Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:3842

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-10-2017
Datum publicatie
11-10-2017
Zaaknummer
18/930094-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Noordelijke Fraudekamer, onderzoek Fouches. Oplichting, valsheid in geschrifte, witwassen en deelneming aan een criminele organisatie. De rechtbank acht bewezen dat verdachte deel heeft uitgemaakt van een crimineel samenwerkingsverband dat gericht was op het plegen van grootschalige acquisitiefraude. Aan ondernemers door het hele land werd voorgespiegeld dat zij een factuur voor vermelding op een bedrijvenwebsite onbetaald hadden gelaten, terwijl deze factuur in werkelijkheid vals was. Ondernemers die de factuur betwistten, kregen een gefingeerde opdrachtbevestiging toegestuurd, waarop een vervalste handtekening van de betrokken ondernemer was geplaatst. In werkelijkheid waren deze handtekeningen verzameld bij eerdere acquisitiefraude en nu hergebruikt. Bij de fraudeconstructie werd met hulp van een groot aantal katvangers gebruik gemaakt van speciaal voor de fraude bestemde bedrijven en speciaal daarvoor geopende bankrekeningen. Enkele tientallen ondernemers hebben de valse factuur betaald en in totaal is voor enkele honderdduizenden euro’s aan schade toegebracht. De rol van verdachte bestond uit het aanleveren van de namen en handtekeningen ten behoeve van de vervalste opdrachtbevestigingen en het overboeken en opnemen van de geldbedragen die door de slachtoffers werden gestort. Ondanks de relatieve ouderdom van de feiten acht de rechtbank hiervoor een flinke gevangenisstraf op zijn plaats, waarvan een deel voorwaardelijk zal worden opgelegd om herhaling te voorkomen. Opgelegd wordt een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/930094-15

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, Noordelijke Fraude Kamer, d.d. 10 oktober 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 29 mei 2015, 27 november 2015, 12 september 2017 en 26 september 2017.

Verdachte is op de terechtzittingen van 29 mei 2015 en 12 september 2017 verschenen, bijgestaan door mr. R.P. Eefting, advocaat te Groningen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 1 december 2014, te Veendam, althans in de gemeente Veendam en/of te Amsterdam en/of te [pleegplaats] , althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- handelende onder de (bedrijfs)naam [naam bedrijf] , (ondermeer) [naam bedrijf] en/of [slachtoffer 1] namens [naam bedrijf] en/of [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van (telkens) een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed en/of

- handelende onder de (bedrijfs)naam [naam bedrijf] , [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, te weten 2541 euro, in elk geval van enig goed,

- handelende onder de (bedrijfs)naam [naam bedrijf] [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 32] (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van (telkens) een hoeveelheid geld, in elk geval (telkens) van enig goed,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)

- aan (ondermeer) genoemd(e) bedrijf/bedrijven en/of persoon/personen een factuur toegezonden, welke (telkens) moest doorgaan voor een reguliere factuur voor de plaatsing van een advertentie, in elk geval voor een verleende dienst, die in opdracht van genoemd(e) bedrijf/bedrijven en/of persoon/personen (door [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] ) was verricht, en/of

- ( daarbij) (telkens) een opdrachtbevestiging, die zou/moest bevestigen dat de bedoelde opdracht was verstrekt, welke opdrachtbevestiging was voorzien van (een) valse en/of vervalste handtekening(en) van en/of namens de vermeende opdrachtgever(s) aan (ondermeer) genoemd(e) bedrijf/bedrijven en/of persoon/personen toegezonden,

waardoor genoemd(e) bedrijf/bedrijven en/of persoon/personen (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 1 december 2014, te Veendam, althans in de gemeente Veendam en/of te [pleegplaats] en/of te Amsterdam, althans (elders) in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, na te noemen bedrijven en/of personen te bewegen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed,

(telkens) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, na te noemen bedrijven en/of personen

- een factuur heeft toegezonden, welke (telkens) moest doorgaan voor een reguliere factuur voor de plaatsing van een advertentie, in elk geval voor een verleende dienst, die in opdracht van genoemd(e) bedrijf/bedrijven en/of persoon/ personen (door [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] ) was verricht, en/of

- ( daarbij) (telkens) een opdrachtbevestiging, die zou/moest bevestigen dat de bedoelde opdracht was verstrekt, welke opdrachtbevestiging was voorzien van (een) valse en/of vervalste handtekening(en) van en/of namens de vermeende opdrachtgever(s) heeft toegezonden en/of

- telefonisch contact heeft opgenomen en/of daarbij heeft gemaand tot het betalen van het opgegeven bedrag en/of heeft gedreigd een incasso-procedure te starten,

welke bovengenoemde handelingen met bovengenoemd oogmerk door verdachte en/of zijn mededaders handelende onder de (bedrijfs)naam [naam bedrijf] , werden uitgevoerd/verricht ten opzichte van (ondermeer)

- [slachtoffer 7] en/of het bedrijf [naam bedrijf] te Vlaardingen en/of

- [slachtoffer 8] en/of [naam bedrijf] te Millingen aan de Rijn en/of

- [slachtoffer 9] en/of [naam bedrijf] te Zwolle en/of

- [slachtoffer 10] en/of [naam bedrijf] te Zwolle en/of

- [slachtoffer 11] en/of [naam bedrijf] te Roosendaal en/of

- [slachtoffer 12] en/of [naam bedrijf] te Mijdrecht en/of

- [slachtoffer 14] en/of [naam bedrijf] te Hansweert en/of

- [slachtoffer 15] te Oosterhout en/of

- [slachtoffer 16] en/of [naam bedrijf] te Rotterdam en/of

- [slachtoffer 17] en/of [naam bedrijf] te Gorredijk en/of

welke bovengenoemde handelingen met bovengenoemd oogmerk door verdachte en/of zijn mededaders handelende onder de (bedrijfs)naam [naam bedrijf] , werden uitgevoerd/verricht ten opzichte van (ondermeer)

- [slachtoffer 18] en/of het [naam bedrijf] te Well en/of

- [slachtoffer 19] en/of [naam bedrijf] te Soest en/of

- [slachtoffer 20] en/of [naam bedrijf] te Haelen en/of

- [slachtoffer 21] en/of [naam bedrijf] te Roosendaal en/of

- [slachtoffer 22] en/of [naam bedrijf] te Assen en/of

- [slachtoffer 23] en/of [naam bedrijf] te Papendrecht en/of

- [slachtoffer 24] en/of [naam bedrijf] te Utrecht en/of

- [slachtoffer 25] en/of [naam bedrijf] te Berlicum en/of

- [slachtoffer 26] en/of [naam bedrijf] te Amersfoort en/of

- [slachtoffer 27] en/of [naam bedrijf] te Berkel en Rodenrijs en/of

- [slachtoffer 28] en/of [naam bedrijf] te Noordwijk en/of

welke bovengenoemde handelingen met bovengenoemd oogmerk door verdachte en/of zijn mededaders handelende onder de (bedrijfs)naam [naam bedrijf] , werden uitgevoerd/verricht ten opzichte van (ondermeer)

- [slachtoffer 29] en/of [naam bedrijf] te Utrecht en/of

- [slachtoffer 30] en/of [naam bedrijf] te Maasbracht,

terwijl de uitvoering van dat/die voorgenomen misdrijf/misdrijven (telkens) niet is voltooid;

3.

hij op verschillende tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 1 december 2014, te Veendam en/of te Amsterdam en/of te [pleegplaats] , althans (elders) in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft verdachte op een stelselmatige en/of bedrijfsmatige wijze bedrijven en/of personen benaderd en/of bewogen tot het voldoen van (een) factuur/facturen voor (een) vermeende geleverde dienst(en), en/of heeft verdachte (vervolgens) (telkens) van een voorwerp, te weten (telkens) een hoeveelheid geld, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dat geld, althans dat voorwerp (telkens) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit het misdrijf;

4.

hij op verschillende tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 1 december 2014, te Veendam. althans in de gemeente Veendam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) opdrachtbevestiging(en), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) genoemde opdrachtbevestiging hebben/heeft toegezonden aan (ondermeer)

- [slachtoffer 31] en/of [naam bedrijf] te Harderwijk en/of

- [slachtoffer 1] en/of [naam bedrijf] te Helmond en/of

- [slachtoffer 2] en/of [naam bedrijf] te Wassenaar en/of

- [slachtoffer 7] en/of [naam bedrijf] te Vlaardingen en/of

- [slachtoffer 15] te Oosterhout en/of

- [slachtoffer 16] en/of [naam bedrijf] te Rotterdam en/of

- [slachtoffer 3] en/of [naam bedrijf] te Veenendaal en/of

- [slachtoffer 5] en/of [naam bedrijf] te Lijnden en/of

- [slachtoffer 4] en/of [naam bedrijf] te Rotterdam en/of

- [slachtoffer 32] en/of [naam bedrijf] te Mierlo

en bestaande die valsheid of vervalsing in het gebruik en/of het plaatsen van (een) handtekening(en) op de genoemde opdrachtbevestigingen, welke handtekeningen (telkens) van (een) ander(e) formulier(en) dan die opdrachtbevestiging(en) was/waren gekopieerd;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 1 december 2014, te Veendam, althans in de gemeente Veendam en/of te [pleegplaats] en/of te Amsterdam, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband handelende onder de bedrijfsnaam/bedrijfsnamen [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het plegen van oplichting (artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- het plegen van valsheid in geschrifte (artikel 225 Wetboek van Strafrecht) en/of

- het plegen van witwassen (artikel 420bis/ter/quater Wetboek van Strafrecht),

hierin bestaande dat verdachte in/binnen het genoemde samenwerkingsverband toen aldaar als bestuurder en/of leider en/of werknemer van bovengenoemd(e) bedrijf/bedrijven werkzaam was, althans werkzaamheden verrichtte;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft op gronden als vermeld in de pleitnota betoogd dat de verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken.

Oordeel van de rechtbank

Op grond van de hierna opgenomen bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, overweegt de rechtbank als volgt.

Modus operandi

Uit de in het dossier opgenomen aangiftes blijkt dat de bedrijven [naam bedrijf] ( [naam bedrijf] ), [naam bedrijf] en [naam bedrijf] ( [naam bedrijf] ) op grote schaal zijn gebruikt om bedrijven en particulieren op te lichten door middel van zogenaamde advertentiefraude. De werkwijze zoals die uit de aangiftes volgt hield in dat bedrijven en particulieren telefonisch werden benaderd met de mededeling dat een eerdere factuur, opgemaakt door [naam bedrijf] , [naam bedrijf] of [naam bedrijf] , voor het plaatsen van een advertentie op een website onbetaald was gebleven, waarna het dringende verzoek werd gedaan om deze alsnog te betalen. In een aantal gevallen werd daarbij gedreigd met het inschakelen van een incassobureau. Indien de benaderde persoon aangaf niet bekend te zijn met de betreffende factuur of daarvan bewijs verlangde, werd hem of haar per e-mail of per fax een kopiefactuur of een opdrachtbevestiging toegezonden. Op de opdrachtbevestiging stond dan de naam en de handtekening van de benaderde persoon of een andere werknemer van diens bedrijf. Een aantal benaderde personen is op grond hiervan overgegaan tot betaling van de factuur en heeft later aangifte gedaan van oplichting. Anderen hadden dermate veel twijfels over de echtheid van de factuur en de handtekening onder de opdrachtbevestiging dat zij van betaling hebben afgezien, maar hebben wel aangifte gedaan. Uit het onderzoek naar de door [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] gebruikte bankrekeningen blijkt overigens dat er ook aantal bedrijven is geweest die wel geld heeft overgemaakt maar geen aangifte heeft gedaan. Op grond van de mutaties op de bankrekeningen kan worden vastgesteld dat in totaal 131 bedrijven betalingen aan [naam bedrijf] , [naam bedrijf] of [naam bedrijf] hebben verricht, waaronder de in feit 1 genoemde aangevers, tot een totaalbedrag van bijna € 400.000,--.

In een aantal gevallen heeft de politie nader onderzoek gedaan naar de handtekeningen onder de opdrachtbevestigingen. Daaruit bleek dat deze handtekeningen zeer waarschijnlijk waren gekopieerd vanaf eerdere door de aangevers getekende stukken die hen waren toegezonden door andere (zogenaamde) advertentiebedrijven, zoals [naam bedrijf] .

Uit onderzoek is gebleken dat de betalingen van de vermeende facturen plaatsvonden op de bedrijfsrekeningen van [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] . Vervolgens werd het ontvangen geld vrijwel direct opgenomen bij pinautomaten in (met name) Veendam, dan wel overgeboekt naar rekeningen op naam van [naam] , [naam] en [medeverdachte 1] (en in het geval van [naam bedrijf] ook van ene [naam] ). [medeverdachte 1] en [naam] hebben verklaard dat zij in deze periode niet zelf de beschikking hadden over hun bankrekening, hetgeen ondersteund wordt door het feit dat deze rekeningen in de ten laste gelegde periode uitsluitend gebruikt zijn voor het ontvangen en opnemen van de bovenbedoelde betalingen. [naam] en [naam] heeft de politie niet kunnen traceren of horen, maar voor hun bankrekeningen geldt hetzelfde. Op grond hiervan kan genoegzaam worden aangenomen dat deze personen als katvangers hebben gediend.

Oplichting, witwassen en valsheid in geschrifte

De hierboven beschreven modus operandi, in samenhang gezien met de door de rechtbank hieronder nader opgenomen bewijsmiddelen, maakt duidelijk dat de slachtoffers aan de hand van een combinatie van leugens en vervalste stukken bewogen werden tot de afgifte van geld, dan wel dat daartoe een poging werd gedaan. Derhalve is sprake geweest van oplichting en valsheid in geschrifte.

Het van misdrijf afkomstige geld werd vervolgens uit het zicht van derden gebracht door contante opnames of overboekingen – deels met onjuiste, versluierende omschrijvingen – naar de bankrekeningen van katvangers. Op deze manier werd de criminele herkomst van het geld verhuld. Deze handelingen kunnen als (gewoonte)witwassen worden aangemerkt.

Criminele organisatie

Uit het voorgaande, in samenhang bezien met de opgenomen bewijsmiddelen, staat naar het oordeel van de rechtbank buiten redelijke twijfel vast dat de oplichtingen hebben plaatsgevonden in een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. De oplichtingen hebben immers plaatsgevonden gedurende een periode van ongeveer anderhalf jaar, waarbij gebruik is gemaakt van en samengewerkt met (in ieder geval):

  • -

    drie (daarvoor bedoelde) rechtspersonen,

  • -

    meerdere katvangers die deze bedrijven op naam hadden en bankrekeningen verschaften,

  • -

    één of meerdere telefonisten die (potentiële) slachtoffers benaderden of, als zij terugbelden, een schijn van geloofwaardigheid in stand probeerden te houden,

  • -

    één of meerdere personen die konden zorgen voor de aanlevering van eerdere correspondentie met daarop de handtekeningen van de te benaderen slachtoffers,

  • -

    één of meerdere personen die deze handtekeningen digitaal kopieerden op de vervalste opdrachtbevestigingen,

  • -

    één of meerdere personen die het binnengekomen geld tussen de gebruikte bankrekeningen verplaatsten en contant opnamen.

Aldus is sprake geweest van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr.

Rol verdachte [verdachte]

Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij strafbare feiten ontkend. De rechtbank acht deze verklaring echter niet geloofwaardig. Daartoe heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

In de eerste plaats heeft zijn medeverdachte [medeverdachte 2] , naast een bekennende verklaring over zijn eigen rol in het samenwerkingsverband, onder meer verklaard dat [verdachte] degene was die het initiatief tot de samenwerking heeft genomen, zorg droeg voor het aanleveren van de namen en handtekeningen ten behoeve van de valse opdrachtbevestigingen en regelde dat de (potentiële) slachtoffers werden gebeld. Verder heeft [medeverdachte 2] verklaard dat zij beiden (onder meer via internetbankieren) gebruik maakten van de bankrekeningen van [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] en van de bankrekeningen van de katvangers.

Hoewel niet uitgesloten kan worden dat [medeverdachte 2] uit eigenbelang [verdachte] in deze verklaringen een grote rol heeft toegedicht dan zichzelf, ziet de rechtbank geen reden om aan de geloofwaardigheid van de kern van diens verklaringen – namelijk dat zij beiden actief betrokken waren bij de ten laste gelegde oplichtingspraktijken – te twijfelen. Daargelaten dat [medeverdachte 2] ook zichzelf belast, vinden zijn verklaringen ook op diverse punten steun in de gebruikte bewijsmiddelen. Zo zijn in de portemonnee van [verdachte] betaalpasjes aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met de bankrekening van [naam bedrijf] . Bovendien heeft de politie tijdens de doorzoeking van het adres [straatnaam] te Veendam – een woning waar [verdachte] ook naar eigen zeggen regelmatig verbleef – een externe harde schijf aangetroffen, met daarop een map met de naam “Opdrachten [verdachte] ”. In deze map stond een grote hoeveelheid gescande namen en handtekeningen van (potentiele) slachtoffers.

Voorts blijkt uit de verklaring van [getuige] , de vriendin van [verdachte] , dat zij hem samen met [medeverdachte 2] in het pand aan de [straatnaam] te Veendam heeft zien werken en dat hierin een soort kantoor was ingericht. De rechtbank wijst in dit verband ook op de verklaring van [naam] , de zus van [verdachte] , die inhoudt dat hij veelvuldig op dit adres aanwezig was en dat op dit adres werkzaamheden werden verricht ten behoeve van [naam bedrijf] . De betrokkenheid van [verdachte] bij deze onderneming volgt verder uit een overboeking vanaf de bedrijfsrekening van [naam bedrijf] van een bedrag van € 1.000,-- naar [getuige] , met daarbij de tekst: “ik hou van je xx [verdachte] ”.

Het voorgaande maakt dat naar het oordeel van de rechtbank buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat [verdachte] een wezenlijke, als medeplegen te beschouwen, bijdrage heeft geleverd aan de hiervoor omschreven werkwijze, die – zoals hierboven al is overwogen – gekenmerkt werd door oplichting, valsheid in geschrifte, gewoontewitwassen, gepleegd binnen een crimineel samenwerkingsverband. De rechtbank acht derhalve alle aan hem ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met die kanttekening dat op grond van het dossier in onvoldoende mate kan worden vastgesteld hoe de exacte rolverdeling binnen het criminele samenwerkingsverband is geweest, zodat verdachte bij feit 5 vrijgesproken zal worden van het onderdeel “als bestuurder en/of leider”.

Overzicht van bewijsmiddelen

Met betrekking tot [naam bedrijf] (feit 1, eerste gedachtestreepje, en feit 2, eerste tot en met tiende gedachtestreepje)

1.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 19 juni 2013, opgenomen op pagina 504 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2013047173 (onderzoek Fouches), inhoudende de verklaring van [slachtoffer 31] , namens [naam bedrijf] te Harderwijk.

Ik kreeg medio maart 2013 een factuur toegestuurd van [naam bedrijf] gevestigd te Hoogeveen, met een bedrag van 3.990,00 euro.

Ik heb gebeld met het bedrijf en gezegd hiervoor geen opdracht te hebben gegeven. Tevens heb ik gevraagd mij de opdrachtbevestiging toe te sturen. Mij werd telefonisch door [naam bedrijf] verteld dat wanneer ik niet zou betalen er een incassobureau op gezet ging worden.

Tijdens het telefoongesprek werd mij gezegd de rekening te halveren tot een bedrag van 1.500,00 euro. Ik heb op 17 mei 2013 de opdrachtbevestiging en de nieuwe factuur ontvangen. Ik zag dat op de opdrachtbevestiging mijn handtekening vervalst was.

Ik zag dat de nieuwe factuur van 1.500,00 euro was gedateerd op 17-05-2013 met omschrijving: Vermelding/advertentie op [website] (periode 2012/2013).

Ik heb de 1.500,00 euro overgemaakt naar rekeningnummer ING: [nummer] .

Ik heb op geen enkele manier opdracht gegeven tot het plaatsen van een advertentie op de [website] .

2.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 4 februari 2014, opgenomen op pagina 584 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] , namens [naam bedrijf] te Helmond.

In juli 2013 kreeg het bedrijf een factuur van het bedrijf [naam bedrijf] . De factuur was opgemaakt op 11 juli 2013 en had betrekking op een vermelding c.q. advertentie op de [website] .nl van de [naam bedrijf] . Het bedrag dat door [naam bedrijf] betaald moest worden, was 3.993,00 euro.

Bij de factuur zat een opdrachtbevestiging. De bevestiging is opgemaakt op 11 juli 2012 en ondertekend door mijn collega [naam] (haar naam en handtekening). Hierop is de betaling voldaan.

In juli 2013 kreeg het bedrijf een factuur van het bedrijf [naam bedrijf] Het was een factuur van 24 juli 2013 met betrekking tot een vermelding c.q. advertentie op [website] ter waarde van 6.500,00 euro.

Bij de factuur was een opdrachtbevestiging. Deze was opgemaakt op 5 juli 2012. Ook hier stond de naam en de handtekening van mijn collega [naam] op. Toen viel het ons op dat dit precies dezelfde handtekening was, als die op de opdrachtbevestiging van [naam bedrijf] . Tevens wist mijn collega [naam] zeker dat zij deze handtekening niet had geplaatst.

Toen hebben we de handtekening van [naam bedrijf] beter bekeken. Collega [naam] gaf aan dat zij het vermoeden had dat deze ook gekopieerd was, aangezien zij zich niet kon herinneren dat zij deze handtekening had geplaatst. Wij hebben geen idee waarvan haar handtekening is gekopieerd.

Daarnaast heeft ‘ [naam] ’ gebeld namens [naam bedrijf] , aangezien wij de factuur niet hadden betaald. Wij hebben aan hem duidelijk gemaakt dat wij de factuur niet gingen betalen omdat wij het vermoeden hadden dat ze ons aan het oplichten waren.

3.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 26 maart 2015, opgenomen op pagina 595 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] , namens [naam bedrijf] te Wassenaar.

Op 14 september 2012 heb ik een opdrachtbevestiging ingevuld en ondertekend voor de online vermelding van mijn bedrijf door het bedrijf [naam bedrijf] , [naam bedrijf] uit Groningen.

De factuur hiervoor heb ik normaal betaald.

Op 26 juni 2013 werd ik gebeld door een man van [naam bedrijf] uit Hoogeveen. Deze man deelde mede dat er nog een factuur open stond en dat die betaald moest worden. Het ging om een vermelding van mijn bedrijf op de site [website] . Ik kon mij niet herinneren dat ik daartoe opdracht had gegeven. De man zei dat hij me wel een factuur en getekende opdrachtbevestiging toe zou sturen per mail. Vervolgens kreeg ik een mail van deze man van [naam bedrijf] met daarbij gevoegd een factuur ad 3993,— euro en een opdrachtbevestiging van 11-6-2012 met daarop mijn naam en handtekening. Mijn naam en de handtekening leken wel op die van mij.

Ik heb toen weer telefonisch contact gehad met de man van [naam bedrijf] en er werd mij verteld dat als ik niet zou betalen er een deurwaarder en incassobureau ingeschakeld zou worden. Ik heb toen tegen die man gezegd, oké ik heb kennelijk getekend, wat moet ik je betalen. Er werd nog wat onderhandeld over het bedrag en er werd mij aangeboden om 2500,— euro te betalen. Ik kreeg daarvan een nieuwe factuur.

Op 9 juli 2013 heb ik toen een bedrag van 2490,- euro overgeboekt naar de rekening [nummer] ten name van [naam bedrijf] of te wel [naam bedrijf] .

Op 5 augustus 2014 werd ik gebeld door een man van het bedrijf [naam bedrijf] ( [naam bedrijf] ). Ik herkende de man direct aan zijn stem als dezelfde man die mij gebeld had voor [naam bedrijf] . Hij vertelde mij ook nu dat er een factuur open stond van [naam bedrijf] en dat ik moest betalen. Ook nu stuurde hij me een mail met daarbij gevoegd een factuur [naam bedrijf] / [nummer] ad 1873,08 euro en een opdrachtbevestiging. Ik wist direct al dat ik die opdrachtbevestiging nooit had ingevuld of heb ondertekend en vergeleek de naam en handtekening op de opdrachtbevestiging van [naam bedrijf] met die van [naam bedrijf] en [naam bedrijf] . Ik zag dat al mijn namen en handtekeningen geheel overeen kwamen. Ik vermoed dat mijn naam en handtekening vanaf het formulier van [naam bedrijf] zijn gekopieerd naar die van [naam bedrijf] en [naam bedrijf] en dat ik zo ben opgelicht door [naam bedrijf] en dat men dat nog eens heeft geprobeerd met [naam bedrijf] . Door de valse opdrachtbevestiging van [naam bedrijf] werd ik bewogen om de factuur te betalen.

4.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 1 juni 2013, opgenomen op pagina 447 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7] , namens [naam bedrijf] te Vlaardingen.

Op 24 februari 2012 werd ik gebeld door een bedrijf. Ik hoorde van een vrouw aan de telefoon dat er nog een bedrag open stond. Omdat ik niet wist waar het over ging, vroeg ik om gegevens. Ik kreeg toen van deze vrouw een fax toegezonden, die ik moest ondertekenen, om een verlenging van het contract te stoppen. Ik zag dat dit een fax was van het bedrijf [naam bedrijf] te Groningen. Ik heb deze fax toen ondertekend en terug gestuurd.

Op donderdag 30 mei 2013 werd ik gebeld door [naam] .

Ik hoorde dat [naam] vroeg; “Heb je mijn factuur gehad?” of woorden van gelijke strekking.

Ik kreeg toen van deze man een fax toegestuurd met daarin een opdrachtbevestiging gericht aan het onderdeel van mijn bedrijf, [naam bedrijf] . Ik zag dat hieronder mijn handtekening stond. Ik heb deze handtekening nooit geplaatst. Ik zag dat bij deze opdrachtbevestiging ook gelijk een factuur was gekomen, waarop een bedrag stond van 3993,00 euro. Ik zag dat deze papieren kwamen van het bedrijf [naam bedrijf] , gevestigd te Hoogeveen. Ik heb toen gelijk de papieren van 24 februari 2012 erbij gehaald en ik wist toen gelijk dat dit foute boel was.

Op donderdag 30 mei 2013 werd ik weer gebeld door [naam] . Ik hoorde dat bij vroeg: “Heb je het goed ontvangen en ga je dit gelijk betalen!” of woorden van gelijke strekking. Ik zei toen tegen [naam] : “Ik betaal niets, ik doe niet mee aan deze oplichtingszaken!”.

Toen ik beide papieren, waar mijn handtekening op stonden, met elkaar ging vergelijken, zag ik dat de handtekening van de allereerste fax, van de afzegging van het contractverlenging, was gekopieerd naar de opdrachtbevestiging. Deze zien er namelijk precies hetzelfde uit.

5.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 23 juli 2013, opgenomen op pagina 470 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 8] , namens [naam bedrijf] te Millingen aan de Rijn.

Ik wens aangifte te doen van poging tot oplichting. Vorige week werd ik gebeld door [naam] . Deze meneer vroeg mij of ik zijn factuur had ontvangen. Hij vertelde dat ik die factuur al betaald moest hebben. Ik ontkende dit want ik wist niet van het bestaan van een factuur af.

[naam] zou me de opdrachtbevestiging weer opsturen met een factuur erbij.

Ik zag toen dat de documenten mij per mail op 19 juli 2013 zijn toegezonden.

Ik zag toen dat de documenten bestonden uit een factuur met als datum 11-07-2013 van [naam bedrijf] met als omschrijving een vermelding/advertentie “ [website] periode 2012/2013” met te betalen bedrag van 3993,00 euro.

De opdrachtbevestiging van [naam bedrijf] is gedateerd op 11-06 -2012 te Hoogeveen met een looptijd van 12 maanden inzake digitale vermelding in de adressendatabase van dit bedrijf. Het logo van het [naam bedrijf] stond in het midden van deze mail en vervolgens wordt dit document afgesloten met een, op mijn gelijkende ondertekening, en handtekening van mijn naam. Deze handtekening is eveneens gelijkend op mijn echte handtekening. Ik weet zeker dat ik mijn geschreven naam en handtekening nooit op deze opdrachtbevestiging heb gezet.

6.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 4 juni 2013, opgenomen op pagina 485 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 9] , namens [naam bedrijf] te Zwolle.

Ik doe aangifte van poging tot oplichting. Ergens in de week van 20 mei 2013 heb ik een factuur ontvangen van het bedrijf: [naam bedrijf] . Op deze factuur stond dat ik 3993,00 euro, binnen 8 dagen, moest betalen omdat ik geadverteerd zou hebben op [website] .nl. Ik kon mij hier helemaal niets van herinneren en had hiervan zelfs nog nooit gehoord.

Vervolgens heb ik contact opgenomen met mijn accountant en hij heeft voor mij een bericht verzonden namens mij naar dit bedrijf op het adres [straatnaam] in Hoogeveen. Verder stond er in het bericht dat wij graag een kopie wilden hebben van het contract.

Op 29 mei 2013 ben ik gebeld door een man welke zich voordeed als een medewerker van [naam bedrijf] . Deze medewerker belde om mij te vertellen waar ik voor getekend had. Ik vertelde de medewerker dat ik helemaal nergens voor getekend had en dat ik überhaupt nooit aan dit soort dingen meewerk en er voor teken.

Ik hoorde dat de medewerker vervolgens tegen mij zei dat hij wel wilde proberen om een regeling te treffen zodat ik niet het volledige bedrag van 3993,00 euro zou hoeven betalen. Dit zou hij dan overleggen met zijn leidinggevende. Ik zei hierop tegen de medewerker dat ik geen interesse had in een regeling omdat ik nooit getekend had. De medewerker heeft vervolgens, tijdens ons telefoongesprek, mij een fax gezonden met daarin de factuur en de opdrachtbevestiging die ik zou hebben ondertekend.

Onderaan de pagina staat, met pen geschreven, mijn naam en een handtekening. Ik zag direct dat dit niet mijn handtekening was en mijn naam was ook foutief geschreven.

Ik confronteerde de medewerker met het feit dat dit niet mijn naam en mijn handtekening was.

7.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 13 juni 2013, opgenomen op pagina 491 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 10] , namens [naam bedrijf] te Zwolle.

Op 3 juni 2013 had een collega van mij een factuur bij mij op het bureau gelegd met de vraag of deze akkoord was.

Ik zag dat het een factuur betrof voor een vermelding/advertentie op de [website] voor de periode 2012/2013. Het bedrag bedroeg 3993,00 euro wat betaald zou moeten worden op rekeningnummer [nummer] ten name van [naam bedrijf] . Ook stond op de factuur vermeld [naam bedrijf] .

Ik heb hier echter nooit een opdracht voor gegeven en wist meteen dat er iets niet klopte.

Op dinsdag 4 juni 2013 kwam mijn collega weer bij mij en vertelde mij dat zij al vaker contact had gehad met ene [naam] van de [naam bedrijf] , tevens van [naam bedrijf] . Deze gesprekken hadden steeds hetzelfde onderwerp namelijk de betaling van de factuur.

Deze opdrachtbevestiging, die zij per mail had ontvangen, overhandigde zij mij. Ik zag inderdaad mijn naam en handtekening vaag op deze opdrachtbevestiging staan maar ik wist zeker dat ik deze niet zelf gezet had. Deze zijn dus op een voor mij onbekende manier op deze opdrachtbevestiging terecht gekomen.

Nu heb ik sterk het vermoeden dat het bedrijf [naam bedrijf] hetzelfde bedrijf is als [naam bedrijf] ofwel dat dezelfde personen erachter zitten. Daardoor is het heel makkelijk om mijn naam en handtekening te kopiëren op allerlei opdrachtbevestigingen.

Mijn naam en handtekening zijn dus misbruikt.

8.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 11 juli 2013, opgenomen op pagina 510 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 11] , namens [naam bedrijf] te Roosendaal.

Op 2 juli 2013 kreeg ik een telefoontje van een persoon die zei [naam] te heten. De man belde met een geheim nummer. De man vroeg of ik een factuur had ontvangen van [naam bedrijf] uit Hoogeveen.

De man zei toen dat hij de factuur wel even zou mailen met de opdrachtbevestiging. Ik heb de mail binnen gekregen. Ik zag een opdrachtbevestiging van een bedrijf wat ik helemaal niet kende, met daarbij een factuur voor een bedrag van 3.993,00 Euro.

[naam bedrijf] schijnt zich bezig te houden met reclame voor bedrijven. Ik had dus nooit van het bedrijf gehoord en ik zag op de opdrachtbevestiging de naam van mijn man in blokletters ingevuld met daarachter de handtekening van mijn man.

Ik ben gaan zoeken en vond een factuur van [naam bedrijf] ( [naam bedrijf] ) in Groningen, voor een bedrag van 1.413,72 Euro. Er zat een opdrachtbevestiging bij waarop de naam van mijn man [naam] in blokletters was ingevuld met daaronder de handtekening van mijn man.

Mijn man en ik zagen dat het handschrift van de ingevulde naam van mijn man en zijn handtekening exact hetzelfde waren. Het leek alsof de handtekening was gekopieerd van de opdracht van [naam bedrijf] en op de kopie van de nieuwe opdracht van [naam bedrijf] voor het bedrag van 3.993,00 Euro was geplakt of gekopieerd.

[naam] van [naam bedrijf] heeft daarna nog diverse malen gebeld. De man zei dan steeds dat hij een incasso bedrijf in moest schakelen en dat de kosten voor ons waren.

9.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 4 juli 2013, opgenomen op pagina 518 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 12] , namens [naam bedrijf] te Mijdrecht.

Op 3 juli 2013 werd ik telefonisch benaderd door een persoon genaamd [naam] . Hij gaf aan dat hij werkzaam was bij [naam bedrijf] . Hij vertelde mij dat hij mij een factuur gestuurd had ter zake ruimte op de website www. [website] .nl. De factuur zou 4000 euro bedragen. Ik vertelde hem dat ik geen factuur ontvangen had en ook geen opdracht had gegeven voor deze opdracht. Hij vertelde mij dat hij een opdracht gekregen had en hij zou mij alles toesturen. Later kreeg ik een email van deze persoon met in de bijlage twee documenten. De eerste is een opdrachtbevestiging daterend van 11-06 -2012. Onderop deze pagina staat inderdaad mijn naam en mijn handtekening. Ik herken het handschrift en de handtekening als die van mij. Ik weet dat dit vals is omdat deze handtekening door de tekst geschreven is en dat doe ik nooit.

Later die dag heb ik het telefoonnummer gebeld welke vermeld staat op de opdrachtbevestiging. Dit is [nummer] . Ik kreeg diezelfde [naam] aan de telefoon. Ik hoorde dat hij zei: “u spreekt even met [naam] van [naam bedrijf] ”. Ik heb hem verteld dat de factuur niet zou worden betaald.

10.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 10 juni 2013, opgenomen op pagina 524 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 14] , namens [naam bedrijf] te Hansweert.

Vorig jaar eind maart 2012 heeft het bedrijf een factuur ontvangen van een bedrijf [naam bedrijf] ( [naam] ). Deze factuur bedroeg 1413,72 euro. Deze is na een telefonisch gesprek voldaan. We zijn er in gestonken door dat er een soort van overeenkomst is gezonden welke is getekend door mijn vriendin [naam] .

Hierna is er een fax gezonden met ontbinding van de overeenkomst. Deze fax heeft d.d. 27.03.2013 17.00 uur met daarin vermeld dat er geen verlenging meer plaats vindt.

Op 29 mei 2013 verscheen er wederom een rekening. Deze kwam van [naam bedrijf] en bedroeg 3993 euro voor vermelding in [naam bedrijf] . Voor dat de rekening er was had ik al telefoon gekregen of de rekening ontvangen was. Deze persoon vroeg naar [naam] .

[naam bedrijf] voelt zich door deze handelswijze opgelicht dan wel een poging hiertoe.

11.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 2 juni 2013, opgenomen op pagina 531 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 15] te Oosterhout.

Op 21 juni 2012 heb ik een fax gekregen van een [naam bedrijf] Ik kende dit bedrijf niet. In die fax stond, dat dit bedrijf reclame kon maken over ons bedrijf. Voor mij leek dit een vertrouwd adres en ik ging hier mee akkoord. Ik heb mijn handtekening er op gezet en terug gefaxt naar het adres. De nota is voldaan.

Op 28 juni 2013 werd mijn man gebeld. Hij kreeg een onbekende man aan de telefoon, hij vertelde dat hij van [website] .nl was en waarom wij niet betaalden. Hij zou de rekening via de post hebben verstuurd.

De man vertelde dat het over een advertentie ging die volgens de man door ons is aangevraagd. Mijn man vertelde dat hij daar niks over wist en dat hij maar een bewijs naar hem moest faxen.

De man vertelde dat hij de faxnummer had en dat hij die zo snel mogelijk ging opsturen.

Enkele minuten later zag mijn man dat er een fax binnen kwam.

Het eerste formulier was een opdrachtbevestiging en het tweede was een factuur. Mijn man las dit en schrok hier erg van.

Ik zag wel dat mijn naam en handtekening onder de opdrachtbevestiging stonden. Ik weet zeker dat ik daar niet voor getekend had.

Ik vroeg mijzelf af hoe die handtekening daar kon komen. Ik dacht die handtekening moet ergens vandaan komen. Ik moest meteen denken aan de advertentie die ik getekend had op donderdag 21 juni 2012. Ik zag dat de handtekening van die datum overeen kwamen met die van de fax van die dag.

Enkele minuten later ging de telefoon en ik nam de telefoon op. Ik kreeg een man aan de telefoon. Ik vertelde de man dat die handtekening van mij onder de fax van de advertentie van de [naam bedrijf] kwam. Ik vertelde de man dat hij maar naar de letter H moest kijken van mijn naam naast de handtekening. De man reageerde daar even niet op. Ik hoorde de man zeggen ‘ik word er niet arm of rijk van als je niet betaald maar als u niet betaald krijgt u eerst een aanmaning en daarna stuur ik een incassobureau naar u toe, zo nodig stuur ik ook een deurwaarder naar u toe.

12.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 31 juli 2013, opgenomen op pagina 550 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 16] , namens [naam bedrijf] te Rotterdam.

Op 22 juli 2013 werd ik gebeld. Ik zag dat ik werd gebeld door een afgeschermd nummer. Ik nam de telefoon op en hoorde een man zeggen dat hij belde namens [naam bedrijf] . Ik hoorde dat de dader tegen mij zei dat er nog een onbetaalde factuur van het bedrijf [naam bedrijf] , aan mijn bedrijf open stond en dat hij mij uit fatsoen even belde, voordat zijn bedrijf over zou gaan tot incasso. Ik hoorde de dader zeggen dat de factuur betrekking had op de plaatsing van een advertentie. Ik zei dat ik geen opdracht had gegeven voor het plaatsen van een advertentie en dat ik daar ook geen correspondentie over had ontvangen en dat ik ook niets had besteld bij zijn bedrijf. Ik vroeg hem om mij een opdrachtbevestiging te tonen en ik hoorde de dader zeggen dat hij deze bevestiging zou opzoeken en naar mij zou faxen. Enige tijd later ontving ik een fax vanaf een onbekend nummer. Ik zag dat dit een opdrachtbevestiging was van [naam bedrijf] , gedateerd 11 juli 2012, en dat dit een order zou zijn die door ons bedrijf zou zijn geplaatst, voor een vermelding in een adressen-database genaamd www. [website] .nl.

Tevens zag ik op blad 2 dat de vermelding in die [website] 3300,00 euro excl. BTW zou kosten en 3993,00 inclusief BTW.

Ik zag dat er een handtekening onder het contract stond en dat dit mijn handtekening was. Ik kan u echter verklaren dat ik heel zeker weet dat ik nooit mijn handtekening op dit contract heb geplaatst.

Ik besloot om het contract van november 2012, van [naam bedrijf] , er bij te pakken. Ik zag dat de handtekening op het contract van [naam bedrijf] , geheel identiek was aan de handtekening die op het contract van [naam bedrijf] stond. Kennelijk heeft een onbekend persoon mijn handtekening gekopieerd vanaf het contract van [naam bedrijf] en deze valselijk geplaatst op het contract van [naam bedrijf] .

13.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 3 september 2013, opgenomen op pagina 568 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 17] , namens [naam bedrijf] te Gorredijk.

Van het bedrijf met de naam [naam bedrijf] heb ik een factuur ontvangen welke getekend is met een valse ondertekening.

Omstreeks oktober 2012 is door een medewerker, [naam] , namens [naam bedrijf] een bevestiging voor een opdracht verstrekt aan het bedrijf [naam bedrijf] te Groningen. Het ging om een vermelding/advertentie in [website] .

Mijn collega is gebeld omstreeks 19 augustus 2013 door ene [naam] van het bedrijf [naam bedrijf] . Dhr. [naam] vroeg zich af wanneer de factuur met een datum van omstreeks juni 2013 betaald zou worden. Mijn collega heeft gevraagd om een kopie factuur. Dhr. [naam] wilde deze wel via de fax versturen echter mijn collega gaf aan deze per e-mail te willen ontvangen.

Deze e-mail is uiteindelijk ontvangen op 28 augustus 2013. In de tussenliggende periode is er een aantal keren gebeld door dhr. [naam] . Hierin werd gevraagd of de e-mail met de kopie facturen al waren aangekomen.

De e-mail van 28 augustus 2013 bevat een korte tekst van dhr. [naam] en twee bijlagen. [naam] en [naam] - .png.

Opvallend is dat de handtekening van medewerker [naam] onder de opdrachtbevestiging van [naam bedrijf] datum 05 juli 2012 exacte gelijkenis vertoont met de bevestiging van [naam bedrijf] van datum 22 oktober 2012.

De gelijkenis valt het best te omschrijven als een scan van de handtekening van medewerker [naam] die wordt gebruikt voor de ondertekening. Ik heb medewerker [naam] gevraagd of hij deze opdracht heeft ondertekend. Hij verklaarde mij dat dit pertinent niet het geval is geweest. Daarnaast zijn er ook geen originele stukken in de crediteuren boekhouding terug te vinden.

14.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 5 augustus 2014, opgenomen op pagina 14 ev van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [naam] met betrekking tot het verrichte onderzoek naar de hierboven onder 1 tot en met 13 genoemde aangiftes, met daarin – zakelijk weergegeven – de volgende bevindingen:

ONDERZOEK TELEFOON/FAX NUMMERS VAN [naam bedrijf]

De aangevers spraken over telefoon- en faxcontacten met [naam] van [naam bedrijf]

middels het telefoonnummer [nummer] en het faxnummer

[nummer] .

Op de vordering wat de naam, adres, postcode en woonplaatsgegevens van het telefoonnummer [nummer] en het faxnummer [nummer] waren, werd door Digitrieve geantwoord:

Beide nummers zijn gekoppeld aan het mailadres [mailadres] @outlook.com geen verdere adres gegevens. Het skype-adres van de gebruiker is [naam] .

Het outlook mailaccount stond op naam van [naam bedrijf] met postcode [postcode] ( [straatnaam] in Hoogeveen).

ONDERZOEK BANKGEGEVENS VAN [naam bedrijf] EN BETROKKENEN

Bankgegevens ING [nummer] van [naam bedrijf] / [naam bedrijf] periode 1 mei 2013 tot en met 24 september 2013.

De overeenkomst voor zakelijke bankrekening [nummer] voor de Organisatie “ [naam bedrijf] ” was op 2 mei 2013 ondertekend door diens eerste vertegenwoordiger [naam] , geboren [geboortedatum] 1984. De betaalpas was aan hem uitgereikt.

De eerste geldhandelingen op de rekening waren bijboekingen (2 x 1000,- euro op 17-5-2013) afkomstig van rekening [nummer] ten name van [naam] .

Er zijn meerdere andere bedrijven die in genoemde periode een geldbedrag van 3993,- euro alsmede andere lagere bedragen op de rekening [nummer] hebben overgemaakt.

- Het geld dat op de rekening binnen komt werd direct na binnenkomst cash opgenomen dan wel direct overgeboekt naar drie verschillende bankrekeningen namelijk naar [nummer] ten name van [naam] , naar [nummer] ten name van [medeverdachte 1] en naar [nummer] ten name van [naam] .

Bij het overboeken naar voornoemde bankrekeningen staan bij vermeldingen als: “goederen gekocht marktplaats”, “Imac gekocht”, “marktnet goederen”, “Laptop gekocht” en “producten gekocht”.

