wordt opgerekt. Elastische vervorming zal niet optreden omdat de plug/gat

verbinding al maximaal elastisch is vervormd (benodigd voor verkrijgen van benodigde

afdichtkracht).

Wanneer de temperatuur weer daalt tot normale bedrijfswaardes, zal de plug weer krimpen t.o.v.

de pijp. Deze krimp gaat ten koste van de elastische vervorming, waardoor de kracht waarmee

de plug in de pijp is vastgeslagen ook afneemt en zelfs tot 0 gereduceerd kan worden.

b) Tijdens het voorval is de druk stoomzijdig meerdere malen opgelopen tot een druk hoger dan in

het koelwatersysteem. Dit drukverschil heeft minimaal 2,5 bar bedragen.

Voor de afgestopte lekke pijp houdt dit in dat de druk in de pijp gelijk is aan de stoomzijdige druk.

Over de plug is dus een drukverschil aanwezig geweest van minimaal 2,5 bar die een kracht

oplevert van minimaal 70 N. Deze kracht werkt (in tegenstelling tot een normale bedrijfssituatie)

in dusdanige richting dat de plug uit de pijp gedrukt wordt.

5) Overige

Uit de onder hoofdstuk 2 b beschreven koelwatertemperatuur- en drukfluctuaties is af te leiden dat het

niveau in de condensor koelwaterzijdig meerdere malen heeft gefluctueerd.

Dit houdt in dat er periodes zijn geweest waarin de bovenste pijpen niet gevuld zijn met koelwater en de onderste wel. De bovenste, niet gekoelde pijpen zullen meer willen uitzetten dan de onderste gekoelde pijpen.

Deze uitzetting wordt echter door de constructie tegengehouden, waardoor dit tot grote krachten in de

pijpen en pijp/pijpplaatverbinding leidt met mogelijk schade tot gevolg (lekke walsverbindingen).

Het is raadzaam om hiertoe een goede geleidbaarheidsmeting op het condensaat uit te voeren of

een lekdichtheidstest op de pijpplaten van de dumpcondensor uit te voeren.

6) Conclusie

Gezien het druk- en temperatuurverloop tijdens het voorval in de dumpcondensor is het aannemelijk dat de plug hierdoor is losgeraakt.

Dit lijkt bevestigd te worden de temperatuurdaling van het condensaat zodra koelwater wordt bijgenomen."

2.20.

Bij brief van 6 augustus 2013 heeft [X] aan [Z] een specificatie van haar schade ten gevolge van de werkzaamheden op 27 mei 2013 gezonden en heeft zij [Z] aangemaand tot betaling van het schadebedrag van € 513.874,11. In de bijgevoegde specificatie heeft [X] een uitsplitsing gemaakt naar reparatiewerkzaamheden aan de condensor (€ 520,30), spoelen met demiwater (€ 44.280,75) en gevolgschade. [X] heeft ten behoeve van de gevolgschade de bruto-marge per uur berekend, zijnde een bedrag van

€ 3.758,60, en vervolgens per stilstand een bedrag van € 210.481,50 (gevolgschade 1) respectievelijk € 258.591,56 (gevolgschade 2) berekend.

2.21.

Bij brief van 14 november 2013 heeft [naam expert] , de expert die door de aansprakelijkheidsverzekeraar van [Z] is ingeschakeld om een onderzoek in te stellen naar de omstandigheden, oorzaak en omvang van de claim, naar aanleiding van het lek raken van de leiding op 27 mei 2013, aan [X] het volgende - voor zover van belang - geschreven:

"Op 25 juni 2013 hebben wij de onderhavige kwestie uitvoerig met u besproken op het vestigingsadres van [X] (…). Vervolgens ontvingen wij per e-mail op 14 augustus 2013 het onderzoeksrapport van de oorzaak van de opgetreden lekkage in de dumpcondensor en een gespecificeerd overzicht met onderliggende stukken van de claim. Op ons verzoek is vervolgens nog technische informatie aangeleverd met betrekking tot de dumpcondensor en zijn ons de polisgegevens verstrekt van de voor de WKC installatie afgesloten machinebreuk- en machinebreukbedrijfsschadepolis.

(…)

De door u ingediende claim van € 513.874,11 exclusief de BTW kan worden gesplitst in de navolgende posten:

• herstelkosten condensor € 520,30

• spoeling condensor met demiwater € 44.280,75

• bedrijfsstilstand eerste periode (27 t/m 29 mei 2013) € 210.481,50

• bedrijfsstilstand tweede periode (20 mei t/m 3 juni 2013) € 258.591.56

Totaal, exclusief de BTW € 513.874,11

Met betrekking tot het gebruik van de WKC van [Z] (…) ligt een raamovereenkomst ten grondslag. Tevens zijn tussen de partijen naast deze raamovereenkomst een WKC-huurovereenkomst, een dienstenovereenkomst en een energieleveringsovereenkomst afgesloten.

In het onderhavige geval moest door het lek raken van de zeekoelwaterleiding worden besloten de centrifugaalpompen stil te leggen met als direct gevolg dat de indampinstallatie van [Z] is afgeschakeld en de stoomproductie van [X] is stilgelegd. De lekkage is opgetreden tijdens het graven van een proefsleuf met een rupsgraafmachine van de aannemer, [IJ] (…). Van belang is te bepalen of [Z] voor deze calamiteit aansprakelijk kan worden gehouden.

In de WKC-huurovereenkomst is in artikel 2 het 'gehuurde' onder 2.1 omschreven dat de bestaande havenkoelwaterpompen en uitlaatwerk deel uitmaken van het gehuurde, aangeduid als 'de WKC'.

In artikel 12 'schade en aansprakelijkheid' is onder 12.8 bepaald dat ' [Z] niet aansprakelijk is voor bedrijfsschade van [X] , voor schade als gevolg van belemmeringen in het gebruik van de WKC, die derden veroorzaken of voor gebreken, die zijn ontstaan doordat [X] haar onderhoudsplicht niet is nagekomen'. De onderhavige kwestie valt zowel onder de uitsluitingsgrond 'belemmeringen in het gebruik van de WKC die derden ( [IJ] ) veroorzaken' als ook onder de uitsluitingsgrond dat ' [Z] niet aansprakelijk is voor bedrijfsschade van [X] '.

Uit het voorgaande blijkt dat, los van mogelijke andere juridische verweren aan de zijde van [Z] , alleen al de contractuele relatie meebrengt dat [Z] niet aansprakelijk is.

Wij willen, ondanks dat de aansprakelijkheid ontbreekt, nog een enkele opmerking plaatsen over het ontbreken van het causaal verband en de hoogte van de schade.

In het in uw opdracht door [R] uitgevoerde onderzoek naar de oorzaak van de opgetreden lekkage in de dumpcondensor wordt geconcludeerd dat als gevolg van het voorval op basis van de in de dumpcondensor opgetreden druk- en temperatuurverloop het aannemelijk is dat de koperen plug van één van de afgestopte pijpen in de dumpcondensor hierdoor is losgeraakt. Tijdens het op 25 juni 2013 met u gevoerde overleg in bijzijn van de heer [naam expert] is ons medegedeeld dat de betreffende pijp in verband met een lekkage in september 2011 is hersteld middels het aanbrengen van voornoemde koperen plug.

Dat als gevolg van de calamiteit, druk- en temperatuurverschillen zijn opgetreden in de dumpcondensor is aannemelijk. Echter, dit mag nooit leiden tot het lek raken van één van de pijpen in de dumpcondensor.

De constructie moet dusdanig sterk zijn uitgevoerd dat deze verschillen kunnen worden opgevangen zonder dat machineschade optreedt. Het oorzakelijk verband tussen het lek raken van de zeekoelwaterleiding (waardoor de koeling is weggevallen) en het lek raken van de dumpcondensor wordt middels het rapport van [R] onvoldoende aangetoond.

