Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:1996

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
06-06-2017
Datum publicatie
06-06-2017
Zaaknummer
18-950026-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Kinderporno en dierenporno. Dagvaarding partieel nietig en voor het overige volgt vrijspraak.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 254a
Wetboek van Strafvordering 348
Wetboek van Strafvordering 350
Wetboek van Strafvordering 261
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2017/137
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/950026-15

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 6 juni 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

23 mei 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.J. de Boer, advocaat te Coevorden. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. M. Kappeijne van de Coppello.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2010 tot en met 8 april 2015, te Emmen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) (een) afbeelding(en) (te weten 3302 foto('s) en/of (een) film(s)) en/of 21 gegevensdrager(s) (te weten onder andere DVD('s)) bevattende (een) afbeelding(en)en/of (een) film(s) en/of computer(s)), in bezit heeft gehad

en/of heeft verspreid en/of heeft vervaardigd, terwijl op die afbeelding(en) (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn waarbij een mens en een dier is/zijn betrokken of schijnbaar is/zijn betrokken, welke ontuchtige handeling(en) bestond(en) uit (onder meer)

- het anaal en/of vaginaal penetreren van een persoon door een dier en/of

- het oraal en/of vaginaal en/of anaal en/of met mond/tong penetreren van een dier door een persoon en/of

- het betasten en/of aanraken van een dier door een persoon en/of

- het likken en/of in de mond nemen van geslachtsdelen van een dier door een persoon

( [bestandsnaam] )

en/of

- het oraal en/of met mond/tong en/of likken en/of aftrekken van geslachtsdelen van een dier (te weten een hond en/of een paard en/of een pony) door een vrouw en/of

- het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van een vrouw door een dier (te weten een hond en/of een paard en/of een pony) en/of

- het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van een dier (te weten een hond en/of een paard en/of een pony) door een vrouw (beslagcode: IBN-011.01)

(art. 254a Wetboek van Strafrecht);

2.

hij op of omstreeks 8 april 2015 te Emmen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens 24 afbeeldingen, te weten 24 foto's en/of 2 gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten twee computers - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke

seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt en/of het met de penis en/of mond/tong oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt

( [bestandsnaam] gevonden op [IP-adres] )

en/of

het met de penis en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt en/of het met de vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt [bestandsnaam] gevonden op [IP-adres] )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van

zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of de billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ( [bestandsnaam] gevonden op [IP-adres] )

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar

seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ( [bestandsnaam] gevonden op [IP-adres] en [bestandsnaam] gevonden op [IP-adres] .

Geldigheid van de dagvaarding

Ingevolge de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering dient de rechtbank te beraadslagen op de grondslag van de tenlastelegging. De tenlastelegging strekt er daarbij toe voor de procesdeelnemers de inzet van het geding en de te volgen beslissingsstructuur met de vereiste duidelijkheid vast te leggen. Met het oog daarop dient ingevolge artikel 261, eerste lid, van Wetboek van Strafvordering de dagvaarding een opgave te behelzen van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse alsmede de omstandigheden waaronder het zou zijn begaan.

De Hoge Raad heeft enkele uitgangspunten geformuleerd met het oog op de strafrechtelijke beoordeling van het op grote(re) schaal voorhanden hebben van kinderporno (HR 20 december 2011, NJ 2012/147 en HR 24 juni 2014, NJ 2014/339 ). De rechtbank acht deze uitgangspunten ook toepasbaar op het voorhanden hebben van dierenporno.

Die uitgangspunten komen erop neer dat de steller van de tenlastelegging zich bij voorkeur zou moeten beperken tot het beschrijven van een selectie van een gering aantal (representatieve) afbeeldingen zonder in de tenlastelegging zelf enige aanduiding van of verwijzing op te nemen naar een wellicht grotere hoeveelheid waarvan die afbeeldingen deel uitmaken. In geval van bewezenverklaring van het handelen van de verdachte met betrekking tot een of meer van die in de tenlastelegging omschreven afbeeldingen kan vervolgens bij de straftoemeting rekening worden gehouden met het grootschalige karakter van het delict, bijvoorbeeld op grond van de erkenning door de verdachte van het grootschalige karakter, hetgeen betekent dat de concrete afbeeldingen of de exacte hoeveelheid kinderporno - dan wel, zoals hier aan de orde, dierenporno - niet behoeven te worden besproken.

Het onder 1 ten laste gelegde heeft, in afwijking van de hiervoor aangegeven werkwijze, betrekking op het in bezit hebben, verspreiden en vervaardigen van 3302 foto's, waarbij in algemene zin verwezen wordt naar 1 fotobestand en 1 beslagcode die betrekking heeft op 10 DVD's. Derhalve betreft het een grote hoeveelheid foto's, die - zonder nadere verduidelijking of herleidbaarheid tot die 3302 foto's - in nader omschreven categorieën is onderverdeeld. De steller van de tenlastelegging heeft zich hierbij dus niet beperkt tot - een beschrijving van - een beperkte selectie van (representatieve) afbeeldingen. Uit de eisen die artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering in gevallen als de onderhavige stelt aan de dagvaarding, vloeit voort dat de tenlastelegging met het oog op de duidelijkheid voor in het bijzonder de verdachte en de rechtbank ten aanzien van elk van die afbeeldingen, hetzij een voldoende concrete beschrijving dient te bevatten, hetzij de vindplaats van die beschrijving in het dossier dient te vermelden.

Nu het onder 1 ten laste gelegde niet aan die eisen voldoet, vormt dit voor de rechtbank grond tot nietigverklaring van de dagvaarding in zoverre.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het 2 ten laste gelegde als volgt.

Het ten laste gelegde onder 2 heeft betrekking op het in bezit hebben van kinderporno ten aanzien van 24 foto's en 2 gegevensdragers.

In het op deze zaak betrekking hebbende proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek1 (verder: het proces-verbaal) zijn de bevindingen opgenomen van het onderzoek naar kinder- en dierenporno, aangetroffen op gegevensdragers die onder twee personen, te weten verdachte en [medeverdachte] , in beslag zijn genomen. Uit het proces-verbaal blijkt dat onder verdachte 9 en onder [medeverdachte] 7 gegevensdragers in beslag zijn genomen2.

Op deze, in totaal 16 inbeslaggenomen gegevensdragers, zijn 441.482 afbeeldingen (foto's, films en video's) aangetroffen3. Daaronder zouden zich - voor wat betreft het onder verdachte in beslaggenomen materiaal - 24 kinderpornografische fotobestanden hebben bevonden4.

De rechtbank stelt vast dat slechts van 4 van deze bestanden in de tenlastelegging een beschrijving van de afbeelding is gegeven met daarbij een bestandsnaam en telkens de aanduiding ‘gevonden op [IP-adres] ’. Uit het dossier (pagina 217 e.v., 222, 618 en 628) volgt dat dit betreft de laptop van het merk Acer, aangetroffen en in beslag genomen in de woning van verdachte. In zoverre voldoet de tenlastelegging aan de daaraan te stellen eisen.

De rechtbank stelt vast dat de tenlastelegging voor wat betreft de 20 overige, niet gespecificeerde afbeeldingen niet voldoet aan de eisen gesteld door artikel 261, eerste lid, van Wetboek van Strafvordering. In zoverre zal de dagvaarding partieel nietig worden verklaard.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde geconcludeerd dat het feit voor wat betreft 1 afbeelding kan worden bewezen en dat verdachte voor wat betreft de overige afbeeldingen dient te worden vrijgesproken, kort gezegd omdat deze afbeeldingen afkomstig zijn uit de locatie ‘Deleted’.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de 4 thans nog in geding zijnde foto's (onder feit 2) volgens het proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek afkomstig zijn uit de locatie "Deleted" en dat de bestanden afkomstig uit deze locatie, zonder daarvoor bestemde software niet meer eenvoudig door de gebruiker te benaderen zijn. De rechtbank zal verdachte ten aanzien van deze afbeeldingen vrijspreken, nu daarvan niet is komen vast te staan dat verdachte op of omstreeks de ten laste gelegde datum daarover een zekere beschikkingsmacht had, zoals voor het opzettelijk bezit van kinderpornografisch materiaal vereist is.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart de dagvaarding partieel nietig voor zover het betreft

- het onder 1 ten laste gelegde;

- het onder 2 ten laste gelegde, voor zover het betreft het aantal niet-gespecificeerde foto’s (20).

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. J.V. Nolta en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juni 2017.

Mr. Nolta en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek d.d. 11 november 2015, opgenomen op pagina 606 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NNRCC15012 LAODICA, d.d. 15 december 2015, inhoudende het relaas van verbalisant.

2 Pagina 607

3 Pagina 608

4 Pagina 610