Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:3026

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-08-2017
Datum publicatie
08-08-2017
Zaaknummer
18/730067-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, het medeplegen van een poging tot afpersing en het diefstal in vereniging door middel van braak.

De rechtbank oordeelt dat er bij zowel de wederrechtelijke vrijheidsberoving als de poging tot afpersing sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. De diefstal in vereniging door middel van braak heeft verdachte erkend.

Verdachte heeft, nadat ze in de chalet had ingebroken, samen met haar medeverdachten gedurende enkele uren gepoogd het slachtoffer af te persen en heeft daartoe het slachtoffer wederrechtelijk beroofd van zijn vrijheid.

Nu de rechtbank meer feiten bewezen acht dan de officier van justitie en de raadsman, komt zij tot een andere straf dan geëist en bepleit. De rechtbank neemt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 24 maanden. De rechtbank ziet aanleiding om de op te leggen straf te matigen. Alles afwegende komt de rechtbank tot oplegging van een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2008-02-01
Wetboek van Strafrecht 282, geldigheid: 2010-07-01
Wetboek van Strafrecht 311, geldigheid: 2017-03-01
Wetboek van Strafrecht 317, geldigheid: 2006-12-13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730067-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 4 augustus 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 juli 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. U. van Ophoven, advocaat te Leek. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 19 februari 2017 te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Achtkarspelen, en/of te [pleegplaats] en/of te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Opsterland en/of bij [pleegplaats] en/of te Drachten, in elk geval in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft zij verdachte tezamen en in vereniging met haar mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer] onder bedreiging van een mes meegevoerd naar een chalet op een camping bij [pleegplaats] en/of die [slachtoffer] aldaar onder bedreiging van dat mes in dat chalet van de de vrijheid beroofd en/of beroofd gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij een bepaalde bedrag moest betalen en dat hij anders niet levend van de camping kwam en/of

- de telefoon van die [slachtoffer] afgepakt en/of

- die [slachtoffer] tegen het lichaam geschopt en/of geslagen en/of

- die [slachtoffer] gedwongen in een (personen)auto plaats te nemen en/of

- die [slachtoffer] in die (personen)auto vervoerd langs een of meerdere voornoemde plaatsen en/of

- die [slachtoffer] een vuurwapen getoond en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] een vuurwapen gedragen en/of die [slachtoffer] daarmee bedreigd en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat het vuurwapen was doorgeladen en/of

- die [slachtoffer] in die auto gedwongen geld te regelen via zijn telefoontoestel (die hem daartoe tijdelijk ter beschikking werd gesteld) tengevolge waarvan die [slachtoffer] (telkens) gedurende (een) bepaalde periode(s) dat voornoemde chalet en/of die (personen)auto niet kon en/of durfde te verlaten en aldus/althans die [slachtoffer] (telkens) (op enigerlei

wijze) wederrechtelijk van de vrijheid werd beroofd en/of beroofd gehouden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] , op of omstreeks 19 februari

2017 te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Achtkarspelen, en/of te [pleegplaats] en/of te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Opsterland en/of bij [pleegplaats] en/of te Drachten, in elk geval in de gemeente Smallingerland, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 2]

- die [slachtoffer] onder bedreiging van een mes meegevoerd naar een chalet op een camping bij [pleegplaats] en/of die [slachtoffer] aldaar onder bedreiging van dat mes in dat chalet van de de vrijheid beroofd en/of beroofd gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij een bepaalde bedrag moest betalen en dat hij anders niet levend van de camping kwam en/of

- de telefoon van die [slachtoffer] afgepakt en/of - die [slachtoffer] tegen het lichaam geschopt en/of geslagen en/of

- die [slachtoffer] gedwongen in een (personen)auto plaats te nemen en/of

- die [slachtoffer] in die (personen)auto vervoerd langs een of meerdere voornoemde plaatsen en/of

- die [slachtoffer] een vuurwapen getoond en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] een vuurwapen gedragen en/of die [slachtoffer] daarmee bedreigd en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat het vuurwapen was doorgeladen en/of

- die [slachtoffer] in die auto gedwongen geld te regelen via zijn telefoontoestel (die hem daartoe tijdelijk ter beschikking werd gesteld) tengevolge waarvan die [slachtoffer] (telkens) gedurende (een) bepaalde periode(s) dat voornoemde chalet en/of die (personen)auto niet kon en/of durfde te verlaten en aldus/althans die [slachtoffer] (telkens) (op enigerlei wijze) wederrechtelijk van de vrijheid werd beroofd en/of beroofd gehouden

