Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4059

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-10-2017
Datum publicatie
26-10-2017
Zaaknummer
18/830081-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Verdachte heeft gedurende een periode van meerdere jaren meermalen ontuchtige handelingen gepleegd met zijn minderjarige stiefzoon en -dochter. Deze handelingen bestonden mede uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Daarnaast heeft verdachte zijn drie stiefkinderen mishandeld. Ter zake de mishandeling is verdachte vrijgesproken van het onderdeel medeplegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830081-16

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 oktober 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [straatnaam].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

12 oktober 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F. Gosselaar, advocaat te Winschoten. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T.H. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2007

tot en met 31 december 2014 te [pleegplaats], gemeente Bellingwedde, althans in

Nederland, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2003), zijnde een kind dat hij

verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, althans een aan zijn zorg

en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die toen de leeftijd van twaalf

jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die

(telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen

van het lichaam van die [slachtoffer 1], immers heeft hij, verdachte, meermalen,

althans eenmaal, (telkens):

- zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [slachtoffer 1]

geduwd/gebracht en/of (vervolgens) heen en weer bewogen en/of

- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] laten betasten en/of

vastpakken en/of aftrekken en/of likken en/of

- met zijn, verdachtes, hand(en) en of vinger(s) de penis van die [slachtoffer 1]

betast en/of vastgepakt en/of aangeraakt en/of afgetrokken;

2.

primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2007

tot en met 31 maart 2012 te [pleegplaats], gemeente Bellingwedde, althans in

Nederland, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 2000), zijnde een kind

dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, althans een aan zijn

zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die toen de leeftijd van

twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd,

die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], immers heeft hij,

verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met zijn, verdachtes,

vinger(s) en/of hand(en) de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2]

aangeraakt en/of betast;

subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2007

tot en met 31 maart 2012 te [pleegplaats], gemeente Bellingwedde, althans in

Nederland, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 2000), zijnde een kind

dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, althans een aan zijn

zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die toen de leeftijd van

zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige

handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) met zijn, verdachtes, vinger(s) en/of hand(en) de borsten

en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] aangeraakt en/of betast;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2009 tot en met

2015 te [pleegplaats], gemeente Bellingwedde, althans in Nederland, tezamen en

in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2], zijnde een/de kind(eren) dat/die hij

verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, heeft mishandeld door

meermalen, althans eenmaal (telkens):

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] op/tegen/in (een

deel van) het lichaam te schoppen en/of trappen en/of slaan en/of stompen en/of

- de handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2]

boven/bij het vuur te houden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk met

kracht (stevig) bij de oren te pakken en/of

- richting die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] met

stoelen en/of (een) ander(e) voorwerp(en) te gooien en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] onder de koude

douche te zetten en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk met

kracht (stevig) bij de borst te pakken en/of grijpen en/of

- een mes en/of een ander scherp voorwerp dicht bij/tegen de keel van [slachtoffer 1]

te houden.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Namens verdachte is betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde, omdat er met betrekking tot deze feiten na een eerder onderzoek - acht jaar geleden - een "kennisgeving niet verdere vervolging" is afgegeven en zich sindsdien geen nieuwe feiten en omstandigheden hebben voorgedaan.

De officier van justitie heeft gesteld dat het sepot in 2012 geen betrekking had op de thans ten laste gelegde mishandeling, feit 3. Voorts heeft de officier van justitie gesteld dat zich met betrekking tot feit 2 wel degelijk nieuwe feiten en omstandigheden hebben voorgedaan, namelijk de verklaring van [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] had tijdens het eerdere onderzoek geen uitlatingen gedaan omtrent het seksueel misbruik.

De rechtbank overweegt dat het verweer van de raadsman, voor zover dit betrekking heeft op feit 3, geen hout snijdt nu blijkens de stukken het sepot in 2012 niet zag op mishandeling. De na de sepotbeslissing (betreffende het plegen van ontucht met [slachtoffer 2]) naar voren gekomen feiten en omstandigheden, te weten de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], zijn van dien aard dat een herziening van de sepotbeslissing gerechtvaardigd is te achten. De rechtbank is daarom van oordeel dat van niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie geen sprake is.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde gevorderd. Ten aanzien van feit 3 heeft zij gesteld dat de mishandelingen die zijn gepleegd voor 13 januari 2010 zijn verjaard op grond van artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn aangehouden en in verzekering gesteld op

26 januari 2016, wat de verjaring heeft gestuit. De mishandelingen hebben bestaan uit schoppen, slaan, handen bij het vuur houden, bij de oren pakken en onder de koude douche zetten. Er is sprake van een zodanig bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] dat van medeplegen kan worden gesproken. Verdachte heeft alle mishandelingen gepleegd. [medeverdachte] heeft bij de politie bekend dat zij de kinderen wel eens onder de koude douche heeft gezet. Ter terechtzitting heeft zij verklaard dat zij de kinderen wel eens een corrigerende tik heeft gegeven en bij de oren heeft gepakt en dat zij [slachtoffer 2] eens een schop onder de kont heeft gegeven. Ook ten aanzien van de mishandelingen die [medeverdachte] niet zelf heeft gepleegd, kan zij worden aangemerkt als medepleger. [medeverdachte] heeft bij herhaling waargenomen dat verdachte de kinderen sloeg. Op haar rustte als moeder een zorgplicht om haar kinderen te beschermen. Vanuit die zorgplicht heeft zij niet ingegrepen toen verdachte de mishandelingen pleegde. Door deze passieve houding steunde zij verdachte in zijn gedrag. Ook heeft [medeverdachte] geen veilig heenkomen voor haar kinderen gezocht, zodat zij in feite verdachte de gelegenheid gaf om door te gaan.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle hem ten laste gelegde feiten, mocht de rechtbank de officier van justitie ontvankelijk verklaren. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er met betrekking tot de feiten 1 en 2 alleen een de auditu verklaring ligt van [slachtoffer 3], een op sensatie belust kind. Deze verklaring wordt niet ondersteund door ander direct bewijs. Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat geen sprake is geweest van mishandeling. De kinderen werden niet structureel onder een koude douche gezet. Dit is rond 2007 één keer gebeurd. Daarnaast werd er wel eens een corrigerende tik uitgedeeld. Mocht het zo zijn dat verdachte de handen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] in een gasvlam zou hebben geduwd, dan hadden beide jongens hier lelijke brandwonden aan overgehouden. Niemand heeft echter brandwonden gezien. Ook zijn er geen aanwijzingen voor gescheurde oren, die zouden zijn ontstaan door het aan de oren trekken.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 12 oktober 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

U houdt mij de door [slachtoffer 2] omschreven situatie bij de computer (pagina 297 van het dossier) voor. [slachtoffer 2] zat toen bij mij op schoot.

