Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:3539

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-09-2017
Datum publicatie
15-09-2017
Zaaknummer
C18/178087/KG ZA 17-185
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

8 EVRM, 10 EVRM, verborgen camera, vrijheid van meningsuiting, eerbiediging van persoonlijke levenssfeer, rectificatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0737

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer/rolnummer: C/18/178087/KG ZA 17-185

Vonnis in kort geding van 15 september 2017

in de zaak van

[naam] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. J. Faas te Groningen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SBS BROADCASTING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOORDKAAP TV PRODUCTIES B.V.,

gevestigd te Amsterdam

3. [A],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. J.A.K. van den Berg te Amsterdam.

Partijen zullen hierna afzonderlijk [eiser] en SBS Broadcasting, Noordkaap en [A] , en gezamenlijk gedaagden, genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met aangehechte producties, waaronder een USB stick met daarop de uitzending van het programma 'Stegeman op de Bres' van 4 juni 2017,

  • -

    de door gedaagden voorafgaand aan de zitting toegezonden producties,

  • -

    de mondelinge behandeling van 6 september 2017,

  • -

    de pleitnota van SBS Broadcasting, Noordkaap en [A] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Noordkaap produceert het programma Stegeman op de Bres. Het programma wordt gepresenteerd door [A] (hierna [A] ), tevens algemeen directeur van Noordkaap. SBS Broadcasting zendt Stegeman op de Bres uit op haar televisiezender SBS6.

2.2.

In de uitzending van Stegeman op de Bres van 4 juni 2017 is aandacht besteed aan afschrijvingen die hebben plaatsgevonden van de rekeningen van de ouders van [eiser] naar de rekening van [eiser] . Het betreft overschrijvingen van € 50.000,00 (oktober 2012),

€ 20.000,00 (januari 2013), € 50.000,00 (augustus 2013) en € 5.000,00 (maart 2014). De eerste twee betalingen zijn verricht via een door de vader c.q. moeder van [eiser] ondertekende overschrijvingskaart. De laatste twee betalingen zijn verricht middels internetbankieren.

2.3.

De vader van [eiser] is op 28 februari 2014 overleden. De moeder van [eiser] heeft 11 december 2015 aangifte tegen [eiser] gedaan van verduistering van voornoemde geldbedragen. In januari 2016 heeft de politie de zaak geseponeerd. De politie heeft hiervan op 23 november 2016 mededeling gedaan aan de moeder van [eiser] .

2.4.

Op 10 november 2016 is een collega van [A] bij [eiser] geweest, zich voordoend als belangstellende voor de aankoop van een fiets waarvoor [eiser] had geadverteerd op Marktplaats.nl.

2.5.

Tijdens het bezoek van de collega van [A] aan [eiser] op 10 november 2016 zijn met gebruikmaking van een verborgen camera beeld- en geluidsopnames gemaakt. De buitenkant van de woning, de buitenkant van de schuur en ook de binnenkant van de schuur van [eiser] zijn daarbij in beeld gebracht. [eiser] heeft geen toestemming gegeven voor het maken van deze beeld- en/of geluidsopnames op 10 november 2016 en ook niet voor het gebruik daarvan.

2.6.

Op 2 februari 2017 heeft een andere collega van [A] een afspraak met [eiser] op een terras in zijn woonplaats [woonplaats] gemaakt. De afspraak was bedoeld voor een confrontatie tussen [A] en [eiser] . [A] geeft in de uitzending daarover aan:

'We hebben een afspraak gemaakt met [naam] (bedoeld wordt: [eiser] ), zogenaamd om een interview dat nooit zal plaatsvinden. We hebben een val gezet.'

2.7.

Van de confrontatie zijn beeld- en geluidsopnames gemaakt. Deze confrontatie is vanaf de openbare weg door een opnameploeg gefilmd. Op uitnodiging van [eiser] zijn [A] en zijn collega's meegegaan naar de woning van [eiser] . In de uitzending is voor het betreden van de woning te horen:

[A] via voice over: 'We volgen hem naar zijn woning. En als we daar zijn geeft [eiser] aan dat de cameraploeg buiten moet blijven.'

[A] in de opname: 'Mogen zij niet mee?'

[eiser] : 'Nee, laat hen maar even wachten.'

[A] : 'Dit is een collega, die weet ook alles van het dossier.'

2.8.

Tijdens het bezoek van [A] in de woning van [eiser] zijn met gebruikmaking van een verborgen camera beeld- en geluidsopnames gemaakt. Deze opnames zijn gebruikt voor de uitzending.

2.9.

Tijdens het bezoek van [A] in de woning van [eiser] zijn vanaf buiten door een opnameploeg ook beeld- en geluidsopnames gemaakt. In de uitzending is te zien dat de rolluiken van de woning gesloten worden door (de echtgenote van) [eiser] en gedurende het bezoek van [A] grotendeels gesloten blijven.

2.10.

In de uitzending is, voor zover relevant, te horen dat [A] (al dan niet middels voice-over) zegt:

'Want buiten haar weten om boekt [eiser] grote bedragen over naar andere
rekeningen' (2:40)

'En hij heeft zelf de bedragen ingevuld' (6:57)

'Dus u bent opgelicht door uw eigen zoon' (7:07)

'Daan moet ter verantwoording worden geroepen' (7:35)

'Had u dit achter uw eigen zoon gezocht?' (9:40)

'U bent 92 jaar, dit is toch niet hoe u het einde van het leven, om het zo maar te
zeggen, voor u heeft gezien?' (12:11)

'Hier mag hij niet zomaar mee weg komen' (13:06)

'Zijn moeder, 93 jaar oud, is alleen maar bezig met de oplichtingspraktijken van
haar zoon' (15:30)

Het is volledig te begrijpen, dat zij dat moment heeft aangenomen hem de
financiële rekeningen te laten beheren, maar dat hij dan op zo'n manier misbruik
van heeft gemaakt, onbegrijpelijk (15:45)

'En nu komt ze erachter dat het geld wat zij heeft, dat ze dat niet meer bezit, omdat
het op jouw rekening staat' (18:56)

[eiser] : 'Dat heeft ze gegeven' : [A] : 'Nee, dat heeft ze helemaal niet gewild'
(19:15)

'Daan draait het verhaal dus om' (22:40)

'Het is wel een hele slinkse manier om het geld bij jou terecht te laten komen'
(27:36)

'Dan naai je je eigen zuster erbij' (27:56)

'Vrijwel ademloos kijkt moeder dan naar haar bloedeigen zoon die dus zonder haar
toestemming € 125.000,-- overboekte naar zijn eigen rekening' (29:16)

2.11.

In de uitzending zijn de gezichten van [eiser] en zijn echtgenote onherkenbaar gemaakt door middel van een "wipe" en wordt de achternaam van [eiser] en/of zijn moeder niet genoemd. Wel worden de voornamen van [eiser] en zijn moeder in de uitzending herhaaldelijk genoemd en is de naam en achternaam van de zus van [eiser] in beeld gebracht.

2.12.

Naar aanleiding van de op 2 februari 2017 gemaakte beeld- en geluidsopnames heeft de advocaat van [eiser] SBS Broadcasting per brief d.d. 9 maart 2017 aangeschreven. In de betreffende brief staat, voor zover relevant, het volgende:

'(…) Als hoogtepunt heeft de zus van cliënt u ingeschakeld om een aflevering voor een (televisie)programma te maken over haar bewering dat cliënt geld en goederen heeft gestolen van hun vader en moeder. In dat kader heeft u een afspraak laten maken met cliënt en bent u vervolgens naar de woning van cliënt gegaan, waar cliënt u enkele bewijsstukken heeft getoond.

Graag verneem ik van u of de door u gemaakte filmbeelden daadwerkelijk in een (televisie)programma zullen worden gebruikt.

Mocht u daartoe voornemens zijn, dan verzoek ik u in de aflevering zorgvuldig het beginsel van hoor- en wederhoor toe te passen. (…)'

2.13.

Per e-mail d.d. 7 april 2017 heeft Noordkaap daarop de volgende reactie gestuurd:

'Via SBS Broadcasting hebben wij uw brief in goede orde ontvangen.

