Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4203

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
02-11-2017
Datum publicatie
06-11-2017
Zaaknummer
18/830296-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan het plegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid en eenmaal aan ontucht plegen met een minderjarige die aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd.

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 246
Wetboek van Strafrecht 249
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830296-16

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 november 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [straatnaam].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

19 oktober 2017.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. M.C. van Linde, advocaat te Groningen, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R. van der Heide.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2015 tot en met 10 december 2015 te Winschoten, gemeente Oldambt, en/of te Grou en/of te Kaatsheuvel en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het vastpakken en/of vasthouden en/of tegen zich aandrukken van [slachtoffer 1] en/of het onverhoeds benaderen en/of vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 1], [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten (al dan niet in een zwembad) het wrijven van zijn geslachtsdeel tegen de vagina en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of het betasten van de billen van die [slachtoffer 1] en/of

het geven van kusjes en hierbij aanraken van de lippen van die [slachtoffer 1] met zijn tong en/of het betasten (over de kleding heen) van de borsten en/of vagina van die [slachtoffer 1];

2.

hij - als degene bij wie die [slachtoffer 1] logeerde - in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 10 december 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 1998, door het betasten (over de kleding heen) van de vagina van die [slachtoffer 1];

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 10 december 2015 te Winschoten, gemeente Oldambt, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het vastpakken en/of vasthouden en/of tegen zich aandrukken van die [slachtoffer 2] en/of het

onverhoeds benaderen en/of vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 2] en/of het dicht tegen die [slachtoffer 2] aanzitten, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de borsten en/of de billen (over de kleding heen) van die [slachtoffer 2] en/of het geven van kusjes en/of

hierbij aanraken van de lippen van die [slachtoffer 2];

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 10 december 2015 te Winschoten, gemeente Oldambt, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het vastpakken van het hoofd van die [slachtoffer 3] en/of het vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 3] en/of het onverhoeds benaderen en/of vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 3] en/of het dicht tegen die [slachtoffer 3] aanzitten en/of het vastpakken van de heupen van die [slachtoffer 3] en/of het dichtdoen van de voordeur van de woning toen [slachtoffer 3] wilde vertrekken, [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het op de mond zoenen van die [slachtoffer 3] en/of het betasten van de billen (over de kleding heen) van die [slachtoffer 3] en/of het betasten van de blote vagina van die [slachtoffer 3] en/of het wrijven van zijn geslachtsdeel tegen de vagina van die [slachtoffer 3].

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde kan worden bewezen en heeft daarvoor verwezen naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde nu het wettig en overtuigend bewijs in het dossier ontbreekt.

Ten aanzien van alle feiten heeft de raadsman bepleit dat de verklaringen als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat er geen samenhang in het dossier zit en de verklaringen niet overeenkomen. Daarnaast merkt de raadsman op dat op de punten waar de verklaringen wel overeenkomen, deze op elkaar afgestemd zijn en dat er sprake is van collaborative storytelling.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman opgemerkt dat [slachtoffer 1] niet aan de zorg van verdachte was toevertrouwd aangezien de moeder van [slachtoffer 1] tevens aanwezig was.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft de raadsman opgemerkt dat de verklaringen van [slachtoffer 3] en van haar vriend, getuige [getuige 1], op meerdere punten niet overeenkomen.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de handelingen - het knuffelen, zoenen en aaien over de benen - die in de tenlastelegging zijn omschreven niet zijn te kwalificeren als ontuchtige handelingen. Uit de verklaringen blijkt dat de handelingen (bijna) altijd in het bijzijn van anderen hebben plaatsgevonden. De getuigen hebben zich destijds niet uitgelaten over deze handelingen. Hieruit kan worden opgemaakt dat naar de uiterlijke verschijningsvorm deze handelingen door buitenstaanders ook niet als ontuchtig werden aangemerkt.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de door [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] alsmede de andere aangeefsters en getuigen bij de politie afgelegde verklaringen. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaringen heeft de rechtbank meegewogen dat de verklaringen specifieke gebeurtenissen bevatten waaruit, onafhankelijk van elkaar, het gedrag van verdachte duidelijk wordt. De verklaringen zijn naar het oordeel van de rechtbank niet in samenspraak tot stand gekomen nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] er eerst met (een) ander(en) over hebben gesproken, voordat zij met elkaar in gesprek kwamen over wat verdachte bij hen gedaan had. Daarbij komt dat de rechtbank het niet aannemelijk acht dat [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], verdachte wilden benadelen. [slachtoffer 1] heeft juist haar moeder willen beschermen tot het moment waarop ook [slachtoffer 3] en haar zusje met de handelingen van verdachte werden geconfronteerd. De rechtbank zal derhalve van de juistheid van haar de verklaringen uitgaan.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 18 januari 2016, opgenomen op pagina 20 e.v. van het dossier met nummer 2015363090 d.d. 29 juni 2016, inhoudende de verklaring van [getuige 2]:

[slachtoffer 1] heeft mij verteld dat als hij haar een knuffel gaf, hij met zijn handen aan haar kont zat. Tijdens het zogenaamd stoeien zat hij aan haar borsten en ook met zijn handen tussen haar benen.

Iedere keer als hij bij ons in Winschoten was gebeurde het, maar het is ook in Grou gebeurd. [slachtoffer 1] werd ziek en is eerder naar bed gegaan. Hij is toen 's nachts op haar slaapkamer geweest. Hij heeft onder de dekens gevoeld. Ze droeg een dun hemdje. Hij voelde aan haar blote borsten.

De eerste keer was op de Efteling (Kaatsheuvel) op 27 juni 2015. Hij hield haar vast door zijn arm om haar heen te slaan en zodoende haar borsten beetpakte. De laatste keer was op 10 december 2015. Hij gaf haar een knuffel en drukte haar zo hard tegen zich aan dat zij zijn geslachtsdeel voelde. Dat was bij mij in huis. Hij gaf ze wel eens kusjes op de mond. Ik dacht dat het vrijwillig was. Later hoorde ik van [getuige 3] dat als ze dat niet deed, zij billenkoek van hem zou krijgen. [verdachte] knuffelde de meiden vaak.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (studioverhoor van [slachtoffer 1]) van Politie Noord-Nederland d.d. 9 februari 2016, opgenomen op pagina 57 e.v., van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisanten de volgende samenvatting van hetgeen [slachtoffer 1] tijdens het verhoor heeft verklaard:

Bij het zwembad ging hij mij vasthouden en dan voelde je zijn ding tegen je aan. Ik had toen een bikini aan en hij een zwembroek. Ik voelde zijn piemel. Hij hield mij vast bij mijn kont en drukte mij tegen zijn lichaam. Hij gaf kusjes en ging wrijven, hij bewoog heen en weer. Ik voelde zijn ballen bij mijn vagina en zijn piemel daarboven. Toen ik van de glijbaan ging, moest ik tussen zijn benen zitten. Hij hield mij vast met zijn handen om mijn middel. Ik zei geen nee, want dan kreeg je straf.

[verdachte] gaf steeds kusjes op mijn mond. Hij raakte dan met zijn tong mijn lip aan.

De eerste keer was bij de Efteling en de laatste keer was de avond voordat wij met ons verhaal naar de directeur van de school zijn gegaan.

Mijn moeder, [getuige 3] en ik zijn ook een weekend naar hem geweest. Ik was ziek en [verdachte] kwam nog een keer boven en ging naast mij liggen. Ik lag onder 3 dekens. [verdachte] lag op bed, maar niet onder de dekens. Hij ging achter mij tegen mijn kont aan liggen. Hij deed zijn handen onder de dekens en wreef eerst over mijn zijkant en ging daarna naar beneden naar mijn benen. Hij ging langzaam naar mijn vagina. Hij raakt het bobbeltje aan de bovenkant van de vagina aan. Hij wreef 3 keer erover heen. Toen hij wegging gaf hij 2 kusjes op mijn mond, zonder tong.

Hij heeft vaak aan mijn billen gezeten. De eerste keer was bij de Efteling. Ook zat hij tijdens het kusjes geven aan mijn kont en ging dan met twee vingers over mijn vagina. Bij mijn moeder thuis zat hij ook wel op de bank en ging dan over mijn been wrijven en over mijn vagina.

Ik heb het als eerste verteld aan mijn vriend [naam]. [naam] heeft ook gezien dat [verdachte] over mijn benen wreef.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (studioverhoor van [getuige 3]) van Politie Noord-Nederland d.d. 16 februari 2016, opgenomen op pagina 63 e.v., van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisanten de volgende samenvatting van hetgeen [getuige 3] tijdens het verhoor heeft verklaard:

Wij zijn 1 keer bij [verdachte] geweest in Friesland. [slachtoffer 1] was die dag ziekjes.

[slachtoffer 1] heeft mij verteld dat [verdachte] haar een keer een knuffel gaf en dan met zijn slang (piemel) tegen haar vagina aanging.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (studioverhoor van [slachtoffer 2]) van Politie Noord-Nederland d.d. 22 februari 2016, opgenomen op pagina 67 e.v., van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisanten de volgende samenvatting van hetgeen [slachtoffer 2] tijdens het verhoor heeft verklaard:

Hij deed het ook bij [slachtoffer 1]. Hij zat aan haar kont en ging haar kusjes geven, dat heb ik zelf gezien. Op dezelfde manier als bij mij. Ik stond erbij. [slachtoffer 1] wilde het ook niet.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (studioverhoor van [slachtoffer 1]) van Politie Noord-Nederland d.d. 9 februari 2016, opgenomen op pagina 1 e.v., van voornoemd dossier (proces-verbaalnummer: PL0100-2015363090-28), inhoudende als relatering van verbalisanten van hetgeen [slachtoffer 1] tijdens het verhoor heeft verklaard:

(p.3/4) [slachtoffer 1]: Mijn moeder was gelukkig met [verdachte] en daarom heb ik het eerst niet verteld.

(p. 11) Verbalisant: Jij durfde het toen niet aan mamma te vertellen, want je zegt, je hebt ook een andere vader gehad en die is verder gegaan dan hij (verdachte).

[slachtoffer 1]: Ja en toen mijn vriendinnen ermee kwamen, toen durfde ik het wel, want toen had ik

meerdere bewijs dat die het wel had gedaan.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 18 januari 2016, opgenomen op pagina 30 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 4]:

[slachtoffer 2] vertelde mij dat ze op de bank zat en dat [verdachte] er ook zat. [verdachte] pakte haar bij de borsten en zat met zijn handen aan haar benen. [verdachte] had haar om haar middel gepakt en hij liet haar pas los als ze hem op de mond zoende. Dit alles gebeurde in de

woning van [getuige 2] (Winschoten). Het is vaker gebeurd.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (studioverhoor [slachtoffer 2]) van Politie Noord-Nederland d.d. 22 februari 2016, opgenomen op pagina 67 e.v., van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisanten de volgende samenvatting van hetgeen [slachtoffer 2] tijdens het verhoor heeft verklaard:

[verdachte] heeft mij aangeraakt toen ik bij [getuige 2] thuis in Winschoten kwam. Ik denk dat de eerste knuffel in oktober was. De laatste keer was de dag voordat de politie kwam. Elke keer als ik hem een knuffel gaf, dan ging hij ook kusjes geven. Tussendoor ging hij mij kietelen en over mijn borsten wrijven.

De eerste keer dat [verdachte] aan mijn borsten zat, was denk ik 23 november. [verdachte] ging ook elke keer over mijn benen wrijven, als hij naast mij zat. Het is meerdere keren gebeurd. Hij zat bij mijn kont, als hij mij een knuffel gaf. De keer dat hij mij ging kietelen en ik van de bank gleed zei ik stoppen, maar hij deed dat niet. Hij ging verder naar boven en raakte mijn borsten aan. Bij de zijkant en de voorkant. Met zijn handen wreef hij erover heen. Als [verdachte] een knuffel gaf dan ging hij je kont aanraken. Hij wil je dan een kusje geven en gaat dan bij je rug heel langzaam naar beneden naar mijn kont en gaat dan wrijven. Elke keer als ik hem zag, wilde [verdachte] een kus geven. Dan voel je zijn tong hier een beetje ([slachtoffer 2] wijst naar haar onderlip). Ik draaide mijn hoofd weg. Hield mij vast met zijn armen om mijn rug, totdat je een kusje geeft en dan liet hij los.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (studioverhoor [slachtoffer 1]) van Politie Noord-Nederland d.d. 9 februari 2016, opgenomen op pagina 57 e.v., van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisanten de volgende samenvatting van hetgeen [slachtoffer 1] tijdens het verhoor heeft verklaard:

Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 2] ging kietelen en bij haar aan de borsten en billen zat, kusjes ging geven en ging knuffelen.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 9 juni 2016, opgenomen op pagina 79 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3]:

V: Hoe vaak heeft [verdachte] jou gezoend op je mond, terwijl je dat niet wilde?

A: 3 of 4 keer.

V: Ik hoor je zeggen dat hij je geknuffeld heeft en dat hij met zijn lul tegen je aan komt, hoe vaak is dat gebeurd?

A: Dat is 2 keer gebeurd, bij [getuige 2] in de woonkamer.

V: Ik hoor je zeggen dat hij over je kont ging strelen, hoe vaak gebeurde dat?

A: 4 keer.

V: En hij ging met zijn vingers in je broekje. Hoe vaak is dat gebeurd?

A: 1 keer.

V: Ik wil graag naar de eerste keer dat je hem ontmoet.

A: [verdachte] wilde me meteen een kus geven. Ik draaide mijn hoofd weg en ik wilde dat echt niet. Hij pakte mijn hoofd vast met twee handen op mijn wangen en duwde zijn lippen op die van mij.

V: Dan wil ik graag naar een keer dat hij zich tegen je aan duwde en jij zijn lul voelde. Welke keer kan je je nog het beste herinneren?

A: Dat was de tweede of derde keer dat ik hem zag. Hij zei dat ik hem een knuffel moest geven. Ik gaf hem snel een knuffel. Hij pakte me bij mijn heupen vast en drukte mij tegen zich aan en ging met zijn lul tegen mij aan wrijven. We stonden met onze gezichten naar elkaar toe. Hij drukte mij tegen zich aan. Hij kneep heel hard in mijn heup. Het was in de winter van 2015.

V: Je hebt ook verteld over de mond strelen, welke keer kan je nog het beste herinneren?

A: Die keer dat [getuige 1] ) het zag. Ik wilde hem snel een kus op zijn wang geven. [verdachte] draaide zijn hoofd, waardoor de kus op zijn mond terecht kwam. Ik ben naast [getuige 1] gaan zitten. [verdachte] ging toen nog naast me zitten. Hij streelde over mijn kont en ging wrijven. Ik duwde zijn hand weg. Ik stond op en [verdachte] sloeg op mijn kont.

V: Dan hebben we de keer in de gang met het korte broekje en hij met zijn vingers in je broekje ging. Vertel me daar eens alles over?

A: Ik ging weg. Ik wilde de deur open doen. [verdachte] zei dat ik even moest wachten en deed de deur weer dicht. [verdachte] deed zijn hand in mijn broek tegen mijn kut aan.

V: Wanneer is het moment dat je van de andere meiden hoorde wat [verdachte] bij hen had gedaan?

A: Dat was pas een dag nadat ik het aan [getuige 1] en mijn moeder had verteld.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 26 januari 2016, opgenomen op pagina 43 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1]:

[verdachte] begon [slachtoffer 3] aan te raken op haar been. (Getuige maakt een beweging aan de binnen bovenkant van zijn been.) Hij knuffelde haar. Wat ik mij kan herinneren is dat mijn vriendin naar achteren ging en even gilde. Zij schrok ergens van. Ze zei tegen mij dat ze naar huis wilde gaan. Ze zei dat ze zo geschrokken was omdat hij met zijn hand langs haar kut ging. Hij wilde dat [slachtoffer 3] naast hem ging zitten. Toen we weggingen wilde hij ook een kus hebben. Hij pakte haar zo bij de wangen en zoende haar.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De raadsman heeft de vraag opgeworpen of de handelingen die verdachte ten laste zijn gelegd te kwalificeren zijn als ontuchtige handelingen.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Volgens vaste jurisprudentie gaat het bij ontuchtige handelingen om seksuele handelingen die met de sociaal-ethische norm in strijd zijn. Hierbij gaat het zowel om de aard als de intentie van de handelingen. Gelet op het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en de slachtoffers, de verhouding tussen verdachte (‘stiefvader’) en de slachtoffers, de aard van de handelingen (tong, zoen) en de omstandigheden alsmede het dwingend karakter waaronder verdachte de handelingen heeft uitgevoerd, is de rechtbank van oordeel dat de handelingen zoals deze zijn ten laste gelegd als ontuchtig aan te merken zijn.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman opgemerkt dat [slachtoffer 1] niet aan de zorg van verdachte was toevertrouwd.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende. [slachtoffer 1], die met haar moeder (op dat moment partner van verdachte) bij verdachte op bezoek was, was ziek naar bed gegaan en zou evenals haar moeder bij verdachte logeren. De rechtbank acht deze omstandigheden voldoende om te kunnen spreken dat de zorg en waakzaamheid (mede) aan verdachte waren toevertrouwd. Dat haar moeder eveneens in het huis aanwezig was doet daar niet aan af.