Ik heb [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] een schop onder de kont gegeven. Ik heb één keer de handen van de jongens boven het vuur gehouden. Als [medeverdachte] verklaart dat dit twee tot drie keer is gebeurd, dan denk ik dat dit wel zo is.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal informatief gesprek zeden van Politie Noord-Nederland d.d. 16 april 2015, opgenomen op pagina 39 e.v. van het dossier met nummer PL0100-2015086353 d.d. 2 februari 2016, inhoudende als relatering van verbalisanten:
Informatief gesprek met : [vader slachtoffers]
Benadeelden : [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3], [geboortedatum]-2003
Vader [vader slachtoffers] verklaarde het volgende:
De tweeling woont sinds januari 2015 bij mij. Dochter [slachtoffer 2] woont in [pleegplaats] bij haar moeder [medeverdachte]. [medeverdachte] is nu getrouwd met [verdachte]. Het misbruik vond plaats vanaf ongeveer 9 jaar. Als iemand zegt: "steek mij maar dood dan hoef ik niet terug", dan is er iets mis. Dat zei [slachtoffer 1] tegen mij toen hij 8 jaar was. De handelingen vonden plaats in de woning van [medeverdachte] in [pleegplaats]. Het was boven begonnen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 13 mei 2015, opgenomen op pagina 46 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [vader slachtoffers]:
De kinderen hebben thuis bij mijn ex [medeverdachte] veel slaag gekregen. Ze vertelden mij dat ze aan de oren omhoog werden getrokken. De oorlellen waren ook uitgescheurd en dit heb ik ook gezien. Ze zaten geregeld onder de blauwe plekken. [slachtoffer 2] had wel blauwe plekken op haar lichaam en dan vertelde [slachtoffer 2] dat ze naar boven geschopt was.

[slachtoffer 1] vertelde mij dat [verdachte] hem een keer heeft geroepen dat hij mee moest helpen boven. Toen heeft [verdachte] aan [slachtoffer 1] zijn leuter gezeten. Verder vertelde [slachtoffer 1] dat hij naakt bij [verdachte] op schoot heeft gezeten en dat [verdachte] heel hard aan [slachtoffer 1] zijn piemel heeft getrokken. [verdachte] heeft [slachtoffer 1] ook geblinddoekt met een theedoek en toen moest [slachtoffer 1] [verdachte] pijpen. [slachtoffer 1] vertelde dat hij er toen bijna in was gestikt. [slachtoffer 1] heeft verteld dat het vaak voor is gekomen als hij met [verdachte] alleen thuis was. [slachtoffer 1] heeft verteld dat het ook met [slachtoffer 2] is gebeurd. [slachtoffer 1] zei dat hij de piemel van [verdachte] in de mond heeft gehad. [slachtoffer 1] heeft het woord pijpen niet genoemd. [slachtoffer 1] vertelde uit zichzelf dat hij [verdachte] moest pijpen met een blinddoek voor. Ik heb daar toen verder geen vragen meer over gesteld. Hij begon er uit zichzelf over. [slachtoffer 1] was opgelucht. Hij kon het kwijt en dat luchtte hem op.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 10 november 2015, opgenomen op pagina 215 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [vader slachtoffers]:
[slachtoffer 2] is geboren op [geboortedatum] 2000. De jongens begonnen te vertellen dat [slachtoffer 2] ook gebruikt is. Dat [slachtoffer 2] met een onderbroekje op schoot zat en dat [verdachte] haar ging betasten. Dat was meerdere keren gebeurd en dat [slachtoffer 2] heel bang was. Je kon dat ook aan haar vernemen. Ze ging met kleding en al onder de douche. Terwijl ze dat eerder niet deed. [slachtoffer 2] heeft me vorige week verteld dat ze betast is, maar verder weet ik er eigenlijk heel weinig van.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 6 juli 2015, opgenomen op pagina 61 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op 21 mei 2015 hoorde een gecertificeerd zedenrechercheur, in een kindvriendelijke verhoorstudio, de volgende persoon: [slachtoffer 1].

Verbalisant: Hoe komt het dat je [verdachte] niet meer ziet?
[slachtoffer 1]: Denk om het slaan en zo.
Verbalisant: Wie slaat [verdachte] dan?
[slachtoffer 1]: Mij of [slachtoffer 3].
Verbalisant: En hoe vaak slaat die?
[slachtoffer 1]: Toen die keer was het wel vaak genoeg. Toen we nog bij hem waren.
Verbalisant: Wat bedoel je met vaak genoeg?
: Dat hij ons heel vaak slaat. [slachtoffer 2] ook wel eens, maar niet zo vaak meer.
[verdachte] woont in [pleegplaats].

Verbalisant: Wat vind je niet lief aan [verdachte]?

[slachtoffer 1]: …

Verbalisant: Ik merk dat je heel stil bent nu. Hoe komt het?

[slachtoffer 1]: Het is al gebeurd, dus je kunt er niet echt meer wat aan doen.

Verbalisant: En wat is er gebeurd, [slachtoffer 1]?

[slachtoffer 1]: …

Verbalisant: Je heb me net al verteld, het had iets te maken met iets doen.

[slachtoffer 1]: Ja.

Verbalisant: En je vertelde ook dat het met [verdachte] te maken heeft, met je stiefvader. En je vertelde dat het over iets niet-leuks ging. Klopt dat allemaal?

[slachtoffer 1]: Ja.

Verbalisant: En hoe vaak is dat geweest, die niet-leuke dingen met [verdachte]? Is dat 1 keer geweest of is dat vaker geweest?

[slachtoffer 1]: Vaker.

Verbalisant: En waar is dat gebeurd?

[slachtoffer 1]: In huis. Ik ging elke keer weglopen, naar pappa toe. Omdat ik het zat was dat [verdachte] mij elke keer ging slaan en zo.
Verbalisant: En hoe vaak ben je weggelopen naar pappa toe?
[slachtoffer 1]: 5 dagen. En niet achter elkaar maar. [verdachte] pakte ons altijd vrij hier bij de oren. [slachtoffer 3] zijn oren gingen in één keer scheuren. Meestal schopt die ons wel eens. [slachtoffer 3] heeft gezegd "dierenmishandelaar" en toen ging die [slachtoffer 3] pakken. Heeft die [slachtoffer 3] geslagen. Ik heb dat gezien.
Verbalisant: Waar ging hij [slachtoffer 3] slaan dan?
[slachtoffer 1]: Hij pakte [slachtoffer 3] en toen ging die [slachtoffer 3] schoppen. Tegen zijn kont aan, en toen moest die naar boven.
Verbalisant: Wanneer is dit geweest?
[slachtoffer 1]: Een jaar of zo geleden. Het was in de zomer.
Verbalisant: Waar sloeg en schopte hij je dan?
: Niet alleen mij, ook [slachtoffer 3]. Hij schopte onder mijn kont en schopte in mijn zij, heel veel dingen. Hij trok mij gewoon aan mijn oren. Hij heeft ook een keer onze hand bij het vuur gehouden. Had die het gasfornuis aan gedaan, en pakte onze beiden handen bij het vuur.
Verbalisant: En zijn er ook nog andere dingen gebeurd met jou?
[slachtoffer 1]: Er is nog iets gebeurd, maar dat wil ik niet vertellen.
Verbalisant: Wie heb je dat wel verteld?
: [slachtoffer 3] en pappa. Gaat niet over dat die ons pijn heeft gedaan en zo.
Verbalisant: En wat heb je allemaal aan pappa verteld?
[slachtoffer 1]: Wat die heeft gedaan bij mij.
Verbalisant: En wat was dat?
: Dat zou ik niet meer vertellen.
Verbalisant: Je zegt, hij sloeg jou en [slachtoffer 3]. En schopte, hoe zit dat met [slachtoffer 2] dan?
[slachtoffer 1]: Ook. Ons alle drie.
Verbalisant: En de dingen wat jij niet wilt vertellen, met wie is dat allemaal gebeurd dan?
: [verdachte] en mij alleen.
Verbalisant: Waar was de rest dan? Als dat gebeurde tussen jullie?
[slachtoffer 1]: Ze waren naar judo. En toen moest ik [verdachte] helpen soms. Boven, en dan moest ik een handdoek of zo voor mijn ogen, en dan moest ik boven naar zolder en verder ga ik niet.
Ik moest van [verdachte] een handdoek voor mijn ogen. Moest ik zeggen of ik niks meer zag.
Verbalisant: En dan?
[slachtoffer 1]: Maar dat wil ik niet vertellen. Denk dat [slachtoffer 3] dat wel zal vertellen. Die durft alles al.
Verbalisant: Is er wel eens iemand anders, met iemand anders dit soort dingen gebeurd?
[slachtoffer 1]: Ja met [slachtoffer 2]. Ze heeft dat een keer in de auto verteld. Op een briefje geschreven wat [verdachte] met [slachtoffer 2] heeft gedaan. Ik heb dat briefje niet gelezen, alleen mamma. Mamma werd er kwaad van. En wou het met [verdachte] uh, maar mamma, toen was het een tijdje afgelopen met [slachtoffer 2], toen deed hij het met mij. Ik ben geboren in 2003, [geboortedatum]. Ik denk dat die het 5 keer heeft gedaan bij mij.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 6 juli 2015, opgenomen op pagina 120 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:
Op 21 mei 2015 hoorde een gecertificeerd zedenrechercheur, in een kindvriendelijke verhoorstudio, de volgende persoon: [slachtoffer 3].
Verbalisant: Wat kom je mij vertellen?
: Over mijn stiefvader. Die slaat ons en die heeft seksuele gebruiken gemaakt van mijn broertje. Hij slaat ons heel vaak en schopt. En dan, als we straf hebben of zo, dan moet dat op een seksmanier opgelost worden. Maar dat deed hij alleen bij mijn broertje.

Bijvoorbeeld, ik had ook wel eens straf, en dan wou die dat ook bij mij doen. Maar kijk, toen liep ik weg. Hij blinddoekt je ook, als dat moet. Maar dat deed die alleen als mijn moeder er niet was. Dat met slaan en schoppen ook, dat doet die ook allemaal bij mijn zus [slachtoffer 2].
[verdachte] is mijn stiefvader. Hij woont in [pleegplaats].
Verbalisant: Wat bedoel je met "seksuele dingen"?
[slachtoffer 3]: Nou, bijvoorbeeld dan neukt die je of zo, of je moet aan zijn piemel likken of zo, en dat soort dingen. Mijn broertje heeft dat allemaal aan mij verteld maar dan neukt die in de kont of zo. [verdachte] bij [slachtoffer 1]. En dat die ook wel eens blinddoekt of zo, en dat die ook wel eens uh, zei "ja wil je even iets naar boven brengen" of zo. Zegt die "de stofzuiger" of zo. Dan breng je hem naar boven. En dan gaat die juist dat met je doen.
Verbalisant: En wat doet die dan met je?
[slachtoffer 3]: Dat neuken en zo.
Verbalisant: Hoe weet je dan dat dat neuken is?
: Ja dat vertelt [slachtoffer 1] mij allemaal.

Verbalisant: Wanneer was nou de allerallereerste keer, dat [slachtoffer 1] dat aan jou verteld heeft?
[slachtoffer 3]: Het was in 2014 ergens. Ergens in september of zo. [slachtoffer 1] vertelde: "[verdachte] neukt mij in de kont" en zo. En uh.. "hij slaat mij en schopt mij" en dat wist ik dus al, omdat hij mij ook slaat en schopt.
Verbalisant: En hij zei "[verdachte] neukt mij in de kont". Wat heeft die daar nog meer over verteld? Hoe ging dat dan? Dat in de kont neuken?
[slachtoffer 3]: Nou, dan werd die bijvoorbeeld, dan moest die naar een slaapkamer of zo, moest die wat brengen. En dan stond [verdachte] met die theedoek en zei "doe je ogen maar dicht" en dan ging het zo dicht en zo (maakt met handen gebaar alsof doek om het hoofd geknoopt wordt). En toen trok die de broek naar beneden van hem. En dan ook nog die van [slachtoffer 1] en toen neukt die hem.
Verbalisant: En wat is dan neuken? Wat doe je dan?
[slachtoffer 3]: Ja zoals uh.. Ja. Uh.. In de kont neuken en zo, en aan zijn piemel likken wat ik net ook heb verteld.
Verbalisant: Aan wie zijn piemel?
: Aan die van [verdachte].
Verbalisant: Maar als je in de kont neukt he, wat gebeurt er dan precies?
[slachtoffer 3]: Dat weet ik niet, dat heeft hij mij ook niet helemaal verteld. Ja, hij zei wel dat het allemaal pijn deed en zo. En dat het zeer deed als die ging zitten en zo. Dat kon ik ook aan hem zien hoor, dan ging die zitten, maar dan ging die ook, ietsje omhoog en toen ging die heel rustig zitten. Ja, dan, dan doet die even zo "oeh" (komt iets omhoog van de stoel, knijpt ogen samen, spant lippen aan en gaat langzaam weer zitten). [verdachte] kwam pas een half uur later beneden. Ik weet niet wanneer ik dat gezien heb. Maar sowieso in 2014.
Verbalisant: Heb je ook verteld, iets over blinddoeken, hoe ging dat dan?
[slachtoffer 3]: Ja, hoe je zo'n ding dan oprolt, dat een driehoek-achtige vorm was, dat je niks kon zien en dan bindt die hem zo aan je hoofd vast.
Verbalisant: Ik zie dat je het voor je ogen doet, ja. Dat was bij ons op de kamer, bij mijn moeder. Zij woont ook in [pleegplaats], bij [verdachte] in huis. Onze slaapkamer is boven. Bij mij heeft die het maar 2 of 3 keer gedaan. Dat was middenin de zomer, toen waren we bijna jarig. En later heeft die het ook niet bij mij gedaan, alleen bij [slachtoffer 1].
We hebben ook wel eens een keer een vuurtje gefikt. Toen ging die, ja met een gastoestel,
daar deed die hem aan. En dan wou die ons zo de handen er even opdrukken.
Verbalisant: "Ons", van wie?
[slachtoffer 3]: Van [slachtoffer 1] en mij.
Verbalisant: En wat voelde je dan? Van dat vuur?
[slachtoffer 3]: Warmte. Later heb ik allemaal blaren van gekregen. Ik heb het allemaal zelf afgekoud, later. Ja, later had ik er last van.

Verbalisant: Wat heeft [slachtoffer 1] precies aan jou verteld wat er tussen hem en [verdachte] gebeurd is. Je hebt het gehad over in de kont neuken.
[slachtoffer 3]: Ja. Dat, dat uh, dat alleen.
Verbalisant: Alleen over in de kont neuken.
: Ja, slaan en schoppen en zo, dat weet ik allemaal.
Verbalisant: Hoe vaak is dat gebeurd? Dat in de kont?
: Vaak!
Verbalisant: Hoe weet je dat dat vaak is?
: Nou dat heeft die bij mij ook gezegd.

[slachtoffer 1] zei "hij heeft mij in de kont geneukt". En toen zei die "en ik kon ook heel moeilijk zitten, dat deed zo'n pijn en zo."
Verbalisant: En hoe is [slachtoffer 1] dan als die daarover praat. Met jou?
[slachtoffer 3]: Ja, hij vindt het niet leuk om te vertellen blijkbaar.
Verbalisant: Nee? Hoe merk je dat aan hem?
: Ja, hij vertelt het ook heel langzaam. Hij vertelt het heel zacht. Hij begint een beetje te stotteren en zo.
Verbalisant: Wat heb je gezien van wat er tussen [slachtoffer 1] en [verdachte] is gebeurd?
[slachtoffer 3]: Van dat seks en zo?
Verbalisant: Ja?
: Niks, daar heb ik helemaal niks, ja.. één keer, toen kwam ik net boven, toen zaten ze bij ons, bij mij op de kamer.
Toen begon ik eerst op hem te schelden en zo. En toen ging die ons eerst schoppen en slaan en zo. Dat was in juni. In één keer zag ik hem zitten en uh.. dus zijn piemel zag ik allemaal ook.
Verbalisant: Wat zag je aan [verdachte]?
[slachtoffer 3]: Nou, dat die aan het neuken was met [slachtoffer 1]. En [slachtoffer 1] vond het blijkbaar niet zo fijn, want hij was aan het huilen.
Verbalisant: Wat zie je dan als allereerste als je gaat kijken daar? Wat zie je dan?
[slachtoffer 3]: Hun.
Verbalisant: En hoe zijn ze dan?
: Nou, [verdachte] was uh zwetig en [slachtoffer 1] was zo rood als een tomaat.
Verbalisant: En hoe was de houding van [verdachte]?
[slachtoffer 3]: Ja, zittend.
Verbalisant: Kun je eens nadoen hoe hij zat?
: Dan zat die daar zo. (zit op de grond, rug tegen de muur, benen gestrekt naar voren op de grond) En [slachtoffer 1] zat bovenop hem.
Verbalisant: En, waar zat [slachtoffer 1] dan precies? Wijs eens aan. Op welke plek hij op, bij [verdachte] zat?
[slachtoffer 3]: Ja op zijn piemelgedeelte. [slachtoffer 1] had zijn broek naar beneden en [verdachte] had zijn broek ook naar beneden. [slachtoffer 1] had zijn broek tot zijn knieën naar beneden, [verdachte] had hem helemaal uit. De broek van [verdachte] lag ergens bij zijn voeten. Hij had een trainingsbroek aan, [slachtoffer 1] een spijkerbroek.
Verbalisant: Wat heeft [slachtoffer 1] jou hierover verteld? Over deze keer, dat jij hun zo zag.
[slachtoffer 3]: Hij zei alleen "hij doet het wel vaker" en zo.