De beelden die wij hebben gemaakt zullen worden gebruikt in onze nieuwe serie van het programma Stegeman op de Bres, die vanaf zondag 21 mei op de buis zal verschijnen. Het gaat om een 6-delige serie, maar het is nog onduidelijk in welke aflevering dit verhaal zal worden uitgezonden.

Logischerwijze spreekt het voor zich dat wij het journalistieke beginsel van hoor en wederhoor toepassen in onze uitzendingen.'

2.14.

Op 25 juni 2017 heeft de advocaat van [eiser] gedaagden een sommatiebrief gezonden. Gedaagden hebben bij brief van 1 augustus 2017 aangegeven dat zij niet aan de sommaties zullen voldoen, om welke reden [eiser] het onderhavige kort geding is gestart.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat SBS Broadcasting, op straffe van een dwangsom, wordt veroordeeld de aflevering van Stegeman op de Bres van 4 juni 2017 van alle media waarop SBS Broadcasting de aflevering heeft geplaatst of heeft laten plaatsen, waaronder de website van SBS, te verwijderen en verwijderd te houden.

3.2.

[eiser] vordert daarnaast (na eiswijziging ter zitting) SBS Broadcasting te veroordelen, op straffe van een dwangsom, een rectificatie te plaatsen:

(1) op televisie op de eerstvolgende zondag na betekening van het vonnis tussen 21:45 uur en 22:15 uur, door de rectificatietekst schermvullend en goed leesbaar in beeld te brengen en in beeld te houden totdat de tekst op neutrale toon en in normaal tempo door een voice-over door de presentator is uitgesproken zonder daarbij nader commentaar te geven, en

(2) op internet helemaal bovenaan de website http://sbs6.nl/programmas/stegeman-op-de-bres/, goed leesbaar in zwarte vette letters met lettertype 20, gedurende hetzelfde aantal dagen dat de uitzending na 4 juni 2017 op deze website heeft gestaan, met de rectificatietest:

RECTIFICATIE
SBS is door de rechter veroordeeld tot rectificatie van de aflevering 3 van Stegeman op de Bres van 4 juni 2017. In de uitzending hebben wij ten onrechte een geschil tussen moeder/zus en zoon eenzijdig belicht. Ten onrechte is de zoon neergezet als een persoon die van zijn oude zieke moeder grote geldbedragen heeft gestolen. SBS heeft met het uitzenden van deze aflevering onrechtmatig gehandeld ten opzichte van de zoon, door verborgen camera beelden te gebruiken, het geschil eenzijdig te belichten en onder valse voorwendselen te handelen

althans te veroordelen een rectificatie te plaatsen op een in goede justitie te bepalen wijze.

3.3.

Tot slot vordert [eiser] gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een voorschot op schadevergoeding ten bedrage van € 10.000,00 en gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proces- en nakosten van het geding.

3.4.

[eiser] heeft ter toelichting op zijn vordering gesteld dat hij van mening is dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld. Gedaagden hebben volgens [eiser] zowel in strijd gehandeld met de wet, als inbreuk gemaakt op het recht van [eiser] op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer ex artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). [eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat voornoemd onrechtmatig handelen uiteen valt in de volgende aspecten:

1. [A] heeft zonder toestemming van [eiser] tweemaal met een verborgen camera in de woning van [eiser] gefilmd, welke beelden door SBS Broadcasting in de uitzending zijn gebruikt;

2. Gedaagden hebben het geschil tussen [eiser] en zijn zus eenzijdig belicht;

3. Gedaagden hebben onder valse voorwendselen gehandeld.

3.5.

Gedaagden voeren verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiser] heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering(en) en is derhalve ontvankelijk in dit geding. Om te beoordelen of de vorderingen jegens gedaagden voor toewijzing in aanmerking komen, moet worden vastgesteld of - naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter - de uitzending van 4 juni 2017 onrechtmatig is jegens [eiser] .

4.2.

Het draait in deze zaak om de botsing van twee fundamentele rechten. Aan de zijde van [eiser] het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en aan de zijde van gedaagden het recht op de vrijheid van meningsuiting.

Het maken van opnames met een verborgen camera en het uitzenden van beelden die kunnen worden herleid tot [eiser] vormen een inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, welk recht mede beschermd wordt door art. 8 EVRM.

Het maken van een uitzending door gedaagden valt onder het mede door art. 10 EVRM beschermde recht op vrijheid van meningsuiting.

De vraag die moet worden betantwoord is welke van deze beide fundamentele rechten in het concrete geval zwaarder weegt. Dit antwoord moet worden gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval, waarbij niet als uitgangspunt geldt dat aan een van beide rechten voorrang toekomt. ECLI:NL:HR:2017:569

4.3.

Het belang van gedaagden is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend uit moeten kunnen laten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van [eiser] is erin gelegen dat hij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan verdachtmakingen en/of voor hem ongewenste publiciteit en respect voor zijn privéleven.

4.4.

Relevante omstandigheden bij de afweging van deze belangen zijn onder meer:

- het middel voor de openbaarmaking en de wijze waarop dit is geschied
(de verborgen camera),

- de ernst - bezien vanuit het algemeen belang - van de misstand die
gedaagden in de uitzending aan de kaak probeerden te stellen en de mate waarin gedaagden andere middelen ten dienste stonden om het publiek over de misstand voor te lichten,

- de aard en inhoud van de uitzending en de ernst van de gevolgen daarvan
voor [eiser] ,

- de mate waarin de in de uitzending gedane uitlatingen steun vinden in
het beschikbare feitenmateriaal.

Het middel van openbaarmaking

4.5.

De voor de uitzending door gedaagden gebruikte beeld- en geluidsopnames zijn op drie manieren vergaard. Tussen partijen staat vast dat er ten tijde van de eerste afspraak op 10 november 2016 heimelijk beeld- en geluidsopnames zijn gemaakt, waarbij de woning van [eiser] herkenbaar in beeld is gebracht. Vast staat dat voor het gebruik van deze opnames geen toestemming is gegeven.

Tussen partijen staat verder vast dat er bij de tweede afspraak op 2 februari 2017 zichtbaar met een camera beeld- en geluidsopnames zijn gemaakt op de openbare weg in [woonplaats] alsmede vanaf de buitenzijde van de woning.

4.6.

Over de op 2 februari 2017 met een verborgen camera gemaakte beeld- en geluidsopnames in de woning van [eiser] bestaat tussen partijen discussie. Gedaagden hebben zich op het standpunt gesteld dat [eiser] wist dat er binnen beeldopnames werden gemaakt en dat [eiser] ervan uit ging dat de beeldopnames in de uitzending zouden worden gebruikt. Gedaagden hebben in dit kader ook verwezen naar de brief van de raadsman van [eiser] waarin gerefereerd wordt aan opnames. [eiser] heeft dit betwist en aangevoerd dat hem alleen de buiten gemaakte opnames bekend waren.

4.7.

De stelling van gedaagden dat de opnames met instemming van [eiser] zouden zijn gemaakt moet worden gekwalificeerd als bevrijdend verweer terzake waarvan de bewijslast op gedaagden rust. Het is daarom aan gedaagden om aannemelijk te maken dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat de beeld- en geluidsopnames op 2 februari 2017 in de woning van [eiser] , met zijn instemming zijn gemaakt. De voorzieningenrechter acht het voorshands niet aannemelijk dat gedaagden daarin zijn geslaagd. Tussen partijen staat vast dat [eiser] voorafgaand aan het betreden van zijn woning [A] en zijn collega heeft verzocht de cameraploeg buiten te laten blijven. Ook staat vast dat (de echtgenote van) [eiser] de rolluiken van de woning (grotendeels) heeft gesloten. Onweersproken is gesteld dat dit is gebeurd om te voorkomen dat er binnenshuis beeldopnames werden gemaakt, zodat de voorzieningenrechter dit als vaststaand aanneemt.

4.8.

Gezien het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot het voorshandse oordeel dat in beide gevallen de opnames met de verborgen camera zonder toestemming van eiser zijn gemaakt en gebruikt.

Misstand en de mate waarin de in de uitzending gedane uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal.

4.9.

