Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:2650

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-07-2017
Datum publicatie
19-07-2017
Zaaknummer
18-830177-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van professionele hennepteelt, het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid natte hennep en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de grootschalige en/of beroeps- dan wel bedrijfsmatige hennepteelt. Verdachte heeft in dit verband deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich gedurende een aanzienlijke periode bezig heeft gehouden met hennepteelt en het exploiteren van een growshop. Binnen deze criminele organisatie vervulde verdachte een leidersrol. Naast de Opiumwetfeiten is verdachte ook nog schuldig aan het witwassen van een aanzienlijke hoeveelheid geld en goederen en valsheid in geschrift en het gebruik maken van dat valse geschrift. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 33 maanden. De rechtbank heeft de straf bekort in verband met het tijdsverloop

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 225
Wetboek van Strafrecht 420bis
Opiumwet 3
Opiumwet 11
Opiumwet 11a
Opiumwet 11b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830177-15

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 juli 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres verdachte] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 juli 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C. Eenhoorn, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. C.V. van Overbeeke.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te

Winsum (provincie Groningen), in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in een pand en/of in een of meer oplegger(s), gelegen en/of staande aan of

bij [adres 1] , aldaar, in de uitoefening van een beroep of bedrijf,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (grote) hoeveelheid van in totaal

(ongeveer) 1014 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of

delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid

van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 9 juni 2015 te Winsum (provincie Groningen), in elk geval

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, in een pand aan [adres 1] , aldaar, opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 13703 gram natte hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan

30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 9 juni 2015 te

Groningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

(in een (winkel)pand aan de [adres 2] ) stoffen en/of voorwerpen heeft

bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd,

verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten

- 96 armaturen

- 3 snelheidsregelaars

- 5 koolstoffilters

- 2 luchtafzuigers

- 7 slakkenhuizen

- 34 ventilatoren

- 12 temperatuurventilatieregelaars

- 12 water-, beluchting- en dompelpompen

- 607 groeimiddelen

- 24 hygro-ph/ec- en thermometers

- 49 knipbenodigdheden

- 12 groeitenten

- 4 droogrekken

- 24 transformatoren (merk: ELT 600 watt)

- 24 lampen (merk: Osram)

en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten folders en/of kweekschema's

betreffende informatie met betrekking tot hennepzaken en/of materialen voor

de beroeps- en/of bedrijfsmatige hennepkweek,

waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te

vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11,

derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

4.

hij in of omstreeks de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te

Winsum (provincie Groningen) en/of Groningen en/of op een of meerdere locaties

elders in Nederland, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, welke werd gevormd door verdachte en/of

een of meer medeverdachten, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van

misdrijven, namelijk het overtreden van

- art. 11 lid 2 en/of lid 3 en/of lid 5 Opiumwet, te weten het al dan niet in

de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden

en/of bewerken en/of vervoeren en/of verkopen en/of afleveren en/of

verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van een grote hoeveelheid

hennep en/of hennepstekken en/of een groot aantal hennepplanten en/of delen

daarvan en/of meerdere zakken hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer

dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens

artikel 3a, vijfde lid van die wet

en/of

- art. 11a Opiumwet, te weten het bereiden en/of bewerken en/of verwerken

en/of te koop aanbieden en/of verkopen en/of afleveren en/of vervoeren en/of

vervaardigen en/of voorhanden hebben van stoffen of voorwerpen, dan wel het

voorhanden hebben van vervoermiddelen en/of ruimten en/of gelden en/of andere

betaalmiddelen en/of gegevens, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s)

ernstige reden heeft/hebben om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het

plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde

feiten;

5.

hij op of omstreeks 09 juni 2015, te Groningen, althans in Nederland,

(een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) met een totale waarde van

13.694,99 euro en 5.625 Amerikaanse dollar, te weten

-3.970,- euro en/of

-879,99 euro en/of

-840,- euro en/of

-2.680,- euro en/of

-500,- euro en/of

-4.825,- euro en/of

-5.625,- Amerikaanse dollar

en/of goed(eren), te weten

-een horloge (merk: Rolex, type: GMT Master II ( [beslagnummer 1] ))

-een horloge (merk: Rolex, type: Day Date II ( [beslagnummer 2] ))

-een motorfiets (merk: Harley Davidson, kenteken [kenteken 1] )

-een personenauto (merk: Mercedes-Benz, kenteken [kenteken 2] )

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet,

althans van dat/die (een) voorwerp(en), gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat

bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig

was/waren uit enig misdrijf;

6.

hij in of omstreeks de periode van 21 november 2014 tot en met 11 november

2015 te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf,

een schriftelijke bemiddelingsovereenkomst tussen hem, verdachte, en [medeverdachte 1]

, gedateerd 21 november 2014, - zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt

of vervalst, immers hebben verdachte en voornoemde [medeverdachte 1]

valselijk in die overeenkomst verklaard dat [medeverdachte 1] eigenaar van

het horloge (merk: Rolex Day Date II, [serienummer 2] ) is en/of dat de

originele pas, behorende bij het horloge (merk: Rolex Day Date II,

[serienummer 2] ), bij [medeverdachte 1] in bezit is,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of

door anderen te doen gebruiken

en/of

hij in of omstreeks de periode 21 november 2014 tot en met 11 november 2015,

te Oosterwolde en/of Appelscha en/of Groningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste schriftelijke

bemiddelingsovereenkomst tussen hem, verdachte, en [medeverdachte 1] ,

gedateerd 21 november 2014, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - als ware het echt en onvervalst-,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

genoemde bemiddelingsovereenkomst heeft/hebben verstrekt aan (een agent van)

de Politie Noord-Nederland teneinde de Politie Noord-Nederland te bewegen tot

afgifte van een in beslag genomen goed, en bestaande die valsheid of

vervalsing hierin dat verdachte en voornoemde [medeverdachte 1] valselijk in

die overeenkomst hebben verklaard dat [medeverdachte 1] eigenaar van het

horloge (merk: Rolex Day Date II, [serienummer 2] ) is en/of dat de

originele pas, behorende bij het horloge (merk: Rolex Day Date II,

[serienummer 2] ), bij [medeverdachte 1] in bezit is.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, en 6 ten laste gelegde gevorderd. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

feiten 1 en 2

Op grond van het proces-verbaal van het aantreffen van de hennepkwekerij, de DNA-matches, de camerabeelden waarop te zien is dat verdachte en zijn medeverdachten meerdere keren de kwekerij in en uit gaan en de verklaring van [medeverdachte 2] kunnen deze feiten wettig en overtuigend worden bewezen.

feit 3

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan voorbereidings-handelingen van Opiumwetdelicten. Dit blijkt uit de inbeslagneming van de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen en de betrokkenheid van verdachte en medeverdachten bij [bedrijf 1] . De in beslag genomen goederen zijn naar hun aard en/of functie geschikt voor optimalisering van de oogst en financiële opbrengst van een hennepkwekerij en bevorderen daarom een professionele, op winst gerichte hennepteelt. Voorts zijn op de website van [bedrijf 1] kweekschema's aangetroffen die passen bij hennepteelt. Op grond hiervan kan het ten laste gelegde feit wettig en overtuigen worden bewezen.

feit 4

De officier van justitie heeft ten aanzien van dit feit aangevoerd dat aan de voorwaarden voor een criminele organisatie - het samenwerkingsverband, het oogmerk en de deelneming - ruimschoots is voldaan. In samenhang bezien met de bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3 kan een bewezenverklaring voor deelneming aan een criminele organisatie volgen.

feit 5

In de woningen van verdachte en zijn medeverdachten, hun partners en familie zijn aanzienlijke hoeveelheden contant geld gevonden alsook luxe goederen. Het bezit van dat geld en de aanschaf van die goederen kan niet verklaard worden uit een aantoonbaar inkomen van verdachte. Ook is niet aannemelijk geworden dat de goederen uit eigen misdrijf afkomstig zijn. Er kan dus een bewezenverklaring voor witwassen volgen.

feit 6

Uit het dossier kan worden afgeleid dat het garantiecertificaat behorende bij het Rolex- horloge niet op het moment van de doorzoekingen op 9 juni 2015 in het bezit was van [medeverdachte 1] . Het horloge is op die dag in beslag genomen en het garantiecertificaat is op die dag door verbalisanten gefotografeerd bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 3] . De door [medeverdachte 1] en verdachte opgestelde en ondertekende verklaring is niet naar waarheid opgemaakt en diende ervoor om het beslag op het horloge ongedaan te maken. Derhalve is het geschrift valselijk opgemaakt met het oogmerk om het als echt en onvervalst te doen gebruiken en kan een bewezenverklaring voor valsheid in geschrift volgen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde geen bewijsverweren gevoerd. Hoewel de raadsman aan zijn betoog geen conclusies heeft verbonden, begrijpt de rechtbank dat de raadsman ten aanzien van het onder 3 en 6 ten laste gelegde vrijspraak heeft willen bepleiten. Hij heeft daarnaast het volgende aangevoerd.

bewijsuitsluiting

De raadsman heeft betoogd dat de camerabeelden van het bewijs moeten worden uitgesloten. Hij heeft daartoe opgemerkt dat de camera's bij aan [adres 1] te Winsum en bij de [adres 2] te Groningen zijn opgehangen op grond van artikel 3 van de Politiewet. De raadsman stelt dat er stelselmatig is geobserveerd en dat hierbij niet is gehandeld volgens de strafvorderlijke regels die daarvoor gelden. Hij is van mening dat met de observatie van met name de [adres 2] , waar verdachte ook wel eens privébezoek ontving, de privacy van verdachte is geraakt.

feit 3

Voor een veroordeling voor voorbereidingshandelingen moet er sprake zijn van grootschalige hennepteelt van meer dan 200 planten. De hoeveelheid goederen die in de [adres 2] is aangetroffen, is niet voldoende voor de vaststelling dat deze voor de handel was van grootschalige hennepteelt.

feit 4

De raadsman heeft opgemerkt dat het deelnemen aan een criminele organisatie die Opiumwetdelicten pleegt, bedoeld is om mensen te bestraffen die zich in organisatieverband bezig houden met hennepzaken, maar niet rechtstreeks in verband gebracht kunnen worden met een feitelijke hennepkwekerij zoals bij verdachte wel het geval is. Het is, aldus de raadsman, overbodig geweest om dit artikel ten laste te leggen aan verdachte. Als de rechtbank tot een bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3 komt kan dit feit worden bewezen. Dit dient in de strafmaat als eendaadse samenloop tot uitdrukking te komen.

feit 5

De raadsman heeft aangevoerd dat er in het milieu van kampers en mensen die hun geld verdienen met venten en de handel in oud ijzer altijd sprake is van betaling met contant geld. Dat verdachte in het bezit was van (veel) contant geld maakt dit nog geen illegaal verkregen geld. Ten aanzien van de auto en motor heeft de raadsman opgemerkt dat deze niet op naam van verdachte stonden en dat het feit dat hij wel de beschikkingsmacht over deze goederen had nog niet maakt dat deze goederen door verdachte zijn witgewassen.

feit 6

Ten aanzien van de ten laste gelegde valsheid in geschrift heeft de raadsman aangevoerd dat uit de verklaringen van [medeverdachte 1] en verdachte geen bewezenverklaring kan volgen. Zij hebben samen een contract opgesteld waardoor verdachte in het bezit was van het Rolex horloge van [medeverdachte 1] en die heeft dat vervolgens bij de politie terug gevraagd. Het feit dat [medeverdachte 1] bij de politie niet het echte certificaat van het horloge heeft willen tonen, maakt nog niet dat hij niet de eigenaar is van dit horloge.

Oordeel van de rechtbank

bewijsuitsluiting

De raadsman heeft gesteld dat er sprake was van een stelselmatige observatie die niet volgens de strafvorderlijke regels is uitgevoerd en dat daarom (het proces-verbaal over) de camerabeelden van het bewijs moeten worden uitgesloten.

De rechtbank overweegt als volgt.

Er is sprake van stelselmatige observatie als bedoeld in artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering indien het observeren van een persoon tot gevolg kan hebben dat er een min of meer volledig beeld van bepaalde aspecten van diens privéleven wordt verkregen en er dus een aanzienlijke inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de geobserveerde.

De niet-stelselmatige observatie behoeft geen specifieke bevoegdheid omdat deze ofwel geen inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de geobserveerde, ofwel slechts een lichte inbreuk, welke wordt gedekt door de algemene taakstelling als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet.

De rechtbank stelt vast dat de observaties niet plaats vonden met het doel om een volledig beeld van het privéleven van personen te verkrijgen, maar slechts beoogden in beeld te brengen wie de panden aan [adres 1] te Winsum en de [adres 2] te Groningen binnen gingen. De observaties vonden plaats op voor het publiek toegankelijke plaatsen.

De rechtbank leidt hieruit af dat er geen sprake is geweest van een stelselmatige observatie. Dat de observaties een langere periode hebben geduurd en dat verdachte wel eens een vriendin meenam naar de [adres 2] , maakt dit niet anders. De rechtbank zal daarom dit verweer verwerpen en de camerabeelden niet uitsluiten van het bewijs.

bewijsmiddelen

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De rechtbank heeft daarbij nog enkele overwegingen naar aanleiding van de daar genoemde bewijsmiddelen opgenomen. Deze overwegingen maken ook deel uit van dit vonnis.

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 741 e.v. (van ordner 2 van zaaksdossier 1 t/m 5) van het dossier van de politie Noord-Nederland met nummer GRN 2014125477 d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2015 werd door mij in perceel [adres 1] te Winsum een hennepkwekerij aangetroffen. Ik zag dat in de bedrijfsunit een professionele in werking zijnde hennepkwekerij was ingericht en dat deze hennepkwekerij bestond uit 4 kweekruimtes waarin totaal 1014 hennepplanten zijn aangetroffen.
Op grond van de aangetroffen kwekerij kan deze worden aangemerkt als beroeps- of bedrijfsmatig, dan wel professioneel handelen met betrekking tot de teelt van hennep.

2, Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen beoordelen beelden camera 1, opgenomen op pagina 37 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 30 maart 2015, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Vanaf 16 december 2014 werden in verband met de mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij in het pand [adres 1] te Winsum op grond van artikel 3 van de Politiewet twee camera's geplaatst. Uit de beelden is gebleken dat er ten minste vier verdachte voertuigen zijn betrokken bij de vermoedelijke hennepkwekerij. Dit betreffen:
- een zwarte Mercedes Vito, kenteken [kenteken 3] , die op naam staat van [verdachte] ;

- een groene VW Passat Variant, kenteken [kenteken 4] , die op naam staat van [medeverdachte 5] ;

- een grijze Ford Fiesta, kenteken [kenteken 5] die op naam staat van de [bedrijf 2]

- een blauwe Mercedes Vito, kenteken [kenteken 6] , die op naam stond van [bedrijf 3] .

Uit het informatiesysteem van de politie is gebleken dat [verdachte] en [medeverdachte 5] contacten van elkaar zijn. Op 27 mei 2013 werden zij tijdens een controle op de A7 aangetroffen en toen bleek in de auto waarin zij zich bevonden een professionele bewatering- en afzuiginstallatie ten behoeve van een hennepkwekerij te liggen.

Uit onderzoek is tevens gebleken dat de grijze Ford Fiesta ( [kenteken 5] ) op 30 januari 2015 is aangetroffen op het parkeerterrein van growshop [bedrijf 1] aan de [adres 2] te Groningen.

Tijdens het onderzoek werd gezien dat de VW Passat Variant ( [kenteken 4] ) op 20 februari 2015 geparkeerd stond op het terrein van growshop [bedrijf 1] .

Uit de beelden is gebleken dat er ten minste vier personen zijn betrokken bij de vermoedelijke hennepkwekerij. Dit betreft volgens hun signalementen vermoedelijk de volgende personen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 2] , [medeverdachte 5] , geboren op [geboortedatum 3] , [medeverdachte 6] , geboren op [geboortedatum 4] en [medeverdachte 7] , geboren op [geboortedatum 5] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 14 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit het beoordelen van de camerabeelden, van 30 maart tot en met 11 mei 2015, zijn processen- verbaal van bevindingen opgemaakt. Uit de beelden kan het volgende worden opgemaakt. De verdachten [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] komen bijna dagelijks, een of meerdere malen en in wisselende samenstelling in de vermoedelijke hennepkwekerij op [adres 1] . Een aantal malen kan uit de beelden ook de verdachte [medeverdachte 7] worden herkend. Op de beelden is te zien, dat de verdachte(n) regelmatig goederen naar het pand brengen en afvoeren. Op 9 april 2015, omstreeks 08.21 uur, gaat [medeverdachte 6] , vergezeld van drie oudere dames de vermoedelijke kwekerij in. Pas om 18.59 uur, verlaten de vrouwen het pand en de kweeklocatie. Op beelden is te zien, dat [verdachte] en [medeverdachte 5] , die dag in de vermoedelijke kwekerij zijn.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 982 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] , zakelijk weergegeven:

V: Die loods. Waar staat die?
A: [adres 1] in Winsum. In een gedeelte zit [verdachte] .
V: Wat weet je van de hennepkwekerij die we er hebben aangetroffen?
A: Ik had wel het vermoeden dat er iets anders gebeurde dan waarvoor ze het gehuurd hebben. Het ging anders dan normaal.

V: Wanneer ben je voor het laatst in de loods van [verdachte] geweest?

A: Ja zeg maar. Dat is al wel even terug. Ze hadden een trailer. Want [verdachte] huurt hem maar er is nog iemand bij. Die heet [medeverdachte 5] . Ik weet niet hoe hij verder heet. Ze moesten een trailer binnen hebben. Ik heb die toen met mijn heftruck binnen gezet.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1006 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] , zakelijk weergegeven:

V: Wanneer is jou verteld dat er een hennepkwekerij zat?
A: Ik denk dat ik dat 1,5 jaar weet. Dat was eind 2013 begin 2014.
V: Wie heeft jou dat verteld?
A: [verdachte]
V: Hoe zag het eruit? Zou je een tekening willen maken.
O: De verdachte tekent een plattegrond.
A: Ik ben via de loopdeur naar binnen gegaan. Toen ben ik links af de loods ingegaan. Ik zag dat daar 2 trailers stonden. In de trailers zaten geen hennepplanten, maar het was wel de bedoeling dat die erin kwamen. Ze vertelden dat ze tafeltjes aan het timmeren waren voor de hennepplanten. Ik ben toen langs de trailer gelopen en dan kun je rechts een ruímte ingaan. Ik zag dat daar hennepplanten stonden met allemaal lampen erboven.
V: Hoeveel stonden daar?
A: heel veel. Het was groen.

V: Ben je er later nog een keer geweest?
A: Ja en toen zaten de trailers vol.
V: Wanneer was dat?
A: Tja. Dat zou begin 2014 zijn geweest.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1006 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] , zakelijk weergegeven:

V: Je zei dat je meerdere keren in het pand was geweest. In hoeveel ruimtes heb je gezien dat er planten stonden?
A: In de trailers en in de ruimtes aan de achterzijde van de gang.

V: Wie heb je allemaal die hennepkwekerij binnen zien gaan?
A: [verdachte] , [medeverdachte 5] . Het broertje van [verdachte] . Ik weet zijn naam niet.
V: We laten je een aantal foto's zien. Foto 1 is [verdachte] . Foto 2 is [medeverdachte 5] . Foto 3 is [medeverdachte 6] .
A: Foto 1 is [verdachte] , 100% zeker. Foto 2 is [medeverdachte 5] . Foto 3 weet ik niet hoe die heet. Mij is verteld dat dat het broertje is van [verdachte] .
V: Wie huurde het pand?
A: [verdachte] . [adres 3] te Groningen.
V: Wanneer is de huur ingegaan?
A: Dat staat in het papier. Dat was oktober 2012 tot heden.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 juni 2015, opgenomen op pagina 1030 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: Welke gebouwen heb jij op naam?
A: Ik heb in Winsum een pand op naam, [adres 1] geloof ik. [medeverdachte 2] is de eigenaar van dat gebouw.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juni 2015, opgenomen op pagina 1050 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: Wat deed jij daar dan steeds bij die kwekerij? Je bent steeds op de beelden te zien.

V: Kun je me vertellen wie [medeverdachte 7] ,
A: Deze jongen staat bij ons op het kamp. Ik ga niet zoveel met hem om.
V: En hij gaat met je mee naar [adres 1] in Winsum.
A: Ja. Staat hij ook op de camera dan?
V: Ja. Jij met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 5]
A: Jullie hadden wel overal camera's staan.
V: Ja we hadden camera's bij de [bedrijf 1] en bij [adres 1] in Winsum
V: Wie is [medeverdachte 5]
A: Ja die ken ik. Die woont ook bij het kamp. Hij gaat ook wel eens mee naar [adres 1] .

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1253 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 7] , zakelijk weergegeven:

V: Ik heb acht fotoafdrukken bij me van gemaakte cameraopnames in ons onderzoek: Wil je hier naar kijken en verklaren hoe het nu echt zit?
A: Ja, wat moet ik hierop zeggen. Het ligt vast. Jullie zijn echt goed. Ik kan er verder niets anders van maken, hier is het bewijs. Je hebt goed je werk gedaan.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juni 2015, opgenomen op pagina 1269 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 7] , zakelijk weergegeven:

V: Ik wil nog even met je terug naar de hennepkwekerij aan [adres 1] te Winsum. Ik heb je toen deze 8 afbeeldingen (afb.1 t/m 8) laten zien, het klopt dat jij de persoon bent in het donkere jack met lichtblauwe bies over de schouders, die als eerste als bestuurder instapt bij [bedrijf 1] ?
A: klopt
V: En dat de andere persoon, gekleed een in groen poloshirt, [medeverdachte 6] is? Ik bedoel hiermee [medeverdachte 6] .
A: Ja klopt

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal relaas d.d. 5 oktober 2015, opgenomen op pagina 421 (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Bij de zoeking aan [adres 1] te Winsum (Gr) werden de volgende sporendragers veiliggesteld:
AAES1601NL - bemonstering blikje (op afzuigbox op zolder)
AAES1597NL - handschoenen (lag in droogruimte hennep)
Bij het onderzoek naar sporen op de handschoenen werden de volgende bemonsteringen veiliggesteld:
AAIP4080NL - bemonstering linker handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL)
AAIP4081NL - bemonstering rechter handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL)
AAIP4082NL - bloed aangetroffen in rechter handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL)
AAIP4083NL - binnenzijde van de handschoen (AAES1598NL)
Van de bemonstering van het blikje, op afzuigbox op zolder (SIN AAES1601NL) is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel cluster is afkomstig van [verdachte] .
De bemonstering van bloed (AAIP4082NL) uit aangetroffen in de rechter handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL), aangetroffen in de droogruimte is een DNA-profiel. Bij deze vergelijking is tot op heden één match gevonden. Dit DNA-profiel cluster is afkomstig van [medeverdachte 7] .
Van de bemonstering van een linker handschoen AAIP4080NL, aangetroffen in de droogruimte, is een DNA-profiel mengprofiel van minimaal drie personen op verkregen. Het afgeleid DNA-hoofdprofiel van een man verdachte [medeverdachte 7] en DNA - nevenkenmerken van minimaal twee andere personen, waarbij de verdachte [medeverdachte 5] niet uit te sluiten is.
Van de bemonstering van een rechter handschoen AAIP4081NL, aangetroffen in de droogruimte, is een DNA-profiel mengprofiel van minimaal twee personen op verkregen. Het afgeleid DNA-hoofdprofiel is afkomstig van een man, verdachte [medeverdachte 7] .
Van de bemonstering van een rechter handschoen AAIP4083NL, aangetroffen in de droogruimte, is een DNA-profiel verkregen. Bij deze vergelijking is tot op heden één match gevonden. Dit DNA- profiel cluster is afkomstig van [medeverdachte 6] .

overweging ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde overtuigend zijn. De rechtbank wordt in haar overtuiging gesterkt door het feit dat de bewijsmiddelen vragen om een verklaring van verdachte en zijn medeverdachten. Verdachten hebben die verklaring niet willen geven. Dat zij dit niet hebben gedaan draagt voor de rechtbank bij aan de overtuigende kracht van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen.

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennep-kwekerij d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 741 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 2) in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2015 werd door mij in perceel [adres 1] te Winsum een hennepkwekerij aangetroffen. Ik zag dat in de droogruimte lagen op vier droogrekken verse henneptoppen te drogen. De henneptoppen zijn ter plaatse gewogen. Het betrof natte hennep, dat wil zeggen, dat deze toppen 1 of 2 dagen daarvoor moet zijn geoogst. In totaal betrof het netto gewicht van de hennep 13.703 gram.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakte kennisgeving van inbeslagneming d.d. 10 juni 2017, opgenomen op pagina 211 e.v. (van ordner algemeen, deel 1 beslag) in voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Onder [verdachte] is op 9 juni 2015 om 10.00 uur 13.703 gram henneptoppen in beslag genomen welke waren aangetroffen in de droogruimte van [adres 1] te Winsum. Deze hadden een waarde van € 11.240,-.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1006 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] , zakelijk weergegeven:

V: Je zei dat je meerdere keren in het pand was geweest. In hoeveel ruimtes heb je gezien dat er planten stonden?
A: In de trailers en in de ruimtes aan de achterzijde van de gang.

V: Wie heb je allemaal die hennepkwekerij binnen zien gaan?
A: [verdachte] , [medeverdachte 5] . Het broertje van [verdachte] . Ik weet zijn naam niet.
V: We laten je een aantal foto's zien. Foto 1 is [verdachte] Petersen . Foto 2 is [medeverdachte 5] . Foto 3 is [medeverdachte 6] .
A: Foto 1 is [verdachte] , 100% zeker. Foto 2 is [medeverdachte 5] . Foto 3 weet ik niet hoe die heet. Mij is verteld dat dat het broertje is van [verdachte] .

ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2015, op genomen op pagina 177 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 30 april 2015 raadpleegde ik de [website] . Op deze website vond ik de volgende informatie:

Bedrijfsinformatie: [bedrijf 1] Groningen, [adres 2] .

Op de website stonden twee kweekschema's weergegeven over twee soorten grond, namelijk "Terra/soil" en "Hydro I cocos". Beide betreffende 9 weekse schema's met aangegeven hoeveel ml voedingsmiddel per 100 ml water dient te worden toegevoegd. Op de website was verder een webshop met artikelen m.b.t. irrigatie, voedingsmiddelen, kweektenten, verlichting en elektra. Bij veel van de producten staan prijzen weergegeven, echter ze lijken via de website niet te bestellen / of te betalen.

In de vestiging van [bedrijf 1] zijn diverse hennepgerelateerde handelsgoederen aangetroffen en in beslag genomen ter verbeurdverklaring. Onder andere werden armaturen, koolstoffilters, slakkenhuizen/kistventilatoren, temperatuurregelaars, groeimiddelen en groeitenten in beslag genomen. Van de inbeslagname een Inventarisatielijst goederen artikel 11a Opiumwet opgemaakt.

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakte inventarisatielijst goederen artikel 11a Opiumwet d.d. 9 juni 2015, opgenomen op pagina 187 (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 1) van voornoemd dossier, zakelijk weergegeven:

- 92 armaturen

- 3 snelheidsregelaars

- 5 koolstoffilters

- 2 luchtafzuigers

- 7 slakkenhuizen

- 34 ventilatoren

- 12 temperatuurventilatieregelaars

- 12 water-, beluchting- en dompelpompen

- 607 groeimiddelen

- 24 hygro-ph/ec- en thermometers

- 49 knipbenodigdheden

- 12 groeitenten

- 4 droogrekken

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2015, opgenomen op pagina 233 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Opgemerkt wordt dat op de inventarisatielijst staat dat er 92 armaturen in beslag genomen zijn, echter dit is een rekenfout. Uit de beschrijving is op te maken dat het 3 x 8 armaturen betreft van het type R641 en 9 x 8 van het type R640, derhalve in totaal 96 armaturen.

18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juli 2015, opgenomen op pagina 842 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op het adres [adres 2] te Groningen werd een groot aantal kweekbenodigdheden aangetroffen voor de professionele hennepteelt. Dit betrof onder andere grote hoeveelheden:

- voedingssupplementen van diverse merken, zoals Canna, Gout, Plagron, [bedrijf 1] en House & Garden.

- teelaarde, diverse producten van het merk [bedrijf 1] en

- snelheidsregelaars, koolstoffilters, luchtafzuigers, flexibele luchtslang, slakkenhuisventilators, ventilatoren temperatuurventilatieregelaars o.a. Opticlimate, water- en/of dompelpompen, hygro-ph/ec en thermometers, watertonnen, armaturen, groeitenten en droogrekken.

- Folders Kera/California, verkoopcatalogus met betrekking tot hennepzaden van diverse soorten. Hierin onder andere vermeld; hoe lang de kweek duurt, binnen of buiten kweek, moeilijkheid kweken, opbrengst, hoogte, effect op gebruiker. Kweekschema [bedrijf 1] .

19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2015, opgenomen op pagina 233 (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit de verbandcontrole blijkt dat in de periode tussen de start van de onderneming en de doorzoeking substantiële hoeveelheden hennepgerelateerde handelsgoederen aan [bedrijf 1] zijn geleverd en op niet gebruikelijke wijze zijn onttrokken aan de voorraad van de onderneming.

20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen AH-071 d.d. 19 augustus 2015, opgenomen op pagina 883 (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 6 juli 2015 heeft het [onderzoeksteam] van het RIEC twee rapportages ontvangen inzake bedrijfsbezoeken van de Belastingdienst aan [bedrijf 1] . Samengevat bevatten deze de volgende bevindingen:

Bedrijfsbezoek d.d. 9 oktober 2014

Controleur heeft gesproken met directeur [medeverdachte 6] (belastingplichtige) en [boekhouder] . De feitelijke bedrijfsactiviteit bestaat uit de exploitatie van een growshop (detailhandel in kwekerijbenodigdheden). [bedrijf 1] is een onderneming waar verdachte [medeverdachte 6] enig aandeelhouder en bestuurder van is, de onderneming heeft geen personeel in dienst. Bij [bedrijf 1] wordt geen voorraadadministratie niet bijgehouden. Het ontvangen van en betalen voor goederen van leveranciers, dan wel het uitgeven van en ontvangen van geld voor goederen aan bezoekers, maken deel uit van de rechtshandeling koop welke de rechtspersoon [bedrijf 1] door middel van overeenkomst bindt aan een derde partij. Op diverse dagen blijkt dat [medeverdachte 6] niet aanwezig in [bedrijf 1] , echter [verdachte] , [medeverdachte 7] of [medeverdachte 5] wel, zowel binnen als buiten de openingstijden van de onderneming. Op 8, 9, 11, 16, 18, 20, 27 en 29 mei 2015 ontvangen zij daarbij kennelijk bezoekers en leveringen.

21. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen beoordeling camerabeelden d.d. 11 mei 2015, opgenomen op p. 138 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

In het [onderzoek] werd er, op grond van artikel 3 van de Politiewet, op 6 mei 2015 een drietal camera's geplaatst op de [adres 2] te Groningen. De opgenomen camerabeelden van de periode 6 mei 2015 t/m 20 mei 2015 zijn door mij bekeken. Uit de beelden is gebleken dat:

- in deze periode is [medeverdachte 5] tenminste 11 keer bij [bedrijf 1] is geweest;

- in deze periode is [verdachte] tenminste 25 keer bij [bedrijf 1] geweest. Tevens is gebleken dat [verdachte] van de genoemde 25 keer, tenminste 6 keer in de avonduren en nachtelijke uren in het pand aanwezig was;

- in deze periode is een blauwe Mercedes Vito, kenteken [kenteken 6] , die door alle verdachten wordt gebruikt, 22 keer bij [bedrijf 1] gezien;

- in deze periode is [medeverdachte 6] tenminste 7 keer bij [bedrijf 1] geweest;

- in deze periode is [medeverdachte 7] 4 keer door een dame bij [bedrijf 1] gebracht en opgehaald;.

Alle vier verdachten hebben een sleutel in bezit van het bedrijfspand van [bedrijf 1] , zij maken hier alle vier ook gebruik van. Alle verdachten vervullen een functie binnen het bedrijf [bedrijf 1] . Er worden door hen klanten en leveranciers ontvangen en te woord gestaan. Daarnaast worden goederen in ontvangst genomen en klanten worden geholpen bij het inladen van goederen. Tevens is gebleken dat zowel [verdachte] Petersen en [medeverdachte 6] ook wel 's avonds in het pand aanwezig zijn en soms mensen ontvangen.

22. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 1179 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 6] , zakelijk weergegeven:

V: Hoe verdien jij je geld?
A: Met mijn zaak, [bedrijf 1] . We leveren tuinaarde, Grow spullen. Ik heb geen personeel.

23. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 1184 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 6] , zakelijk weergegeven:

V: Wie hebben er allemaal een sleutel van de [adres 2] ?
A: Ik en soms mijn broer [verdachte] .
V: We weten dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] ook wel eens binnen komen met de sleutel bij jouw zaak.
A: Het kan zijn dat ik wel eens wat goederen ben gaan halen en dat [medeverdachte 7] dan alvast naar binnen gaat.

24. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 14 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 11-5-2015 heeft de OvJ van de ING Bank gegevens gevorderd. Uit de verkregen afschriften van de bankrekening t.n.v. [bedrijf 1] is onder andere gebleken dat tot 30-4-2015 betreffen de inkomsten op de rekening voornamelijk 16 contante stortingen, in totaal ter waarde van € 100.015. Uit de bankafschriften blijken geen girale overschrijvingen en/of pinbetalingen door klanten.

overweging ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

De raadsman heeft gesteld dat er geen sprake is van voorbereidingshandelingen ten aanzien van grootschalige hennepteelt en dat daarom dit feit niet bewezen kan worden.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank stelt vast dat de wetgever met de strafbaarstelling van dit artikel heeft beoogd niet de bestrijding van alle teelt, maar nadrukkelijk de bestrijding van professionele/ bedrijfsmatige teelt (lid 3) of grootschalige teelt (lid 5) mogelijk te maken. Daarbij dient de wetenschap dat de voorwerpen bestemd zijn voor de grootschalige/bedrijfsmatige teelt te worden bewezen, eventueel in de vorm van voorwaardelijk opzet.

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat er wel degelijk sprake was van leveringen van goederen voor grootschalige hennepteelt nu de goederen uit de [adres 2] te Groningen kennelijk ook zijn gebruikt voor de eigen hennepkwekerij. Onder ‘grootschalig’ wordt ‘500 gram’ of ‘200 planten’ of meer verstaan volgens artikel 1, lid s, van het Opiumwetbesluit. De aan verdachte en zijn medeverdachte ten laste gelegde en aangetroffen kwekerij in Winsum bestond uit 1014 planten en derhalve ruimschoots meer dan 200 planten. Verder kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de in de [adres 2] te Groningen aangetroffen goederen geschikt zijn voor professionele hennepteelt. Dat de aangetroffen voorraad volgens de raadsman betrekkelijk klein is, doet hieraan niet af. Tot slot blijkt dat er in de onderzochte periode 16 contante stortingen -kennelijk door klanten van [bedrijf 1] - hebben plaatsgevonden voor een bedrag van in totaal 100.015 Euro. Het gemiddeld per klant bestede bedrag wijst naar het oordeel van de rechtbank niet op kleinschalige teelt.

De rechtbank stelt allereerst vast dat de in de bewezenverklaring genoemde goederen geschikt zijn voor de grootschalige en/of beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt en dat verdachte en zijn medeverdachten ook wisten van die bestemming. Uit het wettige en overtuigende bewijs blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten een hennepkwekerij exploiteerden in Winsum. In die kwekerij zijn vergelijkbare goederen aangetroffen. Daaruit blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten wisten wat nodig was voor het inrichten van een op winst gerichte kwekerij. Daar komt nog bij dat verdachte en zijn medeverdachten al voor de wijziging van de wetgeving (per 1 maart 2015) de growshop exploiteerden en derhalve goed wisten wat nodig was voor de grootschalige hennepteelt. In de growshop en op de website van de growshop zijn voorts kweekschema's en een catalogus voor hennepzaden aangetroffen. De betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten blijkt uit de camerabeelden. Zo blijkt dat zij allemaal toegang hadden tot het bedrijfspand (zij hadden allen een sleutel) en maakten daar ook gebruik van. Verdachte en zijn medeverdachten kwamen vaak en vervulden ook werkzaamheden: ze ontvingen klanten en leveranciers en daarbij werden goederen in ontvangst genomen en werd hulp geboden bij in het inladen van de goederen. Verdachte en zijn medeverdachten gingen in wisselende samenstellingen meer dan eens van [bedrijf 1] naar [adres 1] en Winsum heen en weer terug.

De rechtbank is van oordeel dat op grond hiervan verdachte en zijn medeverdachten wisten dat de in de growshop aangetroffen voorwerpen bestemd waren voor de grootschalige en bedrijfsmatige teelt van hennep. Er kan dus een bewezenverklaring volgen voor het onder 3 ten laste gelegde.

Ten aanzien van verdachte merkt de rechtbank nog op dat verdachte nauw betrokken was bij het bedrijf dat op naam staat van medeverdachte [medeverdachte 6] . Behalve dat hij vaak in het pand is waargenomen, is [medeverdachte 2] bij hem op bezoek geweest. [medeverdachte 2] heeft daarover verklaard dat verdachte daarover sprak als "bij mij op de zaak".

ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde dat de bewijsmiddelen als hiervoor opgenomen voor het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde hier als herhaald en ingelast dienen te worden.

25. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 14 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

De eigenaar van [bedrijf 1] , [medeverdachte 6] , blijkt betrokken bij de hennepkwekerij in Winsum. Op camerabeelden is te zien dat hij veelvuldig de kwekerij in Winsum binnen ging.

De camerabeelden, die gemaakt zijn te Winsum en bij [bedrijf 1] , bevestigen, dat er een duidelijk verband bestaat tussen de hennepkwekerij en de growshop. Met uitzondering van de verdachte [medeverdachte 2] , worden alle verdachten, regelmatig en soms dagelijks bij [bedrijf 1] gesignaleerd en er wordt gezien, dat zij wel op de winkel passen. Uit politieonderzoeken is dikwijls gebleken, dat deze growshops gebruikt worden als een soort 'clubhuis' om zaken te bespreken aangaande de in- en verkoop van hennep en de opbouw van hennepkwekerijen. In de hennepkwekerijen te Winsum en Ten Boer werden hennep gerelateerde goederen aangetroffen, die afkomstig waren van [bedrijf 1] . Het betreft hier goederen voor de inrichting van de kwekerij, die voornamelijk alleen in growshops verkrijgbaar zijn. Kennelijk werden goederen van [bedrijf 1] , welke ter voorbereiding zijn of vergemakkelijking van illegale hennepteelt, verhandeld. Uit camerabeelden blijkt dat klanten van [bedrijf 1] vaak hennep gerelateerd zijn. Uit het onderzoek blijkt dat er zeker vier personen, gedurende een langere tijd, gestructureerd samenwerken en dat er gesproken kan worden van een organisatie met het oogmerk tot het plegen van een misdrijf, genoemd in artikel 3, onder A, B, C of D van de Opiumwet en/of voorbereidingshandelingen ten behoeve van de illegale teelt van hennep, genoemd in artikel 11a van de Opiumwet.

De huurcontracten van de locaties stonden op naam van zogenaamde katvangers. De huur van de panden werd contant betaald, of vond plaats door middel van Money Transfer, waardoor de herkomst van de huur niet of nauwelijks kon worden achterhaald.

De voertuigen die de verdachten gebruikten en waarmee ze ook bij de hennepkwekerij kwamen stonden vanaf april 2015 niet op hun eigen naam. Zij gebruikten hier ook zogenaamde katvangers voor.

De opsporing werd bemoeilijkt, doordat drie van de vier verdachten, op een locatie verbleven, waar zij niet stonden ingeschreven. Dat de vier verdachten, [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] nauw samenwerken, kan zijn oorsprong hebben in het feit, dat allen bewoners zijn van het [woonwagenkamp] in Groningen. De verdachten wonen op een gedeelte van het `kamp', waarbij zij gemakkelijk nauwe contacten kunnen onderhouden. Hierbij hoeft slechts even de weg worden overgestoken, om elkaar te ontmoeten. Van woonwagenkampen is bekend, dat het over het algemeen gaat om hechte gemeenschappen. Hierbij is het `not done' om uit de school te klappen.

ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

26. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal financieel onderzoek (AH-02-001) d.d. 14 januari 2016, opgenomen op pagina 73 (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 1) e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven::

Het geregistreerde inkomen van [verdachte] bestaat uit uitkeringen van het UWV en de Sociale Dienst, gemiddeld € 673,- per maand. Vanaf 29 oktober 2012 wordt € 500,- huur per maand betaald voor [adres 1] te Winsum. In 2013 en 2014 overschrijden de contante betalingen die [verdachte] doet via GWK Travelex de opnames die worden gedaan van zijn bankrekening. Dit duidt op een extra bron van contante inkomsten.

27. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2015, opgenomen op pagina 298 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

In de woning aan de [adres verdachte] is op meerdere plekken geld aangetroffen.

In de caravan is in een Heinekenvat 3970 euro aan papiergeld en 879,99 euro aan muntgeld aangetroffen. Op dezelfde plaats is een plastic fles gevonden met daarin 840 euro aan papiergeld. In het slaapgedeelte van de caravan is een zwart doosje gevonden met 2860 euro aan briefgeld en 5625 dollar. Onder een tafel werd een grijze jeans aangetroffen. In deze jeans zat 500 euro aan papiergeld. In het hoofdverblijf is in de woonkamer een geld bedrag aangetroffen van 4825 euro.

28. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juni 2015, opgenomen op pagina 598 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Tijdens het [onderzoek] is geconstateerd dat verdachte [verdachte] in het bezit was van een motor van het merk Harley Davidson met het kenteken, [kenteken 1] .

Het kentekenbewijs deel 1 van de motor werd in de woning [adres verdachte] te Groningen aangetroffen. Dit is de woning waar verdachte [verdachte] werd aangetroffen en aangehouden.

Het kentekenbewijs deel 1 werd aangetroffen in een mapje/portemonnee met daarin een rijbewijs, een creditcard en een zorgpas van Menzis alle op naam van verdachte [verdachte] .

Uit het RDW gegevens blijkt dat de motor op naam stond van [naam 1] van [geboortedatum 1]

Ik heb gebeld met [naam 1] . Op de vraag waar deze motor op dit moment was gaf [naam 1] aan dat hij de motor had uit geleend aan ene [verdachte] uit Groningen. [naam 1] gaf verder aan dat hij de motor weer terug wilde hebben omdat het mooie weer er aan kwam en hij wilde gaan rijden. [naam 1] zei niets over het verkopen van de motor door [verdachte] .

29. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 augustus 2015, opgenomen op pagina 609 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Tijdens het [onderzoek] bleek dat verdachte, [verdachte] gebruik maakte van een zwarte Mercedes 350 met het kenteken, [kenteken 2] . Dit voertuig stond vanaf 19 januari 2015 op naam van [naam 2] van [geboortedatum 6] . Omdat het vermoeden bestaat dat [verdachte] de daadwerkelijke eigenaar van de Mercedes is, werd het voertuig op dinsdag 9 juni 2015 in beslag genomen.

Het is niet aannemelijk dat de Mercedes eigendom is van [naam 2] . Dit om het volgende:

- [naam 2] koopt bijna gelijktijdig een oudere Volvo en een nieuwe Mercedes en blijft zelf in de oudere Volvo rijden en laat [verdachte] in de nieuwe Mercedes rijden.

- [verdachte] is de enige die gezien wordt in de Mercedes.

- Bij de verkoop heeft [naam 2] geen enkele bemoeienissen gehad.

30. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juni 2015, opgenomen op pagina 401 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

In het [onderzoek] zijn op verschillende locaties Rolex horloges in beslaggenomen. Dit betreffen de volgende horloges:

- [beslagnummer 1] Rolex herenhorloge GMT Master II en

- [beslagnummer 2] Rolex herenhorloge Day Date II;

aangetroffen in perceel [adres verdachte] te Groningen.

Op donderdag 18 juni 2015 te 10.45 uur heb ik een bezoek gebracht aan Schaap en Citroen Juweliers gevestigd aan de Herenstraat 60 te Groningen.

Het horloge [beslagnummer 1] Rolex herenhorloge GMT Master II betreft een echt Rolex horloge met het [serienummer 1] . De nieuwwaarde van het horloge zou volgens de heer Vermeulen € 7.950,- bedragen.

Het horloge [beslagnummer 2] Rolex herenhorloge Day Date II betreft een echt Rolex horloge met het [serienummer 2] . De nieuwwaarde van het horloge zou volgens de heer Vermeulen € 30.650,- bedragen.

31. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 juni 2015, opgenomen op pagina 974 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam moeder] , zakelijk weergegeven:

V: Wie zijn u kinderen?

A: Ik heb twee kinderen [verdachte] en [medeverdachte 6] .

V: Wat voor werk doet [verdachte] ?

A: [verdachte] heeft geen werk maar een Wajong uitkering.

V: Er is geld aangetroffen?

A: Dat hebben ze mij gezegd. Het zegt mij niets. V: Dat geld is niet van u?

A: Nee

V: Een Rolex heren horloge. Wat kunt u daarover zeggen?

A: Die is niet van mij.

32. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 juni 2015, opgenomen op pagina 1030 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: Wat zijn jouw totale inkomsten?

A: Dat is de 1000 euro en af en toe heb ik nog een kleinigheidje erbij.

V: Waar bestaan die kleinigheidjes uit?

A: Een paar 100 euro.

33. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1041 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: Van wie is dan al het geld dat bij [medeverdachte 3] in huis lag?

A: Dat is ook van mij. Ik verdeel het geld dan wel over het huis van mijn moeder en dat van mijn broertje.

34. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juni 2015, opgenomen op pagina 1050 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: In de woning van je moeder, en dan voornamelijk de caravan, is op meerdere plekken geld aangetroffen. In de caravan is in een Heinekenvat 3970 euro aan papiergeld en 879,99 euro aan muntgeld aangetroffen.

A: Dat kleingeld is van mij.

35. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 982 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] , zakelijk weergegeven:

Ik ben bij hem geweest en heb gezegd dat hij moest gaan betalen. Hij vertelde dat hij een schuur wilde laten bouwen. Ik zei dat hij een schuurtje wilde laten bouwen. Ik heb toen een schets gemaakt en ik zei dat hem 15.000 euro zou gaan kosten. Hij zei dat dit te duur was.

V: Waar wilde hij dit laten bouwen?

A: Bij zijn huis denk ik. [adres 3] . Hij had een motor gekocht en hij had een oude auto en die moesten erin.

overweging ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van witwassen nu verdachte (ook volgens zijn eigen verklaring) weinig tot geen inkomen heeft en een uitgavenpatroon en bezittingen heeft die daar niet bij passen. Uit de bewijsmiddelen blijkt het bezit van het contante geld en de aangetroffen goederen. Het lag op de weg van verdachte om met een controleerbaar en verifieerbaar verhaal over de herkomst van geld en goederen te komen. Dat heeft hij niet gedaan. Verdachte heeft ter verklaring van de bij hem aangetroffen goederen gewezen op niet bij naam genoemde vrienden die hem het geld voor de handel zouden hebben toevertrouwd. Dit is naar het oordeel van de rechtbank een oncontroleerbaar en ongeloofwaardig verhaal. De verklaring die verdachte over het duurste Rolexhorloge heeft gegeven, is bewijsbaar onjuist. Daarvoor verwijst de rechtbank naar haar oordeel over feit 6. De verklaringen van verdachte over de motor en de auto zijn ongeloofwaardig gelet op de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen.

ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

36. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2015, opgenomen op pagina 67 e.v. (van ordner zaaksdossiers 7) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 28 augustus 2015 heb ik getuige [medeverdachte 1] op het politiebureau te

Oosterwolde gehoord. Dit naar aanleiding van een terugbelverzoek van, [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] had op donderdag 20 augustus 2015 contact gezocht met de politie.

Hij gaf aan dat er door de politie een horloge in beslag was genomen welke van hem

was. Het zou gaan om mutatienummer: 2014125477.

Tijdens het verhoor gaf [medeverdachte 1] aan dat een Rolex van het type Rolex Day date 2

met [serienummer 2] , door de politie in beslag was genomen tijdens een actie

in juni. Hierbij was [verdachte] betrokken. Volgens [medeverdachte 1] had hij zijn Rolex aan [verdachte] gegeven om deze te verkopen. Hiervan liet [medeverdachte 1] een contract tussen hem en [verdachte] zien. Het horloge had volgens [medeverdachte 1] bij [verdachte] gelegen en was door de politie in beslag genomen. [medeverdachte 1] verklaarde nog wel in het bezit van het garantie certificaat te zijn. Het zou gaan om een pasje welke hij bewaarde in een kluis in Beilen.

Hij had hier foto's van. Deze zijn door [medeverdachte 1] naar mij toe gemaild en bij het proces-

verbaal van getuige verhoor gevoegd.

37. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 augustus 2015, opgenomen op pagina 41 e.v. (van ordner zaaksdossiers 7) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 19 juni 2015 was ik belast met de doorzoeking van het perceel [adres medeverdachte] te Groningen. Tijdens de doorzoeking werd een doosje van een Rolex horloge aangetroffen. In het perceel werd geen Rolex horloge aangetroffen. Om die reden is het doosje met daarin een garantiecard niet in beslag genomen. Tijdens de doorzoeking heb ik foto’s gemaakt van het betreffende doosje en garantiecard.

38. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 50 e.v. (van ordner zaaksdossiers 7) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2015 werd door mij voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning [adres verdachte] te Groningen.

Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:

Pand [beslagnummer 2] Rolex herenhorloge (goudkleur)

39. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juni 2015, opgenomen op pagina 59 e.v. (van ordner zaaksdossiers 7) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 18 juni 2015 heb ik een bezoek gebracht aan Schaap en Citroen Juweliers te Groningen. Ik heb de inbeslaggenomen Rolex horloges ter beoordeling getoond aan de heer Vermeulen.

Het horloge [beslagnummer 2] Rolex herenhorloge Day Date II betreft een echt Rolex horloge met [serienummer 2] . De nieuwwaarde van het horloge zou volgens de heer Vermeulen € 30.650,- bedragen.

Bij de doorzoeking van de woning [adres medeverdachte] te Groningen (Pand E0 werd een doosje van een Rolex horloge aangetroffen met daarin een garantiecard. Het serienummer op de garantiecard betreft [nummer] en komt overeen met het serienummer van het horloge [beslagnummer 2] Rolex herenhorloge Day Date II.

40. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor getuige d.d. 28 augustus 2015, opgenomen op pagina 61 e.v. (van ordner zaaksdossiers 7) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] , zakelijk weergegeven:

V: Je hebt gebeld over een horloge. Wij hebben meerdere horloges in beslag genomen. Om wat voor horloge gaat het?

A: Het gaat mij om de gouden Rolex. Dat is mijn horloge.

V: Wat is het merk van dat horloge?
A: Rolex Day dat 2

V: Wat is het serienummer van dat horloge?

A: Ik heb alles meegenomen. Het pasje heb ik niet meegenomen. Dat is in de klus op de Zuidmaten 18-1 te Beilen. Op papier staat [nummer] .

O: Getuige heeft een papier met daarop een contract over een horloge (p. 64).

V: Van wie is het horloge?

A: Van mij.

V: Van wie hoorde jij dat wij het horloge in beslag hadden genomen?

A: Van [verdachte] zelf.

41. Een schriftelijk stuk d.d. 21 november 2014, opgenomen op pagina 64 e.v. (van ordner zaaksdossiers 7) van voornoemd dossier, inhoudende een bemiddelingsovereenkomst, zakelijk weergegeven:

Hierbij stel ik een contract op voor een bemiddeling in verkoop van een Rolex horloge. Ik geef vandaag, vrijdag 21 november 2014, het Rolex horloge mee aan [verdachte] . Hij gaat het horloge voor mij verkopen. Bij het horloge hoort een pas. Dat pasje houd ik bij mij. Het serienummer is [nummer] . Ondertekend door [medeverdachte 1] en [verdachte] .

42. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2015, opgenomen op pagina 67 e.v. (van ordner zaaksdossiers 7) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Na het verhoor van getuige [medeverdachte 1] heb ik onderzoek gedaan om welke Rolex het ging. Het bleek te gaan om een door ons in beslag genomen horloge met inbeslagname nummer [beslagnummer 2] Rolex herenhorloge Day Date II. Het betreft een echt Rolex horloge met [serienummer 2] .

Uit zijn verklaring blijkt dat het pasje welke hoort bij de genoemde Rolex altijd bij [medeverdachte 1] zou zijn geweest. Ook zou er geen doosje aanwezig zijn bij het horloge.

Uit onderzoek blijkt dat het betreffende pasje tijdens de doorzoeking op de [adres medeverdachte] was. Het pasje zat in een daarbij horende Rolex doos.

43. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 11 november 2015, opgenomen op pagina 73 e.v. (van ordner zaaksdossiers 7) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] , zakelijk weergegeven:

V: Je verklaarde dat [verdachte] het horloge had en jij het pasje van het horloge bewaarde in een kluis. Waarom vertrouwde je hem het pasje niet toe?

A: Omdat ik het pasje zelf wilde houden. Je moet het bekijken als een auto met een kentekenbewijs.

V: Ik heb van jou alleen foto’s gezien van het certificaat. Heb jij het certificaat nu wel bij je?

A: Dat mocht niet van mijn advocaat.

V: Hoe kan het dat toen de politie een inval deed bij [verdachte] , en daar het horloge in beslag nam, dat in een andere woning waar de politie op dat hetzelfde moment was, het certificaat van het horloge aantrof?

A: Is niet waar.

V: Door miscommunicatie is destijds het certificaat niet in beslag genomen, maar er zijn wel foto’s van gemaakt. Wat is hierop jouw reactie?
A: Dat is onmogelijk.

V: Besef je dat het strafbaar is om op deze manier een valse verklaring af te leggen waarbij je documenten toont waaruit moet blijken dat een in beslag genomen goed weer terug zou moeten worden gegeven?

A: Wat wil je horen. Dat horloge is van mij.

44. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 juni 2015, opgenomen op pagina 79 e.v. (van ordner zaaksdossiers 7) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: We willen het even met je hebben over enkele sieraden en/of horloges die we in beslag hebben genomen. Wil jij verklaren van wie het Rolex herenhorloge (goudkleur) [beslagnummer 2] is?

A: Is niet van mij. Ze waren van de jongens en die moet ik voor hun verkopen. Het zijn kennissen.

overweging ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat het garantiecertificaat op 9 juni 2015 is aangetroffen in de [adres medeverdachte] te Groningen. De verklaring van [medeverdachte 1] dat het certificaat steeds in een kluis in Beilen lag, is dus onwaar. Verder stelt de rechtbank vast dat verdachte in zijn verklaring van 25 juni 2015 over "jongens" spreekt voor wie hij de aangetroffen horloges zou moeten verkopen. Namen noemt hij niet. Van een bemiddelingscontract spreekt hij evenmin. Pas op 28 augustus 2015 meldt [medeverdachte 1] zich met de claim dat hij eigenaar is van het horloge. Hij presenteert de bemiddelingsovereenkomst, maar niet het garantiecertificaat. Wel vertelt hij, in strijd met de waarheid, dat hij dit certificaat altijd in de kluis heeft gehad. Al deze feiten brengen de rechtbank tot het oordeel dat verdachte en [medeverdachte 1] hebben geprobeerd de waarheid te bemantelen en dat zij in het kader daarvan een valse bemiddelingsovereenkomst hebben opgesteld en daarvan gebruik hebben gemaakt.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te Winsum (provincie Groningen) tezamen en in vereniging met anderen in een pand en in opleggers, gelegen en staande aan [adres 1] , aldaar, in de uitoefening van een bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, een grote hoeveelheid van in totaal 1014 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II van die wet;

2.

hij op 9 juni 2015 te Winsum (provincie Groningen) tezamen en in vereniging met anderen in een pand aan [adres 1] , aldaar, opzettelijk aanwezig heeft gehad 13703 gram natte hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II van die wet;

3.

hij in de periode van 1 maart 2015 tot en met 9 juni 2015 te Groningen tezamen en in vereniging met anderen in een pand aan de [adres 2] stoffen en voorwerpen heeft

te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, en voorhanden gehad, te weten

- 96 armaturen

- 3 snelheidsregelaars

- 5 koolstoffilters

- 2 luchtafzuigers

- 7 slakkenhuizen

- 34 ventilatoren

- 12 temperatuurventilatieregelaars

- 12 water-, beluchting- en dompelpompen

- 607 groeimiddelen

- 24 hygro-ph/ec- en thermometers

- 49 knipbenodigdheden

- 12 groeitenten

- 4 droogrekken

en gegevens voorhanden heeft gehad, te weten kweekschema's betreffende informatie met betrekking tot hennepzaken en materialen voor de beroeps- en/of bedrijfsmatige hennepkweek, waarvan hij en zijn medeverdachten wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

4.

hij in de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te Winsum (provincie Groningen) en Groningen heeft deelgenomen aan een organisatie, welke werd gevormd door verdachte en medeverdachten, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het overtreden van

- art. 11 lid 3 en 5 Opiumwet, te weten het in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk telen en bereiden en bewerken en vervoeren en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep en hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II van die wet

en

- art. 11a Opiumwet, te weten het te koop aanbieden, verkopen, afleveren, vervoeren en voorhanden hebben van stoffen of voorwerpen, het voorhanden hebben van vervoermiddelen, ruimten, gelden en gegevens, waarvan verdachte en zijn medeverdachten

ernstige reden hebben om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten;

5.

hij op 9 juni 2015, te Groningen, voorwerpen, te weten geldbedragen met een totale waarde van 13.694,99 euro en 5.625 Amerikaanse dollar, te weten

-3.970,- euro en

-879,99 euro en

-840,- euro en

-2.680,- euro en

-500,- euro en

-4.825,- euro en

-5.625,- Amerikaanse dollar

en goederen, te weten

-een horloge (merk: Rolex, type: GMT Master II ( [beslagnummer 1] ))

-een horloge (merk: Rolex, type: Day Date II ( [beslagnummer 2] ))

-een motorfiets (merk: Harley Davidson, kenteken [kenteken 1] )

-een personenauto (merk: Mercedes-Benz, kenteken [kenteken 2] )

heeft voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

6.

hij in de periode van 21 november 2014 tot en met 11 november 2015 te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, een schriftelijke bemiddelingsovereenkomst tussen hem, verdachte, en [medeverdachte 1] , gedateerd 21 november 2014, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en voornoemde [medeverdachte 1] valselijk in die overeenkomst verklaard dat [medeverdachte 1] eigenaar van het horloge (merk: Rolex Day Date II, [serienummer 2] ) is en dat de originele pas, behorende bij het horloge (merk: Rolex Day Date II, [serienummer 2] ), bij [medeverdachte 1] in bezit is, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken

en

hij in de periode 21 november 2014 tot en met 11 november 2015 te Oosterwolde en Appelscha en Groningen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse schriftelijke bemiddelingsovereenkomst tussen hem, verdachte, en [medeverdachte 1] , gedateerd 21 november 2014, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware het echt en onvervalst -, bestaande dat gebruikmaken hierin dat zijn medeverdachte genoemde bemiddelingsovereenkomst heeft verstrekt aan een agent van de Politie Noord-Nederland teneinde de Politie Noord-Nederland te bewegen tot afgifte van een in beslag genomen goed, en bestaande die valsheid hierin dat verdachte en voornoemde [medeverdachte 1] valselijk in die overeenkomst hebben verklaard dat [medeverdachte 1] eigenaar van het horloge (merk: Rolex Day Date II, [serienummer 2] ) is en dat de originele pas, behorende bij het horloge (merk: Rolex Day Date II, [serienummer 2] ), bij [medeverdachte 1] in bezit is.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. medeplegen van het in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

2. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

3. medeplegen van het te koop aanbieden, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen en het voorhanden hebben van gegevens waarvan hij weet dat zij bestemd zijn voor het plegen van een in artikel 11, lid 3 en 5, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten, meermalen gepleegd

4. deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in de artikelen 11, lid 3 en 5, en 11a van de Opiumwet

5. witwassen, meermalen gepleegd

6. medeplegen van valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde en de ad informandum gevoegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft bij het formuleren van de eis rekening gehouden met het tijdsverloop, de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de ad informandum gevoegde feiten afgedaan kunnen worden gelet op de bekennende verklaring van verdachte, maar dat dit niet 'en passant' dient te gebeuren. Er zijn een grote hoeveelheid wapens en munitie aangetroffen, niet alleen in zijn woning, maar ook in de woning van zijn moeder en bij de partner van zijn broer waar nota bene een vuurwapen is aangetroffen tussen het kinderspeelgoed. Dit is een ernstig feit waar de officier van justitie ook zeker in de bepaling van de strafeis rekening mee heeft gehouden.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de door de reclassering voorgestelde werkstraf en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan voorarrest passend is als afdoening voor deze strafzaak.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat het bewezen verklaren van deelneming aan een criminele organisatie niet strafverzwarend kan werken op de bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3. Er is sprake van eendaadse samenloop.

Met betrekking tot het tijdsverloop heeft de raadsman opgemerkt dat er twee jaar na de aanhouding van verdachte geen aantoonbaar onderzoek is verricht. De verstreken tijd wordt door de officier van justitie onvoldoende verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van professionele hennepteelt, het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid natte hennep en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de grootschalige en/of beroeps- dan wel bedrijfsmatige hennepteelt. Verdachte heeft in dit verband deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich gedurende een aanzienlijke periode bezig heeft gehouden met hennepteelt en het exploiteren van een growshop. Binnen deze criminele organisatie vervulde verdachte een leidersrol.

De rechtbank rekent verdachte dit geheel van Opiumwetfeiten zwaar aan. De uit hennepplanten verkregen stof is bij regelmatig gebruik schadelijk voor de gebruikers. Bovendien veroorzaken hennepkwekerijen overlast en gevaar voor de omgeving. Verdachte heeft zich aan dit alles echter niets gelegen laten liggen en heeft kennelijk alleen uit financieel gewin gehandeld. Hennepteelt is nog altijd maatschappelijk onaanvaardbaar, omdat deze direct en indirect de oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. Dit is te meer het geval indien de hennepteelt buiten de reguliere en legale economie om wordt uitgeoefend.

Naast de Opiumwetfeiten is verdachte ook nog schuldig aan het witwassen van een aanzienlijke hoeveelheid geld en goederen en valsheid in geschrift en het gebruik maken van dat valse geschrift. Ook deze feiten rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feiten, zoals deze op de dagvaarding zijn vermeld en welke feiten hiermee zijn afgedaan. De rechtbank stelt vast dat het om een aanzienlijke hoeveelheid scherpe wapens en munitie gaat. Het bezit van wapens is in het algemeen al zwaar aan te rekenen, maar de rechtbank rekent het verdachte nog extra aan, omdat zij dit niet los ziet van de hiervoor genoemde criminaliteit waarmee hennepteelt vergezeld gaat. Zo blijkt uit de verklaring van de verhuurder van [adres 1] te Winsum dat verdachte of een van zijn medeverdachten daadwerkelijk een wapen toonde en daarmee angst veroorzaakte.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op het rapport van de Reclassering Nederland betreffende verdachte d.d. 22 juni 2015 en de brief van 3 april 2017 waaruit blijkt dat verdachte niet aan de oproep van de reclassering heeft voldaan voor het opmaken van een nieuw rapport. Ter zitting heeft verdachte aangegeven dat hij een nieuw gesprek niet nodig vond. De reclassering heeft geen advies uitgebracht vanwege de ontkennende houding van verdachte. Daarom heeft de reclassering ook geen recidive inschatting kunnen maken.

Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, zoals ook door de officier van justitie is geëist, in beginsel passend en geboden is. De rechtbank houdt echter rekening met het forse tijdsverloop tussen de aanhouding van verdachte en dit vonnis. Dit tijdsverloop dient in dit geval - nu een aanzienlijk deel daarvan voor rekening komt van het openbaar ministerie - een matigende invloed op de strafmaat te hebben. De rechtbank zal de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf derhalve met 3 maanden bekorten.

Inbeslaggenomen goederen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting een beslaglijst overlegd. Er ligt conservatoir beslag op de goederen. De officier van justitie heeft aangevoerd dat dat er niet aan in de weg staat dat de voorwerpen verbeurd worden verklaard. Zij heeft daarom de verbeurdverklaring gevorderd van:

- een personenauto, merk Mercedes-Benz, type E 350, kenteken [kenteken 2] ;

- een bestelauto, merk Mercedes-Benz, type 629 Vito, kenteken [kenteken 6] ;

- een personenauto, merk Ford, type Focus, kenteken [kenteken 7] ;

- een motorfiets, merk Harley Davidson;

- een horloge, merk Rolex;

- geld ter waarde van € 35.109,94;

- een horloge, merk Rolex;

- geld ter waarde van $ 5.625,00;

- een vordering van de Rabobank ter hoogte van € 1.253,55;

- een vordering van de ABN-AMRO ter hoogte van € 496,06.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen inhoudelijk bezwaar aangevoerd tegen de verbeurdverklaring van de goederen, maar heeft daarbij wel als voorwaarde gesteld dat de waarde van deze goederen dan later in mindering dient te worden gebracht op de nog aan te brengen ontnemings-vordering.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht een deel van de inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring nu deze toebehoren aan verdachte en door middel van de baten van de strafbare feiten zijn verkregen alsmede de bewezenverklaarde strafbare feiten mee zijn begaan. De rechtbank zal alleen de verbeurdverklaring gelasten van de goederen die ondubbelzinnig uit de bewezenverklaring volgen. Dit zijn:

- een personenauto, merk Mercedes-Benz, type E 350, kenteken [kenteken 2] ;

- een motorfiets, merk Harley Davidson, kenteken [kenteken 1] ;

- een horloge (merk: Rolex, type: GMT Master II ( [beslagnummer 1] );

- geld ter waarde van € 13.694,99;

- een horloge (merk: Rolex, type: Day Date II ( [beslagnummer 2] );

- geld ter waarde van $ 5.625,00.

De rechtbank merkt daarnaast, wellicht ten overvloede, op dat de waarde van deze goederen in mindering zullen moeten worden gebracht op een mogelijk nog te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel.

Van de overige goederen is onvoldoende duidelijk dat er strafbare feiten met die goederen zijn gepleegd en de vordering tot verbeurdverklaring zal ten aanzien van die goederen worden afgewezen. Bovendien stelt de rechtbank vast dat het conservatoir beslag op die goederen zal blijven voortduren. Dit gaat om de volgende goederen:

- een bestelauto, merk Mercedes-Benz, type 629 Vito, kenteken [kenteken 6] ;

- een personenauto, merk Ford, type Focus, kenteken [kenteken 7] ;

- geld ter waarde van € 21.414,95;

- een vordering van de Rabobank ter hoogte van € 1.253,55;

- een vordering van de ABN-AMRO ter hoogte van € 496,06.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 63, 225 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht alsmede de artikelen 3 onder B, 3 onder C, 11, 11a, 11b van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 33 maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen goederen, te weten:

- een personenauto, merk Mercedes-Benz, type E 350, kenteken [kenteken 2] ;

- een motorfiets, merk Harley Davidson, kenteken [kenteken 1] ;

- een horloge (merk: Rolex, type: GMT Master II ( [beslagnummer 1] );

- geld ter waarde van € 13.694,99;

- een horloge (merk: Rolex, type: Day Date II ( [beslagnummer 2] );

- geld ter waarde van $ 5.625,00;

en wijst de vordering tot verbeurdverklaring ten aanzien van de overige goederen af.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J.V. Nolta, voorzitter, E.W. van Weringh en L.W. Janssen, rechters, bijgestaan door M. Smit-Colnot, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 juli 2017.

Mr. Van Weringh is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.