Verbalisant: Wat wil je vertellen over [slachtoffer 2]?
[slachtoffer 3]: Nou dat die dat ook allemaal waarschijnlijk bij [slachtoffer 2] doet.
Verbalisant: En hoe weet je dat?
[slachtoffer 3]: Omdat die hem ook telkens van alles moet brengen en dan duurt het weer heel lang voordat die weer terug komt. En ik heb ook een keer gezien, ik, [slachtoffer 2] en [verdachte] waren er toen. En ik zat op de bank en hun zaten daar naast mij op de grond. En [verdachte] zat met de hand onder het shirt en zo, bij de broek in. Hij zat een beetje naar voren en [slachtoffer 2] ook. En dan kon je dat precies zien, met zijn hand.
Verbalisant: Wat had [slachtoffer 2] toen precies aan dan?
[slachtoffer 3]: Ja een leggingding of zoiets? Het was wel een beetje wijd, joggingsbroek of zoiets?
Verbalisant: En wanneer is dat gebeurd, met [slachtoffer 2]? Dat hij zo met zijn hand in de broek ging?
[slachtoffer 3]: Dat is ook al voor de tijd gebeurd. Dat is al voor [slachtoffer 1].
Verbalisant: Hoe vaak heb je dat gezien? Dat uh, [verdachte] zoiets deed?
[slachtoffer 3]: Ja alleen zag ik het een paar keer beneden, 3 of 4 keer al.
Verbalisant: Wie komt met het woord "piemel likken" bij jou?
: [slachtoffer 1].
Verbalisant: Ja, en wat heeft [slachtoffer 1] verteld daar over?
[slachtoffer 3]: Nou, dat die wel eens aan de piemel moet likken. Likken of zo, of hij is er ook wel eens bijna in gestikt, daardoor.
Verbalisant: Moet hij aan de piemel van [verdachte]? Of was het andersom? Of was het allebei?
[slachtoffer 3]: Nee alleen die van [verdachte] eigenlijk.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal (in vraag/antwoord vorm) van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 9 december 2015, opgenomen op pagina 294 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum] 2000:
Mijn stiefvader heeft aan mij gezeten en hij heeft mij en mijn broertjes ook geslagen.
V: Wat bedoel je met "aan je zitten?"
A: Aan mijn geslachtsdelen en zo.
V: En verder?
A: Om het zo maar te zeggen. Aan alle dingen die je privé wil houden. Die je privé houdt tijdens het bijvoorbeeld zwemmen of douchen.
V: En wat bedoel jij met die dingen?
A: Bijvoorbeeld aan mijn borsten.
V: Hoe vaak heeft hij aan jouw borsten gezeten?
A: Dat weet ik niet meer.
V: Is dat 1 keer geweest of vaker?
A: Wel vaker.
V: Waar heeft hij aan jouw borsten gezeten?
A: Dat was op de slaapkamer van mama of op mijn eigen slaapkamer.
V: En hoe lang is het geleden dat jouw stiefvader aan jouw borsten zat?
A: Het was in ieder geval wel 2 of 3 jaar geleden.
V: En hoe vaak heeft jouw stiefvader aan jouw geslachtsdelen gezeten?
A: Vaker dan 1 keer.
V: Waar gebeurde dat dan?
A: Ook in mama haar slaapkamer of in mijn eigen. Dit gebeurde ook 2 of 3 jaar geleden.
V: Hoe noem jij je stiefvader?
A: [verdachte]. We gingen een keer barbecueën in de zomer. [verdachte] zei toen tegen mij, laten we even naar binnen gaan om een film uit te zoeken. Ik moest dan met [verdachte] mee. Ik moest toen bij [verdachte] op schoot zitten. We waren toen boven bij de computer. [verdachte] deed zijn broek uit en toen moest ik op zijn piemel zitten. Mama kwam later binnen en was toen heel boos. Mama vroeg mij later ook wat ik allemaal bij [verdachte] had moeten doen. Daar heb ik toen niets over verteld omdat dat niet mocht van hem.
V: Jij zegt dat hij zijn broek uit deed, wat had [verdachte] onder zijn broek?
A: Een onderbroek, die deed hij ook uit.
V: Waar bleven zijn kleren dan toen hij ze uit deed?
A: Hij deed ze gewoon naar beneden tot aan zijn knieën.
V: Wat kon jij zien van zijn lichaam toen hij zijn broek naar beneden deed?
A: Zijn benen en zijn geslachtsdeel.
V: Hoe wist je dat je bij hem op schoot moest gaan zitten?
A: Dat zei hij tegen mij.
V: Waar kijk jij naar als jij bij [verdachte] op schoot zit?
A: We keken allebei naar het computerscherm.
V: Waar zit [verdachte] dan op?
A: Dat was een oude eetkamerstoel die bij de computer stond.

V: En als je dan bij hem op schoot zit, wat van zijn lichaam raak jij dan aan?
A: Ik raakte dan zijn piemel aan.
V: Wanneer was dit?
A: Ik denk dat dit 3 of 4 jaar geleden was.
V: Hoe oud was jij dan?
A: Ik denk ongeveer 10 of 11 jaar oud want toen kwamen mijn stiefzusjes, [stiefzus 1] en [stiefzus 2] ook nog bij ons thuis.
V: Dan wil ik het graag hebben over een moment dat je je nog goed kunt herinneren dat [verdachte] aan jouw geslachtsdelen heeft gezeten.
A: Dat weet ik niet goed meer.
V: Hoe komt dat?
A: Omdat het al heel lang geleden is en omdat ik het niet leuk vind om erover te praten.
V: Weet je geen specifieke situatie meer of weet je er helemaal niets meer van. Misschien kan je iets vertellen over hoe het meestal ging als [verdachte] aan jouw geslachtsdelen zat?
A: Dan moest ik op mijn bed gaan liggen of op die van mama en dan ging hij aan mij zitten.
Bijvoorbeeld aan mijn borsten of aan mijn vagina.
V: Wat raakte [verdachte] dan precies aan, van jouw vagina?
A: Mijn clitoris.
V: Met wat raakte [verdachte] jouw clitoris aan?
A: Met zijn vingers.
V: En hoe kon [verdachte] dan bij jouw clitoris komen?
A: Omdat ik dan mijn broek naar beneden moest doen of hij deed dat bij mij.
V: Hoe zat het dan met jouw bovenkleding?
A: Die had ik eerst nog aan maar die moest ik dan later ook uit doen.
V: Waar raakte [verdachte] jouw verder dan nog aan op jouw lichaam?
A: Bij mijn borsten.
V: Hoe raakte hij jouw borsten aan?
A: Met zijn handen.
V: Wanneer stopte het dan, wanneer mocht je je dan weer aankleden?
A: Als hij dacht dat mama er weer aan zou komen.
V: Want wie waren er nog in huis dan wanneer dit gebeurde?
A: Niemand. Mama was dan bijvoorbeeld boodschappen aan het doen of stond onder de douche en mijn broertjes waren dan ook niet thuis.
V: Wat was de eerste keer dat hij aan jouw vagina of borsten zat?
A: Dat weet ik niet meer. Ik denk dat ik 9 of 10 jaar oud was toen het begon. Mijn stiefzusjes waren toen nog heel jong. We vierden de verjaardag van één van mijn stiefzusjes. Ik weet niet meer welke verjaardag het was maar een paar dagen later begon [verdachte] mij aan te raken.
V: Weet je nog in welke groep je zat toen [verdachte] aan jou begon te zitten? Soms helpt het dat je weet dat je in een bepaalde groep zat.
A: Ik denk dat ik in groep 5 zat.

V: Hoe oud was jij toen het aanraken van [verdachte] is gestopt?
A: De moeder van [stiefzus 2] en [stiefzus 1] had toen ook aangifte gedaan en daarna is [verdachte] volgens mij gestopt.

V: Is er nog een situatie, dat [verdachte] aan je zat, die je ons wilt vertellen?
A: Niet met dit, maar wel dat hij mij geslagen heeft. Ook toen we een keer niet goed gingen luisteren of we hadden per ongeluk iets stuk gemaakt dan werd [verdachte] heel boos. We kregen dan een schop onder onze kont en moesten naar boven.
V: Hij mishandelt 'ons'. Wie bedoel je daarmee?
A: Ik en mijn broertjes [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3]. We hadden ook een keertje een vuurtje gestookt. Toen mijn broertjes en ik thuis kwamen was [verdachte] heel boos en deed het gasfornuis aan. Hij trok onze handen bij het vuur.

V: Wie zijn handen werden door [verdachte] bij het vuur gehouden?
A: Die van mij en daarna die van mijn broertjes [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1]. Dat gebeurde wel vaker.

V: Wanneer is dit geweest dan, want je vertelde dat de mishandelingen minder werden na de geboorte van Kirsten.
A: Ik denk na die tijd omdat ik vanaf groep 6 pas begon met vuurtje fikken.

