Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:2377

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
27-06-2017
Datum publicatie
30-06-2017
Zaaknummer
18/750082-16 MK
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf van zes weken voor het aanwezig hebben van grote hoeveelheden slaapmiddelen en andere (zware) medicijnen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Opiumwet 2
Opiumwet 3
Opiumwet 10
Opiumwet 11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/750082-16

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 27 juni 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [straatnaam].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 juni 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P. Bonthuis, advocaat te Joure. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks het jaar 2015 en/of het jaar 2016 (tot en met 15 augustus 2016), te Leeuwarden en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of

vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (telkens)

A.

(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van (een) stof(fen)/materia(a)l(en) bevattende (onder meer) Methylfenidaat en/of Oxycontin en/of Oxynorm en/of Dexamfetamine, zijnde die/dat voornoemde stof(fen)/materia(a)l(en) (telkens) (elk) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

B.

(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van (een) stof(fen)/materia(a)l(en) bevattende (onder meer) Temazepam en/of alprazolam en/of Xanax Retard Alprazolam en/of Bromazepam en/of Flunitrazepam en/of Flurazepam en/of Diazepam en/of Oxazepam en/of Zolpidemtartraat en/of Lorazepam en/of Xanax en/of Dormicum en/of Clonazepam en/of Manodiazo,

zijnde die/dat voornoemde stof(fen)/materia(a)l(en) (telkens) (elk) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte] in of omstreeks het jaar 2015 en/of het jaar 2016 (tot en met 15 augustus 2016), te Leeuwarden en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of

vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (telkens)

A.

(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van (een) stof(fen)/materia(a)l(en) bevattende (onder meer) Methylfenidaat en/of Oxycontin en/of Oxynorm en/of Dexamfetamine, zijnde die/dat voornoemde stof(fen)/materia(a)l(en) (telkens) (elk) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

B.

(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van (een) stof(fen)/materia(a)l(en) bevattende (onder meer) Temazepam en/of alprazolam en/of Xanax Retard Alprazolam en/of Bromazepam en/of Flunitrazepam en/of Flurazepam en/of Diazepam en/of Oxazepam en/of Zolpidemtartraat en/of Lorazepam en/of Xanax en/of Dormicum en/of Clonazepam en/of Manodiazo,

zijnde die/dat voornoemde stof(fen)/materia(a)l(en) (telkens) (elk) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks het jaar 2015 en/of het jaar 2016 (tot en met 15 augustus 2016), te Leeuwarden en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door in voornoemde periode opzettelijk

- die [medeverdachte] in de gelegenheid te stellen in het door verdachte en [medeverdachte] bewoonde pand/appartement werkzaamheden te verrichten ten behoeve van de plegen van dat/die voornoemde misdrijf/misdrijven en/of dat pand/appartement daartoe ter beschikking te stellen en/of

- die/dat voornoemde stof(fen)/materia(a)l(en) ten behoeve van de plegen van dat/die voornoemde misdrijf/misdrijven in voorraad/aanwezig te hebben en/of

- verdachtes bankrekening (aan die [medeverdachte]) ter beschikking te stellen om daar geld op te laten overmaken (te weten het (wederrechtelijk) voordeel/de opbrengst van het plegen van dat/die voornoemde misdrijf/misdrijven en/of

- via het mailadres ([emailadres]) te communiceren met afnemers van die voornoemde stof(fen)/materia(a)l(en) en daarover informatie te verstrekken ten aanzien van prijzen en/of voorraad en/of de aard van die voornoemde stof(fen)/materia(a)l(en) en/of

- verdachtes mailadres ([emailadres]) ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte], om zo die [medeverdachte] in gelegenheid te stellen met haar afnemers van die voornoemde stof(fen)/materia(a)l(en) te communiceren en/of

- via een telefoontoestel (ten behoeve van die [medeverdachte]) te communiceren met afnemers van voornoemde stof(fen)/materia(a)l(en) en/of

- verdachtes telefoontoestel ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte], om zo die [medeverdachte] in de gelegenheid te stellen via verdachtes telefoon per sms of anderszins te communiceren met afnemers van die voornoemde stof(fen)/materia(a)l(en);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks het jaar 2015 en/of het jaar 2016 (tot en met 15 augustus 2016) te Leeuwarden, en/of elders in Nederland, meermalen (telkens) al dan niet opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de (huur)woning(en) [straatnaam] en/of de in die woning(en) aanwezige voorzieningen, te weten gas en/of elektriciteit en/of water, en/of/althans (telkens) opzettelijk (in die woning) eet- en/of drinkwaren heeft genuttigd, terwijl hij, verdachte, wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat (de huur van) die woning en/of die voorzieningen en/of eet- en/of drinkwaren (telkens) geheel of gedeeltelijk werd(en) betaald met de opbrengst van de handel in, in elk geval het verkopen en/of afleveren en/of verstrekken van stoffen/materia(a)l(en)/(middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, door [medeverdachte], met wie verdachte op bovengenoemd adres samenwoonde, in elk geval door enig

misdrijf was verkregen en/of behouden, hebbende verdachte aldus meermalen, althans eenmaal, (telkens) al dan niet opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel getrokken.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het primair ten laste gelegde kan worden bewezen in de vorm van het opzettelijk aanwezig hebben van de ten laste gelegde middelen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde.

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde medeplegen heeft de raadsman aangevoerd dat geen sprake is van opzettelijk aanwezig hebben. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte betrokken is geweest bij de handel in medicijnen. Verdachte heeft weliswaar verklaard over een doos met medicijnen, maar hij doelde daarbij op de beginfase van de handel. Dit betekent dat het daarbij gaat om een andere doos dan de doos die is aangetroffen. Van de doos die verdachte heeft opgehaald bij de Jumbo is niet vastgesteld wat erin zat, zodat niet bekend is of het middelen betrof die op de lijsten I en II van de Opiumwet staan. Daarom kan niet worden bewezen dat verdachte opzettelijk stoffen aanwezig heeft gehad die op de lijsten I en II van de Opiumwet staan. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat sprake is van medeplegen van het handelen in medicijnen, noch van medeplegen van het aanwezig hebben van medicijnen. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte stilzwijgende afspraken heeft gemaakt met medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]). Verdachte wist niet meer dan dat hij een doos heeft opgehaald, dat die doos is bewaard en dat daarvoor drie maal € 250,00 is betaald. Tijdens de doorzoeking is een doos met medicijnen aangetroffen onder de zonnebank. Door de medische gesteldheid van verdachte kon hij daar niet eens bij komen. De thuiszorgmedewerkster/schoonmaakster van verdachte heeft ook niet verklaard over meerdere dozen maar slechts over één doos. Bovendien gebruikten verdachte en [medeverdachte] zelf ook medicijnen.

Het oordeel van de rechtbank

Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (het medeplegen van) het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van de ten laste gelegde middelen. Daarom zal de rechtbank verdachte daarvan vrijspreken.

De rechtbank acht het ten laste gelegde opzettelijk aanwezig hebben van stoffen/materialen bevattende (onder meer) Oxycontin, Oxynorm, Xanax Retard Alprazolam, Zolpidemtartraat, Xanax, Dormicum en Manodiazo evenmin wettig en overtuigend bewezen. Daartoe overweegt zij dat dit merknamen zijn, welke niet voorkomen op lijst I of lijst II van de Opiumwet. Daarom zal de rechtbank verdachte ook vrijspreken van het ten laste gelegde voor zover het deze medicijnen betreft.

De rechtbank stelt vast dat de overige in de tenlastelegging vermelde middelen wel voorkomen op lijst I of lijst II van de Opiumwet.

Ten aanzien van deze middelen stelt de rechtbank op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen1 die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende vast.

Bij de doorzoeking in perceel [nummer] aan [straatnaam] te Leeuwarden op 15 augustus 2016 zijn in een kamer, welke als fitnessruimte was ingericht, onder een zonnebank, een aantal dozen aangetroffen. Deze dozen lagen in het zicht en niet verdekt. In deze dozen zaten meerdere medicijndoosjes. Ook in de berging op het genoemde perceel zijn meerdere medicijndoosjes aangetroffen. De medicijndoosjes bevatten de stoffen Methylfenidaat, Temazepam, Alprazolam, Bromazepam, Flunitrazepam, Flurazepam, Diazepam, Oxazepam, Lorazepam en Clonazepam.2

Op internet zijn onder het e-mailadres [emailadres] advertenties aangetroffen voor de verkoop van de stoffen Methylfenidaat (Ritalin), Dexamfetamine, Temazepam, Alprazolam, Bromazepam, Flurazepam, Diazepam, Oxazepam en Lorazepam. Deze advertenties zijn geplaatst in de periode van 31 januari 2016 tot en met 23 juli 2016.3

[getuige 1] 4, [getuige 2]5, [getuige 3]6, [getuige 4]7 hebben verklaard dat zij in de jaren 2015 en 2016 één of meer van de stoffen Methylfenidaat (Ritalin), Dexamfetamine, Temazepam, Oxazepam, Lorazepam hebben gekocht via het e-mailadres [emailadres] en dat zij deze per post of persoonlijk van een persoon die zich [naam] noemde, hebben ontvangen.

In een e-mailwisseling, waarbij gebruik is gemaakt van de e-mailadressen [emailadres] en [emailadres], is in de periode van 9 februari 2016 tot en met 15 maart 2016 gecorrespondeerd over transacties van onder meer Temazepam, Flurazepam, Diazepam en Oxazepam. Ook wordt daarin gecorrespondeerd over transacties van "Dex".8 In het geldkistje van [naam] is Dexamfetamine, Temazepam, Bromazepam, Flurazepam en Oxazepam aangetroffen.9

[medeverdachte] heeft op 22 augustus 2016 verklaard dat zij in januari 2015 is begonnen met het in- en verkopen van medicijnen, waaronder Diazepam, Dexamfetamine, Ritalin en Oxazepam, via het e-mailadres [emailadres], dat zij medicijnen heeft verkocht aan meerdere personen, onder wie [naam], en dat zij enkele maanden eerder veel doosjes met medicijnen heeft ingekocht, welke door de politie in beslag zijn genomen.10 Op 23 augustus 2016 heeft [medeverdachte] verklaard dat zij een geregistreerd partnerschap heeft met verdachte, dat verdachte gebruik maakt van hun zonnebankkamer en dat verdachte weet dat zij handelt in medicijnen.11

Verdachte heeft op 15 augustus 2016 naar aanleiding van de vraag of hij een verklaring wilde afleggen over het strafbare feit, verklaard dat hij op "die dozen met medicijnen" moest passen.12 Tevens heeft hij op 15 augustus 2016 verklaard dat hij woont op het adres [straatnaam] te Leeuwarden samen met zijn vrouw.13 Op 25 augustus 2016 heeft verdachte verklaard dat een man hem medicijnen heeft gebracht en dat hij deze zou bewaren.14 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat dit de doos was die door de politie is aangetroffen, dat hij die doos heeft opgehaald bij de Jumbo en dat hij wist dat er medicijnen in zaten. Verder heeft hij ter terechtzitting verklaard dat hij wel eens heeft gezien dat zijn vrouw iets deed met medicijnen en dat hij ongetwijfeld wel eens zal hebben gehoord dat zij geld heeft verdiend met de handel in medicijnen.15

De rechtbank acht op basis van de hiervoor samengevat weergegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van januari 2015 tot en met 15 augustus 2016 tezamen en vereniging met [medeverdachte] meermalen de stoffen Methylfenidaat, Dexamfetamine, Temazepam, Alprazolam, Bromazepam, Flunitrazepam, Flurazepam, Diazepam, Oxazepam, Lorazepam en Clonazepam opzettelijk aanwezig heeft gehad. De rechtbank is van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte], gericht op het aanwezig hebben van de medicijnen. Daartoe overweegt zij dat uit de samengevat weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat in de gezamenlijke woning van verdachte en [medeverdachte] een grote hoeveelheid medicijnen is aangetroffen, dat verdachte een doos met medicijnen heeft opgehaald en verdachte deze zou bewaren, dat [medeverdachte] in deze periode heeft gehandeld in medicijnen en dat verdachte dit wist. Voorts leidt de rechtbank uit de omstandigheden dat op 15 augustus 2016 onder de zonnebank in de woning van verdachte en [medeverdachte] dozen met medicijnen zijn aangetroffen, dat verdachte gebruik maakte van deze kamer en dat verdachte diezelfde dag naar aanleiding van de vraag of hij een verklaring wilde afleggen over het strafbare feit, heeft verklaard dat hij op "die dozen met medicijnen" moest passen, af dat verdachte wist dat in de inbeslaggenomen dozen medicijnen zaten, hetgeen verdachte ter terechtzitting ook heeft erkend. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van de medicijnen in de woning, waarin hij samen met [medeverdachte] (zijn geregistreerde partner) woonde en dat hij (evenals [medeverdachte]) de beschikkingsmacht had over deze medicijnen.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de samengevat weergegeven bewijsmiddelen tevens dat verdachte ten minste voorwaardelijk opzet had op het aanwezig hebben van de voormelde middelen. Dat verdachte wellicht niet wist welke medicijnen [medeverdachte] precies verhandelde (en dus in de woning aanwezig zijn geweest) en welke medicijnen er precies in de dozen zaten doet hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan af. Verdachte wist dat zich in zijn woning medicijnen bevonden en hij heeft zich daar niet van gedistantieerd; hij heeft (een deel van) deze medicijnen zelfs opgehaald en bewust bewaard. Zodoende heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat deze medicijnen de voormelde middelen bevatten.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij in het jaar 2015 en het jaar 2016 (tot en met 15 augustus 2016) te Leeuwarden meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad

A.

hoeveelheden van stoffen/materialen bevattende Methylfenidaat en Dexamfetamine, zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en

B.

hoeveelheden van stoffen/materialen bevattende Temazepam, Alprazolam, Bromazepam, Flunitrazepam, Flurazepam, Diazepam, Oxazepam, Lorazepam en Clonazepam, zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

primair

ten aanzien van de Methylfenidaat en Dexamfetamine (A)

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,

en

ten aanzien van de Temazepam, Alprazolam, Bromazepam, Flunitrazepam, Flurazepam, Diazepam, Oxazepam, Lorazepam en Clonazepam (B)

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair gepleit voor vrijspraak. Subsidiair heeft hij aangevoerd dat bij een eventuele strafoplegging rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte weliswaar eerder is veroordeeld voor strafbare feiten maar dit lang geleden is en verdachte daarom moet worden aangemerkt als een first offender. Ook moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte 47 dagen in voorarrest heeft gezeten. Verder acht de raadsman van belang dat verdachte momenteel in een niet-aangepaste woning woont en hij die over zes weken alweer moet verlaten. De raadsman acht de eis van de officier van justitie niet passend omdat deze tot gevolg zou hebben dat verdachte nog twee en een halve maand naar de gevangenis zou moeten. Volgens de raadsman is dit niet wenselijk gezien de gezondheidstoestand van verdachte. Door zijn fysieke toestand is verdachte volgens de raadsman ook niet in staat een taakstraf te verrichten. Daarom heeft de raadsman gepleit voor het opleggen van een voorwaardelijke straf.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende een periode van anderhalf jaar samen met zijn geregistreerde partner een grote hoeveelheid slaapmiddelen en andere (zware) medicijnen aanwezig gehad in hun gezamenlijk woning. De partner van verdachte heeft in die periode medicijnen verhandeld via internet. Verdachte was daarvan op de hoogte maar heeft daar zelf geen rol bij gespeeld.

Deze medicijnen mogen alleen worden verstrekt door apotheken, nadat zij eerst door een arts zijn voorgeschreven. Deze procedure is bedoeld om ervoor te zorgen dat de medicijnen alleen worden gebruikt indien daar een medische reden voor is en dit gebruik ook op de juiste wijze gebeurt. Deze controle is onder meer nodig omdat sommige medicijnen niet voor iedereen geschikt zijn, sommige combinaties en doseringen van medicijnen gevaarlijk zijn voor de gezondheid en sommige medicijnen een verslavende werking hebben. Door de medicijnen te bewaren in de woning heeft verdachte eraan bijgedragen dat zijn partner deze medicijnen op illegale wijze kon verhandelen, waardoor deze controle werd omzeild en de gezondheid van de gebruikers van de medicijnen in gevaar werd gebracht. Dit is des te ernstiger omdat deze gebruikers vaak kwetsbare personen zijn.

Uit het proces-verbaal blijkt dat het onderzoek naar de medicijnenhandel van de partner van verdachte is opgestart nadat het vermoeden was ontstaan dat zij meerdere malen medicatie had verkocht aan een vrouw die vermoedelijk in een psychose is geraakt en zelfmoord heeft gepleegd. Uit het onderzoek is gebleken dat de partner van verdachte inderdaad medicijnen heeft verkocht aan deze vrouw. Uit het dossier blijkt echter niet dat er een verband bestaat tussen de verkoop van deze medicijnen en de dood van de vrouw.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte sinds 27 april 2004 niet meer is veroordeeld voor strafbare feiten. Uit het rapport van de reclassering blijkt dat verdachte hersenbeschadigingen en een groot aantal lichamelijke klachten heeft, dat hij veel medicatie gebruikt en dat hij veel verzorging nodig heeft. De reclassering heeft geconcludeerd dat reclasseringsinterventies niet geïndiceerd zijn, te meer omdat verdachte een negatieve houding heeft ten opzichte van toezicht en/of een behandeling en hij weigert mee te werken. De reclassering heeft geadviseerd verdachte geen werkstraf op te leggen vanwege zijn slechte lichamelijke toestand.

De rechtbank ziet in de geringe rol die verdachte in het geheel heeft gespeeld en zijn persoonlijke omstandigheden aanleiding om te volstaan met een gevangenisstraf van zes weken met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte zwaar is getroffen door de gevolgen van zijn strafbare handelen. De burgemeester heeft de huurwoning van verdachte en zijn partner gedurende een periode van zes maanden gesloten, waardoor zij deze woning hebben verloren, en het UWV heeft de uitkering van de partner van verdachte teruggevorderd tot een bedrag van € 19.207,57. Het voorgaande betekent dat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. Th.A. Wiersma en mr. A.W. Wassink, rechters, bijgestaan door L. Palstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 juni 2017.

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met OPS-dossiernummer 2016233734, gesloten op 12 oktober 2016.

2 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2016233734-15 d.d. 15 augustus 2016 (p. 90 t/m 93) en het proces-verbaal van bevindingen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg 16-113 met bijlagen d.d. 17 augustus 2016 (p. 95, 98 en 101).

3 Het proces-verbaal van bevindingen van de afdeling OSINT van eenheid Noord Nederland van de Nationale Politie d.d. 23 augustus 2016 (p. 157 t/m 159).

4 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 18 augustus 2016 (p. 300 t/m 303).

5 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 31 augustus 2016 (p. 318).

6 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 14 september 2016 (p. 321 en 322).

7 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 23 september 2016 (p. 324).

8 De uitdraaien van de e-mailwisseling tussen de e-mailadressen [emailadres] en [emailadres] (p. 269 t/m 276).

9 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2016233734-53 d.d. 13 september 2016 (p. 149).

10 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] d.d. 22 augustus 2016 (p. 332 en 333).

11 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] d.d. 23 augustus 2016 (p. 336 en 338).

12 Het proces-verbaal van bevindingen PL0100-2016233734-16 d.d. 15 augustus 2016 (p. 106).

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 15 augustus 2016 (p. 347).

14 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 25 augustus 2016 (p. 351).

15 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 13 juni 2017.