Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:2651

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-07-2017
Datum publicatie
19-07-2017
Zaaknummer
18-830179-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van professionele hennepteelt, het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid natte hennep en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de grootschalige en/of beroeps- dan wel bedrijfsmatige hennepteelt. Verdachte heeft in dit verband deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich gedurende een aanzienlijke periode bezig heeft gehouden met hennepteelt en het exploiteren van een growshop. Binnen deze criminele organisatie vervulde verdachte een ondersteunende rol. Naast de Opiumwetfeiten is verdachte ook nog schuldig aan het witwassen van een aanzienlijke hoeveelheid geld en goederen en het voorhanden hebben van een illegaal wapen en munitie. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden. De rechtbank heeft de straf bekort in verband met het tijdsverloop.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Opiumwet 3
Opiumwet 11
Opiumwet 11a
Opiumwet 11b
Wetboek van Strafrecht 420ter
Wet wapens en munitie 26
Wet wapens en munitie 55
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830179-15

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 juli 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 juli 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C. Eenhoorn, advocaat te Groningen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. C.V. van Overbeeke.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te

Winsum (provincie Groningen), in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in een pand en/of in een of meer oplegger(s), gelegen en/of staande aan of

bij [adres 2] , aldaar, in de uitoefening van een beroep of bedrijf,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (grote) hoeveelheid van in totaal

(ongeveer) 1014 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of

delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid

van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 9 juni 2016 te Winsum (provincie Groningen), in elk geval

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen,

in een pand aan [adres 2] , aldaar, opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 13703 gram natte hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan

30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 9 juni 2015 te

Groningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

(in een (winkel)pand aan de [adres 3] ) stoffen en/of voorwerpen heeft

bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd,

verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten

- 96 armaturen

- 3 snelheidsregelaars

- 5 koolstoffilters

- 2 luchtafzuigers

- 7 slakkenhuizen

- 34 ventilatoren

- 12 temperatuurventilatieregelaars

- 12 water-, beluchting- en dompelpompen

- 607 groeimiddelen

- 24 hygro-ph/ec- en thermometers

- 49 knipbenodigdheden

- 12 groeitenten

- 4 droogrekken

- 24 transformatoren (merk: ELT 600 watt)

- 24 lampen (merk: Osram)

en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten folders en/of kweekschema's

betreffende informatie met betrekking tot hennepzaken en/of materialen voor de

beroeps- of bedrijfsmatige hennepkweek,

waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te

vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11,

derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

4.

hij in of omstreeks de periode van 14 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te

Winsum (provincie Groningen) en/of Groningen en/of op een of meerdere locaties

elders in Nederland, in elk geval in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, welke werd gevormd door verdachte en/of

een of meer medeverdachten, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van

misdrijven, namelijk het overtreden van

- art. 11 lid 2 en/of lid 3 en/of lid 5 Opiumwet, te weten het al dan niet in

de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden

en/of bewerken en/of vervoeren en/of verkopen en/of afleveren en/of

verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van een grote hoeveelheid

hennep en/of hennepstekken en/of een groot aantal hennepplanten en/of delen

daarvan en/of meerdere zakken hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer

dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens

artikel 3a, vijfde lid van die wet

en/of

- art. 11a Opiumwet, te weten het bereiden en/of bewerken en/of verwerken

en/of te koop aanbieden en/of verkopen en/of afleveren en/of vervoeren en/of

vervaardigen en/of voorhanden hebben van stoffen of voorwerpen, dan wel het

voorhanden hebben van vervoermiddelen en/of ruimten en/of gelden en/of andere

betaalmiddelen en/of gegevens, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s)

ernstige reden heeft/hebben om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het

plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde

feiten;

5.

hij in of omstreeks de periode van 5 maart 2013 tot en met 9 juni 2015 te

Groningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet

een gewoonte heeft gemaakt van witwassen van meerdere voorwerpen, immers

heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (een) voorwerp(en), te weten

een geldbedrag van 114.390,- euro, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

een of meer hoeveelheid/hoeveelheden (contant) geld ten behoeve van de

aanschaf en/of de betaling van:

- een bromfiets (merk: Piaggio, kenteken: [kenteken 1] ) en/of

- een personenauto (merk: Toyota Aygo, kenteken: [kenteken 2] ) en/of

- een televisie (merk: Samsung UE 75 H 6470 SSX) en/of

- een lederen bankstel (Driehoek Meubelen) en/of

- tuinmeubelen (Amega Supercamp) en/of

- een borstvergroting ten behoeve van [medeverdachte 5] en/of

- een paar schoenen (merk: Gucci) en/of

- onderdelen ten behoeve van de keukeninrichting van [medeverdachte 5] en/of

- een vakantiereis naar Spanje

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van dat/die

(een) voorwerp(en) gebruik gemaakt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat

bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig

was/waren uit enig misdrijf;

6.

hij op of omstreeks 9 juni 2015 te Groningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer wapens van categorie III en/of munitie van categorie III, te weten:

- een revolver, merk Smith en Wesson, model 686-5, kaliber 357 Magnum / .38

Special en/of

- 50 centraalvuur kogelpatronen, merken Fiocchi en/of Geco en/of S&B en/of

Winchester, kaliber 257 Magnum / .38 Special en/of

- 2 centraalvuur hagelpatronen, merk Speer, kaliber .38 Special

voorhanden heeft gehad.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, en 6 ten laste gelegde gevorderd. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

feiten 1 en 2

Op grond van het proces-verbaal van het aantreffen van de hennepkwekerij, de DNA-matches, de camerabeelden waarop te zien is dat verdachte en zijn medeverdachten meerdere keren de kwekerij in en uit gaan en de verklaring van [medeverdachte 1] kunnen deze feiten wettig en overtuigend worden bewezen.

feit 3

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan voorbereidings-handelingen van Opiumwetdelicten. Dit blijkt uit de inbeslagneming van de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen en de betrokkenheid van verdachte en medeverdachten bij [bedrijf 1] . De in beslag genomen goederen zijn naar hun aard en/of functie geschikt voor optimalisering van de oogst en financiële opbrengst van een hennepkwekerij en bevorderen daarom een professionele, op winst gerichte hennepteelt. Voorts zijn op de website van [bedrijf 1] kweekschema's aangetroffen die passen bij hennepteelt. Op grond hiervan kan het ten laste gelegde feit wettig en overtuigen worden bewezen.

feit 4

De officier van justitie heeft ten aanzien van dit feit aangevoerd dat aan de voorwaarden voor een criminele organisatie - het samenwerkingsverband, het oogmerk en de deelneming - ruimschoots is voldaan. In samenhang bezien met de bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3 kan een bewezenverklaring voor deelneming aan een criminele organisatie volgen.

feit 5

In de woningen van verdachte en zijn medeverdachten, hun partners en familie zijn aanzienlijke hoeveelheden contant geld gevonden alsook luxe goederen. Het bezit van dat geld en de aanschaf van die goederen kan niet verklaard worden uit een aantoonbaar inkomen van verdachte. Ook is niet aannemelijk geworden dat de goederen uit eigen misdrijf afkomstig zijn. Er kan dus een bewezenverklaring voor witwassen volgen.

feit 6

In de woning van de partner van verdachte zijn een wapen en munitie aangetroffen in een kast die alleen toegankelijk is via de slaapkamer en waar volgens die partner geen andere mensen komen dat zij en verdachte. Zijn partner heeft verklaard dat zij het wapen daar niet had neergelegd. Van verdachte kan dan gevergd worden dat hij een redelijke verklaring geeft voor het aantreffen van het wapen en de munitie. Nu hij geen verklaring heeft gegeven, hij de wapens voorhanden heeft gehad en zich bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid ervan in de woning kan dit feit wettig en overtuigend worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat het onder 1, 2, 4 en 6 ten laste gelegde kan worden bewezen. Hoewel de raadsman aan zijn betoog geen conclusies heeft verbonden, begrijpt de rechtbank dat de raadsman ten aanzien van het onder 3 en 5 ten laste gelegde vrijspraak heeft willen bepleiten. Hij heeft daarnaast het volgende aangevoerd.

bewijsuitsluiting

De raadsman heeft betoogd dat ten aanzien van de observatie van verdachte en zijn medeverdachten de camerabeelden van het bewijs moeten worden uitgesloten. Hij heeft daartoe opgemerkt dat de camera's bij aan [adres 2] te Winsum en bij de [adres 3] te Groningen zijn opgehangen op grond van artikel 3 van de Politiewet. De raadsman stelt dat er stelselmatig is geobserveerd en dat hierbij niet is gehandeld volgens de strafrechtvorderlijke regels die daarvoor gelden.

feit 3

Voor een veroordeling voor voorbereidingshandelingen moet er sprake zijn van grootschalige hennepteelt van meer dan 200 planten. De hoeveelheid goederen die in de [adres 3] is aangetroffen, is niet voldoende voor de vaststelling dat deze voor de handel was van grootschalige hennepteelt.

feit 4

De raadsman heeft opgemerkt dat het deelnemen aan een criminele organisatie die Opiumwetdelicten pleegt, bedoeld is om mensen te bestraffen die zich in organisatieverband bezig houden met hennepzaken, maar niet rechtstreeks in verband gebracht kunnen worden met een feitelijke hennepkwekerij zoals bij verdachte wel het geval is. Het is, aldus de raadsman, overbodig geweest om dit artikel ten laste te leggen aan verdachte. Als de rechtbank tot een bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3 komt kan dit feit worden bewezen.

feit 5

De raadsman heeft aangevoerd dat er in het milieu van kampers en mensen die hun geld verdienen met venten en de handel in oud ijzer altijd sprake is van betaling met contant geld. Dat verdachte in het bezit was van (veel) contant geld maakt dit nog geen illegaal verkregen geld.

Oordeel van de rechtbank

bewijsuitsluiting

De raadsman heeft gesteld dat er sprake was van een stelselmatige observatie die niet volgens de strafvorderlijke regels is uitgevoerd en dat daarom (het proces-verbaal over) de camerabeelden van het bewijs moeten worden uitgesloten.

De rechtbank overweegt als volgt.

Er is sprake van stelselmatige observatie als bedoeld in artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering indien het observeren van een persoon tot gevolg kan hebben dat er een min of meer volledig beeld van bepaalde aspecten van diens privéleven wordt verkregen en er dus een aanzienlijke inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de geobserveerde.

De niet-stelselmatige observatie behoeft geen specifieke bevoegdheid omdat deze ofwel geen inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de geobserveerde, ofwel slechts een lichte inbreuk, welke wordt gedekt door de algemene taakstelling als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet.

De rechtbank stelt vast dat de observaties niet plaats vonden met het doel om een volledig beeld van het privéleven van personen te verkrijgen, maar slechts beoogden in beeld te brengen wie de panden aan [adres 2] te Winsum en de [adres 3] te Groningen binnen gingen. De observaties vonden plaats op voor het publiek toegankelijke plaatsen.

De rechtbank leidt hieruit af dat er geen sprake is geweest van een stelselmatige observatie. Dat de observaties een langere periode hebben maakt dit niet anders. De rechtbank zal daarom dit verweer verwerpen en de camerabeelden niet uitsluiten van het bewijs.

bewijsmiddelen

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De rechtbank heeft daarbij nog enkele overwegingen naar aanleiding van de daar genoemde bewijsmiddelen opgenomen. Deze overwegingen maken ook deel uit van dit vonnis.

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 741 e.v. (van ordner 2 van zaaksdossier 1 t/m 5) van het dossier van de politie Noord-Nederland met nummer GRN 2014125477 d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2015 werd door mij in perceel [adres 2] te Winsum een hennepkwekerij aangetroffen. Ik zag dat in de bedrijfsunit een professionele in werking zijnde hennepkwekerij was ingericht en dat deze hennepkwekerij bestond uit 4 kweekruimtes waarin totaal 1014 hennepplanten zijn aangetroffen.
Op grond van de aangetroffen kwekerij kan deze worden aangemerkt als beroeps- of bedrijfsmatig, dan wel professioneel handelen met betrekking tot de teelt van hennep.

2, Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen beoordelen beelden camera 1, opgenomen op pagina 37 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 30 maart 2015, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Vanaf 16 december 2014 werden in verband met de mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij in het pand [adres 2] te Winsum op grond van artikel 3 van de Politiewet twee camera's geplaatst. Uit de beelden is gebleken dat er ten minste vier verdachte voertuigen zijn betrokken bij de vermoedelijke hennepkwekerij. Dit betreffen:
- een zwarte Mercedes Vito, kenteken [kenteken 3] , die op naam staat van [medeverdachte 2] ;

- een groene VW Passat Variant, kenteken [kenteken 4] , die op naam staat van [verdachte] ;

- een grijze Ford Fiesta, kenteken [kenteken 5] die op naam staat van de [bedrijf 2] ;

- een blauwe Mercedes Vito, kenteken [kenteken 8] , die op naam stond van [bedrijf 3] .

Uit het informatiesysteem van de politie is gebleken dat [medeverdachte 2] en [verdachte] contacten van elkaar zijn. Op 27 mei 2013 werden zij tijdens een controle op de A7 aangetroffen en toen bleek in de auto waarin zij zich bevonden een professionele bewatering- en afzuiginstallatie ten behoeve van een hennepkwekerij te liggen.

Uit onderzoek is tevens gebleken dat de grijze Ford Fiesta ( [kenteken 5] ) op 30 januari 2015 is aangetroffen op het parkeerterrein van growshop [bedrijf 1] aan de [adres 3] te Groningen. Tijdens het onderzoek werd gezien dat de VW Passat Variant ( [kenteken 4] ) op 20 februari 2015 geparkeerd stond op het terrein van growshop [bedrijf 1] .

Uit de beelden is gebleken dat er ten minste vier personen zijn betrokken bij de vermoedelijke hennepkwekerij. Dit betreft volgens hun signalementen vermoedelijk de volgende personen: [medeverdachte 2] , geboren op [datum 1] , [verdachte] , geboren op [datum 2] , [medeverdachte 3] , geboren op [datum 3] en [medeverdachte 4] , geboren op [datum 5] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 14 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit het beoordelen van de camerabeelden, van 30 maart tot en met 11 mei 2015, zijn processen- verbaal van bevindingen opgemaakt. Uit de beelden kan het volgende worden opgemaakt. De verdachten [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] komen bijna dagelijks, een of meerdere malen en in wisselende samenstelling in de vermoedelijke hennepkwekerij op [adres 2] . Een aantal malen kan uit de beelden ook de verdachte [medeverdachte 4] worden herkend. Op de beelden is te zien, dat de verdachte(n) regelmatig goederen naar het pand brengen en afvoeren. Op 9 april 2015, omstreeks 08.21 uur, gaat [medeverdachte 3] , vergezeld van drie oudere dames de vermoedelijke kwekerij in. Pas om 18.59 uur, verlaten de vrouwen het pand en de kweeklocatie. Op beelden is te zien, dat [medeverdachte 2] en [verdachte] , die dag in de vermoedelijke kwekerij zijn.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 982 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] , zakelijk weergegeven:

V: Die loods. Waar staat die?
A: [adres 2] in Winsum. In een gedeelte zit [medeverdachte 2] .
V: Wat weet je van de hennepkwekerij die we er hebben aangetroffen?
A: Ik had wel het vermoeden dat er iets anders gebeurde dan waarvoor ze het gehuurd hebben. Het ging anders dan normaal.

V: Wanneer ben je voor het laatst in de loods van [medeverdachte 2] geweest?

A: Ja zeg maar. Dat is al wel even terug. Ze hadden een trailer. Want [medeverdachte 2] huurt hem maar er is nog iemand bij. Die heet [verdachte] . Ik weet niet hoe hij verder heet. Ze moesten een trailer binnen hebben. Ik heb die toen met mijn heftruck binnen gezet.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1006 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] , zakelijk weergegeven:

V: Wanneer is jou verteld dat er een hennepkwekerij zat?
A: Ik denk dat ik dat 1,5 jaar weet. Dat was eind 2013 begin 2014.
V: Wie heeft jou dat verteld?
A: [medeverdachte 2]
V: Hoe zag het eruit? Zou je een tekening willen maken.
O: De verdachte tekent een plattegrond.
A: Ik ben via de loopdeur naar binnen gegaan. Toen ben ik links af de loods ingegaan. Ik zag dat daar 2 trailers stonden. In de trailers zaten geen hennepplanten, maar het was wel de bedoeling dat die erin kwamen. Ze vertelden dat ze tafeltjes aan het timmeren waren voor de hennepplanten. Ik ben toen langs de trailer gelopen en dan kun je rechts een ruímte ingaan. Ik zag dat daar hennepplanten stonden met allemaal lampen erboven.
V: Hoeveel stonden daar?
A: heel veel. Het was groen.

V: Ben je er later nog een keer geweest?
A: Ja en toen zaten de trailers vol.
V: Wanneer was dat?
A: Tja. Dat zou begin 2014 zijn geweest.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1006 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] , zakelijk weergegeven:

V: Je zei dat je meerdere keren in het pand was geweest. In hoeveel ruimtes heb je gezien dat er planten stonden?
A: In de trailers en in de ruimtes aan de achterzijde van de gang.

V: Wie heb je allemaal die hennepkwekerij binnen zien gaan?
A: [medeverdachte 2] , [verdachte] . Het broertje van [medeverdachte 2] . Ik weet zijn naam niet.
V: We laten je een aantal foto's zien. Foto 1 is [medeverdachte 2] . Foto 2 is [verdachte] . Foto 3 is [medeverdachte 3] .
A: Foto 1 is [medeverdachte 2] , 100% zeker. Foto 2 is [verdachte] . Foto 3 weet ik niet hoe die heet. Mij is verteld dat dat het broertje is van [medeverdachte 2] .
V: Wie huurde het pand?
A: [medeverdachte 2] . [adres 1] te Groningen.
V: Wanneer is de huur ingegaan?
A: Dat staat in het papier. Dat was oktober 2012 tot heden.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 juni 2015, opgenomen op pagina 1030 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] , zakelijk weergegeven:

V: Welke gebouwen heb jij op naam?
A: Ik heb in Winsum een pand op naam, [adres 2] geloof ik. [medeverdachte 1] is de eigenaar van dat gebouw.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juni 2015, opgenomen op pagina 1050 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] , zakelijk weergegeven:

V: Wat deed jij daar dan steeds bij die kwekerij? Je bent steeds op de beelden te zien (…).
V: Kun je me vertellen wie [medeverdachte 4] ,
A: Deze jongen staat bij ons op het kamp. Ik ga niet zoveel met hem om.
V: En hij gaat met je mee naar de aanleg in Winsum.
A: Ja. Staat hij ook op de camera dan?
V: Ja. Jij met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [verdachte]
A: Jullie hadden wel overal camera's staan.
V: Ja we hadden camera's bij de [bedrijf 1] en bij [adres 2] in Winsum
V: Wie is [verdachte]
A: Ja die ken ik. Die woont ook bij het kamp. Hij gaat ook wel eens mee naar [adres 2] .

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1253 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 4] , zakelijk weergegeven:

V: Ik heb acht fotoafdrukken bij me van gemaakte cameraopnames in ons onderzoek: Wil je hier naar kijken en verklaren hoe het nu echt zit?
A: Ja, wat moet ik hierop zeggen. Het ligt vast. Jullie zijn echt goed. Ik kan er verder niets anders van maken, hier is het bewijs. Je hebt goed je werk gedaan.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juni 2015, opgenomen op pagina 1269 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 4] , zakelijk weergegeven:

V: Ik wil nog even met je terug naar de hennepkwekerij aan [adres 2] te Winsum. Ik heb je toen deze 8 afbeeldingen (afb.1 t/m 8) laten zien, het klopt dat jij de persoon bent in het donkere jack met lichtblauwe bies over de schouders, die als eerste als bestuurder instapt bij [bedrijf 1] ?
A: klopt
V: En dat de andere persoon, gekleed een in groen poloshirt, [medeverdachte 3] is? Ik bedoel hiermee [medeverdachte 3] .
A: Ja klopt

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal relaas d.d. 5 oktober 2015, opgenomen op pagina 421 (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Bij de zoeking aan [adres 2] te Winsum (Gr) werden de volgende sporendragers veiliggesteld:
AAES1601NL - bemonstering blikje (op afzuigbox op zolder)
AAES1597NL - handschoenen (lag in droogruimte hennep)
Bij het onderzoek naar sporen op de handschoenen werden de volgende bemonsteringen veiliggesteld:
AAIP4080NL - bemonstering linker handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL)
AAIP4081NL - bemonstering rechter handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL)
AAIP4082NL - bloed aangetroffen in rechter handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL)
AAIP4083NL - binnenzijde van de handschoen (AAES1598NL)
Van de bemonstering van het blikje, op afzuigbox op zolder (SIN AAES1601NL) is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel cluster is afkomstig van [medeverdachte 2] .
De bemonstering van bloed (AAIP4082NL) uit aangetroffen in de rechter handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL), aangetroffen in de droogruimte is een DNA-profiel. Bij deze vergelijking is tot op heden één match gevonden. Dit DNA-profiel cluster is afkomstig van [medeverdachte 4] .
Van de bemonstering van een linker handschoen AAIP4080NL, aangetroffen in de droogruimte, is een DNA-profiel mengprofiel van minimaal drie personen op verkregen. Het afgeleid DNA-hoofdprofiel van een man verdachte [medeverdachte 4] en DNA - nevenkenmerken van minimaal twee andere personen, waarbij de verdachte [verdachte] niet uit te sluiten is.
Van de bemonstering van een rechter handschoen AAIP4081NL, aangetroffen in de droogruimte, is een DNA-profiel mengprofiel van minimaal twee personen op verkregen. Het afgeleid DNA-hoofdprofiel is afkomstig van een man, verdachte [medeverdachte 4] .
Van de bemonstering van een rechter handschoen AAIP4083NL, aangetroffen in de droogruimte, is een DNA-profiel verkregen. Bij deze vergelijking is tot op heden één match gevonden. Dit DNA- profiel cluster is afkomstig van [medeverdachte 3] .

overweging ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde overtuigend zijn. De rechtbank wordt in haar overtuiging gesterkt door het feit dat de bewijsmiddelen vragen om een verklaring van verdachte en zijn medeverdachten. Verdachten hebben die verklaring niet willen geven.

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennep-kwekerij d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 741 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 2) in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2015 werd door mij in perceel [adres 2] te Winsum een hennepkwekerij aangetroffen. Ik zag dat in de droogruimte lagen op vier droogrekken verse henneptoppen te drogen. De henneptoppen zijn ter plaatse gewogen. Het betrof natte hennep, dat wil zeggen, dat deze toppen 1 of 2 dagen daarvoor moet zijn geoogst. In totaal betrof het netto gewicht van de hennep 13.703 gram.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakte kennisgeving van inbeslagneming d.d. 10 juni 2017, opgenomen op pagina 211 e.v. (van ordner algemeen, deel 1 beslag) in voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Onder [medeverdachte 2] is op 9 juni 2015 om 10.00 uur 13.703 gram henneptoppen in beslag genomen welke waren aangetroffen in de droogruimte van [adres 2] te Winsum. Deze hadden een waarde van € 11.240,-.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1006 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] , zakelijk weergegeven:

V: Je zei dat je meerdere keren in het pand was geweest. In hoeveel ruimtes heb je gezien dat er planten stonden?
A: In de trailers en in de ruimtes aan de achterzijde van de gang.

V: Wie heb je allemaal die hennepkwekerij binnen zien gaan?
A: [medeverdachte 2] , [verdachte] . Het broertje van [medeverdachte 2] . Ik weet zijn naam niet.
V: We laten je een aantal foto's zien. Foto 1 is [medeverdachte 2] . Foto 2 is [verdachte] . Foto 3 is [medeverdachte 3] .
A: Foto 1 is [medeverdachte 2] , 100% zeker. Foto 2 is [verdachte] . Foto 3 weet ik niet hoe die heet. Mij is verteld dat dat het broertje is van [medeverdachte 2] .

ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2015, op genomen op pagina 177 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 30 april 2015 raadpleegde ik de [website] Op deze website vond ik de volgende informatie:

Bedrijfsinformatie: [bedrijf 1] Groningen, [adres 3].

Op de website stonden twee kweekschema's weergegeven over twee soorten grond, namelijk "Terra/soil" en "Hydro I cocos". Beide betreffende 9 weekse schema's met aangegeven hoeveel ml voedingsmiddel per 100 ml water dient te worden toegevoegd. Op de website was verder een webshop met artikelen m.b.t. irrigatie, voedingsmiddelen, kweektenten, verlichting en elektra. Bij veel van de producten staan prijzen weergegeven, echter ze lijken via de website niet te bestellen / of te betalen.

In de vestiging van [bedrijf 1] zijn diverse hennepgerelateerde handelsgoederen aangetroffen en in beslag genomen ter verbeurdverklaring. Onder andere werden armaturen, koolstoffilters, slakkenhuizen/kistventilatoren, temperatuurregelaars, groeimiddelen en groeitenten in beslag genomen. Van de inbeslagname een Inventarisatielijst goederen artikel 11a Opiumwet opgemaakt.

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakte inventarisatielijst goederen artikel 11a Opiumwet d.d. 9 juni 2015, opgenomen op pagina 187 (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 1) van voornoemd dossier, zakelijk weergegeven:

- 92 armaturen

- 3 snelheidsregelaars

- 5 koolstoffilters

- 2 luchtafzuigers

- 7 slakkenhuizen

- 34 ventilatoren

- 12 temperatuurventilatieregelaars

- 12 water-, beluchting- en dompelpompen

- 607 groeimiddelen

- 24 hygro-ph/ec- en thermometers

- 49 knipbenodigdheden

- 12 groeitenten

- 4 droogrekken

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2015, opgenomen op pagina 233 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Opgemerkt wordt dat op de inventarisatielijst staat dat er 92 armaturen in beslag genomen zijn, echter dit is een rekenfout. Uit de beschrijving is op te maken dat het 3 x 8 armaturen betreft van het type R641 en 9 x 8 van het type R640, derhalve in totaal 96 armaturen.

18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juli 2015, opgenomen op pagina 842 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op het adres [adres 3] te Groningen werd een groot aantal kweekbenodigdheden aangetroffen voor de professionele hennepteelt. Dit betrof onder andere grote hoeveelheden:

- voedingssupplementen van diverse merken, zoals Canna, Gout, Plagron, [bedrijf 1] en House & Garden.

- teelaarde, diverse producten van het merk [bedrijf 1] en

- snelheidsregelaars, koolstoffilters, luchtafzuigers, flexibele luchtslang, slakkenhuisventilators, ventilatoren temperatuurventilatieregelaars o.a. Opticlimate, water- en/of dompelpompen, hygro-ph/ec en thermometers, watertonnen, armaturen, groeitenten en droogrekken.

- Folders Kera/California, verkoopcatalogus met betrekking tot hennepzaden van diverse soorten. Hierin onder andere vermeld; hoe lang de kweek duurt, binnen of buiten kweek, moeilijkheid kweken, opbrengst, hoogte, effect op gebruiker. Kweekschema [bedrijf 1] .

19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2015, opgenomen op pagina 233 (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit de verbandcontrole blijkt dat in de periode tussen de start van de onderneming en de doorzoeking substantiële hoeveelheden hennepgerelateerde handelsgoederen aan [bedrijf 1] zijn geleverd en op niet gebruikelijke wijze zijn onttrokken aan de voorraad van de onderneming.

20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen AH-071 d.d. 19 augustus 2015, opgenomen op pagina 883 (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 6 juli 2015 heeft het [onderzoeksteam] het RIEC twee rapportages ontvangen inzake bedrijfsbezoeken van de Belastingdienst aan [bedrijf 1] . Samengevat bevatten deze de volgende bevindingen:

Bedrijfsbezoek d.d. 9 oktober 2014

Controleur heeft gesproken met directeur [medeverdachte 3] (belastingplichtige) en [boekhouder] . De feitelijke bedrijfsactiviteit bestaat uit de exploitatie van een growshop (detailhandel in kwekerijbenodigdheden). [bedrijf 1] is een onderneming waar verdachte [medeverdachte 3] enig aandeelhouder en bestuurder van is, de onderneming heeft geen personeel in dienst. Bij [bedrijf 1] wordt geen voorraadadministratie niet bijgehouden. Het ontvangen van en betalen voor goederen van leveranciers, dan wel het uitgeven van en ontvangen van geld voor goederen aan bezoekers, maken deel uit van de rechtshandeling koop welke de rechtspersoon [bedrijf 1] door middel van overeenkomst bindt aan een derde partij. Op diverse dagen blijkt dat [medeverdachte 3] niet aanwezig in [bedrijf 1] , echter [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] of [verdachte] wel, zowel binnen als buiten de openingstijden van de onderneming. Op 8, 9, 11, 16, 18, 20, 27 en 29 mei 2015 ontvangen zij daarbij kennelijk bezoekers en leveringen.

21. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen beoordeling camerabeelden d.d. 11 mei 2015, opgenomen op p. 138 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

In het [onderzoek] werd er, op grond van artikel 3 van de Politiewet, op 6 mei 2015 een drietal camera's geplaatst op de [adres 3] te Groningen. De opgenomen camerabeelden van de periode 6 mei 2015 t/m 20 mei 2015 zijn door mij bekeken. Uit de beelden is gebleken dat:

- in deze periode is [verdachte] tenminste 11 keer bij [bedrijf 1] is geweest;

- in deze periode is [medeverdachte 2] tenminste 25 keer bij [bedrijf 1] geweest. Tevens is gebleken dat [medeverdachte 2] van de genoemde 25 keer, tenminste 6 keer in de avonduren en nachtelijke uren in het pand aanwezig was;

- in deze periode is een blauwe Mercedes Vito, kenteken [kenteken 8] , die door alle verdachten wordt gebruikt, 22 keer bij [bedrijf 1] gezien;

- in deze periode is [medeverdachte 3] tenminste 7 keer bij [bedrijf 1] geweest;

- in deze periode is [medeverdachte 4] 4 keer door een dame bij [bedrijf 1] gebracht en opgehaald;.

Alle vier verdachten hebben een sleutel in bezit van het bedrijfspand van [bedrijf 1] , zij maken hier alle vier ook gebruik van. Alle verdachten vervullen een functie binnen het bedrijf [bedrijf 1] . Er worden door hen klanten en leveranciers ontvangen en te woord gestaan. Daarnaast worden goederen in ontvangst genomen en klanten worden geholpen bij het inladen van goederen. Tevens is gebleken dat zowel [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ook wel 's avonds in het pand aanwezig zijn en soms mensen ontvangen.

22. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 1179 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 3] , zakelijk weergegeven:

V: Hoe verdien jij je geld?
A: Met mijn zaak, [bedrijf 1] . We leveren tuinaarde, Grow spullen. Ik heb geen personeel.

23. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 1184 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 3] , zakelijk weergegeven:

V: Wie hebben er allemaal een sleutel van [adres 3]?
A: Ik en soms mijn broer [medeverdachte 2] .
V: We weten dat [verdachte] en [medeverdachte 4] ook wel eens binnen komen met de sleutel bij jouw zaak.
A: Het kan zijn dat ik wel eens wat goederen ben gaan halen en dat [medeverdachte 4] dan alvast naar binnen gaat.

24. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 14 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 11-5-2015 heeft de OvJ van de ING Bank gegevens gevorderd. Uit de verkregen afschriften van de bankrekening t.n.v. [bedrijf 1] is onder andere gebleken dat tot 30-4-2015 betreffen de inkomsten op de rekening voornamelijk 16 contante stortingen, in totaal ter waarde van € 100.015. Uit de bankafschriften blijken geen girale overschrijvingen en/of pinbetalingen door klanten.

overweging ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank stelt vast dat de wetgever met de strafbaarstelling van dit artikel heeft beoogd niet de bestrijding van alle teelt, maar nadrukkelijk de bestrijding van professionele/ bedrijfsmatige teelt (lid 3) of grootschalige teelt (lid 5) mogelijk te maken. Daarbij dient de wetenschap dat de voorwerpen bestemd zijn voor de grootschalige/bedrijfsmatige teelt te worden bewezen, eventueel in de vorm van voorwaardelijk opzet.

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat er wel degelijk sprake was van leveringen van goederen voor grootschalige hennepteelt nu de goederen uit de [adres 3] te Groningen kennelijk ook zijn gebruikt voor de eigen hennepkwekerij. Onder ‘grootschalig’ wordt ‘500 gram’ of ‘200 planten’ of meer verstaan volgens artikel 1, lid s, van het Opiumwetbesluit. De aan verdachte en zijn medeverdachte ten laste gelegde en aangetroffen kwekerij in Winsum bestond uit 1014 planten en derhalve ruimschoots meer dan 200 planten. Verder kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de in de [adres 3] te Groningen aangetroffen goederen geschikt zijn voor professionele hennepteelt. Dat de aangetroffen voorraad volgens de raadsman betrekkelijk klein is, doet hieraan niet af. Tot slot blijkt dat er in de onderzochte periode 16 contante stortingen -kennelijk door klanten van [bedrijf 1] - hebben plaatsgevonden voor een bedrag van in totaal 100.015 Euro. Het gemiddeld per klant bestede bedrag wijst naar het oordeel van de rechtbank niet op kleinschalige teelt.

De rechtbank stelt allereerst vast dat de in de bewezenverklaring genoemde goederen geschikt zijn voor de grootschalige en/of beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt en dat verdachte en zijn medeverdachten ook wisten van die bestemming. Uit het wettige en overtuigende bewijs blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten een hennepkwekerij exploiteerden in Winsum. In die kwekerij zijn vergelijkbare goederen aangetroffen. Daaruit blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten wisten wat nodig was voor het inrichten van een op winst gerichte kwekerij. Daar komt nog bij dat verdachte en zijn medeverdachten al voor de wijziging van de wetgeving (per 1 maart 2015) de growshop exploiteerden en derhalve goed wisten wat nodig was voor de grootschalige hennepteelt. In de growshop en op de website van de growshop zijn voorts kweekschema's en een catalogus voor hennepzaden aangetroffen. De betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten blijkt uit de camerabeelden. Zo blijkt dat zij allemaal toegang hadden tot het bedrijfspand (zij hadden allen een sleutel) en maakten daar ook gebruik van. Verdachte en zijn medeverdachten kwamen vaak en vervulden ook werkzaamheden: ze ontvingen klanten en leveranciers en daarbij werden goederen in ontvangst genomen en werd hulp geboden bij in het inladen van de goederen. Verdachte en zijn medeverdachten gingen in wisselende samenstellingen meer dan eens van [bedrijf 1] naar [adres 2] en Winsum heen en weer terug.

De rechtbank is van oordeel dat op grond hiervan verdachte en zijn medeverdachten wisten dat de in de growshop aangetroffen voorwerpen bestemd waren voor de grootschalige en bedrijfsmatige teelt van hennep. Er kan dus een bewezenverklaring volgen voor het onder 3 ten laste gelegde.

ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde dat de bewijsmiddelen als hiervoor opgenomen voor het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde hier als herhaald en ingelast dienen te worden.

25. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 14 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

De eigenaar van [bedrijf 1] , [medeverdachte 3] , blijkt betrokken bij de hennepkwekerij in Winsum. Op camerabeelden is te zien dat hij veelvuldig de kwekerij in Winsum binnen ging.

De camerabeelden, die gemaakt zijn te Winsum en bij [bedrijf 1] , bevestigen, dat er een duidelijk verband bestaat tussen de hennepkwekerij en de growshop. Met uitzondering van de verdachte [medeverdachte 1] , worden alle verdachten, regelmatig en soms dagelijks bij [bedrijf 1] gesignaleerd en er wordt gezien, dat zij wel op de winkel passen. Uit politieonderzoeken is dikwijls gebleken, dat deze growshops gebruikt worden als een soort 'clubhuis' om zaken te bespreken aangaande de in- en verkoop van hennep en de opbouw van hennepkwekerijen. In de hennepkwekerijen te Winsum en Ten Boer werden hennep gerelateerde goederen aangetroffen, die afkomstig waren van [bedrijf 1] . Het betreft hier goederen voor de inrichting van de kwekerij, die voornamelijk alleen in growshops verkrijgbaar zijn. Kennelijk werden goederen van [bedrijf 1] , welke ter voorbereiding zijn of vergemakkelijking van illegale hennepteelt, verhandeld. Uit camerabeelden blijkt dat klanten van [bedrijf 1] vaak hennep gerelateerd zijn. Uit het onderzoek blijkt dat er zeker vier personen, gedurende een langere tijd, gestructureerd samenwerken en dat er gesproken kan worden van een organisatie met het oogmerk tot het plegen van een misdrijf, genoemd in artikel 3, onder A, B, C of D van de Opiumwet en/of voorbereidingshandelingen ten behoeve van de illegale teelt van hennep, genoemd in artikel 11a van de Opiumwet.

De huurcontracten van de locaties stonden op naam van zogenaamde katvangers. De huur van de panden werd contant betaald, of vond plaats door middel van Money Transfer, waardoor de herkomst van de huur niet of nauwelijks kon worden achterhaald.

De voertuigen die de verdachten gebruikten en waarmee ze ook bij de hennepkwekerij kwamen stonden vanaf april 2015 niet op hun eigen naam. Zij gebruikten hier ook zogenaamde katvangers voor.

De opsporing werd bemoeilijkt, doordat drie van de vier verdachten, op een locatie verbleven, waar zij niet stonden ingeschreven. Dat de vier verdachten, [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] nauw samenwerken, kan zijn oorsprong hebben in het feit, dat allen bewoners zijn van het [woonwagenkamp] in Groningen. De verdachten wonen op een gedeelte van het `kamp', waarbij zij gemakkelijk nauwe contacten kunnen onderhouden. Hierbij hoeft slechts even de weg worden overgestoken, om elkaar te ontmoeten. Van woonwagenkampen is bekend, dat het over het algemeen gaat om hechte gemeenschappen. Hierbij is het `not done' om uit de school te klappen.

ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

26. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 264 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier d.d. 9 juni 2015, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2015 werd voor de woning aan de [adres medeverdachte 5] te Groningen betreden. Ik hoorde de bewoner, [medeverdachte 5] , zeggen dat er geen geld met uitzondering van geld in haar portemonnee, verdovende middelen en vuurwapens in de woning lagen. Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:

In de woning: 2 mobiele telefoons/Iphones, 1 vuurwapen/revolver, geldbedrag 114.390 euro, administratie, 1 geldtelmachine, 1 bos sleutels, 2 motorvoertuigen, 1 scooter van het merk Vespa, 2 flat screen tv's.

In de vrijstaande schuur: 11 gebruikte droognetten en 2 kachels, te gebruiken voor het drogen van hennep.

27. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 269 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier d.d. 9 juni 2015, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

De woning aan de [adres medeverdachte 5] was bijzonder luxe ingericht. De badkamer was voorzien van een jacuzzi en een TV toestel. De woonkamer was voorzien van design meubelen een flatscreen van ongeveer 2.00 m bij 1.30 m. De keuken was kennelijk nieuw en van hoogstaande kwaliteit. Alle woon- en slaapvertrekken, inclusief de ruimte onder de overkapping, waren voorzien van flat screens. I-Pods, I-pads, duur kinderspeelgoed (waaronder een drone) completeerden de luxe inrichting. Er was hier duidelijk sprake van grote uitgaven t.b.v. de inrichting.

Tevens werd in de woning een kentekenbewijs en sleutels van een personenauto, merk Toyota, voorzien van het kenteken [kenteken 7] aangetroffen. Dit voertuig staat op naam van [vader medeverdachte 5] , geb. [geboortedatum 2] . Het betreft hier vermoedelijk de vader van [medeverdachte 5] . Tevens werd een rekening / koopcontract betreffende dit voertuig in de woning aangetroffen. Uit de rekening bleek dat het voertuig contant was betaald.

In de woning werd een vuurwapen en een geldbedrag van ongeveer 114.500,- euro aangetroffen. Op de vraag van wie dit geld was antwoordde [medeverdachte 5] : "Dit is niet van mij. Ik weet hier niets van".

28. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 264 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier d.d. 30 juni 2015, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2015 is een Toyota Aygo, met kenteken [kenteken 7] in beslag genomen. Deze auto is gekocht op 15 januari 2015 bij [garage] . De auto staat op naam van [vader medeverdachte 5] . [vader medeverdachte 5] is de vader van [medeverdachte 5] . Zij staat als koper genoemd op de factuur van de [garage].

29. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 692 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier d.d. 26 augustus 2015, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Tijdens het onderzoek werd op 9 juni 2015 een bromfiets van het merk Piaggio met het kenteken, [kenteken 1] in beslag genomen. Deze bromfiets stond op naam van [medeverdachte 5] van 23 juli 1985.

[bedrijf 4] bevestigde dat de bromfiets op 5 februari 2013 bij hen was gekocht door [verdachte] van de [adres medeverdachte 5] .

De Piaggio met het kenteken: [kenteken 1] had destijds 3500 euro inclusief gekost.

[bedrijf 4] kon zich niet meer herinneren wie daadwerkelijk de bromfiets had opgehaald. Dit omdat hij vaak aan personen van het kamp een bromfiets verkocht.

30. Een schriftelijk stuk, opgenomen op pagina 1317 (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, te weten een rekening van [garage] , voor zover inhoudende:

Op 15 januari 2015 is voor een Toyota Aygo, kenteken [kenteken 7] een bedrag van € 12.995,- voldaan per kas. De rekening staat om naam van [medeverdachte 5] , [adres medeverdachte 5] te Groningen.

31. Een schriftelijk stuk, opgenomen op pagina 1318 (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, te weten een rekening van Agema Supercamp te Groningen, voor zover inhoudende:

Op 26 juni 2014 is voor een tuinset een bedrag van € 2.000,- betaald. De rekening staat op naam van [medeverdachte 5] , [adres medeverdachte 5] te Groningen.

32. Een schriftelijk stuk, opgenomen op pagina 1319 (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, te weten een rekening van Bergman clinics te Heerenveen, voor zover inhoudende:

Op 30 april 2015 is voor een prothesewissel en een sportbeha een bedrag van € 4.150,- betaald. De rekening staat op naam van [medeverdachte 5] , [adres medeverdachte 5] te Groningen.

33. Een schriftelijk stuk, opgenomen op pagina 1320 (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, te weten een kwitantie van de Mediamarkt te Oldenburg (D), voor zover inhoudende:

Op 7 juli 2014 is voor een Samsung televisie een bedrag van € 4.450,00 betaald. De rekening is ondertekend door [verdachte] .

34. Een schriftelijk stuk, opgenomen op pagina 1321 (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, te weten een bon van de Bijenkorf te Amsterdam, voor zover inhoudende:

Op 3 januari 2015 is een bedrag van € 380,- contant betaald voor een paar sneakers van het merk Gucci.

35. Een schriftelijk stuk, opgenomen op pagina 1322 (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, te weten een rekening van Driehoek meubelen te Amsterdam, voor zover inhoudende:

Op 6 augustus 2014 is een rekening van € 3.400,- voldaan voor een bankstel. De rekening staat op naam van [medeverdachte 4], [adres medeverdachte 5] te Groningen.

36. Een schriftelijk stuk, opgenomen op pagina 1323 (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, te weten een rekening voor werkzaamheden t.b.v. [medeverdachte 5] , voor zover inhoudende:

Voor de werkzaamheden die op de order staan dienen € 582,- contant bij levering te worden betaald.

37. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal financieel onderzoek (AH-02-001) d.d. 14 januari 2016, opgenomen op pagina 73 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

[verdachte] heeft geen geregistreerd inkomen. Op diens bankrekening bij ABN Amro worden toeslagen gestort van de belastingdienst en daarnaast wordt de bankrekening vooral gevoed door contante stortingen en overschrijvingen vanaf 'G4 Cash Solutions'. Gezien de contante stortingen, de overboekingen vanuit G4 Cash Solutions en enkele substantiële uitgaven, beschikt [verdachte] kennelijk over een onbekende bron van inkomsten.

38. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juni 2015, opgenomen op pagina 1159 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: 114.180 euro in een schoenendoos in de inloop kast op jullie slaapkamer. Is dit geld van jouw [verdachte] ?

A: Ik beroep me op mijn zwijgrecht.

V: Dat is niet van je zoon [naam] ?

A: Dat denk ik ook niet.

V: Dat is ook niet van je dochter [naam] ?

A: Nee denk ik niet.

V: [medeverdachte 5] zegt dat het niet van haar is. Anders had ze het wel uitgegeven.

A: Dat denk ik ook. Zij heeft voldoende ideeën.

V: Dan blijft er maar 1 persoon over.

A: Ik beroep me op mijn zwijgrecht.

39. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 1297 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 5] , zakelijk weergegeven:

V: Krijgt [verdachte] ook een uitkering?

A: Nee.

V: Waar leeft hij dan van?

A: van die tweedehands rommel.

V: Wie bedoel je met [verdachte] ?

A: [verdachte] . Hij is de vader van mijn kinderen.

V: Maar als we het goed begrijpen dan is hij wel vaak bij jullie?

A: Ja 4 a 5 keer per week. Hij slaap ook bij mij dan.

V: Ga je wel eens op vakantie?

A: We zouden naar Spanje gaan met zo'n vieren.

V: Al geboekt?

A: Ja. Ik weet niet precies wanneer. We gaan naar Lloret de Mar. We gingen naar een hotel.

V: Hoe zouden jullie naar Lloret gaan?

A: Met de auto.

V: Wie hebben de reis geboekt?

A: [verdachte] en ik samen.

V: Wat gaat die reis kosten?

A: Ik durf het niet met zekerheid te zeggen. Volgens mij is het 2100 euro

inclusief.

V: Heeft [verdachte] een auto?

A: Ik zie hem vaak in een witte auto. Dat is een Ford.

V: Het zijn allemaal nieuwe televisies?

A: weet ik niet. Die in de woonkamer is nieuw.

V: Hoeveel heb je ervoor betaald?

A: geen idee. [verdachte] heeft hem betaald.

V: Ga je wel eens op vakantie?

A: We zouden naar Spanje gaan met zo'n vieren.

40. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 juni 2015, opgenomen op pagina 1308 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 5] , zakelijk weergegeven:

V: Wij tonen jou een rekening van [garage] . Deze rekening is bij jou in de woning aangetroffen. Daarop is te zien dat het een rekening is van die auto. Deze rekening staat op jouw naam. Leg is eens uit?

O: Verbalisanten tonen de verdachte een rekening van [garage] . Deze rekening staat op naam van Mvr. [medeverdachte 5] . Op de rekening is te lezen: "12995,= voldaan per kas".

A: Hij is contant betaald. [verdachte] ging met mij mee en heeft deze auto voor mij gekocht. Hij heeft hem betaald. En hij is op mijn vaders naam gekomen. Maar hij is voor mij.

V: Hoe komt [verdachte] aan dat geld?

A: Weet ik niet. Ik denk door zijn tweede hands rommel.

V: Dat is veel geld.

A: Dat weet ik.

V: Wij tonen jou een rekening van Amega supercamp store van 26 juni 2014. Deze rekening is bij jou in de woning aangetroffen. Wat is dit voor rekening?

O: Verbalisanten tonen de verdachte een rekening van Amega supercamp. Deze rekening staat op naam van [medeverdachte 5] . Deze noemen wij rekening 2 en is als bijlage bij het verhoor gevoegd. Op de rekening staat als opmerking: "Mevrouw komt maandag 30-6-2014 langs om te betalen".

A: Dat is mijn bankje onder de overkapping.

V: 2000 euro heb je ervoor betaald.

A: Ja.

V: Hoe heb je dat betaald?

A: Contant.

V: Hoe kom jij aan dit geld?

A: Van [verdachte] .

V: Hoe komt [verdachte] aan 2000 euro?

A: Zelfde als net. Dat weet ik niet.

V: Verbalisanten tonen de verdachte een rekening van Bergman Clinics. Deze rekening is bij jou in de woning aangetroffen. Wat is dit voor rekening?

O: Verbalisanten tonen de verdachte een rekening van Bergman Clinics. Deze rekening staat op naam van [medeverdachte 5] . Deze noemen wij rekening 3 en is als bijlage bij het verhoor gevoegd. Op de rekening staat prothesewissel voor 4100 euro en een sportbeha van 50 euro.

A: Ik heb een borstvergroting. Dat was 3 weken geleden.

V: Hoe heb je dit betaald?

A: Contant.

V: Hoe kom je daar aan?

A: Dat heb ik van [verdachte] .

V: Hoe komt [verdachte] aan het geld?

A: Dat weet ik niet.

V: Wij tonen jou een rekening van de Media Markt in Oldenburg van 7 juli 2014. Deze rekening is bij jou in de woning aangetroffen. Wat is dit voor rekening?

O: Verbalisanten tonen de verdachte een rekening van Media Markt. Daarop staat dat er een Samsung UE 75 H 6470 SSX is aangekocht ter waarde van 4450 euro. Deze rekening staat op naam van [verdachte] . Deze noemen wij rekening 4 en is als bijlage bij het verhoor gevoegd.

A: Dat is de televisie in de kamer.

V: Heb je die ook mee uitgezocht?

A: Nee. Dat heeft hij alleen gedaan. Als cadeautje voor mij.

V: Heeft [verdachte] deze contant betaald?

A: Dat weet ik niet.

V: Is het een man van een rekening?

A: Het is een man van contant betalen.

V: Wij tonen jou een rekening van de Gucci. Deze rekening is bij jou in de woning aangetroffen. Wat zie je daarop? Hoe heeft hij deze betaald?

O: Verbalisanten tonen de verdachte een rekening van de Gucci van 3 - 1 - 2015. Deze rekening staat op naam van [verdachte] . Omtrent sneakers van 380 euro. Deze noemen wij rekening 5 en is als bijlage bij het verhoor gevoegd.

A: Dat zijn mijn schoenen.

V: Dus je was erbij toen ze gekocht werden?

A: Ja.

V: wie heeft ze betaald?

A: [verdachte] . Contant.

Ik heb ze niet heel veel aan. Ik ben er zuinig op.

V: Wij tonen jou een rekening van Driehoek Meubelen. Deze rekening is bij jou in de woning aangetroffen. Wat voor rekening is dit?

O: Verbalisanten tonen de verdachte een rekening van Driehoek Meubelen. Deze rekening is van 6 augustus 2014. Deze rekening staat op naam van [verdachte]. Onderaan de rekening is te lezen dat deze contant bij aflevering is betaald. Het totaal bedrag van de rekening is 3400 euro. Deze noemen wij rekening 6 en is als bijlage bij het verhoor gevoegd.

A: Deze bank staat in de kamer. De rekening is contant door [verdachte] betaald.

V: Wij tonen jou nog een rekening. Wat voor rekening is dit?

O: Verbalisanten tonen een rekening. Deze rekening is heel duidelijk. Deze rekening noemen wij rekening 7 en is als bijlage toegevoegd aan het verhoor.

A: Het zou van het keukenblok komen.

V: Is het een nieuw keukenblok?

A: Nee alleen de oven en de afzuigkap. Maar ik kan het niet lezen. De rekening is onduidelijk.

V: Waar hebben jullie die gekocht?

A: Ergens bij de Vesta in Groningen. Bij de woonboulevard aan de [straat].

V: Hoe is het betaald?

A: Contant.

V: Door wie?

A: Door [verdachte] .

overweging ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van het medeplegen van gewoontewitwassen nu verdachte (ook volgens zijn eigen verklaring) weinig tot geen inkomen heeft en een uitgavenpatroon en bezittingen heeft die daar niet bij passen. Uit de bewijsmiddelen blijkt het bezit van het contante geld en de aangetroffen goederen. Het lag op de weg van verdachte om met een controleerbaar en verifieerbaar verhaal over de herkomst van geld en goederen te komen. Dat heeft hij niet gedaan. Hij heeft ervoor gekozen om geen verklaring af te leggen.

ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

41. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 903 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Door de politie werden op (vuur)wapens en munitie gelijkende voorwerpen in beslaggenomen onder [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] te Groningen, en [medeverdachte 5] , geboren op [geboortedatum 3]. De voorwerpen betreffen:
- een revolver, merk Smith en Wesson, model 686-5, kaliber 357 Magnum/.38 Special, serienummer CFJ7494;
- 50 stuks centraalvuur kogelpatronen, merken Fiocchi/Geco/S&B/Winchester, kaliber 357 Magnum/.38 Special;
- 2 centraalvuur hagelpatronen, merk Speer, kaliber .38 Special.
De vrijstellingsbepalingen van de Wet wapens en munitie zijn op het voormelde vuurwapen en munitie niet van toepassing.
Uit niets is gebleken dat de verdachten gerechtigd waren tot het voorhanden hebben van het voormelde vuurwapen en de munitie.
Gezien het vorenstaande werden door de verdachten een vuurwapen en munitie voorhanden gehouden als bedoeld in artikel 26 lid 1 in verband met artikel 55 lid 1 en 3 onder a van de Wet

wapens en munitie.

42. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 oktober 2015, opgenomen op pagina 421 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 2 van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Locatie B, [adres medeverdachte 5] te Groningen

Bij deze zoeking werden de volgende sporendragers veiliggesteld en overgedragen aan de Forensische Opsporing:

AAIK1400NL - revolver merk Smith & Wesson, lag in kledingkast slaapkamer.

AAIK1403NL - 6 patronen uit revolver (SIN AAIK1400NL)

AAIK1404NL - doosje met munitie, lag in kledingkast slaapkamer.

43. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 1297 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 5] , zakelijk weergegeven:

V: Waar hebben wij het pistool gevonden denk je? Ook in de inloopkast.

Je hebt een pistool in huis.

A: Dat wist ik niet. Daar durf ik mijn kinderen op te vervloeken. Als ik dat geweten had dat had ik hem in de sloot gegooid. Dat wil je niet in huis. Niet met kinderen in huis.

O: Verdachte verheft haar stem bij bovenstaand antwoord.

V: Hoe komt hij in de inloopkast? Hoeveel manier kom je in de inloopkast?

A: Er is maar één manier en dat is via de slaapkamer.

overweging ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

Het wapen en de munitie zijn aangetroffen in de woning van [medeverdachte 5] , de moeder van verdachtes kinderen met wie hij een relatie heeft. De kast waarin het wapen en de munitie zijn aangetroffen is alleen toegankelijk via de slaapkamer waar volgens [medeverdachte 5] geen andere mensen komen dan zij en verdachte. [medeverdachte 5] heeft verklaard dat zij het wapen er niet heeft neergelegd. Verdachte heeft geen redelijke verklaring gegeven voor het aantreffen van het wapen en de munitie in de woning waar hij verblijft en om die reden moet hij zich bewust zijn geweest van de aanwezigheid ervan in de woning. Het feit kan derhalve wettig en overtuigend worden bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te Winsum (provincie Groningen) tezamen en in vereniging met anderen in een pand en in opleggers, gelegen en staande aan [adres 2] , aldaar, in de uitoefening van een bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, een grote hoeveelheid van in totaal 1014 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II van die wet;

2.

hij op 9 juni 2015 te Winsum (provincie Groningen) tezamen en in vereniging met anderen in een pand aan [adres 2] , aldaar, opzettelijk aanwezig heeft gehad 13703 gram natte hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II van die wet;

3.

hij in de periode van 1 maart 2015 tot en met 9 juni 2015 te Groningen tezamen en in vereniging met anderen in een pand aan de [adres 3] stoffen en voorwerpen heeft

te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, en voorhanden gehad, te weten

- 96 armaturen

- 3 snelheidsregelaars

- 5 koolstoffilters

- 2 luchtafzuigers

- 7 slakkenhuizen

- 34 ventilatoren

- 12 temperatuurventilatieregelaars

- 12 water-, beluchting- en dompelpompen

- 607 groeimiddelen

- 24 hygro-ph/ec- en thermometers

- 49 knipbenodigdheden

- 12 groeitenten

- 4 droogrekken

en gegevens voorhanden heeft gehad, te weten kweekschema's betreffende informatie met betrekking tot hennepzaken en materialen voor de beroeps- en/of bedrijfsmatige hennepkweek, waarvan hij en zijn medeverdachten wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

4.

hij in de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te Winsum (provincie Groningen) en Groningen heeft deelgenomen aan een organisatie, welke werd gevormd door verdachte en medeverdachten, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het overtreden van

- art. 11 lid 3 en 5 Opiumwet, te weten het in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk telen en bereiden en bewerken en vervoeren en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep en hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II van die wet;

en

- art. 11a Opiumwet, te weten het te koop aanbieden, verkopen, afleveren, vervoeren en voorhanden hebben van stoffen of voorwerpen, het voorhanden hebben van vervoermiddelen, ruimten, gelden en gegevens, waarvan verdachte en zijn medeverdachten

ernstige reden hebben om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten;

5.

hij in de periode van 5 maart 2013 tot en met 9 juni 2015 te Groningen tezamen en in verenging met een ander een gewoonte heeft gemaakt van witwassen van meerdere voorwerpen, immers hebben verdachte en zijn medeverdachte voorwerpen, te weten een geldbedrag van 114.390,- euro, en hoeveelheden contant geld ten behoeve van de aanschaf en/of de betaling van:

- een bromfiets (merk: Piaggio, kenteken: [kenteken 1] ) en

- een personenauto (merk: Toyota Aygo, kenteken: [kenteken 2] ) en

- een televisie (merk: Samsung UE 75 H 6470 SSX) en

- een lederen bankstel (Driehoek Meubelen) en

- tuinmeubelen (Amega Supercamp) en

- een borstvergroting ten behoeve van [medeverdachte 5] en

- een paar schoenen (merk: Gucci) en

- onderdelen ten behoeve van de keukeninrichting van [medeverdachte 5] en

- een vakantiereis naar Spanje

verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat

bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

6.

hij op 9 juni 2015 te Groningen een wapen van categorie III en munitie van categorie III, te weten:

- een revolver, merk Smith en Wesson, model 686-5, kaliber 357 Magnum / .38 Special en

- 50 centraalvuur kogelpatronen, merken Fiocchi, Geco, S&B en Winchester, kaliber 257 Magnum / .38 Special en

- 2 centraalvuur hagelpatronen, merk Speer, kaliber .38 Special

voorhanden heeft gehad.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. medeplegen van het in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

2. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

3. medeplegen van het te koop aanbieden, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen en het voorhanden hebben van gegevens waarvan hij weet dat zij bestemd zijn voor het plegen van een in artikel 11, lid 3 en 5, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten, meermalen gepleegd

4. deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in de artikelen 11, lid 3 en 5, en 11a van de Opiumwet

5. medeplegen van het maken van een gewoonte van witwassen

6. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft bij het formuleren van de eis rekening gehouden met het tijdsverloop, de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de door de reclassering voorgestelde werkstraf en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan voorarrest passend is als afdoening voor deze strafzaak.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat het bewezen verklaren van deelneming van een criminele organisatie niet strafverzwarend kan werken op de bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3. Er is sprake van eendaadse samenloop.

Met betrekking tot het tijdsverloop heeft de raadsman opgemerkt dat er twee jaar na de aanhouding van verdachte geen aantoonbaar onderzoek is verricht. De verstreken tijd wordt door de officier van justitie onvoldoende verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van professionele hennepteelt, het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid natte hennep en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de grootschalige en/of beroeps- dan wel bedrijfsmatige hennepteelt. Verdachte heeft in dit verband deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich gedurende een aanzienlijke periode bezig heeft gehouden met hennepteelt en het exploiteren van een growshop. Binnen deze criminele organisatie vervulde verdachte een ondersteunende rol.

De rechtbank rekent verdachte dit geheel van Opiumwetfeiten zwaar aan. De uit hennepplanten verkregen stof is bij regelmatig gebruik schadelijk voor de gebruikers. Bovendien veroorzaken hennepkwekerijen overlast en gevaar voor de omgeving. Verdachte heeft zich aan dit alles echter niets gelegen laten liggen en heeft kennelijk alleen uit financieel gewin gehandeld. Hennepteelt is nog altijd maatschappelijk onaanvaardbaar, omdat deze direct en indirect de oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. Dit is te meer het geval indien de hennepteelt buiten de reguliere en legale economie om wordt uitgeoefend.

Naast de Opiumwetfeiten is verdachte ook nog schuldig aan het witwassen van een aanzienlijke hoeveelheid geld en goederen en het voorhanden hebben van een illegaal wapen en munitie. Ook deze feiten rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Het bezit van een wapen en munitie is in het algemeen al zwaar aan te rekenen, maar de rechtbank rekent het verdachte nog extra aan, omdat zij dit niet los ziet van de hiervoor genoemde criminaliteit waarmee hennepteelt vergezeld gaat. Zo blijkt uit de verklaring van de verhuurder van [adres 2] te Winsum dat verdachte of een van zijn medeverdachten daadwerkelijk een wapen toonde en daarmee angst veroorzaakte.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Voorts betrekt de rechtbank in haar strafmaatoverwegingen dat een aantal goederen zal worden verbeurdverklaard, zoals hierna uiteengezet zal worden.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op het rapport van de Reclassering Nederland betreffende verdachte d.d. 8 juni 2017 waaruit blijkt dat de reclassering geen recidiverisico heeft kunnen bepalen gelet op de ontkennende houding van verdachte. De reclassering heeft een (gedeeltelijk) voorwaardelijke werkstraf en gevangenisstraf geadviseerd.

Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, zoals ook door de officier van justitie is geëist, in beginsel passend en geboden is. De rechtbank houdt echter rekening met het forse tijdsverloop tussen de aanhouding van verdachte en dit vonnis. Dit tijdsverloop dient in dit geval - nu een aanzienlijk deel daarvan voor rekening komt van het openbaar ministerie - een matigende invloed op de strafmaat te hebben. De rechtbank zal de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf derhalve met 3 maanden bekorten.

Inbeslaggenomen goederen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting een beslaglijst overlegd. Er ligt conservatoir beslag op de goederen. De officier van justitie heeft aangevoerd dat dit er niet aan in de weg staat dat de voorwerpen verbeurd worden verklaard. Zij heeft daarom de verbeurdverklaring gevorderd van:

- een bestelauto, merk Mercedes-Benz, type 639 Vito, kenteken [kenteken 8] ;

- een personenauto, merk Ford Focus, kenteken [kenteken 9] ;

- geld ter waarde van € 114.390,00;

- een personenauto, merkt Toyota, type Aygo, kenteken [kenteken 7] ;

- een vordering van ABN-AMRO ter hoogte van € 1.015,69.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen inhoudelijk bezwaar aangevoerd tegen de verbeurdverklaring van de goederen, maar heeft daarbij wel als voorwaarde gesteld dat de waarde van deze goederen later in mindering dient te worden gebracht op de nog aan te brengen ontnemingsvordering.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht een deel van de inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring nu deze toebehoren aan verdachte en door middel van de baten van de strafbare feiten zijn verkregen alsmede de bewezenverklaarde strafbare feiten mee zijn begaan. De rechtbank zal alleen de verbeurdverklaring gelasten van de goederen die ondubbelzinnig uit de bewezenverklaring volgen. Dit zijn:

- geld ter waarde van € 114.390,00;

- een personenauto, merkt Toyota, type Aygo, kenteken [kenteken 7] .

Ambtshalve zal de rechtbank de verbeurdverklaring gelasten van de goederen die onder verdachte en zijn partner in beslag zijn genomen. De officier van justitie heeft in de zaak tegen de partner van verdachte de verbeurdverklaring van deze goederen gevorderd. Echter is vast komen te staan dat de goederen aan verdachte toebehoren. Dit zijn:

- een geldtelmachine;

- een bromfiets, merk: Piaggio, kenteken: [kenteken 1] .

De rechtbank merkt daarnaast, wellicht ten overvloede, op dat de waarde van deze goederen in mindering zullen moeten worden gebracht op een mogelijk nog te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel.

Van de overige goederen is onvoldoende duidelijk dat er strafbare feiten met die goederen zijn gepleegd en de vordering tot verbeurdverklaring zal ten aanzien van die goederen worden afgewezen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen

- 33, 33 a, 47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

- 3 onder B, 3 onder C, 11, 11a, 11b van de Opiumwet;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen goederen, te weten:

- geld ter waarde van € 114.390,00;

- een personenauto, merkt Toyota, type Aygo, kenteken [kenteken 7] ;

- een geldtelmachine;

- een bromfiets, merk: Piaggio, kenteken: [kenteken 1] .

en wijst de vordering tot verbeurdverklaring ten aanzien van de overige goederen af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.V. Nolta, voorzitter, mr. E.W. van Weringh en mr. L.W. Janssen, rechters, bijgestaan door M. Smit-Colnot, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 juli 2017.

Mr. Van Weringh is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.