V: Hoe kwam het nu dat jij het aan mama ging vertellen?
A: Omdat ik iets heel doms had gedaan. Ik had een joint gerookt en dat vond ik eigenlijk niet goed. Ik heb er toen met een vriendin van mij over gehad dat ik een joint had gerookt. Mijn vriendin zei dat ik met mijn problemen naar mijn ouders moest gaan. Ik ben daarom met mijn problemen naar mijn moeder gegaan en heb haar verteld over [verdachte].

V: Wat heb jij mama precies verteld over [verdachte]?
A: Ik zei haar dat [verdachte] aan mij had gezeten. Mama vroeg, hoe bedoel je dat. Ik vertelde mama dat [verdachte] aan mijn geslachtsdelen had gezeten. Mama zei toen dat ze me niet geloofde. Ik werd daar boos van en zei toen, dan geloof je het maar niet.

V: Je weet niet goed meer hoe oud je was toen je het aan mama vertelde, hoe oud was je toen je die joint rookte?
A: Dat was nog op de basisschool.
V: Jij vertelt dat [verdachte] aan jou heeft gezeten, zijn er nog andere mensen aan wie [verdachte] heeft gezeten?
A: Ja, mijn broertje [slachtoffer 1] heeft mij verteld dat hij een sjaal voor zijn ogen moest doen en dat hij dan dingen bij [verdachte] moest doen.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 24 november 2015 met bijlagen, opgenomen op pagina 224 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige]:

[slachtoffer 2] sprak mij via WhatsApp aan op 18 oktober 2015. Ze zei dat ze me wat wilde vertellen en dat ze dat persoonlijk wilde doen. Ze zei dat ze me dat later zou vertellen. Het begon met een V en het eindigde met een G. Verkrachting vroeg ik. Ja zei ze.

V: Wat heeft [slachtoffer 2] jou via de WhatsApp verteld?

A: Dat ze verkracht is geweest door [verdachte] en dat het twee jaar geleden was. Verder is ze niet in detail geweest. [verdachte] is de stiefvader van [slachtoffer 2].

Bijlage WhatsApp gesprek:

[slachtoffer 2]: "[...] dat mama mij niet geloofd is wel erg want hzo zal je dit verzinnen"
[getuige]: "Zoiets verzin je niet want iedereen weet als je iemand van zoiets vals beschuldigd je strafbaar bent"
[slachtoffer 2]: "Ja klopt".

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 11 januari 2016, opgenomen op pagina 331 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte]:
Ik heb drie kinderen met mijn ex, [vader slachtoffers], dit zijn [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3]. [slachtoffer 2] is 15, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] zijn 12 jaar oud. Ik ben bij [verdachte] ingetrokken1 met de kinderen.

[slachtoffer 2] heeft mij via de app verteld dat [verdachte] aan haar had gezeten. [slachtoffer 2] stuurde dat [verdachte] met zijn tengels aan haar had gezeten. Ik denk dan aan de kant van misbruik. Als ze het over mishandelingen zou hebben dan had ze wel gezegd wat hij precies zou hebben gedaan. [verdachte] en ik hebben sinds 16 februari 2007 een relatie. [verdachte] heeft soms een kort lontje. Hij kan snel kwaad worden.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 12 januari 2016, opgenomen op pagina 346 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte]:

[verdachte] heeft ze wel eens een tik gegeven. Dat was wel bij alle drie de kinderen. Heel in het begin was het wel heel erg. Op het bureau werd mij verteld over mishandelingen door [verdachte]. Dat heeft [slachtoffer 2] wel beaamd. [slachtoffer 1] heeft mij ooit gezegd dat [verdachte] aan hem had gezeten. Volgens mij was dit ergens tussen december 2014 en maart 2015. Ik heb [slachtoffer 1] gevraagd wat [verdachte] dan had gedaan. Maar dat wilde [slachtoffer 1] niet vertellen.
Toen [slachtoffer 2] een jaar of 9 was, heeft zij een joint gerookt.
Een keer wilde [verdachte] de handen boven het vuur houden. Dan ging hij bijvoorbeeld met een aansteker onder de handen. Dat handen boven het gasfornuis houden en dat met die aansteker is sowieso 2 of 3 keer voorgekomen. Dit speelde in ieder geval na de eerste aanhouding van [verdachte], dus na 2012.

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal (in vraag/antwoord vorm) van getuigenverhoor van Politie Groningen d.d. 15 maart 2012, opgenomen op pagina 99 e.v. van bijlage J, gevoegd bij voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte]:

Het was - vorig jaar - tijdens een barbecue dat ik naar binnen ging, om het hoekje kwam en zag dat [slachtoffer 2] bij [verdachte] op schoot zat achter de computer. Ze schrokken. Ik heb gevraagd wat er was, omdat ze schrokken. [verdachte] antwoordde dat er niks was. Ik vroeg of er echt niks was, [verdachte] zei nee. [verdachte] heeft wel vaker een … hoe zal ik het zeggen ... geen rustig geweten.

V: Is hier later nog wel eens over gesproken?

A: Ik heb hem wel gevraagd of er echt niks was.

V: Wat was er de reden van dat je het vroeg?

A: Omdat ze schrokken.

V: Wat dacht je toen je dat zag?

A: Ik weet het niet precies helemaal wat ik dacht, het heeft mij wel eens afgespeeld van het zou toch niet zo wezen.

V: Wat bedoel je daarmee?

A: Het zal toch niet zo zijn, je hoort wel eens wat.... dat zij degene is waar aan wordt gezeten. Ik heb wel op de man af gevraagd of er niks was en waarom ze schrokken.

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Groningen d.d. 20 maart 2012, opgenomen op pagina 36 e.v. van bijlage J, gevoegd bij voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:
Op 8 maart 2012 hoorde een bevoegd zedenrechercheur, in een daarvoor bestemde ruimte, getuige [stiefzus 1].
Verbalisant: Wat kom je mij vertellen?
: Iets over mijn vader en mijn stiefzus, [slachtoffer 2]. Dat ze elkaar steeds roepen. Als mijn stiefmoeder dan met de honden ging lopen, dan riep pappa haar er snel bij. Dan kijkt hij even rond als we gaan slapen en dan ook zo'n beetje midden in de nacht, dan gaat die, dan komt die ook al.
Verbalisant: Hoe vaak is dat gebeurd dat pappa [slachtoffer 2] geroepen heeft?
[stiefzus 1]: 6 keer of zo.
Verbalisant: En waar was je dan, als pappa [slachtoffer 2] riep?
[stiefzus 1]: Gewoon in mijn bed, want wij slapen met z'n drieën op een kamer, mijn zusje [stiefzus 2], [slachtoffer 2] en ik.
Verbalisant: En hoe doet die dat dan? Als hij haar weer gaat roepen?
[stiefzus 1]: Dan gaat die aan haar zitten en zo. En dan probeert die bij haar te kruipen.
Verbalisant: En de laatste keer dat dit gebeurde, wanneer was dat?
: Nou toen ging die ook roepen. Toen [medeverdachte] met de honden ging lopen, toen kwam ze wel naar beneden. Toen gingen ze naar de wasmachine en zo, en daar gingen ze dat doen.
Verbalisant: Misschien dat je het uit kan leggen, wat ze toen deden.
[stiefzus 1]: De broek naar beneden en zo. Pappa deed de broek van [slachtoffer 2] naar beneden.
Verbalisant: En hoe kon die die broek naar beneden doen dan?
[stiefzus 1]: Nou gewoon zo in één keer want ze had haar pyjamabroek aan.
Verbalisant: En hoe zat het dan met de kleren van pappa?
: Hij had net gedoucht, dus hij had alleen nog maar zijn onderbroek aan. Pappa ging de hele tijd aan [slachtoffer 2] zitten, aan haar lijf. Aan haar buik, benen en de rug.
Verbalisant: Waarmee ging die aan haar zitten? Aan haar lijf?
[stiefzus 1]: Met twee handen. Gewoon een beetje aan elkaar frutselen en zo.
Verbalisant: En is dat dan over de kleren heen? Of onder de kleren? Of een klein beetje er overheen.
: Klein beetje overheen en zo. Dan is het hier bloot (wrijft met beide handen vanaf haar navel naar de zijkanten toe) en zo. Op de rug is hetzelfde als op de buik, en hier (benen) is het dan gewoon bloot.
Verbalisant: En wat doet [slachtoffer 2] dan?
[stiefzus 1]: Die heeft er niet zo veel zin in. Ze kijkt heel erg raar en zo.
Verbalisant: En hoe kijkt ze dan?
: Zo (grote ogen, draaien van opzij naar beneden) hele grote ogen.
Verbalisant: En zegt ze dan ook iets daarbij?
: Nee, ze kreunt.
Verbalisant: Zal ik eens een tekening pakken? Daar staat een meisje op. Zet maar een kruisje waar pappa dan allemaal aan zit.
: Daar en gewoon bij de buik (tekening in beeld, kruis op rechter tepel, schaamstreek)
Verbalisant: Nou hebben die tekeningen ook een achterkant. (draait papier om)
: En ook hierzo (billen).
Verbalisant: Nou heb je hier een aantal dingen aangekruist, wat is dat?
: Borsten, vagina, de billen.
Verbalisant: Toen die aan haar buik ging zitten? Wat deed die toen?
: Wrijven.
Verbalisant: En hoe zat het dan aan haar vagina?
: Ging ook gewoon zo. (maakt met rechterhand draaibewegingen)
Verbalisant: Waar op haar vagina was dat?
Hierzo. (wijst spleetje aan)

13. Een schriftelijk bescheid, te weten een mutatie rapport, opgenomen in bijlage I van voornoemd dossier, voor zover inhoudende:

Naam melder: [vader slachtoffers]

16-06-2013

Kinderen komen thuis met blauwe plekken. Ze worden aan de oren getrokken. Dochter is tussen het kruis geschopt, meiske is 13 jaar oud. Stiefvader zou wonen in [pleegplaats], het zou gaan om [verdachte].

Contact opgenomen met [vader slachtoffers]. Hij deelde mede dat hij erg geschrokken was van het feit dat zijn zoon van 9 jaar had gezegd dat hij liever dood zou gaan, dan terug naar zijn moeder en stiefvader in [pleegplaats].

14. Een schriftelijk bescheid, te weten een mutatie rapport, opgenomen in bijlage I van voornoemd dossier, voor zover inhoudende:

Datum kennisname: 17 mei 2014

Melding dat twee kinderen bij de moeder zijn weggelopen en naar de vader ([vader slachtoffers]) zijn gegaan. Zou gaan om [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1].

Gesproken met vader [vader slachtoffers]. De jongens hadden hem verteld dat ze thuis werden geslagen door de stiefvader. Deze zou hen regelmatig klappen geven.

De jongens vertelden dat de stiefvader zou hebben gedreigd hun handen in het vuur te steken.

[slachtoffer 1] gaf duidelijk aan niet mee te willen met de moeder. Deze weigerde ook in de auto te stappen.

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat zij ten aanzien van feit 3 verdachte zal vrijspreken van het onderdeel medeplegen.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Ten aanzien van feit 1 ligt er niet enkel een de auditu verklaring van [slachtoffer 3], zoals de raadsman heeft gesteld. [slachtoffer 3] heeft verdachte en [slachtoffer 1] ook een keer naakt aangetroffen. Daarnaast heeft hij gezien dat [slachtoffer 1] pijn had toen hij ging zitten. [slachtoffer 1] heeft weliswaar tegenover de zedenpolitie niet verklaard over seksuele handelingen, voor het overige is zijn verklaring gedetailleerd. Zo heeft hij in het studioverhoor verteld dat hij naar boven moest om verdachte te helpen en dat hij werd geblinddoekt door verdachte. Deze details vinden bevestiging in de verklaring van [slachtoffer 3] (o.a. pagina 166 van het dossier). Anders dan de raadsman, ziet de rechtbank geen reden om de verklaring van [slachtoffer 3] ongeloofwaardig en daardoor onbetrouwbaar te achten, nu deze op onderdelen wordt bevestigd door de verklaringen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en aangever [vader slachtoffers]. Daarnaast heeft [slachtoffer 1] aangegeven dat hij aan zijn vader, aangever [vader slachtoffers], en aan [slachtoffer 3] heeft verteld wat verdachte bij hem heeft gedaan. Gelet op hetgeen [slachtoffer 1] wél heeft verklaard, in combinatie met de verklaringen van aangever [vader slachtoffers] en [slachtoffer 3], acht de rechtbank het seksueel binnendringen door verdachte van het lichaam van [slachtoffer 1] bewezen. De rechtbank ziet, gelet op de verklaring van [slachtoffer 1] dat het begon toen het bij [slachtoffer 2] ophield, aanleiding de begindatum van de ten laste gelegde pleegperiode te stellen op [geboortedatum] 2011, zoals oorspronkelijk is ten laste gelegd.

Ook ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat er geen enkel direct bewijs zou zijn. De rechtbank volgt de raadsman niet in dit verweer. [slachtoffer 2] heeft zelf verklaard over de door verdachte gepleegde handelingen. Deze verklaring wordt ondersteund door meerdere bewijsmiddelen, waaronder de verklaringen van [slachtoffer 3] en [stiefzus 1], die zelf seksuele handelingen van verdachte bij [slachtoffer 2] hebben waargenomen. Verdachte heeft ter terechtzitting gesuggereerd dat de slachtoffers alles hebben verzonnen om hun moeder terug te krijgen. Deze suggestie vindt geen steun in het dossier en is niet te rijmen met het feit dat in 2012 zijn eigen kinderen verklaringen tegen hem hebben afgelegd. De rechtbank acht het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 2] bewezen. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte haar clitoris heeft betast. Gelet op de anatomie van het vrouwelijk geslachtsorgaan en de standaard jurisprudentie van de Hoge Raad op dit punt, levert dit seksueel binnendringen op.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde periode ten aanzien van feit 3 moet worden ingekort en aanvangt op 13 januari 2010, nu de feiten voorafgaand aan die datum zijn verjaard. Op grond van artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht is de verjaringstermijn voor mishandeling zes jaar. Verdachte is in januari 2016 aangehouden en in verzekering gesteld en dit heeft de verjaring gestuit.

