Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:2630

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-07-2017
Datum publicatie
19-07-2017
Zaaknummer
18-830175-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van professionele hennepteelt, het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid natte hennep en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de grootschalige en/of beroeps- dan wel bedrijfsmatige hennepteelt. Verdachte heeft in dit verband deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich gedurende een aanzienlijke periode bezig heeft gehouden met hennepteelt en het exploiteren van een growshop. Binnen deze criminele organisatie vervulde verdachte een ondersteunende rol. Naast de Opiumwetfeiten is verdachte ook nog schuldig aan het witwassen van een aanzienlijke hoeveelheid geld en goederen en het voorhanden hebben van een illegaal wapen en munitie. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden. De rechtbank heeft de straf bekort in verband met het tijdsverloop.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 420bis
Opiumwet 11
Opiumwet 11a
Opiumwet 11b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830175-15

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 juli 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [plaats] ,

thans gedetineerd in de P.I. Overijssel, HvB Zwolle.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 juli 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E. van der Meer, advocaat te Groningen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. C.V. van Overbeeke.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te

Winsum (provincie Groningen), in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in een pand en/of in een of meer oplegger(s), gelegen en/of staande aan of

bij [adres 1] , aldaar, in de uitoefening van een beroep of bedrijf,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (grote) hoeveelheid van in totaal

(ongeveer) 1014 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of

delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid

van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 9 juni 2016 te Winsum (provincie Groningen), in elk geval

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, in een pand aan [adres 1] , aldaar, opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 13703 gram natte hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan

30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 9 juni 2015 te

Groningen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

(in een (winkel)pand aan [adres 2] ) stoffen en/of voorwerpen heeft

bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd,

verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten

- 96 armaturen

- 3 snelheidsregelaars

- 5 koolstoffilters

- 2 luchtafzuigers

- 7 slakkenhuizen

- 34 ventilatoren

- 12 temperatuurventilatieregelaars

- 12 water-, beluchting- en dompelpompen

- 607 groeimiddelen

- 24 hygro-ph/ec- en thermometers

- 49 knipbenodigdheden

- 12 groeitenten

- 4 droogrekken

- 24 transformatoren (merk: ELT 600 watt)

- 24 lampen (merk: Osram)

en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten folders en/of kweekschema's

betreffende informatie met betrekking tot hennepzaken en/of materialen voor de

beroeps- of bedrijfsmatige hennepkweek,

waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te

vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11,

derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

4.

hij in of omstreeks de periode van 14 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te

Winsum (provincie Groningen) en/of Groningen en/of op een of meerdere locaties

elders in Nederland, in elk geval in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, welke werd gevormd door verdachte en/of

een of meer medeverdachten, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van

misdrijven, namelijk het overtreden van

- art. 11 lid 2 en/of lid 3 en/of lid 5 Opiumwet, te weten het al dan niet in

de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden

en/of bewerken en/of vervoeren en/of verkopen en/of afleveren en/of

verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van een grote hoeveelheid

hennep en/of hennepstekken en/of een groot aantal hennepplanten en/of delen

daarvan en/of meerdere zakken hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer

dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens

artikel 3a, vijfde lid van die wet

en/of

- art. 11a Opiumwet, te weten het bereiden en/of bewerken en/of verwerken

en/of te koop aanbieden en/of verkopen en/of afleveren en/of vervoeren en/of

vervaardigen en/of voorhanden hebben van stoffen of voorwerpen, dan wel het

voorhanden hebben van vervoermiddelen en/of ruimten en/of gelden en/of andere

betaalmiddelen en/of gegevens, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s)

ernstige reden heeft/hebben om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het

plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde

feiten;

5.

hij in of omstreeks de periode van 2 december 2014 tot en met 9 juni 2015 te

Groningen, in elk geval in Nederland,

(een) voorwerp(en), te weten een personenauto (Volkswagen Golf, kenteken:

[kenteken] ) en/of (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 5.007,- Amerikaanse

dollar en/of een of meer hoeveelheid/hoeveelheden (contant) geld ten behoeve

van de aanschaf en/of de betaling van:

- een vakantiereis naar Amerika voor vier personen

- een televisie (merk: LG)

- een boxspring

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet,

althans van dat/die (een) voorwerp(en), gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat

bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig

was/waren uit enig misdrijf;

6.

hij op of omstreeks 9 juni 2015 te Groningen, in elk geval in Nederland,

een of meer wapens van categorie III en/of munitie van categorie III, te weten:

- een semi-automatisch pistool, merk Star, model CU Starlet, kaliber 6.35 mm,

[serienummer] en/of

- 30 centraalvuur kogelpatronen, merk Fiocchi, kaliber 6.35 mm

voorhanden heeft gehad.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, en 6 ten laste gelegde gevorderd. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

feiten 1 en 2

Op grond van het proces-verbaal van het aantreffen van de hennepkwekerij, de DNA-matches, de camerabeelden waarop te zien is dat verdachte en zijn medeverdachten meerdere keren de kwekerij in en uit gaan en de verklaring van [medeverdachte 5] kunnen deze feiten wettig en overtuigend worden bewezen.

feit 3

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan voorbereidings-handelingen van Opiumwetdelicten. Dit blijkt uit de inbeslagneming van de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen en de betrokkenheid van verdachte en medeverdachten bij [naam bedrijf] . De in beslag genomen goederen zijn naar hun aard en/of functie geschikt voor optimalisering van de oogst en financiële opbrengst van een hennepkwekerij en bevorderen daarom een professionele, op winst gerichte hennepteelt. Voorts zijn op de website van [naam bedrijf] kweekschema's aangetroffen die passen bij hennepteelt. Op grond hiervan kan het ten laste gelegde feit wettig en overtuigen worden bewezen.

feit 4

De officier van justitie heeft ten aanzien van dit feit aangevoerd dat aan de voorwaarden voor een criminele organisatie - het samenwerkingsverband, het oogmerk en de deelneming - ruimschoots is voldaan. In samenhang bezien met de bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3 kan een bewezenverklaring voor deelneming aan een criminele organisatie volgen.

feit 5

In de woningen van verdachte en zijn medeverdachten, hun partners en familie zijn aanzienlijke hoeveelheden contant geld gevonden alsook luxe goederen. Het bezit van dat geld en de aanschaf van die goederen kan niet verklaard worden uit een aantoonbaar inkomen van verdachte. Ook is niet aannemelijk geworden dat de goederen uit eigen misdrijf afkomstig zijn. Er kan dus een bewezenverklaring voor witwassen volgen.

feit 6

Op grond van het aantreffen van het wapen en de munitie in de woning van [medeverdachte 1] en de bekennende verklaring van verdachte kan een bewezenverklaring volgen voor het voorhanden hebben van illegale wapens en munitie.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4 en 5. Feit 6 kan op grond van de bekennende verklaring van verdachte worden bewezen.

bewijsuitsluiting

De raadsman heeft betoogd dat ten aanzien van de observatie van verdachte en zijn medeverdachten de camerabeelden van het bewijs moeten worden uitgesloten. Hij heeft daartoe opgemerkt dat de camera's bij aan [adres 1] te Winsum en bij [adres 2] te Groningen zijn opgehangen op grond van artikel 3 van de Politiewet. De raadsman stelt dat er stelselmatig is geobserveerd en dat hierbij niet is gehandeld volgens de strafvorderlijke regels die daarvoor gelden.

feit 1, 2 en 3

De raadsman heeft ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 bepleit dat er in het geval van verachte onvoldoende bewijs is voor een bewuste en nauwe samenwerking waardoor het tenlastegelegde medeplegen niet kan worden bewezen. Er is hooguit sprake van behulpzaam zijn bij en dus van medeplichtigheid, maar dat is niet ten laste gelegd. De raadsman heeft om deze reden vrijspraak voor de feiten 1, 2 en 3 bepleit.

feit 4

Als de rechtbank verdachte vrijspreekt van de feiten 1 t/m 3 kan ook geen bewezenverklaring voor de ten laste gelegde deelneming aan een criminele organisatie worden bewezen. De raadsman is daarnaast van mening dat het geen toegevoegde waarde heeft om dit aan verdachte ten laste te leggen. Verdachte heeft hooguit hand- en spandiensten verricht en heeft geen opzet gehad op de strafbare feiten.

feit 5

De raadsman pleit voor feit 5 ook voor vrijspraak. Hij heeft aangevoerd dat de goederen die bij verdachte zijn aangetroffen heel goed passen bij zijn handel in oud ijzer en niet passen bij de criminele organisatie waar verdachte van wordt verdacht. Daarvoor is de waarde van de goederen te gering. Met betrekking tot de auto heeft de raadsman aangevoerd dat er sowieso onvoldoende bewijs is voor witwassen. Verdachte heeft een goede verklaring voor de gang van zaken.

Oordeel van de rechtbank

bewijsuitsluiting

De raadsman heeft gesteld dat er sprake was van een stelselmatige observatie die niet volgens de strafvorderlijke regels is uitgevoerd en dat daarom (het proces-verbaal over) de camerabeelden van het bewijs moeten worden uitgesloten.

De rechtbank overweegt als volgt.

Er is sprake van stelselmatige observatie als bedoeld in artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering indien het observeren van een persoon tot gevolg kan hebben dat er een min of meer volledig beeld van bepaalde aspecten van diens privéleven wordt verkregen en er dus een aanzienlijke inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de geobserveerde.

De niet-stelselmatige observatie behoeft geen specifieke bevoegdheid omdat deze ofwel geen inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de geobserveerde, ofwel slechts een lichte inbreuk, welke wordt gedekt door de algemene taakstelling als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet.

De rechtbank stelt vast dat de observaties niet plaats vonden met het doel om een volledig beeld van het privéleven van personen te verkrijgen, maar slechts beoogden in beeld te brengen wie de panden aan [adres 1] te Winsum en [adres 2] te Groningen binnen gingen. De observaties vonden plaats op voor het publiek toegankelijke plaatsen.

De rechtbank leidt hieruit af dat er geen sprake is geweest van een stelselmatige observatie. Dat de observaties een langere periode hebben maakt dit niet anders. De rechtbank zal daarom dit verweer verwerpen en de camerabeelden niet uitsluiten van het bewijs.

ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde

De raadsman heeft betoogd dat er geen sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten ten aanzien van deze feiten. De rechtbank is van oordeel dat uit de hierna opgenomen bewijsmiddelen volgt dat de rol van verdachte bij de tenlastegelegde feiten weliswaar kleiner dan die van anderen, maar niettemin van dien aard was dat sprake is van medeplegen en niet, zoals door de raadsman betoogd slechts van medeplichtigheid. Verdachte had met zijn handelen het opzet op de feiten waaraan hij heeft deelgenomen als ook op zijn eigen deelnemingsgedrag.

bewijsmiddelen

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De rechtbank heeft daarbij nog enkele overwegingen naar aanleiding van de daar genoemde bewijsmiddelen opgenomen. Deze overwegingen maken ook deel uit van dit vonnis.

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 741 e.v. (van ordner 2 van zaaksdossier 1 t/m 5) van het dossier van de politie Noord-Nederland met nummer GRN 2014125477 d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2015 werd door mij in perceel [adres 1] te Winsum een hennepkwekerij aangetroffen. Ik zag dat in de bedrijfsunit een professionele in werking zijnde hennepkwekerij was ingericht en dat deze hennepkwekerij bestond uit 4 kweekruimtes waarin totaal 1014 hennepplanten zijn aangetroffen.
Op grond van de aangetroffen kwekerij kan deze worden aangemerkt als beroeps- of bedrijfsmatig, dan wel professioneel handelen met betrekking tot de teelt van hennep.

2, Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen beoordelen beelden camera 1, opgenomen op pagina 37 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 30 maart 2015, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Vanaf 16 december 2014 werden in verband met de mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij in het pand [adres 1] te Winsum op grond van artikel 3 van de Politiewet twee camera's geplaatst. Uit de beelden is gebleken dat er ten minste vier verdachte voertuigen zijn betrokken bij de vermoedelijke hennepkwekerij. Dit betreffen:
- een zwarte Mercedes Vito, [kenteken] die op naam staat van [medeverdachte 2] ;

- een groene VW Passat Variant, [kenteken] , die op naam staat van [medeverdachte 3] ;

- een grijze Ford Fiesta, [kenteken] die op naam staat van de [organisatie 1] .;

- een blauwe Mercedes Vito, [kenteken] , die op naam stond van [organisatie 2] ..

Uit het informatiesysteem van de politie is gebleken dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] contacten van elkaar zijn. Op 27 mei 2013 werden zij tijdens een controle op de A7 aangetroffen en toen bleek in de auto waarin zij zich bevonden een professionele bewatering- en afzuiginstallatie ten behoeve van een hennepkwekerij te liggen.

Uit onderzoek is tevens gebleken dat de grijze Ford Fiesta [kenteken] ) op 30 januari 2015 is aangetroffen op het parkeerterrein van growshop [naam bedrijf] aan [adres 2] te Groningen.

