Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:1557

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-04-2017
Datum publicatie
04-05-2017
Zaaknummer
5869170
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Executiegeschil: Geen misbruik van executiebevoegdheid. Noodtoestand niet gebleken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 5869170 \ CV EXPL 17-3574

vonnis van de kantonrechter ex artikel 254 lid 5 Rv d.d. 26 april 2017

inzake

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. K.A. Faber,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE OOSTSTELLINGWERF,

gevestigd te Oosterwolde,

gedaagde,

vertegenwoordigd door mevrouw M. Rutten, invorderingsambtenaar en

mevrouw A. Beljaars, medewerker invordering.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de gemeente worden genoemd.

Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de mondelinge behandeling d.d. 14 april 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

Motivering

De feiten

2.1.

[eiseres] is belastingen verschuldigd aan de gemeente over de jaren 2011, 2012 en 2013 ten bedrage van € 726,33 (hierna: de belastingschuld). [eiseres] heeft een gezamenlijke huishouding met de heer [partner] (hierna: [partner] ). [partner] ontvangt van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB) maandelijks een AOW-uitkering die op zijn bankrekening wordt gestort. [eiseres] ontvangt maandelijks een AIO-aanvulling die op haar eigen bankrekening wordt gestort.

2.2.

Cannock Chase Public (hierna: Cannock Chase) is het bedrijf dat namens de gemeente belast is met het innen van de belastingschuld. Cannock Chase heeft [eiseres] op of omstreeks 6 augustus 2015 schriftelijk verzocht om betaling van de openstaande belastingschulden.

2.3.

Als reactie op voormeld schrijven van Cannock Chase heeft [partner] bij brief van 10 augustus 2015 aan Cannock Chase, voor zover thans van belang, geschreven dat hij als gemachtigde van [eiseres] om betalingsuitstel verzoekt in verband met betalingsonmacht van [eiseres] . Bij zijn schrijven heeft [partner] onder meer, voor zover thans van belang, twee beslissingen van de kantonrechter van deze rechtbank d.d. 3 november 2014 gevoegd, waarin vorderingen van de Officier van Justitie tot (machtiging van de toepassing van) gijzeling van [eiseres] als dwangmiddel in verband met een tweetal openstaande vorderingen van het CJIB ten bedrage van respectievelijk € 193,00 en € 277,00 worden afgewezen wegens "geen draagkracht".

2.4.

Op 28 oktober 2016 heeft de belastingdeurwaarder, op verzoek van de ambtenaar belast met de invordering bij de gemeente, executoriaal derdenbeslag gelegd onder de ING bank N.V. (hierna: ING) op alle rekeningen ten name van [eiseres] voor het bedrag van de openstaande belastingschuld van € 726,33. Dit beslag heeft doel getroffen voor € 413,25, welk bedrag ING apart heeft gezet verspreid over twee spaarrekeningen op naam van [eiseres] , namelijk € 369,73 op spaarrekening 677975511 R en € 43,52 op spaarrekening 749210885 R. Tevens heeft ING aan [eiseres] , bij brief van 28 oktober 2016, geschreven dat zij een bedrag van € 100,00 zal verrekenen als onkostenvergoeding voor de beslaglegging voor ING en in dit verband gewezen op haar algemene voorwaarden.

2.5.

Bij e-mailbericht van 22 december 2016 heeft de gemachtigde van [eiseres] Cannock Chase, voor zover van belang, gesommeerd de gelden van het door Cannock Chase gelegde beslag aan [eiseres] betaalbaar te stellen, zodat deze haar noodzakelijke kosten, waaronder de huur, zou kunnen betalen. Bij e-mailbericht van 7 januari 2017 heeft (de gemachtigde van) [eiseres] , bij gebreke van een reactie op haar sommatie, Cannock Chase opnieuw verzocht de beslaglegging terug te draaien.

2.6.

Bij e-mailbericht van 9 januari 2017 heeft Cannock Chase het volgende, voor zover van belang, aan (de gemachtigde van) [eiseres] geschreven:

"(…) Graag ontvangen wij van u de gegevens omtrent de beslagvrije voet. Zodra wij deze gegevens hebben of een VTLB berekening, zullen wij de beslagvrije voet respecteren en het te veel ontvangen bedrag terugstorten.

We hebben inmiddels een bedrag van € 313,25 ontvangen.

(…)".

2.7.

Bij e-mailbericht van 3 februari 2017 heeft (de gemachtigde van) [eiseres] , voor zover van belang, aan Cannock Chase bericht dat een aanvullende beslaglegging niet aan de orde kan zijn en dat de gemeente in het bezit is van de gegevens van [eiseres] , nu zij ook de uitkering aan haar verstrekt en daarmee op de hoogte is van de situatie en het feit dat de beslagvrije voet reeds geheel opgebruikt is.

2.8.

Bij brief van 9 februari 2017 heeft Cannock Chase [eiseres] verzocht om een aantal, in de brief gespecificeerde, stukken op te sturen, zodat het bezwaar van [eiseres] tegen de vastgestelde beslagvrije voet in behandeling kan worden genomen. Daarbij wordt opgemerkt dat, indien de gevraagde gegevens niet worden ontvangen, het bezwaar buiten behandeling zal worden gesteld. Bij e-mailbericht van 20 februari 2017 heeft (de gemachtigde van) [eiseres] aan Cannock Chase gevraagd wat het nut is van de opgevraagde bankafschriften, omdat deze gegevens nooit worden opgevraagd voor de berekening van een beslagvrije voet. Hierop heeft Cannock Chase bij e-mailbericht van 8 maart 2017 geantwoord dat de bankafschriften ter verificatie worden opgevraagd.

2.9.

Cannock Chase heeft een 'vooraankondiging loonvordering' d.d. 13 maart 2017 aan [eiseres] gestuurd, waarin zij, voor zover thans van belang, aankondigt beslag te gaan leggen op het inkomen van [eiseres] wegens een openstaande vordering ter zake gemeentelijke belastingen ad € 443,08. Vervolgens heeft Cannock Chase een 'kennisgeving loonvordering' d.d. 23 maart 2017 aan [eiseres] gestuurd, waarin tevens staat vermeld dat de beslagvrije voet is bepaald op € 884,51. Voorts wordt in voormelde kennisgeving loonvordering aangegeven dat [eiseres] binnen acht dagen bezwaar kan aantekenen tegen de vastgestelde beslagvrije voet en wordt gespecificeerd welke stukken zij daartoe moet indienen.

2.10.

Naar aanleiding van voormelde beslaglegging door Cannock Chase op de uitkering van [eiseres] , heeft de SVB bij brief van 5 april 2017 het volgende, voor zover van belang, aan Cannock Chase geschreven:

"U heeft voor een bedrag van € 443,08 beslag gelegd op de AIO-aanvulling van onze klant.

Wij kunnen geen beslag leggen op de maandelijkse uitkering, omdat het netto maandbedrag inclusief vakantie-uitkering lager is dan de beslagvrije voet.

(…)".

De vordering

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. de gemeente op te dragen de ten onrechte geïnde bedragen terug te storten op de rekening van [eiseres] onder vermeerdering met de wettelijke rente vanaf de dag van beslaglegging tot de dag van terugbetaling van het inbeslaggenomen bedrag;

2. de kosten van de beslaglegging te vergoeden ten bedrage van € 100,00;

3. de gemeente te verbieden nogmaals beslag te leggen voor de facturen die [eiseres] verschuldigd is voor de belastingen, zulks op straffe van een dwangsom van € 200,00 per keer dat de gemeente alsnog tot beslaglegging overgaat op de rekening van [eiseres] ;

4. de gemeente te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de beslaglegging op de rekening van [eiseres] door de gemeente in de gegeven omstandigheden misbruik van bevoegdheid oplevert. [eiseres] wordt door de beslaglegging namelijk bewust en moedwillig door de gemeente in de problemen gebracht bij het betalen van de huur en de energielasten, temeer nu ING ook nog eens € 100,00 in rekening brengt voor beslagkosten, aldus [eiseres] . De gemeente is en was bekend met de beslagvrije voet van [eiseres] en met het gebrek aan draagkracht dat blijkt uit de overgelegde rechterlijke uitspraken (zie r.o. 2.3) en de recente brief van de SVB (zie r.o. 2.10). [eiseres] heeft Cannock Chase geïnformeerd over het feit dat er reeds maandelijks aan de gemeente wordt afgedragen, zodat ook de deurwaarder volgens [eiseres] wist dat geen beslag mocht volgen. Er rust een onderzoeksplicht op Cannock Chase om te kijken hoe de huidige financiële situatie van [eiseres] is, voordat overgegaan wordt tot beslaglegging. [eiseres] zegt een spoedeisend belang bij de zaak te hebben omdat zij het terug te storten bedrag van € 413,25 nodig heeft om de huur te betalen en omdat zij - gelet op de recente acties van Cannock Chase - vreest voor een nieuwe beslaglegging door de gemeente omdat de belastingschuld nog niet volledig is voldaan.

Het verweer

4.1.

De gemeente heeft zich verweerd en in dat verband - samengevat - aangevoerd dat zij [eiseres] reeds sinds 2011 - naast de mogelijkheid tot betalingsregelingen - heeft gewezen op de mogelijkheid kwijtschelding aan te vragen en de in dat verband benodigde gegevens, die hetzelfde zijn als de gegevens voor de berekening van de beslagvrije voet, aan te leveren. Desondanks heeft [eiseres] tot op heden nagelaten de relevante documenten aan de gemeente te leveren, zodat de gemeente de beslagvrije voet niet heeft kunnen berekenen en evenmin kan vaststellen of [eiseres] voor kwijtschelding in aanmerking komt. Hoewel de wettelijke verplichting daartoe ontbreekt, is de gemeente bereid om - als zij over de relevante door [eiseres] aan te leveren informatie zou beschikken - vanuit haar maatschappelijke verantwoordelijkheid rekening te houden met de beslagvrije voet bij beslaglegging op de bankrekening van [eiseres] , aldus de gemeente. Nu de gemeente de financiële positie van [eiseres] niet in beeld heeft, kan zij niet tot terugstorting van het bedrag van € 413,25 overgaan; dit zou een onverschuldigde betaling zijn, aldus de gemeente.

4.2.

Op de stellingen en verweren van partijen zal, voor zover van belang, hierna bij de beoordeling nader worden ingegaan.

De beoordeling

5.1.

Het spoedeisende belang vloeit voort uit de aard van het gevorderde.

5.2

Niet in geschil is dat [eiseres] een belastingschuld had ten bedrage van € 726,33 ter zake waarvan de gemeente in beginsel de bevoegdheid tot executie heeft. Aan de orde is de vraag of de gemeente onder de geschetste omstandigheden door uitoefening van dat recht misbruik maakt van haar bevoegdheid. Van misbruik van bevoegdheid kan slechts sprake zijn indien de te executeren titel klaarblijkelijk berust op een juridische of feitelijke misslag, of indien de tenuitvoerlegging op grond van na de titel voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. Als volgt wordt overwogen.

5.3.

[eiseres] heeft - samengevat - aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat sprake is van misbruik van bevoegdheid door de gemeente nu draagkracht bij [eiseres] ontbreekt. De kantonrechter is van oordeel dat het enkele feit dat er onvoldoende draagkracht zou zijn wat daar ook van zij - niet de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. Blijkens de onweersproken stellingen van de gemeente en de door [eiseres] in het geding gebrachte correspondentie, heeft de gemeente diverse malen gevraagd om aanvullende informatie aan te leveren, op grond waarvan zij de beslagvrije voet van [eiseres] kon berekenen en eventueel tot kwijtschelding zou kunnen overgaan. Nu [eiseres] tot op heden heeft nagelaten de desbetreffende informatie aan te leveren, dienen de gevolgen hiervan voor haar eigen rekening te blijven. De kantonrechter volgt [eiseres] dan ook niet in haar standpunt dat de gemeente [eiseres] opzettelijk in de problemen heeft willen brengen met de beslaglegging.

5.4.

De enkele stelling van [eiseres] dat de gemeente op de hoogte was van het gebrek aan draagkracht kan haar evenmin baten. Gelet op het verhandelde ter zitting en op de door [eiseres] in het geding gebrachte stukken, is onvoldoende aannemelijk geworden dat er sprake is van gebrek aan draagkracht bij [eiseres] , althans dat als gevolg van de beslaglegging een noodsituatie aan haar zijde is ontstaan. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat sinds de beslaglegging op de bankrekening van [eiseres] zes maanden zijn verstreken, zonder dat aannemelijk is geworden dat er een huurachterstand is ontstaan. De uitspraak van de kantonrechter van deze rechtbank, die dateert van november 2014, hetgeen ruim twee jaar geleden is, en die bovendien zag op een toetsing in het kader van een voorgenomen gijzeling op grond van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften, acht de kantonrechter in dit verband onvoldoende. Evenmin kan de afwijzing van de SVB - op basis van een, naar ter zitting is gebleken, algemene standaard aangenomen beslagvrije voet bij gebreke van gegevens op grond waarvan de daadwerkelijke feitelijke situatie van [eiseres] kon worden vastgesteld - van de beslaglegging op de uitkering van [eiseres] haar baten, nu het in deze zaak om de beslaglegging op haar bankrekening gaat.

5.5.

Aangezien [eiseres] enkel een gebrek aan draagkracht ten grondslag aan haar vorderingen heeft gelegd en geen andere feiten en omstandigheden ter zake naar voren heeft gebracht, acht de kantonrechter de conclusie dat de gemeente haar bevoegdheid zou hebben misbruikt niet gerechtvaardigd. Voor zover [eiseres] met haar stellingen heeft bedoeld dat de beslaglegging niet rechtsgeldig is omdat gebruikmaking van haar bevoegdheid, gelet op de omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, volgt de kantonrechter ook dit standpunt - in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen - niet.

5.6.

De slotsom is dat de vorderingen van [eiseres] zullen worden afgewezen.

5.7.

[eiseres] zal als de (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten, waarbij de kantonrechter aanleiding ziet de proceskosten aan de zijde van de gemeente - nu deze niet is bijgestaan door een professioneel (juridische) gemachtigde - tot op heden vast te stellen op nihil.

Beslissing

De kantonrechter:

Rechtdoende in kort geding

6.1.

wijst de vorderingen af;

6.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten aan de zijde van de gemeente, tot op heden vastgesteld op nihil.

Aldus gewezen door mr. M. Sanna, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 april 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 426.