Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:3618

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22-09-2017
Datum publicatie
22-09-2017
Zaaknummer
C/18/178606 / KG ZA 17-209
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Kort geding procedure inzage en afgifte ex art. 843a Rv na bewijsbeslag. Farmaceutische ondernemingen stellen dat inbreuk wordt gemaakt op hun Uniemerkenrechten en er ook anderszins onrechtmatig wordt gehandeld door een exporteur. De exporteur zou zonder toestemming (herverpakte) test strips voor diabetici op de Amerikaanse markt hebben gebracht die van oorsprong voor andere markten waren bedoeld, en op die manier profiteren van de prijsverschillen op de Europese en Amerikaanse markt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/178606 / KG ZA 17-209

Vonnis in kort geding van 22 september 2017

in de zaak van

1. de rechtspersoon naar vreemd recht

ABBOTT DIABETES CARE INC.,

gevestigd te Alameda, California (VS),

2. de rechtspersoon naar vreemd recht

ABBOTT LABORATORIES,

gevestigd te Abbott Park, Illinois (VS),

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ABBOTT B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaten mr. S.C. Dack en mr. L.E. Fresco,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HTG HEALTH AND BEAUTY B.V.,

gevestigd te Farmsum,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KAMSTRA INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Farmsum,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PHI LOGISTICS B.V.,

gevestigd te Farmsum,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaten mr. G. van der Wal en mr. T. Geerlof.

Eiseressen worden hierna Abbott Diabetes, Abbott Laboratories, Abbott B.V. en gezamenlijk Abbott c.s. genoemd. Gedaagden worden HTG, Kamstra, PHI Logistics en gezamenlijk HTG c.s. genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de mondelinge behandeling van 5 september 2017;

  • -

    de conclusie van eis in reconventie;

  • -

    de pleitnota's van partijen en de overgelegde producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten in conventie en in reconventie

2.1.

De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten.

2.2.

Abbott c.s. betreft een groep vennootschappen die wereldwijd actief is in de farmaceutische industrie. Abbott Diabetes is merkhouder van de volgende Uniemerken:

Woordmerk FREESTYLE, nummer 002199263, d.d. 1 mei 2001, geregistreerd in klasse 10 voor o.a. medical equipment;

Woordmerk FREESTYLE, nummer 008730641, d.d. 3 december 2009, geregistreerd in klasse 5 voor o.a. pharmaceutical preparations en in klasse 10 voor o.a. medical instruments;

Woordmerk FREESTYLE LITE, nummer 005403787, d.d. 20 oktober 2006, geregistreerd in klasse 5 voor o.a. medical test strips for diabetes monitoring en in klasse 10 voor o.a. medical equipment;

Woord/beeldmerk FREESTYLE, nummer 009142291, d.d. 31 mei 2010, geregistreerd in klasse 5 voor o.a. test strips en in klasse 10 voor o.a. medical instruments.

Abbott Laboratories is de merkhouder van de volgende Uniemerken:

Woordmerk ABBOTT, nummer 0000405351, d.d. 1 april 1996, geregistreerd in o.a. klasse 5 voor o.a. pharmaceutical preparations, klasse 10 voor o.a. medical apparatus, klasse 16 voor o.a. printed matter, waaronder instructional material en klasse 42 for services relating to the health care field;

Woordmerk ABBOTT, nummer 013610613, d.d. 29 december 2014, geregistreerd in o.a. klasse 5 voor o.a. pharmaceutical preparations, klasse 9 voor o.a. bloodscreening instruments, klasse 10 voor o.a. medical devices, klasse 16 voor o.a. printed matter, waaronder manuals, booklets en instructional material en klasse 44 voor o.a. medical services;

Een beeldmerk, nummer 000040493, d.d. 21 maart 1996, geregistreerd in o.a. klasse 5 voor o.a. pharmaceutical preparations, klasse 10 voor o.a. medical apparatus, klasse 16 voor o.a. printed matter, waaronder instructional material en klasse 42 voor o.a services relating to the healthcare field;

Een beeldmerk, nummer 013592001, d.d. 19 december 2014, geregistreerd in o.a. klasse 5 voor pharmaceutical preparations, klasse 10 voor o.a. medical devices, klasse 16 voor o.a. printed matter, waaronder manuals, booklets en instructional material en klasse 44 voor o.a. medical services.

Abbott B.V. verkoopt en distribueert producten van de groep in Europa.

2.3.

HTG en Kamstra houden zich bezig met de import en export van verschillende producten. Kamstra is een dochtermaatschappij van HTG. PHI Logistics behoort tot hetzelfde concern als HTG en Kamstra.

2.4.

Abbott c.s. brengt onder meer controleapparatuur op de markt waarmee diabetespatiënten de glucosewaarde in hun bloed kunnen meten. Het controleapparaat maakt gebruik van test strips die Abbott c.s. onder de naam Freestyle Lite in onder meer Europa en de Verenigde Staten op de markt brengt. De groothandel- (en detailhandel)prijzen van de Freestyle Lite test strips in Europa zijn lager dan die in de Verenigde Staten. De Freestyle Lite test strips die in Europa op de markt worden gebracht hebben daarnaast een andere verpakking en bijsluiter dan die zijn bestemd voor de Amerikaanse markt.

2.5.

In december 2016 is bij Abbott c.s. naar aanleiding van berichten van de Amerikaanse douane het vermoeden gerezen dat er Freestyle Lite test strips op de Amerikaanse markt worden gebracht die oorspronkelijk bestemd zijn voor andere markten, nadat deze zijn herverpakt en voorzien van bijsluiters die lijken op de verpakkingen en bijsluiters die worden gebruikt voor de Amerikaanse markt (hierna: de counterfeit verpakte strips). De counterfeit verpakte strips zijn in de Verenigde Staten via de groothandel H&H Wholesale Services Inc (hierna: H&H) op de markt gebracht.

2.6.

Na daartoe van de Amerikaanse rechter verkregen verlof heeft Abbott c.s. bewijsbeslag gelegd op onder meer bij H&H aanwezige documentatie en Freestyle Lite test strips.

2.7.

Kamstra heeft in 2016/2017 counterfeit verpakte Freestyle Lite test strips aan H&H verkocht.

2.8.

Bij verzoekschrift van 26 juli 2017 heeft Abbott c.s. verlof gevraagd van de voorzieningenrechter van deze rechtbank voor het leggen van conservatoir (bewijs)beslag ex art. 1019b Rv jo art. 1019c Rv onder HTG c.s. op afschriften van documentatie, waaronder facturen en correspondentie, en op kopieën van elektronische data die één of meer van de volgende gegevens (kunnen) bevatten of die licht (kunnen) werpen op:

• de naam en het adres van de leverancier(s) van originele om te pakken test strips c.q. van inbreukmakende producten;

• de namen en adressen van de afnemers van de inbreukmakende producten;

• de aangeschafte en verkochte aantallen originele om te verpakken test strips en inbreukmakende producten, alsmede de betrokken in- en verkoopprijzen;

• details met betrekking tot de locatie van partijen originele om te pakken test strips en van inbreukmakende producten;

• informatie over de distributiekanalen van zowel originele om te pakken test strips als inbreukmakende producten;

• informatie over de plaats waar het herverpakken plaatsvindt.

2.9.

Bij beschikking van 28 juli 2017 heeft de voorzieningenrechter het verzochte verlof verleend. Bij beschikking van diezelfde datum heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag HTG c.s. bevolen om, verkort weergegeven, de inbreuk op de merkrechten van Abbott c.s. in Europa te staken.

2.10.

Op 3 augustus 2017 is de deurwaarder, bijgestaan door ICT-specialisten, tot beslaglegging op grond van de beschikking van 28 juli 2017 overgegaan.

2.11.

Na de beslaglegging heeft Abbott c.s. HTG c.s. gesommeerd mee te werken aan de inzage in en afgifte van de in beslag genomen bescheiden. Partijen hebben gesproken over de voorwaarden waaronder inzage en afgifte zou kunnen plaatsvinden. Zij zijn het daarover niet eens geworden.

3 Het geschil in conventie

3.1.

