Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:3548

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-09-2017
Datum publicatie
18-09-2017
Zaaknummer
18/930025-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling seksueel misbruik met stiefdochter vanaf haar tiende tot achttiende levensjaar. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2016-07-01
Wetboek van Strafrecht 244, geldigheid: 2002-04-01
Wetboek van Strafrecht 245, geldigheid: 2012-01-01
Wetboek van Strafrecht 248, geldigheid: 2015-08-01
Wetboek van Strafrecht 249, geldigheid: 2010-01-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/930025-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 september 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1951 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

1 september 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W.M. Bierens, advocaat te Assen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr J. Houwink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van 18 mei 2008 tot en met 17 mei 2010 te [pleegplaats] , althans in de

gemeente Midden-Drenthe,, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1998,

die de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer

handelingen heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het

seksueel binnendringen van het lichaam,

hebbende verdachte (telkens) een of meer van zijn vingers in de vagina en/of

in de anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht;

2.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van [geboortedatum] 2010 tot en met 17 mei 2014 te [pleegplaats] , althans in de

gemeente Midden-Drenthe,, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1998,

die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had

bereikt, en zijnde die [slachtoffer] (telkens) een kind dat hij verzorgde en/of

opvoedde als behorend tot zijn gezin,

buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling heeft gepleegd, die

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam,

hebbende verdachte (telkens) een of meer van zijn vingers in de vagina en/of

in de anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht;

3.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van 18 mei 2014 tot en met 17 mei 2016 te [pleegplaats] , althans in de

gemeente Midden-Drenthe, (telkens) ontucht heeft gepleegd zijn minderjarig

stiefkind [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1998,

hebbende verdachte (telkens) een of meer van zijn vingers in de vagina en/of

in de anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde gevorderd.

Hij heeft betoogd dat het ten laste gelegde kan worden bewezen op grond van de aangifte, de verklaring van de zus van aangeefster, [getuige 1] , en de verklaring van het jongere zusje van aangeefster, [getuige 2] . Het gegeven dat de oudste zus van aangeefster, [getuige 3] , niet ontkent dat verdachte zijn (stief)dochters heeft misbruikt, merkt de officier van justitie aan als een impliciete bevestiging. De officier van justitie vindt de verklaringen van aangeefster en haar zussen betrouwbaar, in het bijzonder gelet op de volgorde van de verklaringen, de grote mate van overeenkomst tussen de verklaringen en het feit dat [getuige 2] weet wat de term ‘controle’ inhoudt. De officier van justitie acht de verklaring van verdachte dat er sprake is van een complot niet geloofwaardig.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wegens het ontbreken van overtuigend bewijs. Hij heeft daartoe aangevoerd dat zowel aangeefster als haar zus [getuige 1] niet naar waarheid hebben verklaard en welke motieven zij daarvoor hebben. Hij heeft aangevoerd dat het wettig bewijs wel voorhanden is.

Oordeel van de rechtbank

Hoewel verdachte de hem ten laste gelegde feiten stellig ontkent acht de

rechtbank het ten laste gelegde onder 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank past de hierna te noemen bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De rechtbank acht de verklaringen die voor het bewijs worden gebruikt betrouwbaar. Naast de aangifte bevatten de overige verklaringen voldoende steun- en schakelbewijs voor het ten laste gelegde. Daarnaast heeft de rechtbank op basis van het aanwezige wettig bewijs ook de overtuiging gekregen dat verdachte voornoemde feiten heeft gepleegd.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 15 september 2016, opgenomen op pagina 36 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2016261531 d.d. 25 januari 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :

Ik ben geboren op [geboortedatum] 1998. Ik doe aangifte tegen mijn vader, [verdachte] , vanwege seksueel misbruik. Dat vond plaats te [pleegplaats] , gemeente Midden-Drenthe. Toen ik elf was, of tien, kwam mijn vader er mee aanzetten dat er allemaal ziektes in de wereld waren en dat alle ouders dan hun controleerden of hun dochters dat ook hadden. Dat zei hij elke keer als mama weg was. Dan nam hij mij mee naar zijn kamer en dan moest ik op bed gaan liggen en dan ging hij met zijn vingers in mijn vagina om te kijken of ik nog maagd was. Dan moest ik me omdraaien, op mijn knieën en handen. En dan ging hij met zijn vinger ook in mijn kont. Dat deed hij één keer in de maand, of in de twee maand, of drie maanden. Toen ik zestien was, deed hij het steeds vaker. Soms één keer in de maand, soms twee keer in de maand. Mijn zusje is vorige week naar mij toe gekomen en zij vroeg mij of ik ook controle kreeg door hem. Over de laatste keer dat mijn vader dit bij mij deed, kan ik het volgende zeggen. Het was de vrijdagochtend na 30 augustus 2016. Ik lag op bed. Hij ging naast mij op bed zitten. Hij zei "Dan gaan we nu controle doen, want ik wil je kunnen vertrouwen". Ik lag op bed en deed mijn broek en onderbroek uit. Toen ging ik op mijn rug liggen, met mijn benen wijd. Hij ging met zijn vingers naar binnen. Toen zei hij tegen mij dat ik me moest omdraaien. Hij maakte zijn wijsvinger nat met zijn mond en stopte die in mijn kont. Eerst was het één vinger, later twee vingers. Hij bewoog zijn vingers in mijn vagina erin en eruit, eigenlijk vingeren. Bij elke controle vraagt hij hoe het voelt, of ik er gevoel in heb en of ik het fijn vindt wat hij doet. Ik antwoord altijd dat ik het niet fijn vind. Meestal duurt het tussen de vijf en de tien minuten. Hij zegt altijd dat het maar drie minuten duurt, maar het duurt langer. Hij gebruikt de vingers van zijn linker hand om bij mij naar binnen te gaan, en met zijn rechter hand houdt hij mijn schaamlippen vast. Deze keer zat hij niet aan mijn clitoris. Het ging altijd wel iets anders, maar wel altijd dezelfde controle.

Dan ga ik op mijn knieën zitten met mijn kont naar achteren, mijn onderarmen houd ik op bed. Mijn hoofd doe ik in mijn kussen. Ik voel dat hij met een vinger, volgens mij zijn wijsvinger mijn kont ingaat. Hij doet zijn vinger in mijn kont en er weer uit, dit herhaalt zich een paar keer. Zijn vinger gaat er voor mijn gevoel voor de helft in.

De controles gebeurden vanaf mijn tiende of elfde tot aan mijn vijftiende jaar om de drie maanden. Vanaf mijn vijftiende tot aan mijn zeventiende jaar, was het één keer in de twee maanden en vanaf mijn zeventiende tot aan mijn achttiende jaar was het één keer in de maand en soms nog vaker. Op mijn elfde zat hij niet in mijn kont. Dat kwam pas vanaf mijn zestiende jaar. Ik weet dat het begon op je tiende of elfde jaar, omdat ik toen naar school ging op de " [naam school] ". Ik zat nog op de basisschool, groep zes of zeven.

Tussen mijn tiende, elfde jaar tot aan mijn zestiende jaar gebeurde het op dezelfde manier, alleen dan ging hij niet in mijn kont. Helemaal in het begin zat hij aan mijn clitoris en later ook nog wel. Hij maakte eigenlijk altijd eerst zijn vingers nat met slijm. Hij wreef dan eerst

bijvoorbeeld over mijn schaamlippen en clitoris en ging dan met zijn vingers naar binnen toe. Het was iedere keer wel iets anders, het kon bijvoorbeeld ook zo zijn dat hij direct met zijn vingers in mijn vagina ging.

Ik was ergens tussen de 10 en de 15 jaar toen mijn moeder ons een keer heeft overlopen.

Ik weet dat ik voorover stond en hij stond achter mij te kijken en mama kwam binnen. Ik stond in de keuken bij de bar. Dat was de enige keer dat het ergens anders gebeurde, dan in de slaapkamer. Ik had een rokje aan en die had ik naar beneden. Mijn onderbroekje had ik tot aan mijn enkels. Mijn vader stond te kijken. Mama betrapte ons, zij zag dat. Zij vroeg wat hij aan het doen was. Hij zei dat hij gewoon aan het kijken was en dat er niks gebeurde.

De controles vonden plaats in de weekenden en anders op een maandag of een vrijdag. Dat zijn vaak de momenten waarop mijn moeder niet thuis is.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 november 2016, opgenomen op pagina 13 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

U houdt mij voor dat aangeefster heeft verklaart dat haar moeder, [naam] , aangeefster en mij een keer heeft overlopen in de woonkamer. U zegt mij dat ze tussen de 10 en 15 jaar oud zou zijn. U zegt mij dat ze voorover gebukt zou staan en dat ik achter haar zou hebben gekeken. U zegt mij dat ze een rokje en onderbroekje tot aan haar enkels aan zou hebben. U zegt mij dat dan haar moeder binnen zou zijn gekomen en er vervolgens dikke ruzie tussen mij en [naam] zou zijn ontstaan. Ik antwoord hierop dat ik wel woorden met [naam] heb gehad. Dat ging over dat ze vraagtekens heeft gehad over hoe dat ging in de keuken. Ze vroeg wat wij in de keuken deden. Ze zei: wat doe je hier met elkaar in de keuken? De maandag en de vrijdag zijn de vaste werkdagen van [slachtoffer] moeder.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 september 2016, opgenomen op pagina 49 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1] :

Ik had een telefoongesprek met mijn vader en hij was behoorlijk onder invloed van alcohol. Dat was zondagavond. Ik hoorde dat hij zei dat hij regelmatig zijn kinderen moest controleren. Ik zei: “wat bedoel je daarmee?” Hij zei: "Nou gewoon controleren." Ik heb [slachtoffer] gebeld en haar gezegd dat ik een vraag had over papa. Ik vroeg haar wat papa bedoelt als hij zegt dat hij zijn kinderen moet controleren. Ik hoorde dat ze zei dat ze op bed moest gaan liggen en dan werd ze door mijn vader betast. Ze moest op bed liggen met haar broek naar beneden en haar benen open. Hij ging dan op zijn vingers spugen en dan ging hij met zijn vingers bij haar naar binnen. Ze zei ook nog tijdens het gesprekje, dat het morgenvroeg weer ging gebeuren. Ze noemde dat ze ook wel eens op haar buik moest liggen en dat hij dan met zijn vingers in haar vagina ging en ook wel in haar anus ging. Als zij op haar rug lag, wreef hij ook wel met zijn vingers over haar clitoris en vroeg haar dan of ze daar ook gevoel had. Mijn vader heeft altijd gezegd dat hij de controles bij mij deed, bij [getuige 3] , eigenlijk bij ons allemaal. Toen ik een jaar of twaalf, dertien, veertien was, betastte mijn vader mijn geslachtsdelen. Mijn vader heeft heel vaak duidelijk tegen mij gezegd en tegen [slachtoffer] : "Met [getuige 1] is het niet zo vaak gebeurd die controles". Papa heeft ons, aan mij en aan [slachtoffer] , ook altijd verteld dat [getuige 3] op de wasmachine moest zitten met haar benen gespreid. Ik hoorde van [slachtoffer] , dat [getuige 2] haar vorige week heeft gevraagd of papa haar ook controleerde.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 december 2016, opgenomen op pagina 85 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van [naam] :

Op 20 september 2016 werd de getuige [getuige 2] , geboren op [geboortedatum]-2007 in de kindvriendelijke studio te Groningen gehoord. Hieronder volgt grotendeels een samenvatting van hetgeen [getuige 2] heeft verklaard, waarbij de details met betrekking tot het voorval, dan wel anderzijds relevante uitspraken, letterlijk zijn uitgewerkt. De verhoorder vraagt aan [getuige 2] , dat ze gisteren (tijdens de voorbereiding) sprak over 'controle'. [getuige 2] zegt dat dit betekent dat papa tussen onze billen kijkt of wij niet rare dingen doen, met andere jongens.

V Hoe vaak heeft papa dat gedaan?

A Bij mij nooit, bij [naam] ook niet, bij [slachtoffer] wel. Papa zei dat [slachtoffer] ook controle heeft.

V Wat bedoel je dan met 'rare dingen'?

A Bijvoorbeeld, ehm...kan ik niet uitleggen. Dat de jongens niet in onze billen kijken.

V Wat zijn dan 'onze billen'?

A Onze kont.

V Wat voor rare dingen doen die jongens dan?

A Kijken in onze kont.

V Hoe weet jij dat, dat jongens rare dingen doen?

A Nou, papa heeft dat een keer uitgelegd.

V Waar was jij toen papa dat zei, van die controle?

A Toen was ik thuis en toen zei papa 'ik ga jou ook een keer controleren', maar toen was papa dronken.

V Wanneer heeft papa dat uitgelegd, wat dat dan is die controle.

A Dat heb ik net uitgelegd. Dat papa tegen mij zei dat hij ging kijken in mijn billen.

V Hoe wist jij dan wat papa bedoelde?

A Papa zei tegen [slachtoffer] dat als de jongens in de billen willen kijken, zij dat niet moest toelaten.

V Hoe weet jij dan, dat papa dat zei tegen [slachtoffer] ?

A Ik zat op de bank televisie te kijken.

V Hoe vaak heeft papa dat tegen jou gezegd, dat hij tussen je billen wilde kijken?

A Eén keer. In de tuin.

V Weet [slachtoffer] dat papa dat tegen jou heeft gezegd?

A Ja, dat heb ik tegen haar gezegd. Toen papa dat net zei.

[getuige 2] vertelde dat ze het een dag nadat papa dat tegen haar zei, aan [slachtoffer] vertelde. Omdat ze haar grote zus wel vertrouwde. Ik ging het zomaar vertellen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 18 mei 2008 tot en met 17 mei 2010 te [pleegplaats] , gemeente Midden-Drenthe, telkens met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1998,

die de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, telkens handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte telkens zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht;

2.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van [geboortedatum] 2010 tot en met 17 mei 2014 te [pleegplaats] , gemeente Midden-Drenthe, telkens met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1998,

die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, en zijnde die [slachtoffer] een kind dat hij verzorgde en opvoedde als behorend tot zijn gezin, buiten echt, telkens een of meer ontuchtige handeling heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte telkens zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht;

3.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van [geboortedatum] 2014 tot en met 17 mei 2016 te [pleegplaats] , gemeente Midden-Drenthe, telkens ontucht heeft gepleegd zijn minderjarig stiefkind [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1998, hebbende verdachte telkens zijn vingers in de vagina en in de anus van die [slachtoffer] gebracht.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan

uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

2. met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren

heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede

bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen een kind dat hij verzorgt op opvoedt als behorend tot zijn gezin;

3. ontucht plegen met zijn stiefkind.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en een (ambulante) behandeling. Bij het bepalen van de strafeis heeft de officier van justitie in het bijzonder in aanmerking genomen dat het gaat om ernstige feiten, bestaande uit langdurig en vernederend misbruik van een jong meisje, waardoor de ontwikkeling van het meisje op grove wijze wordt verstoord. Als strafverzwarend heeft hij in aanmerking genomen dat verdachte tegen aangeefster heeft gezegd dat het voor haar eigen bestwil was, toen aangeefster aangaf dat zij het niet prettig vond.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt met betrekking tot de straf ingenomen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verregaande seksuele handelingen met zijn stiefdochter [slachtoffer] . Tussen haar tiende en achttiende levensjaar heeft zij regelmatig, vanaf een gegeven moment ongeveer maandelijks, zogenoemde ‘controles’ van haar stiefvader moeten ondergaan die bestonden uit het naar binnen brengen van zijn vingers in haar vagina en/of anus. [slachtoffer] heeft bij iedere ‘controle’ tegen haar stiefvader gezegd dat zij het niet prettig vond, en desalniettemin is hij niet opgehouden met het vernederende misbruik. Verdachte heeft hierdoor niet alleen de lichamelijke integriteit van zijn stiefdochter geschonden, maar ook zijn positie als ouder misbruikt ten behoeve van zijn eigen gerief. Juist van een ouder mag worden verwacht dat die zijn (stief)kind een ongestoorde jeugd en veilige opvoeding biedt. Naar de ervaring leert, brengt seksueel misbruik voor slachtoffers, in het bijzonder als dit door gezinsleden geschiedt en ook nog op zo jeugdige leeftijd, voor het heden en de toekomst veelal ernstige geestelijke problemen mee.

Gelet op de voornoemde ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan is oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank zal een gedeelte van deze straf voorwaardelijk opleggen als stok achter de deur ter voorkoming van recidive in de toekomst. De rechtbank ziet geen reden om naast algemene voorwaarden ook bijzondere voorwaarden op te leggen, nu reeds de nodige hulpverleningsinstanties betrokken zijn bij verdachte en zijn gezin.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 244, 245, 248 en 249 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 1 jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. de Bock, voorzitter, mr. M.A.A. van Capelle en

mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door mr. M.T. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 september 2017.

Mr. M. van der Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.