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 februari 2017 toen en daar, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door tegen die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 2] te zeggen dat zij nog geld moest hebben van die [slachtoffer] en/of de broer van die [slachtoffer] genaamd [naam] te bellen en te whats-appen met de vraag of "ze de centjes al hadden" en/of te vragen hoe lang het nog zou duren voordat het geld gebracht zou worden;

2.

zij op of omstreeks 19 februari 2017 te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Achtkarspelen, en/of te [pleegplaats] en/of te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Opsterland en/of bij [pleegplaats] en/of te Drachten, in elk geval in de gemeente Smallingerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), toen aldaar tezamen en in vereniging met haar mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer] onder bedreiging van een mes heeft meegevoerd naar een chalet op een camping bij [pleegplaats] en/of die [slachtoffer] aldaar onder bedreiging van dat mes in dat chalet van de de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij een bepaalde bedrag moest betalen en dat hij anders niet levend van de camping af zou komen en/of

- die [slachtoffer] tegen het lichaam heeft geschopt en/of geslagen en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen in een (personen)auto plaats te nemen en/of

- die [slachtoffer] in die (personen)auto heeft vervoerd langs een of meerdere voornoemde plaatsen en/of

- die [slachtoffer] een vuurwapen heeft getoond en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] een vuurwapen heeft gedragen en/of die [slachtoffer] daarmee heeft bedreigd en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat het vuurwapen was doorgeladen en/of

- die [slachtoffer] in die auto heeft gedwongen geld te regelen via zijn telefoontoestel, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 19 februari

2017 te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Achtkarspelen, en/of te [pleegplaats] en/of te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Opsterland en/of bij [pleegplaats] en/of te Drachten, in elk geval in de gemeente Smallingerland, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] hebbende die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 2] toen aldaar

- die [slachtoffer] onder bedreiging van een mes meegevoerd naar een chalet op een camping bij [pleegplaats] en/of die [slachtoffer] aldaar onder bedreiging van dat mes in dat chalet van de de vrijheid beroofd en/of beroofd gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij een bepaalde bedrag moest betalen en dat hij anders niet levend van de camping af zou komen en/of

- die [slachtoffer] tegen het lichaam geschopt en/of geslagen en/of

- die [slachtoffer] gedwongen in een (personen)auto plaats te nemen en/of

- die [slachtoffer] in die (personen)auto vervoerd langs een of meerdere voornoemde plaatsen en/of

- die [slachtoffer] een vuurwapen getoond en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] een vuurwapen gedragen en/of die [slachtoffer] daarmee bedreigd en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat het vuurwapen was doorgeladen en/of

- die [slachtoffer] in die auto gedwongen geld te regelen via zijn telefoontoestel, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 februari 2017 toen en daar, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door tegen die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 2] te zeggen dat zij nog geld moest hebben van die [slachtoffer] en/of de broer van die [slachtoffer] genaamd [naam] te bellen en te whats-appen met de vraag of "ze de centjes al hadden" en/of te vragen hoe lang het nog zou duren voordat het geld gebracht zou worden;

3.

zij op of omstreeks 19 februari 2017 te [pleegplaats] , gemeente Achtkarspelen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een stacaravan heeft weggenomen een tv, een droger, gereedschap en/of een speakersetje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededaders, waarbij verdachte en/of haar mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , op of omstreeks 19 februari 2017, te [pleegplaats] , gemeente Achtkarspelen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een stacaravan heeft/hebben weggenomen een tv, een droger, gereedschap en/of een speakersetje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , waarbij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 februari 2017 te [pleegplaats] , gemeente Achtkarspelen, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door tegen die [medeverdachte 1] te zeggen dat het slot van de stacaravan maar opengebroken moest worden en/of tegen hem/hun te zeggen dat zij nog geld moest hebben van die [slachtoffer] en/of door een tas te dragen en voor die [medeverdachte 1] mee te nemen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1. primair, 1. subsidiair en 2. primair ten laste gelegde. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat de bijdrage van verdachte onvoldoende is om te kunnen spreken van een significante bijdrage aan het medeplegen aan wederrechtelijke vrijheidsberoving en een poging tot afpersing. Ten aanzien van het onder 1. subsidiair ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat de bijdrage van verdachte eveneens onvoldoende is om te kunnen spreken van medeplichtigheid aan wederrechtelijke vrijheidsberoving.

