Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:3416

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
05-09-2017
Datum publicatie
06-09-2017
Zaaknummer
C/19/119871 / KG ZA 17-141
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bij KG vonnis van 5 september 2017 met zaaknummer / rolnummer: C/19/119871 / KG ZA 17-141 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de rechtbank in het incident in de hoofdzaak C/19/118043 bij vonnis van 26 juli 2017 niet meer heeft toegewezen dan gevorderd. Blijkens de inhoud van het desbetreffende vonnis in het incident, heeft de rechtbank bewust een voorschot van € 1.000.000,- toegewezen zonder zekerheidsstelling door gedaagden. Van strijd met artikel 23 Rv is derhalve geen sprake, terwijl dit vonnis evenmin op een juridische misslag berust. Vordering tot verbieden van executie van voormeld vonnis in het incident totdat zekerheid is gesteld, is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Assen

zaaknummer / rolnummer: C/19/119871 / KG ZA 17-141

Vonnis in kort geding van 5 september 2017

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ASSEN,

zetelend te Assen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.D. Lubach te Arnhem,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

wonende te Assen,

2. [gedaagde sub 2]

wonende te Assen,

3. vennootschap onder firma [gedaagde sub 3],

gevestigd te Assen,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te Bovensmilde,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie, advocaat mr. K. van Bladeren te Groningen.

Partijen zullen hierna de gemeente en [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de mondelinge behandeling;

  • -

    de pleitnota van de gemeente;

  • -

    de pleitnota van [gedaagden] en

  • -

    de eis in reconventie

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagden] hebben in het incident ter zake van voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 233 Rv (in de hoofdzaak c/19/118043) gevorderd na eiswijziging, samengevat, dat de gemeente zal worden veroordeeld tot betaling van een voorschot (op de in de hoofdzaak gevorderde som) van € 2.000.000,-, tegen hypothecaire zekerheidstelling. Aan zijn vordering leggen [gedaagden] , verkort weergegeven, het volgende ten grondslag. [gedaagden] beschikt niet meer over voldoende financiële ruimte om op de huidige, onrendabele locatie nog een langdurige procedure te kunnen overleven. Het is voor [gedaagden] dan ook van levensbelang dat zij op zeer korte termijn financiële armslag krijgen om hun bedrijf naar elders te kunnen verplaatsen en aldaar voort te zetten. Een en ander klemt te meer nu de ABN AMRO heeft aangegeven te zullen overgaan tot uitwinning van haar zekerheden. Concreet zou dat neerkomen op de verkoop van de inventaris, voorraad en/of onroerende zaken, waaronder [adres] . [gedaagden] hebben derhalve een (voldoende) spoedeisend belang bij hun vordering. Het gevorderde voorschot valt ruimschoots binnen de waarde zoals die door [XXX] is vastgesteld bij wijze van bindend advies. Met een voorschot van (tenminste) € 1,900.000,- is ABN Amro enerzijds bereid mee te werken aan een verplaatsing buiten Assen en anderzijds is zij dan bereid om haar zekerheden op de onroerende zaken aan [adres] vrij te geven, zodat [gedaagden] hypothecaire zekerheid kunnen aanbieden.

Zijdens de gemeente is een bedrag van € 1,9 miljoen geboden, bestaande uit een koopsom

voor de onroerende zaken van € 800.000,- en € 1.100.000,- aan schadevergoeding.

Volgens [gedaagden] staat daarmee vast dat de gemeente van oordeel is dat zij deze bedragen in ieder geval verschuldigd is. In het bindend advies van [XXX] is de waarde van de onroerende zaken bepaald op € 1.295.000,-, derhalve bijna € 500.000,- meer dan door de gemeente is voorgesteld, en [gedaagden] achten het te rechtvaardigen om van dit surplus in het voorschot € 100.000,- op te nemen, bovenop het door de gemeente geboden bedrag van € 800.000,00.

2.2.

De gemeente heeft daartegen verweer gevoerd dat strekt tot afwijzing van de vordering.

2.3

De rechtbank heeft in dit incident de gemeente veroordeeld, uitvoerbaar bij voorraad, binnen acht dagen na betekening van dit vonnis, voor de duur van het geding, tot betaling van een voorschot van € 1.000.000,- (één miljoen euro) aan [gedaagden] met veroordeling van de gemeente in de kosten van het incident.

3 Het geschil in conventie

3.1.

De gemeente heeft gevorderd, bij voorraad op de minuut, [gedaagden]

1. te verbieden het vonnis in incident van 26 juli 2017, gewezen door de Rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Assen onder zaak/rolnummerC!19/118403/HA ZA 17-49, te (doen) executeren, totdat zekerheid is gesteld ter dekking van het op de gemeente rustende restitutierisico, in de vorm van het verlenen van een recht van eerste hypotheek op het perceel (exclusief kassen), gelegen aan de [adres] te [postcode] Assen, kadastraal bekend als Gemeente Assen, sectie AD, nummer 114, groot drie hectare, zes are en vijf en zestig centiare (03.06.66 ha), voor een bedrag in hoofdsom groot één miljoen euro (€ 1.000.000,00),

2. te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 50.000,- althans een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom, voor elke dag of deel daarvan dat [gedaagden] niet voldoen aan het gevorderde onder 1 en

3. te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

Daartoe heeft de gemeente - samengevat - aangevoerd dat zij spoedeisend belang bij haar onderhavige vordering heeft en dat de rechtbank met voornoemd vonnis in het

incident artikel 23 Rv heeft geschonden, aangezien zij meer heeft toegewezen dan door [gedaagden] was gevorderd. Daarmee berust dit vonnis volgens de gemeente kennelijk op een juridische misslag, hetgeen meebrengt dat onverwijlde tenuitvoerlegging onaanvaardbaar is en misbruik van bevoegdheid oplevert in de zin van artikel 3:13 BW. Voorts is de gemeente blootgesteld aan een aanzienlijk restitutie-risico.

3.3

[gedaagden] hebben tegen deze vordering verweer gevoerd.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaagden] hebben gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad

1. primair

de gemeente in reconventie te veroordelen om binnen 8 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de Voorzieningenrechter nader te bepalen korte termijn aan eisers te betalen bij wijze van voorschot op de in de bij de rechtbank Noord-Nederland onder nummer C/l 9/11 8043/HA ZA 17-49 aanhangige procedure gevorderde som de somma van € 2.000.000,- tegen ontvangst in hypothecaire zekerheid van de onroerende zaak exclusief de kassen aan de [adres] te Assen op kosten van gedaagde in reconventie.

2. subsidiair

de gemeente in reconventie te veroordelen om binnen 8 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de Voorzieningenrechter nader te bepalen korte termijn aan eisers te betalen bij wijze van voorschot op de in de bij de rechtbank Noord-Nederland onder nummer C/ 19/11 8043/HA ZA 17-49 aanhangige procedure gevorderde som en bij wijze van aanvullend voorschot op het reeds bij vonnis in incident van 26 juli 2017 in de bij de rechtbank Noord-Nederland onder nummer C/l 9/11 8043/HA ZA 17-49 aanhangige procedure toegewezen voorschot van € 1.000.000,- de somma van € 1.000.000,- onder de verplichting voor eisers in reconventie om bij ontvangst van een voorschot van in totaal € 2.000.000.- tegelijkertijd mee te werken aan de verkrijging in hypothecaire zekerheid van de onroerende zaak exclusief de kassen aan de [adres] te Assen door de gemeente in reconventie op kosten van gedaagde in reconventie.

3. Eén en ander met veroordeling van de gemeente in reconventie in de kosten dezer procedure, inclusief de gebruikelijke nakosten van € 131,-/€ 205,- te vermeerderen met € 68,- om ion geval van betekening van de ten deze te wijzen uitspraak alsmede de kosten op de betekening gevallen, met bepaling dat de toegewezen bedragen aan proceskosten binnen 14 dagen na de dag van dit vonnis moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze zullen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf het einde van de voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening.

4.2.

De gemeente heeft tegen deze vordering verweer gevoerd.

5 De beoordeling in conventie en in reconventie

5.1.

Gelet op de aard van de vordering van de gemeente heeft de gemeente voldoende spoedeisend belang bij haar vordering.

5.2

In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan

de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

5.3

Anders dan de gemeente naar voren heeft gebracht, heeft de desbetreffende rechter die voormeld vonnis in incident heeft gewezen bij wijze van voorschot niet meer toegewezen dan is gevorderd. Gelet op hetgeen in dit incident is toegewezen - zie hiervoor onder 2.3 - heeft de desbetreffende rechter immers minder toegewezen dan in dit incident was gevorderd - zie hiervoor onder 2.1 -. Gelet op de inhoud van dit vonnis - zie hiervoor de randnummers 4.2 en 4.3 van dit vonnis - heeft de desbetreffende rechter bewust een voorschot van € 1.000.000,- toegewezen zonder zekerheidsstelling door [gedaagden] Van strijd met artikel 23 Rv is derhalve geen sprake, terwijl dit vonnis evenmin op een juridische misslag berust; onverwijlde tenuitvoerlegging van dit vonnis is derhalve niet onaanvaardbaar en levert geen misbruik van bevoegdheid op in de zin van artikel 3:13 BW. De voorzieningenrechter acht daarbij het restitutierisico van de gemeente aanvaardbaar, gelet op de hoogte van de taxaties van de onroerende zaak van [gedaagden] door de door de gemeente ingeschakelde deskundigen. Aldus zal de vordering in conventie worden afgewezen. De gemeente zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.

5.4

De door [gedaagden] in reconventie ingestelde (primaire en subsidiaire) vorderingen hebben naar het oordeel van de voorzieningenrechter het karakter van een rechtsmiddel tegen het desbetreffende vonnis in het incident, terwijl daarvan geen sprake is. In zoverre zijn deze vorderingen strijdig met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, reden waarom deze vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking komen en zullen worden afgewezen. De voorzieningenrechter zal de proceskosten compenseren.

5.5

De voorzieningenrechter overweegt ten overvloede dat hij partijen aanraadt - in het kader van de executie van het desbetreffende vonnis in het incident - om in het gehele geschil er in onderling overleg uit te komen al dan niet onder leiding van (een lid van) deze rechtbank. Dit geldt temeer nu partijen krachtens artikel 2 van de tussen hen gesloten intentie-overeenkomst van november/december 2013 bij wijze van bindend advies de totale schade van [gedaagden] reeds hebben laten taxeren door [XXX] en dat partijen zich daaraan zullen conformeren. Blijkens het vonnis in het incident is ter zitting van de mondelinge behandeling van de vordering in het incident van 17 mei 2017 gebleken dat de gemeente zich tegen het taxatierapport van [XXX] . niet langer verzet.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie

wijst de vordering af;

veroordeelt de gemeente in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] begroot op € 618,- aan griffierecht en € 816,-voor geliquideerd salaris van de advocaat;

In reconventie

wijst de vordering af;

compenseert de proceskosten met dien verstande dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Groefsema en in het openbaar uitgesproken op

5 september 2017.1

1 type: coll: