Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:2250

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-06-2017
Datum publicatie
27-06-2017
Zaaknummer
LEE 16/1102, LEE 16/4868 en LEE 16/4869
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geluidsontheffingen "Welcome to the Village 2015" en "Welcome to the Village 2016", gehouden in het recreatiegebied "De Groene Ster" te Leeuwarden, zijn vernietigd door de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 16/1102, LEE 16/4868 en LEE 16/4869

uitspraak van de meervoudige kamer van 26 juni 2017 in de zaken tussen

I. Stichting Groene Ster Duurzaam!, te Leeuwarden,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

eiseres 1,

II. [eiseres 2], te [plaats] ,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

eiseres 2,

eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden, te Leeuwarden,

(gemachtigde: mr. R.T. Offringa)

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Stichting Welcome to the Village te Leeuwarden (gemachtigde: mr. I. van der Meer).

Procesverloop

Bij besluiten van 9 juni 2015 heeft de burgemeester van Leeuwarden (hierna: de burgemeester) aan Stichting Welcome to the Village (hierna: vergunninghouder) een evenementenvergunning verleend en heeft verweerder aan vergunninghouder een geluidsontheffing verleend, beide ten behoeve van het muziekevenement "Welcome to the Village 2015" gehouden in het recreatiegebied “De Groene Ster” te Leeuwarden.

Bij besluit van 19 januari 2016 heeft verweerder het bezwaar van eiseres 1 gegrond verklaard en de verleende geluidsontheffing deels herroepen.

Eiseres 1 heeft tegen het besluit van 19 januari 2016 beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder LEE 16/1102.

Bij besluiten van 14 juni 2016 heeft de burgemeester aan vergunninghouder een evenementenvergunning verleend en heeft verweerder aan vergunninghouder een geluidsontheffing verleend, beide ten behoeve van het muziekevenement "Welcome to the Village 2016" gehouden in het recreatiegebied “De Groene Ster” te Leeuwarden.

Eisers hebben tegen de besluiten van 14 juni 2016 bezwaar gemaakt. Tevens hebben eisers de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van

8 juli 2016 (LEE 16/2473) heeft de voorzieningenrechter de voorziening getroffen dat het muziekevenement wordt uitgevoerd zoals beschreven is in rechtsoverweging 5 en rechtsoverweging 5.1 van de uitspraak ten aanzien van de situering van de podia, tenten en referentiepunten en in rechtsoverweging 9 van de uitspraak ten aanzien van de monitoring, en de wijze van meten van het geluid nabij de referentiepunten.

Bij besluit van 27 oktober 2016 heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het besluit van 27 oktober 2016 beroep ingesteld. Deze beroepen zijn geregistreerd onder LEE 16/4868 en LEE 16/4869.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

De rechtbank heeft bij brief van 24 januari 2017 de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) als deskundige benoemd om de rechtbank van advies te dienen in bovengenoemde procedures.

Op 28 februari 2017 heeft de StAB advies uitgebracht aan de rechtbank. Eisers en verweerder hebben gereageerd op het advies van de StAB, naar aanleiding waarvan door de StAB op 27 maart 2017 aanvullend is gerapporteerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 april 2017. Namens eisers is de gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door S. Spoelstra, H. Veenstra, J.H. Stieber, G.H. Breukelaar en J.T. Wiersma, bijgestaan door de gemachtigde. Namens vergunninghouder zijn [namen] verschenen.

Overwegingen

1.1.

Het gebied waarop het festivalterrein is gelegen maakt deel uit van het bestemmingsplan “Leeuwarden – Recreatiegebied Groene Ster” dat op 29 oktober 2012 door de raad van de gemeente Leeuwarden is vastgesteld. In het bestemmingsplan is het houden van evenementen niet geregeld. Verweerder heeft een tijdelijke omgevingsvergunning (tot 4 augustus 2025) “handelen in strijd met het bestemmingsplan” verleend voor de locatie “De Groene Ster” ten behoeve van het organiseren van drie meerdaagse festivals per kalenderjaar.

1.2.

Bij besluit van 9 juni 2015 heeft de burgemeester een evenementenvergunning verleend op grond van artikel 2:25g van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) ten behoeve van het evenement "Welcome to the Village 2015" gehouden in het recreatiegebied “De Groene Ster” te Leeuwarden. Bij besluit van dezelfde datum heeft verweerder aan vergunninghouder een geluidsontheffing verleend ten behoeve van het genoemde muziekevenement. De geluidsontheffing geldt voor 17, 18 en 19 juli 2015.

1.2.1.

Tegen voornoemde besluiten is door eisers een bezwaarschrift ingediend.

1.2.2.

Bij besluit van 19 januari 2016 heeft verweerder het besluit van 9 juni 2015 herroepen en de ontheffing voor het ten gehore brengen van versterkt geluid als volgt gewijzigd:

- Zaterdag 18 juli 2015 en zondag 19 juli 2015 van 00:00 tot 03:00 uur wordt op de referentiepunten 1-2-3 maximaal 50 dB(A) geluidsniveau toegestaan en op de referentiepunten 4-5 maximaal 55 dB(A) geluidsniveau toegestaan.

1.2.3.

Tegen dit besluit heeft eiseres 1 beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder LEE 16/1102.

1.3.

Bij besluit van 14 juni 2016 heeft de burgemeester aan vergunninghouder een

evenementenvergunning verleend en heeft verweerder aan vergunninghouder een geluidsontheffing verleend, beide ten behoeve van het muziekevenement "Welcome to the Village 2016" gehouden in het recreatiegebied “De Groene Ster” te Leeuwarden. De geluidsontheffing geldt voor 14, 15, 16 en 17 juli 2016.

1.3.1.

Tegen voornoemde besluiten is door eisers een bezwaarschrift ingediend.

1.3.2.

Bij besluit van 27 oktober 2016 heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

1.3.3.

Eisers hebben tegen het besluit van 27 oktober 2016 beroep ingesteld. Deze beroepen zijn geregistreerd onder LEE 16/4868 en LEE 16/4869.

2. De rechtbank overweegt dat het geschil zich beperkt tot de door verweerder verleende geluidsontheffingen ten behoeve van het muziekevenement "Welcome to the Village" in de jaren 2015 en 2016.

3. De rechtbank overweegt dat, hoewel de evenementen waarvoor in 2015 en 2016 geluidsontheffingen zijn verleend al zijn gehouden en deze geluidsontheffingen zijn uitgewerkt, eisers belang hebben bij een oordeel over de rechtmatigheid van die ontheffingen omdat jaarlijks geluidsontheffingen worden verleend voor een muziekevenement op deze plaats in deze omvang, waarvoor het oordeel van deze rechtbank in de toekomst, zoals bij de verlening van de geluidsontheffing voor "Welcome to the Village 2017", van betekenis kan zijn.

4. Ingevolge artikel 4:6, eerst lid, van de APV is het verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Ingevolge het tweede lid van voornoemd artikel kan verweerder van het verbod ontheffing verlenen.

Ingevolge artikel 1:8 van de APV kan de vergunning of ontheffing door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu.

Het beleid 2015: de nota Evenementen

5. Door eisers is aangevoerd dat het beleid onvoldoende bescherming biedt voor de omwonenden tegen geluidsoverlast ten gevolge van meergenoemde muziekevenementen en dat verweerder om die reden geen gebruik had mogen maken van de in het tweede lid van artikel 4:6 van de APV neergelegde ontheffingsbevoegdheid.

5.1.

De rechtbank stelt allereerst vast dat verweerder gelet op artikel 4:6 van de APV in beginsel bevoegd is van het in dat artikel neergelegde verbod ontheffing te verlenen. Deze bevoegdheid kent een ruime beleidsvrijheid, waarbinnen verweerder de belangen die bij het verlenen van een ontheffing zijn betrokken tegen elkaar afweegt. Deze vrijheid om, binnen de grenzen van de wet, naar eigen inzicht uitvoering te geven aan die bevoegdheid is echter niet onbeperkt, maar vindt zijn grens in een voor omwonenden qua geluid te bieden beschermingsniveau dat valt te kwalificeren als niet kennelijk onredelijk.

5.1.1.

De geluidsontheffingen zijn verleend op basis van de "Beleidsregel geluid bij evenementen in de open lucht in de gemeente Leeuwarden" van maart 2015 (hierna: de Beleidsregel 2015). Het uitgangspunt van de Beleidsregel 2015 is dat ten gevolge van een muziekevenement als hier aan de orde geen onduldbare geluidsoverlast ontstaat in de woningen van omwonenden. Hoewel in de Beleidsregel 2015 niet specifiek naar de “Nota Evenementen met een luidruchtig karakter" (hierna: de Nota Evenementen) van de Regionale Milieu-inspectie Limburg wordt verwezen, stelt verweerder dat met de Beleidsregel 2015 wordt beoogd vrijwel dezelfde bescherming te bieden als deze landelijk als richtlijn aanvaarde Nota Evenementen. Ter zitting is door verweerder bevestigd dat de Nota Evenementen ten grondslag ligt aan de Beleidsregel 2015.

5.1.2.

Op grond van de Beleidsregel 2015 mogen per locatie voor maximaal twaalf dagen per jaar geluidsontheffingen worden verleend.