De officier van justitie heeft veroordeling voor het 2. subsidiair en 3. primair ten laste gelegde gevorderd.

Ten aanzien van het onder 2. subsidiair heeft hij daartoe aangevoerd dat hij de bijdrage van verdachte ziet als medeplichtigheid, nu zij inlichtingen heeft verschaft en zelf het geld zou regelen en daartoe telefonisch contact heeft gehad met [naam] , broer van het slachtoffer, hetgeen wordt bevestigd door die [naam] .

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1. primair, 1. subsidiair, 2. primair en 2. subsidiair ten laste gelegde.

Hij heeft daartoe gemotiveerd aangevoerd dat er weliswaar sprake is geweest van wederrechtelijke vrijheidsberoving, maar dat verdachte geen significante bijdrage heeft geleverd aan die wederrechtelijke vrijheidsberoving en de poging tot afpersing, omdat zij dit niet heeft gewild. Volgens recente jurisprudentie van de Hoge Raad is het niet ingrijpen en niet weggaan onvoldoende om te kunnen spreken van een significante bijdrage aan het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving en het medeplegen van een poging tot afpersing.

De raadsman heeft aangegeven dat het onder 3. primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, met dien verstande dat er sprake is van voorwaardelijk opzet. De goederen die later door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] uit de chalet zijn gehaald, kunnen niet aan verdachte worden toegerekend, nu haar oogmerk niet gericht was op wederrechtelijke toe-eigening van die goederen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ieder bewijsmiddel is - ook in onderdelen - slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 21 juli 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik heb op 19 februari 2017 spullen uit de chalet gehaald die [slachtoffer] van mij huurde. De chalet staat op een camping in [pleegplaats] . Ik heb waarschijnlijk wel gezegd dat [medeverdachte 1] het slotje eraf moest halen. [medeverdachte 1] had een plastic Albert Heijn tasje gevuld. Dat tasje heb ik meegenomen. [medeverdachte 1] heeft het televisietoestel meegenomen. Daarna zag ik [slachtoffer] over de camping lopen. [medeverdachte 3] is toen naar hem toegegaan. Hij zag mij voor het eerst toen hij de chalet van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] werd binnengebracht. Ik heb in de chalet wel gevraagd of hij mij niet kon of niet wilde betalen. Hij moest wel betalen, ik wilde weten waar ik aan toe was. Anders moest hij zijn spullen pakken en moest er een andere huurder in. Ik stond buiten te roken toen ik wat hoorde vallen en zag vervolgens dat [slachtoffer] op de grond viel. Ik zag wel dat het niet goed ging. Ik heb niets gedaan om in te grijpen. Ik zag dat er werd geduwd en dat er een schop aan [slachtoffer] werd gegeven. Het klopt dat ik in [pleegplaats] ben geweest. Daarna ben ik naar Drachten gereden. Ik heb [naam] één keer geprobeerd te bellen met de telefoon van [slachtoffer] . Ik heb hem één keer aan de lijn gehad toen was [slachtoffer] meegegaan met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Ik heb gevraagd of hij de centjes al had.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 februari 2017, opgenomen op pagina 307 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017045088 d.d. 7 mei 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :

Op 19 februari 2017 zag ik dat het slot van de stacaravan te [pleegplaats] er af was en dat de schuif welke op de deur zat open was. Ik zag binnen dat mijn TV weg was en dat gereedschap van mijn broer weg was. Ik zag dat de vrouw in haar hand een groot mes vasthield. De vrouw liep achter mij. Ik zag dat zij het mes nog steeds in de hand had en langs haar lichaam hield. Ik zag en voelde dat de man mij vervolgens in hun eigen chalet naar binnen trok. Ik zag dat de vrouw ook mee naar binnen kwam. Ik zag ook dat er nog een tweede man aan kwam lopen en in de wagen kwam. Ik hoorde de drie zeggen dat ik geld moest regelen. Ik heb toen gezegd dat ik familie zou opbellen. Meteen na dit gesprek zag ik dat één van de drie personen mijn telefoon uit mijn handen griste. Ik hoorde dat de vrouw heel hard tegen mij begon te schreeuwen. Tegelijkertijd zag en voelde ik dat zij mij schopte en sloeg. Ik voelde dat zij mij overal schopte en sloeg. Hierdoor voelde ik pijn aan de zijkant van mijn linkerborst en op mijn knie. Vervolgens moest ik meelopen richting de parkeerplaats en daar in een Mercedes gaan zitten. In de auto gingen de dreigementen verder. Tijdens het rijden gaf de man een doorgeladen pistool aan de vrouw en vervolgens zijn we naar [pleegplaats] gereden. Op [pleegplaats] zijn we vervolgens gestopt op een parkeerplaats. Ik zag vervolgens dat er een zwarte Volkswagen Polo naast ons stopte. Ik zag dat er uit de Polo twee personen stapten. Vanaf de bestuurdersstoel zag ik een vrouw uitstappen welke ik als [verdachte] herkende. De vrouw welke de bestuurster was van de Mercedes, hoorde ik tegen mij zeggen dat ik het geld moest regelen. Ik zag dat de vier personen buiten de auto's aan het overleggen waren. [verdachte] is erbij geweest.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 22 februari 2017, opgenomen op pagina 322 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017045088 d.d. 7 mei 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :

Toen ik werd vastgehouden in de caravan zag ik dat de oudste vrouw met een mes de stacaravan verliet. Met dit mes heeft zij mij ook bedreigd. Toen ze terug kwam in de stacaravan zag ik dat ze het mes terug op het keukenblad legde.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 4 april 2017, opgenomen op pagina 144 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Vraag verbalisant: [verdachte] verklaarde dat zij de op 19 februari 2017 niets kon inbrengen. Het waren [medeverdachte 2] en jij die dit alles bepaalden. Dat zij hier door jullie toedoen in is meegesleept. In hoeverre is dit juist?

Antwoord verdachte: Dat is bullshit. Zij is bij ons gekomen. Zij heeft ook meegedaan. Zij is constant aan het bellen geweest. Zij heeft een grote rol. [verdachte] werd kwaad.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 februari 2017, opgenomen op pagina 239 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :

Er werd van alles tegen [slachtoffer] geroepen zoals je krijgt een mes tussen je ribben. [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben dingen tegen die man gezegd. Er werd gedreigd dat hij doodgemaakt zou worden. Iedereen riep wel wat.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 21 februari 2017, opgenomen op pagina 327 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik zag dat [slachtoffer] door twee mannen werd vastgepakt. Deze mannen pakten [slachtoffer] bij zijn jas beet en namen hem mee naar een bruin houten chalet tegenover het chalet van [slachtoffer] . Ik vroeg [slachtoffer] toen of ik iets voor hem kon doen om hem te helpen. Ik hoorde toen van die dronken man dat er voor 24.00 uur 575,- euro moest komen omdat [slachtoffer] anders tussen zes plankjes zou eindigen.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 4 juli 2017, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik vond het een bizar telefoontje van [slachtoffer] . Ik merkte aan [slachtoffer] dat het dringend was en dat hij het geld direct nodig had. Ze zouden hem afmaken, meenemen of slopen, iets in die richting. Aan de toon hoe [slachtoffer] het zei wist ik dat het gemeend was. Daarnaast heb ik instructies gehad van een jongere vrouw over waar het geld heen moest. Ik heb de jongere vrouw ongeveer twee keer gesproken in afzonderlijke gesprekken. In ieder geval één keer. U vraagt mij of [slachtoffer] tegen mij heeft gezegd dat hij tegen zijn wil werd vastgehouden. Ja dat heeft hij gezegd, hij zei dat hij werd vastgehouden tot hij betaald had.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Ten aanzien van het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende.

Aan verdachte is onder 1. primair medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en onder 2. primair medeplegen van een poging tot afpersing ten laste gelegd.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.

Op het moment dat het slachtoffer vanuit zijn eigen chalet werd meegevoerd naar het chalet van [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) en [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), bevond verdachte zich in dat betreffende chalet. Uit onder meer de verklaring van [medeverdachte 1] blijkt dat ook verdachte in dat chalet heeft geschreeuwd tegen het slachtoffer en [medeverdachte 3] hem heeft bedreigd. In dat chalet is verdachte door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] mishandeld en is zijn telefoon afgepakt. Ook is tegen het slachtoffer gezegd dat hij het chalet niet mocht verlaten, voordat hij zijn schuld had voldaan en is hij met de dood bedreigd. Verdachte heeft in dat chalet ook geprobeerd geld te regelen. Verdachte is voorts bij alle gebeurtenissen in en/of bij dat chalet geweest en heeft zich hier niet van gedistantieerd.


