Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:2448

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
23-06-2017
Datum publicatie
05-07-2017
Zaaknummer
18/730442-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft op 23 juni 2017 een verdachte veroordeeld voor een winkeldiefstal gevolgd van geweld en bedreiging met geweld. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting. De rechtbank rekent het verdachte met name aan dat hij erg agressief heeft gereageerd op de medewerkers van de Jumbo die hem wilden aanhouden voor een door hem gepleegde winkeldiefstal.

Aan verdachte werden een gevangenisstraf van 235 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren opgelegd met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandelverplichting bij Verslavingszorg Noord Nederland en voortzetting van het zorgtraject bij Factor 5.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 326
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730442-16

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/720062-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 23 juni 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats],

wonende te [straatnaam], [woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Leeuwarden te Leeuwarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 januari, 15 maart en 9 juni 2017.

Verdachte is verschenen ter terechtzitting van 9 juni 2017, bijgestaan door mr. C. Eenhoorn, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. Jepkema.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 18/730442-16

hij op of omstreeks 17 oktober 2016 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, op of aan de openbare weg, het [straatnaam], aldaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen in/uit een winkelbedrijf, gelegen aan of bij het [straatnaam], aldaar, een fles (alcoholhoudende) drank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [naam bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], als zijnde medewerker van voornoemd winkelbedrijf en/of een of meer andere medewerker(s) van dat winkelbedrijf, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte,

die [slachtoffer 1] en/of een of meer andere medewerker(s) van dat winkelbedrijf opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd -zakelijk weergegeven- dat als zij aan hem zouden komen hij hen iets aan zou doen en/of "over 10 jaar kom ik wel terug en dan steek ik je", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of (vervolgens) toen die [slachtoffer 1] en/of een andere medewerker(s) van dat winkelbedrijf verdachte bij zijn armen had(den) vastgepakt, een arm heeft losgerukt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] (met kracht) in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] meermalen tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens) (opnieuw) die [slachtoffer 1] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd -zakelijk weergegeven- dat hij zijn moeder zal doodmaken en/of de vingers van die [slachtoffer 1] zal afknippen, althans (wederom) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] meermalen, in het gezicht heeft gespuugd;

parketnummer 18/720062-17

hij op of omstreeks 10 februari 2017 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een medewerk(st)er(s) van) winkelbedrijf [naam bedrijf 2], te bewegen tot de afgifte

van geld (te weten (ongeveer) 19.95 euro),in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk, -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich tegenover (een) medewerk(st)er(s) van voornoemd winkelbedrijf heeft voorgedaan als een bonafide klant die een goed (te weten: een doos met speaker) van zijn broer had gekregen en dat goed wilde ruilen tegen de aankoopwaarde, zulks terwijl verdachte (juist daarvoor) die doos met speaker uit de winkelvoorraad van dat winkelbedrijf had weggenomen en deze niet ter betaling had aangeboden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van de stukken en de bekennende verklaring van verdachte geconcludeerd dat het in de zaak met parketnummer 18/730442-16 en het in de zaak met parketnummer 18/720062-17 ten laste gelegde kan worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben over de bewijsbaarheid van de ten laste gelegde feiten.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat op grond van de stukken en de bekennende verklaring van verdachte het in de zaak met parketnummer 18/730442-16 en het in de zaak met parketnummer 18/720062-17 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onderdeel van de ten laste gelegde diefstal met (bedreiging) met geweld, dat ziet op de bedreiging met de woorden 'dat hij zijn moeder zal doodmaken' het volgende. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat het hem sterk lijkt dat hij deze woorden gebruikt heeft. Nu verdachte heeft erkend dat hij de overige in de tenlastelegging opgenomen bedreigingen wel heeft geuit, terwijl hij de hiervoor genoemde bedreiging niet ondubbelzinnig betwist, heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de aangifte van [slachtoffer 1] op dat punt. Ook dit onderdeel van de tenlastelegging kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder het in de zaak met parketnummer 18/730442-16 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde, behoudens één onderdeel van de verbale bedreiging, waaraan hiervoor een overweging is gewijd, duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 09 juni 2017;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 17 oktober 2016, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2016297209 d.d. 19 oktober 2016, inhoudende de aangifte van [slachtoffer 1];

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 17 oktober 2016, opgenomen op pagina 22 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2016297209 d.d. 19 oktober 2016, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2].

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder het in de zaak met parketnummer 18/720062-17 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 09 juni 2017;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 10 februari 2017, opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017036907 d.d. 10 februari 2017, inhoudende de aangifte van [slachtoffer 3].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 18/730442-16 en het in de zaak met parketnummer 18/720062-17 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

parketnummer 18/730442-16

hij op 17 oktober 2016 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een winkelbedrijf, gelegen aan het [straatnaam], een fles alcoholhoudende drank, toebehorende aan het winkelbedrijf [naam bedrijf 1],

welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], medewerker van voornoemd winkelbedrijf en een andere medewerker van dat winkelbedrijf, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte,

die [slachtoffer 1] en een andere medewerker van dat winkelbedrijf opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd -zakelijk weergegeven- dat als zij aan hem zouden komen hij hen iets aan zou doen, en een andere medewerker opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd "over 10 jaar kom ik wel terug en dan steek ik je", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en vervolgens toen die [slachtoffer 1] en een andere medewerker van dat winkelbedrijf verdachte bij zijn armen hadden vastgepakt, een arm heeft losgerukt en vervolgens die [slachtoffer 1] meermalen tegen het lichaam heeft geslagen en gestompt en vervolgens die [slachtoffer 1] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd -zakelijk weergegeven- dat hij zijn moeder zal doodmaken en de vingers van die [slachtoffer 1] zal afknippen, althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en vervolgens die [slachtoffer 1] meermalen in het gezicht heeft gespuugd;

parketnummer 18/720062-17

hij op 10 februari 2017 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een medewerker van winkelbedrijf [naam bedrijf 2] te bewegen tot de afgifte van geld, te weten ongeveer 19.95 euro, met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich tegenover een medewerker van voornoemd winkelbedrijf heeft voorgedaan als een bonafide klant die een goed (te weten: een doos met speaker) van zijn broer had gekregen en dat goed wilde ruilen tegen de aankoopwaarde, zulks terwijl verdachte juist daarvoor die doos met speaker uit de winkelvoorraad van dat winkelbedrijf had weggenomen en deze niet ter betaling had aangeboden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

parketnummer 18/730442-16

Diefstal gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

parketnummer 18/720062-17

Poging tot oplichting.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 18/730442-16 en het in de zaak met parketnummer 18/720062-17 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de Verslavingszorg Noord Nederland, het meewerken aan een ambulante behandeling bij Verslavingszorg Noord Nederland en voortzetting van het huidige zorgtraject bij Factor 5.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte door zijn verleden soms in een positie komt die hij niet goed kan hanteren. Mogelijk is er geen sprake geweest van boos opzet doordat er meer met verdachte aan de hand is. Een nader onderzoek zou hierin duidelijkheid kunnen verschaffen. Een klinische opname met het oog op de behandeling van verslavingsproblematiek is niet aan de orde, nu verdachte niet verslaafd is. Wel zou een behandeling voor zijn andere problemen aangewezen kunnen zijn.

Het is, aldus de raadsman, van belang dat verdachte zo snel mogelijk in vrijheid wordt gesteld omdat hij anders zijn woning kwijtraakt. Voortzetting van het zorgtraject bij Factor 5 zou geïntensiveerd kunnen worden, zulks in de vorm van begeleid wonen.

De raadsman heeft bepleit een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal gevolgd van geweld en bedreiging met geweld. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting. De rechtbank rekent het verdachte met name aan dat hij erg agressief heeft gereageerd op de medewerkers van de [naam bedrijf 1] die hem wilden aanhouden voor een door hem gepleegde winkeldiefstal. De poging tot oplichting is gepleegd gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte in de andere zaak.

De rechtbank heeft tevens bij haar oordeel betrokken dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten.

De rechtbank heeft verder gelet op het reclasseringsrapport van de Verslavingszorg Noord Nederland d.d. 5 januari 2017. Hieruit blijkt dat er mogelijk sprake is geweest van negatieve beïnvloeding en dat verdachte in een impuls heeft gehandeld. Ook verdachtes financiële situatie heeft een rol gespeeld. Wanneer verdachte zijn afspraken niet nakomt, ervaart hij spanningen en chaos. Verdachte raakt dan het overzicht kwijt en lijkt niet in staat om dit zelfstandig te kunnen herpakken. Het verlangen naar alcohol/drugs wordt dan versterkt. De reclassering schat de kans op recidive als matig in nu verdachte op diverse leefgebieden begeleiding ontvangt.

De reclassering adviseert om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan verbonden de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een ambulante behandelverplichting bij Verslavingszorg Noord Nederland en voortzetting van het zorgtraject bij Factor 5. De reclassering acht een detentie niet gewenst, omdat dit leidt tot een instabiele leefsituatie wat recidive verhogend is. De reclassering acht het uitvoeren van verdiepingsdiagnostiek en een onderzoek naar het intelligentieniveau wel gewenst. Een eventuele daaruit voortvloeiende gedragsinterventie kan aansluitend binnen een reclasseringstoezicht uitgevoerd worden.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij open staat voor een ambulante behandeling en dat hij hoopt zijn leven zo snel mogelijk weer op orde te krijgen.

In beginsel rechtvaardigen de bewezenverklaarde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van verdachte, geeft echter aanleiding om een deel daarvan voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank kan zich grotendeels vinden in de strafvoorstellen van de officier van justitie en de reclassering en is van oordeel dat een ambulante behandeling en intensieve begeleiding van verdachte noodzakelijk is. De rechtbank zal daarom na te noemen bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijke strafdeel verbinden. De door de rechtbank op te leggen straf brengt mee dat op de dag van de uitspraak het onvoorwaardelijke deel van de straf gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 57, 312 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18/730442-16 en het in de zaak met parketnummer 18/720062-17 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 235 dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 90 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen volgend op de uitspraak meldt bij de reclassering van Verslavingszorg Noord Nederland, Oostergoweg 6 te Leeuwarden en zich blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

2. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd van drie jaren mee zal werken aan diagnostiek en behandeling bij Verslavingszorg Noord Nederland of soortgelijk forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

3. dat de veroordeelde zijn huidige zorgtraject bij Factor 5 te Groningen voort zal zetten, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Vlietstra, voorzitter, mr. C.H. Beuker en mr. C. Krijger, rechters, bijgestaan door D. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 juni 2017.