De vorderingen van Abbott c.s. strekken ertoe, samengevat weergegeven:

A. primair

( a) te bepalen dat Abbott c.s. onmiddellijk inzage krijgt in en door afgifte de beschikking krijgt over de beslagen documentatie en HTG c.s. te bevelen inzage en afgifte te gehengen en gedogen;

( b) HTG c.s. te bevelen binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de volgende documentatie af te geven, te overleggen of daarin inzage te geven:

- bestellingen, orders, orderbevestigingen, transportdocumenten, douanedocumenten, facturen, pro formafacturen betreffende de handel van HTG c.s. in Amerikaanse verpakte Freestyle Lite test strips, en

- interne (e-mail)correspondentie en (e-mail)correspondentie met leveranciers en afnemers betreffende de handel van HTG c.s. in Amerikaanse verpakte Abbott Freestyle test strips

(hierna: de overige documentatie).

B. Subsidiair:

( a) te bepalen dat Abbott c.s. onmiddellijk inzage krijgt in en door afgifte de beschikking krijgt over de beslagen documentatie en HTG c.s. te bevelen dergelijke inzage en afgifte te gehengen en gedogen en daarbij te bepalen dat:

( i) de advocaten van Abbott c.s. de documenten eerst zullen beoordelen op vertrouwelijkheid en een selectie zullen maken van informatie die zij aan Abbott c.s. wensen te verstrekken;
(ii) HTG c.s. vervolgens het recht heeft om binnen 7 kalenderdagen na de dag waarop de advocaten van HTG c.s. de selectie heeft ontvangen bezwaar te maken tegen afgifte of inzage van bepaalde informatie;

(iii) HTG c.s. geacht wordt haar bezwaren niet te handhaven als zij niet binnen 7 kalenderdagen na het schriftelijk kenbaar maken van het bezwaar dit bezwaar ter beoordeling aan de voorzieningenrechter voorligt dan wel dat de voorzieningenrechter zodanige voorzieningen treft ter waarborging althans een in goede justitie te bepalen bevel of veroordeling uit te spreken op basis van art. 843a lid 2 Rv jo 1019a Rv, althans art. 843a lid 2 Rv, althans art. 22 Rv;
(b) HTG c.s. te bevelen binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de overige documentatie aan Abbott c.s. af te geven, te overleggen of inzage te geven en daarbij te bepalen dat:

( i) de advocaten van Abbott c.s. de documenten eerst zullen beoordelen op vertrouwelijkheid en een selectie zullen maken van informatie die zij aan Abbott c.s. wensen te verstrekken;

(ii) HTG c.s. vervolgens het recht heeft binnen 7 kalenderdagen na de dag waarop de advocaten van HTG c.s. de selectie heeft ontvangen, bezwaar te maken tegen afgifte of inzage van bepaalde informatie uit de overige documentatie;
(iii) HTG c.s. geacht wordt haar bezwaren niet te handhaven als zij niet binnen 7 kalenderdagen na het schriftelijk kenbaar maken, het bezwaar ter beoordeling aan de voorzieningenrechter voorlegt dan wel dat de voorzieningenrechter zodanige voorzieningen treft ter waarborging althans een in goede justitie te bepalen bevel of veroordeling uit te spreken op basis van art. 843a lid 2 Rv jo 1019a Rv, althans art. 843a lid 2 Rv, althans art.22 Rv;

C. HTG c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Abbott c.s. van een dwangsom van € 50.000,00 voor iedere dag dat zij in strijd handelt met het hiervoor bepaalde, met een maximum van € 2.500.000,00;

D. HTG c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten ex art. 1019h Rv.

3.2.

Abbott c.s. legt, samengevat weergegeven, het volgende aan de vorderingen ten grondslag. HTG c.s. pleegt merkinbreuk en handelt anderszins onrechtmatig ex art. 6:162 BW door counterfeit verpakte Freestyle Lite test strips te verhandelen, althans haar medewerking aan die handel te verlenen. Inzage in en afgifte van de in beslag genomen bescheiden is noodzakelijk omdat op die manier duidelijkheid kan worden verkregen over de wijze waarop de test strips worden verhandeld en over de exacte betrokkenheid van HTG c.s. daarbij. De informatie is ook noodzakelijk om producten terug te kunnen halen van de markt. Dit is van groot belang, aldus Abbott c.s., omdat de counterfeit verpakte test strips gezondheidsrisico’s opleveren doordat informatie met betrekking tot onder meer het lotnummer en de vervaldatum bij de herverpakking verloren gaat.

