Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:3163

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-08-2017
Datum publicatie
17-08-2017
Zaaknummer
18/830311-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf ter zake (poging tot) feitelijke aanranding van de eerbaarheid en het bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht. Verdachte ging chatcontacten aan met de slachtoffers en wist ze zover te krijgen dat zij zich (deels) bloot aan hem vertoonden. Verdachte maakte hier vervolgens screenshots of opnames van en gebruikte dit materiaal als dwangmiddel om de slachtoffers verregaande seksuele handelingen bij zichzelf te laten verrichten. De rechtbank acht het zichzelf laten zien in BH en bikinibroekje geen handeling die kan worden aangemerkt als ontuchtig in de zin van de wet.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 246
Wetboek van Strafrecht 248a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830311-16

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/830033-16

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 augustus 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

3 augustus 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T.S.S. Overes, advocaat te Leiden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T.H. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

in de zaak met parketnummer 18/830033-16

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2013 tot en met 20 november 2013,

op diverse data en/of tijdstippen, te Hoogezand, in de gemeente

Hoogezand-Sappemeer en/of te Zoeterwoude, in elk geval in Nederland,

(meermalen) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging

met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1]

(geboren op [geboortedatum] 1996) heeft gedwongen tot het plegen van een of meer

ontuchtige handeling(en), immers heeft hij, verdachte, (telkens) voor de

webcam (waardoor hij, verdachte, de handelingen van die [slachtoffer 1]

kon waarnemen):

- die [slachtoffer 1] haar ontblote borsten en/of vagina en/of billen

laten tonen en/of

- die [slachtoffer 1] haar eigen vagina laten betasten en/of een

borstel in haar vagina laten brengen

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het (telkens) (via de chat)

tegen die [slachtoffer 1] zeggen dat hij naaktfoto's van die [slachtoffer 1]

op Facebook gaat zetten en/of naar de ouders en/of familie

en/of vrienden van die [slachtoffer 1] gaat sturen en/of op de school

van die [slachtoffer 1] gaat hangen als zij voornoemde ontuchtige

handeling(en) niet gaat verrichten;

2.

A.

hij in of omstreeks de periode van 2 december 2013 tot en met 10 december 2013

te Hoogezand, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer en/of te Maurik, in elk geval

in Nederland, door misleiding, een persoon, te weten [slachtoffer 2] , geboren

op [geboortedatum] 1998, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden

dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk

heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, immers heeft hij, verdachte,

voor de webcam (waardoor hij, verdachte, de handelingen van die [slachtoffer 2]

kon waarnemen) die [slachtoffer 2] haar ontblote borsten laten tonen

en bestaande die misleiding uit:

- het benaderen van die [slachtoffer 2] via Twitter onder de naam " [naam]

" en/of de naam " [naam] " en/of

- het (via de chat) aan die [slachtoffer 2] vragen of zij geïnteresseerd was in

modellenwerk en/of

- het (via de chat) tegen die [slachtoffer 2] zeggen dat zij geschikt was voor

bikini-werk en/of dat zij haar maten (voor de webcam) moest laten zien en/of

- het (via de chat) tegen die [slachtoffer 2] zeggen dat zij haar rokje uit

moest doen en/of haar shirt omhoog moest doen voor de webcam, omdat haar

maten anders niet goed zichtbaar waren;

en/of

B.

hij in of omstreeks de periode van 2 december 2013 tot en met 10 december 2013

te Hoogezand, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer en/of te Maurik, in elk geval

in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d- (en) en/of bedreiging met geweld

of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]

1998) te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige

handeling(en):

- die [slachtoffer 2] heeft benaderd als zijnde " [naam] " en/of

- die [slachtoffer 2] (via de chat) een naaktfoto van haarzelf heeft gestuurd

en/of (daarbij) heeft gezegd dat hij de computer van " [naam] " heeft

gehackt en/of

- ( via de chat) tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij die naaktfoto

zal verwijderen als zij haar borsten laat zien en/of haar ondergoed uit zou

doen en/of dat hij naaktfoto's van die [slachtoffer 2] op het internet gaat

zetten als zij niet zal luisteren en/of voornoemde handeling(en) niet zal gaan

verrichten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2014 tot en met 12 januari 2015

te Hoogezand, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer en/of te Zeist, in elk geval

in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met

geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum]

2000) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer

ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, (telkens) voor de webcam

(waardoor hij, verdachte, de handelingen van [slachtoffer 3] kon

waarnemen):

- die [slachtoffer 3] haar ontblote borsten en/of vagina laten tonen

en/of

- die [slachtoffer 3] haar eigen vagina laten betasten

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het (via What's app en/of

Skype) tegen die [slachtoffer 3] zeggen dat hij een foto van die

[slachtoffer 3] gekleed in een topje en onderbroek en/of een

foto/filmpje van voornoemde gepleegde handeling(en) naar de school van die

[slachtoffer 3] gaat sturen als zij voornoemde ontuchtige

handeling(en) niet (nogmaals) zal verrichten;

4.

A.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2014 tot en met 14 september

2014 te Hoogezand, in de gemeente Hoogezand-Sappemeer en/of te Uithoorn, door

misleiding, een persoon, [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum] 2000 waarvan

verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van

achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige

handelingen te plegen,

immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 4] (via Skype) zichzelf in

BH en/of een bikinibroekje laten zien,

en bestaande die misleiding uit:

- het benaderen van die [slachtoffer 4] via Skype onder de naam

" [naam] " en/of

- het (via Skype) tegen die [slachtoffer 4] zeggen dat zij een mooie meid

was en/of dat zij model kon worden en/of dat zij geld kon verdienen met

modellenwerk en/of

- het (via Skype) tegen die [slachtoffer 4] zeggen dat zij zichzelf (voor

de webcam) in bikini moest laten zien;

en/of

B.

hij in of omstreeks de periode van 13 augustus 2014 tot en met 14 september

2014 op diverse data en/of tijdstippen, te Hoogezand, in de gemeente

Hoogezand-Sappemeer en/of te Uithoorn, in elk geval in Nederland,

(meermalen) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging

met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 4] (geboren

op [geboortedatum] 2000) heeft gedwongen tot het plegen van een of meer ontuchtige

handeling(en), immers heeft hij, verdachte, (telkens) voor de webcam (waardoor

hij, verdachte, de handelingen van die [slachtoffer 4] kon waarnemen):

- die [slachtoffer 4] haar ontblote borsten en/of vagina laten tonen en/of

- die [slachtoffer 4] haar eigen vagina laten betasten en/of een mascara

in haar vagina laten brengen

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het (telkens) (via de chat)

tegen die [slachtoffer 4] zeggen dat hij foto's in BH en bikinibroekje

en/of foto's van de onblote borsten van die [slachtoffer 4] naar haar

ouders gaat sturen en/of op social media en/of het internet gaat zetten en/of

op de school van die [slachtoffer 4] gaat tonen, als zij voornoemde

ontuchtige handeling(en) niet gaat verrichten;

5.

hij in of omstreeks de maand april 2014 te Hoogezand, in de gemeente

Hoogezand-Sappemeer en/of te Stadskanaal, in elk geval in Nederland, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum] 2000) te

dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

te weten het voor de webcam (waardoor hij, verdachte, de handelingen van die

[slachtoffer 5] kon waarnemen):

- die [slachtoffer 5] haar ontblote borsten te laten tonen en/of

- die [slachtoffer 5] laten uittrekken van haar onderkleding

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die

bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het (via Skype)

tegen die [slachtoffer 5] zeggen dat hij een foto/filmpje waarop die

[slachtoffer 5] in haar BH te zien was op het internet zou zetten als

zij haar BH en/of broek niet uit zou doen en/of haar ontblote borsten niet zou

tonen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

in de zaak met parketnummer 18/830311-16

6.

primair

hij in of omstreeks de periode van 3 oktober 2015 tot en met 12 december 2015,

op diverse data en/of tijdstippen, te Hoogezand, in de gemeente

Hoogezand-Sappemeer en/of te Schimmert, in elk geval in Nederland, (meermalen) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging

met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 6]

(geboren op [geboortedatum] 1998) heeft gedwongen tot het plegen van een of meer

ontuchtige handeling(en), immers heeft hij, verdachte, (telkens) voor de

webcam (waardoor hij, verdachte, de handelingen van die [slachtoffer 6]

kon waarnemen): - die [slachtoffer 6] haar ontblote borsten en/of vagina laten

tonen en/of - die [slachtoffer 6] haar eigen vagina en/of borsten laten

betasten en/of - die [slachtoffer 6] een haarborstel en/of een wijnfles en/of

(de achterkant van) een wc-borstel in haar vagina en/of anus laten brengen en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het (telkens) (via de chat/

Skype) tegen die [slachtoffer 6] zeggen:

- dat hij (een) (naakt)foto('s) van die [slachtoffer 6] en/of

een filmpje waarop die [slachtoffer 6] (een) seksuele

handeling(en) (met de buurjongen) pleegt op Instagram en/of het internet gaat

plaatsen als zij voornoemde ontuchtige handeling(en) niet gaat verrichten en/of

- dat hij (een) (naakt)foto('s) van die [slachtoffer 6] vanaf

Instagram en/of internet zal verwijderen en/of de (contact)gegevens van die

[slachtoffer 6] zal verwijderen als zij voornoemde ontuchtige

handeling(en) zal gaan verrichten;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 3 oktober 2015 tot en met 12 december

2015, op diverse data en/of tijdstippen, te Hoogezand, in de gemeente

Hoogezand-Sappemeer en/of te Schimmert, in elk geval in Nederland, (meermalen)

door misleiding, een persoon, te weten [slachtoffer 6] , geboren

op [geboortedatum] 1998, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden

dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk

heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, immers heeft hij, verdachte, (telkens) voor de webcam (waardoor hij,

verdachte, de handelingen van die [slachtoffer 6] kon waarnemen): - die [slachtoffer 6] haar ontblote borsten en/of vagina laten

tonen en/of - die [slachtoffer 6] haar eigen vagina en/of borsten laten

betasten en/of - die [slachtoffer 6] een haarborstel en/of een wijnfles en/of

(de achterkant van) een wc-borstel in haar vagina en/of anus laten brengen en/of immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 6] verzocht

haar borsten en/of vagina door een ander te laten betasten en bestaande die misleiding uit: - het benaderen van die [slachtoffer 6] onder de naam

[naam] en/of de naam " [naam] " en/of - het tegen die [slachtoffer 6] zeggen dat hij wilde afspreken

als zij voornoemde seksuele handeling(en) zal gaan verrichten.

De rechtbank heeft ter bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis de onder de verschillende parketnummers aangebrachte feiten doorlopend genummerd en ter onderscheiding de verschillende onderdelen van de feiten 2 en 4 aangeduid met A en B.

Verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2A, 2B, 3, 4A, 4B, 5 en 6 primair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 3 en 4A ten laste gelegde. Ten aanzien van feit 3 heeft zij aangevoerd dat verdachte zich dit feit niet kan herinneren en dat het dossier naast de aangifte geen andere bewijsmiddelen bevat. Alleen de aangifte is onvoldoende om te kunnen toetsen of aangeefster daadwerkelijk de in de tenlastelegging genoemde handelingen heeft verricht en, indien de handelingen zijn verricht, of er sprake is geweest van dwang.

Ten aanzien van het onder 4A ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het bij ontuchtige handelingen moet gaan om handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Het enkel en alleen staan of zitten in een BH of bikini, zoals is ten laste gelegd, betreft geen handeling van seksuele aard.

Ten aanzien van de overige feiten heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat zij zich ten aanzien van de feiten 1, 5 en 6 op het standpunt heeft gesteld dat de pleegperiode dient te worden ingekort. Met betrekking tot feit 1 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit de Skype-gesprekken blijkt dat verdachte op 23 augustus 2013 voor het eerst heeft gedreigd om naaktfoto's online te zetten, zodat niet kan worden bewezen dat er in de periode van 12 juli 2013 tot en met 22 augustus 2013 sprake is geweest van dwang. Ten aanzien van feit 5 kan worden bewezen dat verdachte zich op 16 april 2014 schuldig heeft gemaakt aan een poging tot aanranding, aangezien er alleen op die dag een chatgesprek heeft plaatsgevonden.

Ten aanzien van feit 6 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit de chatgesprekken blijkt dat aangeefster op 24 november 2015 voor een laatste keer handelingen heeft verricht voor de webcam. Voor de periode van 25 november 2015 tot en met 12 december 2015 ontbreekt derhalve wettig en overtuigend bewijs. Tevens heeft de raadsvrouw ten aanzien van dit feit gesteld dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte aangeefster heeft gedwongen de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen in te brengen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het onder 4A ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt hierbij het volgende. Aangeefster heeft zich op verzoek van verdachte via Skype getoond in BH en bikinibroekje, welke handeling als ontuchtig is ten laste gelegd. De rechtbank is van oordeel dat deze handeling - die heeft plaatsgevonden ter voorbereiding van verdergaande handelingen die onder 4B zijn ten laste gelegd - niet kan worden aangemerkt als ontuchtig in de zin van de wet. Aangeefster haar borsten en schaamstreek waren immers nog bedekt, waarbij sprake was van een normale pose, zodat er geen sprake is geweest van strijd met de sociaal-ethische norm. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 2, 4B en 5 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

ten aanzien van feit 2

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 augustus 2017;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 16 januari 2014, opgenomen op pagina 11 van zaakdossier 2, onderdeel van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2014069922 d.d. 21 december 2015 (hierna: dossier I), inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum] 1998;

3. een schriftelijk bescheid, te weten de uitgewerkte chat-gesprekken tussen verdachte en aangeefster, opgenomen op pagina 32 e.v. van zaakdossier 2;

ten aanzien van feit 4B

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 augustus 2017;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 7 december 2015, opgenomen op pagina 48 e.v. van zaakdossier 16, onderdeel van dossier I, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4] , geboren [geboortedatum] 2000;

3. een schriftelijk bescheid, te weten de uitgewerkte chat-gesprekken tussen verdachte en aangeefster, opgenomen op pagina 9 e.v. van zaakdossier 16;

ten aanzien van feit 5

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 augustus 2017;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 28 september 2015, opgenomen op pagina 17 van zaakdossier 22, onderdeel van dossier I, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 5] , geboren [geboortedatum] 2000;

3. een schriftelijk bescheid, te weten de uitgewerkte chat-gesprekken tussen verdachte en aangeefster, opgenomen op pagina 6 e.v. van zaakdossier 22.

De rechtbank past ten aanzien van de overige feiten de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

ten aanzien van feit 1

1. De door verdachte op de terechtzitting van 3 augustus 2017 afgelegde bekennende verklaring ten aanzien van de ten laste gelegde ontuchtige handelingen en de feitelijkheden.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 december 2013, opgenomen op pagina 11 van zaakdossier 1, onderdeel van dossier I, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum] 1996:

[naam] heeft mij via Facebook benaderd. Het begon met een normaal praatje op 12 juli 2013.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 30 december 2013, opgenomen op pagina 16 van zaakdossier 1, inhoudende als verklaring van

[slachtoffer 1] :

Ik denk dat ik een week aan het Skypen was met hem. Toen vroeg hij of ik alles uit wilde trekken. Maar dat wilde ik niet. Toen probeerde hij mij over te halen. Ik zei dat ik het nog steeds niet wilde. Toen zag ik dat hij mij via Skype foto's stuurde. Ik zag dat ik met een ontbloot bovenlichaam op die foto's stond. En hij schreef: "Dat zullen je ouders leuk vinden als deze foto's op Facebook staan." Hij schreef dat hij ze op Facebook zou zetten. Hij zei ook dat hij de foto's naar mijn familie zou sturen. Ook zei hij dat hij de foto's zou uitprinten en bij mij op school zou hangen. Ik was bang dat mensen het zouden zien en raar over me zouden denken. Ik was bang dat mijn ouders boos op me zouden zijn. Omdat hij mij bedreigde, heb ik gedaan wat hij wilde. Ik heb mijn onderkleding uit gedaan en ik heb seksuele handelingen bij mezelf verricht. Ik moest steeds meer en steeds andere dingen doen. Als hij dan echt begon te dreigen dat hij de foto's op Facebook zou zetten, dan deed ik het toch maar. Dit heeft geduurd tot ongeveer 20 november 2013. Ik vroeg elke dag wel of hij mij met rust wilde laten. Hij zei dan steeds dat het de laatste keer was en mij dan met rust zou laten. Maar dat deed hij niet. De volgende dag deed hij het weer. Ik heb hem geblokt op Facebook en Skype. Toen werd het even rustig. Toen kwam via Twitter [naam] . Die [naam] zei dat ze namens [naam] moest zeggen dat ik op Skype moest komen omdat hij de foto's van mij had. Ik ben toen weer op Skype gekomen omdat ik dacht dat hij de foto's echt zou sturen. Hij wilde dat ik weer dingen voor de webcam zou doen. Dat heb ik gedaan.

4. Een schriftelijk bescheid, te weten de uitgewerkte Skype-gesprekken tussen verdachte en aangeefster, opgenomen op pagina 111 e.v. van zaakdossier 1, voor zover inhoudende:

16-07-2013 13:30:02 [naam] haha bby ik wil je boobies zien

16-07-2013 13:30:02 [slachtoffer 1] nee dan a je weer foto maken enzo

ten aanzien van feit 3

1. De door verdachte op de terechtzitting van 3 augustus 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

[naam] is een account van mij. De manier waarop één en ander gaat en het patroon zijn dezelfde als bij de andere feiten.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 november 2015, opgenomen op pagina 8 e.v. van zaakdossier 5, onderdeel van dossier I, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] , geboren [geboortedatum] 2000:

Ik heb hem een foto gestuurd van mezelf in een topje en een onderbroek. Daarna wilde hij meer maar ik niet. Hij begon toen te dreigen dat hij die foto naar mijn school zou sturen. Daarna wilde hij meer over de camera en heb ik mijn borsten en geslachtsdeel laten zien. Toen heb ik dus ook handelingen gedaan zoals m'n vinger over mijn geslachtsdeel. Daarna vroeg hij steeds of ik het nog weer voor de camera wilde doen. Ik had contact met deze jongen in november 2014. De naam van deze jongen was [naam] . Ik had contact met hem op WhatsApp en via Skype. Ik heb tegen hem gezegd dat ik 14 jaar was. Ik heb ongeveer twee maanden contact met hem gehad. Ik denk dat ik ongeveer vijfmaal voor de cam via Skype ben geweest en de handelingen heb laten zien. Met handelingen bedoel ik met mijn vinger m'n vagina aanraken. Toen ik mijn geslachtsdeel liet zien had ik alles uit.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.

16 november 2015, opgenomen op pagina 6 e.v. van zaakdossier 5, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op 12 januari 2015 heeft [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2000, melding gedaan van het feit dat zij in contact was gekomen met een jongen die zich [naam] noemde. De moeder van [slachtoffer 3] heeft het nummer van deze jongen middels Google opgezocht. Het telefoonnummer van deze jongen bleek op naam te staan van [verdachte] .

[slachtoffer 3] vertelde het volgende. Ik werd benaderd door een [naam] . Ik heb mijn borsten en geslachtsdeel voor de camera laten zien.

ten aanzien van feit 6

1. De door verdachte op de terechtzitting van 3 augustus 2017 afgelegde bekennende verklaring ten aanzien van de ten laste gelegde ontuchtige handelingen en de feitelijkheden.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 juli 2016, opgenomen op pagina 20 van het dossier met nummer PL0100-2016184767 d.d. 27 juli 2016 van Politie Noord-Nederland (hierna: dossier II), inhoudende als verklaring van [slachtoffer 6] , geboren [geboortedatum] 1998:

Op Skype was zijn naam [naam] . Ik wil aangifte doen tegen [naam] . In 2015 hebben we een paar maanden contact gehad. Ik gebruikte de naam [naam] . Ik was toen zestien. Dat wist hij ook. Ik heb ook naaktfoto's van mezelf naar hem gestuurd. Op de naaktfoto's zijn mijn borsten en vagina te zien. Ik heb hem een filmpje gestuurd, waarop mijn buurjongen mijn borsten aan het likken was. Hij wilde dat ik dit aan hem stuurde. Als ik niet op Skype kwam, dan zou hij het filmpje van mij en mijn buurjongen online zetten. Ik streelde mijn eigen borsten en ik heb mezelf gevingerd. Dat was het idee van [naam] .

Hij vroeg mij wel om dingen in mij te doen, een haarborstel, een wijnfles en de achterkant van de wc-borstel. Ik vond het vies, maar je deed het gewoon. Ik moest dingen in mijn vagina doen. Ik heb nog een keer een borstel in mijn anus moeten doen. Ik was bang dat hij dingen van mij op Instagram zou zetten. Hij kon zien dat ik dit deed via Skype, via de webcam.

3. Een schriftelijk bescheid, te weten de uitgewerkte Skype-gesprekken tussen verdachte en aangeefster, opgenomen op pagina 103 e.v. van dossier II, voor zover inhoudende:

06-12-2015 19:25:12 [naam] ik zet er weer op

06-12-2015 19:25:59 [slachtoffer 6] nee niet erop zetten ik kom toch

06-12-2015 19:31:43 [slachtoffer 6] ik wil niks meer laat me met rust ik huil gwn man ik wil dit niet!!!!

06-12-2015 19:31:51 [naam] 1x nu

06-12-2015 19:32:05 [slachtoffer 6] zeker weer de laatste eh

06-12-2015 19:32:15 [naam] ik zet er weer op

06-12-2015 19:32:58 [naam] bh uit

06-12-2015 19:35:42 [slachtoffer 6] bh is uit

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank het onder 1, 2A, 2B, 3, 4B, 5 en 6 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank ziet met betrekking tot feit 1 geen aanleiding de pleegperiode in te korten, nu uit de verklaringen van aangeefster en de Skype-gesprekken volgt dat aangeefster zich op

16 juli 2013 reeds onder druk gezet voelde om dingen te doen die ze niet wilde.

Anders dan de raadsvrouw, acht de rechtbank op grond van de opgenomen bewijsmiddelen feit 3 wettig en overtuigend bewezen. De aangifte wordt ondersteund door het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 november 2015 en de verklaring van verdachte ter zitting. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij zich de naam van aangeefster niet herinnert, maar hij heeft aangegeven de modus operandi te herkennen. Tevens heeft hij verklaard dat hij de naam [naam] heeft gebruikt om in contact te komen met slachtoffers. In de stukken wordt deze naam op verschillende manieren geschreven, maar de rechtbank acht aannemelijk dat het hier om dezelfde (fictieve) persoon gaat.

De rechtbank zal bij feit 5 als pleegdatum 16 april 2014 bewezen verklaren, nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat op deze datum de chatgesprekken tussen verdachte en aangeefster zijn gevoerd.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het onder 6 primair ten laste gelegde dat zij uit de verklaring van aangeefster opmaakt dat aangeefster de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen heeft ingebracht en dat zij hiertoe is gedwongen door verdachte. Uit de chatgesprekken blijkt dat er ook na 24 november 2015 nog contact is geweest tussen verdachte en aangeefster. Gelet op de aard van deze contacten, zal de rechtbank de gehele pleegperiode bewezen verklaren.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2A, 2B, 3, 4B, 5, 6 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

in de zaak met parketnummer 18/830033-16

1.

hij in de periode van 12 juli 2013 tot en met 20 november 2013 op diverse data en tijdstippen te Hoogezand en/of te Zoeterwoude, meermalen door bedreiging met feitelijkheden [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1996) heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, telkens voor de webcam (waardoor hij, verdachte, de handelingen van die [slachtoffer 1] kon waarnemen):

- die [slachtoffer 1] haar ontblote borsten en/of vagina en/of billen laten tonen en/of

- die [slachtoffer 1] haar eigen vagina laten betasten en/of een borstel in haar vagina laten brengen

en bestaande die bedreiging met feitelijkheden uit het telkens (via de chat) tegen die [slachtoffer 1] zeggen dat hij naaktfoto's van die [slachtoffer 1] op Facebook gaat zetten en/of naar de ouders en/of familie en/of vrienden van die [slachtoffer 1] gaat sturen en/of op de school van die [slachtoffer 1] gaat hangen als zij voornoemde ontuchtige handeling(en) niet gaat verrichten;

2.

A.

hij in de periode van [geboortedatum] 2013 tot en met 10 december 2013 te Hoogezand en/of te Maurik door misleiding, een persoon, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 1998, waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, immers heeft hij, verdachte,

voor de webcam (waardoor hij, verdachte, de handelingen van die [slachtoffer 2]

kon waarnemen) die [slachtoffer 2] haar ontblote borsten laten tonen

en bestaande die misleiding uit:

- het benaderen van die [slachtoffer 2] via Twitter onder de naam " [naam] " en de naam " [naam] " en

- het (via de chat) aan die [slachtoffer 2] vragen of zij geïnteresseerd was in modellenwerk en

- het (via de chat) tegen die [slachtoffer 2] zeggen dat zij geschikt was voor bikini-werk en dat zij haar maten (voor de webcam) moest laten zien en

- het (via de chat) tegen die [slachtoffer 2] zeggen dat zij haar rokje uit moest doen en haar shirt omhoog moest doen voor de webcam, omdat haar maten anders niet goed zichtbaar waren;

en

B.

hij in de periode van [geboortedatum] 2013 tot en met 10 december 2013 te Hoogezand en/of te Maurik, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door bedreiging met feitelijkheden [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 1998) te dwingen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen:

- die [slachtoffer 2] heeft benaderd als zijnde " [naam] " en

- die [slachtoffer 2] (via de chat) een naaktfoto van haarzelf heeft gestuurd en (daarbij) heeft gezegd dat hij de computer van " [naam] " heeft gehackt en

- ( via de chat) tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij die naaktfoto zal verwijderen als zij haar borsten laat zien en/of haar ondergoed uit zou doen en/of dat hij naaktfoto's van die [slachtoffer 2] op het internet gaat zetten als zij niet zal luisteren en/of voornoemde handeling(en) niet zal gaan verrichten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in de periode van 1 november 2014 tot en met 12 januari 2015 te Hoogezand en/of te Zeist door bedreiging met feitelijkheden [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2000) heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, telkens voor de webcam (waardoor hij, verdachte, de handelingen van [slachtoffer 3] kon waarnemen):

- die [slachtoffer 3] haar ontblote borsten en/of vagina laten tonen en/of

- die [slachtoffer 3] haar eigen vagina laten betasten

en bestaande die bedreiging met feitelijkheden uit het (via WhatsApp en/of Skype) tegen die [slachtoffer 3] zeggen dat hij een foto van die [slachtoffer 3] gekleed in een topje en onderbroek en/of een foto/filmpje van voornoemde gepleegde handelingen naar de school van die [slachtoffer 3] gaat sturen als zij voornoemde ontuchtige

handelingen niet (nogmaals) zal verrichten;

4.

B.

hij in de periode van 13 augustus 2014 tot en met 14 september 2014 op diverse data en tijdstippen, te Hoogezand en/of te Uithoorn meermalen door bedreiging met feitelijkheden [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] 2000) heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, telkens voor de webcam (waardoor

hij, verdachte, de handelingen van die [slachtoffer 4] kon waarnemen):

- die [slachtoffer 4] haar ontblote borsten en/of vagina laten tonen en/of

- die [slachtoffer 4] haar eigen vagina laten betasten en/of een mascara in haar vagina laten brengen

en bestaande die bedreiging met feitelijkheden uit het telkens (via de chat) tegen die [slachtoffer 4] zeggen dat hij foto's in BH en bikinibroekje en/of foto's van de ontblote borsten van die [slachtoffer 4] naar haar ouders gaat sturen en/of op social media en/of het internet gaat zetten en/of op de school van die [slachtoffer 4] gaat tonen, als zij voornoemde ontuchtige handelingen niet gaat verrichten;

5.

hij op 16 april 2014 te Hoogezand en/of te Stadskanaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door bedreiging met een feitelijkheid [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum] 2000) te dwingen tot het plegen van een of meer ontuchtige handeling(en), te weten het voor de webcam (waardoor hij, verdachte, de handelingen van die [slachtoffer 5] kon waarnemen):

- die [slachtoffer 5] haar ontblote borsten te laten tonen en/of

- die [slachtoffer 5] laten uittrekken van haar onderkleding

en bestaande die bedreiging met een feitelijkheid uit het (via Skype) tegen die [slachtoffer 5] zeggen dat hij een foto/filmpje waarop die [slachtoffer 5] in haar BH te zien was op het internet zou zetten als zij haar BH niet uit zou doen en haar ontblote borsten niet zou tonen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

in de zaak met parketnummer 18/830311-16

6.

primair

hij in de periode van 3 oktober 2015 tot en met 12 december 2015 op diverse data en tijdstippen te Hoogezand en/of te Schimmert meermalen door bedreiging met een feitelijkheid [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum] 1998) heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, telkens voor de webcam (waardoor hij, verdachte, de handelingen van die [slachtoffer 6]

kon waarnemen):

- die [slachtoffer 6] haar ontblote borsten en/of vagina laten

tonen en/of

- die [slachtoffer 6] haar eigen vagina en/of borsten laten betasten en/of

- die [slachtoffer 6] een haarborstel en/of een wijnfles en/of (de achterkant van) een wc-borstel in haar vagina en/of anus laten brengen

en bestaande die bedreiging met een feitelijkheid uit het telkens (via de chat/Skype) tegen die [slachtoffer 6] zeggen:

- dat hij (een) (naakt)foto('s) van die [slachtoffer 6] en/of een filmpje waarop die [slachtoffer 6] (een) seksuele handeling(en) (met de buurjongen) pleegt op Instagram en/of het internet gaat plaatsen als zij voornoemde ontuchtige handeling(en) niet gaat verrichten en

- dat hij (een) (naakt)foto('s) van die [slachtoffer 6] vanaf Instagram en/of internet zal verwijderen en/of de (contact)gegevens van die [slachtoffer 6] zal verwijderen als zij voornoemde ontuchtige handeling(en) zal gaan verrichten.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

in de zaak met parketnummer 18/830033-16

1. feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

2A. door misleiding een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen;

2B. poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

3. feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

4B. feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

5. poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

in de zaak met parketnummer 18/830311-16

6. primair feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2A, 2B, 3, 4A, 4B, 5 en 6 primair ten laste gelegde, alsmede de ad informandum gevoegde feiten, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest met daarnaast een groot voorwaardelijk deel en eventueel een - desnoods maximale - taakstraf. Als aan verdachte een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd, zal hij niet alleen zijn woning kwijtraken maar zal ook de dagbehandeling die hij thans volgt, stoppen. Deze dagbehandeling is nodig om het recidive-risico laag te houden. Tevens dient rekening gehouden te worden met het tijdsverloop.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de door verdachte erkende ad informandum gevoegde feiten, zoals deze op de dagvaarding met parketnummer

18/830033-16 zijn vermeld en welke feiten hiermee zijn afgedaan.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een aanzienlijk aantal meisjes en een enkele jongen online gedwongen dan wel proberen te dwingen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Ook heeft hij zich schuldig gemaakt aan misleiding door zich voor te doen als een medewerker van een modellenbureau.

Verdachte ging chatcontacten aan met de slachtoffers en wist ze zover te krijgen dat zij zich (deels) bloot aan hem vertoonden. Verdachte maakte hier vervolgens screenshots of opnames van en gebruikte dit materiaal als dwangmiddel om de slachtoffers verregaande seksuele handelingen bij zichzelf te laten verrichten, zichtbaar, kopieerbaar en verspreidbaar voor verdachte via de gebruikte communicatiemiddelen.

Zelfs nadat de politie twee computers van verdachte in beslag heeft genomen, is verdachte lange tijd doorgegaan met zijn strafbare handelen. Verdachte is daarbij op een geraffineerde en doortrapte wijze te werk gegaan, waarbij hij gericht op zoek is gegaan naar (jonge) pubers, die vaak onzeker en kwetsbaar zijn. Hij heeft zich slechts laten leiden door zijn eigen behoeftebevrediging en heeft zich geen enkele rekenschap gegeven van wat dit alles voor de slachtoffers betekende. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen nog gedurende lange tijd de nadelige psychische gevolgen hiervan ondervinden en hun seksuele ontwikkeling kan door dergelijke ervaringen verstoord raken.

Als reactie op deze ernstige feiten, omvangrijk in aantal en gedurende lange tijd gepleegd, acht de rechtbank slechts een aanzienlijke gevangenisstraf op zijn plaats.

De rechtbank heeft geen inzicht gekregen hoe verdachte tot deze feiten heeft kunnen komen. Over de persoon van verdachte is, afgezien van hetgeen in de reclasseringsrapportages staat vermeld, weinig bekend. De reclassering heeft geen concreet plan van aanpak kunnen opstellen zolang er niet meer informatie is over de psyche en eventuele persoonlijkheids-problematiek van verdachte. De reclassering heeft daarom in augustus 2016 reeds aangegeven NIFP-onderzoek noodzakelijk te achten. Dit onderzoek heeft van justitiewege niet plaatsgevonden. Ook verdachte heeft ter zitting geen informatie ter zake aan kunnen dragen.

Uit het reclasseringsrapport d.d. 1 mei 2017 komt wel naar voren dat verdachte een turbulente kindertijd heeft gekend met problemen die zich voornamelijk binnen het gezin afspeelden. In zijn pubertijd heeft hij een negatieve ervaring opgedaan in zijn seksuele ontwikkeling. Uit onderzoek komen meerdere leefgebieden als delict gerelateerd naar voren. De reclassering schat het recidiverisico als hoog/gemiddeld in vanwege het ontbreken van voldoende probleembesef en -inzicht en een tekort aan probleemoplossend vermogen. Geadviseerd wordt om een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de bijzondere voorwaarden meldplicht en een ambulante behandelverplichting.

Uit een door de raadsvrouw ter zitting overgelegde brief van het AFPN, waar verdachte vrijwillig een dagbehandeling volgt, blijkt dat er nog maar net een start is gemaakt met de individuele behandeling van verdachte en dat er nog geen diagnostisering van zijn persoonlijkheidsproblematiek heeft plaatsgevonden. Deels is dit veroorzaakt door vermijdingsgedrag van verdachte, dat evenwel verband lijkt te houden met zijn persoonlijkheidsproblematiek. Verdachte is bij de eerste inhoudelijke verhoren bij de politie reeds verwezen naar hulpverlening ter zake.

Het heeft lang geduurd voordat verdachte, na de inbeslagname van zijn computers op

20 oktober 2014, is aangehouden en voordat deze zaak vervolgens op zitting kon worden behandeld. Hoewel er strafrechtelijk geen sprake is van een compenseerbaar tijdsverloop, vooral nu dit veroorzaakt is door de omvang van het strafbare gedrag waar onderzoek naar moest worden gedaan, zal de rechtbank met dit tijdsverloop ten gunste van verdachte rekening houden. Aannemelijk is dat verdachte daar onder geleden heeft en dat hem dit grote sociale beperkingen heeft opgeleverd.

Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. Aan het voorwaardelijke deel van de straf zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld om recidive te voorkomen en verdachte te resocialiseren.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de twee inbeslaggenomen computers van het merk Lenovo en Packard Bell vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu op deze computers kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen en zij daarmee van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De rechtbank acht de inbeslaggenomen HP computer vatbaar voor verbeurdverklaring nu met behulp van deze computer feit 6 is begaan en deze computer toebehoort aan verdachte.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 735,00 ter vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 4] , tot een bedrag van € 1.200,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bereid is beide gevorderde bedragen te voldoen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partijen de gestelde schade hebben geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1, respectievelijk 4B bewezen verklaarde. De vorderingen, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zullen daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

Nu vast staat dat verdachte tot de hiervoor genoemde bedragen aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 57, 246 en 248a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 4A is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2A, 2B, 3, 4B, 5 en 6 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich op uitnodiging meldt bij Reclassering Nederland, Leonard Springerlaan 21 te Groningen en zich hierna blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijke acht en zich houdt aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft;

2. dat de veroordeelde zich uitgebreid laat onderzoeken/diagnosticeren en laat behandelen voor de nader vast te stellen persoonlijkheidsproblematiek en het gepleegde delictgedrag door de AFPN of soortgelijke (ambulante) forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen

- computer (kleur zwart, Lenovo 20296 laptop) en

- computer (Packard Bell Hera G).

Verklaart verbeurd de in beslag genomen computer (HP).

Ten aanzien van 18/830033-16, feit 1:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 735,00 (zegge: zevenhonderd vijfendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 november 2013.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 1] , te betalen een bedrag van € 735,00 (zegge: zevenhonderd vijfendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 november 2013, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 14 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van 18/830033-16, feit 4B:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.200,00 (zegge: duizend tweehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 september 2014.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 4] , te betalen een bedrag van € 1.200,00 (zegge: duizend tweehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 september 2014, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 22 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.B. Holsink, voorzitter, mr. E. van Sloten en

mr. R.J.L. Timmer, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 augustus 2017.

Mr. Van Sloten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.