Daarna is het slachtoffer door twee medeverdachten meegenomen in de Mercedes. Dit deel van de wederrechtelijke vrijheidsberoving rekent de rechtbank verdachte niet toe, nu niet is gebleken dat verdachte het initiatief hiertoe heeft genomen of dat zij hierop invloed heeft uitgeoefend.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat er bij zowel de wederrechtelijke vrijheidsberoving als de poging tot afpersing sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering.

Ten aanzien van de wederrechtelijke vrijheidsberoving overweegt de rechtbank dat het slachtoffer met dwang naar het chalet van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] is gebracht. Verdachte zat in dat chalet toen anderen het slachtoffer binnen brachten en mocht het chalet niet verlaten tot dat hij de schuld aan verdachte had ingelost. Het slachtoffer was in de minderheid. Er hing een gespannen sfeer, er werd geschreeuwd, het slachtoffer werd mishandeld en zijn telefoon werd afgepakt, waardoor hij geen contact op kon nemen met de buitenwereld. Ook waren de banden van zijn auto lek gestoken, zodat hij niet kon vertrekken. Verdachte bleef desondanks in het chalet en heeft bijgedragen aan deze gespannen sfeer door ook tegen het slachtoffer te schreeuwen. Verdachte heeft aldus met haar medeverdachten het slachteroffer beroofd van zijn vrijheid. Dat de deur niet op slot zat of dat verdachte niet was vastgebonden, doet daar - gelet op voornoemde omstandigheden - naar het oordeel van de rechtbank niet aan af. Met betrekking tot de poging tot afpersing is van belang dat verdachte zowel in de chalet van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] als ook bij [pleegplaats] en Drachten heeft geprobeerd het geld te regelen, onder meer door met de telefoon van het slachtoffer [naam] (de broer van het slachtoffer) te bellen. Bovendien is zij zowel naar [pleegplaats] als naar Drachten, de plaats waar vrienden van verdachte het geld zouden brengen, gereden met haar eigen auto. Ook hier heeft verdachte zich niet gedistantieerd van de situatie.

Alles afwegende acht de rechtbank voldoende bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en het medeplegen van een poging tot afpersing.


Ten aanzien van het onder 3. primair ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat niet bewezen kan worden dat verdachte het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had ten aanzien van de droger, nu medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] deze droger tezamen hebben opgehaald en [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij die droger wel kon gebruiken. Verdachte zal hiervan partieel worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. primair, 2. primair en 3. primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. Primair

zij op 19 februari 2017 te [pleegplaats] , in de gemeente Achtkarspelen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft zij verdachte tezamen en in vereniging met haar mededaders,

- die [slachtoffer] in een chalet op een camping bij [pleegplaats] onder bedreiging van een mes in dat chalet van de vrijheid beroofd en beroofd gehouden en

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij een bepaalde bedrag moest betalen en dat hij anders niet levend van de camping kwam en

- de telefoon van die [slachtoffer] afgepakt en

- die [slachtoffer] tegen het lichaam geschopt en/of geslagen en

ten gevolge waarvan die [slachtoffer] gedurende een bepaalde periode dat voornoemde chalet niet kon en/of durfde te verlaten en aldus die [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid werd beroofd en beroofd gehouden;

2. Primair

zij op 19 februari 2017 te [pleegplaats] , in de gemeente Achtkarspelen en bij [pleegplaats] en te Drachten, in de gemeente Smallingerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededaders, toen aldaar tezamen en in vereniging met haar mededaders,

- die [slachtoffer] in een chalet op een camping bij [pleegplaats] onder bedreiging van een mes in dat chalet van de vrijheid beroofd en beroofd gehouden en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij een bepaalde bedrag moest betalen en dat hij anders niet levend van de camping af zou komen en

- die [slachtoffer] tegen het lichaam heeft geschopt en/of geslagen

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3. Primair

zij op 19 februari 2017 te [pleegplaats] , gemeente Achtkarspelen, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een stacaravan heeft weggenomen een tv, gereedschap en een speakersetje toebehorende aan [slachtoffer] en een ander, waarbij verdachte en haar mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair Het medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