Op grond van de opgenomen bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] heeft mishandeld door ze te schoppen en te slaan, hun handen boven het vuur te houden en door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] met kracht bij de oren te pakken. De algemene ervaring leert dat het houden van een hand boven het vuur van een aansteker of een gasfornuis pijn oplevert. Dat niemand blaren op de handen van de kinderen heeft gezien, maakt dit niet anders. Ook het met kracht bij de oren pakken levert pijn op. Dit hoeft niet gepaard te gaan met hevig bloeden of littekens, zoals de raadsman heeft gesteld. Dat verdachte heeft gegooid met stoelen of andere voorwerpen, kan niet uit de stukken worden afgeleid, terwijl het krachtig bij de borst pakken zonder dat duidelijk is of dit pijn of letsel tot gevolg heeft gehad en het bij de keel houden van een mes geen mishandeling oplevert. Verdachte zal dan ook van deze handelingen worden vrijgesproken. Dit geldt ook voor het onder de koude douche zetten. Verdachte heeft weliswaar bekend dat hij dit heeft gedaan, maar niet is bewezen dat dit in de bewezen verklaarde periode is gebeurd. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben namelijk verklaard dat dit niet meer is voorgekomen nadat er in 2009 hulpverlening is ingeschakeld. Het tegendeel volgt niet uit de stukken in het dossier.

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet is af te leiden dat er tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] een zodanig bewuste en nauwe samenwerking was dat sprake is van medeplegen. De kwalificatie medeplegen is alleen gerechtvaardigd als de (intellectuele en/of materiële) bijdrage van een verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Verdachte heeft de bewezen verklaarde handelingen gepleegd. Dat [medeverdachte] deze handelingen heeft gepleegd is niet wettig en overtuigend bewezen, nu hiervan geen aangifte is gedaan en [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] hierover niets hebben verklaard. Het aandeel van medeverdachte [medeverdachte] heeft blijkens het dossier bestaan uit het ten tijde van de mishandelingen door verdachte niet ingrijpen, het zich niet distantiëren. Dit is onvoldoende voor het aannemen van medeplegen van mishandeling.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van [geboortedatum] 2011 tot en met 31 december 2014 te [pleegplaats], gemeente Bellingwedde, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2003), zijnde een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], immers heeft hij, verdachte, meermalen:

- zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en

- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] laten betasten en/of vastpakken en/of likken en

- met zijn, verdachtes, hand(en) en of vinger(s) de penis van die [slachtoffer 1] betast en/of vastgepakt en/of aangeraakt en/of afgetrokken;

2.

primair

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 mei 2007 tot en met 31 maart 2012 te [pleegplaats], gemeente Bellingwedde, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 2000), zijnde een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], immers heeft hij,

verdachte, meermalen, met zijn, verdachtes, vinger(s) en/of hand(en) de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] aangeraakt en betast;

3.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 13 januari 2010 tot en met 2015 te [pleegplaats], gemeente Bellingwedde, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2], zijnde de kinderen die hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, heeft mishandeld door meermalen:

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] op/tegen/in (een deel van) het lichaam te schoppen en/of slaan en/of

- de handen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] boven/bij het vuur te houden en/of

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] opzettelijk met kracht (stevig) bij de oren te pakken.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd;

2. primair met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd;

3. mishandeling, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de op te leggen straf geen standpunt ingenomen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende een periode van meerdere jaren meermalen ontuchtige handelingen gepleegd met zijn minderjarige stiefzoon en -dochter. Deze handelingen bestonden mede uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Het is bijzonder kwalijk dat verdachte, juist in de periode dat beide kinderen vanwege de scheiding van hun ouders extra kwetsbaar en afhankelijk waren, zijn bijzondere verantwoordelijkheid als verzorger en opvoeder heeft miskend en zijn aan deze positie verbonden overwicht heeft misbruikt. Verdachte heeft door zijn handelen een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en persoonlijke integriteit van beide slachtoffers en het gevoel van veiligheid en vertrouwen dat een kind thuis moet kunnen hebben, op grove wijze beschaamd.

Bij slachtoffers van dergelijke delicten kunnen lange tijd gevoelens van angst en onzekerheid blijven bestaan, waardoor zij in hun deelname in de samenleving in hoge mate kunnen worden belemmerd. Daarnaast kan seksueel misbruik een gezonde seksuele ontwikkeling in de weg staan. De impact die het handelen van verdachte heeft gehad, komt ook naar voren uit de ter terechtzitting namens [slachtoffer 2] voorgelezen slachtofferverklaring.

Daarnaast heeft verdachte zijn drie stiefkinderen mishandeld, waarmee hij een inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van deze drie slachtoffers.

De rechtbank rekent verdachte de feiten zeer zwaar aan en acht een gevangenisstraf dan ook passend.

De reclassering heeft zich vanwege de ontkennende houding van verdachte onthouden van een strafadvies. Het recidiverisico wordt als laag gemiddeld ingeschat, hetgeen is gebaseerd op een tweetal eerdere aanklachten van een seksueel delict, de eerdere veroordeling voor geweld, het feit dat een van de zedendelicten een mannelijk slachtoffer betreft en dat er sprake is van een familierelatie tussen verdachte en de aangevers.

Alles afwegende zal de rechtbank verdachte een grotendeels onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Het voorwaardelijke deel heeft als doel verdachte ervan te weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over het recidivegevaar alsmede het feit dat verdachte minderjarige kinderen heeft die hij mede opvoedt, acht de rechtbank een proeftijd van drie jaar passend en geboden.

De rechtbank komt tot een hogere straf dan door de officier van justitie gevorderd. De eis van de officier van justitie doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten. Hierbij heeft de rechtbank ook acht geslagen op hetgeen in vergelijkbare zaken aan straffen is opgelegd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 244, 248, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot één jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Gerding, voorzitter, mr. P.H.M. Smeets en

mr. R.J.L. Timmer, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 oktober 2017.

1 Pagina 11 van het dossier: uit de GBA-gegevens blijkt dat [medeverdachte], [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] op 9 mei 2007 bij verdachte in [pleegplaats] zijn gaan wonen.