Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:2654

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-07-2017
Datum publicatie
18-07-2017
Zaaknummer
119205
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

NAM

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0598
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Assen

zaaknummer / rolnummer: C/19/119205 / KG ZA 17-95

Vonnis in kort geding van 18 juli 2017

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. P.W. Huitema te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEDERLANDSE AARDOLIE MAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd te Assen,

gedaagde,

advocaat mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en NAM genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 13 juni 2017 met producties,

  • -

    de mondelinge behandeling van 26 juni 2017,

  • -

    de pleitnota van [eiser] ,

  • -

    de pleitnota van NAM,

  • -

    de aanhouding ten behoeve van minnelijk overleg tussen partijen,

  • -

    het faxbericht van mr. Huitema van 29 juni 2017, waarbij om vonnis is gevraagd,

  • -

    de overige in het geding gebrachte bescheiden.

1.2.

Ten slotte is vonnis op heden bepaald.

2 De feiten

2.1.

De voorzieningenrechter zal bij de beoordeling uitgaan van de volgende feiten en omstandigheden.

2.2.

[eiser] is sinds 2004 eigenaar van de woning aan de [adres 1] te [woonplaats] (verder: de woning). Aan de woning grenst een schuur/ loods, van waaruit [eiser] zijn klussenbedrijf exploiteert.

2.3.

NAM is producent van aardgas. Zij produceert sinds 1963 onder meer gas uit het Groningenveld, dat zich bevindt onder de gemeenten [woonplaats] , Bedum, Delfzijl, Eemsmond, Groningen, Hoogezand-Sappemeer, Loppersum, Menterwolde, Slochteren, Oldambt, Pekela, Ten Boer, Veendam en een klein stukje van Bellingwolde en Haren.

2.4.

Als gevolg van de gasproductie door NAM hebben zich aardbevingen voorgedaan boven het Groningenveld.

2.5.

Op 11 november 2013 heeft [eiser] een schademelding aan de woning gedaan bij NAM. Naar aanleiding van deze schademelding heeft Arcadis Nederland B.V. (verder: Arcadis) in opdracht van NAM de oorzaak en omvang van de schade aan de woning onderzocht en haar bevindingen vastgelegd in een rapport van 20 februari 2014. Arcadis komt tot het oordeel dat het om zogenoemde A- en B-schades gaat; schade die is veroorzaakt door aardbevingen (A-schades) dan wel daardoor zijn verergerd (B-schades). De door Arcadis begrote schade ad € 7.644,50 (inclusief BTW) heeft NAM aan [eiser] vergoed.

2.6.

Op 24 maart 2014 heeft [eiser] schade gemeld bij NAM. Deze melding vermeldt het volgende, voor zover van belang:

"Bij de buren ( [naam] ) werd er deze morgen (24-3-2014) een inspectie uit gevoerd en daar bij kwam ook aan het licht dat beide panden naar elkaar gaan hellen/beven/trillen.

(…)

Ik kan U wel zeggen dat deze ontwikkeling zeer recent heeft plaats gevonden omdat ik al geruime tijd de conditie v h pand in de gaten hou."

TMS Holland B.V. (verder: TMS) heeft de woning op verzoek van [eiser] op 4 april 2014 bezichtigd, evenals Arcadis (in opdracht van NAM). Bij e-mailbericht van 7 april 2014 bericht TMS het volgende aan NAM, voor zover van belang:

"Tijdens de tweede inspectie op vrijdag 04 april ben ik min of meer wel een klein beetje geschrokken van de huidige situatie.

Nu blijkt inderdaad dat de woning van de heer [eiser] wel behoorlijk is gaan overhevelen naar de linker kant.

Volgens mijn inschatting staat zijn woning nu zo'n 8 cm scheef.

(…)

Deze scheefstand heeft echter nog geen (extra) scheuren in het metselwerk veroorzaakt.

Hieruit mag dan ook worden geconcludeerd dat de causaliteit / algehele constructie vamn deze woning momenteel nog goed / intact is, en dat er momenteel nog geen veiligheidsinssue is ontstaan.

Ik kan echter de ongerustheid van de heer [eiser] wel voorstellen.

(…)

Ik adviseer naar u dan ook om op zeer korte termijn een nader onderzoek / 2e lijns inspectie in te laten stellen bij deze woning.