Gezien het feit dat op basis van de overeenkomst [Z] niet aansprakelijk is te houden voor deze schade en tevens het oorzakelijk verband tussen het lek raken van de zeekoelwaterleiding en het lek raken van de dumpcondensor niet is aangetoond, is het niet zinvol de door u ingediende claim verder inhoudelijk te beoordelen."

2.22.

Bij brieven van 7 februari 2014 en 29 september 2015 heeft [X] [IJ] aansprakelijk gesteld voor alle schade die zij heeft geleden ten gevolge van een graafincident op 27 mei 2013 en [IJ] verzocht en gesommeerd om de door haar begrote schade ten bedrage van € 513.874,11 (exclusief bijkomende schadeposten) te voldoen.

2.23.

Bij brief van eveneens 7 februari 2014 heeft [X] [Z] in vervolg op de aansprakelijkstelling van 4 juni 2013 en 6 augustus 2013 onverminderd (hoofdelijk) aansprakelijk gehouden voor het graafincident van 27 mei 2013 en de daaruit voortvloeiende schade, die [X] heeft geleden.

2.24.

In opdracht van de verzekeraar van [IJ] heeft [naam Expert 2] (hierna: [naam Expert 2] ) onderzoek verricht naar de toedracht van het graafincident en daarover op 3 december 2014 een rapport uitgebracht. [naam Expert 2] heeft de schade van [Z] en [X] voorlopig vastgesteld op een bedrag van € 260.946,26 respectievelijk € 304.144,45. In het rapport heeft [naam Expert 2] het volgende - voor zover van belang - geschreven:

"De werkzaamheden zijn op 24 mei 2013 naar tevredenheid uitgevoerd, middels een aantal proefsleuven werd de koelwaterleiding aangetroffen. De machinist en grondwerker dienden zich maandag na het weekend weer te melden om de werkzaamheden voort te zetten. Op maandag 27 mei 2013 zijn de werkzaamheden voort gezet. Bij het graven van de 3e proefsleuf ontdekte de grondwerker van verzekerde dat er water in het ontgravinggat stroomde. De werkzaamheden zijn op dat moment onmiddellijk gestaakt, dit was rond 13.00 uur. De opdrachtgever van verzekerde is op dat moment direct in kennis gesteld van het water in de proefsleuf. Ter plaatse werd door medewerkers van [Z] vastgesteld dat de koelwaterleiding lekte. De heer [A] van [Z] gaf aan dat het lek zo klein was dat deze met een vinger gestopt kon worden. Door [Z] is op dat moment besloten om

geen maatregelen te nemen en de leiding later te herstellen.

(…)

Waarneming aan de resten van de gesprongen leiding

Uit de resten van de leiding die wij hebben geïnspecteerd en de enkele foto’s die van het voorval beschikbaar zijn concluderen wij dat ons niet duidelijk is geworden wat feitelijk is voorgevallen. Wij stelden vast dat twee vrijwel evenwijdige krassen in de leiding waren ontstaan met een lengte van ongeveer 30 centimeter en een diepte van 3 millimeter. Aan de resten van de leiding is te zien dat de tussenliggende laag zand uit de wand deels is weggespoeld, door het wegspoelen van dit zand zal de leiding plaatselijk sterk zijn verzwakt. De lagen waaruit de leiding is opgebouwd zijn op deze plaats van elkaar losgekomen, gedelamineerd, waardoor de leiding vervolgens door de druk van het water uit elkaar is gedrukt.

Lekkage in het verleden

De plek waar de leiding is gescheurd was in een bocht waar beton achter, en over de leiding, was gestort. [Z] gaf aan dat dit beton is aangebracht als tegendruk om te voorkomen dat de leiding in de bocht door de waterdruk uit de mof zou worden gedrukt. Verzekerde gaf aan dat door medewerkers van [Z] , die bij de aanleg betrokken waren, is verklaard dat de leiding op die plek eerder kapot is geweest en na reparatie met beton is afgestort. Dit laatste hebben wij bevestigd gekregen van de heer [naam expert] van [Q] , de heer [naam expert] werkte eerder bij [Z] en gaf aan dat na het in gebruik nemen van de leiding in 1995 of 1996 er een lekkage was ontstaan in de bocht, hij is toen ter plaatse geweest. De bocht was uit de mof gedrukt en na dit voorval is er beton rondom de bocht gestort om dit te voorkomen.

Advies fabrikant van leiding

Wij hebben de fabrikant van de leiding gevraagd wat haar advies zou zijn geweest voorafgaande aan de graafwerkzaamheden. Daarnaast hebben wij de fabrikant van de leiding gevraagd wat zij zou hebben geadviseerd indien haar advies zou zijn gevraagd op het moment dat de lekkage werd ontdekt. De heer [medewerker fabrikant] van [fabrikant] gaf telefonisch aan dat dit soort leidingen kwetsbaar is op het moment dat de zijdelingse steun van de leidingwand wordt verminderd, zoals bij het vrijgraven van de leiding. Hij wilde dit echter niet per e-mail bevestigen. Per e-mail gaf hij aan dat dit soort leidingen even sterk is als leidingen van vergelijkbaar materiaal zoals PVC of staal. Op onze vraag welk advies hij zou geven indien hem daarom ten tijde van het ontdekken van de lekkage gevraagd zou zijn, verklaarde hij aan ons dat hij in elk geval zou hebben geadviseerd om de druk van de leiding te halen. Eventueel zou een reparatieklem geplaatst kunnen worden.

Onderzoek [Z]

Zoals onder 'Inspectie/Onderzoek' al werd aangegeven heeft [Z] een eigen onderzoek laten uitvoeren onder leiding van de heer [adviseur] van [adviesbureau] , de resultaten van dit onderzoek zijn als bijlage bij deze rapportage gevoegd. Uit het hoofdstuk ‘Waarom kon het gebeuren’ zijn de volgende zaken vermeld:

 De organisatie ( [Z] ) vertrouwt niet op de eigen tekeningen

 Tijdens graven moet worden voorgestoken, desondanks wordt de leiding geraakt.

 Door het achterlaten van steenafval in de grond wordt door de machinist met de bak van de graafmachine een steen meegetrokken.

 Door het verkeerd inschatten van het materiaal van de leiding wordt de reparatie van de leiding uitgesteld. Er wordt geen advies ingewonnen bij de fabrikant.

 Door de druk in de leiding wordt het gat in de leiding groter, de reparatie heeft geen prioriteit.

 De materiaalkeuze voor de leiding is achterhaald. Doordat water tussen de mantels van de leiding kon dringen, is het gat in de leiding groter geworden.

Conclusie

Wij concluderen uit onze gesprekken met verzekerde en [Z] het volgende:

 Verzekerde heeft haar werkzaamheden uitgevoerd zoals door de eigenaar van de leiding, [Z] , werd voorgeschreven. Verzekerde diende met behulp van een graafmachine, middels voorsteken door een grondwerker, proefsleuven te graven om de exacte ligging van de leiding op te sporen. Bij het graven heeft verzekerde gebruik gemaakt van een gladde bak, dus zonder tanden.

 Op het moment dat de werkzaamheden uitgevoerd dienden te worden wist geen van de betrokkenen exact wat voor soort leiding het betrof. [Z] ging er van uit dat de leiding een volkern GVK (glasvezel versterkte buis) betrof.

 De werkzaamheden werden namens [Z] begeleid door de heer [B] , hij beschikte over een tekening waarop de ligging van de leiding stond aangegeven.

 Verzekerde voerde haar werkzaamheden uit onder toezicht van de leidingeigenaar, [Z] .

 De leiding ligt op de plaats waar deze lekte (deels) in een brok beton.

