Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:1191

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
30-03-2017
Datum publicatie
31-03-2017
Zaaknummer
18/730443-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 30 maart 2017 een man veroordeeld voor een overval op de coffeeshop "Dikrayaat" in Wolvega. De man heeft samen met anderen de overval gepleegd. Hierbij werden het personeel en de bezoekers van de coffeeshop met een op een Kalasjnikov gelijkend voorwerp en een op een vuistvuurwapen gelijkend voorwerp bedreigd. Tevens is er door de man en zijn mededaders geweld gebruikt. Er is onder meer met het op een Kalasjnikov gelijkend voorwerp geslagen. Het personeel en de bezoekers voelden zich zodanig bedreigd dat ze door de nooduitgang het pand hebben verlaten. Ze kwamen in een achtertuin terecht die omsloten was door een hek. Twee bezoekers waren zo in paniek dat ze niet konden wachten totdat het hek werd geopend en zijn over het hek heen geklommen. Dit hek had scherpe anti-inbrekerspunten waardoor zij forse verwondingen aan hun handen, benen en billen hebben opgelopen. De rechtbank heeft de man een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren waarvan één jaar voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van twee jaren opgelegd. Als bijzondere voorwaarden zijn opgelegd een meldplicht bij de reclassering en de verplichting zich onder ambulante behandeling te stellen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730443-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 maart 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,

wonende te ' [woonplaats] ,

thans gedetineerd in P.I. Haaglanden-Zoetermeer, te Zoetermeer, Rokkeveenseweg 50.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 maart 2017.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H. Terpstra, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 16 januari 2016 te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Weststellingwerf, bij de [naam bedrijf] , gevestigd aan de [straatnaam] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en/of een hoeveelheid wiet, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personeel van die coffeeshop en/of daar aanwezige klanten, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- met, door capuchons bedekte hoofden, de coffeeshop zijn binnengedrongen/gegaan en/of

- een of meerdere vuurwapen(s), althans (een) voorwerp(en) die/dat daarvoor door moest(en) gaan (te weten een Kalasjnikov en/of een vuistvuurwapen) met zich mee droeg(en) en/of

- schreeuwden/ riepen “dit is een overval” en/of “naar achter, ga naar achter” althans soortgelijke bewoordingen en/of

- het daar aanwezig(e) personeel en/of klanten hebben bedreigd met genoemd(e) wapen(s), althans voorwerp(en) die/dat daarvoor door moest(en) gaan en/of die/dat wapen(s), althans voorwerp(en) heeft/hebben getoond en/of

- personeel en/of klanten (stevig) hebben vastgepakt en/of gedrukt en/of tegengehouden en/of hebben geslagen (met een vuurwapen, althans iets wat daar voor door moest gaan) en/of

- door de aldus ontstane dreigende situatie personeel van die coffeeshop en/of aanwezige klanten de zaak heeft/hebben uitgewerkt.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat, mede gelet op de bekennende verklaring van verdachte, het ten laste gelegde kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte een ondergeschikte rol had, maar dat desondanks het ten laste gelegde kan worden bewezen.

Het oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft ten aanzien van het hierna bewezenverklaarde en zijn rol hierin duidelijk en ondubbelzinnig bekend. De rechtbank volstaat derhalve ten aanzien hiervan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 maart 2017;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 23 oktober 2016, opgenomen op pagina 203 e.v. van het dossier met nummer PL0100-2016016348 d.d. 6 maart 2017, inhoudende de verklaring van verdachte;

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 24 oktober 2016, opgenomen op pagina 207 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte;

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 14 november 2016, opgenomen op pagina 212 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte;

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 22 november 2016, opgenomen op pagina 222 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte;

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 17 januari 2016, opgenomen op pagina 339 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende des verklaring van [naam] ;

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 17 januari 2016, opgenomen op pagina 344 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam] ;

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 17 januari 2016, opgenomen op pagina 347 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam] ;

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 17 januari 2016, opgenomen op pagina 352 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam] ;

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 26 januari 2016, opgenomen op pagina 380 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam] ;

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 18 januari 2016, opgenomen op pagina 359 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam] ;

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 18 januari 2016, opgenomen op pagina 374 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam] .

De verdachte heeft met betrekking tot het hierna bewezenverklaarde niet duidelijk en ondubbelzinnig bekend omtrent de identiteit van zijn mededaders. De rechtbank acht echter op grond van na te noemen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [naam] , [naam] en [naam] het hierna bewezenverklaarde heeft gepleegd.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 14 november 2016, opgenomen op pagina 212 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik ben opgehaald bij mijn woning aan de [straatnaam] of bij [naam] . Ik weet dit niet meer. Wij zijn met vieren, dus vier personen, weggereden naar [pleegplaats] . Toen ik opgehaald werd zaten er twee man in de auto. Met mij erbij dus drie. Er is toen nog iemand opgehaald. Ik was niet de bestuurder. Volgens mij zijn we onderweg niet gestopt. In [pleegplaats] hebben we de auto geparkeerd en hebben nog 5 à 10 minuten in de auto gezeten. Er is toen gesproken over de te plegen overval. Er zijn plannen gemaakt wat iedereen zou doen.

Vraag verbalisant: Wij zien drie personen op de beelden van de overval. Waar was persoon nummer vier?

Die zat in de auto achter het stuur, dus de bestuurder van de auto. Die zou blijven zitten in de auto en alles in de gaten houden. De taak van de andere twee personen spreekt voor zich als je de beelden ziet. Na de overval stond de auto aan de kant van de coffeeshop. Na de overval ben ik achter in de auto gestapt. Nadat iedereen was ingestapt zijn we met zijn vieren weggereden. We zijn direct naar Den Haag gereden en onderweg niet gestopt.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 22 oktober 2016, opgenomen op pagina 197 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik heb [naam] geen telefoon geleend maar gegeven. Er zat geen simkaart in. Op 16 januari 2016 ben ik in [pleegplaats] geweest. Volgens mij was dat met een huurauto van [naam bedrijf] uit Den Haag. [naam] heeft naar [pleegplaats] gereden. Dat was in de donkerrode Peugeot. [naam] heeft mij opgepikt. Volgens mij was daar de [naam] bij, de oom van [naam] . We zijn over de snelweg naar [pleegplaats] gereden. Ik zat naast hem voorin de auto. [naam] zat achterin de auto.

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 28 juni 2016, opgenomen op pagina 66 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Vrienden en bekenden noemen mij [naam] . Zaterdag 16 januari 2016 ben ik met [naam] naar [pleegplaats] gereden. Het was al donker en we zijn onderweg niet gestopt.

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 2 december 2016, opgenomen op pagina 84 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Vraag verbalisant: Wie hebben de overval gepleegd?

[verdachte] , [naam] en [naam] . Ik heb beelden van de overval gezien. [verdachte] stond op de beelden bij de deur en [naam] is de persoon met het wapen. Ik noem [verdachte] "Lange" of " [naam] ". Ik ken [naam] van gezicht en dat het de oom van [verdachte] is. [naam] is de brede man op de beelden met het grote wapen. Ik heb eenzelfde wapen voor de overval gezien bij een vriend van [naam] .

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 20 oktober 2016, opgenomen op pagina 125 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Op 16 januari 2016 ben ik in [pleegplaats] geweest en daarna teruggegaan naar Den Haag. Ik was met [verdachte] . Ik ben die avond met [verdachte] in een auto teruggereden.

18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 5 september 2016, opgenomen op pagina 406 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Het klopt dat ik [verdachte] die avond van 16 januari 2016 een aantal keren heb gebeld. Ik had in die tijd contact met [naam] . Zij belde mij op. Zij kon [naam] niet bereiken op de telefoon. Ik heb [verdachte] toen een aantal keren op zijn telefoon gebeld. Wij beiden konden hen, [verdachte] en [naam] eerst niet bereiken. Uiteindelijk nam [verdachte] op. Hij zei tegen mij: "Ik ben bezig, ik bel je later".

19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 5 september 2016, opgenomen op pagina 464 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Op de zaterdagavond van 16 januari 2016 wist ik niet waar [naam] en mijn broer [naam] uithingen. Zij waren in die tijd altijd samen. Ik heb [naam] een aantal keren op zijn telefoon proberen te bellen, maar hij nam niet op. Ik wilde weten waar hij was. Omdat [naam] niet opnam heb ik [naam] gebeld. [verdachte] was niet thuis en [naam] wist ook niet waar [verdachte] was.

20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 3 oktober 2016, opgenomen op pagina 413 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Opmerking verbalisant: Wij zien dat je op 16 januari 2016 meerdere malen telefonisch contact hebt gezocht met twee telefoonnummers die bij [verdachte] in gebruik waren. Het gaat om de nummers [nummer] en [nummer] .

[naam] was in die tijd (in januari) zijn eigen telefoon een tijd kwijt en gebruikte toen een telefoon van zijn neef [verdachte] . Dat is ook de reden waarom ik twee telefoonnummers van [verdachte] heb gebeld. Een van die nummers was toen in gebruik bij [naam] .

Die avond van 16 januari 2016 rond 18.30 uur was [naam] bij mij. Hij vertelde mij dat hij met een neef uit eten zou gaan. [naam] is toen weggegaan. Ik vertrouwde dit verhaal niet. Ik wilde zijn verhaal controleren. Ik heb toen later die avond [naam] gebeld maar die nam niet op. Ook heb ik zijn neef [verdachte] gebeld maar die nam ook niet op. Ik ben vervolgens in de omgeving van de woning van [naam] gaan staan om te kijken of ik iets kon waarnemen. [naam] kwam niet thuis en ik ben tegen middernacht weer weggegaan. Ik heb die avond en nacht vaker [naam] en [verdachte] proberen te bellen maar kreeg geen gehoor. Rond 1.00 uur dus 17 januari 2016 verscheen [naam] weer bij mij aan de deur. Ik heb toen gevraagd waar hij die avond was geweest. Hij bleef er wat om heen draaien waar hij was geweest. [naam] is na ons gesprek weggegaan. [naam] had toen dezelfde kleding aan die ik later op de bewegende beelden van de overval heb gezien. Dus de spijkerbroek en de lange leren jas. Ik heb op 17 januari 2016 omstreeks 11.47 uur telefonisch contact gehad met [verdachte] . [verdachte] vertelde mij dat hij de avond van 16 januari 2016 de hele avond bij [naam] was geweest tot ongeveer 1.00 uur. Ik heb later [naam] hiermee geconfronteerd en hij vertelde mij toen ook dat hij de hele avond bij [verdachte] was geweest. Maar hij heeft mij niet verteld waar hij met [verdachte] was geweest.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 16 januari 2016 te [pleegplaats] in de gemeente Weststellingwerf, bij de [naam bedrijf] , gevestigd aan de [straatnaam] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en een hoeveelheid wiet, toebehorende aan een ander dan aan verdachte en zijn

mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personeel van die coffeeshop en daar aanwezige klanten, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededaders

- met, door capuchons bedekte hoofden, de coffeeshop zijn binnengedrongen en

- voorwerpen, die voor vuurwapens door moesten gaan, te weten een Kalasjnikov en een vuistvuurwapen met zich mee droegen en

- schreeuwden/riepen “dit is een overval” en “naar achter, ga naar achter”, althans soortgelijke bewoordingen en

- het daar aanwezige personeel en klanten hebben bedreigd met genoemde voorwerpen, die voor vuurwapens door moesten gaan, en die voorwerpen hebben getoond en

- personeel en klanten stevig hebben vastgepakt en gedrukt en tegengehouden en hebben geslagen, met iets dat voor een vuurwapen door moest gaan, en

- door de aldus ontstane dreigende situatie personeel van die coffeeshop en aanwezige klanten de zaak hebben uitgewerkt.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren waarvan één jaar voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij Reclassering Nederland te 's-Gravenhage en een ambulante behandelverplichting in het kader van delictpreventie bij forensische polikliniek De Waag, of soortgelijke ambulante forensische zorg. De officier van justitie heeft aangevoerd dat de door de reclassering eveneens geadviseerde bijzondere voorwaarden van een contactverbod, een contactgebod met controle van elektronisch toezicht niet nodig zijn. De officier van justitie heeft aangevoerd dat hij in de hoogte van de straf uitdrukkelijke rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk delict is veroordeeld.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren waarvan één jaar voorwaardelijk met de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering zijn adviseert en derhalve ook met elektronische controle. Subsidiair is door de raadsvrouw bepleit -in het geval de rechtbank van oordeel is dat er een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan twaalf maanden dient te worden opgelegd- af te zien van een voorwaardelijk strafdeel dan wel de geadviseerde bijzondere voorwaarden op te leggen zonder elektronische controle, omdat dit een voor verdachte zeer ingrijpende maatregel is. Voorts heeft de raadsvrouw, kortgezegd, aangevoerd bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd en dat dit mogelijk consequenties voor hem kan hebben, hij niet eerder voor een soortgelijk delict is veroordeeld, de rol van verdachte aanmerkelijk kleiner is dan de rol van zijn mededaders en verdachte een hardwerkende man is met twee kleine kinderen met een stabiel leven die een verkeerde beslissing heeft genomen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het reclasseringsadvies opgemaakt door Reclassering Nederland, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een overval op een coffeeshop in [pleegplaats] . Hierbij werden het personeel en de bezoekers van de coffeeshop met een op een Kalasjnikov gelijkend voorwerp en een op een vuistvuurwapen gelijkend voorwerp bedreigd. Tevens is er door verdachte en zijn medeverdachten geweld gebruikt. Er is onder meer met het op een Kalasjnikov gelijkend voorwerp geslagen. Het personeel en de bezoekers voelden zich zodanig bedreigd dat ze door de nooduitgang het pand hebben verlaten. Ze kwamen in een achtertuin terecht die omsloten was door een hek. Twee bezoekers waren zo in paniek dat ze niet konden wachten totdat het hek werd geopend en zijn over het hek heen geklommen. Dit hek had scherpe anti-inbrekerspunten waardoor zij forse verwondingen aan hun handen, benen en billen hebben opgelopen.

Dat een gewelddadige overval als de onderhavige onrust veroorzaakt in de samenleving in het algemeen en bij het personeel en de bezoekers van de coffeeshop in het bijzonder staat buiten kijf. Ten aanzien van een overval als deze kan dan ook naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf van enkele jaren. De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaren hierbij het uitgangspunt dient te zijn.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder voor een soortgelijk strafbaar feit is veroordeeld. Op 22 maart 2016 is verdachte veroordeeld tot een taakstraf ter zake mishandeling van zijn partner. Deze strafzaak had gezamenlijk met de onderhavige zaak kunnen worden afgedaan. De rechtbank zal hiermee ten gunste van verdachte in de strafmaat rekening houden.

Door de reclassering is een adviesrapport opgemaakt. De reclassering heeft gerapporteerd dat voorafgaand aan de overval verdachte in de problemen terecht is gekomen. Hij had geen werk en inkomen meer en om inkomen voor hem en zijn gezin te genereren dealde hij in harddrugs. Hierdoor kwam hij in aanraking met een crimineel netwerk. De reclassering acht het opmerkelijk dat verdachte, die altijd een stabiel leven heeft geleid en zich verre heeft gehouden van het plegen van criminele activiteiten, voor deze weg heeft gekozen. Volgens de reclassering hebben de volgende factoren hierbij een rol gespeeld: het moeilijk met opspelende spanning en problematiek kunnen omgaan, gebrek aan adequate copingsvaardigheden en omgang met een crimineel netwerk. De kans op recidive wordt als gemiddeld ingeschat gezien de bij verdachte gesignaleerde problematiek welke een relatie heeft met delictgedrag. Daarom adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandelverplichting, een contactverbod met zijn medeverdachten, een locatieverbod voor de plaats waar het delict is gepleegd en een locatiegebod. Deze laatste voorwaarde dient te worden gecontroleerd met een elektronisch controlemiddel.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij, toen hij bij zijn medeverdachten in de auto stapte, niet wist dat ze een overval gingen plegen. Hij is ongewild bij de overval betrokken geraakt. Hij heeft echter bij de politie en ter terechtzitting verantwoordelijkheid voor zijn gedrag genomen. Hij heeft zijn aandeel in de overval bekend en heeft spijt betuigd richting de slachtoffers. De rechtbank acht het belangrijk dat verdachte verantwoordelijkheid voor zijn gedrag heeft genomen, omdat dit een eerste stap is in de richting tot verandering. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij wil meewerken aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden om te voorkomen dat hij nogmaals met justitie in aanraking komt.

Alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat zowel de maatschappij als de relatief jonge verdachte, die voordat hij zonder werk kwam te zitten, zijn leven op orde leek te hebben, niet gebaat zijn bij een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht passend een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering en de verplichting tot het volgen van een ambulante behandeling. Hiermee krijgt verdachte de kans om met behulp van de reclassering zijn leven op orde te brengen en te houden en wordt de kans op recidive beperkt. Voor een contact- en locatieverbod en een locatiegebod ziet de rechtbank geen aanleiding.

Benadeelde partijen

[naam]

heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

[naam]

heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partij [naam] tot een bedrag € 1.112,12 en van de vordering van de benadeelde partij van [naam] tot een bedrag van € 1.100,--, alsmede toepassing van de schadevergoedingsmaatregel voor beide benadeelde partijen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvouw heeft met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [naam] aangevoerd dat een bedrag van € 50,-- voor schade ter vervanging van zijn jas niet kan worden toegewezen. Dit betreft geen schade die rechtstreeks door het delict is veroorzaakt maar door het onderzoek van de politie, aldus de raadsvrouw.

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is aan de benadeelde partij [naam] de schade aan de jas door het bewezen verklaarde niet rechtstreeks schade toegebracht.

De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat de overige door de benadeelde partij [naam] gestelde materiële schade en immateriële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kunnen worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die in zoverre niet door verdachte en diens raadsvrouw is weersproken, derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

De rechtbank is van oordeel dat de door de benadeelde partij [naam] gestelde immateriële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet door verdachte en diens raadsvrouw is weersproken, derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

De rechtbank zal bepalen dat de toegewezen en te betalen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2016, zoals ook door de benadeelde partijen is gevorderd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot één jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen volgend op zijn ontslagdatum uit detentie meldt bij Reclassering Nederland op het adres Bezuidenhoutseweg 179 te 's-Gravenhage en zich vervolgens zal blijven melden zo frequent en zolang Reclassering Nederland dit gedurende de proeftijd noodzakelijk acht;

2. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd, in het kader van delictpreventie, onder ambulante behandeling zal stellen van de forensische polikliniek De Waag, of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Benadeelde partijen

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.062,12 (zegge: één duizend tweeënzestig euro en twaalf eurocent, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2016, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededaders van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] , te betalen een bedrag van € 1.062,12 (zegge: één duizend tweeënzestig euro en twaalf eurocent, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2016. Dit te betalen bestaat uit € 62,12 aan materiële schade en € 1.000,-- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.100,-- (zegge: elf honderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2016, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededaders van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] , te betalen een bedrag van € 1.100,-- (zegge: elf honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 21 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededaders van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2016. Dit te betalen bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. M.B. de Wit en mr. K. Bunk, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 maart 2017.