2. primair Een poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

3. primair Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 2. subsidiair en 3. primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 270 dagen waarvan 161 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft opgemerkt dat indien de rechtbank zijn betoog volgt en slechts het onder 3. primair ten laste gelegde bewezen zou verklaren, verdachte waarschijnlijk niet in voorarrest zou hebben gezeten en de zaak met een taakstraf was afgedaan. Daarnaast geeft de raadsman aan zich te kunnen vinden in de eis van de officier van justitie.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over haar opgemaakte voortgangsverslag schorsingstoezicht rapportage van Verslavingszorg Noord Nederland, d.d. 5 juli 2017 (hierna: het voortgangsverslag), het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Op 19 februari 2017 heeft verdachte tezamen met anderen getracht het slachtoffer te bewegen een vermeende schuld te betalen. Eerst heeft zij op haar initiatief samen met twee medeverdachten ingebroken in de chalet van het slachtoffer en aldaar goederen meegenomen. Het slachtoffer is vervolgens meegevoerd uit zijn chalet, waarbij een mes is getoond door de medeverdachte en is in het chalet van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] gezet, alwaar hem werd verteld dat hij dat chalet niet mocht verlaten alvorens hij zijn schuld zou hebben voldaan. In dat chalet is er mede door verdachte geschreeuwd en gedreigd, is het slachtoffer mishandeld en is zijn telefoon afgenomen. Daarna is het slachtoffer meegenomen door twee medeverdachten in een Mercedes. Verdachte heeft vervolgens met de medeverdachten afgesproken om elkaar weer bij [pleegplaats] te ontmoeten en is vanaf daar, evenals de Mercedes, naar Drachten gereden. Daar waren de vrienden van het slachtoffer om het geld over te dragen, dat verdachte, zowel in het chalet als gedurende die rit, probeerde te regelen via de broer van het slachtoffer.

Verdachte heeft, nadat ze in de chalet had ingebroken, samen met haar medeverdachten gedurende enkele uren gepoogd het slachtoffer af te persen en heeft daartoe het slachtoffer wederrechtelijk beroofd van zijn vrijheid. Het slachtoffer was gedurende de hele avond in de minderheid en heeft zelfs telefonisch afscheid genomen van zijn broertje, omdat hij in de veronderstelling was dat hij deze avond niet zou overleven. Het voorval heeft een grote impact gehad op het slachtoffer.

Door aldus te handelen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de bewegingsvrijheid van het slachtoffer en heeft de verdachte geen respect gehad voor andermans eigendom. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Uit het voortgangsverslag van de reclassering blijkt dat verdachte zich goed aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden. De reclassering acht het wenselijk een meldplicht aan verdachte op te leggen. Verdachte staat open voor reclasseringstoezicht.

Nu de rechtbank meer feiten bewezen acht dan de officier van justitie en de raadsman, komt zij tot een andere straf dan geëist en bepleit. De rechtbank neemt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 24 maanden. De rechtbank ziet aanleiding om de op te leggen straf te matigen, gelet op de jonge leeftijd van verdachte en de relatief geringere rol die verdachte heeft gespeeld in vergelijking met haar medeverdachten. De rechtbank houdt rekening met het gegeven dat verdachte bij de politie en ter terechtzitting heeft aangegeven dat zij deze situatie niet wilde en geen tot weinig invloed op de situatie kon uitoefenen. Desondanks heeft zij zich niet gedistantieerd en naar het oordeel van de rechtbank een dusdanige bijdrage geleverd, dat de feiten haar wel aangerekend kunnen worden. Bovendien heeft zij de diefstal door middel van braak geïnitieerd. De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het haar betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank is van oordeel dat de feiten dusdanig ernstig zijn dat een gevangenisstraf van langere duur passend en geboden is. Dit betekent dat de rechtbank een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte zal opleggen dan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De reclassering heeft in het voorgangsverslag geadviseerd als bijzondere voorwaarde een meldplicht aan verdachte op te leggen. De rechtbank zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen met daaraan gekoppeld deze meldplicht.

Alles afwegende komt de rechtbank tot oplegging van een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 47, 57, 282, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1. primair, 2. primair en 3. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

1. dat de veroordeelde wordt verplicht om op uitnodiging zich te melden bij de reclassering Verslavingszorg Noord Nederland, Oostergoweg 6 te Leeuwarden. Hierna moet de veroordeelde zich blijven melden en zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

De rechtbank beveelt de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. J. Teertstra en mr. C.H. Beuker, rechters, bijgestaan door C. Veenstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 augustus 2017.

Mr. Beuker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.