 Doordat na de lekkage van de leiding de druk in de leiding, van 3 tot 4 bar, niet is afgebouwd is de leiding enige uren nadat verzekerde daar gewerkt had uiteindelijk opengescheurd. [fabrikant] (fabrikant van de leiding) gaf aan ons aan dat zij vrijwel zeker zou hebben geadviseerd om de druk in de leiding af te bouwen indien haar destijds om advies zou zijn gevraagd.

 Door het openscheuren van de leiding is de druk van het koelwater plotseling afgenomen waardoor [X] onmiddellijk noodmaatregelen diende te nemen en de verbrandingsoven uit diende te zetten.

 Ook [Z] diende haar productie te stoppen, doordat [X] geen stoom meer kon leveren.

 Zowel [Z] als [X] hebben geen alternatief koel(-water)systeem.

(…)

Het verband tussen de uitval van de koelleiding en het defect in de condensor hebben wij nader onderzocht. In opdracht van [Q] is [R] ingeschakeld, de rapportage van [R] bevindt zich in ons dossier. [Q] heeft aan ons middels uitdraaien van haar processystemen aangetoond dat door het plotselinge wegvallen van de druk in het koelwater de druk en temperatuur van de condensor boven de ontwerpparameters is gekomen. Ten gevolge hiervan is een reparatieplug uit de condensor gedrukt waardoor bij het weer in gebruik stellen van het systeem 29 mei 2013 koelwater in het condenswater kon stromen. [Q] had niet de mogelijkheid om de temperatuur en de druk in de condensor te temperen. Voor haar was er geen aanleiding om voorafgaand aan het in werking zetten van het koelwatersysteem op 29 mei 2013 de condensor op lekkages te controleren.

Op basis van de aan ons beschikbaar gestelde informatie concluderen wij dat door het wegvallen van de druk in het koelwater schade is ontstaan aan de condensor, dit omdat de condensor boven haar ontwerpparameters is belast. Niet is gebleken dat de reparatieplug, die het heeft begeven, al binnen de normale gebruiksparameters, defect is geraakt.

(…)

De schadebedragen zijn voor [Z] onder te verdelen in de directe kosten die zij heeft gemaakt voor het herstel van de koelwaterleiding de bedrijfsschade die zij heeft geleden ten gevolge van de

stilstand van de productie Voor de [X] is deze verdeling ook mogelijk, echter is de door haar geleden materiële schade zeer gering, en niet direct ontstaan door de lekkage in de koelleiding, maar door het wegvallen van de koelcapaciteit.

Uitgangspunt voor het vaststellen van de bedrijfsschade door de stilstand van de productie zijn de financiële jaarverslagen geweest, waar wij inzage in hebben gekregen. Om zo dicht mogelijk de

werkelijk geleden schade te benaderen zijn wij uit gegaan van de gemiste dekkingsbijdrage per uur. De gemiste dekkingsbijdrage is berekend door de som van de totale bedrijfskosten te nemen en daar

de variabele kosten van af te trekken en de winst daar bij op te tellen (of het verlies in mindering te brengen bij [Z] ). De dekkingsbijdrage hebben wij gedeeld door de totale productie-uren per jaar om op de dekkingsbijdrage per uur te komen.

(…)

[X] ( [X] )

Opbrengsten per uur € 4.113,45

Variabele kosten per uur € - 354,85

Gemiste bijdrage per uur € 3.758,60

De gemiddelde jaarproductie is vastgesteld op 8.000 uur per jaar.

Deel 1 direct na wegvallen koelwater

Productiestilstand van 56 uur € 210.481,60

Deel 2 ten gevolge van falen herstelstop in condensor

Productiestilstand van 69 uur € 259.343,40

Spoelen van condensor met demiwater € 44.280,75

Herstel condensor € 520,30

€ 304.144,45

2.25.

Deze rechtbank heeft bij vonnis van 6 mei 2015 uitspraak gedaan in de zaak tussen [X] en [Z] over de stoomafname- en leveringsverplichtingen van partijen. De zaak is geregistreerd onder zaak-/rolnummer: C/17/126641 / HA ZA 13-121. In het vonnis heeft de rechtbank - voor zover van belang voor de onderhavige zaak - het volgende overwogen:

"4.41. [X] heeft gesteld dat de tekortkoming in de levering van stoom haar niet kan worden toegerekend, omdat een deel van de stilstandsuren door dan wel vanwege [Z] is veroorzaakt. De rechtbank stelt in dit verband vast dat tussen partijen niet in geschil is dat [IJ] de koelwaterleiding heeft beschadigd en dat als gevolg hiervan door [X] geen stoom aan [Z] kon worden geleverd vanaf 27 mei 2013, 16:00 uur. Uit het door [Z] bij akte overgelegde overzicht kan worden afgeleid dat met de eerste stilstand wordt bedoeld de periode van 27 mei 2013, 16:00 uur tot 29 mei 2013, 20:00 uur en dat met de tweede stilstand de periode van 30 mei 2013, 3:00 uur tot 1 juni 2013, 1:00 uur wordt bedoeld. Ten aanzien van de eerste stilstand overweegt de rechtbank dat de graafwerkzaamheden in opdracht van en in het kader van de bedrijfsvoering van [Z] zijn uitgevoerd. Door de beschadiging heeft [X] de WKC moeten uitschakelen en heeft zij geen stoom kunnen leveren aan [Z] . De rechtbank is, gelet op het voorgaande, dan ook van oordeel dat het niet leveren van stoom door [X] aan [Z] gedurende de periode van 27 mei 2013, 16:00 uur tot 29 mei 2013, 20:00 uur niet aan [X] kan worden tegengeworpen. De 53 uren, die [Z] als bedrijfsonderbreking vanwege de kwestie [IJ] heeft opgevoerd, zal de rechtbank buiten beschouwing laten.

4.42.

Ten aanzien van de tweede stilstand overweegt de rechtbank dat [Z] gemotiveerd heeft gesteld - hetgeen vervolgens door [X] niet is weerlegd - dat deze is veroorzaakt door technische problemen bij [X] zelf. Volgens [Z] was een eerdere reparatie aan de dumpcondensor ondeugdelijk - niet conform de oorspronkelijke ontwerpparameters - uitgevoerd, waardoor deze niet bestand was tegen het wegvallen van het koelwater. [X] heeft in haar brief aan [IJ] weliswaar aangegeven dat het volgens [R] aannemelijk is dat als gevolg van het voorval in de dumpcondensor de plug is losgeraakt, maar heeft het verband dat [Z] heeft gelegd met een eerdere reparatie, die ondeugdelijk zou zijn uitgevoerd, niet betwist. Omdat [X] het voldoende gemotiveerde verweer van [Z] niet voldoende heeft weerlegd, dient te worden aangenomen dat het niet leveren van stoom gedurende bedoelde periode niet het gevolg is van de eerdere beschadiging van de leiding door [IJ] , maar dat dit het gevolg is van een oorzaak die aan [X] dient te worden toegerekend."

2.26.

[naam expert] heeft in opdracht van [Z] op 5 juli 2016 een rapport over de beschadiging van de leiding en de bedrijfsstilstand die dat tot gevolg had uitgebracht en daarin het volgende - voor zover van belang - geschreven:

"Koelwaterleiding

(…)

De fabrikant stelt dat de kwetsbaarheid van deze leiding niet groter is dan een leiding van ander materiaal. Volgens de fabrikant zijn de sterkte-eigenschappen van deze leiding vergelijkbaar met leidingen vervaardigd van pvc of staal.

(…)

Tijdens het graven van de derde proefsleuf nabij de bocht van de koelwaterleiding, waar zich de lekkage heeft voorgedaan, was steenafval in de grond aanwezig. Het vermoeden bestaat dat door de machinist met de bak van de graafmachine een steen is meegetrokken waardoor de leiding aan de buitenzijde werd beschadigd (dit zou de twee aanwezige evenwijdige krassen in de leiding kunnen verklaren). Bij het voorsteken door de grondwerker van de te ontgraven grond, had geconstateerd moeten worden dat zich steenafval in de grond bevond. Hierop had moeten worden besloten niet verder te ontgraven met de bak van de graafmachine maar de leiding verder handmatig vrij te graven om te voorkomen dat de leiding beschadigd zou kunnen raken.

(…)

Reparatie koelwaterleiding

(…)

Achteraf blijkt dat door de druk op de (meerlaagse) koelwaterleiding door de lekkage in de binnenmantel, het water in de kern van de leidingwand is gedrongen en daar de delaminatie (onthechting) heeft veroorzaakt en voortgezet. Als na het constateren van de lekkage meteen de druk van de leiding was gehaald, zou de delaminatie zich minder snel hebben voortgezet en had het openbarsten van de leiding mogelijk niet plaatsgevonden.

Het zou voor de duur van het buiten gebruik stellen van de leiding om het herstel uit te voeren niet hebben uitgemaakt wanneer direct de druk van de leiding was gehaald. Om de leiding te kunnen herstellen, was het sowieso eerst noodzakelijk een herstelplan op te stellen.

Dit is meteen door [Z] opgestart. Het herstellen van de leiding is in overleg met [Z] uitgevoerd door [C] B.V. te [plaats] , technisch ondersteund door [bedrijf] te [plaats] , reparateur van glasvezelversterkte kunststof leidingen. Het uitgescheurde deel van de leiding is uitgezaagd, waarna een passtuk is aangebracht. Vervolgens is rondom de reparatieplek een nieuwe laag gelamineerde glasvezel aangebracht. Het herstel is afgerond op 29 mei 2013 omstreeks 12.00 uur. Al met al is de leiding vanaf het tijdstip dat de leiding is opengebarsten totdat het herstel was afgerond, 44 uur buiten gebruik geweest (27 mei 2013 om 16.00 uur tot 29 mei 2013 om 12.00 uur). Deze buitengebruikstelling zou niet (noemenswaardig) korter zijn geweest wanneer de druk direct om 13.00 uur van de leiding zou zijn gehaald in plaats van om 16.00 uur, zoals feitelijk is geschied.

Voor het uit te voeren herstel moet de leiding buiten gebruik zijn (drukloos), zodat altijd productiestilstand optreedt.

Lekkage condensor [X]

(…)

Op basis van de beschikbare procesgegevens kan niet worden afgeleid dat de temperaturen en drukken boven de berekeningswaarden (zie bijlage 1) zijn gekomen.

De losgekomen koperen plug uit de pijp in de condensor is in september 2011 geplaatst. In de praktijk komt het vaker voor dat pijpen van een condensor lekraken zodat deze moeten worden gerepareerd.

Een methode is het plaatsen van een koperen plug die met kracht in de pijp wordt geslagen zodat deze klem komt te zitten in het pijpeinde. De klemkracht houdt de plug op zijn plaats in combinatie met de kracht die optreedt op de plug als gevolg van de hogere druk aan de koelwaterzijde ten opzichte van de stoomzijde. Een andere mogelijke reparatie die kan worden verricht bij een lekkage van een pijp in de condensor, is het plaatsen van een afgelaste conische plug of een pop-A-plug. Bij een afgelaste conische plug wordt de conische plug rondom afgelast zodat loskomen van de plug niet mogelijk is. Een pop-A-plug krijgt vanuit de fabriek een vaste installatiekracht mee en is geschikt tot werkdrukken van 69 Bar. Deze plug is temperatuur onafhankelijk zodat deze op zijn plaats blijft bij temperatuurschommelingen. Laatstgenoemde reparatiemethoden bij lekke pijpen van condensors kunnen niet loskomen/geen lekkages vertonen als gevolg van druk- en temperatuurschommelingen. Bij het gebruik van een conische plug zoals in het onderhavige geval in de pijp van de condensor van [X] is toegepast, is dit wel mogelijk zoals in het onderhavige geval is gebleken, ondanks dat de ontwerpdruk en -temperatuur niet zijn overschreden.

Voorts zijn wij van mening dat [X] de condensor tijdens productiestilstand had moeten inspecteren op onregelmatigheden waaronder de destijds uitgevoerde reparaties aan pijpen van de condensor die met een koperen plug zijn afgedicht. Bij een dergelijke inspectie had men moeten constateren dat de in september 2011 aangebrachte plug in de pijp van de condensor was losgeraakt.

Het onderzoek van [R] in opdracht van [X] heeft zich beperkt tot de vraag of er een causaal verband aanwezig is/kan zijn tussen het losraken van de plug van de pijp in de condensor en het uitvallen van de koelwaterleiding. Door [R] wordt niet de vraag beantwoord of de in de lekke pijp van de condensor geplaatste conische koperen plug bestand moet zijn tegen optredende druk- en temperatuurfluctuaties die optreden als gevolg van een onderhavige calamiteit.

Zoals wij hierboven al hebben omschreven, staat het oorzakelijk verband ons inziens niet vast, althans - indien sprake zou zijn van oorzakelijk verband - betekent dit niet dat de ontwerpdruk en
-temperatuur zijn overschreden, dit is namelijk niet het geval. Tevens zijn wij van mening dat - indien de koperen plug niet tegen de onderhavige schommelingen bestand zou zijn - [X] voor een andere reparatiemethode had moeten kiezen, te weten: een afgelaste conische plug of een pop-A-plug. Die methoden zijn er in ieder geval op berekend om druk- en temperatuurfluctuaties die optreden door het wegvallen van het koelwater (door welke oorzaak dan ook) op te kunnen vangen."

2.27.

Bij het incidentele vonnis van 8 juni 2016 heeft de rechtbank toegestaan dat [IJ] [Z] in vrijwaring oproept. Daarbij heeft de rechtbank voorts toegestaan dat [Z] in vrijwaring [IJ] , [B] , [E] B.V. te [plaats] (hierna: [E] ), [bedrijfsnaam] te [plaats] (hierna: [bedrijfsnaam]), [bedrijfsnaam 2] te [plaats] (hierna: [bedrijfsnaam 2]), [bedrijfsnaam 3]. te [plaats] (hierna: [bedrijfsnaam 3]) en [bedrijfsnaam 4] te [plaats] (hierna: [bedrijfsnaam 4]) oproept.

2.28.

De voornoemde incidenten hebben bij deze rechtbank geleid tot de volgende procedures:

 149746 149746 HA ZA 16-172: [Z] - [IJ] ;

 149746 149748 HA ZA 16-173: [Z] - [E] ;

 149746 149749 HA ZA 16-174: [Z] - [bedrijfsnaam];

 149746 149750 HA ZA 16-175: [Z] - [bedrijfsnaam 2];

 149746 149753 HA ZA 16-176: [Z] - [bedrijfsnaam 3];

 149746 149754 HA ZA 16-177: [Z] - [bedrijfsnaam 4];

 149746 149783 HA ZA 16-179: [IJ] - [Z] .

Partijen in die procedures hebben aangegeven de uitkomst van de hoofdzaak tussen [X] enerzijds en [IJ] en [Z] anderzijds te willen afwachten. De rechtbank heeft daarop bovengenoemde procedures aangehouden.

3 De vorderingen

3.1.

[X] heeft - na eiswijziging - gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [IJ] en [Z] ieder hoofdelijk veroordeelt om aan haar binnen 14 dagen na dit vonnis bij wege van schadevergoeding een bedrag voldoen van € 513.874,11, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2013, althans vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag der algehele voldoening, des dat de één betalende de ander zal zijn gekweten;

  2. [IJ] en [Z] ieder hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de nakosten aan haar, zijnde € 131,00 aan nakosten per gedaagde voor het geval betekening van dit vonnis achterwege kan blijven en € 199,00 per gedaagde in geval tot betekening van dit vonnis dient te worden overgegaan, des dat de één betalende de ander zal zijn gekweten;

  3. [IJ] veroordeelt om aan haar te voldoen, al hetgeen waartoe [X] zou mogen worden veroordeeld om aan [Z] te voldoen in verband met het wegvallen van stoom- en elektriciteitsleveranties door [X] aan [Z] als gevolg van het graafincident (inbegrepen de "tweede" bedrijfsstilstand van [X] in de periode van 30 mei 2013 tot en met 4 juni 2013);

  4. met hoofdelijk veroordeling van [IJ] en [Z] in de kosten van deze procedure, des dat de één betalende de ander zal zijn gekweten.

3.2.

[IJ] en [Z] hebben verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil en de beoordeling daarvan

4.1.

[X] heeft haar eis gewijzigd. Nu [IJ] en [Z] hiertegen geen bezwaar hebben gemaakt en ook overigens niet is gebleken van beletselen, zal de rechtbank bij haar verdere beoordeling de gewijzigde eis van [X] als uitgangspunt nemen.

4.2.

[X] heeft zich - samengevat - op het standpunt gesteld dat [IJ] en/of [Z] onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld door de leiding lek te stoten dan wel niet adequaat te reageren op de aanvankelijk nog beperkte lekkage en dat zij (hoofdelijk) gehouden zijn de schade die [X] door het graafincident heeft geleden te vergoeden.

Het exoneratiebeding

4.3.

Het meest verstrekkende verweer van [IJ] en [Z] is dat zij, gelet op het in de WKC-huurovereenkomst opgenomen exoneratiebeding, niet aansprakelijk zijn voor de door [X] gevorderde schade.

4.3.1.

Volgens [Z] rust op haar als verhuurder de verplichting om aan [X] het ongestoorde huurgenot van de leiding te verschaffen en om zorg te dragen voor de aanvoer van koelwater via die leiding. De graafwerkzaamheden hebben, aldus [Z] , te maken met haar verantwoordelijkheid als verhuurder en [X] had haar als zodanig en wegens toerekenbaar tekortschieten ten aanzien van de verhuur van de leiding dienen aan te spreken. Dat ook [X] uitgaat van een contractuele kwestie blijkt volgens [Z] uit de gedragingen en proceshouding van [X] . Van aan haar toerekenbare gedragingen of nalatigheden is volgens [Z] geen sprake, zodat zij ingevolge het exoneratiebeding (zoals vastgelegd in artikel 12.8 van de WKC-huurovereenkomst) niet aansprakelijk is voor de door [X] gestelde schade. [Z] heeft in dat verband aangevoerd dat de leiding beschadigd is door toedoen van [IJ] , zodat het niet gaat om schade door of ten gevolge van gedragingen van haar, maar van derden. Tevens heeft, aldus [Z] , te gelden dat zij nooit aansprakelijk is voor bedrijfsschade van [X] en dat zij niet aansprakelijk is voor eventuele schade die samenhangt met het losraken van een koperen plug in de condensor van [X] , waarbij zij heeft verwezen naar het door haar overgelegde rapport van 5 juli 2016 van [naam expert] , zoals weergegeven in overweging 2.26.

4.3.2.

[IJ] heeft op grond van de redelijkheid en billijkheid een beroep gedaan op de derdenwerking van de tussen [Z] en [X] overeengekomen exoneratie. Volgens [IJ] bestond er tussen haar en [Z] een nauwe verbondenheid en dient [X] hen als een eenheid te zien, omdat zij onder leiding en instructies van [Z] de werkzaamheden heeft verricht.

4.4.

Volgens [X] is de WKC-huurovereenkomst in dezen niet relevant, omdat de werkzaamheden aan de leiding niet plaatsvonden in het kader van de contractuele huurrelatie, maar geheel ten eigen behoeve van [Z] . De ontstane schade hangt volgens [X] samen met de hoedanigheid van [X] van opdrachtgever van graafwerkzaamheden en leidingbezitter en -beheerder, en niet met haar hoedanigheid van verhuurder. [Z] kan zich dan ook niet disculperen met een beroep op een eventuele contractuele exoneratie die tussen [Z] en [X] op basis van de WKC-huurovereenkomst zou gelden. Om die reden komt [IJ] geen beroep op de derdenwerking daarvan toe.

4.5.

De rechtbank overweegt dat [X] aan haar vorderingen jegens [Z] ten grondslag heeft gelegd dat [Z] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld als bedoeld in artikel 6:162 BW. Dit handelen (c.q. nalaten) van [Z] bestaat volgens [X] uit het schenden van een informatie- en mededelingsplicht en het niet tijdig nemen van maatregelen. Dergelijke gedragingen zijn, indien bewezen, op zichzelf en onafhankelijk van een tussen partijen gesloten overeenkomst onrechtmatig. Aldus staat het [X] vrij haar vordering jegens [Z] te baseren op artikel 6:162 BW, tenzij uit de WKC-huurovereenkomst zou blijken dat partijen ook de toepasselijkheid van de exoneratie op buitencontractuele aansprakelijkheden hebben beoogd. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat daarvan sprake is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de WKC-huurovereenkomst deel uitmaakt van een samenstel van tussen [Z] en [X] gesloten overeenkomsten waarmee die partijen hun samenwerking hebben vastgelegd. Zonder nadere toelichting - die ontbreekt - valt naar het oordeel van de rechtbank niet in te zien dat een exoneratiebeding in een (specifieke) overeenkomst waarin slechts een deel van die samenwerking is uitgewerkt, zoals in het onderhavige geval de huur en de verhuur van de WKC, ook betrekking heeft op aansprakelijkheden die los staan van de daaruit voorvloeiende contractuele verplichtingen. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het verweer van [Z] dat [X] (uitsluitend) haar als verhuurder en wegens toerekenbaar tekortschieten ten aanzien van de verhuur van de leiding had dienen aan te spreken. Gelet hierop komt aan [IJ] ook geen beroep op de derdenwerking van het exoneratiebeding toe, wat er verder van dat verweer ook zij. Daarmee komt de rechtbank toe aan een inhoudelijke beoordeling van de grondslag van de vorderingen van [X] , te weten het onrechtmatig handelen aan de zijde van [IJ] en [Z] .

Het onrechtmatig handelen door [IJ]

4.6.

Het onrechtmatig handelen (c.q. nalaten) aan de zijde van [IJ] heeft, aldus [X] , erin bestaan dat (de graafmachinist en grondwerker van) [IJ] feitelijk de handeling met de graafmachine heeft verricht waarbij de bak van de graafmachine de leiding heeft geraakt, die daardoor is lek geraakt. Volgens [X] had [IJ] dit kunnen en moeten voorkomen, omdat zij wist waar de betreffende leiding lag. De onzorgvuldigheid van het handelen van [IJ] ziet, aldus [X] , op de onzorgvuldige manier waarop zij haar onderzoeksplicht heeft vervuld, namelijk het zich onvoldoende laten informeren over de kenmerken van de leiding, alsmede op het op onzorgvuldige wijze uitvoeren van de graafwerkzaamheden en het niet aandringen op het nemen van voorzorgsmaatregelen en het doen van onderzoek. Volgens [X] kan niet worden vastgesteld dat [IJ] de graafwerkzaamheden door middel van

"voorsteken" heeft uitgevoerd en kan de leiding niet door een andere oorzaak zijn gescheurd. Voorts heeft [X] gesteld dat [IJ] - nadat de aanvankelijk (beperkte) lekkage was ontstaan - de risico's heeft onderschat (door gebrekkige kennis van het specifieke leidingtype), dat [IJ] te lang heeft gewacht met het nemen van adequate voorzorgsmaatregelen en dat [IJ] heeft nagelaten haar te waarschuwen. De leiding is onder de druk vervolgens geheel bezweken. Daardoor is volgens [X] schade en een lekkage in haar condensor ontstaan en heeft de productie gedurende 7 dagen stilgelegen. [IJ] is volgens [X] vanwege haar onzorgvuldige handelen aansprakelijk voor de door [X] geleden schade.

