Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:3031

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-08-2017
Datum publicatie
09-08-2017
Zaaknummer
18/730068-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met haar medeverdachten gedurende enkele uren gepoogd het slachtoffer af te persen en heeft daartoe het slachtoffer wederrechtelijk beroofd van zijn vrijheid. Verdachte heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan de vrijheidsberoving van het slachtoffer en de poging tot afpersing en de rechtbank rekent dit verdachte dan ook zwaar aan.

De rechtbank heeft rekening gehouden met het ad informandum gevoegde feit.

De rechtbank neemt, net als de officier van justitie, als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met daaraan gekoppeld de algemene voorwaarden en de bijzondere voorwaarden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2017-03-01
Wetboek van Strafrecht 282, geldigheid: 2002-04-01
Wetboek van Strafrecht 317, geldigheid: 2006-12-13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730068-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 4 augustus 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd te PI Overijssel, PIV Zwolle.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 juli 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.M. Bakx, advocate te Heerenveen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 19 februari 2017 te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Achtkarspelen, en/of te [pleegplaats] en/of te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Opsterland en/of bij [pleegplaats] en/of te Drachten, in elk geval in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft zij verdachte tezamen en in vereniging met haar mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer] onder bedreiging van een mes meegevoerd naar een chalet op een camping bij [pleegplaats] en/of die [slachtoffer] aldaar onder bedreiging van dat mes in dat chalet van de de vrijheid beroofd en/of beroofd gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij een bepaalde bedrag moest betalen en dat hij anders niet levend van de camping kwam en/of

- de telefoon van die [slachtoffer] afgepakt en/of

- die [slachtoffer] tegen het lichaam geschopt en/of geslagen en/of

- die [slachtoffer] gedwongen in een (personen)auto plaats te nemen en/of

- die [slachtoffer] in die (personen)auto vervoerd langs een of meerdere voornoemde plaatsen en/of

- die [slachtoffer] een vuurwapen getoond en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] een vuurwapen gedragen en/of die [slachtoffer] daarmee bedreigd en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat het vuurwapen was doorgeladen en/of

- die [slachtoffer] in die auto gedwongen geld te regelen via zijn telefoontoestel (die hem daartoe tijdelijk ter beschikking werd gesteld) tengevolge waarvan die [slachtoffer] (telkens) gedurende (een) bepaalde periode(s) dat voornoemde chalet en/of die (personen)auto niet kon en/of durfde te verlaten en aldus/althans die [slachtoffer] (telkens) (op enigerlei

wijze) wederrechtelijk van de vrijheid werd beroofd en/of beroofd gehouden;

2.

zij op of omstreeks 19 februari 2017 te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Achtkarspelen, en/of te [pleegplaats] en/of te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Opsterland en/of bij [pleegplaats] en/of te Drachten, in elk geval in de gemeente Smallingerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), toen aldaar tezamen en in vereniging met haar mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer] onder bedreiging van een mes heeft meegevoerd naar een chalet op een camping bij [pleegplaats] en/of die [slachtoffer] aldaar onder bedreiging van dat mes in dat chalet van de de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij een bepaalde bedrag moest betalen en dat hij anders niet levend van de camping af zou komen en/of

- die [slachtoffer] tegen het lichaam heeft geschopt en/of geslagen en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen in een (personen)auto plaats te nemen en/of

- die [slachtoffer] in die (personen)auto heeft vervoerd langs een of meerdere voornoemde plaatsen en/of

- die [slachtoffer] een vuurwapen heeft getoond en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] een vuurwapen heeft gedragen en/of die [slachtoffer] daarmee heeft bedreigd en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat het vuurwapen was doorgeladen en/of

- die [slachtoffer] in die auto heeft gedwongen geld te regelen via zijn telefoontoestel, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1. en 2. ten laste gelegde gevorderd, met uitzondering van het onder 1. derde gedachtestreepje ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het onder 1. derde gedachtestreepje ten laste gelegde.

Oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft van het haar tenlastegelegde niet duidelijk en ondubbelzinnig bekend dat de telefoon van het slachtoffer was afgenomen. De rechtbank acht op grond van na te noem bewijsmiddel dit gedeelte van het onder 1. derde gedachtestreepje tenlastegelegde evenwel wettig en overtuigend bewezen, nu de rechtbank geen reden heeft om aan de verklaring van aangever te twijfelen. De rechtbank overweegt daarbij dat de wettelijke regeling omtrent het bewijsminimum ziet op de tenlastelegging in haar geheel en dat niet voor ieder onderdeel daarvan steunbewijs aanwezig behoeft te zijn.

Bewijsmiddel:

Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 februari 2017, opgenomen op pagina 307 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017045088 d.d. 7 mei 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :

Meteen na dit gesprek zag ik dat één van de drie personen mijn telefoon uit mijn handen griste.

Voor het overige volstaat de rechtbank ten aanzien van het onder 1. en 2. bewezen verklaarde, met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte dit bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juli 2017;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 februari 2017, opgenomen op pagina 127 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017045088 d.d. 7 mei 2017, inhoudende de verklaring van verdachte;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 februari 2017, opgenomen op pagina 307 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] ;

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor, d.d. 22 februari 2017, opgenomen op pagina 322 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] ;

5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 20 februari 2017, opgenomen op pagina 225 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] ;

6. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuige, d.d. 20 februari 2017, opgenomen op pagina 327 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam] ;

7. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuige, d.d. 20 februari 2017, opgenomen op pagina 339 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

zij op 19 februari 2017 te [pleegplaats] , in de gemeente Achtkarspelen en te [pleegplaats] en te [pleegplaats] , in de gemeente Opsterland en bij [pleegplaats] en te Drachten, in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft zij verdachte tezamen en in vereniging met haar mededaders

- die [slachtoffer] onder bedreiging van een mes meegevoerd naar een chalet op de camping bij [pleegplaats] en die [slachtoffer] aldaar onder bedreiging van dat mes in dat chalet die [slachtoffer] van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden en

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij een bepaald bedrag moest betalen en dat hij anders niet levend van de camping kwam en

- de telefoon van die [slachtoffer] afgepakt en

- die [slachtoffer] tegen het lichaam geschopt en/of geslagen en

- die [slachtoffer] gedwongen in een personenauto plaats te nemen en

- die [slachtoffer] in die personenauto vervoerd langs meerdere voornoemde plaatsen en

- die [slachtoffer] een vuurwapen getoond en zichtbaar voor die [slachtoffer] een vuurwapen gedragen en die [slachtoffer] daarmee bedreigd en

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat het vuurwapen was doorgeladen en

- die [slachtoffer] in die auto gedwongen geld te regelen via zijn telefoontoestel (die hem daartoe tijdelijk ter beschikking werd gesteld) ten gevolge waarvan die [slachtoffer] gedurende een bepaalde periode dat voornoemde chalet en/of die personenauto niet kon en/of durfde te verlaten en aldus die [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid werd beroofd en beroofd gehouden;

2.

zij op 19 februari 2017 te [pleegplaats] , in de gemeente Achtkarspelen, en te [pleegplaats] en te [pleegplaats] , in de gemeente Opsterland en bij [pleegplaats] en te Drachten, in de gemeente Smallingerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zichzelf en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededaders, toen aldaar tezamen en in vereniging met haar mededaders

- die [slachtoffer] onder bedreiging van een mes heeft meegevoerd naar een chalet op de camping bij [pleegplaats] en die [slachtoffer] aldaar onder bedreiging van dat mes in dat chalet die [slachtoffer] van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij een bepaald bedrag moest betalen en dat hij anders niet levend van de camping af zou komen en

- die [slachtoffer] tegen het lichaam heeft geschopt en/of geslagen en

- die [slachtoffer] heeft gedwongen in een personenauto plaats te nemen en

- die [slachtoffer] in die personenauto heeft vervoerd langs meerdere voornoemde plaatsen en

- die [slachtoffer] een vuurwapen heeft getoond en zichtbaar voor die [slachtoffer] een vuurwapen heeft gedragen en die [slachtoffer] daarmee heeft bedreigd en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat het vuurwapen was doorgeladen en

- die [slachtoffer] in die auto heeft gedwongen geld te regelen via zijn telefoontoestel, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Het medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

2. Een poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1. en 2. ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gemotiveerd bepleit een gevangenisstraf op te leggen, met een onvoorwaardelijk deel van vijf maanden - gelijk aan het voorarrest - en een voorwaardelijk deel met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering voorgesteld en daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf.

De raadsvrouw heeft betoogd dat het in het voordeel van verdachte moet werken dat verdachte weliswaar een mes bij zich had toen zij de chalet van het slachtoffer binnen kwam, maar dat zij dit mes niet heeft gebruikt om het slachtoffer te bedreigen. Daarnaast moet in het voordeel van verdachte werken dat het slachtoffer niet is vastgebonden of vastgezet, dat het vuurwapen niet van verdachte was, maar van een medeverdachte, dat er in en uit het chalet werd gelopen om een sigaret te roken en dat de situatie niet zo dreigend was dat de vrienden van het slachtoffer de politie hebben ingelicht.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over haar opgemaakte rapportage van Reclassering Nederland, d.d. 30 mei 2017, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Op 19 februari heeft verdachte tezamen met vier anderen getracht het slachtoffer te bewegen een vermeende schuld aan [medeverdachte 2] te betalen. Om te voorkomen dat het slachtoffer de camping zou verlaten voor hij had betaald, heeft verdachte alle vier autobanden van de auto en één band van de aanhangwagen van het slachtoffer met een mes lek gestoken. Het slachtoffer heeft dit mes bij verdachte gezien. Het slachtoffer is meegevoerd uit zijn chalet en in het chalet van verdachte en diens partner gezet, alwaar hem werd verteld dat hij dat chalet niet mocht verlaten alvorens hij zijn schuld zou hebben voldaan. Hij is daarbij met de dood bedreigd. In het chalet is hij mishandeld en is zijn telefoon afgenomen. Later wordt het slachtoffer meegenomen door verdachte en een medeverdachte in de auto, waar verdachte als bestuurster optreedt. Bij [pleegplaats] blijkt er sprake te zijn van ten minste één vuurwapen in de auto, dat volgens de medeverdachte geladen is. Bij [pleegplaats] heeft verdachte het oorspronkelijk te betalen bedrag van € 475,00 verhoogd naar € 6000,00. Het slachtoffer was gedurende de hele avond in de minderheid en heeft zelfs telefonisch afscheid genomen van zijn broertje, omdat hij in de veronderstelling was dat hij deze avond niet zou overleven. Het voorval heeft een grote impact gehad op het slachtoffer. Verdachte heeft samen met haar medeverdachten gedurende enkele uren gepoogd het slachtoffer af te persen en heeft daartoe het slachtoffer wederrechtelijk beroofd van zijn vrijheid. Door aldus te handelen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de bewegingsvrijheid van het slachtoffer.

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het mes dat verdachte bij zich had, heeft bijgedragen aan de controle die over het slachtoffer is uitgeoefend en dat de aanwezigheid van het mes voor het slachtoffer heeft bijgedragen aan de zeer dreigende situatie.

Verdachte heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan de vrijheidsberoving van het slachtoffer en de poging tot afpersing en de rechtbank rekent dit verdachte dan ook zwaar aan.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, zoals dit op de dagvaarding is vermeld als ad informandum feit 1. en welk feit hiermee is afgedaan.

Uit het rapport van de reclassering blijkt dat verdachte kampt met een posttraumatische stressstoornis en alcoholafhankelijkheid in remissie. Verdachte heeft beperkte copingvaardigheden. De reclassering is van mening dat verdachte zowel op psychosociaal als op praktisch vlak hulpverlening nodig heeft. Zonder begeleiding en/of behandeling schat de reclassering het recidiverisico als gemiddeld tot hoog in. De reclassering adviseert een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden.

De bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank neemt, net als de officier van justitie, als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden en daarnaast een taakstraf. Daarvoor zijn de feiten te ernstig.

Alles afwegende zal de rechtbank, gelijk aan de eis van de officier van justitie, aan verdachte een gevangenisstraf van 24 maanden opleggen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met daaraan gekoppeld de algemene voorwaarden en de bijzondere voorwaarden zoals die zijn beschreven in het rapport van de reclassering. Dit betekent dat aan verdachte als bijzondere voorwaarden worden opgelegd: een meldplicht, een gedragsinterventie gericht op cognitieve vaardigheden, een ambulante behandelverplichting, een contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer] , de verplichting mee te werken aan urinecontroles om inzicht te krijgen in verdachtes middelengebruik en de verplichting mee te werken aan schuldhulpverlening.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 47, 57, 282, 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Bepaalt dat (van) deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 8 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde wordt verplicht om op uitnodiging zich te melden bij de reclassering. Hierna moet de veroordeelde zich blijven melden en zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

2. dat de veroordeelde wordt verplicht, indien de reclassering dit noodzakelijk acht, deel te nemen aan een gedragsinterventie gericht op de cognitieve vaardigheden.

3. dat de veroordeelde wordt verplicht om mee te werken aan diagnostiek en - indien de reclassering dit noodzakelijk acht - zich te laten behandelen bij GGZ Friesland of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

4. dat de veroordeelde op geen enkele wijze - direct of indirect - contact opneemt, zoekt of heeft met [slachtoffer] (slachtoffer), ook niet als die [slachtoffer] contact met veroordeelde zoekt of laat zoeken. Op geen enkele wijze betekent 'op geen enkele denkbare manier', dus ook niet via WhatsApp, iMessage of sociale media zoals Facebook of Twitter.

5. dat de veroordeelde wordt verplicht om mee te werken aan urinecontroles met als doel om inzicht te krijgen in het middelengebruik van veroordeelde en daar afspraken over te maken, indien en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

6. dat de veroordeelde wordt verplicht om mee te werken aan schuldhulpverlening, indien en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. J. Teertstra en mr. C.H. Beuker, rechters, bijgestaan door C. Veenstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 augustus 2017.

Mr. Beuker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.