Bij dit onderzoek zal dan moeten worden gekeken naar de oorzaak van de (versnelde) scheefstand / verzakking van deze woning en naar eventueel uit te voeren (tijdelijk) werkzaamheden m.b.t. extra ondersteuningen / plaatsen tempels of stutten tegen de linker gevel.

(…)

Verder verwijz ik u nog naar het dossier van de naastgelegen woning ( [adres 2] ), waar vrijwel dezelfde (verzakkings) problemen zijn ontstaan.

Dit pand zakt namelijk (versneld) scheef naar de woning van de heer [eiser] (net de andere kant op als de woning van de heer [eiser] ).

Beide woning zakken nu dan ook naar elkaar toe."

2.7.

Op 23 april 2014 heeft Arcadis in opdracht van NAM de scheefstand aan de woning van [eiser] onderzocht. In haar rapport, gedateerd op 7 mei 2014, schrijft Arcadis het volgende, voor zover van belang:

"Op basis van de waarnemingen ter plaatse en het ontbreken van verdere gebreken rondom de linker zijgevel meent ondergetekende dat de scheefstand van de desbetreffende langsgevel niet is ontstaan onder invloed van trillingen door aardbevingen. Naast dat getwijfeld kan worden of de trillingen op de onderhavige locatie sterk genoeg zijn, gezien de afstand tot de epicentra, is de scheefstand van de langsgevels reeds langer geleden tot stand gekomen, zeer waarschijnlijk onder invloed van spatkrachten vanuit de houten dakkap (categorie schade C).

De vrees voor eventuele gebreken aan het onderhavige pand kan zijn gelegen in de maatregelen welke zijn getroffen in de naastgelegen woning (huisnummer 47).


Samenhang draagconstructie

Op basis van de huidige en zichtbare gebreken is geen sprake van een onsamenhangende constructie van de linker zijgevel en behoeft er derhalve geen stutwerk te worden uitgevoerd."

2.8.

Op 5 september 2014 heeft Arcadis aan NAM gerapporteerd over haar onderzoek ter plaatse op 4 april 2014. Dat rapport vermeldt, naast diverse A- en B-schades, voorts het volgende, voor zover van belang:

"Gezien het feit dat er op dit moment geen enkel gevaar bestaat, er geen (nieuwe) scheuren zijn ontstaan, gaan wij er dan ook van uit dat (verder) nader onderzoek op dit moment niet nodig is en verder niets toevoegt aan de huidige situatie. Voor zover achten wij dit dossier dan ook voor gesloten.

(…)

Als afzonderlijk aspect wordt nagegaan of sprake is van schade die zodanig afbreuk doet aan de samenhang van de constructie dat de veiligheid in het geding is of dreigt te komen."

2.9.

Op 6 februari en 21 mei 2015 heeft [eiser] schademeldingen gedaan bij NAM.

2.10.

Op verzoek van NAM heeft BAM onderzoek gedaan naar de scheefstand van de woning. Het rapport van BAM van 25 januari 2016 vermeldt het volgende, voor zover van belang:

"Over een hoogte van 6300 mm is de scheefstand 75 mm. De manual geeft aan dat de scheefstand 40 mm mag zijn (…). In deze woning wordt deze waarde overschreven.

Het gehele pand verzakt als een stijve constructie naar een zijde. Er zijn geen aanwijzingen van torsie. Aangezien het pand links (nummer 49) de andere kant op helt lijkt dit op een plaatselijke verzakking tussen deze 2 woningen. Uit onze waarnemingen is het niet te bepalen of de oorzaak van deze scheefstand komt door een aardbeving of verzakkingen of door andere oorzaken.

(…)

Tijdens de inspectie is er geconstateerd dat er een hoge smalle kolom staat ter plaatse van de overkapping bij de voordeur.

(…)

Ondanks dat de verhouding kleiner is dan 12 (ARUP handboek) word deze kolom wel als HRBE beschouwd, gezien de scheefstand van het gebouw en kolom (…)

Tevens zitten er ook scheuren in het metselwerk van de kolom voet (…) waardoor er een gevaarlijke situatie kan ontstaan bij toekomstige bevingen.

Wij adviseren u daarom om de metselwerk kolom te vervangen door een stalen koker kolom met daarom een nieuwe gemetselde kolom."

In het plan van aanpak van 26 januari 2016 stelt NAM voor om, conform het rapport van BAM van 25 januari 2016, de gemetselde kolom te vervangen door een stalen kolom. Op

13 juli 2017 heeft BAM hiervoor opdracht gekregen, welke zij heeft uitgevoerd.

2.11.

[eiser] heeft op of omstreeks 11 maart 2016 Vergnes Expertise B.V. (verder: Vergnes) ingeschakeld voor een contraonderzoek. In haar rapport van 17 mei 2016 schrijft Vergnes het volgende, voor zover van belang:

"Wij zien aanleiding voor het doen van nader onderzoek vanwege het feit dat onzes inziens de woning verder lijkt weg te zakken. Wij achten het raadzaam om te laten vaststellen of het verkantelingsproces tot stilstand kan worden gebracht.

(…)

Wij beoordeelden de eerdere rapporten als incorrect en/of incompleet. Op basis van inventarisatie van gebouw-, omgevings- en schadekenmerken maakten wij een causaliteitsafweging tussen de schade en de gaswinningsactiviteiten.


Naar onze mening dient de woning zo snel mogelijk te worden gestabiliseerd daar bij continue aardbevingsbelasting de schade alleen maar groter zal worden. Bovendien komt het ons voor dat de omvang van de problemen op locatie thans nog van een oplosbaar kaliber zijn, waarbij kan worden betwijfeld of dit nog het geval is als nog lang wordt gewacht.

De situatie op locatie geeft dan ook aanleiding om een constructief plan op te laten stellen om de schade duurzaam te laten herstellen en het pand tegelijkertijd aan te passen op de toekomst met meer aardbevingsbelasting.

Wij adviseren om de schade met claimant af te wikkelen op basis van de door BAM voorgestelde kolomvervanging alsmede op basis van het bij 8.2 genoemde. Dit ter realisatie van verantwoord en duurzaam herstel."

In 8.2, waarnaar wordt verwezen, beveelt Vergnes aan om op korte termijn de mogelijkheid tot stabilisatie van het pand te laten onderzoeken door een derde.

2.12.

Mede naar aanleiding van het rapport van Vergnes, heeft [eiser] Save Groningen ingeschakeld. Op 26 september 2016 heeft Save Groningen een plan van aanpak opgesteld voor versterking van de woning. Het plan is voorzien van een offerte van Wiertsema & Partners B.V. te Tolbert voor het verrichten van een geotechnisch grondonderzoek en het uitbrengen van een funderingsadvies, alsmede een plan van aanpak en bijbehorende offerte van [X] Bouwtechniek te Appingedam (verder: [X] ).

2.13.

Het plan van aanpak van [X] vermeldt het volgende, voor zover van belang:

" Inleiding

1.1.

Aanleiding

(…)

In de periode van 2014 tot heden, hebben diverse opnames en expertises plaatsgevonden naar de oorzaak en mogelijkheid tot schade-herstel i.v.m. ontstane schades aan de vrijstaande woning aan de [adres 1] te [woonplaats] . Na de 1e-lijns inspectie zijn herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan het metselwerk, de schoorsteen en een plafond. Nadien hebben vervolg-inspecties plaatsgevonden, met als laatste ons bekende onderzoek een contra-expertise dat is uitgevoerd door Vergnes Expertise BV. Wij hebben kennisgenomen van het conceptrapport d.d. 10 mei 2016, waarin wordt aanbevolen een vervolgonderzoek in te stellen.

(…)

1.2.

Doel

Het doel van ons onderzoek is om te bepalen in hoeverre de huidige situatie een veilige is (mede gelet op het kunnen optreden van aardbevingen), en het formuleren en uitwerken van maatregelen die eventueel nodig zijn om tot een constructief veilige situatie te komen. "

2.14.

Medio september 2016 heeft NAM het pand naast de woning gekocht.

2.15.

Op 10 februari 2017 heeft [X] , in opdracht van Save Groningen, onderzocht of er met betrekking tot de woning sprake was van een acuut onveilige situatie (AOS). Ook W2N engineers B.V. te Groningen (verder: W2N) heeft, in opdracht van NAM, een dergelijk onderzoek verricht.

2.16.

In haar rapport komt [X] tot het volgende advies, voor zover van belang:

"Op basis van de inspectie wordt de conclusie getrokken dat er geen sprake is van acuut gevaar. De situatie echter oogt in constructief opzicht wel zodanig ernstig, dat wij adviseren op korte termijn en met hoge prioriteit actie te ondernemen, teneinde het ontstaan van een onveilige situatie te voorkomen. Indien de muur nog iets verder uit het lood zakt, de samenhang met de vloer beperkt blijkt te zijn en de samenhang van de muur met de aansluitende dwarsmuren verslechtert, dan ontstaat een constructief gevaarlijke situatie waarbij delen kunnen instorten. Om deze situatie voor te zijn, onderscheiden wij twee trajecten:

1) Verbeteren huidige situatie op korte termijn (bv. 1 of 2 weken)

2) Structureel herstel, versterking, bevingsbestendig

(…)

Wij adviseren daarnaast om het naastgelegen pand mee te beschouwen m.b.t. veiligheid. Voorkomen moet worden dat op korte termijn het gevaar bestaat dat nr. 47 bezwijkt op een zodanige manier dat dit aanleiding geeft tot schade aan of bezwijken van nr. 49.."

2.17.

W2N komt in haar rapport van 21 februari 2017 tot de volgende conclusie, voor zover van belang:

"De scheefstand van de muur valt nog ruim binnen zijn neutrale lijn waardoor instabiliteit van de muur niet aan de orde is.

(…)

Gezien de waargenomen koppeling met de achterconstructie en de afwezigheid van scheurvorming is het zeer aannemelijk dat de scheefstand van de muur niet op korte termijn zal verergeren. De conclusie is echter gebaseerd op een momentopname. Aanbevolen wordt de scheefstand te monitoren en over ca. 6 maanden opnieuw in te meten."

2.18.

Op 19 april 2017 heeft W2N (in opdracht van NAM) nader onderzoek uitgevoerd.

In de bouwkundige opname van 22 juni 2017 schrijft W2N het volgende voor zover van belang:

"De zetting van de linkerzijde van de achtergevel wordt vooral veroorzaakt door de jarenlange lekkage van de goot in deze hoek, dit veroorzaakt een afname in de draagkracht van de ondergrond en eventueel wegspoelen van draagkrachtige lagen. Door afname van de draagkracht kan massa (zoals een bouwmuur) op deze laag extra zakking veroorzaken. Deze verzakking zet zich door over de gehele oppervlakte van de steeg tussen het onderhavige huis en het buurhuis (nr. 49), en is - zoals de situatie zich nu aan ons voordoet - ook debet aan de verzakking van de aangrenzende gevel van nr. 49."

2.19.

Op 8 mei 2017 heeft [X] aanvullend gerapporteerd.

2.20.

[eiser] heeft Tandem Vormgeving en Bouwadvies B.V. (verder: Tandem) in Loppersum ingeschakeld een onderzoek uit te voeren naar de scheefstand van de woning. In haar rapport van 12 juni 2017 komt Tandem tot de volgende conclusie, voor zover van belang:

"Gezien de scheefstand mag veronderstelt worden dat er zowel in de wanden als in de kap sprake zal zijn van veel (wellicht teveel) oneigenlijke spanning. Het is dan ook zeker aan te bevelen niet te lang te wachten met het stabiliseren dan wel herstellen van de constructieve staat van de woning.

(…)

Onderzocht dient te worden of er ook "liftende" (in het lood zettende) werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden teneinde de scheefstand te herstellen. In relatie met komende bevingen zal er, gezien de constructieve staat, haast geboden zijn met voornoemd bouwkundig versterken.

(…)

De scheefstand van de rechtergevel van de woning aan de [adres 2] is tevens vastgelegd. De gevel staat 38 mm uit het lood over een hoogte van 2800 mm.

(Beide scheefstanden zijn daarmee, verhoudingsgewijs, nagenoeg gelijk)

Beide panden kunnen met betrekking tot herstel van de stabiliteit niet los van elkaar worden gezien. Het bouwkundig versterken van beide panden zal daarmee in samenspraak moeten gebeuren."

2.21.