Tijdens het onderzoek werd gezien dat de VW Passat Variant ( [kenteken] ) op 20 februari 2015 geparkeerd stond op het terrein van growshop [naam bedrijf] . Uit de beelden is gebleken dat er ten minste vier personen zijn betrokken bij de vermoedelijke hennepkwekerij. Dit betreft volgens hun signalementen vermoedelijk de volgende personen: [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] , [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum] , [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum] en [verdachte] , geboren op [geboortedatum] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 14 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit het beoordelen van de camerabeelden, van 30 maart tot en met 11 mei 2015, zijn processen- verbaal van bevindingen opgemaakt. Uit de beelden kan het volgende worden opgemaakt. De verdachten [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] komen bijna dagelijks, een of meerdere malen en in wisselende samenstelling in de vermoedelijke hennepkwekerij op [adres 1] . Een aantal malen kan uit de beelden ook de [verdachte] worden herkend. Op de beelden is te zien, dat de verdachte(n) regelmatig goederen naar het pand brengen en afvoeren. Op 9 april 2015, omstreeks 08.21 uur, gaat [medeverdachte 4] , vergezeld van drie oudere dames de vermoedelijke kwekerij in. Pas om 18.59 uur, verlaten de vrouwen het pand en de kweeklocatie. Op beelden is te zien, dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , die dag in de vermoedelijke kwekerij zijn.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 982 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 5] , zakelijk weergegeven:

V: Die loods. Waar staat die?
A: [adres 1] in Winsum. In een gedeelte zit [medeverdachte 2] .
V: Wat weet je van de hennepkwekerij die we er hebben aangetroffen?
A: Ik had wel het vermoeden dat er iets anders gebeurde dan waarvoor ze het gehuurd hebben. Het ging anders dan normaal.

V: Wanneer ben je voor het laatst in de loods van [medeverdachte 2] geweest?

A: Ja zeg maar. Dat is al wel even terug. Ze hadden een trailer. Want [medeverdachte 2] huurt hem maar er is nog iemand bij. Die heet [medeverdachte 3] . Ik weet niet hoe hij verder heet. Ze moesten een trailer binnen hebben. Ik heb die toen met mijn heftruck binnen gezet.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1006 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 5] , zakelijk weergegeven:

V: Wanneer is jou verteld dat er een hennepkwekerij zat?
A: Ik denk dat ik dat 1,5 jaar weet. Dat was eind 2013 begin 2014.
V: Wie heeft jou dat verteld?
A: [medeverdachte 2]
V: Hoe zag het eruit? Zou je een tekening willen maken.
O: De verdachte tekent een plattegrond.
A: Ik ben via de loopdeur naar binnen gegaan. Toen ben ik links af de loods ingegaan. Ik zag dat daar 2 trailers stonden. In de trailers zaten geen hennepplanten, maar het was wel de bedoeling dat die erin kwamen. Ze vertelden dat ze tafeltjes aan het timmeren waren voor de hennepplanten. Ik ben toen langs de trailer gelopen en dan kun je rechts een ruímte ingaan. Ik zag dat daar hennepplanten stonden met allemaal lampen erboven.
V: Hoeveel stonden daar?
A: heel veel. Het was groen.

V: Ben je er later nog een keer geweest?
A: Ja en toen zaten de trailers vol.
V: Wanneer was dat?
A: Tja. Dat zou begin 2014 zijn geweest.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1006 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 5] , zakelijk weergegeven:

V: Je zei dat je meerdere keren in het pand was geweest. In hoeveel ruimtes heb je gezien dat er planten stonden?
A: In de trailers en in de ruimtes aan de achterzijde van de gang.

V: Wie heb je allemaal die hennepkwekerij binnen zien gaan?
A: [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] . Het broertje van [medeverdachte 2] . Ik weet zijn naam niet.
V: We laten je een aantal foto's zien. Foto 1 is [medeverdachte 2] . Foto 2 is [medeverdachte 3] . Foto 3 is [medeverdachte 4] .
A: Foto 1 is [medeverdachte 2] , 100% zeker. Foto 2 is [medeverdachte 3] . Foto 3 weet ik niet hoe die heet. Mij is verteld dat dat het broertje is van [medeverdachte 2] .
V: Wie huurde het pand?
A: [medeverdachte 2] . [adres 3] te Groningen.
V: Wanneer is de huur ingegaan?
A: Dat staat in het papier. Dat was oktober 2012 tot heden.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 juni 2015, opgenomen op pagina 1030 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] , zakelijk weergegeven:

V: Welke gebouwen heb jij op naam?
A: Ik heb in Winsum een pand op naam, [adres 1] geloof ik. [medeverdachte 5] is de eigenaar van dat gebouw.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juni 2015, opgenomen op pagina 1050 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] , zakelijk weergegeven:

V: Wat deed jij daar dan steeds bij die kwekerij? Je bent steeds op de beelden te zien.
V: Kun je me vertellen wie [verdachte] ,
A: Deze jongen staat bij ons op het kamp. Ik ga niet zoveel met hem om.
V: En hij gaat met je mee naar [adres 1] in Winsum.
A: Ja. Staat hij ook op de camera dan?
V: Ja. Jij met [medeverdachte 4] en [verdachte] en [medeverdachte 3]
A: Jullie hadden wel overal camera's staan.
V: Ja we hadden camera's bij [naam bedrijf] en bij [adres 1] in Winsum
V: Wie is [medeverdachte 3]
A: Ja die ken ik. Die woont ook bij het kamp. Hij gaat ook wel eens mee naar [adres 1] .

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1253 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: Ik heb acht fotoafdrukken bij me van gemaakte cameraopnames in ons onderzoek: Wil je hier naar kijken en verklaren hoe het nu echt zit?
A: Ja, wat moet ik hierop zeggen. Het ligt vast. Jullie zijn echt goed. Ik kan er verder niets anders van maken, hier is het bewijs. Je hebt goed je werk gedaan.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 juni 2015, opgenomen op pagina 1269 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: Ik wil nog even met je terug naar de hennepkwekerij aan [adres 1] te Winsum. Ik heb je toen deze 8 afbeeldingen (afb.1 t/m 8) laten zien, het klopt dat jij de persoon bent in het donkere jack met lichtblauwe bies over de schouders, die als eerste als bestuurder instapt bij [naam bedrijf] ?
A: klopt
V: En dat de andere persoon, gekleed een in groen poloshirt, [medeverdachte 4] is? Ik bedoel hiermee [medeverdachte 4] .
A: Ja klopt

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal relaas d.d. 5 oktober 2015, opgenomen op pagina 421 (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Bij de zoeking aan [adres 1] te Winsum (Gr) werden de volgende sporendragers veiliggesteld:
AAES1601NL - bemonstering blikje (op afzuigbox op zolder)
AAES1597NL - handschoenen (lag in droogruimte hennep)
Bij het onderzoek naar sporen op de handschoenen werden de volgende bemonsteringen veiliggesteld:
AAIP4080NL - bemonstering linker handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL)
AAIP4081NL - bemonstering rechter handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL)
AAIP4082NL - bloed aangetroffen in rechter handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL)
AAIP4083NL - binnenzijde van de handschoen (AAES1598NL)
Van de bemonstering van het blikje, op afzuigbox op zolder (SIN AAES1601NL) is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel cluster is afkomstig van [medeverdachte 2] .
De bemonstering van bloed (AAIP4082NL) uit aangetroffen in de rechter handschoen van handschoenenpaar (AAES1597NL), aangetroffen in de droogruimte is een DNA-profiel. Bij deze vergelijking is tot op heden één match gevonden. Dit DNA-profiel cluster is afkomstig van [verdachte] .
Van de bemonstering van een linker handschoen AAIP4080NL, aangetroffen in de droogruimte, is een DNA-profiel mengprofiel van minimaal drie personen op verkregen. Het afgeleid DNA-hoofdprofiel van een man verdachte [verdachte] en DNA - nevenkenmerken van minimaal twee andere personen, waarbij de verdachte [medeverdachte 3] niet uit te sluiten is.
Van de bemonstering van een rechter handschoen AAIP4081NL, aangetroffen in de droogruimte, is een DNA-profiel mengprofiel van minimaal twee personen op verkregen. Het afgeleid DNA-hoofdprofiel is afkomstig van een man, [verdachte] .
Van de bemonstering van een rechter handschoen AAIP4083NL, aangetroffen in de droogruimte, is een DNA-profiel verkregen. Bij deze vergelijking is tot op heden één match gevonden. Dit DNA- profiel cluster is afkomstig van [medeverdachte 4] .

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde overtuigend zijn. De rechtbank wordt in haar overtuiging gesterkt door het feit dat de bewijsmiddelen vragen om een verklaring van verdachte en zijn medeverdachten. Verdachten hebben die verklaring niet willen geven. Dat zij dit niet hebben gedaan draagt voor de rechtbank bij aan de overtuigende kracht van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen.

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennep-kwekerij d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 741 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 2) in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 9 juni 2015 werd door mij in perceel [adres 1] te Winsum een hennepkwekerij aangetroffen. Ik zag dat in de droogruimte lagen op vier droogrekken verse henneptoppen te drogen. De henneptoppen zijn ter plaatse gewogen. Het betrof natte hennep, dat wil zeggen, dat deze toppen 1 of 2 dagen daarvoor moet zijn geoogst. In totaal betrof het netto gewicht van de hennep 13.703 gram.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakte kennisgeving van inbeslagneming d.d. 10 juni 2017, opgenomen op pagina 211 e.v. (van ordner algemeen, deel 1 beslag) in voornoemd dossier, inhoudende de verkalring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Onder [medeverdachte 2] is op 9 juni 2015 om 10.00 uur 13.703 gram henneptoppen in beslag genomen welke waren aangetroffen in de droogruimte van [adres 1] te Winsum. Deze hadden een waarde van € 11.240,-.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1006 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 5] , zakelijk weergegeven:

V: Je zei dat je meerdere keren in het pand was geweest. In hoeveel ruimtes heb je gezien dat er planten stonden?
A: In de trailers en in de ruimtes aan de achterzijde van de gang.

V: Wie heb je allemaal die hennepkwekerij binnen zien gaan?
A: [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] . Het broertje van [medeverdachte 2] . Ik weet zijn naam niet.
V: We laten je een aantal foto's zien. Foto 1 is [medeverdachte 2] . Foto 2 is [medeverdachte 3] . Foto 3 is [medeverdachte 4] .
A: Foto 1 is [medeverdachte 2] , 100% zeker. Foto 2 is [medeverdachte 3] . Foto 3 weet ik niet hoe die heet. Mij is verteld dat dat het broertje is van [medeverdachte 2] .

ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2015, op genomen op pagina 177 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 30 april 2015 raadpleegde ik de [website] . Op deze website vond ik de volgende informatie:

Bedrijfsinformatie: [naam bedrijf] Groningen, [adres 2] Groningen.

Op de website stonden twee kweekschema's weergegeven over twee soorten grond, namelijk "Terra/soil" en "Hydro I cocos". Beide betreffende 9 weekse schema's met aangegeven hoeveel ml voedingsmiddel per 100 ml water dient te worden toegevoegd. Op de website was verder een webshop met artikelen m.b.t. irrigatie, voedingsmiddelen, kweektenten, verlichting en elektra. Bij veel van de producten staan prijzen weergegeven, echter ze lijken via de website niet te bestellen / of te betalen.

In de vestiging van [naam bedrijf] zijn diverse hennepgerelateerde handelsgoederen aangetroffen en in beslag genomen ter verbeurdverklaring. Onder andere werden armaturen, koolstoffilters, slakkenhuizen/kistventilatoren, temperatuurregelaars, groeimiddelen en groeitenten in beslag genomen. Van de inbeslagname een Inventarisatielijst goederen artikel 11a Opiumwet opgemaakt.

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakte inventarisatielijst goederen artikel 11a Opiumwet d.d. 9 juni 2015, opgenomen op pagina 187 (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 1) van voornoemd dossier, zakelijk weergegeven:

- 92 armaturen

- 3 snelheidsregelaars

- 5 koolstoffilters

- 2 luchtafzuigers

- 7 slakkenhuizen

- 34 ventilatoren

- 12 temperatuurventilatieregelaars

- 12 water-, beluchting- en dompelpompen

- 607 groeimiddelen

- 24 hygro-ph/ec- en thermometers

- 49 knipbenodigdheden

- 12 groeitenten

- 4 droogrekken

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2015, opgenomen op pagina 233 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Opgemerkt wordt dat op de inventarisatielijst staat dat er 92 armaturen in beslag genomen zijn, echter dit is een rekenfout. Uit de beschrijving is op te maken dat het 3 x 8 armaturen betreft van het type R641 en 9 x 8 van het type R640, derhalve in totaal 96 armaturen.

18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juli 2015, opgenomen op pagina 842 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 3, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op het [adres 2] te Groningen werd een groot aantal kweekbenodigdheden aangetroffen voor de professionele hennepteelt. Dit betrof onder andere grote hoeveelheden:

- voedingssupplementen van diverse merken, zoals Canna, Gout, Plagron, Bio-Green en House & Garden.

- teelaarde, diverse producten van het [merknaam] en

- snelheidsregelaars, koolstoffilters, luchtafzuigers, flexibele luchtslang, slakkenhuisventilators, ventilatoren temperatuurventilatieregelaars o.a. Opticlimate, water- en/of dompelpompen, hygro-ph/ec en thermometers, watertonnen, armaturen, groeitenten en droogrekken.

- Folders Kera/California, verkoopcatalogus met betrekking tot hennepzaden van diverse soorten. Hierin onder andere vermeld; hoe lang de kweek duurt, binnen of buiten kweek, moeilijkheid kweken, opbrengst, hoogte, effect op gebruiker. Kweekschema [naam bedrijf] .

19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2015, opgenomen op pagina 233 (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit de verbandcontrole blijkt dat in de periode tussen de start van de onderneming en de doorzoeking substantiële hoeveelheden hennepgerelateerde handelsgoederen aan [naam bedrijf] zijn geleverd en op niet gebruikelijke wijze zijn onttrokken aan de voorraad van de onderneming.

20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen AH-071 d.d. 19 augustus 2015, opgenomen op pagina 883 (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 2) van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 6 juli 2015 heeft het onderzoeksteam BAHAM van het RIEC twee rapportages ontvangen inzake bedrijfsbezoeken van de Belastingdienst aan [naam bedrijf] . Samengevat bevatten deze de volgende bevindingen:

Bedrijfsbezoek d.d. 9 oktober 2014

Controleur heeft gesproken met directeur [medeverdachte 4] (belastingplichtige) en [persoon] van Administratiekantoor [persoon] . De feitelijke bedrijfsactiviteit bestaat uit de exploitatie van een growshop (detailhandel in kwekerijbenodigdheden). [naam bedrijf] is een onderneming waar verdachte [medeverdachte 4] enig aandeelhouder en bestuurder van is, de onderneming heeft geen personeel in dienst. Bij [naam bedrijf] wordt geen voorraadadministratie niet bijgehouden. Het ontvangen van en betalen voor goederen van leveranciers, dan wel het uitgeven van en ontvangen van geld voor goederen aan bezoekers, maken deel uit van de rechtshandeling koop welke de rechtspersoon [naam bedrijf] door middel van overeenkomst bindt aan een derde partij. Op diverse dagen blijkt dat [medeverdachte 4] niet aanwezig in [naam bedrijf] , echter [medeverdachte 2] , [verdachte] of [medeverdachte 3] wel, zowel binnen als buiten de openingstijden van de onderneming. Op 8, 9, 11, 16, 18, 20, 27 en 29 mei 2015 ontvangen zij daarbij kennelijk bezoekers en leveringen.

21. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen beoordeling camerabeelden d.d. 11 mei 2015, opgenomen op p. 138 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

In het [naam onderzoek] werd er, op grond van artikel 3 van de Politiewet, op 6 mei 2015 een drietal camera's geplaatst op [adres 2] te Groningen. De opgenomen camerabeelden van de periode 6 mei 2015 t/m 20 mei 2015 zijn door mij bekeken. Uit de beelden is gebleken dat:

- in deze periode is [medeverdachte 3] tenminste 11 keer bij [naam bedrijf] is geweest;

- in deze periode is [medeverdachte 2] tenminste 25 keer bij [naam bedrijf] geweest. Tevens is gebleken dat [medeverdachte 2] van de genoemde 25 keer, tenminste 6 keer in de avonduren en nachtelijke uren in het pand aanwezig was;

- in deze periode is een blauwe Mercedes Vito, [kenteken] , die door alle verdachten wordt gebruikt, 22 keer bij [naam bedrijf] gezien;

- in deze periode is [medeverdachte 4] tenminste 7 keer bij [naam bedrijf] geweest;

- in deze periode is [verdachte] 4 keer door een dame bij [naam bedrijf] gebracht en opgehaald;.

Alle vier verdachten hebben een sleutel in bezit van het bedrijfspand van [naam bedrijf] , zij maken hier alle vier ook gebruik van. Alle verdachten vervullen een functie binnen het bedrijf [naam bedrijf] . Er worden door hen klanten en leveranciers ontvangen en te woord gestaan. Daarnaast worden goederen in ontvangst genomen en klanten worden geholpen bij het inladen van goederen. Tevens is gebleken dat zowel [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] ook wel 's avonds in het pand aanwezig zijn en soms mensen ontvangen.

22. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 1179 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 4] , zakelijk weergegeven:

V: Hoe verdien jij je geld?
A: Met mijn zaak, [naam bedrijf] . We leveren tuinaarde, Grow spullen. Ik heb geen personeel.

23. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 1184 e.v. (van ordner zaaksdossiers 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 4] , zakelijk weergegeven:

V: Wie hebben er allemaal een sleutel van [adres 2] ?
A: Ik en soms mijn broer [medeverdachte 2] .
V: We weten dat [medeverdachte 3] en [verdachte] ook wel eens binnen komen met de sleutel bij jouw zaak.
A: Het kan zijn dat ik wel eens wat goederen ben gaan halen en dat [verdachte] dan alvast naar binnen gaat.

24. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 14 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 11-5-2015 heeft de OvJ van de ING Bank gegevens gevorderd. Uit de verkregen afschriften van de bankrekening t.n.v. [naam bedrijf] is onder andere gebleken dat tot 30-4-2015 betreffen de inkomsten op de rekening voornamelijk 16 contante stortingen, in totaal ter waarde van € 100.015. Uit de bankafschriften blijken geen girale overschrijvingen en/of pinbetalingen door klanten.

overweging ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

De rechtbank stelt vast dat de wetgever met de strafbaarstelling van dit artikel heeft beoogd niet de bestrijding van alle teelt, maar nadrukkelijk de bestrijding van professionele/ bedrijfsmatige teelt (lid 3) of grootschalige teelt (lid 5) mogelijk te maken. Daarbij dient de wetenschap dat de voorwerpen bestemd zijn voor de grootschalige/bedrijfsmatige teelt te worden bewezen, eventueel in de vorm van voorwaardelijk opzet.

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat er wel degelijk sprake was van leveringen van goederen voor grootschalige hennepteelt nu de goederen uit [adres 2] te Groningen kennelijk ook zijn gebruikt voor de eigen hennepkwekerij. Onder ‘grootschalig’ wordt ‘500 gram’ of ‘200 planten’ of meer verstaan volgens artikel 1, lid s, van het Opiumwetbesluit. De aan verdachte en zijn medeverdachte ten laste gelegde en aangetroffen kwekerij in Winsum bestond uit 1014 planten en derhalve ruimschoots meer dan 200 planten. Verder kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de in [adres 2] te Groningen aangetroffen goederen geschikt zijn voor professionele hennepteelt. Dat de aangetroffen voorraad volgens de raadsman betrekkelijk klein is, doet hieraan niet af. Tot slot blijkt dat er in de onderzochte periode 16 contante stortingen -kennelijk door klanten van [naam bedrijf] - hebben plaatsgevonden voor een bedrag van in totaal 100.015 Euro. Het gemiddeld per klant bestede bedrag wijst naar het oordeel van de rechtbank niet op kleinschalige teelt.

De rechtbank stelt allereerst vast dat de in de bewezenverklaring genoemde goederen geschikt zijn voor de grootschalige en/of beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt en dat verdachte en zijn medeverdachten ook wisten van die bestemming. Uit het wettige en overtuigende bewijs blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten een hennepkwekerij exploiteerden in Winsum. In die kwekerij zijn vergelijkbare goederen aangetroffen. Daaruit blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten wisten wat nodig was voor het inrichten van een op winst gerichte kwekerij. Daar komt nog bij dat verdachte en zijn medeverdachten al voor de wijziging van de wetgeving (per 1 maart 2015) de growshop exploiteerden en derhalve goed wisten wat nodig was voor de grootschalige hennepteelt. In de growshop en op de website van de growshop zijn voorts kweekschema's en een catalogus voor hennepzaden aangetroffen. De betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten blijkt uit de camerabeelden. Zo blijkt dat zij allemaal toegang hadden tot het bedrijfspand (zij hadden allen een sleutel) en maakten daar ook gebruik van. Verdachte en zijn medeverdachten kwamen vaak en vervulden ook werkzaamheden: ze ontvingen klanten en leveranciers en daarbij werden goederen in ontvangst genomen en werd hulp geboden bij in het inladen van de goederen. Verdachte en zijn medeverdachten gingen in wisselende samenstellingen meer dan eens van [naam bedrijf] naar [adres 1] en Winsum heen en weer terug.

De rechtbank is van oordeel dat op grond hiervan verdachte en zijn medeverdachten wisten dat de in de growshop aangetroffen voorwerpen bestemd waren voor de grootschalige en bedrijfsmatige teelt van hennep. Er kan dus een bewezenverklaring volgen voor het onder 3 ten laste gelegde.

ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde dat de bewijsmiddelen als hiervoor opgenomen voor het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde hier als herhaald en ingelast dienen te worden.

25. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal, opgenomen op pagina 14 e.v. (van ordner 1 van zaaksdossier 1 t/m 5) van voornoemd dossier d.d. 20 januari 2016, inhoudende de verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

De eigenaar van [naam bedrijf] , [medeverdachte 4] , blijkt betrokken bij de hennepkwekerij in Winsum. Op camerabeelden is te zien dat hij veelvuldig de kwekerij in Winsum binnen ging.

De camerabeelden, die gemaakt zijn te Winsum en bij [naam bedrijf] , bevestigen, dat er een duidelijk verband bestaat tussen de hennepkwekerij en de growshop. Met uitzondering van de verdachte [medeverdachte 5] worden alle verdachten, regelmatig en soms dagelijks bij [naam bedrijf] gesignaleerd en er wordt gezien, dat zij wel op de winkel passen. Uit politieonderzoeken is dikwijls gebleken, dat deze growshops gebruikt worden als een soort 'clubhuis' om zaken te bespreken aangaande de in- en verkoop van hennep en de opbouw van hennepkwekerijen. In de hennepkwekerijen te Winsum en Ten Boer werden hennep gerelateerde goederen aangetroffen, die afkomstig waren van [naam bedrijf] . Het betreft hier goederen voor de inrichting van de kwekerij, die voornamelijk alleen in growshops verkrijgbaar zijn. Kennelijk werden goederen van [naam bedrijf] , welke ter voorbereiding zijn of vergemakkelijking van illegale hennepteelt, verhandeld. Uit camerabeelden blijkt dat klanten van [naam bedrijf] vaak hennep gerelateerd zijn. Uit het onderzoek blijkt dat er zeker vier personen, gedurende een langere tijd, gestructureerd samenwerken en dat er gesproken kan worden van een organisatie met het oogmerk tot het plegen van een misdrijf, genoemd in artikel 3, onder A, B, C of D van de Opiumwet en/of voorbereidingshandelingen ten behoeve van de illegale teelt van hennep, genoemd in artikel 11a van de Opiumwet.

De huurcontracten van de locaties stonden op naam van zogenaamde katvangers. De huur van de panden werd contant betaald, of vond plaats door middel van Money Transfer, waardoor de herkomst van de huur niet of nauwelijks kon worden achterhaald.

De voertuigen die de verdachten gebruikten en waarmee ze ook bij de hennepkwekerij kwamen stonden vanaf april 2015 niet op hun eigen naam. Zij gebruikten hier ook zogenaamde katvangers voor.

De opsporing werd bemoeilijkt, doordat drie van de vier verdachten, op een locatie verbleven, waar zij niet stonden ingeschreven. Dat de vier verdachten, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [verdachte] nauw samenwerken, kan zijn oorsprong hebben in het feit, dat allen bewoners zijn van het [woonwagenkamp] in Groningen. De verdachten wonen op een gedeelte van het `kamp', waarbij zij gemakkelijk nauwe contacten kunnen onderhouden. Hierbij hoeft slechts even de weg worden overgestoken, om elkaar te ontmoeten. Van woonwagenkampen is bekend, dat het over het algemeen gaat om hechte gemeenschappen. Hierbij is het `not done' om uit de school te klappen.

ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

26. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal financieel onderzoek (AH-02-001) d.d. 14 januari 2016, opgenomen op pagina 73 (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 1) e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

[verdachte] heeft geen geregistreerd inkomen. Op diens bankrekening bij Regiobank worden toeslagen gestort van de belastingdienst en daarnaast wordt de bankrekening vooral gevoed door contante stortingen. Gezien deze contante stortingen beschikt [verdachte] kennelijk over een onbekende bron van inkomsten.

27. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juni 2015, opgenomen op pagina 386 e.v. (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 1) van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Voor de woning van [straat] te Groningen werd op een parkeerplaats een grijs gekleurde Volkswagen Golf, [kenteken] aangetroffen. In de woonkamer werden de sleutels van deze auto aangetroffen. In de auto zijn diverse documenten aangetroffen die in beslag zijn genomen. Tussen deze documenten werden ook bescheiden aangetroffen die er op duiden dat de verdachte maandag 15 juni 2015 voor een vakantie van twee weken zou afreizen naar Amerika. Uit deze documenten bleek ook dat de kosten voor deze vakantie, die enige duizenden euro's zou kosten, contant betaald waren.

In een kledingkast werd een pakketje bankbiljetten aangetroffen. Na telling bleek het om Amerikaanse dollars te gaan voor een bedrag van $ 5.007,-.

In de hal zag ik een LG breedbeeld TV scherm staan. Ik heb niet gezien welk type het was maar ik zag wel dat het een behoorlijke afmeting had. Ik schat een afmeting van minimaal 1 meter breed.

Tot slot viel het mij verbalisant op dat de woning van veel luxe was voorzien.

28. Een schriftelijk stuk, opgenomen op pagina 1256 van voornoemd dossier, te weten een kwitantie van D-reizen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 21 april 2015 is € 2.893,90 van u contant ontvangen.

29. Een schriftelijk stuk, opgenomen op pagina 1257 van voornoemd dossier, te weten een kwitantie van D-reizen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 19 maart 2015 is van [verdachte] € 1.250,- contant ontvangen.

30. Een schriftelijk stuk, opgenomen op pagina 1259 van voornoemd dossier, te weten een nota van Telepoint, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Voor een LG 3D Smart tv is op 2 december 2014 contant een bedrag betaald van € 2.766,-.

31. Een schriftelijk stuk, opgenomen op pagina 1260 van voornoemd dossier, te weten een nota van Orion, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Een aankoopbevestiging d.d. 16 januari 2015 voor een boxspring van € 2.900,-.

32. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 juni 2015, opgenomen op pagina 1245 (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: Waar verblijf je feitelijk, want je bent vanochtend aangehouden op [straat] te Groningen ?

A: Dat klopt, daar woont mijn zoon [naam] met mijn ex.

V: Wat zijn jouw inkomsten?

A: Dat kan de ene keer 100 of 120 euro per week zijn, maar de andere keer 80 euro.

V: Heb jij voertuigen in je bezit?

A: Ja, dat is een VW Golf. Deze auto staat op mijn naam.

V: Wat betaalde je voor deze VW Golf?

A: Ik geloof 6500 euro.

V: Hoe heb je dat betaald?

A: Ik had hiervoor een ander autootje die ik kon ruilen. Ik moest nog wel bijbetalen. Ik geloof dat ik ongeveer 1500 of 1750 euro bijbetaald heb.

V: Hoe kwam je aan het geld voor die auto?

A: Dat had ik gespaard.

33. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juni 2015, opgenomen op pagina 1249 (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: Je verklaarde dat je amper rond kon komen van je maandelijkse inkomen. Hoe kan het dan dat je ex, [medeverdachte 1] , verklaart dat jullie 14 dagen naar Amerika op vakantie zouden gaan met twee bekenden?

A: Dat is al lang geleden besproken, ik denk begin dit jaar. [medeverdachte 1] en ik hebben dit samen contant betaald.

V: We hebben tevens reisbescheiden van deze reis in je auto gevonden, Kan dit kloppen?

A: Ja, dat kan kloppen, daar lieg ik ook niet om.

V: Hoe kwam je aan het geld voor die reis?

A: Dat het ik gespaard een beetje dit, een beetje dat.

V: Wat kost die reis?

A: Dat weet ik niet.

V: En hoe kan het dat er ruim 5000 Amerikaanse Dollars bij haar in een kledingkast, op een slaapkamer, in de woning liggen? Dit is namelijk tijdens een doorzoeking aangetroffen in de woning bij [medeverdachte 1] . Deze zoeking werd uitgevoerd omdat wij het vermoeden hebben dat jij gewoon bij [medeverdachte 1] verblijft, wat kun je hierover verklaren?

A: Niks, wat moet ik daar over verklaren?

V: Is dat jouw geld?

A: Ja, dat is mijn geld.

34. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juni 2015, opgenomen op pagina 1253 (van ordner zaaksdossier 1 t/m 5, deel 3) van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [verdachte] , zakelijk weergegeven:

V: Wij hebben een aantal facturen aangetroffen in de auto en in de woning aan [straat] te Groningen. Graag een reactie van jouw kant. De factuur van D-Reizen. Is dit de bewuste factuur van de reis naar Amerika?

A: Ja, dat klopt.

O: Een factuur van Telepoint (tv). Is deze tv door jouw aangeschaft en deze tv ook jouw eigendom?

A: Ja, deze tv heb ik gekocht.

O: Een aankoopbevestiging van Orion (aankoop Boxspring, wat kun je hierover verklaren? Hoe heb je die betaald?

A: Die boxspring heb ik gekocht. Die heb ik contant betaald, in delen. Deze boxspring staat op [straat] .

overweging ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat er sprake moet zijn geweest van witwassen nu verdachte (ook volgens zijn eigen verklaring) weinig tot geen inkomen heeft en een uitgavenpatroon heeft dat daar niet bij past. Uit de bewijsmiddelen blijkt het bezit van de goederen en de contante betaling daarvan. Verdachte dient bij een stevig vermoeden van witwassen van crimineel geld met een controleerbaar en verifieerbaar verhaal te komen en heeft ervoor gekozen om geen verklaring af te leggen.

ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 6 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

35. De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 3 juli 2017;

36. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 augustus 2015, opgenomen op pagina 921 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2, 3, 4 5 en 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te Winsum (provincie Groningen) tezamen en in vereniging met anderen in een pand en in opleggers, gelegen en staande aan [adres 1] , aldaar, in de uitoefening van een bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, een grote hoeveelheid van in totaal 1014 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II van die wet;

2.

hij op 9 juni 2015 te Winsum (provincie Groningen) tezamen en in vereniging met anderen in een pand aan [adres 1] , aldaar, opzettelijk aanwezig heeft gehad 13703 gram natte hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II van die wet;

3.

hij in de periode van 1 maart 2015 tot en met 9 juni 2015 te Groningen tezamen en in vereniging met anderen in een pand aan [adres 2] stoffen en voorwerpen heeft

te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, en voorhanden gehad, te weten

- 96 armaturen

- 3 snelheidsregelaars

- 5 koolstoffilters

- 2 luchtafzuigers

- 7 slakkenhuizen

- 34 ventilatoren

- 12 temperatuurventilatieregelaars

- 12 water-, beluchting- en dompelpompen

- 607 groeimiddelen

- 24 hygro-ph/ec- en thermometers

- 49 knipbenodigdheden

- 12 groeitenten

- 4 droogrekken

en gegevens voorhanden heeft gehad, te weten kweekschema's betreffende informatie met betrekking tot hennepzaken en materialen voor de beroeps- en/of bedrijfsmatige hennepkweek, waarvan hij en zijn medeverdachten wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

4.

hij in de periode van 12 november 2014 tot en met 9 juni 2015 te Winsum (provincie Groningen) en Groningen heeft deelgenomen aan een organisatie, welke werd gevormd door verdachte en medeverdachten, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het overtreden van

- art. 11 lid 3 en 5 Opiumwet, te weten het in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk telen en bereiden en bewerken en vervoeren en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep en hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II van die wet

en

- art. 11a Opiumwet, te weten het te koop aanbieden, verkopen, afleveren, vervoeren en voorhanden hebben van stoffen of voorwerpen, het voorhanden hebben van vervoermiddelen, ruimten, gelden en gegevens, waarvan verdachte en zijn medeverdachten

ernstige reden hebben om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten;

5.

hij in de periode van 2 december 2014 tot en met 9 juni 2015 te Groningen voorwerpen, te weten een personenauto (Volkswagen Golf, [kenteken] ) en een geldbedrag van 5.007,- Amerikaanse dollar en hoeveelheden contant geld ten behoeve van de aanschaf en/of de betaling van:

- een vakantiereis naar Amerika voor vier personen

- een televisie (merk: LG)

- een boxspring

heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

6.

hij op 9 juni 2015 te Groningen een wapen van categorie III en munitie van categorie III, te weten:

- een semi-automatisch pistool, merk Star, model CU Starlet, kaliber 6.35 mm,

[serienummer] en

- 30 centraalvuur kogelpatronen, merk Fiocchi, kaliber 6.35 mm

voorhanden heeft gehad.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. medeplegen van het in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

2. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

3. medeplegen van te koop aanbieden, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen en het voorhanden hebben van gegevens waarvan hij weet dat zij bestemd zijn voor het plegen van een in artikel 11, lid 3 en 5, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten, meermalen gepleegd

4. deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in de artikelen 11, lid 3 en 5, en 11a van de Opiumwet

5. witwassen, meermalen gepleegd

6. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft bij het formuleren van de eis rekening gehouden met het tijdsverloop, de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en de oriëntatie-punten voor straftoemeting van het LOVS.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat - indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van alle feiten komt - de door de officier van justitie gevorderde straf niet passend is bij de geringe rol die verdachte in het geheel heeft gehad. De raadsman heeft gepleit voor een werkstraf en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van professionele hennepteelt, het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid natte hennep en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de grootschalige en/of beroeps- dan wel bedrijfsmatige hennepteelt. Verdachte heeft in dit verband deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich gedurende een aanzienlijke periode bezig heeft gehouden met hennepteelt en het exploiteren van een growshop. Binnen deze criminele organisatie vervulde verdachte een ondersteunende rol.

De rechtbank rekent verdachte dit geheel van Opiumwetfeiten zwaar aan. De uit hennepplanten verkregen stof is bij regelmatig gebruik schadelijk voor de gebruikers. Bovendien veroorzaken hennepkwekerijen overlast en gevaar voor de omgeving. Verdachte heeft zich aan dit alles echter niets gelegen laten liggen en heeft kennelijk alleen uit financieel gewin gehandeld. Hennepteelt is nog altijd maatschappelijk onaanvaardbaar, omdat deze direct en indirect de oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. Dit is te meer het geval indien de hennepteelt buiten de reguliere en legale economie om wordt uitgeoefend.

Naast de Opiumwetfeiten is verdachte ook nog schuldig aan het witwassen van een aanzienlijke hoeveelheid geld en goederen en het voorhanden hebben van een illegaal wapen en munitie. Ook deze feiten rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Het bezit van een wapen en munitie is in het algemeen al zwaar aan te rekenen, maar de rechtbank rekent het verdachte nog extra aan, omdat zij dit niet los ziet van de hiervoor genoemde criminaliteit waarmee hennepteelt vergezeld gaat. Zo blijkt uit de verklaring van de verhuurder van [adres 1] te Winsum dat verdachte of een van zijn medeverdachten daadwerkelijk een wapen toonde en daarmee angst veroorzaakte.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op de rapporten van de Reclassering Nederland betreffende verdachte d.d. 1 oktober 2015 en 20 maart 2017 waaruit blijkt dat de reclassering geen recidiverisico heeft kunnen bepalen gelet op de ontkennende houding van verdachte. De reclassering heeft een (gedeeltelijk) voorwaardelijke werkstraf en gevangenisstraf geadviseerd.

Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval, vanwege de beperktere rol van verdachte in het geheel, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden in beginsel passend en geboden is. De rechtbank houdt echter rekening met het forse tijdsverloop tussen de aanhouding van verdachte en dit vonnis. Dit tijdsverloop dient in dit geval - nu een aanzienlijk deel daarvan voor rekening komt van het openbaar ministerie - een matigende invloed op de strafmaat te hebben. De rechtbank zal de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf derhalve met 3 maanden bekorten.

Inbeslaggenomen goederen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting een beslaglijst overlegd. Er ligt conservatoir beslag op de goederen. De officier van justitie heeft aangevoerd dat dit er niet aan in de weg staat dat de voorwerpen verbeurd worden verklaard. Zij heeft daarom de verbeurdverklaring gevorderd van:

- een personenauto, merk VW Golf, [kenteken] ;

- geld ter waarde van $ 5.007,00.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen inhoudelijk bezwaar aangevoerd tegen de verbeurdverklaring van de goederen, maar heeft daarbij wel als voorwaarde gesteld dat de waarde van deze goederen dan later in mindering dienen te worden gebracht op de nog aan te brengen ontnemings-vordering.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht een deel van de inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring nu deze toebehoren aan verdachte en door middel van de baten van de strafbare feiten zijn verkregen alsmede de bewezenverklaarde strafbare feiten mee zijn begaan. De rechtbank zal de verbeurdverklaring gelasten van deze goederen nu deze ondubbelzinnig uit de bewezenverklaring volgen.

De rechtbank merkt daarnaast, wellicht ten overvloede, op dat de waarde van deze goederen in mindering zullen moeten worden gebracht op een mogelijk nog te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen:

- 33, 33 a, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht;

- 3 onder B, 3 onder C, 11, 11a, 11b van de Opiumwet;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen goederen, te weten:

- een personenauto, merk VW Golf, [kenteken] ;

- geld ter waarde van $ 5.007,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.V. Nolta, voorzitter, mr. E.W. van Weringh en mr. L.W. Janssen, rechters, bijgestaan door M. Smit-Colnot, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 juli 2017.

Mr. E.W. van Weringh is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.