Op basis van het vorenstaande acht de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 juni 2015 tot en met 10 december 2015 te Winschoten en/of te Grou en/of te Kaatsheuvel meermalen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het vastpakken en/of vasthouden en/of tegen zich aandrukken van [slachtoffer 1] en/of het onverhoeds benaderen en/of vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 1], [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen, te weten (al dan niet in een zwembad) het wrijven van zijn geslachtsdeel tegen de vagina en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of het betasten van de billen van die [slachtoffer 1] en/of het geven van kusjes en hierbij aanraken van de lippen van die [slachtoffer 1] met zijn tong en/of het betasten (over de kleding heen) van de borsten en/of vagina van die [slachtoffer 1];

2.

hij - als degene bij wie die [slachtoffer 1] logeerde - in de periode van 1 juni 2015 tot en met 10 december 2015 te Grou ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 1998, door het betasten (over de kleding heen) van de vagina van die [slachtoffer 1];

3.

hij in de periode van 1 juni 2015 tot en met 10 december 2015 te Winschoten meermalen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het vastpakken en/of vasthouden en/of tegen zich aandrukken van die [slachtoffer 2] en/of het onverhoeds benaderen en/of vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 2] en/of het dicht tegen die [slachtoffer 2] aanzitten, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de borsten en/of de billen (over de kleding heen) van die [slachtoffer 2] en/of het geven van kusjes en/of hierbij aanraken van de lippen van die [slachtoffer 2];

4.

hij in de periode van 1 juni 2015 tot en met 10 december 2015 te Winschoten meermalen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het vastpakken van het hoofd van die [slachtoffer 3] en/of het vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 3] en/of het onverhoeds benaderen en/of vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 3] en/of het dicht tegen die [slachtoffer 3] aanzitten en/of het vastpakken van de heupen van die [slachtoffer 3] en/of het dichtdoen van de voordeur van de woning toen [slachtoffer 3] wilde vertrekken, [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen, te weten het op de mond zoenen van die [slachtoffer 3] en/of het betasten van de billen (over de kleding heen) van die [slachtoffer 3] en/of het betasten van de blote vagina van die [slachtoffer 3] en/of het wrijven van zijn geslachtsdeel tegen de vagina van die [slachtoffer 3].

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;

2. ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;

3. feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;

4. feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde komt heeft de raadsman bepleit te volstaan met oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest in combinatie met een taakstraf.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft de dochter van zijn toenmalige partner alsmede twee vriendinnen van de dochter meermalen vastgehouden, betast op intieme plekken en op de mond gezoend. Verdachte heeft zich aldus gedurende een relatief korte periode meermalen schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Met de dochter van zijn toenmalige partner heeft verdachte eveneens ontucht gepleegd terwijl hij de zorg en waakzaamheid over haar had. Hij heeft misbruik gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen en het overwicht dat hij als volwassene had.

Door het handelen van verdachte heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van zedenmisdrijven ernstige gevolgen kunnen ondervinden van hetgeen hen is aangedaan. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich enkel heeft laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en dat hij zich niet heeft bekommerd om de schade die hij daarmee aanrichtte, temeer nu verdachte de kwetsbaarheid en/of problematische voorgeschiedenis van de slachtoffers kende.

De rechtbank rekent dit verdachte aan en overweegt dat een dergelijk feit het opleggen van een substantiële straf zonder meer rechtvaardigt.

Ten nadele van verdachte betrekt de rechtbank bij de straftoemeting de wijze waarop verdachte heeft gehandeld. Vrijwel direct nadat verdachte relationeel contact kreeg met mw. Van Slooten is het misbruik begonnen bij [slachtoffer 1]. Vervolgens heeft hij vanuit het gezin zijn slachtoffergroep uitgebreid en in relatief korte tijd meerdere slachtoffers, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], gemaakt. Ook bij hen heeft hij misbruik gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen en het overwicht dat hij had. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte geen verantwoording neemt voor zijn daden.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd met aftrek van het reeds door verdachte ondergane voorarrest. Het voorwaardelijke deel dient verdachte ervan te weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen. Het strafvoorstel zoals subsidiair door de raadsman is bepleit, doet geen recht aan de ernst van de feiten.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 246 en 249 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.B. Holsink, voorzitter, mr. J.V. Nolta en

mr. A.G.D. Overmars, rechters, bijgestaan door mr. M.C. Nijboer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 november 2017.

Mr. M.J.B. Holsink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.