De vraag die vervolgens ter beantwoording voor ligt, is of sprake was van een misstand en zo ja, of deze enkel door middel van met een verborgen camera gemaakte opnames aan de kaak kon worden gesteld.

De hele kwestie draait om de vraag of voor de overboekingen vanaf de bankrekening van de ouders van [eiser] naar de bankrekening van [eiser] een deugdelijke grondslag bestond. Uit de zijdens [eiser] overgelegde producties - die volgens de eigen verklaring van [A] ook allemaal bij hem bekend waren - volgt naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter enkel dat tussen [eiser] en zijn moeder discussie is ontstaan over het al of niet aanwezig zijn van deze grondslag. Dat er sprake was van een misstand in die zin dat [eiser] de bedragen van de rekening van zijn ouders zou hebben gestolen, zoals bij herhaling door [A] is gesteld kan op grond van het beschikbare materiaal voorshands niet worden geconcludeerd. Bij dit oordeel betrekt de voorzieningenrechter ook dat de politie geen aanleiding heeft gezien om na de door de zuster van [eiser] gedane aangifte tot vervolging over te gaan. Uit de door gedaagden zelf overgelegde stukken blijkt dat al in januari 2016 is besloten tot sepot van de zaak.

De aard en inhoud van de uitzending en de ernst van de gevolgen

4.10

Er is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voorshands voldoende gesteld om aan te nemen dat de uitzending schadelijke gevolgen heeft gehad en nog steeds heeft voor de eer en goede naam van [eiser] en zijn echtgenote, ondanks dat zij niet herkenbaar in beeld zijn gebracht. Uit de uitzending is op eenvoudige wijze te herleiden dat het om [eiser] en zijn echtgenote gaat alsmede waar zij woonachtig zijn. Het is in één oogopslag helder waar de opnames zijn gemaakt. Dat ook in de omgeving van [eiser] een en ander bekend is, blijkt uit de door [eiser] als productie 15 overlegde overzicht van incidenten bij zijn huis. Bij de beoordeling van de (ernst van de) gevolgen die de uitzending voor [eiser] heeft moet niet alleen de uitzending als zodanig worden betrokken, maar ook het gegeven dat de uitzending nadien gevolgen kan hebben als gevolg het feit dat deze op de website van SBS6 is te zien en de overige bekendheid die daaraan wordt gegeven op het internet en de sociale media.

Conclusie

4.11.

Uit het voorgaande blijkt dat er door opnames te maken met een verborgen camera en het uitzenden van beelden die kunnen worden herleid tot [eiser] een inbreuk is gemaakt op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Verder is niet gebleken van een misstand die een rechtvaardiging vormde voor deze inbreuk. Het uitzenden van de beelden was daarom niet toegestaan

De inbreuk heeft geleid tot aantasting van de eer en goede naam van [eiser] alsook tot nodeloos kwetsende reacties in de richting van [eiser] en zijn echtgenote zowel op internet als in hun directe omgeving. Deze inbreuk duurt nog voort nu de uitzending nog steeds via de website van SBS Broadcasting te bekijken is.

Gelet hierop komt de voorzieningenrechter tot het voorlopige oordeel dat er door gedaagden onrechtmatig is gehandeld jegens [eiser] .

4.12.

De vraag die nu voorligt, is in hoeverre het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter dat sprake is van onrechtmatig handelen toewijzing van het gevorderde mogelijk maakt.

Het (doen) verwijderen van de aflevering

4.13.

De vordering tot het (doen) verwijderen en verwijderd houden van de uitzending van ' [A] op de Bres' van 4 juni 2017 van alle media waarop deze door SBS Broadcasting is geplaatst of heeft laten plaatsen is enkel gericht tegen gedaagde SBS Broadcasting en komt naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter voor toewijzing in aanmerking, nu hiermee een einde wordt gemaakt aan het voortduren van het onrechtmatige handelen.

De rectificatie

4.14.

