Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:3744

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28-09-2017
Datum publicatie
02-10-2017
Zaaknummer
18/930109-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt verdachte vrij van driemaal oplichting, nu uit de stukken in het dossier niet kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander, aangevers door gebruikmaking van oplichtingsmiddelen heeft bewogen tot de afgifte van verschillende goederen.

De rechtbank veroordeelt verdachte voor tweemaal oplichting en eenmaal opzetheling tot een taakstraf voor de duur van 100 uren. De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan het onder 2 ten laste gelegde kunnen dienen als schakelbewijs voor het onder 1 ten laste gelegde, nu sprake is van een herkenbare en zeer specifieke modus operandi. Immers, de werkwijze bij de afzonderlijke feiten komt in grote mate overeen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2016-07-01
Wetboek van Strafrecht 63, geldigheid: 2016-07-01
Wetboek van Strafrecht 326, geldigheid: 2010-04-01
Wetboek van Strafrecht 416, geldigheid: 2002-04-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/930109-15

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken

d.d. 28 september 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 september 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J. Dekens, advocaat te Odoorn. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Brontsema.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. Aangifte blz. 46)

zij in of omstreeks de periode van 9 april 2013 tot en met 22 april 2013 in de gemeente Culemborg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten

- een of meer bureaus

- een of meer aanbouwdelen

- een of meer bureaustoelen

- een of meer roldeurkasten

- een of meer fauteuils ('Groeten uit Holland' en/of 'Karel Doorman'),

althans enig goed, hierin bestaande dat verdachte en/of haar mededader(s)

- zich tegenover die [slachtoffer 1] bekend hebben/heeft gemaakt met de naam ' [naam] ' en/of

- die [slachtoffer 1] hebben/heeft medegedeeld dat zij met hem contact opnamen namens het bedrijf ' [naam bedrijf] ' en/of

- die [slachtoffer 1] hebben/heeft medegedeeld dat zij bovengenoemde goederen wilden huren en daarvoor een offerte hebben/heeft geaccepteerd, waarbij zij de indruk wekten te kunnen en zullen betalen, en/of

- een emailadres hebben/heeft aangemaakt met een domeinnaam die paste bij bovengenoemd bedrijf en/of

- een telefoonnummer bekend hebben/heeft gemaakt bij die [slachtoffer 1] waarop zij bereikbaar zouden zijn en/of

- het factuuradres op het vestigingsadres van [naam bedrijf] hebben/heeft gezet, om zo het vertrouwen te wekken bij die [slachtoffer 1] ;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

zij in of omstreeks de periode van 9 april 2013 tot en met 10 december 2014 in de gemeente Culemborg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, goederen, te weten - een of meer fauteuils ('Groeten uit Holland'en/of 'Karel Doorman'), althans enig goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

2. ( Aangifte blz. 170)

zij in of omstreeks 17 mei 2013 tot en met 1 juni 2013 in de gemeente Ede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een jacuzzi sunrans (type SR 830), hierin bestaande dat verdachte en/of haar mededader(s)

- zich tegenover die [slachtoffer 2] bekend hebben/heeft gemaakt met de naam ' [naam] ' en/of

- die [slachtoffer 2] hebben/heeft medegedeeld dat zij met hem contact opnamen namens het bedrijf ' [naam bedrijf] ' en/of

- die [slachtoffer 2] mee te delen dat zij een jacuzzi wilden huren en daarvoor een offerte hebben/heeft geaccepteerd, en een aanbetaling hebben/heeft gedaan van 200 euro, waarbij het vertrouwen in het willen en kunnen betalen van de rekening en het retourneren van het goed werd gewekt en/of

- bij het afhalen van de jacuzzi een kopie ID-kaart van [naam] hebben/heeft afgegeven en/of

- een uittreksel van de Kamer van Koophandel hebben/heeft overhandigd en/of

- een emailadres met het domeinnaam van het bovengenoemde bedrijf hebben/heeft gemaakt voor de communicatie met die [slachtoffer 2] en/of

- een telefoonnummer bekend hebben/heeft gemaakt waarop zij bereikbaar zouden zijn.

3. ( Aangifte blz. 231)

zij in of omstreeks de periode van 17 mei 2013 tot en met 26 mei 2013 in de gemeente Noordoostpolder, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een jacuzzi met deksel en een bar, hierin bestaande dat verdachte en/of haar mededader(s)

- zich tegenover die [slachtoffer 3] bekend hebben/heeft gemaakt met de de naam ' [naam] ' en/of

- die [slachtoffer 3] hebben/heeft medegedeeld dat zij contact met hem opnamen namens een bedrijf in verband met een openingsfeest en/of

- die [slachtoffer 3] mee te delen dat zij een jacuzzi en een bar wilden huren en daarvoor een offerte hebben/heeft geaccepteerd waarbij zij de indruk wekten te kunnen en zullen betalen en/of

- bij het afhalen van de jacuzzi en de bar een kopie ID-kaart van [naam] hebben/heeft afgegeven en/of

- een emailadres met het domeinnaam van het bovengenoemde bedrijf hebben/heeft gemaakt voor de communicatie met die [slachtoffer 3] en/of

- een telefoonnummer bekend hebben/heeft gemaakt waarop zij bereikbaar zouden zijn.

4. ( Aangifte blz. 272)

zij in of omstreeks de periode van 29 juli 2013 tot en met 15 augustus 2013 in de gemeente Roermond, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten 1250 USB sticks van 8 GB van het merk Twister, hierin bestaande dat verdachte en/of haar mededader(s)

- zich tegenover die [slachtoffer 4] bekend hebben/heeft gemaakt met de naam ' [naam] ' en/of

- die [slachtoffer 4] hebben/heeft medegedeeld dat zij contact met hem opnamen namens het bedrijf [naam bedrijf] en/of

- 1250 USB sticks hebben/heeft besteld en de offerte hebben/heeft geaccepteerd namens het bovengenoemde bedrijf waarbij het vertrouwen in het willen en kunnen betalen van de rekening werd gewekt en/of

- een emailadres hebben/heeft aangemaakt een aangepaste domeinnaam (techemail) voor de communicatie met die [slachtoffer 4] en/of

- een telefoonnummer bekend hebben/heeft gemaakt waarop zij bereikbaar zouden zijn;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

zij in of omstreeks 29 juli 2013 tot en met 10 december 2014 te Roermond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, 1250 USB sticks van 8 GB van het merk Twister, althans enig goed, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van de USB sticks wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

5. ( Aangifte blz. 309)

zij in of omstreeks de periode van 14 mei 2013 tot en met 20 mei 2013 in de gemeente Groningen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten

- 2 poffertjesplaten

- 1 rookmachine

- 1 popcornmachine

- 1 suikerspinmachine

- 2 barbecues

- 2 elektrische heaters

- 4 gasheaters

- 6 gasflessen

althans enig goed, hierin bestaande dat verdachte en/of haar mededader(s)

- zich tegenover die [slachtoffer 5] bekend hebben/heeft gemaakt met de naam ' [naam] ' en/of

- die [slachtoffer 5] hebben/heeft medegedeeld dat zij met hem contact opnamen namens het bedrijf ' [naam bedrijf] '

- die [slachtoffer 5] mee te delen dat zij bovengenoemde goederen wilden huren en daarvoor een offerte te hebben/heeft geaccepteerd, waarbij het vertrouwen in het willen en kunnen betalen van de rekening en het retourneren van de goederen werd gewekt en/of

- een emailadres hebben/heeft aangemaakt met een domeinnaam die paste bij het bovengenoemde bedrijf en/of

- een telefoonnummer bekend hebben/heeft gemaakt waarop zij bereikbaar zouden zijn.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat op basis van het voorliggende dossier het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, in die zin dat bij alle feiten sprake is geweest van medeplegen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de gehele tenlastelegging. Hij heeft met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte ‘ [naam] ’ is. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft hij aangevoerd dat het klopt dat verdachte een envelop heeft gegeven aan [slachtoffer 6] , maar dat zij niet wist wat daar in zat. Dat [slachtoffer 6] heeft verklaard dat hij de jacuzzi heeft opgehaald in opdracht van verdachte is ongeloofwaardig. Voorts is aangegeven dat de verklaring die [medeverdachte 2] heeft afgelegd over de USB-sticks ongeloofwaardig is.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak van het onder 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde

De rechtbank zal verdachte van het onder 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde vrijspreken, nu die feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Hoewel de rechtbank van oordeel is dat aangevers [slachtoffer 3] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 5] zijn opgelicht, kan uit de stukken in het dossier niet worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander, aangevers door gebruikmaking van oplichtingsmiddelen heeft bewogen tot de afgifte van verschillende goederen.

Ten aanzien van het onder 1, primair ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 14 september 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik was bij de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] aanwezig op de dag dat mensen de stoelen op kwamen halen.

2. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL083D 2013037695-1 d.d. 26 april 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en opgenomen op p. 48 e.v. van het dossier met nummer PL0300-2015000032, inhoudende de verklaring van J.J.M [slachtoffer 1] , mede namens [naam bedrijf] en [slachtoffer 7] :

Op 9 april 2013 heeft onze secretaresse e-mail contact gehad met het bedrijf [naam bedrijf] . Er was bij ons een email binnen gekomen namens [naam] . Wij hebben voor haar een huurofferte opgesteld voor het leveren van diverse meubels. Vervolgens is zij akkoord gegaan met de door ons opgestelde offerte. Deze stuurde zij getekend via de mail terug naar ons. Vervolgens hebben wij e-mail verkeer gehad over waar de meubels geleverd moesten gaan worden. Dit zou moeten zijn aan de [straatnaam] , [plaats] . Het factuuradres moest zijn [straatnaam] , [plaats] . Vervolgens hebben wij op 18 april 2013 de bestelde meubels geleverd aan de [straatnaam] te [plaats] . Het betreffen de volgende meubels:

10 bureau Gispen Next zwart 180 X 80 cm

10 aanbouw Gispen Next zwart 120 X 60 cm

10 bureaustoelen zwart CS777

10 roldeurkasten Profl. zwart 194 X 120 cm

2 fauteuil 'Groeten uit Holland',

2 fauteuil Karel Doorman.

Ik heb op 20 april 2013 op Marktplaats gekeken. Hier vulde ik als zoekterm 'Groeten uit Holland' in en als tweede 'Karel Doorman'. Tot mijn verbazing zag ik dat de door ons geleverde vier producten, te koop stonden op Marktplaats. Dit gaat over twee fauteuils genaamd Groeten uit Holland en twee fauteuils genaamd Karel Doorman.

Ik ben naar de winkel van de verkoper gegaan in Gytsjerk. Ik heb daar geconstateerd dat het inderdaad om onze producten ging.

3. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PLO2BB 2013044349 - 3 d.d. 2 mei 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en opgenomen op p. 102 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1] :

Op 19 april 2013 kwam ik via de website www.marktplaats.n1 een tweetal advertenties tegen van designmeubelen. Ik herkende dat deze meubelen van het merk “Karel Doorman” en “Groeten uit Holland” waren. Ik had wel interesse in de meubels en heb daarom per email contact opgenomen met de verkoper. Enkele minuten later werd ik al terug gebeld door de verkoper. De man vertelde dat zijn naam [naam] was. Ik heb hem toen voorgesteld om 1900 euro voor de in totaal 4 stoelen te betalen. De verkoper ging daarmee akkoord. De verkoper vertelde mij dat ik de stoelen kon ophalen op de [straatnaam] te Emmen. De volgende dag is mijn man naar dat adres gegaan. In Emmen troffen zij de verkoper van de stoelen. Mijn man vertelde mij later dat de verkoper tegen hem had gezegd dat de stoelen niet op de [straatnaam] stonden maar op zijn thuisadres. Dit adres betrof de [straatnaam] te Emmen.

4. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL02BB 2013044349-8 d.d. 15 mei 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en opgenomen op p. 91 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van verbalisant:

Op 15 mei 2013 belde mevrouw [getuige 1] met de meldkamer. Ik hoorde haar het volgende zeggen: “Ik ben wederom telefonisch benaderd door de verkopers van de designmeubelen welke verduisterd bleken te zijn. Ik ben gebeld door een dame die zichzelf [naam] noemde. Dit was dezelfde dame als de dame die destijds ook bij de verkoop van de verduisterde meubels was. Deze [naam] bood mij nu een andere designstoel te koop aan. Het telefoonnummer van deze [naam] is 06- [nummer] . Ik heb ook nog gesproken met [naam] .”

5. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer PLO2BB 2013044349-4 d.d. 26 april 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en opgenomen op p. 92 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 3]:

Mijn vrouw, mevrouw [getuige 1] , heeft een eigen bedrijf in de verkoop van tweedehands designmeubelen.

Op 20 april ben ik naar de [straatnaam] te Emmen gegaan om de stoelen op te halen. Daar aangekomen trof ik de verkoper, ene [naam] . We moesten met [naam] meerijden naar een nadere locatie. De stoelen stonden namelijk niet op de [straatnaam] zoals eerder was verteld. In een woonwijk in Emmen stopten wij bij een woning. Er was nog een man. Er kwam ook nog een vriendin van hem bij. Het viel mij op dat het een forse dame was. Ik heb de man toen 1900 euro contant betaald. [naam] vertelde mij dat hij ook nog wat bureaus in de verkoop had. Ik heb in ieder geval twee van die bureaus in de achtertuin tegen een muur zien staan.

6. De door medeverdachte [medeverdachte 2] op de terechtzitting van 2 februari 2017 afgelegde verklaring:

Ik woon aan de [straatnaam] in Emmen. Ik zat samen met verdachte in het kantoor aan de [straatnaam] in Emmen. Ze zei dat ze stoelen had gekocht. Ik heb die stoelen van haar gekregen. Verdachte heeft de stoelen bij mij thuis gebracht. Een aantal dagen later vertelde ze dat ze de stoelen had verkocht voor € 2.000,00. De stoelen zijn bij mij thuis opgehaald in het bijzijn van verdachte.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PLO7EA 2013055643-1 d.d. 28 mei 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en opgenomen op p. 170 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] :

Op 16 mei 2013 werd ik gebeld door iemand die namens een bedrijf een jacuzzi van mij wilde huren. Op 16 mei 2013 kregen wij een email van ene [naam] , waarin hij refereerde aan het eerder genoemde telefoongesprek. Het emailadres dat [naam] gebruikte was [emailadres] . Hij stuurde met de email ook het door mij gevraagde kopie van zijn legitimatiebewijs van [naam]1 en een kopie van het uittreksel Kamer van Koophandel.2 De handelsnaam van het bedrijf dat op het uittreksel vermeld staat is ' [naam bedrijf] '. [naam] vermelde in de email ook een telefoonnummer waarop hij altijd bereikbaar zou zijn, dat is 06- [nummer] .

Ik hoorde van mijn medewerker [naam] dat op 17 mei twee jongens de jacuzzi van het merk Sunrans (type SR 830) hebben opgehaald en dat zij 200 euro aanbetaling hebben gedaan.

2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PLO7EA 2013055643-13 d.d. 8 december 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en opgenomen op p. 195 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van verdachte [slachtoffer 6] :

Ik heb bij een bedrijf in Ede een jacuzzi opgehaald. Ik heb dat ding opgehaald voor een vrouw, zij vroeg mij dat, ik weet dat zij [verdachte] van voornaam heet, het is een hele dikke vrouw. Ze heeft lang zwart vies haar. Ze droeg ook een bril. [medeverdachte 1] ging met mij mee. [verdachte] gaf mij een papier die moest ik daar afgeven en dan zou ik de jacuzzi mee krijgen. Ik gaf een papiertje af en toen werd de jacuzzi op de aanhangwagen gezet en toen zijn we weer weggegaan. [verdachte] had mij 200 euro gegeven voor de borg. Ik heb dat aan de mannelijk medewerker gegeven.

3. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL0300 - 2013038812 - 14 d.d. 9 december 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en opgenomen op p. 202 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van verdachte [medeverdachte 1] :

Ik kan u verklaren dat ik ben mee geweest om da jacuzzi op te halen. [naam] vertelde mij dat [verdachte] hem had gevraagd om een jacuzzi op te halen. Dat is een dikke, stevige tante met lang zwart haar, ze draagt een bril. U laat mij een foto zien die staan op de ID staat van verdachte. Dat is [verdachte] . Ik herken haar duidelijk.

Ten aanzien van het onder 4, subsidiair ten laste gelegde

1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL233C-2013084141-1 d.d. 16 september 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en opgenomen op p. 274 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van

[slachtoffer 8] , namens [naam bedrijf] :

Op 29 juli 2013 heb ik en email ontvangen van [naam] uit Emmen. Zij vroeg

een offerte van 1250 usb sticks van 8GB, ter waarde van 7.033,13 euro.

Op goed vertrouwen zijn deze USB sticks verzonden zonder betaling vooraf. Op 29 juli 2013 is de rekening opgemaakt en verzonden via de email naar [naam] . Deze heeft ze ondertekend en retour gemaild. [naam] zou werkzaam zijn voor het bedrijf [naam bedrijf] . Op 31 juli 2013 werden de 1250 USB sticks verzonden via DHL. Ik heb tot op heden geen betaling ontvangen voor de USB-sticks.

2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL0300 2013038812-15 d.d. 10 december 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en opgenomen op p. 209 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] :

Ik heb USB sticks van verdachte gekocht. Ik heb voor dat doosje, er zullen best 1250 USB sticks ingezeten hebben, gekocht voor 500 euro.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde blijkt uit de bewijsmiddelen dat ' [naam] ' namens ' [naam bedrijf] ' (via het emailadres [emailadres] ) met aangever [slachtoffer 1] een huurovereenkomst heeft gesloten voor meerdere meubelen. Deze meubelen zijn afgeleverd, waarna deze zijn doorverkocht aan mevrouw [getuige 1] . Getuige [getuige 2] heeft de meubels opgehaald aan de [straatnaam] in Emmen, het woonadres van medeverdachte [medeverdachte 2] . Verdachte was aanwezig bij deze transactie, zo heeft zij ter zitting verklaard. De rechtbank neemt eveneens in aanmerking dat medeverdachte [medeverdachte 2] ter zitting heeft verklaard dat het verdachte was die de stoelen had gekocht en weer had doorverkocht. Deze zijn in het bijzijn van verdachte opgehaald op het woonadres van medeverdachte [medeverdachte 2] . De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] is op de zitting van 24 september 2017 voorgehouden aan verdachte. Het IP-adres van de marktplaatsadvertentie waarop de stoelen werden aangeboden en waarop aangever heeft gereageerd betreft het IP-adres van de [straatnaam] te Emmen, het bedrijfspand van medeverdachte [medeverdachte 2] . Naast medeverdachte [medeverdachte 2] maakt alleen verdachte op dit adres gebruik van de computer. Een maand na de verkoop van de meubels neemt een vrouw, die zich voordoet als ‘ [naam] ’ opnieuw contact op met mevrouw [getuige 1] en biedt haar een ander designmeubel te koop aan. ‘ [naam] ’ maakt voor dit gesprek gebruik van het telefoonnummer 06- [nummer] . Tevens spreekt mevrouw [getuige 1] nog met een man die zich [naam] noemt. Genoemd telefoonnummer wordt ook gebruikt bij feit 2.

Conform vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is het gebruik van aan andere bewezen geachte, soortgelijke, feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als ondersteunend bewijs (schakel-, ketting- of ketenbewijs) toegelaten. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van de ook te bewijzen feiten en dat duidt op een specifiek patroon, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden bewijsmiddelen.

De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan het onder 2 ten laste gelegde kunnen dienen als schakelbewijs voor het onder 1 ten laste gelegde, nu sprake is van een herkenbare en zeer specifieke modus operandi. Immers, de werkwijze bij de afzonderlijke feiten komt in grote mate overeen. In beide gevallen is gebruik gemaakt van de valse naam [naam] en het bedrijf [naam bedrijf] , met het daarbij behorende emailadres. Tevens is in beide gevallen gebruik gemaakt van het telefoonnummer 06- [nummer] .

Nu de modus operandi van de feiten 1 en 2 zoveel overeenkomsten vertonen in het hanteren van dezelfde oplichtingsmiddelen en de door verschillende getuigen verklaarde rechtstreekse betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten acht de rechtbank wettig en overtuigd bewezen dat verdachte in vereniging met anderen meubels heeft gehuurd van het bedrijf van aangever [slachtoffer 1] en deze meubels vervolgens heeft doorverkocht, en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan oplichting, in vereniging gepleegd.

Ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat het klopt dat verdachte een envelop aan [slachtoffer 6] heeft gegeven, maar dat zij niet wist wat er in deze envelop zat. Zij zou die envelop van medeverdachte [medeverdachte 2] hebben gekregen, zodat hij op die wijze zijn rol in de oplichting kon verhullen en afschuiven op verdachte. De rechtbank schuift, gelet op de verklaring van [slachtoffer 6] dat verdachte hem opdracht gaf om de jacuzzi op te halen, dit alternatieve scenario als ongeloofwaardig ter zijde. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van [slachtoffer 6] .

Aangever [slachtoffer 2] is per mail (via het [emailadres] ) is benaderd door ‘ [naam] ’ uit de stukken valt af te leiden dat dit emailadres hoort bij het IP-adres [nummer]. Dit IP-adres hoort bij de [straatnaam] te Emmen, het bedrijfspand van medeverdachte [medeverdachte 2] , waar verdachte eveneens kantoor hield. Tevens is gebruik gemaakt van telefoonnummer 06- [nummer] , hetzelfde telefoonnummer dat ook bij feit 1 door zowel ‘ [naam] ’ als ‘ [naam] ’ wordt gehanteerd. Gelet op de verklaringen van [slachtoffer 6] en [medeverdachte 1] neemt de rechtbank aan dat het verdachte is geweest die voornoemden opdracht heeft gegeven de jacuzzi op te halen en hen heeft voorzien van geld voor de borg, brandstof.

Nu de modus operandi van de feiten 1 en 2 zoveel overeenkomsten vertonen in het hanteren van dezelfde oplichtingsmiddelen en de door verschillende getuigen verklaarde rechtstreekse betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in vereniging met anderen een jacuzzi heeft gehuurd van het bedrijf van aangever [slachtoffer 2] en dit na ommekomst van de huurtermijn niet heeft geretourneerd, en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan oplichting, in vereniging gepleegd.

De onder 4 subsidiair ten laste gelegde heling acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat medeverdachte [medeverdachte 2] 1250 usb-sticks heeft gekocht van verdachte voor een bedrag van slechts € 500,00, terwijl aangever heeft verklaard dat de sticks verkocht zijn voor ruim € 7.000,00. Er is de rechtbank niet gebleken van enige aanleiding om de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] ongeloofwaardig te achten.

Gelet op het grote verschil tussen de werkelijke waarde van de USB-sticks en het verkoopbedrag dat door medeverdachte [medeverdachte 2] is betaald, is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat de USB-sticks van misdrijf afkomstig waren, en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan opzetheling, met dien verstande dat de rechtbank niet bewezen acht dat verdachte het bewezen verklaarde in vereniging heeft gepleegd.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 primair, 2 en 4, subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. zij in de periode van 9 april 2013 tot en met 22 april 2013 in de gemeente Culemborg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten

- bureaus

- aanbouwdelen

- bureaustoelen

- roldeurkasten

- fauteuils ('Groeten uit Holland' en/of 'Karel Doorman'),

hierin bestaande dat verdachte en/of haar mededader

- zich tegenover die [slachtoffer 1] bekend hebben/heeft gemaakt met de naam ' [naam] ' en

- die [slachtoffer 1] hebben/heeft medegedeeld dat zij met hem contact opnamen namens het bedrijf ' [naam bedrijf] ' en

- die [slachtoffer 1] hebben/heeft medegedeeld dat zij bovengenoemde goederen wilden huren en daarvoor een offerte hebben/heeft geaccepteerd, waarbij zij de indruk wekten te kunnen en zullen betalen, en

- een emailadres hebben/heeft aangemaakt met een domeinnaam die paste bij bovengenoemd bedrijf en

- een telefoonnummer bekend hebben/heeft gemaakt bij die [slachtoffer 1] waarop zij bereikbaar zouden zijn en

- het factuuradres op het vestigingsadres van [naam bedrijf] hebben/heeft gezet, om zo het vertrouwen te wekken bij die [slachtoffer 1] .

2.

zij in 17 mei 2013 tot en met 1 juni 2013 in de gemeente Ede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een jacuzzi sunrans (type SR 830), hierin bestaande dat verdachte en/of haar mededader(s)

- zich tegenover die [slachtoffer 2] bekend hebben/heeft gemaakt met de naam ' [naam] ' en

- die [slachtoffer 2] hebben/heeft medegedeeld dat zij met hem contact opnamen namens het bedrijf ' [naam bedrijf] ' en

- die [slachtoffer 2] mee te delen dat zij een jacuzzi wilden huren en daarvoor een offerte hebben/heeft geaccepteerd, en een aanbetaling hebben/heeft gedaan van 200 euro, waarbij het vertrouwen in het willen en kunnen betalen van de rekening en het retourneren van het goed werd gewekt en

- een kopie ID-kaart van [naam] hebben/heeft afgegeven en

- een uittreksel van de Kamer van Koophandel hebben/heeft overhandigd en

- een emailadres met het domeinnaam van het bovengenoemde bedrijf hebben/heeft gemaakt voor de communicatie met die [slachtoffer 2] en

- een telefoonnummer bekend hebben/heeft gemaakt waarop zij bereikbaar zouden zijn.

4.

zij in 29 juli 2013 tot en met 10 december 2014 te Roermond, in elk geval in Nederland, 1250 USB sticks van 8 GB van het merk Twister, heeft voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het voorhanden krijgen van de USB sticks wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1, primair Oplichting, in vereniging gepleegd

2. Oplichting, in vereniging gepleegd

4, subsidiair Opzetheling

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis. Daarnaast heeft zij gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair gepleit voor algehele vrijspraak van het ten laste gelegde. Hij heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat, in geval van een bewezenverklaring, een taakstraf van 120 uren een passende straf zou zijn. Hij verzet zich wel tegen een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over haar opgemaakte reclasseringsrapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen meermalen schuldig gemaakt aan oplichting. Zij heeft door middel van een valse naam, een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels bij de slachtoffers de indruk gewekt dat zij de gehuurde goederen zou retourneren na ommekomst van de huurtermijn. Zij heeft in één geval de goederen echter doorverkocht aan een derde partij. Zij heeft zichzelf en haar mededaders bevoordeeld, ten koste van haar slachtoffers, die zij schade en hinder heeft toegebracht. Bovendien heeft zij een ernstige inbreuk gemaakt in het vertrouwen dat deze ondernemingen in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van toezeggingen omtrent betaling en retourneringen, moeten kunnen stellen. De rechtbank rekent verdachte dit zeer aan.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een groot aantal USB-sticks. Door aldus te handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het haar betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening gehouden met de veroordeling van verdachte door de politierechter te Breda d.d. 10 juli 2015.

De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies van 22 november 2016. De reclassering beschrijft daarin dat verdachte haar leven in positieve zin heeft veranderd. Zo is de relatie beëindigd, is ze met het afbetalen van haar schulden, heeft ze dagbesteding en een nieuw sociaal netwerk. Ook de contacten met haar familie zijn weer opgepakt, wat wordt gezien als een beschermende factor. De reclassering acht bijzondere voorwaarden, interventies of behandelingen niet geïndiceerd.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet betrokken is geweest bij de onder 3 en 5 ten laste gelegde feiten. Daardoor komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier van justitie gevorderd. De rechtbank zal aan verdachte een taakstraf van na te noemen duur opleggen. Gelet op het advies van de reclassering is de rechtbank van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf geen meerwaarde heeft.

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 14.733,-- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van benadeelde partij wordt toegewezen en dat daarbij de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

Standpunt van de verdediging

Vanwege de door hem bepleite vrijspraak, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De rechtbank zal bepalen dat deze benadeelde partij de eigen kosten draagt.

Benadeelde partij [naam bedrijf]

heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 10.000,-- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat enige onderbouwing van het gevorderde bedrag ontbreekt.

Standpunt van de verdediging

Vanwege de door hem bepleite vrijspraak, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De rechtbank zal bepalen dat deze benadeelde partij de eigen kosten draagt.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 47, 57, 63, 326, 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 3, 4 primair en 5 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 en 4 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 100 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] in haar vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij de eigen kosten draagt.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde:

Bepaalt dat de benadeelde partij [naam bedrijf] in haar vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A. van Capelle, voorzitter, mr. J.J. Schoemaker en

mr. C. Brouwer, rechters, bijgestaan door mr. W. Braaksma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 september 2017.

Mr. C. Brouwer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Kopie identiteitsbewijs, p. 177.

2 Kopie uittreksel Kamer van Koophandel, p. 178 e.v.