3.3.

HTG c.s. hebben verweer gevoerd dat hierna, voor zover van belang, zal worden besproken.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

HTG c.s. vordert, samengevat weergegeven, primair dat Abbott c.s. het bewijsbeslag volledig opheft of op laat heffen, en, subsidiair, dat het belag wordt opgeheven voor zover het de e-mailaccounts van anderen dan werknemers van HTG c.s. heeft getroffen, op straffe van een dwangsom van € 50.000,00 voor iedere dag dat Abbott c.s. in strijd hiermee handelt, met veroordeling van Abbott c.s. in de kosten ex art. 1019h Rv.

4.2.

Abbott c.s. heeft verweer gevoerd dat hierna, voor zover van belang, zal worden besproken.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

Abbott c.s. heeft na daartoe van de voorzieningenrechter verkregen verlof conservatoir (bewijs)beslag gelegd op een aantal bescheiden. Zij stelt in deze procedure vorderingen in die haar bij toewijzing in staat stellen om inzage in en afschrift van de beslagen bescheiden te verkrijgen. Daarnaast vordert zij inzage in en afschrift van andere documenten. Abbott c.s. legt aan haar vorderingen ten grondslag dat HTG c.s. - zonder toestemming - counterfeit verpakte Freestyle Lite test strips op de Amerikaanse markt heeft gebracht, althans dat zij daaraan heeft meegewerkt, en op die manier profiteert van de prijsverschillen op de Europese en Amerikaanse markt. HTG c.s. voert verweer tegen de stellingen van Abbott c.s. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

5.2.

In de aard van de vorderingen ligt een spoedeisend belang besloten. Het enkele feit dat HTG c.s. een ex-parte verbod is opgelegd, brengt niet, zoals HTG c.s. heeft aangevoerd, mee dat dit belang ontbreekt. Dit is alleen al zo omdat niet is weersproken dat inzage in of afschrift van de bescheiden ook nodig is om op de markt gebrachte counterfeit verpakte test strips terug te halen.

5.3.

Abbott c.s. is ook overigens ontvankelijk in haar vorderingen. HTG c.s. heeft aangevoerd dat Abbott B.V. geen belang heeft bij de vorderingen omdat zij geen merkhouder is, maar hooguit licentiehouder voor Europa. Hiermee miskent HTG c.s. echter dat de vorderingen niet alleen op een schending van het Uniemerkenrecht zijn gebaseerd, maar een bredere basis in art. 6:162 BW hebben. Er is daarnaast geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat, zoals HTG c.s. doet, Abbott B.V. geen licentiehouder is. Dit is ook op geen enkele wijze onderbouwd, terwijl het wel wordt weersproken. Voorts kan niet worden aangenomen dat Abbott c.s. niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen jegens HTG en PHI Logistics omdat de stellingen over de handel in counterfeit verpakte test strips alleen Kamstra als groothandel raken, en niet HTG als aandeelhouder van Kamstra en PHI Logistics als expediteur. Abbott c.s. heeft onderbouwd gesteld dat ook HTG en PHI Logistics bij de handel betrokken zijn. Zij heeft in dit verband verwezen naar door haar in het geding gebrachte producties, waaruit onder andere kan worden afgeleid dat PHI Logistics verantwoordelijk is geweest voor het regelen van airway bills en andere export- en douane documentatie, en dat zij de shipments van test strips heeft vrijgegeven. Op de counterfeit verpakte test strips wordt daarnaast PHI Logistics als owner vermeld en op verkoopdocumenten worden zowel Holland Trading Group als Kamstra International genoemd. Daarmee is voldoende gesteld om voorshands aan te nemen dat de activiteiten van de drie vennootschappen niet steeds zo strikt gescheiden zijn als HTG c.s. aanvoert.

5.4.