- Bankrekening [nummer] staat op naam van de heer [naam] , geboren [geboortedatum] -1972, [straatnaam] te Emmen. Opening rekening 5-3-2013

- Bankrekening [nummer] staat op naam van de heer [medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum] -1989, [straatnaam] te Emmen. Opening rekening 2-4-2013

- Bankrekening [nummer] staat op naam van de heer [naam] , geboren [geboortedatum] -1981, [straatnaam] te Emmen. Opening rekening 8-2-2013.

Het adres [straatnaam] te Emmen is een bedrijven verzamel gebouw en volgens GBA staat daar niemand ingeschreven.

- Al het geld dat vanaf rekening [nummer] op alle voornoemde ASN rekeningen werd bijgeboekt werd direct cash opgenomen bij geldautomaten in Veendam en Emmen.

- Vanaf 17 juli 2013 werden op alle drie bankrekeningen ook geldbedragen, in het begin met bijvermeldingen als “goederen gekocht” en “marktplaats (“goederen” en later meestal zonder bijvermelding), bij geboekt afkomstig vanaf bankrekening [nummer] . Blijkens de politiesystemen werd dit bankrekeningnummer gebruikt door het bedrijf [naam bedrijf] uit Emmen, gevestigd [straatnaam] te Emmen.

De IP (loggings) adressen die waren vastgelegd bij het telebankieren op de ING rekening [nummer] tussen 2 september 2013 en 14 oktober 2013 waren onder andere de IP adressen [nummer] en [nummer] .

Uit de aangeleverde informatie bleek dat het IP adres [nummer] toebehoorde aan: Het bedrijf “ [naam bedrijf] ”, [straatnaam] , [postcode] , Veendam. Blijkens de Kamer van Koophandel was het bedrijf “ [naam bedrijf] ” een eenmanszaak geweest van [naam] . Het bedrijf was per 26-10-2010 op naam van [naam] gestart en op [geboortedatum] -2013 was geregistreerd dat de onderneming per 1-1-2013 was opgeheven. Bedrijfsactiviteiten: Reclamebureau.

Het IP adres [nummer] behoorde toe aan: [naam] , [straatnaam] , [postcode] Veendam. Zij is de moeder van [medeverdachte 2] .

De bankrekening [nummer] van de [naam bedrijf] / [naam bedrijf] en de drie ASN bankrekeningen [nummer] ten name van [naam] , [nummer] ten name van [medeverdachte 1] en [nummer] ten name van [naam] werden allen als eerste voorzien van saldo afkomstig van de bankrekening [nummer] ten name van [naam] .

Uit de verkregen gegevens bleek o.a.:

- Er waren geen gemachtigden op de rekening, behalve de rekeninghouder zelf.

- De rekening was per 3-1-2014 vervallen.

- Uit de bankafschriften bleek dat op 1 mei 2013 het saldo op de rekening 8.969,54 euro was.

- In een paar dagen tijd werd dit geld overgeboekt naar de bankrekeningen [nummer] ten name van [naam] , [nummer] ten name van [medeverdachte 1] , [nummer] ten name van [naam] en [nummer] ten name van [naam bedrijf]

- Er werd in Emmen en Veendam geld opgenomen bij geldautomaten.

- Op 16 mei 2013 werd er een geldbedrag van 11.500,- euro op de rekening bijgeboekt van uitvaartverzekering [naam bedrijf] .

- Op 17 en 18 mei 2013 werd dit geld in porties van 1000, - euro direct overgeboekt naar de rekeningen [nummer] ten name van [naam bedrijf] / [naam bedrijf] , [nummer] ten name van [naam] , [nummer] ten name van [medeverdachte 1] , [nummer] ten name van [naam]

en [nummer] ten name van [naam bedrijf]

- Bij geldautomaat Baander 32 in Emmen werd op 17 mei 2013 cash een geldbedrag van 500,- euro opgenomen.

- De rekening stond hierna nagenoeg op nihil.

Met betrekking tot [naam bedrijf] (feit 1, tweede gedachtestreepje, en feit 2, elfde tot en met eenentwintigste gedachtestreepje)

15.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 28 september 2013, opgenomen op pagina 634 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] , namens [naam bedrijf] te Veenendaal.

Op 19 september 2013 werd ik gebeld door een manspersoon. Deze vertelde dat hij [naam] heette en van [naam bedrijf] . was.

Hij vertelde dat de vereniging achterliep met een betaling. Dit was een betaling voor een advertentie op een website [website] .

Ik was verbaasd want ik wist helemaal niet waar het over ging. [naam] vertelde dat hij papieren voor zich had waarin de dansvereniging gevraagd had om een advertentie te plaatsen. Het zei mij nog steeds niets. [naam] vertelde dat het in incassobureau was ingeschakeld omdat er ondanks dat er aanmaningen waren gestuurd naar de dansvereniging nog niets door de dansvereniging betaald was.

Ik heb om de originele rekening gevraagd doch deze kreeg ik niet en toen hebben ze een rekening en een overeenkomst gemaild naar de dansvereniging.

Ik heb een mail met de rekening gekregen en met factuurnummer [nummer] , factuurdatum 04-07-2013. De overeenkomst was gedateerd op 5 juli 2012, referentienummer [nummer] . De overeenkomst is voorzien van een handtekening [naam] .

Deze handtekening is niet door mij op deze overeenkomst geplaatst. De handtekening is kennelijk vals of gekopieerd.

Het bedrag dat betaald moest worden is het bedrag van euro 2541.00. Dit bedrag is op vrijdag 20 september 2013 overgemaakt op de rekening [nummer] ten name van [naam bedrijf] .

Op woensdag 25 september 2013 werd er gebeld door de heer [naam] .

Hij vertelde mij dat er nog een rekening openstond over een logovermelding op de zelfde website, de [website] .

Het zou een rekening betreffen van 3.200 euro. Ik vertelde hem dat ik nergens van afwist en daarom kreeg ik een korting van 300 euro.

Ik heb ook aan hem gevraagd om de factuur en de overeenkomst naar mij te mailen. Dit is door hem gedaan.

De overeenkomst is gedateerd op 5 juli 2012, referentie [nummer] . ook deze is voorzien van een handtekening [naam] . Deze handtekening is niet door mij op de overeenkomst geplaatst. Deze handtekening is kennelijk vals of gekopieerd.

Op vrijdag 27 september 2013 heb ik eerst een gesprek gehad met voorzitter mevrouw [naam] en haar man. We hebben over de rekeningen en overeenkomsten gesproken. Meneer [naam] heeft toen gebeld met het bedrijf [naam bedrijf] , telefoon [nummer] .

De heer [naam] heeft laten weten aan de financiële man van het bedrijf [naam bedrijf] dat er niet betaald ging worden omdat er bij ons een groot vermoeden was van oplichting.

16.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 18 september 2013, opgenomen op pagina 605 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 18] , namens [naam bedrijf] te Well.

Op 11 september 2013, werd ik gebeld door het incassobureau, [naam bedrijf] Ik heb toen gesproken met dhr. [naam] . Deze vertelde mij dat het [naam bedrijf] een openstaande nota van 2541.00 euro had bij [naam bedrijf] Ik heb toen tegen dhr. [naam] verteld dat het bedrijf mij niet bekend is en dat ik tevens geen openstaande nota in mijn eigen dossier had zitten. Ook heb ik aan dhr. [naam] gevraagd wat voor een nota het betrof. Dhr. [naam] gaf dat hij de getekende opdracht toe zou zenden.

Op 17 september 2013 zag ik dat er twee brieven middels een email aan mij gestuurd waren. Het betrof een bevestiging opdracht en een factuur.

Op 17 september 2013 werd ik gebeld door dhr. [naam] . Ik heb toen aangegeven dat de getekende opdracht en de factuur niet thuis horen bij het [naam bedrijf] omdat er nooit opdracht gegeven is om een advertentie te plaatsen. Ik heb verder nog aangegeven dat wij de nota ook niet betaalden.

Op 17 september 2013 werd ik gebeld door [naam] , medewerker van [naam bedrijf] [naam] gaf aan dat hij het dossier over de advertentie gekregen had van zijn salesmanager. Ik heb dhr. [naam] meermaals uitgelegd dat wij niet adverteren met onze opleidingen en dat dhr. [naam] , assistent directeur, ten tijde van het tekenen van de opdracht niet aanwezig was.

Ik vermoed dat de handtekening van dhr. [naam] en het e-mail adres overgenomen zijn van een getekende brief welke op 17 april 2012 verzonden is aan [naam bedrijf] . Ik vermoed dat deze gegevens gebruikt zijn voor de opdracht.

17.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 24 september 2013, opgenomen op pagina 618 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 19] , namens [naam bedrijf] te Soest.

Op 3 februari 2012 is mijn vrouw, welke een bedrijf heeft in [naam bedrijf] gevestigd te Soest, een overeenkomst aangegaan voor een vermelding voor één jaar in de [naam bedrijf] .

Op zondag 4 augustus 2013 ontvingen wij een factuur met een bedrag vermeld van 2541 euro te betalen. Onder vermelding van een geplaatste advertentie in het [website] periode 2012/2013.

Ik heb toen de volgende dag direct contact opgenomen met dit bedrijf genaamd [naam bedrijf] gelegen aan de [straatnaam] te Emmen. Ik heb verzocht om een bewijs dat wij hiervoor een opdracht hebben gegeven. Ik kreeg vervolgens een afschrift met daarop vermeld een handtekening.

Wij hadden gelijk zoiets van dit klopt niet de handtekening kwam precies overeen met de handtekening op blad 1, die destijds was geplaatst in de [naam bedrijf] . Ik weet zeker dat de handtekening is gekopieerd en is geknipt/geplakt. Ik ben van mening dat hier misbruik is gemaakt van de handtekening van mijn vrouw, genaamd [naam] . Mijn vrouw heeft nooit een handtekening geplaatst. Mijn vrouw heeft hiervoor geen toestemming gegeven. Ik doe hiervan aangifte omdat ons is medegedeeld bij geen betaling de deurwaarder zal worden ingeschakeld door de crediteur.

18.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 27 september 2013, opgenomen op pagina 624 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 20] , namens [naam bedrijf] .

Afgelopen 20 september 2013 ben ik telefonisch benaderd door een persoon van de [naam bedrijf] , zijnde een [naam bedrijf] .

Ik had nog nooit van hen gehoord. Zij gaven aan dat ik een openstaande factuur bij hen had staan. Zij gaven aan dat het die dag betaald moest worden anders zou het naar een incassobureau gaan.

Ik heb die persoon gevraagd om de factuur en de orderbevestiging toe te sturen.

Dit is via de e-mail aan mij toegezonden. Hieruit bleek dat er een rekening open stond van 2541,00 Euro. Deze zou zijn verzonden op 05-07-2012. Dit zou zijn om een vermelding of advertentie te krijgen op de [website] .

Ik heb inderdaad een getekende orderbevestiging teruggestuurd gekregen. Ik heb dit nooit aangevraagd en nooit getekend. Ik heb nooit opdracht gegeven aan dit bedrijf om een vermelding op een site te krijgen.

Ik heb teruggebeld en aangegeven dat ik niets van deze factuur afwist en dat ik twijfels had over de echtheid van de factuur en ook over de orderbevestiging.

Die man aan de telefoon gaf aan dat het niet uitmaakte of ik de factuur zou betalen of niet. Als ik niet zou betalen dan zouden zij alles doorgeven aan het incassobureau. De kosten zouden dan toch voor mij zijn.

Nu blijkt dat op de getekende orderbevestiging van [naam bedrijf] precies dezelfde handtekening staat als op de machtiging die ik op 14-02-2012 heb gemaakt van [naam bedrijf] .

Ik heb het idee dat ik ben opgelicht door [naam bedrijf] en door [naam bedrijf] . Zij hebben beiden mijn handtekening gebruikt om op een slinkse wijze geld van mij te krijgen.

19.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 10 oktober 2013, opgenomen op pagina 643 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 21] , namens [naam bedrijf] te Roosendaal.

[naam bedrijf] is in februari/maart 2012 gebeld door een bedrijf genaamd [naam bedrijf] . Er is door hen gesproken over een contract welke zou bestaan voor een vermelding in de bedrijven gids.

Hierop heeft het bedrijf [naam bedrijf] een brief gestuurd aan de school en de heer [naam] heeft aangekruist geen automatische verlenging te willen en uit het bestand te worden verwijderd. Dit heeft de heer [naam] gedaan te goeder trouw.

In augustus 2013 werd er aan de stichting t.n.v. de school [naam] een nota verstuurd van 2541,00 euro inclusief BTW voor vermelding/ advertentie op [website] door [naam bedrijf] met een brief. De inhoud van de brief betreft een referentie naar een telefonisch onderhoud, welke nooit heeft plaatsgevonden. Hierin bevestigt men de opdracht tot plaatsing van de bedrijfsgegevens in hun adressendatabase voor een bedrag van 175,00 euro per maand.

Hieronder staat een handtekening en persoonsgegevens van de heer [naam] gekopieerd van de brief aan [naam bedrijf] . Dit is valsheid in geschriften en men licht ons op.

20.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 31 oktober 2013, opgenomen op pagina 651 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 22] , namens [naam bedrijf] te Assen.

Mijn man werd afgelopen donderdag 24 oktober 2013 gebeld. Mijn man hoorde een mannenstem met een Surinaams accent zeggen dat hij van [naam bedrijf] was. Deze man vertelde dat er een rekening openstond van een jaar adverteren met een totaal bedrag van 2400 euro.

Mijn man zei dat hij een email moest sturen aangezien mijn man er niets van af wist.

Ik heb nog terug gebeld naar die man. Ik heb toen aangeven dat ik niets getekend heb, dat het oplichting was en dat ik er een melding van ging maken. Hierop hoorde ik de man zeggen U gaat dus niet betalen? Dan gaat het ter incasso, dan kost het nog meer.

Hierop volgend is er een email gekomen en daar zagen wij dat het een soort contract betrof van [naam bedrijf] Die was afgesloten voor de periode 2012/2013.

Hierop staat dat het een factuur achteraf is met een looptijd van 12 maanden, de prijs is 175,— euro excl BTW per maand.

Ook zagen wij dat onze bedrijfsnaam op deze brief stond, [naam bedrijf] met ons adres en telefoon/fax nummer. Het logo van ons bedrijf dat er opstaat komt niet over een met ons

daadwerkelijke bedrijfslogo.

Ik weet zeker dat ik geen handtekening heb gezet.

21.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 13 november 2013, opgenomen op pagina 657 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 23] , namens [naam bedrijf] te Papendrecht.

In 2012 is mijn echtgenoot telefonisch benaderd door een bedrijf genaamd [naam bedrijf] uit Groningen.

Aan mijn echtgenoot werd gevraagd of hij gebruik wilde maken van een aanbieding om gratis een (1) jaar lang ons bedrijf te laten vermelden in een [naam bedrijf] op internet.

Mijn echtgenoot heeft kenbaar gemaakt dat hij van dit aanbod gebruik wilde maken.

Eind mei 2013 is mijn echtgenoot wederom benaderd door [naam bedrijf] met de vraag of hij het contract wilde verlengen en wederom wilde adverteren in de [naam bedrijf] , nu tegen betaling.

Omdat wij geen gebruik wilden maken van deze advertentie mogelijkheid heeft [naam bedrijf] ons een formulier toegezonden dat wij in moesten vullen om het contract te ontbinden.

Dit formulier heeft mijn echtgenoot ingevuld en ondertekend retour gezonden.

Op 11 november 2013 is mijn echtgenoot twee maal telefonisch benaderd door een man. De man vertelde op agressieve toon dat er een contract was afgelopen en dat er een rekening open zou staan. Omdat mijn echtgenoot de man niet begreep vertelde de man dat hij dan wel een mail naar ons zou sturen.

Op maandag 11 november 2013 ontving ik een mail van info@ [website] . Hierin staat te lezen dat ons bedrijf bij hen een openstaande factuur zou hebben die door ons niet is voldaan.

Dit klopt absoluut niet. Ik of mijn echtgenoot kennen bovengenoemd bedrijf ook niet en hebben nooit een contract hij hen afgesloten. Genoemd bedrijf meende een vordering op ons bedrijf te hebben van 2541,00 euro. Ik zag dat bij de mail een bijlage was gevoegd van een contract met [naam bedrijf]

uit Emmen. Ik zag dat het contract was ondertekend met de naam en handtekening van mijn echtgenoot. Ik zag dat de letters in de naam van mijn echtgenoot dik aangezet zijn. Ik heb het contract van [naam bedrijf] erbij gepakt en zag dat de naam en handtekening van mijn echtgenoot vanaf dit contract is gekopieerd.

Zowel mijn echtgenoot als ikzelf hebben nooit eerder contact gehad met [naam bedrijf] Wij hebben ook nooit een contract met hen afgesloten.

22.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 26 november 2013, opgenomen op pagina 670 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 24] , namens [naam bedrijf] te Utrecht.

Ergens in oktober 2013, ontving ik op bovengenoemd adres een factuur afkomstig van [naam bedrijf] Ik opende de factuur en las dat dit een factuur betrof van 2178 euro voor een vermelding/ advertentie op www. [website] Ik heb nooit een opdracht gegeven tot plaatsen van een advertentie. Daarbij zal ik het zeker ook nooit doen voor dit bedrag, aangezien dit mijn geen werk oplevert.

Op donderdag 21 november 2013 werd ik gebeld door iemand van de [naam bedrijf]

Ik hoorde dat hij zei: “Er staat nog een rekening van u open van 2178 euro”. Ik zei “Dat kan niet, dat heb ik nooit toegezegd”. Ik hoorde de medewerker zeggen “Maar je handtekening staat er onder”.

Ik zei “Dat kan niet, ik heb niets ondertekend”. Ik hoorde de medewerker vragen “Is je emailadres [mailadres] ?” Ik antwoordde met “Ja”. Ik hoorde de medewerker zeggen “Ik stuur u de rekening via de email toe”.

Op donderdag 21 november 2013 ging ik mijn email controleren. Ik zag dat ik een email had ontvangen van info@ [website] . Ik las dat [naam bedrijf] kennelijk meerdere herinneringen had gestuurd betreffende een factuur voor plaatsing voor een vermelding/advertentie op www. [website] . Ik las dat [naam bedrijf] bij uitblijven van betaling de zogenaamde openstaande vordering uit handen zal geven aan een incassobureau.

Ik schrok van de stukken. Toch weet ik zeker dat ik geen zaken heb gedaan met [naam bedrijf]

Ik heb toen op internet gekeken wat voor bedrijf [naam bedrijf] precies is. Ik las dat er meerdere bedrijven op hetzelfde adres gevestigd zijn. Daarbij las ik ook dat er nog meer spooknota’s in de omloop zijn betreffende [naam bedrijf]

Daarbij viel mij op dat mijn handtekening op de door hun toegezonden stukken wel klopt, echter niet door mij daarop is geschreven.

23.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 29 november 2013, opgenomen op pagina 678 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 25] , namens [naam bedrijf] te Berlicum.

Op 20 november 2013 werd ik gebeld door een man die zich voorstelde als meneer [naam] , medewerker van het bedrijf [naam bedrijf] . Ik hoorde van deze medewerker dat ik nog een rekening open had staan van 2541,- euro bij hun bedrijf.

Ik heb tegen de man gezegd dat ik niet wist waarover dit ging.

De man vertelde me toen dat ik een vermelding op de website [website] had aangevraagd in het verleden en daarvoor een abonnement had afgesloten welke nog niet betaald was ondanks meerdere herinneringen.

Ik hoorde toen van deze man dat hij het contract nog wel een keer via de mail aan me toe zou sturen als bewijsmateriaal. De man had ook mijn emailadres.

Ik ontving die middag in mijn email het contract welke ik op 30 november 2012 ingevuld en ondertekend zou hebben. Ik zag hierop in mijn handschrift mijn naam en daarbij mijn handtekening. Ik heb dit contract nooit eerder gezien en dit niet ondertekend.

Ik ben diezelfde middag gebeld door een andere onbekende man die zich voorstelde als meneer [naam] van [naam bedrijf] . Hij vroeg aan mij wanneer ik ging betalen en hoe ik ging betalen. Ik heb gezegd dat ik dat niet wist.

Ik ben eind november 2012 benaderd door het bedrijf [naam bedrijf] . Dit bedrijf heeft mij gevraagd om een vermelding in een [naam bedrijf] en dat heb ik ingevuld en ondertekend.

Ik heb het vermoeden dat [naam bedrijf] dit contract heeft gebruikt en hiermee valsheid in geschrifte heeft gepleegd.

24.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 3 december 2013, opgenomen op pagina 687 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 26] , namens [naam bedrijf] te Amersfoort.

Op 2 december 2013 werd ik gebeld door een man. Ik hoorde hem zeggen dat hij mij belde, omdat hij van mij geld wilde hebben.

Ik vertelde hem dat ik niet wist waarover hij het had. Ik was in gesprek en vertelde de man dat bij mij beter een e-mail kon sturen met daarin de benodigde informatie en dat ik die dan ging bekijken.

Ik hoorde de man zeggen dat hij mij een email zou sturen.

Ik kreeg een email op 2 december 2013. Ik zag dat er, in het kort, in de email stond dat mijn betaling nog niet ontvangen was nadat met de grootste zorg mijn opdracht verwerkt was. Ik werd er in de brief voor het laatst aan herinnerd dat het openstaande factuur nog niet door mij betaald was. Indien betaling achterwege blijft zal de vordering uit handen worden gegeven. Ik zag dat er een factuur als bijlage bijgevoegd was. Op de factuur zag ik dat ik 3615,48 Euro moest betalen voor vermelding op www. [website] . Het bedrijf dat mij deze mail stuurde heet [naam bedrijf] , gevestigd aan [straatnaam] te Emmen. Ik zag dat er tevens een overeenkomst bijgevoegd was. Ik zag dat er op 30/11/2012 een overeenkomst was opgesteld waarin staat dat ik opdracht zou hebben gegeven aan [naam bedrijf] om mijn bedrijfsgegevens in de adressendatabase op te nemen. Ik vermoed dat mijn gegevens dan opgenomen zouden worden in de database van www. [website] . Ik heb niet gekeken of ik opgenomen was in de database. Ik zag dat onder de overeenkomst mijn naam stond geschreven met daarnaast een handtekening. Ik schrijf mijn naam echter niet op de manier zoals die op de overeenkomst staat geschreven. Ik zag dat de handtekening wel op die van mij lijkt, maar net iets anders is en die is niet door mij gezet.

25.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 12 december 2013, opgenomen op pagina 694 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 27] , namens [naam bedrijf] te Berkel en Rodenrijs.

Op dinsdag 10 december 2013 ontving ik een email van een bedrijf genaamd [naam bedrijf] , gevestigd te Emmen.

Deze mail was een factuur de dato 10 december 2012. De omschrijving luidde: vermelding/advertentie op www. [website] periode 2012/2013.

Ik moest een bedrag ad 1437,48 euro overmaken op rekeningnummer [nummer] ten name van [naam bedrijf] , [straatnaam] , [postcode] Emmen.

Ongeveer tien minuten na ontvangst van de eerste email ontving ik een tweede email van [naam bedrijf] .

Deze email met als datum 12 oktober 2013 had als onderwerp “laatste verzoek”. Ik las: “Na meerdere herinneringen hebben wij tot op lieden uw betaling nog niet ontvangen”.

Omdat ik nooit opdracht heb gegeven tot vermelding en/of plaatsing van een advertentie op de website www. [website] , heb ik op beide mails niet gereageerd.

Op dinsdagmiddag 10 december 2013 werden wij gebeld door een man van het bedrijf [naam bedrijf] . De naam van deze man is mij niet bekend. De man wilde praten over de openstaande factuur.

Mijn vrouw zei tegen de man dat wij nooit een advertentie geplaatst hadden.

De man zei dat hij een kopie van de overeenkomst zou e-mailen.

Ik ontving direct daarna via de email een kopie van een opdrachtbevestiging.

Op deze kopie van een opdrachtbevestiging de dato 30 november 2012, stond dat [naam bedrijf] opdracht had gegeven voor plaatsing van bedrijfsgegevens in de database van [naam bedrijf] De opdrachtbevestiging was ondertekend door mevrouw [slachtoffer 27] .

Ik verklaar hierbij dat de handtekening onder deze opdrachtbevestiging niet de handtekening van mijn vrouw is. Mijn vrouw ondertekent ook nooit met mevrouw [slachtoffer 27] .

Nadat ik deze laatste email had ontvangen belde de man terug.

Ik nam de telefoon aan en zei tegen de man dat hier sprake was van fraude en dat ik bij de politie aangifte ging doen. Daarna heb ik de telefoonverbinding verbroken.

26.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 24 januari 2014, opgenomen op pagina 700 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 28] , namens [naam bedrijf] te Noordwijk.

Op 21 januari 2014 werden wij gebeld door [naam] van [naam bedrijf] De man zei: “Ik zie dat hier nog een openstaande factuur staat voor de vermelding in onze [naam bedrijf] ”. Waarop ik zei: “Ik heb helemaal geen opdracht gegeven”. Waarop ik hem vroeg of hij de opdracht wilde opsturen naar info@ [mailadres] omdat het ons onbekend was.

Vervolgens hebben wij twee mails van info@ [website] ontvangen, waarin wordt aangegeven dat wij meerdere herinneringen hebben ontvangen en de openstaande facturen niet betaald hebben. Dit gaat om een bedrag van EURO 2541,00 over de periode van 2013. Echter hebben wij hier nooit iets mee te maken gehad en hebben ze dus gepoogd ons op te lichten.

Wel zien ik inderdaad mijn handtekening onder de factuur staan, welke ik zal bijvoegen. Dit is kwalijk en dus valsheid in geschrifte.

27.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 5 augustus 2014, opgenomen op pagina 14 ev van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [naam] met betrekking tot het verrichte onderzoek naar de hierboven onder 15 tot en met 26 genoemde aangiftes, met daarin – zakelijk weergegeven – de op bewijsmiddel 14 aanvullende bevindingen:

Vanaf 17 juli 2013 werden op de bankrekeningen [nummer] ten name van [naam] , [nummer] ten name van [medeverdachte 1] , [nummer] ten name van [naam] ook geldbedragen, met bijvermeldingen als “goederen gekocht” en “marktplaats goederen” en later meestal zonder bijvermelding, bijgeboekt afkomstig vanaf bankrekening [nummer] . Blijkens de politiesystemen werd dit bankrekeningnummer gebruikt door het bedrijf [naam bedrijf] uit Emmen, gevestigd [straatnaam] te Emmen.

Bij de Kamer van Koophandel staat onder nummer 04072112 de Besloten Vennootschap “ [naam bedrijf] ” ingeschreven per datum akte van oprichting op 23-12-2003. Deze BV gebruikt tevens de handelsnaam “ [naam bedrijf] ”.

Bankgegevens ASN [nummer] periode 16 juli 2013 - 6 februari 2015

Uit de verkregen gegevens bleek o.a.:

- De rekening betrof een zakelijke rekening van het bedrijf [naam bedrijf] .

- De gemachtigde op deze rekening was [naam] , geboren [geboortedatum] -1974 wonende [straatnaam] te Amsterdam.

- Er zijn meerdere bedrijven die tussen 16-7-2013 en 28-4-2014 geldbedragen op de rekening [nummer] hebben overgemaakt.

- Het geld dat op de rekening binnenkomt werd direct na binnenkomst cash opgenomen dan wel direct overgeboekt naar drie verschillende bankrekeningen namelijk naar de bankrekening [nummer] ten name van [naam] , naar de bankrekening [nummer] ten name van [medeverdachte 1] , naar de bankrekening [nummer] ten name van [naam] en vanaf 8-11-2013 naar de bankrekening [nummer] ten name van [naam] . Bij het overboeken naar voornoemde bankrekeningen staan bij vermeldingen als: “goederen marktplaats”, “goederen gekocht op marktnet”, “marktnet Apple gekocht” en “goederen”.

- De rekening werd op 28-4-2014 opgeheven.

Het IP adres [nummer] en het IP adres [nummer] waren de meest voorkomende IP adressen van waaruit het telebankieren op de bankrekening [nummer] had plaatsgevonden.

Het IP adres [nummer] behoorde toe aan het bedrijf “ [naam bedrijf] ”, [straatnaam] , [postcode] , Veendam en het IP adres [nummer] aan [naam] , [straatnaam] , [straatnaam] , de moeder van [medeverdachte 2] .

Betalende bedrijven op bankrekening TRIODOS [nummer]

Uit de aangifte van [naam] (aangifte 12) bleek o.a. dat bedrijven/personen werden opgelicht door [naam bedrijf] met het bankrekening [nummer] .

Tussen 16 januari 2014 en 11 februari 2014 hebben blijkens de bankafschriften van de TRIODOS bankrekening [nummer] van [naam bedrijf] in het totaal 10 betalingen plaatsgevonden van verschillende bedrijven/personen.

Met betrekking tot [naam bedrijf] (feit 1, derde gedachtestreepje, en feit 2, tweeëntwintigste en drieëntwintigste gedachtestreepje)

28. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 26 maart 2015, opgenomen op pagina 708 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 5] , namens [naam bedrijf] te Lijnden.

Op 11 maart 2014 heeft ons bedrijf een factuur ontvangen van [naam bedrijf] . Het ging om een vermelding van mijn bedrijf op de site www. [website] .nl. Deze rekening is door ons betaald omdat er een opdrachtbevestiging werd meegestuurd welke was ondertekend door een voormalige medewerker [naam bedrijf] van ons bedrijf te weten dhr. [naam] . Aangezien wij de handtekening van [naam] niet meer konden controleren omdat hij niet meer bij ons werkzaam was, gingen wij ervan uit dat [naam] daadwerkelijk had getekend en dat de gegevens op de opdrachtbevestiging klopten. Vervolgens hebben wij 3200 euro overgemaakt naar de bankrekening [nummer] van het bedrijf [naam bedrijf] .

Op 10 april 2014 kreeg ons bedrijf wederom een factuur van het bedrijf [naam bedrijf] Wederom ging het om een vermelding op www. [website] .nl. Hierbij ging het om een bedrag van 7744 euro. Dit bedrag is door ons bedrijf overgemaakt naar de bankrekening [nummer] aan de [naam bedrijf] . Bij deze nota zat wederom een opdrachtbevestiging met een

handtekening van dhr. [naam] . Ook deze handtekening was voor ons niet controleerbaar en we gingen er vanuit dat deze inderdaad door dhr. [naam] destijds was gezet.

Voorafgaande aan deze 2 facturen van [naam bedrijf] heeft ons bedrijf een andere opdrachtbevestiging van het bedrijf [naam bedrijf] ontvangen die op 30 november 2012 door voormalige Finance dhr. [naam] was ondertekend.

De nota met het bedrag 2541 euro die daarbij hoorde, is betaald op 28 november 2013 naar de bankrekening [nummer] van [naam bedrijf] .

Na de betalingen van [naam bedrijf] zag ik dat alle handtekeningen en namen van [naam] op alle genoemde opdrachtbevestigingen geheel met elkaar overeen kwamen.

Ik vermoed dat de naam en handtekeningen van dhr. [naam] zijn gekopieerd op de opdrachtbevestiging van [naam bedrijf] en dat ons bedrijf zo is opgelicht. Door de valse opdrachtbevestiging van [naam bedrijf] werd ons bedrijf bewogen om de factuur te betalen.

29.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 19 januari 2015, opgenomen op pagina 719 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4] te Rotterdam.

Toen mijn man nog in leven was heb ik met een bedrijf over het plaatsen van advertenties contact gehad. Deze advertentie zou dan landelijk geplaatst gaan worden. Ik heb echter nooit een advertentie gezien en ik heb ook nooit iemand van het bedrijf bij mij over de vloer gehad.

Volgens mij had ik destijds wel een overeenkomst.

Uit mijn administratie blijkt dat ik voor mijn gallery genaamd [naam bedrijf] en gevestigd op het adres [straatnaam] Rotterdam op 10 december 2003 een contract heb getekend bij het bedrijf [naam bedrijf] voor een internetpresentatie+foto en/of logo op www. [website] .nl

Met betrekking tot [naam bedrijf] kan ik u echter geen overeenkomst overhandigen.

Vanaf 2013 kreeg ik van diverse bedrijven facturen toegestuurd die ik moest betalen.

Ook van het bedrijf [naam bedrijf] kreeg ik facturen en brieven binnen.

Tevens werd ik door een medewerker van [naam bedrijf] telefonisch benaderd met de vraag of ik al betaald had. Ik betaalde dan ook via een overschrijvingskaart het bedrag.

De volgende overboekingen zijn vanaf mijn rekening naar de rekening van [naam bedrijf] geboekt in de periode 24-03-2014 t/m 27-06-2014 door middel van overschrijvingskaarten.

Bedrag Boekdatum

€ 26.500,00 27-06-2014

€ 25.000,00 20-06-2014

€ 18.500,00 12-06-2014

€ 1.375,00 05-06-2014

€ 16.637,50 05-06-2014

€ 600,00 26-05-2014

€ 15.600,00 19-05-2014

€ 3.500,00 15-05-2014

€ 3.872,00 24-03-2014

Ik heb nooit diensten van de betreffende bedrijven ontvangen en ik snap ook niet hoe ik aan deze contracten ben gekomen en of ik überhaupt wel voor de betreffende contracten heb getekend.

Ik ben niet alleen door het bedrijf [naam bedrijf] benadeeld, maar ook door o.a. [naam bedrijf] .

30.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 26 maart 2015, opgenomen op pagina 708 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 32] , namens [naam bedrijf] te Mierlo.

Op 30 juli 2014 werd ik gebeld door [naam] van [naam bedrijf] . Deze toen deelde mede dat er nog een factuur open stond en dat die betaald moest worden. Het ging om een vermelding van mijn bedrijf op de site www. [website] .nl. Ik kon mij niet herinneren dat ik daartoe opdracht had gegeven. De man zei dat hij me wel een factuur en getekende opdrachtbevestiging toe zou sturen per mail.

Op 30 juli 2014 kreeg ik een mail van deze [naam] van [naam bedrijf] met daarbij gevoegd een factuur nummer [nummer] ad 3200,- euro en een opdrachtbevestiging van 29-7-2013 met daarop mijn naam en handtekening. Ik kon mij echt niet herinneren dat ik deze opdrachtbevestiging had ondertekend, maar mijn naam en de handtekening leken wel op die van mij.

Ik heb toen weer telefonisch contact gehad met meneer [naam] van [naam bedrijf] en er werd mij verteld dat als ik niet zou betalen er een deurwaarder en incassobureau ingeschakeld zou worden. Daar zat ik niet op te wachten. Ik werd door het telefoongesprek en de echt lijkende opdrachtbevestiging bewogen om de factuur maar te gaan betalen. In overleg werd besloten dat ik de factuur in drie keer zou gaan betalen.

Ik heb vervolgens naar de ING bankrekening [nummer] van [naam bedrijf] de afgesproken bedragen overgemaakt.

Ik vermoed dat mijn naam en handtekening is gekopieerd op de opdrachtbevestiging van [naam bedrijf] en dat ik zo ben opgelicht, Door de valse opdrachtbevestiging van [naam bedrijf] werd ik bewogen om de factuur te betalen.

31.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 6 oktober 2014, opgenomen op pagina 757 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 29] , namens [naam bedrijf] te Utrecht.

Op 30 september 2014 werd ik gebeld. Ik hoorde de man mij vertellen, dat hij namens een incassobedrijf belde. Ik hoorde dat de man tegen mij zei, dat ik een rekening open had staan van een reclamebureau.

Verder vroeg ik aan de man bij welk bedrijf deze rekening open stond. Daar kon de man geen antwoord op geven. Ik vond het maar een raar verhaal. Ik hoorde de man mij vertellen dat de gegevens van de openstaande rekening naar mijn mailadres zouden worden gestuurd.

Op dezelfde dag kreeg ik via mijn mailadres een brief toegezonden. Tevens zat er bij de mail een bijlage. Ik las in de bijlage dat de rekening 3200,00 euro was. Ik las dat de afzender [naam bedrijf] , hierna afgekort: [naam bedrijf] was. Ik heb nog nooit van [naam bedrijf] gehoord. Tevens heb ik [naam bedrijf] geen toestemming gegeven om mijn belangen te behartigen. Ik las dat de rekening was naar aanleiding van een vermelding op: www. [website] .nl.

Tevens zag ik dat mijn naam en mijn handtekening op het formulier stonden. Ik heb deze brief nooit ondertekend. Ik weet zeker dat deze handtekening vals is. Ik zag dat mijn naam niet juist is geschreven. Tevens zag ik dat de handtekening wel op mijn handtekening lijkt, maar ik zie toch verschillen.

32.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 1 april 2015, opgenomen op pagina 764 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 30] , namens [naam bedrijf] te Maasbracht.

Op 16 december 2011 heb ik een formulier ingevuld en ondertekend van het bedrijf [naam bedrijf] uit Veendam voor de Landelijke Telefoongids.

Doordat ik in die periode opnieuw heb leren schrijven heb ik dit geschreven en ondertekend met een specifiek schrift. Normaal gebruik je hoofdletters als je een naam schrijft, maar dat deed ik toen niet.

Op 7 oktober 2014 werd ik gebeld door een man genaamd [naam] van [naam bedrijf] . Deze man deelde mede dat er nog een factuur open stond en dat die betaald moest worden. Het ging om een vermelding van mijn bedrijf op de site www. [website] .nl. Als er niet betaald werd zouden ze de incassoprocedure in gang zetten. Ik kon mij niet herinneren dat ik daartoe opdracht had gegeven. De man zei dat hij me wel een factuur en getekende opdracht-bevestiging toe zou sturen per mail.

Op 7 oktober 2014 kreeg ik een mail van deze [naam] van [naam bedrijf] met daarbij gevoegd een factuur nummer [nummer] ad 1250,- euro en een opdrachtbevestiging van 9-8-2013 met daarop mijn naam en handtekening.

Ik zag direct dat mijn naam en handtekening exact zo geschreven waren als dat wat ik in 2011 op dat formulier van [naam bedrijf] had gezet. Ik herkende het specifieke schrift. Ik heb mijn naam en handtekening van het formulier van [naam bedrijf] vergeleken met mijn naam en handtekening op dit formulier van [naam bedrijf] en zag dat er sprake was van een kopie. Men heeft mijn naam en handtekening gekopieerd en zo een valse opdrachtbevestiging van [naam bedrijf] opgemaakt. Met deze valse opdrachtbevestiging heeft [naam bedrijf] mij getracht op te lichten.

33.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 5 augustus 2014, opgenomen op pagina 14 ev van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [naam] met betrekking tot het verrichte onderzoek naar de hierboven onder 28 tot en met 32 genoemde aangiftes, met daarin – zakelijk weergegeven – de op bewijsmiddelen 14 en 27 aanvullende bevindingen:

Uit de verkregen gegevens bleek o.a. dat bij de geldautomaat van de ASN(=SNS) op het adres [straatnaam] in Veendam diverse keren (5x) een geldbedrag van 1000,- euro was opgenomen vanaf de ASN bankrekening [nummer] .

Uit de opgevraagde gegevens van de ASN bank bleek het volgende:

Bankrekening [nummer] staat op naam van de heer [medeverdachte 2] , geboren [geboortedatum] -1981.

Bankgegevens ASN rekening [nummer] periode 1 april 2014 - 18 november 2014.

Uit de bankgegevens bleek o.a. dat op de rekening loon en leningen werden gestort afkomstig van het bedrijf [naam bedrijf] , [straatnaam] te Nieuw Scheemda. Het geld was afkomstig vanaf rekeningnummer [nummer] .

Al het bijgeboekte geld werd nagenoeg direct na bijboeking bij een geldautomaat in Veendam opgenomen.

Overige opvallende zaken op de rekening:

- Op 24 april 2014 werd er een geldbedrag van 1000,- euro van de rekening overgeboekt naar de rekening [nummer] van [getuige] met als omschrijving: “Ik hou van je xx [verdachte] ”.

- Op 20 mei 2014 werd er een geldbedrag van 900,- euro op de rekening bijgeboekt afkomstig van de rekening [nummer] met als omschrijving: Lap top gekocht marktplaats”.

- In augustus en september 2014 vinden er incasso’s plaats voor [website] en vanaf 28 oktober 2014 werden met de pinpas van de rekening regelmatig betalingen bij de betaalautomaat van de Gamma in Veendam gedaan.

Het bedrijf [naam bedrijf]

Bij de Kamer van Koophandel staat onder nummer [nummer] de Besloten Vennootschap “ [naam bedrijf] .” ingeschreven per datum akte van oprichting op 26-2-2014.

Het bezoekadres [straatnaam] te Nieuw Scheemda. Enige aandeelhouder en bestuurder is per diezelfde datum:

- [naam] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] -1995, adres [straatnaam] te Nieuw Scheemda.

Op het adres [straatnaam] te Nieuw Scheemda is het [naam bedrijf] gevestigd en naast voornoemde [naam] staan daar nog 19 personen ingeschreven met allemaal verschillende namen.

Bij de belastingdienst was het bedrijf [naam bedrijf] bekend. Er was

vastgelegd dat [naam bedrijf] en [naam] al lang verdwenen waren van de camping. Verder was er de aantekening dat het bedrijf gebruikt werd voor dubieuze (oplichtings)-praktijken.

Bankgegevens ING rekening [nummer] op naam van [naam bedrijf] periode 26 februari 2014 - 13 oktober 2014

Uit de verkregen gegevens bleek o.a.:

- De rekening betrof een zakelijke rekening ten name van het bedrijf [naam bedrijf] , [straatnaam] , [postcode] Nieuw Scheemda met één wettelijke vertegenwoordiger namelijk de heer [naam] , geboren [geboortedatum] -1995. Er was sinds 28 februari 2014 één betaalpas in omloop.

- Er werden op de rekening alleen geldbedragen bijgeboekt en weer overgeboekt. Er vonden geen geldopnames plaats of betalingen via betaalautomaten.

- Er werd geen omzetbelasting vanaf deze rekening betaald.

- De bijboekingen op de rekening van [naam bedrijf] waren afkomstig van verschillende bedrijven en particulieren.

- De overboekingen op de rekening vonden plaats met telebankieren. Het meeste geld werd overgeboekt naar ING rekening [nummer] ten name van [naam] met daarbij de vermeldingen: “privé” of “privé uitgave”. Er werd driemaal geld overgeboekt naar ABN-AMRO rekening [nummer] ten name van [naam] met daarbij de vermeldingen “loon 03-2014”, loon 04-2014” en “loon 05-2014” (totaalbedrag 4.488,90euro).

Er werd diverse malen geld overgeboekt naar ASN bankrekening [nummer] ten name van [medeverdachte 2] met daarbij de vermeldingen “loon 2014” en “lening” (totaalbedrag 15.758,- euro). Verder werd vier maal geld overgeboekt naar ABN-AMRO rekening [nummer] ten name van [naam] met daarbij de vermeldingen “loon 2014” en “lening” (totaalbedrag 9.239,- euro) en werd er vier maal geld overgeboekt naar de Duitse bankrekening DE [nummer] ten name van [naam] met daarbij de vermeldingen “verrichte werkzaamheden” (totaalbedrag 38.000,-).

Bankgegevens ING rekening [nummer] op naam van [naam bedrijf] periode 13 oktober 2014 tot 4 november 2014.

Uit de verkregen gegevens bleek o.a.:

- Op 16 oktober 2014 werd er een geldbedrag van 6.800,- euro op de rekening bijgeboekt afkomstig van [naam bedrijf] omschrijving [naam bedrijf] /2014/874

- Op 17 oktober 2014 werd er met telebankieren een geldbedrag van 2.500,- euro en een geldbedrag van 2.500,- euro overgeboekt naar rekening [nummer] van [naam] .

- Op 17 oktober 2014 werd tevens met een overschrijving een geldbedrag van 1.752,- euro overgeboekt naar rekening [nummer] van [medeverdachte 2] als “loon 2014”.

De IP (loggings) adressen die waren vastgelegd bij het telebankieren op de ING rekening [nummer] tussen 27 februari 2014 en 29 oktober 2014 werden door de ING bank ook aangeleverd.

Hieruit bleek o.a.:

- De gebruiker van de rekening [nummer] maakte bij het telebankieren tussen 27-2-2014 en 17-5-2014 gebruik van de gebruikersnamen “ [naam] ”, tussen 17-5-2014 en 30-6-2014 van “ [naam] ” en tussen 30-6-2014 en 29-10-2014 van “ [naam] ”.

- De drie meest gebruikte IP adressen bij dit telebankieren met bankrekening [nummer] waren: [nummer] , [nummer] en vanaf 22-09-2014 het IP adres [nummer] .

Uit de aangeleverde informatie bleek vervolgens dat het IP adres [nummer] toebehoorde aan:

Het bedrijf “ [naam bedrijf] ”, [straatnaam] , [postcode] , Veendam. Dit was hetzelfde IP adres als werd gebruikt bij het telebankieren op rekening [nummer] van [naam bedrijf] en de rekening [nummer] van [naam bedrijf] , zoals eerder vermeld in dit proces-verbaal.

Deze abonnee was op 10-10-2014 afgesloten wegens wanbetaling en per 1-11-2014 was het volledige abonnement opgezegd. Deze abonnee zou op het adres [straatnaam] , [postcode] Veendam wonen met het IP adres [nummer] met de naam [naam] (vader van [verdachte] )

Het IP adres [nummer] behoorde toe aan: [naam] . [straatnaam] , [straatnaam] , moeder van [medeverdachte 2] . Op 18-9-2014 was deze abonnee omgezet van coax naar glasvezel en heeft het nieuwe IP adres [nummer] gekregen.

Bankgegevens ING rekening [nummer] op naam van [naam bedrijf] periode 4 november 2014 - 6 februari 2015

Uit de verkregen gegevens bleek o.a.:

- In december 2014 en januari 2015 waren er gelden op de rekening bijgeboekt van vier verschillende bedrijven.

- Het geld werd direct na binnenkomst doorgeboekt naar de rekening [nummer] van [naam] (omschrijving privé) of de bankrekening [nummer] van [medeverdachte 2] (omschrijving loon).

De twee meest gebruikte IP adressen bij dit telebankieren met bankrekening [nummer] in deze periode waren: [nummer] en [nummer] .

Het IP adres [nummer] behoorde toe aan: [naam] , [straatnaam] , [straatnaam] .

Het IP adres [nummer] . Het bleek toe te behoren aan [medeverdachte 2] , [straatnaam] , [postcode] Veendam, emailadres [mailadres] .nl, telefoonnummer [nummer] en [nummer] .

Bankgegevens ING rekening [nummer] op naam van [naam] per. 26 februari 2014 - 4 november 2014.

Alle bijboekingen op de rekening waren afkomstig van de rekening van [naam bedrijf] nummer [nummer] .

Direct na de bijboekingen werd het geld op de rekening cash opgenomen bij geldautomaten in Veendam.

Doorzoeking woning [straatnaam] te Veendam

In deze woning was een ruimte geheel ingedeeld als werkkantoor. Een aanwezige laptop was direct aangesloten op een scanapparaat. In deze ruimte werden diverse ordners en losse papieren in beslag genomen waaronder veel zogenaamde “facturen” en “getekende opdrachtbevestigingen van het bedrijf [naam bedrijf] . Er werden diverse goederen in beslag genomen, zoals drie laptops en verschillende bankpassen op verschillende namen en bedrijven.

Uit dit onderzoek bleek o.a.:

- Een inbeslaggenomen portemonnee bevatte o.a. pinpassen van de verdachte [verdachte] , een tijdelijke pinpas van het verdachte bedrijf [naam bedrijf] , een tijdelijke pinpas van [naam] en een pinpas van (een money mule) [naam] .

- Uit de inbeslaggenomen administratie bleken diverse vervalste opdrachtbevestigingen van verschillende personen/bedrijven op documenten van [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] .

- Op een inbeslaggenomen externe harde schijf werden ruim 700 ingescande namen en handtekeningen aangetroffen van diverse verschillende personen in verband met de gepleegde oplichtingen door [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] .

- Op deze externe harde schijf stond tevens een mapje “opdrachten [verdachte] ” met daarin ook diverse vervalste opdrachtbevestigingen en ingescande namen en handtekeningen.

[straatnaam] te Veendam

Op 26 februari 2015 werd er gesproken met de eigenaar van het pand, de heer [naam] . Hij liet weten dat hij het pand [straatnaam] te Veendam tot aan eind 2014 verhuurd had aan [medeverdachte 2] en [verdachte] . Zij waren in het pand werkzaam geweest met advertenties bij [verdachte] .

Met betrekking tot alle feiten

34.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor verdachte van d.d. 15 februari 2016, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] .

Algemeen

De Apple in de laptoptas in de afgesloten kast in de werkkamer is van mij. Ik had een sleutel van die kast. Ik geloof dat [verdachte] ook een sleutel had van de kast. Verder niemand.

De externe harde schijf in een groen hoesje, die was ook van mij.

Ik ben grotendeels bezig geweest met de aangetroffen valse opdrachtbevestigingen van [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] .

[verdachte] is er ook mee bezig geweest. Hij heeft gezorgd voor de namen en handtekeningen van de betreffende personen.

lk was bezig met de handtekeningen. Ik had ze klaargemaakt. Ik ben geen beller. Grotendeels

gebeurde dit door [verdachte] .

Het benaderen van klanten deden [verdachte] en [naam] . Dit werd allemaal geregeld door [verdachte] . Er waren nog wel meer die belden. Er was nog een nichtje van [verdachte] , [naam] . En nog een [naam] . Dit waren vriendinnen van [naam] . [verdachte] was de baas van de bellers. Hij had het geregeld. [verdachte] bepaalde wat er moest gebeuren.

[verdachte] had de klanten aan de lijn. Hij had de bestanden op de computer en verstuurde de meeste opdrachten. Het is voorgekomen dat ik ook bestanden verstuurde. [verdachte] vroeg mij dan om het bestand te versturen. Ik wist dat de bestanden vals waren.

[naam bedrijf]

De bankrekeningen op naam van het bedrijf en de mensen van dit bedrijf, dat was [verdachte] zijn werk.

Het bedrijf stond op naam van [naam] . Ik heb niet met hem gesproken.

Zowel [verdachte] als ik gebruikten de rekeningen en deden het telebankieren van de rekeningen.

Het contact met de slachtoffers deden [verdachte] en de dames die ik zojuist heb genoemd.

Het versturen van de opdrachten naar de slachtoffers gebeurde hoofdzakelijk door [verdachte] . Mijn taak was het maken van de opdrachten. Het maken van de website en het onderhouden hiervan.

De opdrachten legde ik in een bakje en [verdachte] kon ze er dan uithalen.

Als er iets was dan gingen de dames naar [verdachte] toe.

Ze gebruikten verschillende namen. Maar niet hun eigen namen.

Hoe het oplichten begon? Op een gegeven moment kwam [verdachte] bij me en zei dat hij met me samen wilde werken. Ik wilde dit eerst niet. Na een aantal keren vroeg hij me of ik websites voor hem wilde bouwen en deze te onderhouden. Ik was alleen benaderd voor de websites. Later kwamen daar de opdrachten bij.

[naam bedrijf]

Met [naam bedrijf] ging het op dezelfde manier als met [naam bedrijf] . Ook via [verdachte] .

[verdachte] kwam ook met dit bedrijf aan.

De mensen die voor [naam bedrijf] werkten, werkten ook voor [naam bedrijf] .

Ik kreeg een papier van [verdachte] met dingen die gedaan moesten worden. Ik kreeg ook de namen die onder de formulieren gezet moesten worden. Ik wist dat dit niet klopte.

[naam bedrijf]

[verdachte] kwam met het bedrijf [naam bedrijf] . Hij kwam met de bankrekeningen. Het telebankieren en het geld pinnen deden wij met ons tweeën.

Het gepinde geld gaf ik aan [verdachte] . Ik heb zelf ook wel wat gehad.

Van 1000 euro pinnen mocht ik 150, 200 euro houden. De rest ging naar [verdachte] .

De ongetekende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen [naam bedrijf] en ik over de periode 3-3-2014 tot 2-3-2015 heb ik samen met [verdachte] klaargemaakt. Dit was een vals document.

[verdachte] vroeg mij om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen [naam bedrijf] en [naam] over de periode 3-3-2014 tot 3-3-2015 op te stellen.

Er zat een standaard overeenkomst in de computer.

[verdachte] heeft de arbeidsovereenkomsten en de werkgeversverklaringen gemaakt en ondertekend met betrekking tot [naam] .

De salarisspecificaties zaten in de computer. [verdachte] heeft deze documenten opgemaakt.

De standaardcontracten zaten in de computer. Deze computer stond in de kast. Ik werkte er op maar [verdachte] ook. Hij heeft ze geprint en ook getekend.

[verdachte] had overal de sleutels van. Hij kon overal bijkomen. [verdachte] was ook vaker aan de [straatnaam] in Veendam dan ik.

Over de goederen doorzoeking [straatnaam] te Veendam

De bruine portemonnee die in de lade van de tafel in de woonkamer van de [straatnaam] in Veendam is aangetroffen met daarin bankpassen is van [verdachte] . De ING betaalpas van rekeningnummer eindigend op [nummer] is van [naam] . Dit is een tijdelijke pas.

Over de goederen doorzoeking [straatnaam] te Veendam

De bij de doorzoeking aangetroffen bankpas van de Triodosbank op naam van [naam] , [nummer] had ik in mijn bezit.

Wij werkten op het [straatnaam] in Veendam. Daar zijn we begonnen. Dit huurden we van [naam] . Die woont naast dit pand. Hierna aan de [straatnaam] .

Over de goederen fouillering en auto

Mijn handtekening staat onder de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen mij en [naam bedrijf] ., rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [naam] .

De salarisspecificaties in verband met de huurwoning aan de [straatnaam] waren ook vals. Ik heb dit samen met [verdachte] gedaan.

35.de naar wettelijk voorschrift opgemaakte processen-verbaal verhoor verdachte d.d. 15 maart 2015, 16 en 17 april 2015 en 13 mei 2015, opgenomen op pagina 271 ev van voornoemd dossier, inhoudende de verklaringen van [verdachte] .

[straatnaam] te Veendam is het adres van [medeverdachte 2] , dat is een vriend/familiekennis.

Ik verbleef of kwam daar wel 2 keer in de week, met mijn vriendin [naam] .

[naam] werkte daar en deed daar marketing werkzaamheden.

De portemonnee die gevonden is in de la van de salontafel in de woning [straatnaam] te Veendam is van mij.

U geeft aan dat het IP adres [nummer] toebehoorde aan het bedrijf “ [naam bedrijf] ”, [straatnaam] , [postcode] , Veendam.

De abonnee zou op het adres [straatnaam] , [postcode] Veendam wonen met het IP adres [nummer] met de naam van mijn vader [naam] .

Het bedrijf [naam bedrijf] was van een kennis van mij, namelijk [naam] . [naam] had zijn bedrijf aan het [straatnaam] te Veendam. [naam] stopte met het bedrijf en toen ik dit hoorde, dacht ik yes dan heb ik een plekje waar ik met mijn vriendin kon zijn.

Daarom heb ik bij de eigenaar van het pand [naam] een goed woordje gedaan zodat [naam] die ruimte kon huren.

36. de naar wettelijk voorschrift opgemaakte processen-verbaal d.d. 13 en 14 april 2015, opgenomen op pagina 206 ev van voornoemd dossier, inhoudende de verklaringen van [getuige] .

[straatnaam] te Veendam is een flatwoning waar ik wel veel met mijn vriend kwam. Ik bleef daar ook wel slapen met mijn vriend [verdachte] . De flat is van [naam] , die heeft daar ook zijn bedrijfje.

Ik kwam in die flat vanaf okt/nov 2014.

Er was een slaapkamer waar een kantoor met faxen, printers was. Dit was een werkkamer van [naam] .

Mijn vriend heeft ook wel aan dit bureau gewerkt.

[verdachte] is wel bekend met de reclamewereld.

Twee en een halfjaar geleden ging ik met [verdachte] . [verdachte] had toen al een eigen bedrijfje. Dit bedrijfje zat toen in een gebouw waar [naam] ook al zat.

Ik heb mijn vriend de naam [naam bedrijf] wel eens horen zeggen.

[verdachte] pinde wel bij de ABN, ING en SNS. Dit zit in Veendam dicht bij elkaar. Ik zag dat hij wel diversen pasjes in zijn portemonnee had.

Hij had over het algemeen veel contant geld bij zich.

Ik weet dat [verdachte] en [naam] iets hadden op het adres [straatnaam] in Veendam.

Als ik aan de [straatnaam] was zaten de jongens [naam] en [verdachte] aan de achterzijde aan een bureau en de meiden in het voorste gedeelte.

Als er gebeld werd dan nam een van de meiden de telefoon op. Ik ben er maar een enkele keer overdag geweest.

37. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige door de rechter-commissaris, d.d. 3 februari 2016, inhoudende de verklaring van [getuige] .

U houdt mij voor dat er via een rekeningnummer van [naam bedrijf] geld is overgemaakt naar mij toe. Het kan best zijn dat [naam] geld heeft overgemaakt naar mij met gebruikmaking van een [naam bedrijf] rekeningnummer, dat heeft [verdachte] mij verteld. Ik heb [naam] er niet over gesproken.

U houdt mij voor dat ik bij de politie heb verklaard dat [verdachte] wel eens aan het werk was aan de [straatnaam] . Dat klopt. Hij heeft mij ook wel verteld dat het werk te maken had met reclame en marketing en dat hij dat met [naam] deed. Ik heb [verdachte] ook wel eens achter een laptop in die werkkamer gezien.

Ik heb [verdachte] wel eens horen zeggen dat hij aan het werk was met [naam] , maar ik heb dat nooit gezien.

Het klopt dat [naam] en [verdachte] aan de achterzijde aan een bureau zaten en de meiden in het voorste gedeelte van de flat. Ik weet echter niet wat ze daar deden. De meiden die ik daar heb gezien waren [naam] [de rechtbank begrijpt: [naam]], [naam] en [naam] . Ik heb wel eens gezien dat ze de telefoon opnamen.

38.een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 28 april 2015, opgenomen op pagina 334 ev van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring [naam] .

[naam bedrijf] . Ik heb daar zogenaamd gewerkt.

Ze zochten iemand voor een soort callcenter.

Het kwam er op neer dat ik thuis gebeld werd op de gekregen telefoon en dat ik moest zeggen dat de mensen wie ze moeten hebben nu in vergadering zaten en dat ze later teruggebeld zouden worden. Ik moest dan op een Excel lijst bijhouden wie hadden gebeld. Zo’n beetje om de 3 dagen ging ik met de laptop naar dat soort buurthuis aan de [straatnaam] .

Daarna nam ik de laptop weer mee ging ik weer naar huis. Ik heb dit werk iets van 2 a 3

maanden gedaan en verdiende hiermee iets van 1400,00 per maand.

De laptop heb ik in het [straatnaam] gekregen. Er lagen wel 5 dezelfde laptops en ik kon er daar een van pakken. De telefoon kreeg ik daar ook. Zowel de laptop als de telefoon kreeg ik van de jongen die ik ken als [naam] .

In dat pand van [naam bedrijf] aan de [straatnaam] te Veendam waren nog meer mensen aanwezig.

Ik weet dat mijn broer daar aardig veel was.

