Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4086

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
31-10-2017
Datum publicatie
07-11-2017
Zaaknummer
K L 5876008 \ CV EXPL 17-3624 (E)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Passende arbeid aanbieden aan arbeidsongeschikte werknemer. Hoe ver strekt die verplichting?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2017/328
AR-Updates.nl 2017-1366
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 5876008 \ CV EXPL 17-3624

vonnis van de kantonrechter d.d. 31 oktober 2017

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

gemachtigde: mr. H.A. de Boer,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN DER WEIJ INSTALLATIEBEDRIJF B.V.,

gevestigd te Sneek,

gedaagde,

gemachtigde: mr. G.B.A. Bol.

Partijen zullen hierna [eiser] en Van der Weij worden genoemd.

Procesverloop

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de conclusie van antwoord,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

Motivering

De feiten

2.1.

In deze procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.2.

[eiser] is sinds 1 oktober 1975 in dienst van Van der Weij, laatstelijk voor 32 uur per week tegen een salaris van € 2.349,49 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantiegeld.

2.3.

Op 26 januari 2015 is [eiser] ziek geworden voor zijn functie.

2.4.

Vanaf begin 2016 heeft [eiser] voor 16 uur per week bij Van der Weij aangepast, lichter werk verricht. Daarnaast heeft hij vanaf 20 april 2016 een stageperiode gehad bij een extern bedrijf. Vervolgens is [eiser] vanaf 4 juli 2016 tot 23 januari 2017 voor 16 uur per week gedetacheerd geweest bij datzelfde externe bedrijf.

2.5.

Bij brief van 5 januari 2017 heeft UWV - voor zover van belang - het volgende aan [eiser] geschreven:

"(…)

Beslissing op uw aanvraag

U kunt per 23 januari 2017 geen WIA-uitkering krijgen. Uit het oordeel van arts en arbeidsdeskundige blijkt dat u meer dan 65% kunt verdienen van het loon dat u verdiende voordat u ziek werd. U bent 11,76% arbeidsongeschikt. Dat is minder dan 35%. U kunt daarom geen WIA-uitkering krijgen.

(…)

Beslissing over verplichting loon door te betalen

Bij uw aanvraag voor een WIA-uitkering heeft u het re-integratieverslag meegestuurd. In dit verslag staat welke activiteiten u met uw werkgever heeft ondernomen om weer (gedeeltelijk) aan het werk te gaan. Wij hebben dit verslag beoordeeld. Volgens ons heeft uw werkgever voldoende gedaan aan uw re-integratie. Daarom stopt na de wachttijd zijn verplichting om bij ziekte uw loon door te betalen. Uw wachttijd is twee jaar (104 weken) en duurt tot en met 22 januari 2017.

(…)"

2.6.

In het rapport van 5 januari 2017 van de arbeidsdeskundige in het kader van WIA-aanvraag staat - voor zover van belang - het volgende:

"(…)

6. Maatgevende arbeid

De heer [eiser] was sinds 1 oktober 1975 werkzaam als installatie monteur voor 31,95 uur per week bij Van Der Weij Installatiebedrijf B.V. Hij heeft altijd full time gewerkt, maar enkele jaren geleden is hij op eigen verzoek minder uren gaan werken. Hij heeft dit werk geruime tijd naar krachten en bekwaamheid gedaan. Daarom is deze functie de maatgevende arbeid.

Algemeen

Installatie monteur

Taken

De voornaamste taken zijn installeren van CV installaties, installeren of repareren van gas en waterleidingen en sanitaire voorzieningen, monteren van zonnen panelen, plaatsen en vervangen van CV ketels, dak reparaties en herstel aan zinken goten en pijpen.

(…)

8. Beoordeling arbeidsmogelijkheden

Maatgevende arbeid

De heer [eiser] is op dit beoordelingsmoment niet geschikt voor de maatgevende arbeid. Zijn belastbaarheid ten opzichte van de belasting in de functie wordt overschreden, omdat er verminderde belastbaarheid is vastgesteld op onder andere de items boven schouderhoogte actief zijn met rechts, tillen en dragen van gewichten van 10 kg of meer en reiken. In de functiebelasting komen deze items in kenmerkende zin wel voor boven de door de verzekeringsarts aangegeven waarden op dit moment.

(…)"

2.7.

[eiser] is na 23 januari 2017 arbeid voor Van der Weij blijven verrichten, maar voor minder dan de overeengekomen 32 uur per week.

2.8.

Bij brief van 27 februari 2017 heeft de gemachtigde van [eiser] - voor zover van belang - het volgende aan Van der Weij geschreven:

"(…)

Nu moet cliënt ervaren dat u cliënts loon niet meer (volledig) uitbetaalt.

Cliënt heeft zijn diensten (weer net als voorheen) aan u aangeboden. U heeft cliënt (zo heeft cliënt begrepen) per 23 februari 2017 niet meer aan het werk laten gaan. Dit laat echter onverlet dat u aan cliënt zijn loon dient uit te betalen. Voor zover nodig bied ik namens cliënt nogmaals zijn diensten aan.

Ik verzoek u, voor zover nodig sommeer ik u daartoe, aan cliënt diens loon over februari 2017 (en de komende maanden) tijdig uit te betalen(…)

(…)"

2.9.

Van der Weij heeft daar bij e-mailbericht van 21 maart 2017 - voor zover van belang - als volgt richting [eiser] op gereageerd:

"(…)

Graag zou ik je willen bevestigen dat er voor jou structureel passend werk zou zijn bij ons bedrijf. Helaas kan ik dit echter niet omdat dit niet zo is. Zoals wij met jou heb besproken, ben je op dit moment alleen geschikt voor het lichtere cv-werk. Dit werk neemt binnenkort weer drastisch af, zoals elk voorjaar. Op dat moment neemt het werk inzake de zonnepanelen weer toe, zodat dit in het verleden geen probleem was omdat je dan dat werk weer kon gaan doen.

Nu is het werk inzake zonnepanelen echter te zwaar voor je geworden gezien je medische klachten. Het voor jouw passende lichtere cv-werk is niet het hele jaar door beschikbaar voor 32 uur per week. Jammer genoeg kunnen wij dus niet structureel voor 32 uur per week passend werk aanbieden. uiteraard zullen wij onze uiterste best doen om je zoveel mogelijk wel voor 32 uur in te zetten voor het lichtere cv-werk. Als dat niet lukt, kun je bij het UWV een (aanvullende) WW-uitkering aanvragen. (…)"

Het standpunt van [eiser]

3.1.

[eiser] vordert Van der Weij te veroordelen aan [eiser] te betalen zijn loon, net als de voorgaande maanden van € 2.349,49 bruto per maand, vermeerderd met 50% vertragingsrente en het geheel vermeerderd met de wettelijke rente over het verschuldigde sedert 23 februari 2017 tot de dag van rechtsgeldige betaling.

Daarnaast vordert [eiser] Van der Weij in de proceskosten te veroordelen.

3.2.

[eiser] heeft het volgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd. Na een periode van ziekte is [eiser] weer volledig aan het werk gegaan. Van der Weij roept hem echter soms niet meer volledig voor het werk op. [eiser] heeft zijn diensten volledig aangeboden en heeft recht op volledige doorbetaling van loon. De functie van [eiser] betreft de functie van algemeen monteur en het monteren van zonnepanelen valt daar niet onder. Van der Weij heeft volgens [eiser] voorts ook genoeg passend werk voor hem en gelet op zijn hoge anciënniteit moet het werk dát er is, eerst aan hem gegeven worden.

Het standpunt van Van der Weij

4. Van der Weij heeft het volgende tegen de vordering van [eiser] aangevoerd. In de rapportage van de arbeidsdeskundige heeft deze geoordeeld dat [eiser] ongeschikt is voor het eigen werk, dit is de maatgevende arbeid. De reden hiervoor is dat het eigen werk te belastend is voor [eiser] gezien zijn medische beperkingen. Nu [eiser] niet geschikt is voor zijn (volledige) eigen werk, dient Van der Weij hem passend werk te laten verrichten, voor zover dit beschikbaar is. Dit is dus het lichtere werk. Voor zover dit werk beschikbaar is, biedt Van der Weij dit werk ook aan [eiser] aan en betaalt zij het loon over de uren dat [eiser] heeft gewerkt. Van der Weij stelt dat zij geen loondoorbetalingsplicht meer heeft na 104 weken ziekte van [eiser] voor de niet door hem gewerkte uren, nu [eiser] niet (voor de volle omvang) geschikt is voor de bedongen arbeid. Van der Weij biedt zoveel mogelijk passend werk aan [eiser] aan en betaalt de gewerkte uren en overige emolumenten, zodat zij geen verdere verplichtingen heeft. Van der Weij verwijst daarbij naar het arrest van Hoge Raad van 30 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8134.

De beoordeling van het geschil
5.1. Tussen partijen is allereerst in geschil of Van der Weij weer volledig hersteld is in de zin dat hij in staat is zijn eigen werk te verrichten. [eiser] stelt zich op het standpunt dat hij zich per 27 februari 2017 weer volledig beter heeft gemeld en dat hij zich beschikbaar heeft gesteld voor het volledige werk. Volgens [eiser] is hij aangenomen als 'algemeen monteur' en betreft dit zijn eigen werk. Het werken met zonnepanelen valt volgens [eiser] niet onder de werkzaamheden van een algemeen monteur en zijn daarmee niet te kwalificeren als zijn eigen werk. Van der Weij heeft daartegen aangevoerd dat de arbeidsdeskundige in zijn rapport heeft aangegeven wat de maatgevende arbeid van Raatsveld is en dat het monteren van zonnepanelen onder de daar vermelde taken valt. Van der Weij heeft tevens aangevoerd dat de arbeidsdeskundige heeft geoordeeld dat [eiser] ongeschikt is voor de maatgevende arbeid.

5.2.

De kantonrechter overweegt dat vast staat dat [eiser] wegens artrose in zijn schouder de werkzaamheden met betrekking tot de zonnepanelen niet meer kan verrichten. De arbeidsdeskundige heeft in zijn rapport (zoals onder 2.6. opgenomen) vastgesteld wat de maatgevende arbeid van [eiser] is. De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat het monteren van zonnepanelen onder de maatgevende arbeid valt. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] tegen deze constatering bezwaar heeft gemaakt. Daarnaast brengt het enkele feit dat [eiser] in het jaar 1975 als algemeen monteur is aangenomen en het monteren van zonnepanelen toen nog niet tot de werkzaamheden behoorde, niet mee dat deze werkzaamheden niet tot zijn functie kunnen zijn gaan behoren. Vast staat dat [eiser] op enig moment na het jaar 1975, zonnepanelen voor Van der Weij is gaan monteren en dat hij hiermee is doorgegaan totdat hij dit om medische redenen niet meer kon. Deze taak is daarmee tot de werkzaamheden van de functie van [eiser] gaan behoren. Voorts staat vast dat de arbeidsdeskundige in zijn rapport heeft geoordeeld dat [eiser] ongeschikt is voor dit "eigen werk". Er moet dan ook worden geoordeeld dat [eiser] na twee jaar nog steeds ongeschikt is voor zijn eigen werk. Voor zover de vordering van [eiser] tot doorbetaling van loon is gebaseerd op de stelling dat hij zich beschikbaar heeft gehouden voor zijn "eigen werk" dient de vordering dus te worden verworpen.

6.1.

De kantonrechter overweegt voorts dat weliswaar de loondoorbetalingverplichting van Van der Weij in verband met de ziekte van [eiser] na twee jaar is geëindigd, maar dat de arbeidsverhouding tussen partijen is blijven voortbestaan. Onder deze omstandigheden is er (alsnog) een verplichting tot betaling van loon door de werkgever indien de werknemer zich beschikbaar heeft gehouden voor het verrichten van passende arbeid en deze passende arbeid ten onrechte niet is aangeboden door de werkgever. In overeenstemming met deze regel geldt voorts dat, indien de werknemer de bereidheid heeft getoond tot het verrichten van arbeid, de werkgever dient te onderzoeken of passende arbeid voorhanden is en de uitkomst hiervan aan de werknemer dient mee te delen. Indien de werkgever hierover geen duidelijkheid verschaft aan de werknemer, moet worden aangenomen dat er geen deugdelijke gronden zijn geweest voor de werkgever om de werknemer niet in staat te stellen arbeid te verrichten en ontstaat ook de verplichting tot betaling van loon (vgl. HR 17 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0175.