Bij de beoordeling van de vorderingen geldt als uitgangspunt dat de procedure om inzage in en afgifte van de in beslag genomen bescheiden te verkrijgen een zelfstandige bevoegdheid betreft (zie HR 8 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8510). Het rechterlijk verlof om het bewijsbeslag te leggen geeft geen verdergaande aanspraken dan de bewaring: noch het verlof, noch de beslaglegging geven de beslaglegger recht op afgifte, inzage of afschrift.

5.5.

Een op art. 843a Rv jo 1019a Rv gebaseerde vordering is toewijsbaar als (i) de eiser een rechtmatig belang heeft, (ii) de vordering bepaalde bescheiden betreft, (iii) de verweerder over deze bescheiden daadwerkelijk de beschikking heeft, en (iv) de eiser partij is bij de rechtsbetrekking waarop de gevorderde bescheiden zien.

5.6.

Abbott c.s. stelt dat HTG c.s. inbreuk op haar Uniemerkenrechten maakt en onrechtmatig handelt in die zin dat HTG c.s. betrokkenheid heeft bij of profiteert van de inbreuk op buitenlandse - Amerikaanse - merken van Abbott c.s., en handelt op een wijze die schadelijk is voor de reputatie van Abbott c.s., haar producten en merken.

5.7.

Niet in geschil is dat Kamstra counterfeit verpakte test strips aan H&H heeft verkocht. Abbott c.s. heeft aannemelijk gemaakt dat het gaat om test strips die van oorsprong waren bedoeld voor andere markten dan de Amerikaanse en die zonder haar toestemming - vermoedelijk in Europa - zijn herverpakt en voorzien van bijsluiters die sterk lijken op de verpakkingen en bijsluiters die in de Verenigde Staten worden gebruikt. Ook is onderbouwd gesteld dat de herverpakking moet hebben plaatsgevonden voordat de test strips naar de Verenigde Staten werden geëxporteerd. Abbott c.s. heeft verwezen naar de zogenoemde NDC code op de door haar in het geding gebrachte verkoopinformatie en douanedocumentatie, en naar het feit dat H&H in 2015 een rechterlijk verbod werd opgelegd om test strips in internationale verpakkingen te verhandelen, zodat het onwaarschijnlijk is dat de door haar geïmporteerde test strips geen Amerikaanse verpakkingen en bijsluiters hadden. Abbott c.s. heeft voorts met een e-mail onderbouwd dat Isaac Bawany, bij wie in Ierland counterfeit verpakte test strips zijn aangetroffen, heeft verklaard dat hij van HTG opdracht heeft gekregen om Freestyle Lite test strips te herverpakken.

5.8.

Abbott c.s. heeft hiermee naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gesteld om aan te nemen dat met de handel in counterfeit verpakte test strips inbreuk wordt gemaakt op de Uniemerkenrechten van Abbott Diabetes en Abbott Laboratories, dat HTG c.s. daarmee onrechtmatig handelt, en dat door HTG c.s. onrechtmatig jegens Abbott c.s. is gehandeld doordat met deze handel schade is veroorzaakt aan haar reputatie, producten en merk.

5.9.

Met het bovenstaande moet naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter worden aangenomen dat Abbott c.s. partij is bij een rechtsbetrekking en een rechtmatig belang heeft als bedoeld in art. 843a Rv jo art. 1019a lid 1 Rv.

5.10.

Het verweer van HTG c.s. dat zij alleen Freestyle Lite test strips heeft doorgeleverd aan H&H en zij slachtoffer is van een malafide leverancier, leidt niet tot een ander oordeel. Ter onderbouwing verwijst HTG c.s. naar een onderzoek door een externe accountant, die constateert dat de voorraadtransacties aansluiten op bij- en afschrijvingen op de bankrekening van Kamstra. De conclusies van de accountant zijn ter zitting gemotiveerd en gedetailleerd door Abbott c.s. betwist. Het gaat de reikwijdte van dit kort geding te buiten om die stellingen en het onderzoek van de accountant in deze procedure te beoordelen, omdat daarvoor bewijslevering of voorlichting door een deskundige nodig is, daargelaten wat het onderzoek precies kan zeggen over de reikwijdte van de mogelijke betrokkenheid van HTG c.s. bij de handel in counterfeit verpakte test strips. Dit onderzoek - ook in samenhang beschouwd met het andere verweer van HTG c.s., bijvoorbeeld de betwisting van de verklaring van Isaac Bawany - is in elk geval onvoldoende om te concluderen dat uit de door Abbott c.s. gestelde feiten niet een redelijk vermoeden van een inbreuk op de Uniemerken kan worden afgeleid, of anderszins van een onrechtmatig handelen, of dat Abbott c.s. dit niet op voorhand met voldoende bewijsmateriaal heeft onderbouwd (Hoge Raad 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3304).

5.11.

De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat de bescheiden voldoende bepaald zijn. Dit geldt zowel voor de bescheiden die door het beslag zijn getroffen als voor de 'overige documentatie'. De bescheiden worden in de gegeven omstandigheden voldoende concreet gemaakt (Hoge Raad 26 oktober 2012, ECLI:NL:HR: 2012: BW92440). Van een fishing expedition is, anders dan HTG c.s. heeft aangevoerd, dan ook geen sprake.

5.12.

HTG c.s. heeft voorts niet betwist dat zij beschikt over de 'overige documentatie' zodat eveneens aan de bovengenoemde voorwaarde (iii) is voldaan.

5.13.

Met het bovenstaande ligt de primaire vordering in beginsel voor toewijzing gereed, met dien verstande dat ingevolge art. 1019a lid 3 Rv de vordering moet worden afgewezen als de bescherming van vertrouwelijke informatie bij toewijzing niet is gewaarborgd.

5.14.

HTG c.s. heeft aangevoerd dat de deurwaarder te ruim beslag heeft gelegd en dat daardoor ook beslag is gelegd op vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Het is echter onduidelijk gebleven op welke informatie HTG c.s. in dit verband doelt. Zij heeft niet weersproken dat zij geen concurrent van Abbott c.s. is, zodat zonder nadere toelichting die niet is gegeven, niet is in te zien dat bescherming van de marktpositie van HTG c.s. vertrouwelijkheid vereist. Namens Abbott c.s. is ter terechtzitting daarnaast onweersproken verklaard dat, mocht zij informatie aantreffen die niet van belang is voor de opheldering van de handel in counterfeit verpakte test strips, zij deze informatie niet gebruikt. In het licht hiervan had het van HTG c.s. mogen worden verwacht dat zij concreet had gemaakt op welke wijze de vertrouwelijkheid van informatie in het geding komt als de vorderingen van Abbott c.s. worden toegewezen. Dit is niet gebeurd. Het ontbreken van deze toelichting klemt te meer nu ook HTG c.s. zich op het standpunt stelt dat er belang bestaat bij duidelijkheid omtrent de handel in counterfeit verpakte test strips en haar gestelde betrokkenheid hierbij, dat niet is weersproken dat er gezondheidsrisico's dreigen als niet voortvarend wordt opgetreden, en evenmin is weersproken dat de voorgestelde lawyer's only regeling vertraging veroorzaakt.

5.15.

Op grond van het bovenstaande zullen de primaire vorderingen van Abbott c.s. worden toegewezen.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

HTG c.s. vordert primair de opheffing van het door Abbott c.s. gelegde beslag. Daaraan wordt ten grondslag gelegd dat Abbott c.s. in het verzoekschrift waarin verlof tot beslaglegging is verzocht geen melding is gemaakt van de toezeggingen die HTG c.s. op 21 juli 2017 heeft gedaan om mee te helpen de herkomst van de counterfeit verpakte test strips te achterhalen. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

6.2.

Uit artikel 21 Rv vloeit voor partijen de verplichting voort de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht. Deze verplichting geldt ook bij een beslagrekest (vgl. Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:HR: 2011:BO9675). Misleiding door onvoldoende toelichting kan de voorzieningenrechter reden geven om een beslagverlof te weigeren of om een latere vordering tot opheffing van het beslag reeds om die reden toe te wijzen (vgl. Gerechtshof Amsterdam 10 januari 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BV0477).

6.3.

In het beslagrekest wordt geen melding gemaakt van de toezeggingen door HTG c.s. Er is in het licht van het verweer van Abbott c.s. echter onvoldoende gesteld om aan te nemen dat Abbott c.s. hiermee de intentie had om de voorzieningenrechter te misleiden. Partijen waren al geruime tijd in overleg over inzage in bescheiden van HTG c.s., maar slaagden er niet om overeenstemming te bereiken. Ook in het tijdvak tussen de toezeggingen op 21 juli 2017 en het moment dat het beslagrekest (op 26 juli 2017) werd ingediend, is de samenwerking niet tot stand gekomen. Mede gelet op de gezondheidsbelangen die met de beslaglegging zijn gemoeid en de summiere rechterlijke toets die bij verlofverlening wordt aangelegd, acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat het verlof niet was verleend als wel mededeling was gedaan van de toezeggingen. De primaire vordering wordt daarom afgewezen.

6.4.

De subsidiaire vordering tot opheffing van het beslag voor zover het de e-mailboxen van twee werknemers heeft getroffen, wordt eveneens afgewezen. Redengevend is dat uit het enkele feit dat het beslag e-mailaccounts of bescheiden van werknemers van andere ondernemingen dan HTG c.s. heeft getroffen, anders dan HTG c.s. meent, niet volgt dat het beslag niet onder het bij de beschikking van 28 juli 2017 gegeven verlof valt.

6.5.

Voor zover HTG c.s. stelt dat Abbott c.s. of de deurwaarder onrechtmatig hebben gehandeld doordat het beslag niet in overeenstemming met het verlof van de voorzieningenrechter is gelegd of in strijd is met de Wet Bescherming Persoonsgegevens, en er daarmee jegens haar onrechtmatig wordt gehandeld, geldt dat de beoordeling van die stelling de reikwijdte van dit kort geding te buiten gaat omdat dit noopt tot een nadere uitwerking van stellingen en eventueel tot bewijslevering.

6.6.

Hiermee liggen de vorderingen van HTG c.s. voor afwijzing gereed.

In conventie en in reconventie:

6.7.

De procedure betreft naar het oordeel van de voorzieningenrechter een complex kort geding in de zin van de richtlijn Indicatietarieven in IE-zaken, waarvoor in beginsel een maximum tarief van € 25.000- (exclusief BTW) aan advocaatkosten van toepassing is. De voorzieningenrechter ziet in het licht van onder andere het verweer van HTG c.s. dat niet is in te zien waarom de zaak vraagt om de betrokkenheid van drie advocaten met een gemiddeld uurtarief van € 500,-- aanleiding om niet meer dan het standaardtarief toe te wijzen aan salaris advocaat. Dit bedrag wordt vermeerderd met het griffierecht van € 618,- en de kosten voor het uitbrengen van de dagvaarding van € 94,79, in totaal € 25.712,79.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

1. bepaalt dat Abbott c.s. onmiddellijk inzage krijgt in en door afgifte de beschikking krijgt over de beslagen documentatie;

2. beveelt HTG c.s. deze inzage en afgifte te gehengen en gedogen;

3. beveelt HTG c.s. binnen 48 uur na betekening van dit vonnis aan Abbott af te geven, te overleggen of inzage te geven in:

- bestellingen, orders, orderbevestigingen, transportdocumenten, douanedocumenten, facturen, pro formafacturen betreffende de handel van HTG c.s. in Amerikaanse verpakte Freestyle test strips;

- interne (e-mail)correspondentie en (e-mail)correspondentie met leveranciers en afnemers betreffende de handel van HTG c.s. in Amerikaanse verpakte Abbott Freestyle test strips;

4. veroordeelt HTG c.s. hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van Abbott c.s. van een dwangsom van € 50.000,-- voor iedere dag dat zij het 1 t/m 3 bepaalde in gebreke blijft, met een maximum van € 2.500.000,--;

5. veroordeelt HTG c.s. hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van Abbott c.s. tot op heden begroot op

€ 25.712, 79;

6. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

7. wijst de vorderingen af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Dijkstra en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2017.1

1 type: coll: