Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4186

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
31-10-2017
Datum publicatie
03-11-2017
Zaaknummer
18/730201-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor mensensmokkel (uit winstbejag, tezamen en in vereniging met één of meer anderen) en mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde

personen, tot een gevangenisstraf voor de duur van het voorarrest en een werkstraf van 240 uren. Overschrijding van de redelijke termijn.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel en - samen met een ander - aan mensensmokkel uit winstbejag. Zij is daarbij een persoon behulpzaam geweest bij wederrechtelijk(e) inreis en verblijf in Nederland. Verder heeft verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan mensenhandel. Het slachtoffer, een Braziliaanse vrouw, is daarbij onder het valse voorwendsel dat zij in Nederland zou kunnen gaan werken als manicure, bewogen om naar Nederland te komen. In Nederland werd zij door verdachte en medeverdachte gehuisvest en werd haar verteld dat zij gelet op het feit dat de Nederlandse taal niet beheerste niet als manicure aan het werk kon. Hierdoor, en door het feit dat het slachtoffer zich in Nederland in een situatie bevond waarin zij om meerdere redenen afhankelijk was van verdachte en de medeverdachte, is zij ertoe gebracht werkzaamheden in de prostitutie te verrichten. Zij moest vervolgens een deel van haar verdiensten afstaan ten gunste van verdachte.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 197a
Wetboek van Strafrecht 273f
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730201-14

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 31 oktober 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

3 oktober 2017 en 17 oktober 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.E. Pennings, advocaat te Rotterdam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T.H. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 april 2014 tot en met 15 mei 2014 en/of (elders) in het jaar 2014, te [pleegplaats] en/of (elders) in Nederland en/of te Portugal en/of te Brazilië, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

A) een ander, te weten [slachtoffer 1] , (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht of door misbruik van een kwetsbare positie

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s) mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B) een ander, te weten [slachtoffer 1] , heeft aangeworven en/of meegenomen en/of ontvoerd met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde

tegen betaling (sub 3) en/of

C) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] , (sub 6°)

immers heeft zij, verdachte en/of (met) haar mededader(s):

- contact gelegd, althans gekregen, met die [slachtoffer 1] (in Portugal en/of Brazilië) en/of gezegd dat die [slachtoffer 1] naar Nederland kon komen en/of

- die [slachtoffer 1] opgehaald vanaf Schiphol en/of (vervolgens) ondergebracht en/of laten verblijven in een woning en/of

- ( een) advertentie(s) op de website www.kinky.nl en/of www.speurders.nl en/of (een) andere website(s) geplaatst, waarin die [slachtoffer 1] zich aanbood voor het verlenen van seksuele diensten tegen betaling en/of

- de telefoon opgenomen voor die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) afspraken gemaakt voor die [slachtoffer 1] met (potentiële) klanten voor prostitutie en/of

- die [slachtoffer 1] naar (escort)klanten vervoerd en/of

- een (gedeelte) van het door die [slachtoffer 1] verdiende geld ingenomen en/of door die [slachtoffer 1] laten afstaan;

terwijl die [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en/of onbekend was in Nederland en/of en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of niet over eigen inkomsten en/of huisvesting in Nederland beschikte en/of/aldus bewerkstelligd dat die [slachtoffer 1] van haar, verdachte, en/of haar mededader(s) afhankelijk was;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

zij in of omstreeks de periode van 1 april 2014 tot en met 15 mei 2014 en/of (elders) in het jaar 2014 te Amsterdam en/of [pleegplaats] en/of (elders) in Nederland en/of te Portugal en/of te Brazilië, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) ander(en), te weten [slachtoffer 1]

(lid 1):

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

en/of

(lid 2):

uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europse Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

of die [slachtoffer 1] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of het verblijf wederrechtelijk was;

immers is/heeft zij, verdachte en/of (met) haar mededader(s):

- met voornoemde [slachtoffer 1] in contact gekomen en/of voornoemde [slachtoffer 1] benaderd en/of gevraagd/voorgesteld naar Nederland te komen om te werken, terwijl zij, verdachte, wist of moest vermoeden dat voornoemde [slachtoffer 1] niet in het bezit was van een verblijfsvergunning en/of een tewerkstellingsvergunning voor het verrichten van arbeid in Nederland en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] opgehaald vanaf Schiphol en/of

- die [slachtoffer 1] ondergebracht en/of laten verblijven in een woning in Nederland en/of

- ( een) advertentie(s) op de website www.kinky.nl en/of www.speurders.nl en/of (een) andere website(s) geplaatst, waarin die [slachtoffer 1] zich aanbood voor het verlenen van seksuele diensten tegen betaling en/of

- de telefoon opgenomen voor die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) afspraken gemaakt voor die [slachtoffer 1] met (potentiële) klanten voor prostitutie en/of

- die [slachtoffer 1] naar (escort)klanten vervoerd en/of

- die [slachtoffer 1] als prostituee laten werken en/of (vervolgens) (een gedeelte van)

het door die [slachtoffer 1] verdiende geld ingenomen en/of ontvangen;

2.

zij in of omstreeks de periode van 5 mei 2014 tot en met 15 mei 2014 en/of (elders) in het jaar 2014 te [pleegplaats] en/of (elders) in Nederland en/of te Brazilië tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 2] , (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s) mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 2] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B) een ander, te weten [slachtoffer 2] , heeft aangeworven en/of meegenomen en/of ontvoerd met het oogmerk die [slachtoffer 2] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3) en/of

C) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten [slachtoffer 2] , (sub 6°)

immers heeft zij, verdachte en/of (met) haar mededader(s):

- contact gelegd en/of gekregen met die [slachtoffer 2] (in Brazilië) en/of die [slachtoffer 2]

verteld dat zij in Nederland wel kon werken als manicure en/of gezegd dat die [slachtoffer 2] naar Nederland kon komen en/of

- die [slachtoffer 2] opgehaald vanaf Schiphol en/of (vervolgens) ondergebracht in een woning en/of

- tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat zij gemaakte onkosten, althans geld, moest (terug)betalen en/of

- ( een) foto('s) (in bikini en/of lingerie, althans erotische kleding) van die [slachtoffer 2] gemaakt, welke foto('s) bestemd waren voor (een) advertentie(s) op www.kinky.nl en/of www.speurders.nl en/of (een) andere website(s)

- ( een) advertentie(s) op de website www.kinky.nl en/of www.speurders.nl en/of (een) andere website(s) geplaatst, waarin die [slachtoffer 2] zich aanbood voor het verlenen van seksuele diensten tegen betaling en/of

- de telefoon opgenomen voor die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) afspraken gemaakt voor die [slachtoffer 2] met (potentiële) klanten voor prostitutie en/of

- die [slachtoffer 2] naar (escort)klanten vervoerd en/of

- een (gedeelte) van het door die [slachtoffer 2] verdiende geld ingenomen en/of door die [slachtoffer 2] laten afstaan,

terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en/of onbekend was in Nederland en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of niet over eigen inkomsten en/of huisvesting in Nederland beschikte en/of/aldus bewerkstelligd dat die [slachtoffer 2] van haar, verdachte, en/of haar mededader(s) afhankelijk was;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

zij in of omstreeks de periode van 5 mei 2014 tot en met 15 mei 2014 en/of (elders) in het jaar 2014 te Amsterdam en/of [pleegplaats] en/of (elders) in Nederland en/of te Brazilië tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) ander(en), te weten [slachtoffer 2]

(lid 1):

(telkens) behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

en/of

(lid 2):

(telkens) uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

of die [slachtoffer 2] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of het verblijf wederrechtelijk was;

immers is/heeft zij, verdachte en/of (met) haar mededader(s):

- met voornoemde [slachtoffer 2] in contact gekomen en/of voornoemde [slachtoffer 2] benaderd en/of gevraagd/voorgesteld naar Nederland te komen om te werken, terwijl zij, verdachte, wist of moest vermoeden dat voornoemde [slachtoffer 2] niet in het bezit was van een verblijfsvergunning en/of tewerkstellingsvergunning voor het verrichten van arbeid in Nederland en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] opgehaald vanaf Schiphol en/of

- die [slachtoffer 2] ondergebracht en/of laten verblijven in een woning in Nederland en/of

- ( een) foto('s) (in bikini en/of lingerie, althans erotische kleding) van die [slachtoffer 2] gemaakt, welke foto('s) bestemd waren voor (een) advertentie(s) op www.kinky.nl en/of www.speurders.nl en/of (een) andere website(s)en/of

- ( een) advertentie(s) op de website www.kinky.nl en/of www.speurders.nl en/of (een) andere website(s)geplaatst, waarin die [slachtoffer 2] zich aanbood voor het verlenen van seksuele diensten tegen betaling en/of

- de telefoon opgenomen voor die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) afspraken gemaakt voor die [slachtoffer 2] met (potentiële) klanten voor prostitutie en/of

- die [slachtoffer 2] naar (escort)klanten vervoerd en/of

- die [slachtoffer 2] als prostituee laten werken en/of (vervolgens) (een gedeelte van) het door die [slachtoffer 2] verdiende geld ingenomen en/of ontvangen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde gevorderd omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is van daadwerkelijke uitbuiting en de toepassing van dwangmiddelen ten aanzien van [slachtoffer 1] (verder: [slachtoffer 1] ).

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de onder 1 subsidiair ten laste gelegde mensensmokkel ten aanzien van [slachtoffer 1] kan worden bewezen op grond van de verklaringen van [slachtoffer 1] , van verdachte ter terechtzitting van 3 oktober 2017, van de echtgenoot van verdachte, [getuige 1] , en van medeverdachte [medeverdachte 1] (verder: [medeverdachte 1] ).

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de onder 2 primair ten laste gelegde mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer 2] (verder: [slachtoffer 2] ) kan worden bewezen op grond van de verklaringen van [slachtoffer 2] die worden ondersteund door de verklaringen van [slachtoffer 1] , verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (verder: [medeverdachte 2] ). Uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat sprake was van seksuele uitbuiting waarbij door verdachte en haar medeverdachten met gebruikmaking van de dwangmiddelen misleiding, misbruik van een kwetsbare positie en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht is gehandeld ten opzichte van [slachtoffer 2] .

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie. Verder heeft de raadsman betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 subsidiair ten laste gelegde mensensmokkel van [slachtoffer 1] . Niet kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] zou hebben benaderd/gevraagd en/of hebben voorgesteld om naar Nederland te komen en haar als prostituee heeft laten werken dan wel een deel van het door haar verdiende geld heeft ingenomen. Voor wat betreft de overige ten laste gelegde handelingen onder 1 subsidiair heeft de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde kan naar de mening van de raadsman alleen bewezen worden dat verdachte foto's heeft gemaakt van [slachtoffer 2] . Hierbij is geen sprake geweest van winstbejag. Van dit feit dient verdachte dan ook te worden vrijgesproken.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het gebruik van enig dwangmiddel door verdachte en de medeverdachte ten opzichte van [slachtoffer 1] , dan wel dat sprake is geweest van daadwerkelijke uitbuiting van die [slachtoffer 1] . De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feit.

De rechtbank past ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 primair ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2014, opgenomen op pagina 21 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 14052014-HPV-02, d.d. 1 oktober 2014, inhoudende als relatering van verbalisanten:

Op 14 mei 2014 hebben wij een onderzoek ingesteld naar illegale prostitutie. Ik, verbalisant [verbalisant] , heb hierop een advertentie van Speurders.nl in behandeling genomen, waarin seksuele diensten werden aangeboden op, naar bleek, het adres [straatnaam] te [pleegplaats] . Op 14 mei 2014, omstreeks 20.50 uur, werden in de woning op dit adres aangetroffen: [medeverdachte 1] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Beide vrouwen bleken in het bezit te zijn van een Braziliaans paspoort.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 15 mei 2014, opgenomen op pagina 177 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik ben nu naar Nederland gekomen om geld te verdienen als prostituee. Ongeveer 15 april ben ik naar Nederland gekomen. Ik ben van Lissabon naar Amsterdam gereisd met het vliegtuig.

(p. 178) Ik ben opgehaald door een taxi en ik ben naar de woning gebracht waar ik ben aangehouden. Het was niet een officiële taxi. De man die mij van Schiphol heeft gehaald is de man die samen met mij is aangehouden. Ik noem hem [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] ).

Toen ik in de woning kwam zag ik dat daar meerdere meisjes waren. Die vrouwen

hadden wel een vergunning om als prostituee te werken. Zij hebben mij geadviseerd om terug te gaan naar Portugal omdat ik illegaal aan het werk was. Ik ben bekend als [slachtoffer 1] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 20 mei 2014, opgenomen op pagina 182 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als

verklaring van [slachtoffer 1] (in vraag en antwoord stijl):

(p. 184) V: Hoeveel advertenties waren er?

A: Ja, dat weet ik niet, omdat ik geen Nederlands spreek en bovendien regelde [medeverdachte 1] dat allemaal. De enige site waarvan ik weet is Kinky.

A: Ik werd dan wel gebeld door de telefoniste en dan werd er doorgegeven dat er een klant was. Soms werd het ook wel doorgegeven aan [medeverdachte 1] . Hij schreef dan op een papier hoe laat. Hij kon wel een beetje met mij praten. Hij schreef dan ook een bedrag en dat het een escort was of dat er een klant in het huis kwam.

V: En wie is de telefoniste?

A: Dat is [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte).

(p. 185) In totaal ben ik daar ongeveer 4 weekeinden geweest. Op het moment dat [verdachte] belde, dan sprak zij eerst met [medeverdachte 1] . Als er een klant was dan belde zij dus eerst [medeverdachte 1] .

4. De door verdachte op de terechtzitting van 3 oktober 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik heb voor [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1]1) als telefoniste opgetreden. Ik nam de telefoon aan als er klanten voor haar belden en [medeverdachte 1] bracht haar naar de klanten. Ik kreeg een deel van het geld dat door [slachtoffer 1] met haar prostitutiewerkzaamheden werd verdiend.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 22 mei 2014, opgenomen op pagina 363 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

(p. 364) Ik heb deze vrouw (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) verteld dat zij niet kan werken met een Braziliaans paspoort.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 22 mei 2014, opgenomen op pagina 366 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

(p. 367) Mijn werknaam was " [verdachte] ".

7. Een overzicht tapgesprekken, opgenomen op pagina 157 van voornoemd dossier, inhoudende:

Een op 16 mei 2014 door verdachte gevoerd telefoongesprek waarbij zij zegt: "De ene heeft alleen documenten om in Portugal te werken."

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 15 mei 2014, opgenomen op pagina 234 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] (in vraag en antwoord stijl):

(p. 238) V: Hoe is [slachtoffer 1] daar gekomen?

A: Via [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte2).

(p. 239) V: Als we het goed begrijpen, heeft [verdachte] geregeld dat [slachtoffer 1] vanuit Portugal naar Nederland zou komen. Klopt dat?

A: Ja.

A: Ik heb haar van Schiphol opgehaald.

A: Dat was 7 à 8 weken terug.

V: Wie heeft gevraagd of je haar wilde ophalen?

A: [verdachte] . Ik heb haar rechtstreeks van Schiphol naar [pleegplaats] gebracht. [slachtoffer 1] bedoel ik.

A: [getuige 1] en [verdachte] waren er bij op Schiphol. We waren met twee auto's.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 17 mei 2014, opgenomen op pagina 242 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :

(p. 243) De eerste paar dagen verbleef [slachtoffer 1] gewoon in de woning, maar later is zij ook prostitutiewerkzaamheden gaan doen, waaronder ook escortwerkzaamheden.

Ik heb haar ook wel eens een paar keer naar een klant gereden. Het werkte als volgt. [verdachte] plaatste advertenties op speurders.nl. Zij maakte pikante foto's van de meisjes en gebruikte deze voor de advertenties. Zij regelde alles, dus ook de afspraken.

(p. 244) Behalve [slachtoffer 1] , werkten er de laatste tijd nog een aantal vrouwen. Zij werkten allemaal op fifty-fifty-basis. Als er een klant kwam, dan kreeg ik een sms’je van [verdachte] . Zij gaf dan door welk meisje gewenst was door de klant. De klanten betaalden de vrouwen. De helft van het geld werd dan aan mij afgedragen. Dat bewaarde ik dan voor [verdachte] .

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 mei 2014, opgenomen op pagina 254 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] (in vraag- en antwoordstijl):

(p. 256) A: [verdachte] gebruikte mijn computer om de foto's te bewerken en in een advertentie te zetten. Ik heb haar wel eens geholpen om dit te doen. Zij deed dit meestal. Ik heb de advertenties wel eens omhoog geplaatst. Dit was gratis bij speurders.nl.

V: We hebben ook een aantal papieren in de woning aangetroffen, hier stonden onder

andere uren op met bedragen. Wie heeft dat opgeschreven?

A: Dat heb ik gedaan. Ik deed dat om te communiceren met de [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Zij

spreken geen Nederlands. Ik kreeg dan een sms'je met de afspraken voor klanten van

[verdachte] en gaf dit zo door aan hen.

V: We hebben ook nog een lijst gevonden met allemaal plaatsnamen. Wat kan je ons

hierover vertellen?

A: Dat heb ik opgetypt. Hier staan afstanden bij met plaatsnamen. Dit was voor de escort.

Dat heb ik opgetypt voor [verdachte] . Om de prijs te berekenen voor de klant. Ik reed soms wel eens escort. Ik was dan chauffeur.

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 23 mei 2014, opgenomen op pagina 260 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :

(p. 262) Voor het werk maakten wij gebruik van advertenties op speurders.nl. Later zetten wij ze ook wel op kinky.nl.. Zowel [verdachte] als ik maakten deze advertenties en ook deden we dit wel samen.

(p. 263) [slachtoffer 1] is via Portugal gekomen. [verdachte] had contact met [slachtoffer 1] en [verdachte] had ook een foto van [slachtoffer 1] om haar te herkennen op Schiphol.

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 12 juni 2014, opgenomen op pagina 264 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :

(p. 267) [verdachte] en ik maakten de erotische advertenties meestal samen klaar. Zij schreef zelf wel erotische advertenties maar meestal keek ik dat dan na en haalde ik de schrijffouten eruit. Jullie laten mij nu een rood notitieblok met nummer 2 zien. Ik zie dat dit de administratie van de escortwerkzaamheden van de dames betreft. Alleen [verdachte] en ik hielden deze administratie bij.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 10 juli 2014, opgenomen op pagina 303 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :

(p. 305) Jullie laten mij nu een soort mappenstructuur zien. Deze mappen heb ik aangemaakt. In deze mappen staan foto's van dames. Deze foto's heeft [verdachte] allemaal gemaakt. [verdachte] bewerkte de foto's van dames en selecteerde hier foto's uit. Ik plaatste ze vervolgens bij de advertenties al deed [verdachte] dit ook wel eens zelf.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 10 juni 2014, opgenomen op pagina 351 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1] :

(p. 353) V: Wanneer ben u voor het laatst op Schiphol geweest?

A: Een week of vier /vijf geleden. Samen met mijn vrouw (de rechtbank begrijpt: verdachte) hebben we een meisje opgehaald, die vanuit Portugal kwam. De klusjesman heeft haar toen meegenomen naar [pleegplaats] . [medeverdachte 1] heeft die vrouw meegenomen. Zo heet de klusjesman.

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 25 juni 2014, opgenomen op pagina 205 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2] :

(p. 206) [verdachte] had op een gegeven moment met die [medeverdachte 1] in Vledder een soort escort bedrijf. Later eenzelfde bedrijf in [pleegplaats] . Zij ( [verdachte] ) regelde volgens mij alles

telefonisch. Hierna ging de opdracht door naar [medeverdachte 1] en die regelde dan alles. Zij deed de afspraken en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) deed het vervoer.

Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2014, opgenomen op pagina 21 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 14052014-HPV-02, d.d. 1 oktober 2014, inhoudende als relatering van verbalisanten:

Op 14 mei 2014 hebben wij een onderzoek ingesteld naar illegale prostitutie. Ik, verbalisant [verbalisant] , heb hierop een advertentie van Speurders.nl in behandeling genomen, waarin seksuele diensten werden aangeboden op, naar bleek, het adres [straatnaam] te [pleegplaats] . Op 14 mei 2014, omstreeks 20.50 uur, werden in de woning op dit adres aangetroffen: [medeverdachte 1] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Beide vrouwen bleken in het bezit te zijn van een Braziliaans paspoort.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 15 mei 2014, opgenomen op pagina 164 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

(p. 165) We vertrokken op 6 mei vanuit Brazilië en ik ben hier dus nu 9 dagen. [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2] ) heeft me vanuit Brazilië meegenomen naar Nederland om hier te werken. Ik zou in Nederland aan het werk als manicure. Ik zou dus de nagels van dames gaan doen en mogelijke schoonmaakwerkzaamheden.

Ik wilde naar Nederland komen omdat [medeverdachte 2] me al 5 jaar vroeg om mee te gaan naar Nederland. Eenmaal in Nederland vertelde [medeverdachte 2] dat vanwege de taal het moeilijk werd om als manicure te werken. [medeverdachte 2] heeft toen tegen me gezegd dat ik eerst de nagels ging doen van vrouwen in het huis waar ik door haar naar toe ben gebracht. [medeverdachte 2] heb ik overigens in mijn mobiele telefoon staan onder de naam [medeverdachte 2] . Er zijn foto's van mij gemaakt door weer een andere vrouw. Ik moest van [medeverdachte 2] deze foto's laten maken. Ik sta in ieder geval in lingerie op deze gemaakte foto's.

Volgens [medeverdachte 2] wilde ik gemakkelijk werk hebben en moest ik volgens haar ook

belasting/tax betalen op de luchthaven om terug te kunnen gaan ondanks dat ik zelf mijn

ticket had betaald. Er waren volgens [medeverdachte 2] kosten die ik moest betalen en waarom ik aan

het werk moest. Ik werd door [medeverdachte 2] naar een plek gebracht om "programma te maken" met mannen.

(p. 166) Ik heb nog wel tegen [medeverdachte 2] gezegd dat ik dit niet deed die omgang met mannen. Ik wilde terug naar huis. Ik moest [medeverdachte 2] geld betalen. Tegen [medeverdachte 2] heb ik gezegd dat ik dit prostitutiewerk nog nooit gedaan heb. [medeverdachte 2] had het me uitgelegd. Omdat de taal een probleem was om bij anderen de nagels te kunnen doen ben ik door haar naar het huis gebracht om omgang met mannen te hebben. Ze heeft misbruik van mij gemaakt. Ik heb uiteindelijk met haar voorstellen ingestemd.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 20 mei 2014, opgenomen op pagina 168 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

(p. 169) Ik heb in de tijd dat ik in die woning was wel twee mannelijke klanten gehad. Er was een vrouw die telefonisch met mij sprak en mij zei wat ik moest doen. Deze opdracht kreeg ik via [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2] ) haar telefoon. [medeverdachte 2] sprak een andere vrouw aan de telefoon en gaf het door. Voor mijn werk als masseur kreeg ik in dit geval ook € 60,-. De helft van het geld gaf ik aan [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] ).

De volgende personen heb ik in de woning gezien: [medeverdachte 2] , de vrouw die mij uit Brazilië hier bracht, de vrouw die de foto's van mij heeft gemaakt en waarvan ik geen naam weet, [medeverdachte 1] en [slachtoffer 1] uit het huis die ook werden gearresteerd door de politie.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juli 2014, opgenomen op pagina 109 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op 26 juni 2014 is onderzoek gedaan naar de inhoud van de iPad van [verdachte] , die op 15 mei 20143 in de woning aan de [straatnaam] te [pleegplaats] is aangetroffen.

Uit de internethistorie van de ipad is af te lezen dat er door de gebruiker van de iPad diverse

bezoeken zijn gebracht aan de website http://www.speurders.nl, waarin gericht en specifiek is gezocht op de zoekterm ' [slachtoffer 2] ' in de rubriek 'Erotiek'.

De zoekterm ' [slachtoffer 2] ' binnen de rubriek 'Erotiek' heeft als resultaat opgeleverd de advertentie met nummer 141063613, genaamd " [slachtoffer 2] lekker heette Dominicaanse".

Ik zag dat een aantal fotobestanden zijn opgeslagen op de ipad. Deze fotobestanden zijn gekenmerkt met hetzelfde advertentienummer (141063613) en maken onlosmakelijk deel uit van de advertentie. Eerder onderzoek heeft reeds uitgewezen dat de vrouw op deze afbeeldingen te identificeren is als [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] hanteert als werknaam ' [slachtoffer 2] '.

5. De door verdachte op de terechtzitting van 3 oktober 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik heb in de woning in [pleegplaats] foto's van [slachtoffer 2] gemaakt. [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]4) heeft haar met de auto naar deze woning gebracht.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 26 mei 2014, opgenomen op pagina 318 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van (de medeverdachte [medeverdachte 2] (in vraag- en antwoordstijl):

(p. 321) A: Ik ben naar Brazilië gegaan. Een vriendin van onze familie wilde met mij mee terug naar Nederland. Deze vriendin heet [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ). Toen [slachtoffer 2] bij mij in Den Haag was, heb ik uitgevonden dat haar echte naam [slachtoffer 2] is.

V: Hoe noemt [slachtoffer 2] jou?

A: [medeverdachte 2] .

V: Welke namen gebruik je nog meer?

A: [medeverdachte 2] voor het werken.

V: Wanneer ben je naar die woning (de rechtbank begrijpt: de woning van verdachte) gegaan?

A: Het was de eerste vrijdag nadat ik terug kwam op 5 mei. Dat moet dus op 9 mei zijn geweest. Wij (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] en " [slachtoffer 2] ") zijn samen naar de woning van [verdachte] gegaan.

(p. 322) A: Bij [verdachte] hebben heel veel vrouwen gewerkt in de prostitutie.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 27 mei 2014, opgenomen op pagina 324 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] :

(p. 330) Volgens mij heb je een Spaans, nee Nederlands paspoort nodig om hier te werken.

[slachtoffer 2] heeft een toeristenvisum.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 22 mei 2014, opgenomen op pagina 363 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik heb een huis gehuurd in [pleegplaats] , [straatnaam] . Ik bedoel, dat mijn man dit voor mij heeft gehuurd.

(p. 364) Toen [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1]5) werd opgepakt in [pleegplaats] , was er nog een ander meisje. Het meisje is door [medeverdachte 2] / [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]6) meegenomen vanuit Brazilië. Deze vrouw huilde toen en vertelde mij, dat zij 1000 Reias moest betalen aan [medeverdachte 2] , dit is ongeveer 350 Euro. Zij wilde toch gaan werken om [medeverdachte 2] te betalen. Ik heb die middag nog enkele foto's van haar gemaakt met het fototoestel van [medeverdachte 1] . Dit waren foto's in bikini en dergelijke. Deze foto's moesten dan op Kinky.nl om te adverteren voor haar.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 22 mei 2014, opgenomen op pagina 366 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als

verklaring van verdachte:

(p. 367) Mijn werknaam was " [verdachte] ".

(p. 368) Ook de vrouw die [medeverdachte 2] meegenomen had werkte in het huis te [pleegplaats] . Het zijn allemaal Braziliaanse meiden die er werkten. Met hun had ik de afspraak dat ze 30% of 50% betaalden van hun verdiensten.

Mijn fout is dat ik foto's heb gemaakt van dat meisje dat [medeverdachte 2] meegenomen had. Het meisje

huilde vanwege de omstandigheden dat ze werken moest. Het was me ook duidelijk dat zij

iemand was die dit werk, de prostitutie, nog nooit gedaan had. Ik vroeg aan haar wat ze dan

hier deed. Ze zei dat [medeverdachte 2] haar heel lang al kende en dat ze naar Nederland wou. Voor de

ticket terug naar Brazilië moest ze nog en bedrag van 1000 Reais aan [medeverdachte 2] betalen en

daarvoor moest ze aan het werk. Natuurlijk was ze slachtoffer. Ik hoor van u dat ze [slachtoffer 2] heet. Ze werkte onder de nam [slachtoffer 2] .

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 15 mei 2014, opgenomen op pagina 234 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] (in vraag en antwoord stijl):

(p. 238) A: Ook [slachtoffer 2] is in contact met [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) gekomen en die heeft dat geregeld.

A: Een vriendin, met de naam [medeverdachte 2] , heeft haar gebracht.

(p. 240) V: [slachtoffer 2] , wat deed zij?

A: Prostitutie. Op de dag dat ze is gekomen en de dag erna heeft ze een klant gehad.

V: Hoe waren die klanten geregeld?

A: Via [verdachte] , via Speurders.nl. Er staat een telefoonnummer bij en de klant belt dan een

telefoonnummer en dan regelt [verdachte] de afspraak.

V: Er zijn ook foto's gemaakt?

A: Die heeft [verdachte] gemaakt.

V: Wie heeft ze toen op de foto gezet?

A: Alleen [slachtoffer 2] .

V: Hoe was [slachtoffer 2] toen gekleed?

A: In lingerie kleding. Dat heeft puur te maken voor de advertenties op internet.

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 17 mei 2014, opgenomen op pagina 242 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte 1] :

(p. 244) Zij werkten allemaal op fifty-fifty-basis. Als er een klant kwam, dan kreeg ik een sms'je van [verdachte] . Zij gaf dan door welk meisje gewenst was door de klant. De klanten betaalden de vrouwen. De helft van het geld werd dan aan mij afgedragen. Dat bewaarde ik dan voor [verdachte] .

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 mei 2014, opgenomen op pagina 254 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] (in vraag- en antwoordstijl):

(p. 256) A: [verdachte] gebruikte mijn computer om de foto's te bewerken en in een advertentie te zetten. Ik heb haar wel eens geholpen om dit te doen. Zij deed dit meestal. Ik heb de advertenties wel eens omhoog geplaatst. Dit was gratis bij speurders.nl.

V: We hebben ook een aantal papieren in de woning aangetroffen, hier stonden onder

andere uren op met bedragen. Wie heeft dat opgeschreven?

A: Dat heb ik gedaan. Ik deed dat om te communiceren met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Zij

spreken geen Nederlands. Ik kreeg dan een sms'je met de afspraken voor klanten van

[verdachte] en gaf dit zo door aan hen.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 23 mei 2014, opgenomen op pagina 260 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte 1] :

(p. 261) [slachtoffer 2] heeft op de dag dat ze werd gebracht onmiddellijk een klant gehad. Er waren al bestaande advertenties op de sekssites geplaatst en toen er klanten belden naar een van die nummers vertelde [verdachte] hen dat [slachtoffer 2] er ook was en dan werd er overlegd met de klant welk meisje hij wilde. [verdachte] belt deze afspraak dan door aan mij en ik geef het door aan het betreffende meisje. Het geld dat [slachtoffer 2] verdiende dan kreeg zij dat van de mannen. [slachtoffer 2] droeg mij dan de helft af en dit deed ik in een geldkistje. Dit geld was voor [verdachte] .

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 15 mei 2014, opgenomen op pagina 177 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

(p. 178) Ik ben bekend als [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] is gebracht door [medeverdachte 2] .

(p. 179) Ik had de indruk dat [slachtoffer 2] dit werk niet wilde doen. [slachtoffer 2] heeft wel die foto's laten maken, want zij wilde vervroegd naar Brazilië terug keren. Hiervoor moest haar ticket worden gewijzigd en dit kost geld. [slachtoffer 2] heeft van mij een telefoon gekregen. Ik vond haar zielig omdat zij geen contact met haar familie kon hebben.

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 20 mei 2014, opgenomen op pagina 182 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

(p. 184) V: En de naam [medeverdachte 2] . Wat zegt je dat?

A: Dat is denk ik haar werknaam en die stond op de site. Zij was maar vier dagen in het huis. Zij is de dag voordat wij gearresteerd zijn vertrokken. Dus op de dinsdag.

16. Een proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris in deze rechtbank d.d. 18 april 2016, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

[slachtoffer 2] heeft tegen mij gezegd dat zij als pedicure/manicure wilde werken, maar niet in de prostitutie.

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 25 juni 2014, opgenomen op pagina 205 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2] :

(p. 206) [verdachte] had op een gegeven moment met die [medeverdachte 1] in Vledder een soort escort bedrijf. Later eenzelfde bedrijf in [pleegplaats] . Zij regelde volgens mij alles

telefonisch. Hierna ging de opdracht door naar [medeverdachte 1] en die regelde dan alles.

Met betrekking tot het onder 1 subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende.

Kort gezegd is tenlastegelegd dat verdachte samen met een ander behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van wederrechtelijke toegang tot Nederland van [slachtoffer 1] (lid 1 van artikel 197a Sr., hierna: lid 1) en dat verdachte die [slachtoffer 1] samen met een ander uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het verschaffen van wederrechtelijk verblijf in Nederland (lid 2 van artikel 197a Sr., hierna: lid 2).

De rechtbank stelt vast dat de toegang tot en het verblijf in Nederland voor [slachtoffer 1] wederrechtelijk waren, nu zij naar Nederland is gekomen met de bedoeling om in Nederland als prostituee te gaan werken en in Nederland werkzaam was als prostituee, terwijl zij daartoe als vreemdeling met Braziliaanse nationaliteit niet gerechtigd was.7

Ten aanzien van het bestanddeel winstbejag (lid 2) overweegt de rechtbank als volgt.

Blijkens de wetsgeschiedenis is 'winst' iedere stoffelijke verrijking die zou kunnen intreden ten gevolge van het begaan van het verboden feit, daargelaten of deze verrijking om te zetten is in bepaalde valuta of economische eenheden. Bovendien gaat het bij winstbejag om een gerichtheid op verrijking. De verrijking behoeft niet daadwerkelijk te zijn ingetreden; voldoende is dat blijkt dat de dader op de hier bedoelde verrijking uit was.

De rechtbank is van oordeel dat het feit (zowel lid 1 als lid 2) op grond van de opgenomen bewijsmiddelen kan worden bewezen als nader aangegeven en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank leidt uit de verklaring van [medeverdachte 1] af dat verdachte de komst van [slachtoffer 1] naar Nederland heeft geregeld en dat hij [slachtoffer 1] op verzoek van verdachte van Schiphol heeft afgehaald en naar de woning van verdachte in [pleegplaats] heeft gebracht. Volgens [medeverdachte 1] waren verdachte en haar echtgenoot [getuige 1] bij het afhalen van [slachtoffer 1] van Schiphol aanwezig en had verdachte toen een foto van [slachtoffer 1] bij zich ter herkenning. Verdachte heeft dit alles ter terechtzitting ontkend, echter de rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid van de verklaring van [medeverdachte 1] te twijfelen, nu deze onder meer wordt ondersteund door de verklaring van [getuige 1] , inhoudende dat hij samen met verdachte een meisje van Schiphol heeft opgehaald dat vanuit Portugal kwam en dat door [medeverdachte 1] is meegenomen naar [pleegplaats] . In en vanuit de woning van verdachte in [pleegplaats] heeft [slachtoffer 1] vervolgens prostitutie- en escortwerkzaamheden verricht, waaraan verdachte en [medeverdachte 1] hebben meegewerkt als omschreven in de tenlastelegging.

Verdachte wist daarbij dat de toegang tot en het verblijf in Nederland van [slachtoffer 1] wederrechtelijk waren, nu het van meet af aan de bedoeling was dat [slachtoffer 1] in Nederland als prostituee ging werken en zij in Nederland ook daadwerkelijk als prostituee werkzaam was, terwijl zij daartoe als vreemdeling met Braziliaanse nationaliteit niet gerechtigd was. Dat de toegang tot en het verblijf in Nederland onder de gegeven omstandigheden wederrechtelijk was wordt een ieder geacht te weten en dit geldt temeer voor verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] , die zich al lange tijd bezighielden met escort en prostitutie. Uit het feit dat verdachte heeft verklaard dat zij een ander, te weten [slachtoffer 2] , heeft verteld dat zij niet kon werken met een Braziliaans paspoort blijkt ook dat verdachte op de hoogte is van de desbetreffende regelgeving. Dit komt ook naar voren uit het verslag van een telefoongesprek dat verdachte heeft gevoerd en waarin zij zegt: “De ene heeft alleen documenten om in Portugal te werken.”

Gelet op de omstandigheid dat [slachtoffer 1] een deel van haar verdiensten aan medeverdachte [medeverdachte 1] ten behoeve van verdachte moest afstaan acht de rechtbank tevens bewezen dat verdachte daarbij uit winstbejag heeft gehandeld.

Medeplegen

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het feit als bedoeld in lid 1 tezamen en in vereniging met een ander heeft gepleegd, nu van enige betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij dit onderdeel niet is gebleken.

De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte het feit als bedoeld in lid 2 tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] heeft gepleegd. Verdachte en [medeverdachte 1] hebben samen gehandeld als hiervoor is overwogen.

Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde leidt de rechtbank uit de gebezigde bewijsmiddelen af dat de aan verdachte ten laste gelegde sub-onderdelen 1, 3, 4, 6 en 9 van lid 1, art. 237f Sr bewezen kunnen worden, waarbij jegens [slachtoffer 2] de dwangmiddelen misleiding, misbruik van een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie zijn toegepast.

Misleiding

Met betrekking tot het dwangmiddel misleiding overweegt de rechtbank dat medeverdachte [medeverdachte 2] [slachtoffer 2] in Brazilië heeft benaderd en haar heeft overgehaald naar Nederland te komen waar zij, zo had [medeverdachte 2] haar verteld, zou kunnen werken als manicure. Eenmaal in Nederland aangekomen heeft [medeverdachte 2] [slachtoffer 2] verteld dat het vanwege taalproblemen moeilijk voor haar werd om in Nederland als manicure aan de slag te gaan. [medeverdachte 2] heeft [slachtoffer 2] vervolgens naar de woning van verdachte in [pleegplaats] gebracht waar zij geld kon gaan verdienen met prostitutiewerkzaamheden.

De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat [medeverdachte 2] aldus [slachtoffer 2] heeft misleid door haar voor te houden dat zij in Nederland ander werk dan prostitutiewerk kon gaan doen. Immers, [medeverdachte 2] wist dat [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet machtig was. Daarnaast wist [medeverdachte 2] dat [slachtoffer 2] niet op legale wijze als manicure in Nederland kon gaan werken. [medeverdachte 2] heeft immers verklaard dat [slachtoffer 2] een toeristenvisum had en dat je (wat daar overigens ook van zij) om te mogen werken in Nederland een Nederlands paspoort nodig hebt.

De verklaring van [slachtoffer 2] dat zij onder het voornoemde, door [medeverdachte 2] voorgehouden, valse voorwendsel naar Nederland is gekomen wordt ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris, inhoudende dat [slachtoffer 2] tegen haar heeft gezegd dat zij als pedicure/manicure wilde werken, maar niet in de prostitutie en overige hiervoor opgenomen verklaringen, waaronder die van verdachte, waaruit blijkt dat [slachtoffer 2] geen prostitutiewerkzaamheden wilde verrichten.

Misbruik van een kwetsbare positie en misbruik van een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

Met betrekking tot het dwangmiddel misbruik van een kwetsbare positie geldt dat dit begrip in lid 6 van artikel 237f Sr is gedefinieerd in die zin dat daaronder mede wordt begrepen “een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.”

Met betrekking tot het dwangmiddel misbruik van uit feitelijk overwicht voorvloeiend overwicht geldt blijkens de wetsgeschiedenis dat, waar het de prostitutie betreft, dit misbruik kan worden verondersteld indien de prostitué(e) in een situatie verkeert of komt te verkeren die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostitué(e) in Nederland pleegt te verkeren.

Volgens de Hoge Raad is voor het bewijs van door “misbruik" handelen toereikend dat de dader zich bewust moet zijn geweest van de relevante feitelijke omstandigheden van de

betrokkene waaruit het overwicht voortvloeit, dan wel verondersteld moet worden voort

te vloeien, in die zin dat tenminste voorwaardelijk opzet ten aanzien van die

omstandigheden bij hem aanwezig moet zijn. Datzelfde geldt voor gevallen waarin

sprake is van een kwetsbare positie van het slachtoffer.8

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 2] op het moment dat zij met [medeverdachte 2] in Nederland aankwam niet over zelfstandige woonruimte beschikte en voor onderdak afhankelijk was van [medeverdachte 2] . Verder was [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet machtig, kende zij buiten [medeverdachte 2] niemand in Nederland en had zij niet de beschikking over een telefoon. [slachtoffer 2] beschikte niet over financiële middelen, maar had wel geld nodig voor haar terugreis naar Brazilië, zo was haar door [medeverdachte 2] te verstaan gegeven. Terwijl haar door [medeverdachte 2] was verteld dat zij niet als manicure kon werken, en het benodigde geld derhalve niet op die wijze kon verdienen, is zij door verdachte ondergebracht in de woning van verdachte, waarin en van waaruit prostitutiewerkzaamheden werden verricht. Om het benodigde geld bij elkaar te krijgen zag [slachtoffer 2] geen andere mogelijkheid dan zich te prostitueren. Verdachte heeft al op de dag van aankomst van [slachtoffer 2] in haar woning foto's van haar gemaakt ten behoeve van seksadvertenties op internet, terwijl zij zag dat [slachtoffer 2] huilde omdat ze geen prostitutiewerkzaamheden wilde verrichten. Van het geld dat [slachtoffer 2] verdiende heeft ze eenmaal de helft moeten afdragen aan [medeverdachte 1] wat bestemd was voor verdachte.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit deze feitelijke omstandigheden volgt dat [slachtoffer 2] zich ten opzichte van verdachte en [medeverdachte 2] in een afhankelijke positie bevond waarin zij geen andere reële keuze had dan in de prostitutie te gaan werken. De positie waarin zij verkeerde was totaal niet vergelijkbaar met de positie van een mondige prostituee in Nederland. [slachtoffer 2] verkeerde aldus in een uitbuitingssituatie en verdachte maakte daar misbruik van.

Uitbuiting

Uit de wettekst van sub-onderdelen 1 en 6 van lid 1, artikel 237f Sr volgt dat voor bewezenverklaring van deze sub-onderdelen is vereist dat sprake is van (het oogmerk van) uitbuiting. Uit de jurisprudentie9 volgt dat de in de overige sub-onderdelen omschreven gedragingen eveneens alleen strafbaar zijn indien zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. Uitbuiting moet derhalve worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van deze sub-onderdelen. In lid 2 van artikel 237f Sr is bepaald dat onder uitbuiting in ieder geval uitbuiting in de prostitutie valt.

Ten aanzien van het oogmerk van uitbuiting overweegt de rechtbank dat hiervoor is vereist dat het handelen van verdachte, naar zij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door haar gewild gevolg meebracht dat de ander werd of zou kunnen worden uitgebuit.

Nu naar het oordeel van de rechtbank vaststaat dat [slachtoffer 2] er met toepassing van voornoemde dwangmiddelen door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] toe is gebracht om zich te prostitueren en verdachte hier financieel voordeel uit heeft gehaald, is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 2] heeft uitgebuit. Dat verdachte daadwerkelijk handelde met het oogmerk van uitbuiting, vloeit naar het oordeel van de rechtbank voort uit hetgeen reeds is overwogen ten aanzien van de dwangmiddelen misbruik van een kwetsbare positie en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht.

Het op deze wijze financieel voordeel behalen uit werkzaamheden die door een ander in de prostitutie worden verricht, terwijl er sprake is van dwang, zoals de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, leidt tot uitbuiting als bedoeld in artikel 273f Sr.

De rechtbank is derhalve, anders dan de raadsman, van oordeel dat sprake was van uitbuiting van [slachtoffer 2] door verdachte en dat verdachte daar ook het oogmerk op heeft gehad.

Medeplegen

De rechtbank is daarbij tevens van oordeel dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] .

[medeverdachte 2] heeft [slachtoffer 2] door misleiding uit Brazilië gehaald en ondergebracht in de woning van verdachte in [pleegplaats] waar zij is gehuisvest om zich te prostitueren. Verdachte heeft foto's van [slachtoffer 2] gemaakt ten behoeve van seksadvertenties, regelde de afspraken met klanten en streek de helft van het door [slachtoffer 2] verdiende geld op. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat sprake was van een dusdanig nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met [medeverdachte 2] dat medeplegen bewezen kan worden.

Nu niet is gebleken dat [slachtoffer 2] escortwerkzaamheden heeft verricht, uit de verklaringen blijkt niet dat zij klanten heeft gehad buiten de woning in [pleegplaats] , acht de rechtbank niet bewezen dat zij naar escortklanten is vervoerd.

Verdachte zal daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 subsidiair en 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1, subsidiair

zij in de periode van 1 april 2014 tot en met 15 mei 2014 te Amsterdam en/of [pleegplaats] en/of elders in Nederland en/of te Portugal en/of te Brazilië, een ander, te weten [slachtoffer 1] ,

(lid 1)

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland

en

zij in de periode van 1 april 2014 tot en met 15 mei 2014 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met een ander, een ander, te weten [slachtoffer 1] ,

(lid 2)

uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland,

terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang en het verblijf wederrechtelijk was,

immers is/heeft zij, verdachte, en/of (met) haar mededader:

- met voornoemde [slachtoffer 1] in contact gekomen en/of voornoemde [slachtoffer 1] benaderd en gevraagd/voorgesteld naar Nederland te komen om te werken, terwijl zij, verdachte, wist of moest vermoeden dat voornoemde [slachtoffer 1] niet in het bezit was van een verblijfsvergunning en/of een tewerkstellingsvergunning voor het verrichten van arbeid in Nederland en/of

is/heeft zij, verdachte en/of (met) haar mededader:

- voornoemde [slachtoffer 1] opgehaald vanaf Schiphol en/of

- die [slachtoffer 1] ondergebracht en/of laten verblijven in een woning in Nederland en/of

- ( een) advertentie(s) op de website www.kinky.nl en/of www.speurders.nl en/of (een) andere website(s) geplaatst, waarin die [slachtoffer 1] zich aanbood voor het verlenen van seksuele diensten tegen betaling en/of

- de telefoon opgenomen voor die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) afspraken gemaakt voor die [slachtoffer 1] met (potentiële) klanten voor prostitutie en/of

- die [slachtoffer 1] naar (escort)klanten vervoerd en/of

- die [slachtoffer 1] als prostituee laten werken en/of (vervolgens) (een gedeelte van)

het door die [slachtoffer 1] verdiende geld ingenomen en/of ontvangen;

2, primair

zij in de periode van 5 mei 2014 tot en met 15 mei 2014 te [pleegplaats] en/of elders in Nederland en/of te Brazilië tezamen en in vereniging met een ander,

A) een ander, te weten [slachtoffer 2] , telkens door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie

- heeft geworven, vervoerd, gehuisvest, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] (sub 1°) en/of

- heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard

(sub 4°) en/of

- heeft bewogen verdachte en/of verdachtes mededader te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 2] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B) een ander, te weten [slachtoffer 2] , heeft aangeworven en/of meegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 2] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3) en/of

C) telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten [slachtoffer 2] , (sub 6°)

immers heeft zij, verdachte, en/of haar mededader:

- contact gelegd en/of gekregen met die [slachtoffer 2] (in Brazilië) en/of die [slachtoffer 2]

verteld dat zij in Nederland wel kon werken als manicure en/of gezegd dat die [slachtoffer 2] naar Nederland kon komen en/of

- die [slachtoffer 2] opgehaald vanaf Schiphol en/of (vervolgens) ondergebracht en/of laten verblijven in een woning en/of

- tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat zij gemaakte onkosten moest (terug)betalen en/of

- foto's in bikini en/of lingerie van die [slachtoffer 2] gemaakt, welke foto's bestemd waren voor (een) advertentie(s) op www.kinky.nl en/of www.speurders.nl en/of (een) andere website(s) en/of

- ( een) advertentie(s) op de website www.kinky.nl en/of www.speurders.nl en/of (een) andere website(s) geplaatst, waarin die [slachtoffer 2] zich aanbood voor het verlenen van seksuele diensten tegen betaling en/of

- de telefoon opgenomen voor die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) afspraken gemaakt voor die [slachtoffer 2] met (potentiële) klanten voor prostitutie en/of

- een gedeelte van het door die [slachtoffer 2] verdiende geld door die [slachtoffer 2] laten afstaan,

terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en onbekend was in Nederland en bijna niemand in Nederland kende en niet over eigen inkomsten en huisvesting in Nederland beschikte en aldus bewerkstelligd dat die [slachtoffer 2] van haar, verdachte, en/of haar mededader afhankelijk was.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1, subsidiair Een ander behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland, terwijl hij weet dat die toegang wederrechtelijk is,

en

Tezamen en in vereniging met één of meer anderen een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, of hem daartoe gelegenheid en middelen verschaft, terwijl hij weet dat dat verblijf wederrechtelijk is.

2, primair Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde

personen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 primair ten laste gelegde tot het volgende wordt veroordeeld:

- een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen, waarvan 172 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 2 jaren;

- een werkstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, hetgeen tot strafvermindering moet leiden. Bij een eventuele strafoplegging dient gelet daarop te worden volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting van 3 oktober 2017, de over haar opgemaakte rapportages en het haar betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel en - samen met een ander - aan mensensmokkel uit winstbejag. Zij is daarbij een persoon behulpzaam geweest bij wederrechtelijk(e) inreis en verblijf in Nederland. Verdachte heeft daarmee het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland doorkruist.

Verder heeft verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan mensenhandel.

Het slachtoffer, een Braziliaanse vrouw, is daarbij onder het valse voorwendsel dat zij in Nederland zou kunnen gaan werken als manicure, bewogen om naar Nederland te komen. In Nederland werd zij door verdachte en medeverdachte gehuisvest en werd haar verteld dat zij gelet op het feit dat de Nederlandse taal niet beheerste niet als manicure aan het werk kon. Hierdoor, en door het feit dat het slachtoffer zich in Nederland in een situatie bevond waarin zij om meerdere redenen afhankelijk was van verdachte en de medeverdachte, is zij ertoe gebracht werkzaamheden in de prostitutie te verrichten. Zij moest vervolgens een deel van haar verdiensten afstaan ten gunste van verdachte.

Mensenhandel waarbij het slachtoffer in de prostitutie wordt gebracht, is een vergaande vorm van uitbuiting waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt worden gemaakt aan de zucht naar geldelijk gewin van de uitbuiter. De psychische gevolgen van dergelijke uitbuiting kunnen voor een slachtoffer, zo is algemeen bekend, groot zijn.

De rechtbank acht voor een combinatie van genoemde strafbare feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur in beginsel gerechtvaardigd.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het haar betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Verder stelt de rechtbank vast dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank acht gelet daarop en op de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, het thans niet passend om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan de duur van het voorarrest op te leggen en ziet gelet op het tijdsverloop geen aanleiding meer voor een voorwaardelijk strafdeel. De rechtbank zal daarnaast aan verdachte wel een werkstraf van na te noemen duur opleggen. Een strafafdoening als bepleit door de raadsman, doet naar het oordeel van rechtbank onvoldoende recht aan de ernst van de feiten.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een mobiele telefoon: een witte Samsung GT-19505, moet worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 197a en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair en 2 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 98 dagen.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

een taakstraf voor de duur van 240 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Gelast de teruggave aan veroordeelde van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon: een witte Samsung GT-19505.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. F.J. Agema en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 oktober 2017.

1 Zie onder bewijsmiddel 2.

2 Zie onder bewijsmiddel 5.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 48 e.v.

4 Zie onder bewijsmiddel 8.

5 Zie onder bewijsmiddel 13.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 109 e.v. (" [medeverdachte 2] hanteert als werknaam ' [medeverdachte 2] ").

7 Artikel 4.42, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.

8 HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:B 17099 (Chinese horeca).

9 HR 24 november 2015. ECLI:NL:HR:2015:3309, HR 17 mei 2016, ECII:NL:HR2016:857.