Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:1637

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
27-01-2017
Datum publicatie
08-05-2017
Zaaknummer
18-830373-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Toepassing ASR: veroordeling wegens diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en valse sleutels; diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaren met bijzondere voorwaarden en een taakstraf van 120 uren;

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 77a
Wetboek van Strafrecht 77g
Wetboek van Strafrecht 77i
Wetboek van Strafrecht 77m
Wetboek van Strafrecht 77n
Wetboek van Strafrecht 77x
Wetboek van Strafrecht 77y
Wetboek van Strafrecht 77z
Wetboek van Strafrecht 77gg
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830373-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 27 januari 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 januari 2017.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. C. Eenhoorn, advocaat te Groningen, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T.H. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 24 juli 2016 tot en met 25 juli 2016, te

[pleegplaats 1] , in de gemeente Zuidhorn, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning gelegen aan de [adres] te [pleegplaats 1] ,

heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid geld en/of sleutels en/of een naast

die woning geparkeerde auto (Volkswagen Polo) met daarin onder meer een

laptop, printer en/of een harde schijf, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich

de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat

weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van braak, verbreking, inklimming en/of die auto door middel van een

valse sleutel, te weten door middel van de weggenomen autosleutel(s);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] en/of anderen in of omstreeks de periode van 24 juli 2016 tot en met

25 juli 2016, te [pleegplaats 1] , in de gemeente Zuidhorn, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] te

[pleegplaats 1] , heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid geld en/of sleutels en/of

een naast die woning geparkeerde auto (Volkswagen Polo) met daarin onder meer

een laptop, printer en/of een harde schijf, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan die [medeverdachte 1] en/of anderen, waarbij die [medeverdachte 1] en/of anderen zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat

weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van braak, verbreking, inklimming en/of die auto door middel van een

valse sleutel, te weten door middel van de weggenomen autosleutel(s),

bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam

is geweest door voor en/of tijdens genoemd misdrijf op de uitkijk te staan;

2.

hij op of omstreeks 2 augustus 2016, in de gemeente Marum, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand gevestigd aan [adres 2]

( [bedrijf] ) heeft/heben weggenomen een hoeveelheid

geld en/of een tas met inhoud (onder meer een portemonnee met inhoud) en/of

een fotocamera en/of een autosleutel, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 2] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte

en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] en/of anderen op of omstreeks 2 augustus 2016, in de gemeente Marum,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand gevestigd aan de

[adres 2] ( [bedrijf] ) heeft/heben weggenomen een

hoeveelheid geld en/of een tas met inhoud (onder meer een portemonnee met

inhoud) en/of een fotocamera en/of een autosleutel, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of anderen, waarbij die

[medeverdachte 1] en/of anderen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam

is geweest door voor en/of tijdens genoemd misdrijf op de uitkijk te staan;

3.

hij op of omstreeks 2 augustus 2016, in de gemeente Marum, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd

in/uit een woning gelegen aan de [straat] te [pleegplaats 2] , heeft/hebben

weggenomen een portemonnee met inhoud (onder meer 700 euro en/of pasjes), een

laptop, een TomTom en/of fotocamera's, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 2 augustus 2016, in de gemeente Marum, ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een pand gevestigd aan de [adres] (juwelier) weg

te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen

door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn

mededader(s), althans alleen, naar voornoemde pand is/zijn gegaan en/of

(vervolgens) een raam heeft/hebben geforceerd/opengebroken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van de stukken in het dossier gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank past ten aanzien van het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 bewezen verklaarde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Feit 1 primair

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 5 augustus 2016, opgenomen op pagina 33 van het dossier met nummer 2016213844 d.d. 6 december 2016, inhoudende als verklaring van [aangever] :

Ik ben namens de benadeelde [slachtoffer 1] gerechtigd tot het doen van aangifte van inbraak. Er is ingebroken in de woning van mijn dochter en schoonzoon tussen zondag 24 juli 2016 te 18:30 uur en maandag 25 juli 2016 te 19:30 uur. De woning is gelegen aan [adres] te [pleegplaats 1] . Men heeft zich de toegang tot de woning verschaft door aan de achterzijde van de woning een bovenlicht te verbreken. Men heeft de woning verlaten door twee openslaande deuren aan de achterzijde van de woning die men met behulp van in de woning aanwezige sleutels heeft kunnen openen. Deze beide deuren waren naast het cilinderslot ook afgesloten middels steeksloten aan de boven- en onderzijde. Ook heeft men de achterdeur van binnenuit geopend middels sleutels die aanwezig waren in de woning. Men heeft de hele woning doorzocht. Tevens heeft men de naast de woning geparkeerde personenauto, een zwarte Volkswagen type polo, voorzien van het [kenteken] . Deze personenauto stond geparkeerd voor de garage, naast de woning.

Aanvulling benadeelde [slachtoffer 1] .

Met betrekking tot de inbraak in mijn woning kan ik u nog het volgende verklaren. Mijn weggenomen Volkswagen Polo is reeds teruggevonden in [pleegplaats 1] . In de kofferbak van deze auto lagen mijn laptop, printer en een harde schijf. Vanuit de woning is een geldbedrag weggenomen van in totaal ongeveer 300 euro. Dit geld zat in de spaarpotten van de kinderen en ook in een keukenkast. Verder heeft men een aantal sleutels van onder andere de gestolen auto en van de achterdeuren weggenomen. Bij het inbreken heeft men het uitzetijzer van een bovenlicht verbroken. Verder is het houtwerk van de buitendeur kozijnen beschadigd.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 5 oktober 2016, opgenomen op pagina 130 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] (V: verbalisant en A:verdachte):

V: Heb jij samen met [verdachte] , [medeverdachte 1] ingebroken in de woning waar de Volkswagen polo is gestolen?

A: Ja. [persoon] had verteld dat die mensen op vakantie waren. De autosleutels lagen gewoon in de la.

V: Wat hebben jullie, [verdachte] , [medeverdachte 1] en jij, nog meer meegenomen uit die woning?

A: Een laptop. We zijn binnengekomen via de achterkant. [medeverdachte 1] is naar binnen gekropen. Daarna heeft hij de achterdeur open gedaan. We hebben een beetje rondgeneusd in de woning. De autosleutels vonden wij in de keukenla. Ik heb de auto daar weggereden.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 13 oktober 2016, opgenomen op pagina 183 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :

V: Wat kun je over deze inbraak vertellen, er is daar onder andere een VW Polo weggenomen?

A: Ik was toen samen [medeverdachte 2] en [verdachte] . Ik ben door een raam heen geklommen. Dit raam had [medeverdachte 2] kort daarvoor open gebroken. Met behulp van [medeverdachte 2] kon ik naar binnen klimmen. Dat raam was aan de achterkant van de woning. Toen ik binnen was, heb ik een deur van binnen uit opengemaakt en toen konden [medeverdachte 2] en [verdachte] ook naar binnen. [medeverdachte 2] heeft toen later nog terrasdeuren opengemaakt van binnen uit. We zijn toen allemaal gaan zoeken naar spullen om eventueel mee te nemen. Ik ben onder andere beneden in het huis geweest en heb gezocht in een speelgoedkast en ik heb boven nog gezocht op een kamer samen met [verdachte] . Er is toen ook een autosleutel gevonden. Deze had [medeverdachte 2] gevonden. Ik heb deze autosleutel getest. Dat heb ik gedaan door de sleutel in het portier te steken van een donkere VW Polo. We zijn op een gegeven moment samen in deze auto weggegaan. [medeverdachte 2] reed en ik en [verdachte] zaten er bij in.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 12 oktober 2016, opgenomen op pagina 191 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte (V: verbalisant en A: verdachte):

V: Hoe is de diefstal van die Polo dan gegaan [verdachte] ?

A: Volgens mij zijn ze dat huis binnen gegaan. Dat waren [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] . Volgens mij zijn ze één van de laatste huizen in die straat binnen gegaan. Volgens mij is [medeverdachte 1] via het kleine raampje naar binnen gegaan. Volgens mij was het een klein raampje boven een deur. [medeverdachte 1] heeft toen de deur open gedaan en zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ook naar binnen gegaan. Toen vonden ze een laptop, een dvd speler en de autosleutels van die Volkswagen Polo. Waarschijnlijk als er geld lag ook geld. Ze hebben die spullen in de Polo laten liggen.

Het was het plan van [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] bedacht altijd alles wat gedaan moest worden. [medeverdachte 2] had het plan bedacht om die Polo te gaan verkopen. Ja en dat hij dat huis in wilde.

De inbraak was in de avond/nacht. We hebben een schroevendraaier meegenomen naar dat huis. Ik heb 20 euro gekregen.

Feit 2 primair

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 2 augustus 2016, opgenomen op pagina 40 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

Ik ben namens de benadeelde [bedrijf] gerechtigd tot het doen van aangifte van diefstal uit de manage [bedrijf] welke is gelegen aan [adres 2] te [pleegplaats 2] . Ik ben, samen met mijn man eigenaar van de manege. Mijn man kwam tot de ontdekking dat er was ingebroken op dinsdag 2 augustus omstreeks 05:00 uur. Op maandag 1 augustus omstreeks 22:00 uur hebben we de manege afgesloten. Hiermee bedoel ik het kantoor en de kantine, welke zich aan de voorzijde van het pand bevindt. De deur rechts van de manege, gezien vanaf de voorzijde, blijft altijd open staan. Via deze weg heeft men toegang gekregen tot het pand. Meteen links zit een deur welke toegang geeft tot het kantoor en kantine. Deze deur is met geweld opengebroken. Links zit het kantoor en als je rechtdoor loopt kom je in de kantine. Uit de kassa, welke zich aan de linkerkant van de bar bevindt, is een kleine 300 euro weggenomen in papier en munt geld. In elk geval 2 briefjes van 50 euro zat er in. Daarnaast hebben zij mijn tas mee genomen. Mijn portemonnee hebben ze eruit gehaald en alle pasjes uit de portemonnee gehaald. Ook hebben ze een fotocamera meegenomen welke is teruggevonden bij de buren. Tot slot is er een autosleutel meegenomen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 13 oktober 2016, opgenomen op pagina 183 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] (V: verbalisant en A: verdachte):

V: Wat kan je vertellen over de inbraak bij de manege in [pleegplaats 2] aan [adres 2] ?

A: [medeverdachte 2] heeft dus na de mislukte inbraak bij de juwelier daar in de buurt de auto neergezet. [medeverdachte 2] liep steeds een beetje over dat vakantiepark heen tussen de huisjes door. Ik stond met [verdachte] bij de auto te wachten. Wij zijn met ons vieren heen en weer gelopen tussen de manege en de vakantiehuisjes. Daarna ben ik met [verdachte] bij de auto gaan staan. Ik zag dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] wat aan het observeren waren bij de manege. Ze kwamen terug lopen en hebben gereedschap uit de auto gehaald. Een koevoet, handschoenen, bivakmuts. Vervolgens zijn wij met ons vieren via de paardenstallen naar binnen gegaan.

V: Hoe hebben jullie de buitendeur open gemaakt?

A: De buitendeur stond open. Vervolgens hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] de binnendeur naar de kantine opengebroken met de koevoet.

V: Jullie zijn dus met jullie vieren de kantine ingegaan?

A: Ja. Toen zijn vooral [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gaan zoeken naar waardevolle spullen en deze hebben ze in tassen gedaan die [verdachte] en ik om hadden. Hierna zijn we alle vier weer naar buiten gegaan. Daarna zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] weer samen naar binnen gegaan maar kwamen ook snel weer naar buiten.

V: Wat hebben jullie meegenomen uit de manege?

A: In ieder geval blikjes drinken. [verdachte] en ik hadden de tassen om en zij hebben het ingeladen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor van verdachte inverzekeringstelling en inbewaringstelling bij de rechter-commissaris d.d. 14 oktober 2016, als los document gevoegd:

U vraagt aan mij of hetzelfde is gebeurd in [pleegplaats 2] . Daar was ik ook bij.

Feit 3

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 5 augustus 2016, opgenomen op pagina 28 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3]

Ik doe aangifte van diefstal uit mijn woning op 2 augustus 2016 tussen 04:00 uur en 04:10 uur. Voordat ik naar bed ging om te gaan slapen heb ik alle deuren, ramen en kozijnen goed afgesloten. Dit sluit ik altijd goed af voordat ik naar bed ga of weg ga van huis. Omstreeks 04:00 uur hoorde ik een rommelend geluid. Enkele minuten later hoorde ik voetstappen en een rommelend geluid op de begane grond in de woning. Op dat moment schrok ik wakker en besefte dat er waarschijnlijk werd ingebroken. Ik zag dat de deur in de gang op de begane grond naar de keuken open stond riep met luide stem: "Politie, politie". Ik hoorde toen meerdere voetstappen lopen op de begaande grond. Vervolgens hoorde ik geluiden en voetstappen buiten. Ik vermoed dat het om meerdere personen ging in verband met de aantal voetstappen die ik hoorde. In de keuken zag ik dat er enkele kastdeuren en laden openstonden. In de keuken had ik mijn portemonnee met daarin pasjes en 700 euro, een Dell laptop, een Tom Tom en twee fotocamera's liggen. Ik zag dat deze goederen weg waren genomen. De woonkamer is gelegen aan de keuken. Ik zag dat er in de woonkamer kastdeuren openstonden. Ik zag dat de tussendeur gelegen in de gang waar de keukendeur zich bevindt open was gebroken. Ik zag dat het kozijn en deur schade hadden ter hoogte van het slotwerk. Ik vermoed dat de deur is opengebroken met een hard voorwerp. Ik zag dat de voordeur openstond. Ik had deze afgesloten met een sleutel. Ik zag de sleutel op een stoel liggen naast de voordeur. Buiten bij het toegangshek van terrein om bij mijn woning te komen zag ik een fotocameratas liggen met daarin een fotocamera. Deze was niet van mij.

Rechts naast de voordeur is een kamer. Ik zag dat de uitzetraam in de kamer los stond. Ik zag dat het uitzetijzer verbogen was. Ik vermoed dat er via deze weg toegang is verschaft tot mijn woning.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 13 oktober 2016, opgenomen op pagina 183 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] (V: verbalisant en A: verdachte)

V: Wat kan je vertellen over de inbraak woning [adres 3] te [pleegplaats 2] ? Dit is de woning schuin tegenover de manege.

A: Ik weet daar nog van dat [verdachte] toen als eerste naar binnen is gegaan. Via een raam, welke half open stond, bij een ruimte waar ook de honden in bleken te zitten. Ze wilden eerst nog dat ik als eerste naar binnen moest gaan en dat wilde ik niet. Ik ben niet gegaan en [verdachte] is dus gegaan. [verdachte] heeft toen van binnenuit de deur open gedaan en toen zijn we allemaal naar binnen gegaan. Dus ik, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] waren binnen. Toen we binnen waren is er gezocht door ons allemaal naar spullen. Op een gegeven moment werd er hard geroepen van: "Stop Politie." Dat was door een van de bewoners van de woning. Ik schrok daar van en wij zijn toen met zijn allen snel de woning uit gegaan. Ik had nog steeds een rugzak bij me met spullen van uit de manege. De anderen hadden allemaal spullen in de handen uit deze woning. Veel spullen zijn onderweg weggegooid. Dat zag ik.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor van verdachte inverzekeringstelling en inbewaringstelling bij de rechter-commissaris d.d. 14 oktober 2016, als los document gevoegd:

U vraagt aan mij of hetzelfde is gebeurd in [pleegplaats 2] . Daar was ik ook bij.

Feit 4

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 2 augustus 2016, opgenomen op pagina 25 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4] :

Ik doe aangifte van een poging diefstal welke is gepleegd in mijn juwelier gelegen aan de [adres 4] te [pleegplaats 2] op dinsdag 2 augustus tussen 03:00 uur en 03:11 uur, waarvan ik de eigenaar ben. Omstreeks 03:11 uur werden wij gebeld door de alarmcentrale dat het alarm bij ons in de juwelier afging. Er is geprobeerd om via de rechterzijde het pand binnen te treden. Als je voor het pand staat is het, het tweede raam. Het gedeelte waar dit raam in zit steekt een stuk uit ten opzichte van het eerste stuk van het pand. Het raamkozijn is met een scherp en sterk voorwerp open gebroken. Het betreft een uitzetraam en de hendel om deze van binnen uit te openen is verbroken. Het raam bevindt zich op een 15 tot 20 meter vanaf de openbare weg en ligt redelijk beschut. Het terrein is te betreden via de oprit, welke zich bevind aan de rechterzijde van het pand. Gisteravond, maandag 1 augustus, omstreeks 22:30 uur hebben wij het pand in goede staat afgesloten.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 13 oktober 2016, opgenomen op pagina 183 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] (V: verbalisant en A: verdachte):

V: Laten we beginnen met [pleegplaats 2] . De poging inbraak bij de juwelier.

A: Ja daar was ik bij. Ik was daar met nog drie andere jongens. [medeverdachte 2] die reed. Ik moest mee, want ik mocht niet in het huis blijven. Als ik niet mee ging dan mocht ik ook niet weer in het huis komen. Ik moest mee want ze hadden mij nodig. Ze hadden een juwelier op het oog en ze hadden wel het idee dat iedereen veilig terug moest komen. Ze hadden het idee om in het huis in te breken en met overmacht die mensen een soort van te overvallen. Daarna wilden ze zo de juwelier in lopen.

We zijn wat om het pand heen gelopen maar zagen geen deur die open kon. [medeverdachte 2] heeft [verdachte] een voetje gegeven zodat [verdachte] ergens bovenop kon kijken. Of er een ander plekje was waar je naar binnen kon. [medeverdachte 2] zag een raampje en stond met een breekijzer. Hij is lang dus kon er goed bij. [medeverdachte 2] heeft toen met dat breekijzer het raampje opengebroken. Toen het raampje open ging was er vrijwel direct een luid alarm. Iedereen sprong toen alle kanten op. We renden allemaal naar de auto toe. Hierna zijn we weg gereden met [medeverdachte 2] achter het stuur.

V: Heb jij nog door een raam gekeken bij de juwelier?

A: [medeverdachte 2] was bezig met dat raam en dat duurde een tijdje. Maar toen het raam eenmaal open was, ging het alarm af. Het was wel de bedoeling dat ik door het raam ging kijken. Maar toen ik de gevel vast had en met mijn handen het gordijn aanraakte, ging het alarm af. Ik denk dat er een bewegingssensor hing.

V: Dus samengevat. [medeverdachte 2] heeft met een breekijzer het raam open gebroken en jij zou door het raam kijken?

A: Ja dat klopt. Het was dus eigenlijk de bedoeling dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] die mensen zouden beletten. En daarna dus op een manier de juwelier in te gaan. Ik zou dus kijken hoe we het beste naar binnen konden gaan.

V: Dus [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en jij waren daar. En wil je niet vertellen wie de vierde was?

A: [verdachte] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 12 oktober 2016, opgenomen op pagina 191 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

V: Hoe zit het nu met de juwelier in [pleegplaats 2] ?

A: Ja daar was ik ook bij. Ik sta ook op de camerabeelden. Uiteindelijk zou [medeverdachte 1] naar binnen maar toen ging het alarm af. [medeverdachte 2] wilde eerst dat ik naar binnen ging.Ik wilde niet als eerst naar binnen. [medeverdachte 2] gaf [medeverdachte 1] een hopje om bij het raam te komen. [medeverdachte 1] deed het gordijn een stukje open en toen ging het alarm af.

V: Wie waren er toen allemaal mee?

A: [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en ik. Het was in de nacht. Altijd 's nachts.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. primair

hij in de periode van 24 juli 2016 tot en met 25 juli 2016 te [pleegplaats 1] tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres] te [pleegplaats 1] heeft weggenomen een hoeveelheid geld en sleutels en voorts een naast die woning geparkeerde auto (Volkswagen Polo) met daarin onder meer een laptop, printer en een harde schijf, toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak, en die auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door middel van de weggenomen autosleutels;

2. primair

hij op 2 augustus 2016 in de gemeente Marum tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand gevestigd aan [adres 2]

( [bedrijf] ) heeft weggenomen een hoeveelheid geld en een tas met inhoud (onder meer een portemonnee met inhoud) en een fotocamera en een autosleutel, toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [bedrijf] waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

hebben verschaft door middel van braak;

3.

hij op 2 augustus 2016 in de gemeente Marum tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning gelegen aan de [adres 3] te [pleegplaats 2] heeft weggenomen een portemonnee met inhoud (onder meer 700 euro en pasjes), een laptop, een TomTom en fotocamera's, toebehorende aan [slachtoffer 3] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

4.

hij op 2 augustus 2016 in de gemeente Marum ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand gevestigd aan de [adres 4] (juwelier) weg te nemen goederen en/of geld toebehorende aan [slachtoffer 4] en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, met zijn mededaders naar voornoemd pand is gegaan en vervolgens een raam heeft opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en valse sleutels;

2. primair diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

3. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

4. poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis met aftrek. De officier van justitie heeft tevens gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het rapport van de reclassering d.d. 20 december 2016. De officier van justitie heeft aangevoerd dat het commune strafrecht toegepast moet worden.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat er rekening moet worden gehouden met de jeugdigheid van verdachte. De raadsman heeft verzocht om aan verdachte een voorwaardelijke straf op te leggen, gecombineerd met een taakstraf voor minder uren dan door de officier van justitie gevorderd.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, zoals deze op de dagvaarding is vermeld en welk feit hiermee is afgedaan.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich binnen een kort tijdsbestek samen met anderen schuldig gemaakt aan drie inbraken en een poging daartoe. Eén van de aangevers is 's nachts wakker geschrokken omdat hij hoorde dat er bij hem werd ingebroken. Dit is voor aangever een beangstigende situatie geweest. De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door op een dergelijke manier te handelen, een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Ook heeft verdachte aangetoond dat hij geen enkel respect heeft voor andermans eigendommen.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 16 december 2016, niet eerder wegens soortgelijke delicten is veroordeeld. Tevens heeft de rechtbank rekening gehouden met het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of in het kader van het zogenoemde adolescentenstrafrecht (hierna: ASR) toepassing van het jeugdstrafrecht aan de orde is. Ten tijde van de feiten was verdachte 19 jaar oud, zodat in beginsel het commune strafrecht dient te worden toegepast. Op grond van artikel 77c Sr kan de rechter adolescenten van 18 tot 23 jaar berechten op grond van het jeugdstrafrecht, indien hij daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan.

De rechtbank heeft acht geslagen op de rapporten van de reclassering d.d. 13 oktober 2016 en 20 december 2016. Blijkens het rapport van de reclassering d.d. 13 oktober 2016 is verdachte een nog jonge man die grote moeite heeft zich met zijn beperking, bestaande uit gedragsproblemen door ADHD en ODD, staande te houden. Er zijn duidelijke vaardigheidstekorten die pleiten voor toepassing van het jeugdstrafrecht. De reclassering heeft geadviseerd om ten aanzien van verdachte het jeugdstrafrecht toe te passen en het toezicht door de volwassenenreclassering uit te laten voeren.

In het rapport d.d. 20 december 2016 heeft de reclassering echter in een zeer beknopte conclusie geadviseerd het commune strafrecht toe te passen nu gelet op de huidige leefsituatie pedagogische beïnvloeding niet meer aan de orde is. De rechtbank is van oordeel dat dit laatste advies, gelet op de onderbouwing van het hiervoor aangehaalde rapport alsmede de wettelijke criteria, onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank zal dan ook dit advies terzijde schuiven en gelet op de onderbouwing van het advies van de reclassering van 13 oktober 2016 het daarin gestelde overnemen als redengevend.

Gelet daarop en al hetgeen overigens uit het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken omtrent de ontwikkeling(sproblematiek) van verdachte zal de rechtbank het jeugdstrafrecht toepassen.

Alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een taakstraf en een voorwaardelijke jeugddetentie van na te noemen duur een passende reactie vormt. De rechtbank zal aan verdachte een lagere taakstraf en voorwaardelijke jeugddetentie opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd nu door de rechtbank het jeugdstrafrecht wordt toegepast en verdachte niet eerder wegens soortgelijke delicten is veroordeeld. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zal de rechtbank naast een proeftijd van 2 jaar, de bijzondere voorwaarden koppelen zoals opgenomen in het rapport van de reclassering d.d.

20 december 2016.

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

[slachtoffer 2] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

[slachtoffer 3] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van P.J. Faber wordt toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de hoofdelijkheidsclausule.

Met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 2] heeft de officier van justitie gevorderd dat de materiële schade wordt toegewezen en dat de immateriële schade gematigd wordt tot een bedrag van € 1.500,-. Gelet hierop dient te worden toegewezen een bedrag van

€ 2.139,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de hoofdelijkheidsclausule. Het overige deel van de vordering dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 3] heeft de officier van justitie aangevoerd dat de gevorderde materiële schade niet voor toewijzing vatbaar is nu de onderbouwing van de gevorderde schade ontbreekt. De officier van justitie heeft met betrekking tot de immateriële schade gevorderd dat aan de benadeelde partij als voorschot een bedrag van € 1.000,- wordt toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de hoofdelijkheidsclausule. Het overige deel van de vordering dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de vordering van [slachtoffer 1] met betrekking tot de gestelde materiële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De raadsman heeft aangevoerd dat de materiële schade onvoldoende is onderbouwd en dat schorsing van het onderzoek om de hoogte van de materiële schade alsnog te doen aantonen zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 3] heeft de raadsman ten aanzien van de materiële schade betoogd dat er onvoldoende causaal verband bestaat tussen het aan verdachte ten laste gelegde feit en de opgevoerde schade en dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De raadsman heeft aangevoerd dat de gevorderde immateriële schade onvoldoende is onderbouwd en dat schorsing van het onderzoek om de hoogte van de materiële schade alsnog te doen aantonen zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding.

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] door het bewezen verklaarde schade is toegebracht. De rechtbank acht de materiële schade, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken voor toewijzing vatbaar. De gevorderde immateriële schade zal de rechtbank, gelet op staande rechtspraktijk, matigen tot een bedrag van € 250,-. De rechtbank zal het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van € 638,52 vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de hoofdelijkheidsclausule.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] door het bewezen verklaarde schade is toegebracht. De rechtbank acht de materiële schade, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken voor toewijzing vatbaar. De gevorderde immateriële schade zal de rechtbank, gelet op staande rechtspraktijk, matigen tot een bedrag van € 250,-. De rechtbank zal het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van € 889,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de hoofdelijkheidsclausule.

Met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 3] is de rechtbank ten aanzien van de gevorderde materiële schade van oordeel dat zij over onvoldoende informatie beschikt om de hoogte van de geleden schade te kunnen beoordelen. De rechtbank zal echter niet overgaan tot schorsing van het onderzoek om de hoogte van de materiële schade alsnog te doen aantonen. Dit zal namelijk leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in dit deel van de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De gevorderde immateriële schade zal de rechtbank, gelet op staande rechtspraktijk, matigen tot een bedrag van € 250,-. De rechtbank zal het overige deel van de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van € 250,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de hoofdelijkheidsclausule.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een jeugddetentie voor de duur van 4 maanden.

Bepaalt, dat deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

a. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

b. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

c. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen 14 dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij de reclassering van het Leger des Heils op het adres Damsterdiep 271 te Groningen. Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

2. dat de veroordeelde wordt verplicht om zich te laten behandelingen conform het behandeladvies van de forensische polikliniek van de Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/ behandelaar zullen worden gegeven;

3. dat de veroordeelde wordt verplicht om in de woonvoorziening van zorggroep Stad en Ommeland of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, te verblijven en zich te houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 120 uren onbetaalde arbeid. De arbeid moet binnen 6 maanden zijn verricht.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 638,52 (zegge: zeshonderd achtendertig euro en tweeënvijftig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2016 in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige in haar vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van [slachtoffer 1] het te betalen een bedrag van € 638,52 (zegge: zeshonderd achtendertig euro en tweeënvijftig eurocent) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit € 388,52 aan materiële schade en € 250,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 889,- (zegge: achthonderd negenentachtig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2016 in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige in haar vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van

[slachtoffer 2] het te betalen een bedrag van € 889,- (zegge: achthonderd negenentachtig euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 17 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit € 639,- aan materiële schade en € 250,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 250,- (zegge: tweehonderdvijftig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2016 in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige in haar vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van

[slachtoffer 3] het te betalen een bedrag van € 250,- (zegge: tweehonderdvijftig euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit € 250,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Jongsma, voorzitter, Th.A. Wiersma en M.J.B. Holsink, rechters, bijgestaan door mr. A.C. Fennema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 januari 2017.