4.7.

[IJ] heeft ten verwere - samengevat - aangevoerd dat [X] haar stelling dat [IJ] onzorgvuldig heeft gehandeld niet heeft onderbouwd. Volgens [IJ] is, daarbij verwijzend naar het rapport van [naam Expert 2] , niet komen vast te staan dat het lek in de leiding is ontstaan door de werkzaamheden van [IJ] en is het aannemelijk dat ook andere oorzaken de leiding hebben doen scheuren. [IJ] heeft in dit verband aangevoerd dat de leiding eerder op dezelfde plaats is gescheurd en dat na de eerste reparatie van de leiding beton achter en over de leiding is gestort. Voorts heeft [IJ] aangevoerd dat zij niet wist waar de leiding lag, nu het doel van de werkzaamheden juist was het lokaliseren van de leiding. Voor zover geoordeeld wordt dat de schade aan de leiding is veroorzaakt door de graafwerkzaamheden, heeft [IJ] zich op het standpunt gesteld dat zij niet aansprakelijk is. Daartoe heeft [IJ] aangevoerd dat [X] aan het door haar gestelde onrechtmatig handelen geen concrete zorgvuldigheidsnorm ten grondslag heeft gelegd. Volgens [IJ] heeft zij enkel de instructies van [Z] opgevolgd, die in dezen de grondroerder was, heeft zij als feitelijk graver werkzaamheden verricht en heeft zij deze werkzaamheden zorgvuldig verricht, namelijk op een wijze zoals van een redelijk handelend en vakbekwaam aannemer mag worden verwacht. De graafmachinist en de grondwerker hebben, aldus [IJ] , de graafwerkzaamheden al "voorstekend" en met een graafmachine met een gladde bak verricht en hebben toen zij natte betonresten en water in de derde proefsleuf vaststelden daarvan melding gedaan bij [Z] . Voorts heeft [IJ] aangevoerd dat [X] het causaal verband tussen het handelen van [IJ] en de door haar geleden schade niet heeft onderbouwd, dat niet is voldaan aan het relativiteitsvereiste en dat sprake is van zuivere vermogensschade. Zij had, aldus [IJ] , geen invloed op het handelen van [Z] na de constatering van het lek. [Z] - en niet [IJ] - was bevoegd om bijzondere maatregelen te treffen, maar heeft toen besloten geen directe maatregelen te nemen en de opdracht aan [IJ] beëindigd. Voorts heeft [IJ] aangevoerd dat het niet op haar weg lag om [X] te informeren over de lekkage en om onderzoek te doen naar de kenmerken van de leiding. Verder heeft [IJ] aangevoerd dat er sprake is van eigen schuld aan de zijde van [Z] , omdat door haar handelen [X] haar contractuele verplichtingen niet kon nakomen.

4.8.

De rechtbank overweegt als volgt. [X] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [IJ] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld. Partijen verschillen van mening over de toedracht van het schadevoorval. De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat de stelplicht en bewijslast ten aanzien van de feiten en omstandigheden die rechtvaardigen dat [IJ] aansprakelijk is voor de door de beschadiging van de leiding ontstane schade bij [X] , rusten op [X] . Daarbij geldt dat het voorval zich heeft voorgedaan bij de door [IJ] in opdracht van [Z] verrichte werkzaamheden, derhalve in "hun domein". Van [IJ] mag, ter voldoening van haar verplichting haar verweer deugdelijk te onderbouwen, om die reden gevraagd worden dat zij nauwkeurig aangeeft wat de toedracht is geweest van het schadevoorval en welke maatregelen zij heeft getroffen om te voorkomen dat zij bij de werkzaamheden de leiding zou raken. Dit neemt niet weg dat [X] de door haar gestelde toedracht dient te bewijzen (vgl. gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2013, ECLI:NL:GHARL:2015:4614 (Enexis/Beens Groep)).

4.9.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [X] ten aanzien van de door haar gestelde toedracht voor zover dat ziet op het handelen van [IJ] met de door haar in het geding gebrachte stukken, in het licht van het door [IJ] gevoerde verweer, onvoldoende gesteld. [X] heeft ter onderbouwing van haar stelling een rapport van 17 juli 2013 van [R] overgelegd. In dit rapport heeft [R] verslag gedaan van haar onderzoek naar het verband tussen de koelwaterlekkage en het losschieten van de plug uit de condensorpijp. De rechtbank stelt vast dat [R] niet tevens is ingegaan op de beschadiging van de leiding en de oorzaak daarvan.

4.10.

[IJ] heeft ter onderbouwing van haar verweer het rapport van 3 december 2014 van [naam Expert 2] overgelegd. [naam Expert 2] heeft in haar rapport aangegeven dat haar niet duidelijk is geworden wat er feitelijk is gebeurd, dat er twee vrijwel evenwijdige krassen in de leiding waren ontstaan met een lengte van ongeveer 30 centimeter en een diepte van 3 millimeter, dat de leiding sterkt verzwakt was door het wegspoelen van zand uit de wand, dat de leiding op de betreffende plek eerder kapot is geweest en dat ter plaatse destijds beton als tegendruk is gestort "om te voorkomen dat de leiding in de bocht door de waterdruk uit de mof zou worden gedrukt". Voorts heeft [naam Expert 2] aangegeven dat door het niet afbouwen van de druk in de leiding, de leiding is opengescheurd, waardoor de druk van het koelwater plotseling is afgenomen en er schade is ontstaan aan de condensor. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit dit rapport niet dat de leiding door de graafwerkzaamheden van [IJ] is gescheurd. Er is sprake van een beschadiging aan de leiding, maar onduidelijk is of dit het gevolg is geweest van het handelen van [IJ] en of die beschadiging heeft geleid tot het uiteindelijke scheuren van de leiding. De rechtbank acht in dit kader voorts van belang dat ook uit de rapporten die door [Z] in de onderhavige procedure zijn overgelegd niet met een voldoende mate van zekerheid blijkt dat de beschadiging van de leiding en/of het uiteindelijke scheuren van de leiding veroorzaakt is door (de werkzaamheden van) [IJ] . In het ongedateerde onderzoeksrapport van [Z] is aangegeven dat na het incident op de leiding een lange kras is te zien en dat het lek niet is ontstaan in die kras, maar ernaast. De vraag waar die kras door is ontstaan, wordt in het onderzoeksrapport van [Z] echter niet beantwoord. In het rapport van 5 juli 2016 dat [naam expert] in opdracht van [Z] heeft opgesteld, heeft [naam expert] aangegeven dat zich steenafval in de grond bevond op de plek nabij de lekkage in de leiding en dat bij het graven een steen is meegetrokken waardoor de leiding aan de buitenzijde is beschadigd. Volgens [naam expert] had geconstateerd moeten worden dat zich steenafval in de grond bevond, waarna men handmatig verder had moeten graven. Uit het rapport blijkt echter niet waarop [naam expert] deze bevindingen en de daaraan verbonden conclusie gebaseerd heeft. Uit het rapport kan worden opgemaakt dat slechts "het vermoeden bestaat dat door de machinist met de bak van de graafmachine een steen is meegetrokken waardoor de leiding aan de buitenzijde werd beschadigd". Gelet hierop acht de rechtbank het rapport van [naam expert] onvoldoende om van de juistheid van de stellingen van [X] omtrent de beschadiging van de leiding uit te gaan.

4.11.

Op basis van de in de onderhavige procedure voorliggende rapporten en de stellingen en verweren van partijen in deze procedure is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de leiding door toedoen van [IJ] beschadigd is geraakt. Naar het oordeel van de rechtbank had het op de weg van [X] gelegen om haar stellingen naar aanleiding van het gemotiveerde verweer van [IJ] nader te onderbouwen en te specificeren. [X] heeft dat echter nagelaten, zodat zij op dat punt niet aan haar stelplicht heeft voldaan. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om [X] op dit punt toe te staan bewijs bij te brengen, in het bijzonder door het doen horen van de door haar genoemde getuigen.