6.2.

In dit kader overweegt de kantonrechter als volgt. Vast staat dat [eiser] zich beschikbaar heeft gehouden voor het verrichten van passende arbeid. Van der Weij heeft ook aangepast werk aan hem aangeboden, maar niet steeds voor de overeengekomen 32 uur per week. Van der Weij heeft aangevoerd dat de reden hiervoor is dat zij niet altijd voor 32 uren per week aan aangepast werk voor [eiser] voorhanden heeft. Ter toelichting heeft Van der Weij aangegeven dat zij afhankelijk is van de opdrachten die verkregen worden. Volgens Van der Weij is het lichtere cv-werk met name beschikbaar in de wintermaanden en neemt in het voorjaar het werk inzake het plaatsen van zonnepanelen weer toe. Tevens heeft Van der Weij aangevoerd dat zij ook een andere werknemer met beperkingen heeft die lichter werk moet verrichten. Omdat het passende, lichtere werk niet het hele jaar door beschikbaar is voor 32 uur per week, kan Van der Weij dit niet structureel aan [eiser] aanbieden, aldus Van der Weij. Wel heeft Van der Weij [eiser] steeds zo veel als mogelijk ingezet voor passende arbeid. Van der Weij heeft dit in haar e-mailbericht van 21 maart 2017 ook aan [eiser] uitgelegd (zie onder 2.9.).

6.3.

[eiser] heeft dit verweer van Van der Weij naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gemotiveerd weersproken. Hij heeft slechts volstaan met de blote stelling dat Van der Weij voldoende passend werk heeft, maar hij heeft deze stelling niet onderbouwd. De stelling van [eiser] dat, gelet op zijn hoge anciënniteit, het werk dat er is eerst aan hem gegeven moet worden, wordt door de kantonrechter verworpen. De verplichting tot het aanbieden van passende arbeid stopt daar waar die arbeid niet beschikbaar is. Van een werkgever kan niet worden verwacht dat hij de functies van andere werknemers aanpast en/of werkzaamheden die zij naar tevredenheid verrichten als onderdeel van hun functie bij hen weg haalt, enkel en alleen om passende arbeid aan te kunnen bieden aan een werknemer die niet langer geschikt is voor het verrichten van zijn eigen arbeid. Het aanbieden van passende arbeid aan een werknemer die na 2 jaar arbeidsongeschiktheid niet langer zijn eigen werkzaamheden kan verrichten kan niet op die wijze ten koste gaan van de werkzaamheden van niet arbeidsongeschikte andere werknemers.

6.4.

De kantonrechter is op grond van het bovenstaande van oordeel dat Van der Weij heeft voldaan aan haar verplichtingen te onderzoeken of passende arbeid voorhanden is en de uitkomst hiervan aan [eiser] mee te delen. Zij voldoet dan ook aan haar verplichting (zo veel mogelijk) passende arbeid aan [eiser] aan te bieden. Dat brengt mee dat Van der Weij niet meer loon aan [eiser] hoeft te betalen dan het loon over de uren dat [eiser] passende arbeid verricht. De kantonrechter merkt daarbij op dat Van der Weij heeft aangegeven dat zij verwacht dat het in de rustigere periode waarschijnlijk meestal wel zal lukken om [eiser] voor 16 uur per week te blijven inzetten in het passende werk.

De conclusie is dat de vordering zal worden afgewezen.

6.5.

[eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

De proceskosten aan de zijde van Van der Weij worden vastgesteld op:

- salaris gemachtigde € 300,00 (2 punten x tarief € 150,00)

totaal € 300,00.

Beslissing

De kantonrechter:

7.1.

wijst de vordering af;

7.2.

veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Van der Weij vastgesteld op € 300,00;

7.3.

verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. E.Th.M. Zwart-Sneek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 779