Artikel 6:167 lid 1 BW bepaalt dat wanneer iemand jegens een ander aansprakelijk is ter zake van een onjuist of door onvolledigheid misleidende publicatie van gegevens van feitelijke aard, de rechter hem op vordering van die ander kan veroordelen tot openbaarmaking van een rectificatie op een door de rechter aan te geven wijze. Hiervoor is al geconcludeerd dat er naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter geen deugdelijke grondslag was voor de door [A] in de uitzending geuite beschuldigingen. De vordering ter zake kan gelet daarop grotendeels worden toegewezen. Het verweer van SBS Broadcasting dat een rectificatie gelet op de wettelijke bepaling niet kan zien op de wijze waarop de gegevens zijn vergaard, treft doel. De voorzieningenrechter wijst de gevorderde rectificatie daarom toe op de wijze zoals in het dictum omschreven.

De dwangsom

4.15.

De gevorderde dwangsom zal nu deze onvoldoende is weersproken als prikkel tot naleving van de opgelegde bevelen worden toegewezen en gemaximeerd op de wijze als in het dictum omschreven.

Voorschot schadevergoeding

4.16.

De vordering van [eiser] onder punt 4 van de eis bij dagvaarding ziet op betaling van een voorlopige immateriële schadevergoeding van € 10.000,00. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat ten aanzien van deze vordering van een spoedeisend belang aan de zijde van [eiser] niet is gebleken. Ingevolge vaste jurisprudentie is met betrekking tot een geldvordering in kort geding in het algemeen terughoudendheid op haar plaats en dienen door de eisende partij, in dit geval [eiser] , feiten en omstandigheden te worden gesteld die meebrengen dat een zodanige voorziening uit hoofde van onverwijlde spoed is geboden. Dit heeft [eiser] niet gedaan zodat deze vordering zal worden afgewezen, in aanmerking genomen dat de gepretendeerde schade door gedaagden ook weersproken is.

4.17.

Hoewel de vorderingen, voor zover deze zijn ingesteld jegens [A] en Noordkaap, worden afgewezen ziet de voorzieningenrechter, nu wel wordt geconcludeerd dat zij onrechtmatig hebben gehandeld, aanleiding de proceskosten tussen eiser en hen te compenseren.

Proces- en nakosten

4.18

Voor een proceskostenveroordeling van SBS Broadcasting als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij bestaat wel aanleiding. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht € 287,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.103,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt SBS Broadcasting om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis te (doen) bewerkstelligen dat de aflevering van Stegeman op de Bres van 4 juni 2017 van alle media waarop SBS Broadcasting de aflevering heeft geplaatst of heeft laten plaatsen wordt verwijderd en verwijderd te houden;

5.2.

beveelt SBS Broadcasting:

(1) op televisie op de eerstvolgende zondag na betekening van dit vonnis te (doen) bewerkstelligen dat tussen 21:45 uur en 22:15 uur, onderstaande rectificatietekst schermvullend en goed leesbaar in beeld wordt gebracht en in beeld wordt gehouden totdat de tekst op neutrale toon en in normaal tempo door een voice-over door de presentator is uitgesproken zonder daarbij nader commentaar te geven, en;

(2) op internet helemaal bovenaan de website http://sbs6.nl/programmas/stegeman-op-de-bres/, goed leesbaar in zwarte vette letters met lettertype 20, gedurende hetzelfde aantal dagen dat de uitzending na 4 juni 2017 op deze website heeft gestaan onderstaande rectificatietekst te plaatsen:

RECTIFICATIE
SBS is door de rechter veroordeeld tot rectificatie van de aflevering 3 van Stegeman op de Bres van 4 juni 2017. In de uitzending hebben wij ten onrechte een geschil tussen moeder/zus en zoon eenzijdig belicht. Ten onrechte is de zoon neergezet als een persoon die van zijn oude zieke moeder grote geldbedragen heeft gestolen. SBS heeft met het uitzenden van deze aflevering onrechtmatig gehandeld ten opzichte van de zoon.

5.3.

veroordeelt SBS Broadcasting om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.1 en 5.2 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.4.

compenseert de proceskosten tussen [eiser] enerzijds en [A] en Noordkaap anderzijds,

5.5.

veroordeelt SBS Broadcasting in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.103,00,

5.6.

veroordeelt SBS Broadcasting in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat SBS Broadcasting niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Molema en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.1

1 type: 741