4.12.

Voor zover [X] heeft gesteld dat de onrechtmatigheid van het handelen van [IJ] ook is gelegen in het niet direct nemen van adequate maatregelen nadat zij constateerde dat er water in het ontgravingsgat van de derde proefsleuf stroomde, is de rechtbank van oordeel dat het niet op de weg van [IJ] lag om de door [X] genoemde maatregelen te treffen. De rechtbank overweegt daartoe dat niet in geschil is dat [IJ] de werkzaamheden in opdracht van [Z] en onder diens leiding en toezicht heeft uitgevoerd, en dat zij op dat moment niet bekend was met enige betrokkenheid van [X] . Daarop hoefde [IJ] naar het oordeel van de rechtbank ook niet bedacht te zijn, omdat het een opdracht van [Z] betrof ter zake van een leiding van [Z] op het perceel van [Z] . Onder deze omstandigheden rust op [IJ] naar het oordeel van de rechtbank in beginsel geen verplichting om zich te vergewissen van het eventuele gebruik van de leiding door anderen, zoals [X] , temeer nu gesteld noch gebleken is dat er bij [IJ] aanwijzingen daaromtrent aanwezig waren. Nu het voor [IJ] niet kenbaar was noch hoefde te zijn dat de leiding ook door [X] werd gebruikt, kan haar ook niet worden verweten dat zij [X] niet heeft gewaarschuwd. Tot slot heeft [IJ] onbetwist aangevoerd dat (de bedrijfsleiding van) [Z] de opdracht aan [IJ] beëindigd heeft nadat melding was gemaakt van het water in het ontgravingsgat. Daarmee lag het buiten de macht en verantwoordelijkheid van [IJ] om zo nodig extern advies in te winnen dan wel reparatiewerkzaamheden uit te (laten) voeren.

4.13.

Daarmee staat niet vast dat aan de zijde van [IJ] sprake is van onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6:162 BW. De rechtbank zal de vorderingen van [X] jegens [IJ] , zoals hiervoor is weergegeven onder overweging 3.1, onder 1 en 3, gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen dan ook afwijzen. Aan de overige stellingen en verweren die [X] en [IJ] over hun rechtsverhouding in de onderhavige procedure naar voren hebben gebracht, wordt daarmee niet meer toegekomen.

Het onrechtmatig handelen door [Z]

4.14.

Het onrechtmatig handelen (c.q. nalaten) aan de zijde van [Z] heeft, aldus [X] , erin bestaan dat [Z] - die volgens [IJ] de volledige regie en het toezicht op de werkzaamheden uitoefende - zich van tevoren onvoldoende op de hoogte heeft gesteld van de exacte ligging en kwetsbaarheid van de leiding en/of ondeugdelijke instructies heeft verstrekt aan en onvoldoende toezicht heeft gehouden op (de graafmachinist en grondwerker van) [IJ] als gevolg waarvan de leiding bij de graafwerkzaamheden werd geraakt, terwijl zij wist van de aanwezigheid van de leiding. [Z] is als beheerder van de leiding aansprakelijk voor gebreken aan de leiding op grond van artikel 6:174 BW. Voorts heeft [X] aangevoerd dat [Z] haar stelling dat de schade die [X] heeft geleden aan de condensor het gevolg is van een (vermeende ondeugdelijke) reparatie die onder alle omstandigheden tegen druk- en temperatuurschommelingen bestand zou moeten zijn en dat deze derhalve voor rekening van [X] dient te komen, niet onderbouwd. [naam expert] heeft, aldus [X] , in haar brief van 14 november 2013, waarop [Z] zich heeft beroepen, niet onderbouwd dat druk- en temperatuurverschillen niet mogen leiden tot het lek raken van een van de pijpen in de dumpcondensor en dat de constructie dusdanig sterk moet zijn uitgevoerd dat de opgetreden druk- en temperatuurverschillen kunnen worden opgevangen. Verder heeft [X] aangevoerd dat [Z] - nadat de aanvankelijk (beperkte) lekkage was ontstaan - de risico's heeft onderschat (door gebrekkige kennis van het specifieke leidingtype) en dat zij te lang heeft gewacht met het nemen van adequate voorzorgsmaatregelen. Zij had, aldus [X] , deskundig advies moeten inwinnen toen zich de eerste lekkage voordeed, de druk van de leiding moeten afhalen, een noodreparatie moeten uitvoeren en haar direct dienen te waarschuwen. De leiding is onder de druk vervolgens geheel bezweken. Daardoor is volgens [X] schade en een lekkage in de condensor van [X] ontstaan en heeft de productie gedurende 7 dagen stilgelegen. [Z] is volgens [X] vanwege haar onzorgvuldige handelen aansprakelijk voor de door haar geleden schade.

4.15.

[Z] heeft ten verwere - samengevat - het volgende aangevoerd. Zij heeft betwist dat zij onzorgvuldig jegens [X] heeft gehandeld en bewust roekeloos heeft gehandeld door niet op de hoogte te zijn van de constructie van de leiding, door geen maatregelen te treffen en door haar niet te informeren en/of te waarschuwen. [Z] heeft aangevoerd dat [IJ] in dezen de deskundige partij was en dat zij niet inziet wat zij meer had moeten doen dan [IJ] te voorzien van de benodigde informatie en incidenteel toezicht te houden. Daarnaast ontbreekt volgens [Z] het causaal verband tussen het graafincident en de schade aan de condensor. [X] heeft in het verleden namelijk gekozen voor een reparatiemethode, waardoor de condensor niet onder alle omstandigheden bestand is tegen druk- en temperatuurschommelingen. Voor zover de schade ten gevolge van het losschieten van de plug niet volledig voor rekening van [X] komt, heeft, aldus [Z] , te gelden dat sprake is van eigen schuld aan de zijde van [X] door na te laten de condensor tijdens de stilstand te inspecteren op onregelmatigheden, zodat de schade grotendeels voor haar rekening behoort te blijven.

4.16.

Ten aanzien van het door [X] gestelde onrechtmatig handelen van [Z] overweegt de rechtbank allereerst dat zij in haar beoordeling onderscheid zal maken tussen de eerste bedrijfsstilstand op 27 mei 2013 en de tweede bedrijfsstilstand op 29 mei 2013.

4.17.

Ten aanzien van de eerste bedrijfsstilstand overweegt de rechtbank het volgende. Hoewel onduidelijk is waardoor de lekkage in de leiding aanvankelijk is ontstaan, staat vast dat enkele uren na de constatering door [IJ] en [Z] dat er water in het betreffende ontgravingsgat stroomde, de leiding is opengescheurd. De vraag die in dit verband moet worden beantwoord, is of dit openscheuren van de leiding te wijten is aan onrechtmatig handelen van [Z] in de zin van artikel 6:162 BW. In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht is de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. Een onrechtmatige daad kan ingevolge het derde lid van dit artikel aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. [X] heeft aangevoerd dat [Z] haar informatie- en mededelingsplicht heeft geschonden en niet tijdig maatregelen heeft getroffen. De rechtbank stelt vast dat de stellingen van [X] betrekking hebben op een handelen in strijd met een aantal zorgvuldigheidsnormen.

4.18.

De rechtbank overweegt dat in het door [Z] opgestelde onderzoeksrapport is vastgelegd dat de aanwezige leidinggevenden na overleg hadden besloten de reparatie van de leiding tot de volgende dag uit te stellen. Voorts is in dit rapport aangegeven dat de leidinggevende abusievelijk van een eenlaagse pijpleiding is uitgegaan, terwijl er een dubbelgelaagde leiding lag. De lekkage in de leiding in combinatie met de druk van het water in de leiding heeft blijkens het rapport ertoe geleid dat deze (verder) delamineerde en uiteindelijk openscheurde. Naar het oordeel van de rechtbank had het op de weg van [Z] gelegen om direct nader onderzoek te doen naar de aard van de leiding en de waterdruk in de leiding in relatie tot de geconstateerde lekkage. [Z] was immers bekend met het belang van de leiding voor het productieproces van [X] en van haar afhankelijkheid daarvan. [Z] had op basis van dat nadere onderzoek dienen te besluiten de druk van de leiding te halen en de leiding meteen te repareren dan wel een reparatieklem te plaatsen, zodat de onderhavige scheuring van de leiding was voorkomen. Uit het rapport van [naam Expert 2] volgt dat de fabrikant van de leiding deze maatregelen zou hebben geadviseerd als contact met hem zou zijn opgenomen daarover (zie overweging 2.24, onder het kopje "Advies fabrikant van leiding"), hetgeen niet inhoudelijk door [Z] weersproken is. Voorts lag het op de weg van [Z] om [X] direct te informeren over de beschadiging van de leiding en over de door haar te nemen maatregelen, nu dit gevolgen heeft voor het productieproces van [X] . Naar het oordeel van de rechtbank heeft [Z] met haar nalatige optreden in strijd met de zorgvuldigheidsnormen gehandeld. Voorts is de rechtbank van oordeel dat [Z] met het nalaten van onderzoek, het uitstellen van de reparatie tot de volgende dag en het niet informeren van [X] een inschattingsfout heeft gemaakt, die voor haar rekening komt.

4.19.

Ten aanzien van de tweede bedrijfsstilstand overweegt de rechtbank dat deze bedrijfsstilstand het gevolg is van een lekkage in een condensorpijp vanwege een losgeraakte plug in die condensorpijp. De vraag die in dit verband moet worden beantwoord is of er een causaal verband bestaat tussen het onrechtmatig handelen van [Z] en de lekkage in de condensorpijp. [X] heeft ter onderbouwing van haar stelling verwezen naar het door haar overgelegde rapport van [R] . [R] heeft in haar rapport geconcludeerd dat het aannemelijk is dat de plug is losgeraakt gezien het druk- en temperatuurverloop in de dumpcondensor ten tijde van het voorval. Daarbij heeft [R] aangegeven dat de pijp, plug en pijpplaat zijn gemaakt van verschillende materialen met verschillende temperatuuruitzettingscoëfficiënten, dat de koperen plug bij het opwarmen van de afgestopte pijp tot boven de 100C meer wil uitzetten dan de titaanpijp en de stalen pijpplaat, waardoor er vervorming van de plug en de pijpplaat plaatsvindt, en dat de plug vervolgens krimpt ten opzichte van de pijp bij een daling van de temperatuur tot normale bedrijfswaardes. Doordat nadien een drukverschil is ontstaan, is de plug uit de pijp gedrukt.

4.20.

De rechtbank overweegt dat vaststaat dat zich in de dumpcondensor grote druk- en temperatuurverschillen hebben voorgedaan en dat deze fluctuaties een gevolg zijn van de scheuring van de leiding. [Z] heeft immers niet tot haar verweer aangevoerd dat de plug ook zou zijn losgeschoten zonder de temperatuurschommelingen. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank het causaal verband tussen de scheuring van de leiding en de lekkage in de condensorpijp gegeven. [X] heeft ten aanzien van de in 2011 uitgevoerde reparatie aan de condensor gesteld dat destijds 12 van 2500 pijpjes in de condensor zijn gerepareerd door een koperen plug met kracht in een titaanpijp te slaan, waardoor deze in de (condensator)pijp kwamen vast te zitten, en dat dit een gangbare manier van repareren is. [Z] heeft dit enkel betwist door te stellen dat [X] in het verleden heeft gekozen voor een reparatiemethode, waardoor de condensor niet onder alle omstandigheden bestand is tegen druk- en temperatuurschommelingen. De rechtbank heeft - gelet op de inhoud van de overgelegde rapporten van [R] en [naam expert] - thans geen aanleiding om te veronderstellen dat de plug niet zou zijn losgeschoten als een andere reparatiemethode zou zijn toegepast, zodat de rechtbank als vaststaand aanneemt dat de eerdere reparatie van de condensor met een koperen plug, zoals door [X] omschreven, als gangbaar en deugdelijk dient te worden aangemerkt. Gelet daarop, had [X] er naar het oordeel van de rechtbank niet op bedacht hoeven te zijn dat een plug in de condensor zou losraken en dient de schade (geheel) voor rekening van [Z] te komen.

4.21.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [Z] aansprakelijk is jegens [X] ten aanzien van schade die verband houdt met zowel de eerste als de tweede bedrijfsstilstand.

Schade

4.22.

[X] heeft gesteld dat zij door het onrechtmatig handelen van [Z] schade heeft geleden, bestaande uit:

 Gemiste productie-uren van 27 mei 2013 t/m 29 mei 2013 € 210.481,50

 Gemiste productie van 30 mei 2013 t/m 4 juni 2013 € 258.591,56

 Spoeling van de condensor met demiwater € 44.280,75

 Reparatiewerkzaamheden van de condensor € 520,30

Totaal € 513.874,11

[X] heeft daarbij verwezen naar de door haar als productie 12 bij dagvaarding overgelegde brief van 6 augustus 2013 met bijlagen.

4.23.

[Z] heeft de gestelde schade betwist vanwege het ontbreken van een onderbouwing daarvan. Voorts heeft [Z] in het kader van haar verweer gesteld dat een accountantsverklaring waaruit volgt dat de opgevoerde bedragen juist zijn ontbreekt. Volgens [Z] is het door [X] overgelegde overzicht met verschillende schadeposten door [X] zelf opgesteld en dient dit overzicht door een onafhankelijk deskundige te worden beoordeeld.

4.24.

De rechtbank overweegt als volgt. Bij brief van 6 augustus 2013 heeft [X] een gedetailleerde onderbouwing gegeven van de door haar geleden schade. De in de bijlage bij die brief onderbouwde schade komt grotendeels overeen met de in het rapport van 3 december 2014 opgenomen berekening van [naam Expert 2] (de verzekeraar van [IJ] ). In dat licht is naar het oordeel van de rechtbank de betwisting van [Z] dat een onderbouwing en een accountantsverklaring ontbreken een onvoldoende weerlegging van de door [X] gestelde schade. De rechtbank gaat dan ook aan deze verweren voorbij en zal bij haar verdere beoordeling ter zake van de schade uitgaan van de door [X] gegeven onderbouwing van de door haar geleden schade.

De rechtbank stelt vervolgens vast dat [Z] in haar conclusie van dupliek als verweer heeft aangevoerd dat een reparatie en daarmee een bedrijfsstilstand na de beschadiging van de leiding om 13:00 uur onvermijdelijk was en dat de buitengebruikstelling niet (noemenswaardig) korter zou zijn geweest wanneer de druk direct om 13:00 uur in plaats van om 16:00 uur van de leiding zou zijn gehaald, waardoor de schade dezelfde omvang zou hebben gehad. In dat verband verwijst [Z] naar het rapport van [naam expert] van 5 juli 2016 (zie overweging 2.26). [X] heeft zich over dit verweer van [Z] nog niet kunnen uitlaten, zodat de rechtbank [X] in de gelegenheid zal stellen zich hierover bij akte uit te laten. De rechtbank zal de zaak daartoe verwijzen naar de in het dictum te noemen rolzitting.

4.25.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 6 december 2017 voor het nemen van een akte door [X] over hetgeen is vermeld onder overweging 4.24, waarna [Z] op de rol van 4 weken daarna een antwoordakte kan nemen;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Sanna, mr. N.A. Baarsma en mr. M.C. van Woudenberg en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2017 in tegenwoordigheid van de griffier

mr. S. Ambachtsheer.1

1 type: coll: 613.