Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:3718

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28-09-2017
Datum publicatie
28-09-2017
Zaaknummer
18/750042-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte is zijn medeverdachte opzettelijk behulpzaam geweest bij beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt door meerdere malen in opdracht van medeverdachte werkzaamheden uit te voeren ten behoeve van het opzetten van die hennepkwekerij, terwijl verdachte ervan op de hoogte was waarvoor een en ander zou gaan dienen.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 3, geldigheid: 2003-03-17
Opiumwet 11, geldigheid: 2006-07-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/750042-14

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 28 september 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

14 september 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A. Speksnijder, advocaat te Akkrum. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2014 tot en met 24 juni 2014

te Drachten, althans in het arrondissement Noord-Nederland, in elk geval in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke persoon/personen en/of

rechtspersoon/personen, althans alleen,

al dan niet in het kader van een beroep of bedrijf,

in een pand aan of nabij [straatnaam] te Drachten,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

851 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,

althans een grote hoeveelheid hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer

dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte] tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke

persoon/personen en/of rechtspersoon/personen, althans alleen,

in of omstreeks de periode van 1 april 2014 tot en met 24 juni 2014

te Drachten en/of [pleegplaats] , althans in het arrondissement Noord-Nederland, in

elk geval in Nederland,

al dan niet in het kader van een beroep of bedrijf,

in een pand aan of naij [straatnaam] te Drachten,

opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

851 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,

althans een grote hoeveelheid hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer

dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk

meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest,

door die [medeverdachte] en/of die (andere) persoon/personen (telkens)

opzettelijk te helpen

- bij het oprichten en/of bouwen en/of onderhouden en/of inrichten van een

hennepteeltruimte in dat pand, en/of

- door werkzaamheden te verrichten aan een schakelbord en/of de

electriciteitsvoorziening ten behoeve van die hennepteeltruimte en/of (in) dat

pand, en/of

- het verzorgen van (een deel van) die hennepplanten, en/of

- het verrichten van (andere) werkzaamheden ten behoeve van de kweek en/of de

verwerking en/of het vervoer van de gekweekte hennep;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 24 juni 2014 te Drachten, althans in het arrondissement

Noord-Nederland, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen natuurlijke persoon/personen

en/of rechtspersoon/personen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan [straatnaam] te Drachten,

resten en/of delen van 851 hennepplanten, althans een groot aantal

hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2014 tot en met 24 juni 2014

te [pleegplaats] , althans in het arrondissement Noord-Nederland, in elk geval in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke persoon/personen en/of

rechtspersoon/personen, althans alleen,

al dan niet in het kader van een beroep of bedrijf,

in een of meerdere panden aan of nabij de [straatnaam] te [pleegplaats] ,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, ongeveer

- 201,5 gram (droge) hennep en/of

- 5604,2 gram (natte) hennep en/of

- 8615,9 gram (natte) hennep en/of resten en/of delen daarvan, althans een

materiaal bevattende hennep, zijnde een grote hoeveeheid,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

EN/OF

hij op of omstreeks 24 juni 2014 te [pleegplaats] , althans in het arrondissement

Noord-Nederland, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen natuurlijke persoon/personen

en/of rechtspersoon/personen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad in een of meer panden aan of nabij de

[straatnaam] te [pleegplaats] ,

ongeveer

- 201,5 gram (droge) hennep en/of

- 5604,2 gram (natte) hennep en/of

- 8615,9 gram (natte) hennep en/of resten en/of delen daarvan, althans een

materiaal bevattende hennep,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde. Ter zake van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft de officier tot een bewezenverklaring geconcludeerd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte vaak bij het bedrijfspand is gesignaleerd, de beschikking had over de sleutels en aldaar werkzaamheden heeft verricht die in verband stonden met de hennepkwekerij, zoals het plaatsen van wanden, een koolstoffilter en een afzuiger. Verdachte heeft ook aangegeven dat hij wist waar de mede door hem geplaatste wanden, het koolstoffilter en de afzuiger voor dienden. Dientengevolge is er voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden om medeplichtigheid aan hennepteelt bewezen te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het inrichten van een hennepkwekerij geen poging tot het kweken van hennepplanten oplevert. Verdachte heeft bovendien enkel instructies van medeverdachte [medeverdachte] opgevolgd toen hij werkzaamheden verrichtte in het bedrijfspand aan [straatnaam] in Drachten, hetgeen geen medeplichtigheid oplevert.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 14 september 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik heb in april 2014 in opdracht van meneer [medeverdachte] in het bedrijfspand aan [straatnaam] te Drachten wanden geplaatst. Ik heb in de daardoor ontstane ruimte ook een koolstoffilter en afzuiger opgehangen. Ik wist dat de ruimte en deze apparaten zouden gaan dienen voor een hennepkwekerij.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 25 juni 2014, opgenomen op pagina 526-532 (deel 2 algemeen dossier) van het dossier van Politie Noord-Nederland, maatwerkteam aanpak georganiseerde hennepteelt met nummer BHV 2013099192, d.d. 14 januari 2015, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :

Er is iemand bij me gekomen die heeft gezegd: ”Er komt iemand bij jou morgen die gaat een pand van je huren.” Ik heb gezegd dat ik het goed vind. We hebben eerst compartimenten gemaakt voor de aanvraag van water. We hebben gewoon stroom geleverd via een losse kabel. Ik kan de temperatuur uitlezen in het pand, ik wil geen brand. Ik maak allemaal dat soort technieken. Het knippen en verwerken van de hennep, wat jullie hebben aangetroffen in het gastenverblijf in [pleegplaats] , dat doen de loophondjes. [verdachte] is aangetroffen in de droogruimte. Dat heeft hij in opdracht van mij gedaan, toen ik werd aangehouden heb ik dat gezegd. Zonde van die 10 a 11 kilo, schatting. [verdachte] moest dat in de tonnen stoppen

van mij. Afgelopen zaterdag of vrijdagochtend is er gerooid. We hebben twee keer gereden. Het was Haze of Heze. [verdachte] doet wat ik zeg.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 25 juni 2014, opgenomen op pagina 277-284 (deel 1 algemeen deel) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant [naam] , hoofdagent van politie:

Op dinsdag 24 juni 2014 werd in perceel [straatnaam] te Drachten een hennepkwekerij aangetroffen. Er werd een professionele hennepkwekerij aangetroffen, met de resten van 851 hennepplanten. Gezien de resten van de planten, afgeknipte stelen met hier en daar een blad of zijtak, was er kennelijk net geoogst. Aan een enkele plant was een volgroeide henneptop achtergebleven.

Waarnemingen:

• dat in deze bedrijfsunit een professionele in werking zijnde hennepkwekerij was ingericht;

• dat deze hennepkwekerij op de begaande grond werd aangetroffen;

• dat deze hennepkwekerij bestond uit 851 resten van hennepplanten;

• dat deze hennepplanten in potten werden gekweekt;

• dat deze hennepkwekerij uit 50 armaturen en 50 assimilatielampen van 600 Watt bestond;

• dat deze hennepkwekerij van een ventilatie systeem voor afzuigende vervuilde lucht en

aanzuigende verse lucht was voorzien met 3 kistventilatoren en 4 koolstoffilters;

• dat er in de ruimte voor de kwekerij een schakelkast met 55 transformatoren stond voor de

elektrische installatie van deze hennepkwekerij;

• dat in de bedrijfsunit met zogenaamde sandwichpanelen (geïsoleerde platen) een van de

buitenmuur vrijstaande kweekruimte was gebouwd.

Type aangetroffen hennepkwekerij:

Groot (500-999 planten)

Omschrijving kweekruimte(n):

- toegankelijk via toegangsdeur in metalen kast, die stond in de geopende bedrijfsunit;

- een oppervlakte van ongeveer 55 m2;

- wanden van de ruimte waren gemaakt van geïsoleerde platen;

- stonden 851 resten van hennepplanten (18/m2).

De stroomvoorziening van deze hennepkwekerij liep middels tijdschakelaars.

Professionaliteit = HOOG, gelet op:

- belichting  kunstlicht op tijdklokken

- voeding  centraal geregeld bevloeiingssysteem

- ruimte  afgescheiden ruimte in huiskas of grote, gedeelde afgeschermde ruimte

- afscherming  geïsoleerd m.b.t. daglicht en temperatuur

- ventilatie  afzuiging naar buiten

- verwarming  wel, thermostaat aangestuurd

- verwerking  in eigen beheer

- plantmateriaal  geselecteerd zaad, stekken van eigen planten of extern gekocht

Gezien het vorenstaande kan de aangetroffen hennepkwekerij worden aangemerkt als

beroeps- of bedrijfsmatig, dan wel professioneel handelen met betrekking tot de teelt van

hennep.

Indicatoren eerdere oogst(en):

Het is gelet op de volgende feiten en omstandigheden aannemelijk dat er sprake is geweest van een of meerdere eerdere oogsten van hennep:

- Er lag een laag stof op de kappen van de armaturen van de assimilatielampen

- Er was restafval aanwezig, te weten:

- hennepafval op de grond;

- hennepaanslag op de aangetroffen schaartjes;

- oud aardeafval in de gesloten aanhangwagen met politiestriping;

- grote hoeveelheid aardeafval op het erf [straatnaam] te [pleegplaats] ;

- plantenresten van 851 reeds geoogste hennepplanten;

- zowel natte als gedroogde hennep in de woning [straatnaam] te [pleegplaats] ;

- droogrek met hennep in bijgebouw [straatnaam] te [pleegplaats] ;

- Verkleuring van het filterdoek van de koolstoffilter(s)

- Kalk- en algenafzetting op het waterreservoir, dompelpompen, grond en potten

- Productiedatum op afzuigers, namelijk september 2012.

Eigen waarneming:

Uit eigen waarneming herkende ik, verbalisant, deze aangetroffen en in beslag genomen

plantendelen qua vorm, kleur en geur, als zijnde delen van hennepplanten.

Ik zag dat het hier om de vrouwelijke hennepplant ging. Ik zag dit aan de toppen, die ik aantrof in de resten van de hennepplanten.

Met hennep wordt bedoeld elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank stelt op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen vast dat op 24 juni 2014 een professionele hennepkwekerij is aangetroffen in het bedrijfspand aan [straatnaam] te Drachten, waar kort daarvoor de hennepplanten waren gerooid, en dat de bijdrage van medeverdachte [medeverdachte] aan de hennepteelt in de periode van 1 april 2014 tot en met 24 juni 2014 in dat pand van voldoende gewicht is geweest om te kunnen spreken van medeplegen van het opzettelijk telen van 851 hennepplanten. Medeverdachte [medeverdachte] heeft immers niet alleen een gedeelte van het bedrijfspand ter beschikking gesteld ten behoeve van de hennepkwekerij, maar ook (een deel van) de opbouw van de hennepkwekerij verzorgd en een deel van de oogst van de gerooide hennepplanten naar (het gastenverblijf van) zijn eigen woning gebracht, alsmede hennep afgewogen en in gripzakjes gedaan.

Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte medeverdachte [medeverdachte] daarbij opzettelijk behulpzaam is geweest door meerdere malen in opdracht van [medeverdachte] werkzaamheden in het bedrijfspand uit te voeren ten behoeve van het opzetten van die hennepkwekerij, terwijl verdachte ervan op de hoogte was waarvoor een en ander zou gaan dienen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

[medeverdachte] tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke personen, in of omstreeks de periode van 1 april 2014 tot en met 24 juni 2014 te Drachten, in het kader van een beroep of bedrijf, in een pand aan of nabij [straatnaam] te Drachten, opzettelijk heeft geteeld en/of bewerkt en/of verwerkt 851 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk meermalen behulpzaam is geweest,

door die [medeverdachte] en/of die andere persoon/personen telkens opzettelijk te helpen bij het oprichten en/of bouwen en/of inrichten van een hennepteeltruimte in dat pand.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Medeplichtigheid aan het medeplegen van opzettelijk in de uitoefening van een beroep of bedrijf handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uur en een geheel voorwaardelijke vrijheidsstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft hierbij rekening gehouden met de omstandigheid dat het feit geruime tijd geleden is gepleegd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken en heeft – kennelijk om die reden – geen strafmaatverweer gevoerd. De raadsman heeft nog wel aandacht gevraagd voor het feit dat dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden en dat deze overschrijding bij een eventuele strafoplegging moet worden verdisconteerd.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verlenen van hulp bij het plegen van beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt. Verdachte heeft hiermee bijgedragen aan criminele activiteiten die vaak met dergelijke handel gepaard gaan. Daarnaast zijn softdrugs stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade aan de gezondheid van de gebruiker. Verdachte heeft hier geen oog voor gehad, maar naar het oordeel van de rechtbank enkel gehandeld uit eigen financieel belang.

De rechtbank heeft gelet op een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d.

31 juli 2017, waaruit is gebleken dat verdachte niet eerder voor overtreding van de Opiumwet is veroordeeld.

Ook houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat sprake is van een inbreuk op het in artikel 6, eerste lid, EVRM gewaarborgde recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Vanaf het moment waarop verdachte in verzekering is gesteld, zijnde de eerste actie op grond waarvan hij er van uit mocht gaan dat hij strafrechtelijk zou worden vervolgd, tot aan deze uitspraak van de rechtbank is meer dan drie jaar verstreken. De forse overschrijding van de redelijke termijn met meer dan een jaar, komt slechts voor een gering deel voor rekening van de verdediging en dient dus tot strafvermindering te leiden.

De rechtbank heeft voor de straftoemeting verder gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden en waarin als uitgangspunt voor een hennepkwekerij van 500 – 1000 hennepplanten een taakstraf wordt genoemd van 180 uur alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden. Gelet hierop en op het feit dat verdachte schuldig is bevonden aan medeplichtigheid aan een dergelijke misdrijf en rekening houdend met de hiervoor geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn acht de rechtbank een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 48 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair en onder 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 50 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 25 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Haisma, voorzitter, mr M.W. de Jonge en

mr. P.H.M. Tapper-Wessels, rechters, bijgestaan door mr. K.A. de Groot, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 september 2017.