Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:2352

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-06-2017
Datum publicatie
12-07-2017
Zaaknummer
18/830116-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft vandaag een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verwerven van kinderpornografische afbeeldingen. Via een datingsite is verdachte in contact gekomen met een vrouw. Deze vrouw lag in scheiding en had drie jonge kinderen. Op verzoek van verdachte heeft de vrouw zeven foto's gemaakt van haar driejarige dochter en deze via WhatsApp naar verdachte verstuurd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 240b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830116-16

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 juni 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

15 juni 2017.

Verdachte is verschenen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. Jepkema.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode augustus 2015, te Heerenveen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een of meer afbeeldingen, te weten acht foto's, althans een aantal foto's, heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) een of meer seksuele gedragingen zichtbaar was/waren, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven- bestonden uit (onder meer): het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed was en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd paste en/of waarbij deze persoon (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen van haar kleding werd ontdaan en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de afbeelding(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht werden (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking had(den) en/of strekte(n) tot seksuele prikkeling.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het ten laste gelegde gevorderd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat op basis van de processtukken kan worden vastgesteld dat verdachte de bedoelde [verdachte] betreft met wie medeverdachte [medeverdachte] contact had. [medeverdachte] heeft via WhatsApp kinderpornografische afbeeldingen van haar eigen dochter naar [verdachte] verstuurd.

De verklaring van verdachte dat hij zijn telefoon is kwijtgeraakt in die periode is onverifieerbaar. Voorts heeft verdachte geen verklaring kunnen geven voor het gegeven dat op een laptop van hem Skypegesprekken tussen [medeverdachte] en ' [verdachte] ' zijn aangetroffen. De lezing van verdachte is daarom onaannemelijk.

Standpunt van de verdachte

Verdachte heeft betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij niet de bedoelde [verdachte] is en aldus geen kinderpornografische afbeeldingen van [medeverdachte] heeft ontvangen. Zijn telefoon is op een bepaald moment zoekgeraakt. Toen hij zijn telefoon op een zeker moment in de voortuin heeft aangetroffen, vertrouwde hij de situatie niet. Hij heeft hierna zijn simkaart laten blokkeren en een ander bankrekeningnummer aan de gemeente doorgegeven, dit voor het laten overmaken van zijn uitkering.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor het ten laste gelegde redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.

27 augustus 2015, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2015250432 d.d. 8 maart 2016, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Op woensdag 26 augustus 2015 meldde zich aan het politiebureau te Winsum,

[ex-partner medeverdachte] . [ex-partner medeverdachte] gaf aan in scheiding te liggen met zijn vrouw [medeverdachte] . [ex-partner medeverdachte] vertelde tevens dat hij en zijn vrouw drie kinderen hebben, te weten [kind] van 8 jaar, [kind] van 6 jaar en [slachtoffer] van 3 jaar. [ex-partner medeverdachte] vertelde er achter te zijn gekomen dat zijn vrouw [medeverdachte] WhatsApp contact heeft met een man die zichzelf [verdachte] noemt. [ex-partner medeverdachte] vertelde tevens een gedeelte van de WhatsApp gesprekken tussen zijn vrouw en deze [verdachte] gelezen te hebben. [ex-partner medeverdachte] vertelde dat de inhoud van deze gesprekken hem erg verontrustte, aangezien deze [verdachte] in de gesprekken aangeeft dat hij seksuele handelingen wil verrichten met de dochter van

[ex-partner medeverdachte] en [medeverdachte] . [ex-partner medeverdachte] gaf aan de volgende informatie met betrekking tot deze [verdachte]

te hebben: telefoonnummer [mobielnummer] .

Op donderdag 27 augustus 2015 omstreeks 10:00 uur hebben wij, verbalisanten, een

gesprek gehad met betrokkenen [ex-partner medeverdachte] en [medeverdachte] .

[medeverdachte] gaf aan [verdachte] te hebben leren kennen via datingsite Badoo. [medeverdachte] gaf aan

dat er meerdere gesprekken hadden plaatsgevonden tussen haar en [verdachte] , zowel via

WhatsApp als via de telefoon en Skype. Slechts in 1 van deze gesprekken, het

betreffende WhatsApp gesprek, zou gesproken zijn over seks met de kinderen. [medeverdachte] gaf aan, gisteravond, en een groot gedeelte van de nacht, gesproken te hebben met [verdachte] en dat ze hem verteld had dat ze naar aanleiding hiervan bij de politie werd verwacht.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 januari 2016, opgenomen op pagina 35 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Naar aanleiding van een melding van woensdag 26 augustus 2015, waarbij de verdenking ontstond dat er mogelijk sprake zou zijn van ontucht met minderjarigen, is bij betrokkene: [medeverdachte] op donderdag 27 augustus 2015 haar telefoon en laptop in beslag genomen.

Op donderdag 3 september 2015 heb ik, verbalisant [naam] , een gedeelte van de data

bekeken. In de map met de naam WhatsApp, onder attachment 293, zag ik meerdere

afbeeldingen van een minderjarig meisje dat met ontkleed onderlichaam poseert voor

de camera.

Op donderdag 3 september 2015 omstreeks 17:45 uur, heb ik, verbalisant [naam] ,

telefonisch gesproken met betrokkene [medeverdachte] . In dit gesprek heb ik [medeverdachte] verteld

dat er na een korte scan van de data van haar telefoon beeldmateriaal is aangetroffen

van jonge kinderen in seksuele poses. Ik, verbalisant [naam] , heb [medeverdachte] vervolgens

gevraagd of zij ermee bekend was dat zich zulk beeldmateriaal op haar telefoon

bevond. Ik, verbalisant [naam] , hoorde [medeverdachte] hierop antwoorden met 'ja'. Ik,

verbalisant [naam] , heb [medeverdachte] vervolgens gevraagd of het afbeeldingen van haar

jongste dochter [slachtoffer] betroffen. Ik, verbalisant [naam] , hoorde [medeverdachte] antwoorden

met 'ja'.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.

7 september 2015, opgenomen op pagina 43 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van de verbalisant:

Op vrijdag 4 september 2015 ontving ik, verbalisant, melding van collega Dekker van de Zedenrecherche Groningen met de navolgende inhoud:

- De Zedenrecherche Groningen heeft op 27 augustus 2015 onder andere een gsm in

beslag genomen van: [medeverdachte]

Ik, verbalisant, heb met een collega van de Afdeling digitale opsporing van de nationale politie de veiliggestelde data van de in beslag genomen gsm onderzocht. Tijdens dit onderzoek zag ik, verbalisant, een achttal foto-afbeeldingen van een ogenschijnlijk minderjarig meisje in de leeftijd van ca. drie a vijf jaar oud die door mij als kinderpornografisch zijn beoordeeld. Hieronder zal ik de aangetroffen fotoafbeeldingen omschrijven.

foto 1: Betreft een ogenschijnlijk minderjarig meisje in de leeftijd van ca. 3-5

jaar oud. Zij is aan de onderzijde van het lichaam naakt. Zij draagt roze

teenslippers. Zij zit met haar gezicht naar de camera en met haar beentjes uit

elkaar. Zij houdt haar handjes voor haar vagina.

Boven de foto staat de navolgende tekst: 15-8-2015, 15:40:09, [mobielnummer]

@ [whatsappnaam] => To: [mobielnummer] @ [whatsappnaam] ).

foto 2: Betreft hetzelfde meisje als op foto 1. Soortgelijke foto, met dit verschil

dat zij haar handjes niet voor haar vagina houdt.

Boven de foto staat de navolgende tekst: 15-8-2015, 16:00:25, [mobielnummer]

@ [whatsappnaam] => To: [mobielnummer] @ [whatsappnaam] ).

foto 3: Betreft hetzelfde meisje als op foto 1 en 2, maar in een andere houding.

Het meisje zit voorovergebogen op haar knieën. Zij draagt een wit shirtje en haar

onderlichaam is naakt. De foto is van de zijkant genomen. Boven de foto staat de

navolgende tekst: 15-8-2015, 19:58:42, [mobielnummer] @ [whatsappnaam]

To: [mobielnummer] @ [whatsappnaam] ).

Onder dit chatbericht het volgende antwoord: 15-8-2015 20:00:56, [mobielnummer] [whatsappnaam] ): "Sexy billen".

foto 4: Betreft een ogenschijnlijk minderjarig meisje waarvan de leeftijd moeilijk

is in te schatten. Zij ligt op haar zij, vermoedelijk op een bed. Zij draagt een

gestreept shirtje. Haar onderlichaam is naakt. Haar billen zijn zichtbaar.

Boven de foto staat de navolgende tekst: 15-8-2015, 20:11:37, [mobielnummer]

@ [whatsappnaam] => To: [mobielnummer] @ [whatsappnaam] ).

foto 5: Betreft een ogenschijnlijk minderjarig meisje in de leeftijd van ca. 3-5

jaar oud; vermoedelijk hetzelfde meisje als op foto 4. Nu zit ze voorovergebogen op

haar knieën. Zij draagt een gestreept shirtje. Haar onderlichaam is naakt. Haar

billen zijn duidelijk zichtbaar.

Boven de foto staat de navolgende tekst: 15-8-2015, 20:11:53, [mobielnummer]

@ [whatsappnaam] -> To: [mobielnummer] @ [whatsappnaam] ).

Onder dit chatbericht volgt het volgende bericht:

15-8-2015 20:12:19, [mobielnummer] @ [whatsappnaam] => To: [mobielnummer] @ [whatsappnaam] : "En weer zo vind het zo schattig die knietjes er onder";

foto 6: Betreft vermoedelijk hetzelfde meisje als die op foto 4 en 5. Op deze foto

ligt het meisje op haar rug op vermoedelijk een bed. Zij draagt een gestreept

shirtje. Vanaf haar navel naar onderen is zij naakt. Haar vagina is zichtbaar.

Boven de foto staat de navolgende tekst: 15-8-2015, 20:15:09, [mobielnummer]

@ [whatsappnaam] => To: [mobielnummer] @ [whatsappnaam] ).

Onder dit chatbericht het volgende antwoord: 15-8-2015 20:15:28, [mobielnummer] [whatsappnaam] ): "Mmmm jaaa";

foto 7: Betreft een soortgelijke foto als foto nummer 6, echter nu heeft het meisje

haar beentjes uit elkaar, zodat haar vagina uitgebreid in beeld komt.

Boven de foto staat de navolgende tekst: 15-8-2015, 20:38:59, [mobielnummer]

@ [whatsappnaam] => To: [mobielnummer] @ [whatsappnaam] ).

15-8-2015 20:39:22, [mobielnummer] [whatsappnaam] ): "Mmmm lekker".

De hierboven omschreven aangetroffen kinderpornografische fotoafbeeldingen maken

deel uit van een zogenaamde whatsapp chatgeschiedenis tussen " [medeverdachte] " en

" [verdachte] ".

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.

4 september 2015, opgenomen op pagina 37 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van de verbalisant:

Naar aanleiding van melding van woensdag 26 augustus 2015, waarbij de verdenking

ontstond dat er mogelijk sprake zou zijn van ontucht met een minderjarige is een onderzoek ingesteld naar de eigenaar van een mobiele telefoon met het nummer [mobielnummer] . Dit telefoonnummer zou toebehoren aan ene [verdachte] van 31 jaar oud uit Drachten.

Onderzoek in het bedrijfsprocessensysteem van de politie leverde een mutatierapport

op van maandag 22 juni 2015 van de politie Noord-Nederland, district Fryslân. In

dit mutatierapport heeft de betreffende verbalisant het telefoonnummer [mobielnummer]

genoteerd en daar als eigenaar van het toestel [verdachte] aan gekoppeld.

Een quickscan van de data van een in dit onderzoek in beslag genomen telefoon

leverde het volgende op. In de contactenlijst van deze telefoon, bleek het

telefoonnummer [mobielnummer] gekoppeld te zijn aan de naam [verdachte] .

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal binnentreden woning d.d.

4 september 2015, opgenomen op pagina 48 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van de verbalisant:

Op vrijdag 4 september 2015 omstreeks 15:18 uur trad ik binnen in de woning,

[straatnaam] , te Heerenveen, bewoond door [verdachte] . In de woning werd inbeslaggenomen:

Laptop nieuw (klein) en laptop oud, desktop computer en telefoon.

6. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op pagina 59 e.v. van voornoemd dossier, - zakelijk weergegeven - voor zover inhoudende:

Inbeslagneming

Plaats: : [straatnaam] te Heerenveen

Datum en tijd : 4 september 2015 te 15.50 uur

Omstandigheden : Verdenking van in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal

Beslagene

[verdachte] , geboren op 3 februari 1984 te Nederland.

Goederen:

(...)

2 Goednummer 596907

Computer Samsung, grijs (portable)

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek aan data geautomatiseerd systeem d.d. 26 januari 2016, opgenomen op pagina 62 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van de verbalisant:

Op 8 augustus 2015 werd door mij op verzoek van [naam] , werkzaam bij de

Nationale Politie regiopolitie Noord-Nederland onderzoek verricht aan de volgende

geautomatiseerde systemen:

Omschrijving Inbeslagnamenummer

(...)

Laptop computer, merk Samsung series 5 596907

Bijzonderheden: In deze computer was 1 harde schijf gemonteerd. Deze harde schijf zal in het verdere onderzoek worden aangeduid als 10190-596907-hdu

Onderzoekgegevens:

Op de harde schijf 10190-596907-hdu werd een Skype-chat tussen " [medeverdachte]

" en " [verdachte] " aangetroffen. Deze is voor verder onderzoek uitgeprint en

beschikbaar gesteld voor verder onderzoek.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 januari 2016, opgenomen op pagina 121 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte] :

V: Hoeveel foto's hebben we van [slachtoffer] aan kunnen treffen en dan bedoel ik de kinderpornografische foto's.

A: In de chat zijn het er drie. Verder heb ik er nog een waarbij [slachtoffer] met haar beetjes uit elkaar op de grond zit en aan haar kutje zit en stickers op haar benen plakt. De foto van [slachtoffer] met haar blote billen op bed heb ik gemaakt omdat [verdachte] er om vroeg. [slachtoffer] lag in verschillende houdingen op bed. [slachtoffer] droeg toen een pyjamajasje. Verder niets. Van onderen was ze naakt. Die foto's zijn tijdens een WhatsAppgesprek gemaaktIk heb [verdachte] geappt dat ik me moest melden bij de politie omdat [ex-partner medeverdachte] berichtjes had gezien tussen [verdachte] en mij. [verdachte] zei dat ik hem een andere naam moest geven. Ik moest de naam [verdachte] veranderen in [verdachte] . Ik heb dat toen ook gedaan. De naam van [verdachte] is in mijn contactlijsten veranderd in [verdachte] .

Ik heb hierna nog Skypecontact gehad met [verdachte] . Volgens mij was dat op een donderdag. Het was een week na ons laatste contact (26/27 augustus 2015). Het was toen midden in de nacht.

Bewijsoverweging

Op basis van voornoemde bewijsmiddelen overweegt de rechtbank als volgt.

Begin augustus 2015 kreeg medeverdachte [medeverdachte] via een datingsite contact met een persoon die zich [verdachte] noemde. Binnen twee weken na hun kennismaking heeft [medeverdachte] op verzoek van [verdachte] zeven foto's naar hem gestuurd waarop haar dochter deels naakt is afgebeeld. Deze foto's zijn via WhatsApp verstuurd tijdens seksueel geladen dan wel prikkelende chatgesprekken tussen [medeverdachte] en [verdachte] en zijn aan te merken als kinderpornografisch beeldmateriaal.

Op woensdag 26 augustus 2015 is de toenmalige echtgenoot van [medeverdachte] , [ex-partner medeverdachte] , naar de politie gegaan, nadat hij enkele WhatsAppgesprekken tussen [medeverdachte] en [verdachte] had gelezen. Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] gebruik maakte van het telefoonnummer [mobielnummer] .

Uit het politiesysteem is gebleken dat voornoemd telefoonnummer in gebruik is bij verdachte.

Naar aanleiding van de melding van [ex-partner medeverdachte] heeft de politie op 27 augustus 2015 een gesprek gehad met [medeverdachte] . Uit dat gesprek bleek onder meer dat [medeverdachte] [verdachte] had geïnformeerd dat de politie kennis heeft genomen van de chatgesprekken. In opdracht van [verdachte] heeft zij in de contactlijst op haar telefoon de naam [verdachte] veranderd in [verdachte] . Later heeft [medeverdachte] [verdachte] ook nog verteld dat de politie bedoelde foto's op haar telefoon heeft aangetroffen. Vastgesteld kan worden dat [verdachte] en [verdachte] dezelfde personen zijn.

Op 4 september 2015 heeft de politie de woning van verdachte binnengetreden ter inbeslagname. Op een laptop die aldaar in beslag is genomen, werd een Skypegesprek tussen [medeverdachte] en [verdachte] aangetroffen. Dit gesprek vond plaats op donderdag 3 september en vrijdag 4 september 2016. Uit de verklaring van [medeverdachte] blijkt dat zij toen contact had met [verdachte] . Tijdens voornoemd Skypegesprek werd over de foto's die de politie heeft aangetroffen gechat. Ook hebben [medeverdachte] en [verdachte] het gehad over de gevolgen die dat voor [medeverdachte] en eventueel [verdachte] kan hebben. Gelet op de inhoud van dit gesprek waarbij men het heeft over de foto's die via WhatsApp zijn verstuurd en de gevolgen daarvan voor partijen, concludeert de rechtbank dat [verdachte] dezelfde persoon is als [verdachte] .

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte de bedoelde [verdachte] is.

Verdachte heeft verklaard dat hij zijn telefoon is kwijtgeraakt, dat hij geen kinderpornografische foto's heeft ontvangen en dat hij niet [verdachte] is.

De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk en overweegt hierbij als volgt.

Allereerst kan verdachte niet duidelijk aangeven wanneer hij zijn telefoon is kwijtgeraakt en deze heeft teruggevonden. Vaststaat dat verdachte zijn bankgegevens heeft veranderd zodat zijn uitkering in augustus 2015 op een andere bankrekeningnummer werd overgemaakt. Er kan echter niet worden uitgesloten dat verdachte daarvoor een andere reden had dan het kwijtraken van zijn telefoon. Uit de verklaring van de vriendin1 blijkt dat bovengenoemde verandering niet alleen was ingegeven door het zogenaamd kwijtraken van zijn telefoon. Ook de verklaring van verdachte dat hij de bankgegevens heeft veranderd pas na het terugvinden van de telefoon, doet de nodige vragen rijzen over het exacte motief van de verandering. Veeleer is de verwachting dat een persoon direct na het kwijtraken van zijn mobiele telefoon de bankgegevens zou veranderen, dit ingeval er vrees is dat onbevoegden toegang hebben tot die gegevens. Daarbij is het opvallend dat verdachte direct na de wetenschap, die hij via contact met [medeverdachte] heeft verkregen, dat hij door justitie zou worden benaderd over deze zaak, een nieuwe simkaart voor zijn telefoon aanschaft en de oude niet meer voorhanden is.

Voorts overweegt de rechtbank dat de lezing van verdachte geen verklaring biedt voor het Skypegesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte] dat op verdachtes laptop is aangetroffen. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat die laptop alleen door hem en zijn vriendin werd gebruikt en dat hij zeker weet dat zijn vriendin dat gesprek niet heeft gevoerd. Ter terechtzitting heeft verdachte weliswaar verklaard dat het mogelijk is dat iemand anders die laptop heeft gebruikt in zijn huis, maar desgevraagd heeft hij geen namen genoemd. Deze verklaring kan aldus niet met objectieve gegevens worden geverifieerd. Daarnaast wordt aan de geloofwaardigheid van deze verklaring afbreuk gedaan doordat verdachte pas ter zitting hiermee is gekomen en doordat zijn vriendin2 bij de politie heeft verklaard dat verdachte heel erg op zichzelf is en geen tot weinig vrienden/kennissen heeft die over de vloer komen.

Daarbij is het opvallend dat verdachte direct na de wetenschap, die hij via contact met [medeverdachte] heeft verkregen, dat hij door justitie zou worden benaderd over deze zaak, zijn laptop opgeschoond heeft.

Gelet op het Skypegesprek dat op verdachtes laptop is aangetroffen en de inhoud ervan die verwijst naar de kinderpornografische afbeeldingen die door [medeverdachte] naar de telefoon van verdachte zijn verstuurd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte [verdachte] is en dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode augustus 2015 in Nederland, een aantal foto's heeft verworven, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar waren, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit onder meer: het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, waarbij deze persoon een erotisch getinte houding aanneemt op een wijze die niet bij haar leeftijd paste en door het camerastandpunt nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en billen in beeld gebracht werden waarbij de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hadden en strekten tot seksuele prikkeling.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden.

Standpunt van de verdachte

Verdachte heeft aangegeven dat hij moet worden vrijgesproken.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verwerven van kinderpornografische afbeeldingen. Begin augustus 2015 is verdachte via een datingsite in contact gekomen met een vrouw. Deze vrouw lag in scheiding en had drie jonge kinderen. Tijdens hun seksueel geladen chatgesprekken werd door verdachte meerdere malen voorgesteld om seksuele handelingen te verrichten met de dochters van de vrouw. Op verzoek van verdachte heeft de vrouw zeven foto's gemaakt van haar driejarige dochter en deze via WhatsApp naar verdachte verstuurd. Op deze foto's zijn onder meer het ontblote geslachtsdeel en de billen van voornoemde dochter te zien, waarbij, gelet op de leeftijd van het kind, sprake is van onnatuurlijke poses.

Mede gelet op de initiërende rol die verdachte hierbij heeft gehad, wordt verdachte medeverantwoordelijk gehouden voor de schending van de lichamelijke integriteit van het meisje. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank de oriëntatiepunten voor kinderpornografie van het LOVS geraadpleegd. De rechtbank is van oordeel dat die oriëntatiepunten zien op andere manieren van verwerving van kinderporno dan in deze zaak is geschied en zal deze oriëntatiepunten derhalve niet als uitgangspunt voor de straftoemeting hanteren. Gelet op de eerder omschreven gedragingen van verdachte acht de rechtbank in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.

Als strafverzwarende omstandigheid houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare psychische gesteldheid van de vrouw. Voor verdachte moet duidelijk zijn geweest dat sprake was van enige mate van kwetsbaarheid, nu de vrouw zich steeds onderdanig stelde en direct na het eerste contact alles deed wat verdachte haar vertelde om te doen. Tijdens de chatgesprekken is door verdachte zelf opgemerkt dat zij alles deed wat hij haar vroeg om te doen.

De rechtbank acht het tijdsverloop, het geringe aantal afbeeldingen en de aard van de afbeeldingen strafmatigende factoren. Over de aard van de foto's merkt de rechtbank op dat weliswaar de dochter van de vrouw daarop deels bloot is afgebeeld, maar dat er geen sprake is van seksuele handelingen. Bovengenoemde vrouw heeft gesteld dat de meeste foto's zijn gemaakt toen de dochter sliep.

Nu het tegendeel niet is gebleken, moet het ervoor worden gehouden dat dit het geval was wat maakt dat de impact op dat moment op het kind naar verwachting gering is geweest.

Verdachte betreft een ontkennende dader die niet heeft meegewerkt aan het opmaken van een reclasseringsrapport. Met het oog op de toekomst is het zorgelijk dat verdachte geen inzicht heeft willen geven in zijn belangstelling voor kinderporno en – zoals valt af te leiden uit de inhoud van de chatgesprekken - zijn verlangen naar seks met minderjarigen. Verdachte woont inmiddels samen en wordt binnenkort zelf vader. De rechtbank acht het van belang dat de op te leggen straf zal bijdragen aan recidivebeperking. Als stok achter de deur wordt een deel van de straf in voorwaardelijke vorm opgelegd. Daarnaast worden als bijzondere voorwaarden opgelegd een meldplicht en het meewerken aan diagnostiek en een eventueel daaropvolgend behandelaanbod bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord-Nederland (AFPN) of soortgelijke instelling. De rechtbank hoopt dat verdachte aldus de nodige begeleiding en sturing zal krijgen om te voorkomen dat hij in herhaling vervalt.

Alles afwegend zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijke deel worden de bovengenoemde bijzondere voorwaarden gekoppeld.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot drie maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen veertien dagen volgend op het onherroepelijk worden van

het vonnis zal melden bij Reclassering Nederland, Leonard Springerlaan 21 te Groningen;

2. dat de veroordeelde zal meewerken aan diagnostiek en een eventueel daaropvolgend behandelaanbod bij de AFPN of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.B. Holsink, voorzitter en mr. F. de Jong en mr. R.J.L. Timmer, rechters, bijgestaan door mr. D.M.A. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 juni 2017.

1 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam] , pagina 84

2 Proces-verbaal noot 1, pagina 86