De mensen die mij belden waren mensen die wisten wie ze moesten hebben.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 mei 2013 tot en met 1 december 2014, te Veendam, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen, en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- handelende onder de bedrijfsnaam [naam bedrijf] , (onder meer) [naam bedrijf] en [slachtoffer 1] namens [naam bedrijf] en [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, en

- handelende onder de bedrijfsnaam [naam bedrijf] , [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, te weten 2541 euro, en

- handelende onder de bedrijfsnaam [naam bedrijf] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 32] heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld,

hebbende verdachte en/of zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- aan onder meer genoemde bedrijven en/of personen een factuur toegezonden, welke moest doorgaan voor een reguliere factuur voor de plaatsing van een advertentie, in elk geval voor een verleende dienst, die in opdracht van genoemde bedrijven en/of personen, door [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] was verricht, en

- daarbij (telkens) een opdrachtbevestiging, die moest bevestigen dat de bedoelde opdracht was verstrekt, welke opdrachtbevestiging was voorzien van een valse en/of vervalste handtekening(en) van en/of namens de vermeende opdrachtgever aan genoemde bedrijf/bedrijven en/of persoon/personen toegezonden,

waardoor genoemde bedrijven en/of personen werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 mei 2013 tot en met 1 december 2014, te Veendam, althans (elders) in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, na te noemen bedrijven en/of personen te bewegen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, (telkens) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, na te noemen bedrijven en/of personen

- een factuur heeft toegezonden, welke (telkens) moest doorgaan voor een reguliere factuur voor de plaatsing van een advertentie, in elk geval voor een verleende dienst, die in opdracht van genoemde bedrijf/bedrijven en/of persoon/ personen door [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] was verricht, en/of

- daarbij (telkens) een opdrachtbevestiging, die zou/moest bevestigen dat de bedoelde opdracht was verstrekt, welke opdrachtbevestiging was voorzien van een valse en/of vervalste handtekening(en) van en/of namens de vermeende opdrachtgever(s) heeft toegezonden en/of

- telefonisch contact heeft opgenomen en/of daarbij heeft gemaand tot het betalen van het opgegeven bedrag en/of heeft gedreigd een incassoprocedure te starten,

welke bovengenoemde handelingen met bovengenoemd oogmerk door verdachte en/of zijn mededaders handelende onder de bedrijfsnaam [naam bedrijf] , werden uitgevoerd/verricht ten opzichte van (ondermeer)

- [slachtoffer 7] en/of het bedrijf [naam bedrijf] te Vlaardingen en

- [slachtoffer 8] en/of [naam bedrijf] te Millingen aan de Rijn en

- [slachtoffer 9] en/of [naam bedrijf] te Zwolle en

- [slachtoffer 10] en/of [naam bedrijf] te Zwolle en

- [slachtoffer 11] en/of [naam bedrijf] te Roosendaal en

- [slachtoffer 12] en/of [naam bedrijf] te Mijdrecht en

- [slachtoffer 14] en/of [naam bedrijf] te Hansweert en

- [slachtoffer 15] te Oosterhout en

- [slachtoffer 16] en/of [naam bedrijf] te Rotterdam en

- [slachtoffer 17] en/of [naam bedrijf] te Gorredijk en

welke bovengenoemde handelingen met bovengenoemd oogmerk door verdachte en/of zijn mededaders handelende onder de bedrijfsnaam [naam bedrijf] , werden uitgevoerd/verricht ten opzichte van (ondermeer)

- [slachtoffer 18] en/of het [naam bedrijf] te Well en

- [slachtoffer 19] en/of [naam bedrijf] te Soest en

- [slachtoffer 20] en/of [naam bedrijf] te Haelen en

- [slachtoffer 21] en/of [naam bedrijf] te Roosendaal en

- [slachtoffer 22] en/of [naam bedrijf] te Assen en

- [slachtoffer 23] en/of [naam bedrijf] te Papendrecht en

- [slachtoffer 24] en/of [naam bedrijf] te Utrecht en

- [slachtoffer 25] en/of [naam bedrijf] te Berlicum en

- [slachtoffer 26] en/of [naam bedrijf] te Amersfoort en

- [slachtoffer 27] en/of [naam bedrijf] te Berkel en Rodenrijs en

- [slachtoffer 28] en/of [naam bedrijf] te Noordwijk en

welke bovengenoemde handelingen met bovengenoemd oogmerk door verdachte en/of zijn mededaders handelende onder de bedrijfsnaam [naam bedrijf] , werden uitgevoerd/verricht ten opzichte van (ondermeer)

- [slachtoffer 29] en/of [naam bedrijf] te Utrecht en

- [slachtoffer 30] en/of [naam bedrijf] te Maasbracht,

terwijl de uitvoering van dat/die voorgenomen misdrijf/misdrijven telkens niet is voltooid;

3.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 mei 2013 tot en met 1 december 2014, te Veendam en/of te Amsterdam en/of te [pleegplaats] , althans (elders) in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft verdachte

op een stelselmatige en/of bedrijfsmatige wijze bedrijven en/of personen benaderd en/of bewogen tot het voldoen van (een) factuur/facturen voor (een) vermeende geleverde dienst(en), en/of heeft verdachte (vervolgens) (telkens) van een voorwerp, te weten telkens een hoeveelheid geld, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dat geld, althans dat voorwerp (telkens) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit het misdrijf;

4.

hij op verschillende tijdstippen, in de periode van 1 mei 2013 tot en met 1 december 2014, te Veendam, althans in de gemeente Veendam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) valse of vervalst(e) opdrachtbevestiging(en), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) genoemde opdrachtbevestiging hebben/heeft toegezonden aan (ondermeer)

- [slachtoffer 31] en/of [naam bedrijf] te Harderwijk en

- [slachtoffer 1] en/of [naam bedrijf] te Helmond en

- [slachtoffer 2] en/of [naam bedrijf] te Wassenaar en

- [slachtoffer 7] en/of [naam bedrijf] te Vlaardingen en

- [slachtoffer 15] te Oosterhout en

- [slachtoffer 16] en/of [naam bedrijf] te Rotterdam en

- [slachtoffer 3] en/of [naam bedrijf] te Veenendaal en

- [slachtoffer 5] en/of [naam bedrijf] te Lijnden en

- [slachtoffer 4] en/of [naam bedrijf] te Rotterdam en

- [slachtoffer 32] en/of [naam bedrijf] te Mierlo

en bestaande die valsheid of vervalsing in het gebruik en/of het plaatsen van (een) handtekening(en) op de genoemde opdrachtbevestigingen, welke handtekeningen (telkens) van (een) andere formulieren dan die opdrachtbevestigingen was/waren gekopieerd;

5.

hij in de periode van 1 mei 2013 tot en met 1 december 2014, te Veendam, althans in de gemeente Veendam en/of te [pleegplaats] en/of te Amsterdam, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband handelende onder de bedrijfsnaam/bedrijfsnamen [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het plegen van oplichting (artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- het plegen van valsheid in geschrifte (artikel 225 Wetboek van Strafrecht) en/of

- het plegen van witwassen (artikel 420bis/ter/quater Wetboek van Strafrecht),

hierin bestaande dat verdachte in/binnen het genoemde samenwerkingsverband toen aldaar als bestuurder en/of leider en/of werknemer van bovengenoemd(e) bedrijf/bedrijven werkzaam was, althans werkzaamheden verrichtte;

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

2. medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd.

3. van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

4. medeplegen van opzettelijk gebruik maken van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik, meermalen gepleegd.

5. deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij een eventueel op te leggen straf rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte tijdens zijn detentie een aantal weken in beperkingen heeft doorgebracht. Voorts dient mee te wegen het tijdsverloop in onderhavige zaak.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het over hem opgemaakte reclasseringsrapport en de over verdachte beschikbare medische informatie, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met anderen in een crimineel samenwerkingsverband een zeer groot aantal bedrijven opgelicht door zogenoemde advertentie fraude. Uit het dossier komt naar voren dat ten behoeve van deze fraude een drietal besloten vennootschappen (BV’s) zijn gebruikt die in de ten laste gelegde periode actief zijn geweest. De criminele organisatie benaderde bedrijven en particulieren om hen te bewegen valse facturen te voldoen in verband met plaatsing van advertenties op websites. De organisatie stuurde veelal een nieuwe factuur en een vervalste opdracht-bevestiging om het verhaal geloofwaardig te laten zijn. Ook werd veelal gemeld dat de deurwaarder of een incassobureau zou worden ingeschakeld indien niet tot betaling zou worden overgegaan. Een aantal bedrijven is door het sturen van de opdrachtbevestiging tot betaling overgegaan. De organisatie heeft door die handelwijze in totaal een bedrag van bijna € 400.000,-- weten te verkrijgen. Deze gelden werden na ontvangst direct overgeboekt naar andere bankrekeningen en vervolgens contant opgenomen.

Verdachte heeft hierin een belangrijke rol gespeeld omdat hij de namen en handtekeningen voor de opdrachtbevestigingen heeft aangeleverd. Hij is bovendien betrokken geweest bij het overboeken van de ontvangen gelden naar de bankrekeningen van katvangers en heeft ook een deel van deze bedragen gepind.

Verdachte heeft door zijn handelen er aan bijgedragen dat het vertrouwen dat men in het economisch verkeer mag stellen in hoge mate is geschonden en hij heeft bovendien meerdere personen en bedrijven ernstig gedupeerd. De omvang van de fraude, het professionele en georganiseerde verband waarin dit plaatsvond en de rol die verdachte daarin heeft gespeeld rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank in beginsel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De op te leggen straf zal echter enigszins lager uitvallen dan door de officier is gevorderd, omdat de rechtbank, anders dan de officier van justitie, niet bewezen acht dat verdachte als bestuurder of oprichter van de criminele organisatie kan worden aangemerkt. Daarnaast zal de rechtbank, net als de officier van justitie dat heeft gedaan, het tijdsverloop in deze zaak betrekken bij de hoogte van de op te leggen straf.

Ook omdat uit het dossier naar voren komt dat verdachte in het verleden verbonden is geweest aan bedrijven die zich bezig hielden met acquisitie in de reclamewereld, zal de rechtbank een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Dit om verdachte er van te weerhouden zich in de toekomst wederom bezig te houden met criminele (acquisitie)activiteiten.

Alles overwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijke met een proeftijd van 3 jaren.

Benadeelde partijen

De volgende bedrijven/personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [naam bedrijf] tot een bedrag van € 766,-- ter zake van materiële schade.

2. [naam bedrijf] , tot een bedrag van € 2541,-- ter zake van materiële schade.

3. [naam bedrijf] , tot een bedrag van € 167,64 ter zake van materiële schade.

4. [naam bedrijf] , tot een bedrag van € 1563,72 ter zake van materiële schade.

5. [slachtoffer 15] , tot een bedrag van € 329,56 ter zake van materiële schade.

6. [naam bedrijf] , tot een bedrag van € 1815,-- ter zake van materiële schade.

7. [naam] , curator in het faillissement van [naam bedrijf] , tot een bedrag van

€ 83.010,02 ter zake van materiële schade.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen hiervoor genoemd onder 1, 2 en 7 kunnen worden toegewezen nu die vorderingen voldoende zijn onderbouwd. De benadeelde partijen hiervoor genoemd onder 3 en 5 dienen niet ontvankelijk te worden verklaard in de vorderingen omdat die vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd.

De vorderingen van de benadeelde partijen hiervoor genoemd onder 4 en 6 houden naar het oordeel van de officier van justitie geen direct verband met de ten laste gelegde feiten, zodat deze benadeelde partijen eveneens niet ontvankelijk zijn in de vorderingen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu in zijn visie voor alle feiten vrijspraak moet volgen. In aanvulling daarop heeft de raadsman zich met betrekking tot de vordering onder 7 op het standpunt

dermate dat deze vordering hoe dan ook niet ontvankelijk is, nu deze zodanig complex is dat een goede beoordeling daarvan een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen.

Oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot de benadeelde partij genoemd onder 2:

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedings-maatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Met betrekking tot de benadeelde partijen genoemd onder 3 en 5:

De rechtbank acht met de officier van justitie en de verdediging de vorderingen onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partijen in de vorderingen niet ontvankelijk zijn.

Met betrekking tot de benadeelde partijen genoemd onder 1, 4 en 6:

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het causaal verband tussen de schade en de ten laste gelegde oplichting door de in de tenlastelegging genoemde bedrijven ontbreekt. De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partijen in de vorderingen niet ontvankelijk zijn.

Met betrekking tot de benadeelde partij genoemd onder 7:

De rechtbank overweegt dat het hier gaat om een vordering die namens de failliete boedel van [naam bedrijf] door de curator is ingediend. De vraag of de gefailleerde vennootschap – in feite niet meer dan een vehikel voor de gepleegde oplichtingen – rechtstreeks schade heeft geleden door het handelen van verdachte en of de curator om die reden als benadeelde partij in het strafproces ontvangen kan worden, roept vragen van civielrechtelijke en faillissementsrechtelijke aard op die in dit strafproces niet zonder (voor de voortgang onevenredig belastend) nader onderzoek beantwoord kunnen worden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de schade die [naam bedrijf] stelt te hebben geleden – in grote lijnen gaat het daarbij om de vorderingen die de slachtoffers van de oplichtingen als schuldeisers op de failliete boedel zouden hebben – niet het directe gevolg is geweest van strafbaar handelen door de verdachten jegens die vennootschap zelf, maar een bijkomend gevolg van het gebruik van de naam van [naam bedrijf] bij de oplichtingen. In zoverre verschilt de onderhavige casus dan ook van het door de curator aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 15 april 2003 (ECLI:HR:2003:AF4265), waarin de aangesproken verdachte schuldig was verklaard aan bedrieglijke bankbreuk wegens het onttrekken van vermogensbestanddelen aan de boedel. In feite komt het er in de onderhavige zaak op neer dat de curator optreedt als belangenbehartiger van de schuldeisers, die in dit geval zelfstandig, als degene jegens wie rechtsreeks een onrechtmatige daad is gepleegd en desgewenst als benadeelde partij in het strafproces, een vorderingsrecht hebben op de verdachten zelf, met dat – voor die schuldeisers nadelige – verschil dat betaling van een eventuele schadevergoeding in dit geval niet (direct) ten bate zou komen van die schuldeisers maar van de gehele boedel.

Gezien het voorgaande zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren; deze kan desgewenst aangebracht worden bij de burgerlijke rechter.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14, 14b, 14c, 27, 36f, 45, 47, 57, 140, 225, 326, 420bis en 420ter, van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam bedrijf] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2541,-- (zegge: tweeduizend vijfhonderdeenenveertig euro).

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam bedrijf] te betalen een bedrag van € 2541,-- (zegge: tweeduizend vijfhonderdeenenveertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 35 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam bedrijf] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partijen [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [slachtoffer 15] , [naam bedrijf] en [naam] , curator in het faillissement van [naam bedrijf] , in hun vorderingen niet ontvankelijk zijn.

Bepaalt dat verdachte en de benadeelde partijen de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. F. Sieders, rechters, bijgestaan door D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 oktober 2017.