De Beleidsregel 2015 is onder meer gericht op grote evenementen met luide muziek in de binnenstad van Leeuwarden. Om hinder te beperken wordt in de Beleidsregel 2015 voor dergelijke evenementen een geluidsnorm gehanteerd van 85 dB(A) op de gevels van geluidsgevoelige gebouwen en zijn daarin eindtijden voor te houden muziekevenementen als hier aan de orde opgenomen. Tussen de eindtijd van het muziekevenement op de ene dag en de begintijd op de volgende dag dient minimaal acht uur te zitten.

Bij muziekgeluid tijdens evenementen gaat het om hoge geluidsniveaus waarbij de lage frequenties, het zogeheten basgeluid, een grote rol spelen in de hinderbeleving. Om dit basgeluid in te perken wordt in de binnenstad een dB(C) norm in de vergunning opgenomen van 100. Deze dB(C) norm bedraagt 15 dB meer dan de als uitgangspunt gehanteerde 85 dB(A) norm bij omliggende woningen en is gebaseerd op ervaringen van andere gemeenten die ook een dB(C) norm hanteren. Het verschil van 15 dB tussen dB(A) en dB(C) zorgt er volgens verweerder voor dat het aandeel aan lage tonen bij veel van de muziekevenementen wordt ingeperkt. Deze inperking is echter niet zodanig dat deze muziekevenementen niet meer tot hun recht komen.

Voor muziekevenementen die plaatsvinden op betrekkelijk grote afstand van geluidsgevoelige gebouwen, zoals in de situatie rondom “De Groene Ster”, worden de toelaatbare geluidsniveaus afhankelijk van het muziekevenement vastgesteld voor enkele referentiepunten. Omdat de gekozen referentiepunten bij omliggende woningen in vergelijking met de binnenstad op grotere afstanden van de geluidsbron liggen, is het stellen van een dB(C) norm op deze referentiepunten volgens verweerder niet hanteerbaar. Om toch met deze norm rekening te houden, is bepaald dat ter plaatse van bijvoorbeeld de regietoren het dB(C) niveau niet meer dan 15 dB hoger mag zijn dan het daar ter plaatse gemeten dB(A) niveau. Verweerder heeft de mogelijkheid om af te wijken van de uitgangspunten in de Beleidsregel 2015.

Meerdaagse festivals zijn mogelijk in “De Groene Ster” met op vrijdag, zaterdag en maximaal drie donderdagen per jaar een eindtijd van 03.00 uur. Tussen de eindtijd op de ene dag en de begintijd op de volgende dag zit ten minste acht uren. Bij deze meerdaagse evenementen in “De Groene Ster” worden, zo is in Beleidsregel 2015 aangegeven, in de geluidsontheffing voorwaarden opgenomen voor continue monitoring van het geluid en de wijze waarop deze moet worden uitgevoerd. Deze voorwaarden hebben onder andere betrekking op de te gebruiken geluidmeters, de wijze van meten van het geluid en de plaats van de geluidmeters. Daarvoor moeten de best beschikbare technieken worden toegepast.

In de toelichting van de Beleidsregel 2015 is een aantal aanvullende maatregelen opgesomd om de geluidshinder voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Eén daarvan is dat bij de aanvraag om een evenementenvergunning en een geluidsontheffing voor grote muziekevenementen een geluidsplan moet worden aangeleverd. Uit het geluidsplan moet blijken of aan de geluidsnorm(en) kan worden voldaan.

5.1.3.

De Nota Evenementen geeft een handreiking aan gemeenten voor het ontwikkelen van beleid ten aanzien van evenementen, gericht op het zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperken van ernstige en onduldbare geluidsoverlast. De Nota Evenementen richt zich daarbij op het waarborgen van de spraakverstaanbaarheid in de woning overdag en in de avond en het vermijden van slaapverstoring in de nacht.

Uitgangspunt van de Nota Evenementen is een normstelling die is gericht op bescherming van de binnenruimte van de in de omgeving gelegen geluidsgevoelige objecten tegen geluidshinder. Ook schetst de Nota Evenementen de gevolgen indien het geluid in de woning toeneemt. Indien het geluidsniveau binnen in de woning stijgt boven 40 dB(A) zal dat tot gevolg hebben dat de bewoners van die woning daardoor “luider” moeten gaan spreken om verstaanbaar te zijn. Een “stoor”geluid van 50 dB(A) in de woning is volgens de Nota Evenementen een dusdanige ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer, dat hier de grens zou moeten liggen van wat in redelijkheid van een omwonende gevraagd kan worden te accepteren. In de Nota Evenementen is een waarde van 50 dB(A) in de woning daarom aangemerkt als de grens waarboven een geluid als “onduldbaar” moet worden gekwalificeerd. De kwalificatie van de hinder bij de verschillende overschrijdingen van het referentieniveau binnen in de woning en van de overschrijding van de absolute waarde van 50 dB(A), is opgenomen in de ‘Hinderkwalificatietabel’ op bladzijde 7 van de Nota Evenementen. Omdat de achtergrondniveaus in woningen nogal kunnen variëren, wordt in het algemeen uitgegaan van een vaste waarde van 35 dB(A) etmaalwaarde, zoals in tabel 1 op bladzijde 8 van de Nota Evenementen is aangegeven. Rekening houdend met een gemiddelde gevelisolatie van 20 à 25 dB(A) leidt deze benadering volgens de Nota Evenementen tot maximaal toelaatbare gevelbelastingen, berekend volgens één-minuut LAeq, zoals die in tabel 2 op bladzijde 9 van de Nota Evenementen zijn aangegeven. Een overschrijding van de absolute waarde van 50 dB(A) in de woning, wordt in deze tabel geclassificeerd als onduldbare overlast.

Indien de geluidsisolatie van gevels lager is dan volgens de waarden in de bovengenoemde tabel, kunnen de geluidsgrenswaarden voor de maximale gevelbelasting volgens de Nota Evenementen worden verlaagd met 5 tot 10 dB. Andersom geldt dat indien de geluidsisolatie hoger is, de waarden kunnen worden verhoogd. Dit maakt dat inzicht in de akoestische eigenschappen van de gevels van woningen, zoals de mate van isolatie, kierdichting e.d., relevant is voor de door verweerder op te leggen geluidsnormen.

Voor het bereiken van de mentale belastbaarheidsgrens voor personen zijn volgens de Nota Evenementen naast de mate van de geluidshinder per evenement, ook factoren zoals het aantal muziekevenementen per jaar en het aantal dagen per muziekevenement van belang.

5.2

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met de (verwijzing naar) de Nota Evenementen geen kennelijk onredelijke invulling van zijn beleidsvrijheid gegeven. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1976).

Het beleid 2015: verhouding normen referentiepunten en binnen-niveaus

6. Door eisers wordt aangevoerd dat sprake zal zijn van ernstige en onaanvaardbare overlast door de muziek. Het gevoerde geluidsbeleid is onvoldoende gemotiveerd. Daarbij zou, gelet op de Nota evenementen en de geluidsisolatie van de gevel, een waarde van 70 dB(A) als gevelbelasting voor de woning [adres] als uitganspunt moeten worden gehanteerd

6.1.

De rechtbank overweegt dat de geluidsniveaus bij de woningen aan de westkant van "De Groene Ster" in de ontheffing conform de Beleidsregel 2015 zijn vastgesteld op 75 dB(A) en 50 dB(A) voor de dag/avondperiode respectievelijk de nachtperiode op de desbetreffende referentiepunten. Verder is ten opzichte van de Beleidsregel 2015 in de ontheffing van 2016 het extra referentiepunt 6 in de nabijheid van de woning van eiseres 2 toegevoegd. Nu door verweerder ter zitting is aangegeven dat hij als grondslag van zijn beleid het beschermingsniveau zoals dat wordt geboden door de Nota Evenementen als uitgangspunt heeft genomen, zal de rechtbank beoordelen of dit beschermingsniveau wordt bereikt met de Beleidsregel 2015.

6.2.

De StAB merkt in het rapport van 28 februari 2017 op dat uitgangspunt van de Nota Evenementen is de bescherming van de binnenruimten (geluidsgevoelige ruimten) van de in de omgeving gelegen woningen tegen onaanvaardbare geluidshinder. Daarbij wordt rekening gehouden met een gemiddelde gevelisolatie van die woningen van 20 à 25 dB(A). In de Nota Evenementen zijn ter voorkoming van spraakverstoring in de woning de

navolgende waarden als maximaal toelaatbare gevelbelastingen, berekend volgens één-minuut LAeq, opgenomen (tabel 2).

Periode

Basisnorm

Max. niveau

binnen

Gevelisolatie

Maximale

gevelbelasting

Dag

35 dB(A)

50 dB(A)

20 à 25 dB(A)

70 à 75 dB(A)

Avond

30 dB(A)

50 dB(A)

20 à 25 dB(A)

70 à 75 dB(A)

Nacht

25 dB(A)

45 dB(A)

20 à 25 dB(A)

65 à 70 dB(A)

Voor de nacht is specifiek nog een tabel, te weten tabel 3, in de Nota Evenementen opgenomen waarin tevens rekening is gehouden met het aspect slaapverstoring en met het oog daarop voor de nachtperiode een aparte waarde is opgenomen.

Periode

Basisnorm

Max. niveau

binnen

Gevelisolatie

Maximale

gevelbelasting

Dag

35 dB(A)

50 dB(A)

20 à 25 dB(A)

70 à 75 dB(A)

Avond

30 dB(A)

50 dB(A)

20 à 25 dB(A)

70 à 75 dB(A)

Nacht

Nacht

25 dB(A)

45 dB(A)

25 dB(A)

20 à 25 dB(A)

65 à 70 dB(A)

45 à 50 dB(A)

Verweerder heeft grenswaarden opgelegd aan de westkant van het evenemententerrein (referentiepunten 1, 2, 3 en 6) van 75 dB(A) voor de dag/avondperiode en 50 dB(A) voor de nachtperiode. Deze waarden sluiten aan bij voornoemde tabellen uit de Nota Evenementen. Daarbij wordt er volgens de StAB kennelijk door verweerder vanuit gegaan dat de geluidswering van alle woningen ter plaatse van de referentiepunten (met uitzondering van de woning [adres] ) minimaal 25 dB(A) bedraagt. In de overwegingen van het besluit en de overige dossierstukken zijn geen aanknopingspunten gevonden omtrent onderzoek naar de gevelwering van deze woningen, aldus de StAB. Dit terwijl volgens de StAB een gevelwering van 25 dB(A) van oude, bestaande woningen niet als vanzelfsprekend mag worden aangenomen. De gevelwering van dat soort woningen ligt vaak in de range van 15 tot 20 dB, waarbij een waarde van 20 dB een realistisch uitgangspunt kan zijn.

De rechtbank ziet geen aanleiding om aan het advies van de StAB te twijfelen. Nu verweerder geen onderzoek naar de gevelwering van woningen ter plaatse van de referentiepunten heeft gedaan, kan er naar het oordeel van de rechtbank ter plaatse niet van worden uitgegaan dat aan de gekozen grenswaarden kan worden voldaan. De beroepsgrond slaagt.

Het beleid 2015: de nachtperiode

7. Eisers zijn van mening dat sprake zal zijn van onduldbare geluidshinder tijdens de nachtrustperiode die loopt van 23.00 uur tot 07.00 uur, hetgeen zal leiden tot slaapverstoring.

7.1.

De rechtbank overweegt dat in de Nota Evenementen op bladzijde 8 en 9 bij de normstelling voor de nachtperiode de volgende kanttekeningen zijn gemaakt:

* Op het moment dat de nachtperiode (23.00 uur) ingaat is voorgaande

beoordelingsmethode op basis van o.a. spraakverstaanbaarheid onvoldoende.

's Nachts dient naast het hindercriterium, ook het wél of niet kunnen slapen als toetsingscriterium te worden gehanteerd. Gezien de aard van het geluid (bij muziek de herkenbaarheid tekst en/of ritme) bestaat de ervaring dat veel mensen reeds bij een geringe overschrijding van de voorkeursgrenswaarde slaapproblemen ondervinden. Om deze reden verdient het aanbeveling om in de nachtperiode slechts "achtergrondmuziek" toe te staan.

* Met betrekking tot de onderscheiden perioden van het etmaal waarover de

beoordeling plaatsvindt, is het gebruikelijk en lijkt het verdedigbaar, dat

voor dagen waarop een vrije dag volgt het tijdstip waarop de normstelling

voor de nachtperiode ingaat, met 1 of 2 uur wordt verschoven naar resp.

24.00

en 01.00 uur.

7.1.1.

Uit de Nota Evenementen valt af te leiden dat het tijdstip van het ingaan van de nachtperiode met maximaal 1 tot 2 uur mag worden opgeschoven. Daarna zou ter voorkoming van slaapstoornissen slechts 'achtergrondmuziek' (45-50 dB(A)) ten gehore mogen worden gebracht, uitgaande van een geluidsniveau binnen in een woning van 25 dB(A). Doelstelling is uiteindelijk dat na het stoppen van de muziek een voldoende lange tijd zal resteren voor omwonenden om de mogelijke slaapverstoringen te kunnen compenseren (het zogeheten uitslapen). In de Beleidsregel 2015 en de door verweerder verleende geluidsontheffingen zijn tot 24.00 uur muziekgeluidsniveaus van 75 dB(A) toegestaan. Dat betekent dat het ingaan van de nachtperiode met één uur is opgerekt, hetgeen past binnen de Nota Evenementen. Tot 03.00 uur is een muziekgeluidsniveau van 50 dB(A) vergund en na 03.00 uur is een periode van meer dan 8 uur in voorschrift 2.1 opgenomen waarbinnen geen muziek ten gehore mag worden gebracht, hetgeen eveneens past binnen de Nota Evenementen. Gelet op het voorgaande faalt de beroepsgrond.

Het beleid 2015: ramen open of ramen dicht

8. Eisers hebben zich verder op het standpunt gesteld dat de dB(A) norm vanaf 23.00 uur voor referentiepunt 6 ( [adres] ) moet worden verlaagd naar 44 dB(A) en 41 dB(A). Uit recent onderzoek blijkt volgens eisers dat bij gesloten raam zonder zoals in onderhavig geval mechanische ventilatie, het kooldioxide-gehalte in de slaapkamers snel oploopt naar waarden die schadelijk zijn voor de gezondheid. Ter beperking van gezondheidsschade zullen vanaf 22.00 uur (bij een kinderbedtijd van 21.00 uur) en vanaf 23.00 uur (bij een volwassenbedtijd van 22.00 uur) de slaapkamerramen moeten worden gesloten.

Eiseres hebben in dit verband verwezen naar een onderzoek van de Nederlandse Stichting Geluidshinder waarbij met geopend raam op de begane grond een gevelwering van 19 dB(A) is vastgesteld en voor de slaap- en studeerkamer op de eerste verdieping een gevelwering met geopend raam is berekend van 16 dB(A); dat vermeerderd met de grenswaarde van de slaapkamer van 25 dB(A) betekent dat het geluidsniveau aan de gevel zal moeten worden teruggebracht naar 44 dB(A) voor de slaapkamers op de benedenverdieping en 41 dB(A) voor de slaapkamer op de bovenverdieping, aldus eisers.

8.1.

De rechtbank overweegt dat in de Beleidsregel 2015 is vastgelegd dat bij de meting en beoordeling van de geluidsbelasting de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (hierna: de Handleiding) wordt gehanteerd. De Handleiding gaat in situaties als de onderhavige uit van metingen met gesloten ramen. De rechtbank acht het niet een kennelijk onredelijke keuze van verweerder om deze systematiek te volgen. In dit verband overweegt de rechtbank dat het houden van evenementen met muziek in en nabij woonwijken praktisch onmogelijk wordt als gemeten moet worden met open ramen en dat van omwonenden kan worden verlangd dat zij gedurende twaalf dagen per jaar minder mogelijkheden hebben om hun kamer te ventileren. Hierbij acht de rechtbank van belang dat op grond van de verleende ontheffingen minimaal acht uur geen versterkt geluid ten gehore mag worden gebracht. In die periode is het derhalve niet noodzakelijk om de slaapkamerramen gesloten te houden en kan voldoende worden geventileerd. De rechtbank overweegt dat bij de rechtbank geen stukken zijn ingebracht die maken dat moet worden aangenomen dat het met gesloten ramen slapen onder de hier voren aangegeven omstandigheden tot gezondheidsrisico's leidt.

De beroepsgrond faalt

Het beleid 2015: dB(C)

9. Eisers zijn voorts van mening dat op de referentiepunten een geluidsnorm in dB(C) moet worden vastgelegd omdat de dB(A)-norm voor basgeluid onbruikbaar is. Dat de Nota evenementen niet ingaat op de mogelijke hinder van het basgeluid, betekent niet dat hier geen normering voor geluidsgevoelige gebouwen in de omgeving van het evenemententerrein zou kunnen worden gehanteerd, aldus eisers. Eisers verwijzen in dit verband naar onder meer de nota "Gemeentelijke aanpak van laagfrequent geluid".

9.1.

De rechtbank overweegt dat het aan verweerder is om een afweging te maken tussen de belangen van vergunninghouder die zijn gediend met de activiteit die geluid veroorzaakt, en het belang van de omwonenden om niet aan onaanvaardbare hinder in de hier voren eerder aangeduide zin blootgesteld te worden. Hierbij is het aangevraagde muziekspectrum relevant voor de aard van de geluidshinder en dient verweerder ook een afweging te maken over de aanvaardbaarheid van de geluidshinder die als gevolg daarvan, niet alleen gemeten in dB(A) maar ook in dB(C), naar verwachting zal optreden.

9.1.1.

Verweerder heeft te kennen gegeven dat in de Beleidsregel 2015 in aanvulling op de Nota Evenementen voor muziekevenementen in de open lucht de geluidsnorm dB(C) is ingevoerd. Voor “De Groene Ster” geldt op basis van de Beleidsregel 2015 dat referentiepunten worden vastgesteld waarop de geluidsgrenswaarden van toepassing zijn. Omdat de referentiepunten op grotere afstand tot de bron (het podium) liggen dan de meetpunten in de binnenstad, is het stellen van een dB(C) norm op referentiepunten niet hanteerbaar, aldus verweerder.

9.1.2.

De StAB heeft in dit verband opgemerkt dat verweerder, om mogelijke hinder van de basgeluid te voorkomen, een verschil tussen het dB(A) en dB(C)-niveau van maximaal 15 dB ter plaatse van de regietorens oftewel Front Of House (FOH)) hanteert. Omdat lage tonen door het afleggen van een afstand minder snel hun sterkte verliezen dan hoge tonen kan dit verschil nabij de woningen in de omgeving oplopen tot 20 dB waardoor in de woningen sprake kan zijn van laag frequent geluid. Verweerder heeft niet aanvullend aan de Nota Evenementen beoordeeld of de in de woningen optredende geluidsniveaus van de bassen nog aanvaardbaar zijn, aldus de StAB.

9.2.

De rechtbank ziet geen aanleiding aan het advies van de StAB te twijfelen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de bestreden besluiten aldus onvoldoende zorgvuldig voorbereid. De beroepsgrond slaagt.

De ontheffing: het geluidsplan

10. In de geluidsontheffingen heeft verweerder voor het ten gehore brengen van muziek gedurende het festival voor de dag-, avond- en nachtperiode geluidgrenswaarden opgelegd die gelden op een vijftal referentiepunten als het gaat om het jaar 2015 en op een zestal referentiepunten als het gaat om het jaar 2016 voor de in de ontheffingen weergegeven periodes. De grenswaarden in de geluidsontheffingen zijn als langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus neergelegd.

10.1.

Eisers zijn van mening dat het geluidsbeleid van verweerder vereist dat voor ieder muziekevenement elk jaar een akoestisch rapport met gedetailleerd geluidsplan moet worden opgesteld. In 2015 en 2016 is dat niet gebeurd. De geluidsontheffing is daarom verleend in strijd met het gemeentelijke geluidsbeleid.

10.2.

De StAB heeft in dit verband opgemerkt dat het bij het opnemen van geluidsgrenswaarden in een ontheffing voor een activiteit noodzakelijk is om daaraan voorafgaand te beoordelen wat het effect van deze grenswaarden is op de gewenste bedrijfsvoering. Indien naleving van deze grenswaarden betekent dat op een podium niet het gewenste muziekgeluidsniveau ten gehore zal kunnen worden gebracht, kan mogelijk sprake zijn van een impliciete weigering van de ontheffing. Om die reden wordt ten behoeve van

grote muziekevenementen vrijwel altijd een akoestische rapportage verlangd. Aan de hand van de opstelling van de podia, de gebruikte muziekapparatuur, zoals arrays van boxen en

de uitstraalrichting van het muziekgeluid, kunnen geluidscontouren worden berekend en kan de geluidsbelasting op specifieke beoordelingspunten in de omgeving worden vastgesteld en worden vergeleken met die uit de Beleidsregel 2015.

10.2.1.

Zoals beschreven in rechtsoverweging 5.1.2. is in de Beleidsregel 2015 een aantal aanvullende maatregelen opgesomd om de geluidshinder voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Eén daarvan is dat organisaties van grote muziekevenementen bij de aanvraag om een evenementenvergunning een geluidsplan moeten aanleveren. Uit het geluidsplan moet blijken of aan de geluidsnorm(en) kan worden voldaan. Dit geluidsplan komt de facto neer op het opstellen van een akoestisch rapport. In het kader van de beoordeling van de aanvragen te behoeve van de hier aan de orde zijnde muziekevenementen in de jaren 2015 en 2016 was geen akoestisch onderzoek voorhanden. Wel is in de aanvragen aangegeven dat op verschillende podia sprake zal kunnen zijn van een muziekgeluidsniveau van 103 dB(A) op 30-35 meter afstand van het podium. Dit komt volgens de StAB neer op een bronvermogenniveau van circa 140 dB(A) op een podium. Gelet op deze hoge bronniveaus en de afstand van de podia tot de omliggende woningen is het opstellen van een akoestisch rapport volgens de StAB zeker noodzakelijk om te bezien of de gehanteerde gevelbelastingen/grenswaarden kunnen worden nageleefd.

10.2.2.

De rechtbank ziet geen aanleiding aan het advies van de StAB te twijfelen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de bestreden besluiten aldus onvoldoende zorgvuldig voorbereid. De rechtbank neemt daarbij voorts in aanmerking dat het bij muziekevenementen als de onderhavige van groot belang is om op voorhand de zekerheid te hebben dat het muziekevenement de voorgeschreven geluidswaarden niet zal overschrijden. Dit omdat handhaving van die waarden tijdens het muziekevenement vaak op openbare orde problemen stuit. De beroepsgrond slaagt.

De ontheffing: het maximale geluidsniveau

11. Eisers stellen zich op het standpunt dat de in de ontheffingen genoemde geluidsgrenswaarden moeten worden aangemerkt als maximale waarden in de zin van 'never exceed' en mogen het daarom geen langtijdgemiddelde beoordelingswaarden zijn.

11.1.

De rechtbank overweegt dat in de Nota Evenementen de maximale geluidsniveaus worden weergegeven in equivalente geluidsniveaus van één minuut (LAeq). De StAB heeft in het rapport van 28 februari 2017 opgemerkt dat de grenswaarden in de geluidsontheffingen, in afwijking van de Nota Evenementen, zijn vastgelegd als langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, hetgeen betekent dat het hier gaat om equivalente muziekgeluidniveaus over een specifiek bepaalde periode van het etmaal waarin de muziek wordt gemaakt. Op de equivalente niveaus moeten op grond van de Handleiding correcties plaatsvinden, vooraleer sprake is van het over die periode gemeten of berekende beoordelingsniveau. Het gaat daarbij onder andere om factoren als meteo- en bedrijfsduurcorrecties. Ook de hinderlijkheid van het geluid kan daarbij verdisconteerd worden in de vorm van een straffactor, maar in voorschrift 1.1 van de geluidsontheffing is aangegeven dat deze toeslag niet wordt toegepast.

11.2

De rechtbank constateert dat de geluidsniveaus, zoals die zijn vastgelegd in de ontheffingen, zijn vastgelegd voor het equivalent geluidsniveau telkens voor de duur van die periode in de dag, avond of de nacht waarin geluid wordt voortgebracht en niet voor één minuut. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank in de ontheffingen voor 2015 en 2016 een andere, ruimere geluidsnorm opgenomen dan de nota Evenementen en de Beleidsregel 2015, in onderling verband beschouwd, toestaan. De beroepsgrond slaagt.

De ontheffing: monitoring en handhaving

12. Eisers voeren ten slotte aan dat de meetperiode voor monitoring én handhaving maximaal één minuut moet zijn.

12.1.

De rechtbank overweegt dat in de ontheffingen is opgenomen dat de geluidsniveaus van de ontheffingen worden gemeten volgens de Handleiding. In paragraaf 3.5.1 van de Handleiding wordt de meetduur aangegeven. Teneinde de overdrachtsvariaties voldoende uit te middelen, dient de meetduur voor metingen op een afstand tot 50 meter ten minste één minuut te bedragen. Voor afstanden tot 150 meter bedraagt de meetduur ten minste drie minuten.

12.2.

In onderhavig geval wordt tijdens de monitoring met een interval van één minuut gemeten. Indien sprake is van een overschrijding op een referentiepunt dan wordt een signaal gegeven aan de organisatie en de toezichthouders. Beide kunnen de geluidsbelasting zogezegd real time volgen. Met deze wijze van monitoring is naar het oordeel van de rechtbank voldoende gegarandeerd dat in het geval van overschrijding van de geluidgrenswaarden het volume naar beneden zal worden bijgesteld. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat deze wijze van monitoring aansluit bij de door het StAB geadviseerde wijze van meten.

De toezichthouders gaan bij een serieuze overschrijding ter plaatse van het referentiepunt kijken wat de oorzaak van de overschrijding is. De overschrijding kan het gevolg zijn van het volume van de muziek maar ook van andere factoren in de omgeving van het referentiepunt. Indien sprake blijkt te zijn van een structurele overschrijding dan gaan de toezichthouders met een klasse I geluidsmeter een meting van vijf minuten uitvoeren. Ten aanzien van het gehanteerde interval van vijf minuten voor het vaststellen van overtredingen is naar het oordeel van de rechtbank door verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat dit interval nodig is vanwege de grote afstanden waarop de referentiepunten gelegen zijn en de (andersoortige) geluidsverstoringen die mede daardoor kunnen optreden.

De beroepsgrond faalt.

13. Gelet op hetgeen is overwogen in de rechtsoverwegingen 6.2, 8.1, 9.2, 10.2.2 en 11.2 zijn de beroepen tegen de besluiten van 19 januari 2016 en 27 oktober 2016 gegrond. De rechtbank vernietigt die besluiten. De rechtbank zal bepalen dat verweerder geen nieuwe besluiten op bezwaar hoeft te nemen, omdat dit voor de evenementen die in 2015 en 2016 hebben plaatsgevonden geen betekenis meer kan hebben.

14. Omdat de rechtbank de beroepen gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.

15. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres 2 gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht op

€ 4,80 voor gemaakte reiskosten voor het verschijnen ter zitting van eiseres 2.

Beslissing

De rechtbank:

16/1102

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 19 januari 2016;

- bepaalt dat verweerder geen nieuwe besluit op bezwaar hoeft te nemen;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 334,00 aan eiseres 1 te

vergoeden;

16/4868 en 16/4896

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt het besluit van 27 oktober 2016;

- bepaalt dat verweerder geen nieuwe besluit op bezwaar hoeft te nemen;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 334,00 aan eiseres 1 te

vergoeden;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,00 aan eiseres 2 te

vergoeden;

- veroordeelt verweerders in de proceskosten van eiseres 2 tot een bedrag van € 3,74.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.L. Vucsán, voorzitter, mr. T.F. Bruinenberg en mr. K.J. de Graaf, leden, in aanwezigheid van mr. C.T. Hofman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2017.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.