Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4223

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-10-2017
Datum publicatie
07-11-2017
Zaaknummer
6194422 \ VZ VERZ 17-35
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Beslagvrije voet voor zorgtoeslag;

Geen strijd met art. 45 Awir.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 6194422 \ VZ VERZ 17-35

beschikking van de kantonrechter d.d. 10 oktober 2017

inzake

REDMER JURRINUS HOLTMAN,

handelende onder de naam RAPPÓRT DRACHTEN E.O.,

kantoorhoudende te Leeuwarden,

in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van

[naam onderbewindgestelde] ,

wonende te [plaats] ,

procederende met toevoeging,

verzoeker,

gemachtigde: mr. H.L. Thiescheffer,

tegen

de naamloze vennootschap

DE FRIESLAND ZORGVERZEKERAAR N.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

verweerster,

gemachtigde: mr. S. Arends, LAVG.

Verzoeker zal hierna Holtman q.q. en - waar nodig - [onderbewindgestelde] worden genoemd, en verweerder De Friesland.

Procesverloop

1.1.

Holtman q.q. heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 25 juli 2017, verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat, de artikelen 475b en 475d Rv van toepassing te verklaren op de zorgtoeslag die [onderbewindgestelde] niet ontvangt en om (na akte wijziging) de beslagvrije voet vast te stellen op een bedrag van

€ 1.057,53 netto, en De Friesland te veroordelen in de proceskosten, waaronder salaris gemachtigde. Holtman q.q. heeft bij brief van 6 september 2017 nadere producties (6 tot en met 8) in het geding gebracht.

1.2.

De Friesland heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen verweerschrift ingediend.

1.3.

De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 september 2017. Van het verhandelde zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.

Motivering

De feiten

2.1.

De gelden en goederen van [onderbewindgestelde] zijn bij beschikking van 11 december 2015 door de kantonrechter te Leeuwarden onder bewind gesteld, met benoeming van Holtman tot bewindvoerder.

2.2.

De Friesland heeft uit kracht van een executoriale titel derdenbeslag gelegd onder de Belastingdienst Toeslagen, meer specifiek op de aan [onderbewindgestelde] toekomende zorgtoeslag van

€ 89,00 per maand. Zij heeft daarbij een beslagvrije voet van € 0,00 gehanteerd.

2.3.

Holtman q.q. heeft de executerende deurwaarder, LAVG, verzocht om een herberekening van de beslagvrije voet. LAVG heeft Holtman q.q. bij brief van 10 juli 2017 laten weten de nihilstelling te handhaven omdat er uit artikel 475c Rv volgt dat er bij een beslag op de zorgtoeslag geen sprake is van het toepassen van een beslagvrije voet. LAVG heeft daarbij verwezen naar het arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 april 2017 (ECLI:NL:GHDHA:2017:1154).

het verzoek en het verweer

3.1.

Holtman q.q. verzoekt de artikelen 475b en 475d Rv van toepassing te verklaren op de zorgtoeslag nu er sprake is van een vordering tot een wederkerende betaling als bedoeld in artikel 475f Rv. Holtman q.q. baseert zich daarbij op het arrest van 21 oktober 2014 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2014:8231), waarin is bepaald dat een huurtoeslag (waartoe ook kan worden gerekend een zorgtoeslag) een vordering tot wederkerende betalingen als bedoeld in artikel 475f Rv is en waarbij volgens het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden er geen reden is om aan te nemen dat de ratio van artikel 475f Rv zich er tegen verzet dat een beslagvrije voet over de huurtoeslag - en dus ook de zorgtoeslag - wordt vastgesteld voor zover de schuldenaar onvoldoende andere middelen van bestaan heeft. Door de beslagvrije voet niet toe te passen op een wederkerend inkomen, waaronder de zorgtoeslag, wordt de schuldenaar niet in staat gesteld om aan zijn maandelijkse verplichtingen aan de zorgverzekeraar te voldoen, aldus Holtman q.q. Indien de beslagvrije voet niet wordt aangepast, zal [onderbewindgestelde] over onvoldoende middelen van bestaan beschikken.

3.2.

De Friesland heeft zich verweerd. De Friesland stelt dat zij op grond van artikel 45 van de Awir (Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen) gerechtigd is om voor haar vorderingen tot nakoming van een betalingsverplichting beslag te leggen op de zorgtoeslag van [onderbewindgestelde] . De Friesland heeft hiervoor een executoriale titel verkregen. Voorts doet De Friesland een beroep op het arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 april 2017 (ECLI:NL:GHDHA:2017:1154). Het gerechtshof Den Haag heeft besloten dat er bij een beslag op de zorgtoeslag geen beslagvrije voet dient te worden toegepast. Met het toepassen van een beslagvrije voet wordt de schuldenaar namelijk in staat gesteld om de tegemoetkoming, ondanks een beslag daarop, aan te wenden voor andere doeleinden dan waarvoor deze is verstrekt. Dit is volgens het gerechtshof Den Haag in strijd met hetgeen de wetgever heeft willen waarborgen door middel van het bepaalde in artikel 45 Awir.

De beoordeling

4. De kantonrechter overweegt als volgt.

4.1.

Artikel 475f Rv bepaalt dat indien beslag is gelegd op een vordering tot wederkerende betalingen die niet in artikel 475c Rv is omschreven en de schuldenaar onvoldoende andere middelen van bestaan heeft, de schuldenaar de kantonrechter kan verzoeken de artikelen 475b en 475d Rv mede op die vordering van toepassing te verklaren.

4.2.

Tussen partijen in niet in geschil dat de zorgtoeslag een vordering tot wederkerende betaling is die niet in artikel 475c is omschreven en dat [onderbewindgestelde] onvoldoende andere middelen van bestaan heeft. Vraag is echter of, zoals door De Friesland is aangevoerd, de strekking van artikel 45 Awir zich er tegen verzet dat de kantonrechter de artikelen 475b en 475d Rv op de zorgtoeslag van toepassing verklaart.

4.3.

Op grond van 45 lid 1 aanhef en onder a Awir mag voor verhaal van een vordering tot betaling van zorgpremie beslag worden gelegd op een vordering op de Belastingdienst tot betaling van zorgtoeslag. Blijkens de Memorie van Toelichting op dit artikel (Kamerstukken II, 2004-2005, 29.764, blz. 63) heeft de wetgever met dit artikel willen waarborgen dat de tegemoetkoming moet worden aangewend voor het doel waarvoor die is verleend. De wetgever heeft het daarom alleen aan de schuldeiser voor wie de tegemoetkoming is bedoeld, toegestaan om op die tegemoetkoming beslag te leggen. Daarmee is gewaarborgd dat andere schuldeisers geen beslag kunnen leggen op de zorgtoeslag, zodat de zorgtoeslag kan worden aangewend waarvoor zij bedoeld is, namelijk het voldoen van de zorgverzekeringspremie aan de zorgverzekeraar.

4.4.

Het vorenstaande laat naar het oordeel van de kantonrechter echter onverlet dat de artikelen 475b en 475d Rv op de zorgtoeslag van toepassing kunnen worden verklaard. De kantonrechter overweegt daartoe dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in het arrest van

21 oktober 2014 heeft overwogen dat er geen reden is om aan te nemen dat de ratio van artikel 475f Rv zich ertegen verzet dat een beslagvrije voet over - in dat geval - de huurtoeslag wordt vastgesteld, voor zover de schuldenaar onvoldoende andere middelen van bestaan heeft. De kantonrechter acht daarbij van belang dat, gelijk het gerechtshof heeft overwogen, staatssecretaris Teeven in zijn brief aan de waarnemend Ombudsman van 13 maart 2014, kenmerk 477873, op p. 3/4 heeft bevestigd dat de schuldenaar bij onvoldoende middelen om in zijn bestaan te voorzien de kantonrechter kan verzoeken de beslagvrije voet toe te passen op de zorg- en/of huurtoeslag. Daarnaast acht de kantonrechter van belang dat in de - nog niet in werking getreden - Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Stbl. 2017, 110), de beslagvrije voet direct van toepassing zal zijn op de huur- en zorgtoeslag. De kantonrechter deelt dan ook niet de opvatting van het gerechtshof Den Haag dat de strekking van artikel 45 Awir zich er niet mee verdraagt dat aan een beslagen tegemoetkoming een beslagvrije voet wordt toegekend. De zorgtoeslag is bestemd voor betaling van de premie voor de zorgverzekering. Door beslag te leggen op de zorgtoeslag is de kans groot dat de lopende betalingsverplichtingen met betrekking tot de zorgpremie niet meer kunnen worden voldaan. Daarnaast kan het totale inkomen van de schuldenaar ten gevolg van het beslag op de zorgtoeslag onder de beslagvrij voet komen.

4.5.

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Holtman q.q. de zorgtoeslag van [onderbewindgestelde] dient te kunnen aanwenden voor de betaling van de lopende betalingsverplichting jegens De Friesland, hetgeen door de beslaglegging op de zorgtoeslag wordt verhinderd. Weliswaar kan Holtman q.q., gelijk het gerechtshof Den Haag heeft overwogen, de zorgtoeslag ook aanwenden voor andere doeleinden dan waarvoor die is verstrekt, maar dit staat naar het oordeel van de kantonrechter er niet aan in de weg dat, gelet op het bepaalde in artikel 475f Rv, de artikelen 475b en 475d op de zorgtoeslag van toepassing kunnen worden verklaard, nu er sprake is van een wederkerende betaling. Gelet op het vorengaande zal de kantonrechter de artikelen 475b en 475d Rv van toepassing verklaren op de vordering van [onderbewindgestelde] op de Belastingdienst/ Toeslagen ter zake de zorgtoeslag.

4.6.

Met betrekking tot de hoogte van de beslagvrije voet op de zorgtoeslag overweegt de kantonrechter als volgt.

Holtman q.q. heeft als productie 6 een berekening van de beslagvrije voet ingediend, waarbij hij de beslagvrije voet heeft berekend op € 1.057,53.

De Friesland heeft hiertegen aangevoerd dat de door Holtman q.q. opgevoerde bedragen niet met stukken zijn onderbouwd.

4.7.

De kantonrechter zal bij de bepaling van de beslagvrije voet uitgaan van de bedragen zoals die blijken uit de door Holtman q.q. overgelegde stukken.

Met betrekking tot het inkomen van [onderbewindgestelde] zal worden uitgegaan van de als productie 3 overgelegde specificatie van de aan [onderbewindgestelde] toekomende uitkering op grond van de Participatiewet. [onderbewindgestelde] ontvangt een maandelijkse uitkering van € 933,65 netto, exclusief een reservering vakantiegeld ad € 49,14, waarbij een bedrag van € 49,14 wordt doorbetaald aan een beslaglegger, zodat maandelijks een bedrag van € 884,51 aan [onderbewindgestelde] wordt uitbetaald. Voor de vaststelling van de hoogte van de beslagvrije voet zijn deze bedragen echter niet van belang. De basisnorm voor de beslagvrije voet van [onderbewindgestelde] (alleenstaand en tussen de 21 en 65 jaar) bedraagt immers € 887,87.

De rekenhuur bedraagt, zo heeft Holtman q.q. onbetwist aangevoerd, € 544,76. Dit bedrag blijkt ook uit de door [onderbewindgestelde] overgelegde huurspecificatie van Elkien. De normhuur is € 206,48 en de door [onderbewindgestelde] ontvangen huurtoeslag bedraagt, zo blijkt uit de beschikking van de Belastingdienst (afgerond) € 264,00. Gelijk Holtman q.q. heeft berekend dient de basisnorm in verband met woonkosten te worden vermeerderd met een bedrag van € 74,28.

Holtman q.q. heeft voorts in de berekening een bedrag van € 134,38 opgenomen ter zake de premie van de ziektekostenverzekering. Nu Holtman q.q. dit bedrag niet met stukken heeft onderbouwd, zal de kantonrechter uitgaan van het bedrag zoals dat blijkt uit het door Holtman q.q. overgelegde polisblad van De Friesland, zijnde € 114,95. [onderbewindgestelde] ontvangt - ten gevolge van de beslaglegging - geen zorgtoeslag en de normpremie voor de zorgverzekering bedraagt

€ 39,00. De verhoging ter zake de ziektekosten zal de kantonrechter derhalve vaststellen op

€ 75,95.

De beslagvrije voet zal derhalve worden vastgesteld op een bedrag van € 887,87 + € 74,28 +

€ 75,95 = € 1.038,10.

4.8.

De Friesland zal als de (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Holtman q.q. vastgesteld op

€ 78,00 aan griffierecht en € 400,- aan salaris gemachtigde.

Beslissing1

De kantonrechter:

verklaart de artikelen 475b en 475d Rv van toepassing op de vordering van [onderbewindgestelde] op de Belastingdienst/Toeslagen ter zake de zorgtoeslag;

stelt de voor [onderbewindgestelde] geldende beslagvrije voet vast op een bedrag van € 1.038,10 netto;

veroordeelt De Friesland in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Holtman q.q. vastgesteld op € 478,00;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2017 door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c 471

1 Beschikking verzonden op: Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk. Door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet worden ingesteld door een advocaat bij het Gerechtshof te Leeuwarden