Bij brief van 24 mei 2017 heeft de raadsman van [eiser] NAM aansprakelijk gesteld en haar gesommeerd te bevestigen dat NAM de kosten die nodig zijn om de woning volgens het plan van Save Groningen, in combinatie met het advies van [X] van noodmaatregelen te voorzien en structureel te herstellen te vergoeden. Aan die sommatie heeft NAM geen gehoor gegeven.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert:

1) gedaagde te veroordelen tot betaling van de kosten van de noodmaatregelen conform de offerte van Save Groningen B.V. in combinatie met [X] Bouwtechniek d.d. 8 mei 2017 ad € 3.630,- incl. BTW, althans tot betaling van het daadwerkelijke factuurbedrag binnen twee weken nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd;

2) gedaagde te veroordelen tot betaling van de kosten van het voorstel tot versterking d.d. 26 september 2016 conform het plan van aanpak/de offerte van Save Groningen B.V. ad € 69.441,90 incl. BTW, althans tot betaling van de daadwerkelijke factuurbedragen van de werkzaamheden binnen twee weken nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd;

3) gedaagde te veroordelen tot vergoeding van de kosten voor de door Save Groningen B.V. te presenteren structurele versterkingsmaatregelen conform de uitkomsten van het nog te verrichten versterkingsonderzoek als voorgesteld door Save Groningen B.V., althans tot een voorschot op die kosten te begroten op

€ 150.000,00, althans een door u E.A. voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen vergoeding;

4) gedaagde te veroordelen om binnen twee weken na het door u te wijzen vonnis aan te vangen met het (laten) verrichten van (nood)maatregelen ter voorkoming van verdere verzakking van de aangrenzende woning van gedaagde aan het adres [adres 2] te [woonplaats] ;

5) gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiser binnen twee weken na betekening van het door u te wijzen vonnis van een voorschot op de door eiser geleden schade te begroten op € 39.000,-, althans op een door uw E.A. voorzieningenrechter in goede justitie te begroten bedrag;

6) gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

Aan haar vorderingen legt [eiser] , verkort weergegeven, het bepaalde in artikel 6: 177 BW en 6:162 BW ten grondslag. Door toedoen van NAM helt de woning van [eiser] over. NAM is bijgevolg gehouden tot vergoeding van (herstel van) de schade aan de zijde van [eiser] . Dit betreft naast de kosten voor noodmaatregelen, eveneens de kosten voor een structurele versterking van de woning. Teneinde definitief vastgesteld te krijgen welke versterkingsmaatregelen er moeten worden getroffen, dient onderzoek gedaan te worden. Daar ziet de offerte van Save Groningen (ook) op. De kosten van de noodmaatregelen sluiten op een bedrag van € 3.630,00 inclusief BTW en de kosten van het versterkingsonderzoek bedragen € 69.441,90 inclusief BTW. Het uit te voeren versterkingsonderzoek dient gevolgd te worden door het daadwerkelijk uitvoeren van versterkingsmaatregelen. Bij wijze van voorschot vordert [eiser] voorts een bedrag van

€ 39.000,00 aan (im)materiele schade, onder meer bestaande uit deskundigenkosten, kosten voor het gemis aan onstoffelijk voordeel en gederfde omzet. Het spoedeisend belang van [eiser] bestaat er uit dat de noodmaatregelen zo snel als mogelijk moeten worden uitgevoerd. [eiser] heeft in dat verband (nogmaals) gewezen op de rapporten van [X] en Tandem. Ook het versterkingsonderzoek en de daarop volgende werkzaamheden dienen zo spoedig mogelijk uitgevoerd te worden, teneinde te voorkomen dat de woning instort. Het woongenot van [eiser] blijft bovendien aangetast door aardbevingen. [eiser] heeft niet de financiële middelen om een en ander te bekostigen en NAM blijft weigeren om de werkzaamheden te vergoeden. In zoverre heeft [eiser] dan ook een spoedeisend belang bij een vordering tot (de verplichting tot ) vergoeding van de noodmaatregelen en het versterkingsonderzoek, alsook van de werkzaamheden die nodig zijn op basis van het nog te verrichten onderzoek. Daarnaast heeft [eiser] een (voldoende) spoedeisend belang bij voorschot op de door hem geleden schade, nu de kosten en de schade maar blijven oplopen en [eiser] niet de financiële mogelijkheden heeft om die te blijven betalen.

3.3.

NAM voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen zijn in essentie verdeeld over de vraag of de verzakking van de woning, welke op zichzelf voldoende vast staat, door aardbevingen wordt veroorzaakt. NAM heeft dit uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist en aangevoerd dat de scheefstand van de woning hoogstwaarschijnlijk is veroorzaakt door een niet-functionerende hemelwaterafvoer van de naastgelegen woning aan de [adres 2] . Volgens NAM veroorzaakt dit een afname in de draagkracht van de ondergrond door het wegspoelen van draagkrachtige lagen. NAM ziet zich hierin gesterkt door het rapport van W2N, meer bijzonder de bouwkundige opname van 22 juni 2017 (productie 4 zijdens NAM). De voorzieningenrechter is, gelet op dit verweer van NAM, van oordeel dat de hiervoor opgeworpen vraag in het midden kan blijven, nu immers vast staat dat NAM eigenaar is van de naastgelegen woning aan de [adres 2] te [woonplaats] en voorts dat deze woning gebrekkig is in de zin van artikel 6:174 BW. Nu ook overigens aan de voorwaarden van dit artikel lijkt te zijn voldaan, is de risicoaansprakelijkheid van NAM, zij het op een andere grondslag, in beginsel gegeven.

4.2.

De aansprakelijkheid van NAM omvat mede de schade zoals omschreven in artikel 6:184 BW en gevorderd door [eiser] . Daarvoor is wel vereiste dat er sprake is van een ernstige en onmiddellijke dreiging en met NAM is de voorzieningenrechter van oordeel dat uit geen van de overgelegde, bij de feiten geciteerde onderzoeken en rapporten blijkt dat er op dit moment sprake is van een acuut onveilige situatie. Weliswaar geeft [X] in haar rapport van 10 februari 2017 aan dat er op korte termijn en met hoge prioriteit actie moet worden ondernomen, maar daar staat tegen over dat W2N in haar rapport van 21 februari 2017 aangeeft dat de scheefstand van de muur nog ruim binnen de neutrale lijn valt waardoor instabiliteit van de muur niet aan de orde is. W2N beveelt aan, mede ook omdat het om een momentopname gaat, om de scheefstand te monitoren en over ongeveer 6 maanden opnieuw in te meten. Ook uit het rapport van Tandem valt niet op te maken dat er sprake is van een onmiddellijke dreiging; hooguit valt op te maken dat het volgens haar is aan te bevelen om niet te lang te wachten.

4.3.

Bij het voorgaande slaat de voorzieningenrechter er uitdrukkelijk acht op dat NAM evenzeer heeft toegelicht, onder verwijzing naar de rapporten van Arcadis, W2N, [X] en Tandem, dat de scheefstand van de woning gedurende een periode van tenminste drie jaar stabiel is. Uit het rapport van Arcadis valt op te maken dat de scheefstand medio april 2014 ongeveer acht centimeter bedroeg en uit de overige rapporten kan worden opgemaakt dat de scheestand in 2017 nog ongeveer even groot is. Dat heeft [eiser] niet, dan wel onvoldoende weersproken. [eiser] heeft de stelling van NAM dat de inschatting van de aardbevingsdreiging ter plaatse van de woning substantieel (van 0,28 g naar 0,16 g) is bijgesteld niet (gemotiveerd) betwist, evenmin als de zijdens NAM overgelegde seismische dreigingskaart van het KNMI (productie 9 zijdens NAM), waaruit voormelde bijstelling volgt. Niet onvermeld dient te blijven dat NAM ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft verklaard - nummer 28 van de pleitnota van NAM - dat zij in de eerste week van juli 2017 (week 27) stabiliserende werkzaamheden zal laten uitvoeren aan het haar in eigendom toebehorende pand. Zijdens NAM is voorgesteld om dergelijke werkzaamheden ook aan de woning van [eiser] te (laten) verrichten. Mede ook nu dat hetgeen is wat Tandem heeft voorgesteld, is het voor de voorzieningenrechter niet, althans niet goed te begrijpen waarom [eiser] op dit voorstel van NAM niet is ingegaan.

4.4.

Wat van dit laatste ook zij, voornoemde omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, leiden tot het oordeel dat [eiser] het spoedeisend belang bij zijn vorderingen niet, althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Daar komt ten slotte nog bij dat NAM er, waar het om het gevorderde voorschot op de gevorderde schadevergoeding gaat, terecht op heeft gewezen dat [eiser] naar behoren feiten en omstandigheden aannemelijk moet maken die meebrengen dat een voorziening uit hoofde van onverwijlde spoed is geboden. Met NAM is de voorzieningenrechter van oordeel dat [eiser] aan dit in de jurisprudentie ontwikkelde criterium niet heeft voldaan. Het ontbreken van een (voldoende) spoedeisend belang leidt tot afwijzing van de vorderingen. [eiser] zal daarbij als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van NAM worden begroot op:

- griffierecht € 3.894,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 4.710,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van NAM tot op heden begroot op € 4.710,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2017.1

1 type: coll: