Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:1189

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
30-03-2017
Datum publicatie
31-03-2017
Zaaknummer
18/730471-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 30 maart 2017 een man veroordeeld voor een overval op de coffeeshop "Dikrayaat" in Wolvega. De man heeft samen met anderen de overval gepleegd. Hierbij werden het personeel en de bezoekers van de coffeeshop met een op een Kalasjnikov gelijkend voorwerp en een op een vuistvuurwapen gelijkend voorwerp bedreigd. Tevens is er door de man en zijn mededaders geweld gebruikt. Er is onder meer met het op een Kalasjnikov gelijkend voorwerp geslagen. Het personeel en de bezoekers voelden zich zodanig bedreigd dat ze door de nooduitgang het pand hebben verlaten. Ze kwamen in een achtertuin terecht die omsloten was door een hek. Twee bezoekers waren zo in paniek dat ze niet konden wachten totdat het hek werd geopend en zijn over het hek heen geklommen. Dit hek had scherpe anti-inbrekerspunten waardoor zij forse verwondingen aan hun handen, benen en billen hebben opgelopen. De rechtbank heeft de man een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730471-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 maart 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd in P.I. Middelburg, locatie Torentijd, te Middelburg, Torentijdweg 1.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 maart 2017.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P. Bonthuis, advocaat te Joure.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 16 januari 2016 te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Weststellingwerf, bij de [naam bedrijf] , gevestigd aan de [straatnaam] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en/of een hoeveelheid wiet, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personeel van die coffeeshop en/of daar aanwezige klanten, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- met, door capuchons bedekte hoofden, de coffeeshop zijn binnengedrongen/gegaan en/of

- een of meerdere vuurwapen(s), althans (een) voorwerp(en) die/dat daarvoor door moest(en) gaan (te weten een Kalasjnikov en/of een vuistvuurwapen) met zich mee droeg(en) en/of

- schreeuwden/ riepen “dit is een overval” en/of “naar achter, ga naar achter” althans soortgelijke bewoordingen en/of

- het daar aanwezig(e) personeel en/of klanten hebben bedreigd met genoemd(e) wapen(s), althans voorwerp(en) die/dat daarvoor door moest(en) gaan en/of die/dat wapen(s), althans voorwerp(en) heeft/hebben getoond en/of

- personeel en/of klanten (stevig) hebben vastgepakt en/of gedrukt en/of tegengehouden en/of hebben geslagen (met een vuurwapen, althans iets wat daar voor door moest gaan) en/of

- door de aldus ontstane dreigende situatie personeel van die coffeeshop en/of aanwezige klanten de zaak heeft/hebben uitgewerkt.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het ten laste gelegde kan worden bewezen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat uit de historische telefoongegevens blijkt dat de telefoon van verdachte in [pleegplaats] was ten tijde van het delict. Uit de mastgegevens blijkt dat de telefoon van verdachte samen met telefoons van de andere verdachten was. Dit past bij de verklaring van de getuige [naam] dat hij van de medeverdachte [naam] hoorde dat verdachte ook in de auto zat. Ook medeverdachte [naam] heeft verklaard dat verdachte in [pleegplaats] was. Verdachte heeft derhalve een leugenachtige verklaring afgelegd over waar hij was ten tijde van de overval. Vervolgens is ook zijn DNA op een tas aangetroffen die door de dader, die achter de bar is gesprongen en de weg te nemen goederen heeft gepakt, in de coffeeshop is achtergelaten. Volgens de beschrijving zou dit verdachte zijn en het past derhalve dat zijn DNA op de tas is aangetroffen. Deze bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd zijn voldoende om te komen tot het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte één van de daders van de overval is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het bewijs onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Verdachte ontkent dat hij op 16 januari 2016 in [pleegplaats] is geweest. Hij was bij een vriend, genaamd [naam] , in Rotterdam-Noord. Als verdachte meer tijd zou hebben gehad dan had hij met meer gegevens van [naam] kunnen komen. Het gegeven signalement is onvoldoende concreet om tot het bewijs te komen dat verdachte de kleinste van de drie overvallers is. Verdachte ontkent dat zijn DNA op de tas is aangetroffen en indien dit wel zijn DNA is, dan betekent dit niet dat verdachte in [pleegplaats] is geweest. Een tas wordt vaak overgedragen en door meerdere personen gebruikt. De tas is dus verplaatsbaar. Hetzelfde geldt ook voor de telefoon van verdachte. De telefoon was die avond in een auto die naar [pleegplaats] is gereden, maar verdachte was hier niet bij. Zijn telefoon lag nog in de auto. De bewijswaarde van de verklaringen van [naam] en [naam] is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Uit hun verklaringen blijkt dat ze meerdere malen niet de waarheid hebben verklaard. Dit maakt de verklaringen onbetrouwbaar.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 16 maart 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn bijnamen zijn [naam] , "kleine" en [naam] . Het is juist dat ik klein ben. Ik ben voor de diefstal in april 2016 bij een tankstation van [naam] in Heerenveen veroordeeld. Ik ben niet van deze veroordeling in beroep gegaan, want ik heb deze diefstal gepleegd.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 17 januari 2016, opgenomen op pagina 339 e.v. van het dossier met nummer PL0100-2016016348 d.d. 6 maart 2017, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik ben eigenaar van de [naam bedrijf] , gevestigd te [pleegplaats] , [straatnaam] 12. Gisteravond, 16 januari 2016, hadden mijn werknemers [naam] en [naam] dienst in de coffeeshop. Uit de kassa werd een bedrag van ongeveer 2.200 euro weggenomen. Tevens werd een partij wiet meegenomen, ongeveer 300 gram.

De verkoopwaarde is ongeveer 3.000 euro. Al het geld was niet meegenomen. Er lag nog ongeveer 260 euro in de kassa. Het geld en de goederen behoren mij in eigendom toe.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 17 januari 2016, opgenomen op pagina 344 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik ben werkzaam in [naam bedrijf] te [pleegplaats] . De coffeeshop heeft een hal waar je bij een loket sofdrugs kunt kopen en een gedeelte waar je koffie kunt drinken en softdrugs kunt gebruiken. De gedeeltes zijn van elkaar gescheiden door een deur die op slot zit en van binnenuit moet worden geopend. Ik was aan het werk. Omstreeks 23.00 uur waren er ongeveer vijftien gasten in de zaak. Deze zaten in het coffeeshopgedeelte. Ik zag drie donkere mannen in de hal staan. Een man werd bij het loket in de hal geholpen door mijn collega. Ik zag een donkere man bij de deur naar het coffeeshop gedeelte staan. De derde man stond er tussen in. Ik dacht dat de donkere man die bij de deur stond een vaste klant was. Ik wou hem binnenlaten. Ik had een afstandsbediening voor het openen van de deur. Ik drukte op de knop, maar dat werkte niet en de deur ging niet open. Op hetzelfde moment ging een klant naar buiten, die de deur opende. Terwijl deze man eruit ging kwam de donkere man naar binnen. Toen deze binnenkwam haalde hij een machinegeweer onder zijn jas vandaan. Het was een groot wapen. Toen hij binnenkwam gaf hij [naam] , die aan de bar zat een stoot met het wapen in de rug. De tweede persoon kwam achter hem aan naar binnenlopen. Deze zei tegen mij: "Blijf staan, niet bewegen". Hij zei dat met een Nederlands-Antilliaans accent. Ik stond op dat moment bij de ingang van de bar. Ik heb mij omgedraaid en ik ben heel rustig naar de kassa gelopen. Ik heb toen op de knop van het alarm gedrukt. Ik heb mij toen omgedraaid en weer teruggelopen. Ik ben naar de nooduitgang gelopen. Ik heb deze opengedaan. Daar zaten ook een aantal klanten. Ik zei dat ze weg moesten gaan. Zij zijn rennend door de nooduitgang naar buiten gegaan en kwamen in de achtertuin terecht. Ik ben ook de achtertuin ingelopen. Een paar gasten zijn over het hek geklommen en de rest heb ik via een deur in het hek weg laten gaan. Ik ben toen weer terug de zaak ingelopen. Toen ik binnenkwam waren de drie donkere mannen weg. Ik liep achter de bar en zag dat de kassa leeg was en dat de weed weg was. Ze hadden alles op een paar tientjes na meegenomen. De drie donkere mannen waren alle drie Antillianen. Dat maakte ik op uit hun uiterlijk. Het waren één grote en twee kleinere mannen. Ze hadden donkere kleding aan.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 17 januari 2016, opgenomen op pagina 347 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik ben beheerder van de [naam bedrijf] in [pleegplaats] . Ik was 16 januari 2016 aan het werk. Het was omstreeks 23.00 uur toen er een klant binnen kwam. Men komt binnen via de voordeur. Deze is open. Er volgt dan een halletje. Ik zie vanachter de bar altijd de mensen die binnenkomen. Mensen kunnen in het halletje weed kopen. Tussen het verkooploket en het halletje zit een schuifraam. Zodra er een klant komt loop ik naar het verkooploket en schuif het raam open. Als mensen verder de coffeeshop in willen dan open ik de andere deur die toegang geeft tot de coffeeshop. Ik open deze deur met een knop aan de muur bij de kassa. Ik heb maar één kassa en deze zit bij het verkooploket.

Omstreeks 23.00 uur kwam er een lange jongen binnen. Ik stond al bij het loket. Het was vrij druk met mensen die kwamen en die weggingen. Er zaten ongeveer twintig klanten in de zaak. Het was een donker getinte jongen die binnen kwam. Ik denk dat het een Antilliaan was. Hij had een zwarte winterjas aan met een capuchon over zijn hoofd getrokken. De touwtjes waren aangetrokken. Hij bestelde een joint bij me. Ik gaf deze aan hem. Ik zag dat de deur van de coffeeshop open ging. Het kan zijn dat er een klant de zaak verliet en dan gaat de deur open. Ik sloeg net het product aan op de kassa en de kassalade ging open. Op dat moment hoorde ik geroezemoes aan mijn linkerzijde. Ik zag een donker getinte man een ander man tegen de muur drukken. Dit was bij de hoek van de bar naast de toegangsdeur. Op dat moment zag ik een andere getinte man achter de bar komen. In totaal waren er drie daders. De lange man die de joint kocht en twee kleinere. De man die achter de bar kwam liep op mij af. Hij begon te schreeuwen. Ik moest daar weg wezen. Hij sprak Nederlands. Hij had iets in zijn handen. Het waren meerdere dingen. Hij had zijn handen vol. Ik denk dat hij een tas had. Het ging heel snel en erg agressief. Ik keek om me heen en het was chaos. Iedereen was in paniek. Ik zag bij de hoek van de bar de andere kleine man. Ik zag dat hij een groot wapen in zijn handen had. Ik omschrijf het als een automatisch wapen. Ik schrok erg. De man die mij achter de bar aan de kant drukte liep naar de kassa. Ik ben direct achter de bar weggelopen en zag dat de andere twee mannen de klanten vanuit de voorzijde van de zaak naar de achterzijde aan het duwen waren. Dit ging met veel agressie en lawaai. Ze waren mensen aan het drukken, duwen en slaan. Ik zag de man met het wapen, bewegingen maken van drukken en stompen tegen mensen. Achterin de zaak is een deur naar de tuin en daar moest iedereen van hun heen. Het is een nooduitgang. In de tuin brak bij een meisje paniek uit. Ze wilde over het hek heen vluchten. Ik zag dat ze gewond raakte aan een punt van het hek. Er is ook nog een jongen over het hek heen geklommen. Hij is ook gewond geraakt. Ik ben samen met [naam] de zaak weer ingelopen. We zagen dat de drie mannen weg waren. Ze hebben bakken met verschillende weedsoorten meegenomen. Ik zag wel dat de daders de biljetten, of een gedeelte daarvan, van 10 euro hebben laten liggen.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 17 januari 2016, opgenomen op pagina 352 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

We zaten aan de bar. Er kwamen drie donkere jongens aan de verkoopbalie en op een gegeven moment kwamen ze naar binnen. Ik zag een van hen richten met een wapen en volgens mij riep hij: "dit is een overval". Daarna pakte hij twee personen vast naast mij, daar begon hij op te richten. De persoon die direct naast mij zat trok hij half aan de kant en daarna riep hij: "iedereen naar buiten via de achterdeur". Ik draaide mij om om naar de achterdeur te gaan, maar er waren meer mensen die ook die kant op wilden en toen sloeg hij mij met het wapen in mijn rug. Daarna zijn we via de achterdeur met meerdere mensen naar buiten gerend. Ik zag dat de jongen die achter ons stond en een wapen, een AK47, een Kalasjnikov-achtig wapen, een automatisch machinegeweer, in zijn handen had. Ik zag vervolgens dat die jongen [naam] aanraakte en volgens mij ook [naam] en wat een zwaaiende beweging maakte met het wapen. Volgens mij werd [naam] geslagen met het wapen door de jongen. Volgens mij heeft hij met de loop van het wapen in mijn rug gestoten. Ik heb daar nu een bloeduitstorting, met een beetje bloed erom heen en schrammen. De jongens hadden een tas bij zich, die hebben ze achtergelaten. Ik heb niet gezien dat ze die bij zich hadden, maar toen ik later in de zaak terug kwam hoorde ik van mijn collega [naam] dat de daders een plastic tas hadden achter gelaten.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 26 januari 2016, opgenomen op pagina 380 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Op 16 januari 2016 zat ik in [naam bedrijf] te [pleegplaats] . Op een gegeven ogenblik stond er iets achter mij met een geweer. Ik had kort daarvoor drie negers in de hal zien staan. Eén bestelde een joint en toen zijn er twee jongens naar binnen gekomen. Een van de twee had gelijk een machinegeweer op ons gericht. Toen stonden ze achter ons. [naam] stond bij de deur en wilde weggaan. Ze pakten hem. De mannen schreeuwden: "Ga naar achter, ga naar achter!". Ik zag dat ze achter ons stonden met dat geweer. Ze drukten toen het geweer tegen [naam] zijn rug, die naast mij stond. Ik heb zelf nog een kruk tegen mijn been gekregen. We zijn aan de achterzijde de coffeeshop uitgerend. De langste kwam als eerste binnen. Hij bleef achter staan. Daarna kwam er een kleinere binnen. Die had het machinegeweer bij zich. Hij liep door naar ons toe. Daarna kwam er nog een persoon binnen. De man die als eerst binnenkwam had een handgeweer bij zich. Ik hoorde ze praten en ik denk dat ze met een Antilliaanse accent spraken.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 18 januari 2016, opgenomen op pagina 359 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Op 16 januari 2016 zat ik in de [naam bedrijf] te [pleegplaats] . Het was rustiger dan normaal. Het was tegen sluitingstijd. Ik zag drie mannen de coffeeshop binnenkomen via de voordeur. Het betrof een lange man en twee kleinere mannen. Alle drie hadden een capuchon op. Ik zag dat die lange man wiet ging halen aan de balie. De andere twee mannen wilden de shop zelf in. Op dat moment wilde [naam] naar buiten. Ik zag [naam] de tussendeur openen. Ik zag dat de tussendeur vervolgens hard werd geopend en dat de deur tegen [naam] aan kwam. Ik zag dat die twee personen naar binnen gingen en dat die lange man wat later naar binnen ging. Toen de kleinere mannen binnen kwamen zag ik dat er eentje tussen mij en [naam] ging staan. De man keek mij recht aan in mijn gezicht. Ik zag dat hij een Kalasjnikov in de aanslag had. Hij was fors van postuur en ik zal hem hierna "Forse" noemen. Ik zag dat "Forse" terug ging naar de deur en daar een woordenwisseling had met [naam] . Ik zag dat "Forse" samen met de lange man [naam] tegen de deur aan drukte en vervolgens richting de nooduitgang duwde. De derde man was kleiner dan "Forse". Ik zal hem hierna "Kleinere" noemen. "Kleinere"" zag ik achter de bar gaan. Ik hoorde hem tegen [naam] zeggen dat deze rustig moest blijven. Op dat moment rende iedereen naar de nooduitgang. Dit kwam omdat "Forse" met het wapen aan het richten was op de mensen in de coffeeshop. Er staat mij bij dat hij wat achter ons aan liep met dat wapen.

De lange man:

Donker getinte huidskleur, lengte ongeveer 190 cm, donkere jas. Hij had een donkere Adidas joggingbroek aan. De man leek mij van Antilliaanse of Surinaamse afkomst. Ik schat hem op 24 a 25 jaar. Dit zag ik aan zijn kleding en aan het ondergedeelte van zijn gezicht. Deze man zag ik met een van zijn handen onder zijn jas iets beethouden, althans die beweging maakte hij. De jas was half open, met de hand erin.

De forse man:

Deze man is ongeveer 175 cm. Ik ben 176 cm. Ik schat die forse man ook zoiets. Hij was gespierd en breed. Ik heb hem in zijn gezicht gezien en hij leek mij ouder dan de andere twee. Zijn huidskleur was donker. Hij had een donkere jas aan. Ik kon aan zijn gezicht zien dat hij van Antilliaanse afkomst was. Ik heb het T-shirt van "Forse" bekeken. Deze had op de voorzijde een tijgerkop. Ik zag dat shirt op het moment dat "Forse" tussen mij en [naam] in stond. "Forse" droeg een lichte jeansbroek. Hij had witte schoenen.

De kleinere man:

Hij was kleiner dan "Forse". Ik zag dat hij een cap met een gele klep droeg over zijn capuchon. Deze man had een bivakmuts op. Zijn taak was de wiet en het geld achter de bar weghalen.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 18 januari 2016, opgenomen op pagina 374 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ze noemen mij [naam] . De man, die met het pistool en bij de deur stond, was wat langer.

De man met die Kalasjnikov had een hele grote neus. Hij heeft me met het ijzer in mijn rug gestoten.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 28 juni 2016, opgenomen op pagina 66 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Zaterdag 16 januari 2016 ben ik met [naam] naar [pleegplaats] gereden. Het was al donker.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 28 september 2016, opgenomen op pagina 70 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Het kan zijn dat ik gebruik maakte van het telefoonnummer [nummer] .

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 2 december 2016, opgenomen op pagina 84 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Vraag verbalisant: Wie hebben de overval gepleegd?

[naam] , [naam] en [naam] . Ik heb beelden van de overval gezien. [naam] stond op de beelden bij de deur en [naam] is de persoon met het wapen. Ik noem [naam] "Lange" of " [naam] ". Ik heb twee à drie dagen op de kamer van [naam] verbleven. Dit was vorig jaar november. Ik ken [naam] van gezicht en dat het de oom van [naam] is. [naam] is de brede man op de beelden met het grote wapen. Ik heb eenzelfde wapen voor de overval gezien bij een vriend van [naam] .

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 20 oktober 2016, opgenomen op pagina 125 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik heb in [pleegplaats] een oom, een paar vrienden en kennissen wonen. Ik heb daar eerst gewoond. Op 16 januari 2016 ben ik in [pleegplaats] geweest en daarna teruggegaan naar Den Haag. Ik was met [naam] . Ik heb daar [naam] en [naam] toen ook gezien. Ik ben die avond met [naam] in een auto teruggereden.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 27 oktober 2016, opgenomen op pagina 140 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

[pleegplaats] is niet zo groot. Als ik één keer met jou naar de coffeeshop ga, dan weet je het de volgende keer te vinden. Ik weet alles van de zaak. Die mensen hadden geen andere keuze dan over de hekken te gaan want als ze via de andere deur waren gegaan waren ze weer bij de overvallers uitgekomen.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 18 oktober 2016, opgenomen op pagina 177 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik maak gebruik van de telefoonnummer [nummer] . Iedereen belt mij op dit nummer. Een persoon noemt mij "Lange". Deze persoon heet [naam] .

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 19 oktober 2016, opgenomen op pagina 183 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik ken [naam] uit de buurt. De enige die ik "Kleine" noem is [naam] . [naam] ken ik wel. [naam] is mijn oom. [naam] is de vriendin van [naam] .

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 22 oktober 2016, opgenomen op pagina 197 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik heb [naam] geen telefoon geleend maar gegeven. Er zat geen simkaart in. Het nummer [nummer] ken ik niet. U toont mij nu een excel-bestand waaruit blijkt dat ik dat nummer wel heb gebruikt. Ik moet het gebruikt hebben.

Op 16 januari 2016 ben ik in [pleegplaats] geweest. [naam] heeft naar [pleegplaats] gereden. [naam] heeft mij opgepikt. Volgens mij was daar [naam] bij, de oom van [naam] .

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 23 oktober 2016, opgenomen op pagina 203 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik wist van de overval toen wij daar in [pleegplaats] aankwamen. Ik werd steeds gebeld door [naam] . Ik heb mijn telefoon uitgedaan.

18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 24 oktober 2016, opgenomen op pagina 207 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

In Den Haag stapte ik in de auto. Ik heb de auto niet bestuurd. De plannen werden gemaakt in [pleegplaats] toen wij daar aankwamen. Ik ben uit de auto gestapt in de straat van de coffeeshop. Ik denk op een afstand van ongeveer dertig meter. Ik wist dat ik in de coffeeshop een jointje moest kopen. Dat hadden we afgesproken. Mijn taak heb ik uitgevoerd. Toen ik onderweg was naar de coffeeshop zag ik de Kalasjnikov. Ik heb na de overval het wapen ook gezien in de auto. Toen ik bij het loket stond zag ik dat er heel veel mensen in de coffeeshop zaten. Toen ik voor het loket stond liepen de jongens door de coffeeshop in. Ik ben ook meegelopen naar binnen. Ik heb toen ook mijn telefoon in mijn hand gepakt en net zo gedaan dat het op een wapen leek dat ik in mijn hand had. Ik heb die man vastgepakt. Ik ben bij de deur blijven staan. Op een gegeven moment heeft een de pakjes op de toonbank neergelegd. Ik heb die pakjes gepakt. In die pakjes zat weed. Ik verliet als eerste de coffeeshop en ben naar de auto gelopen.

19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 14 november 2016, opgenomen op pagina 212 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik ben opgehaald bij mijn woning aan de [straatnaam] of bij [naam] . Wij zijn met vier personen, weggereden naar [pleegplaats] . Toen ik opgehaald werd zaten er twee man in de auto. Met mij erbij dus drie. Er is toen nog iemand opgehaald. Ik was niet de bestuurder. Volgens mij zijn we onderweg niet gestopt. In [pleegplaats] hebben we de auto geparkeerd en hebben nog 5 à 10 minuten in de auto gezeten. De auto stond aan, maar de verlichting was uit. Er is toen gesproken over de te plegen overval. Er zijn plannen gemaakt wat iedereen zou doen.

Vraag verbalisant: Wij zien drie personen op de beelden van de overval. Waar was persoon nummer vier?

Die zat in de auto achter het stuur, dus de bestuurder van de auto. Die zou blijven zitten in de auto en alles in de gaten houden. De taak van de andere twee personen spreekt voor zich als je de beelden ziet. Ik zat naast de bestuurder en stapte als eerste uit. Dit omdat de afspraak was gemaakt dat ik eerst een jointje zou kopen. De andere twee personen stapten ook gelijk met mij uit. Een van de twee personen opende de kofferbak. Ik zag achterom en zag dat die persoon een groot wapen in zijn handen had. De bestuurder van de auto heeft de auto nog gekeerd, want toen wij uitstapten stond de voorzijde van de auto in de richting van de coffeeshop en toen wij uit de coffeeshop kwamen was de auto gedraaid. De auto stond aan de overkant van de coffeeshop. Wij zijn uit de auto gestapt, de weg overgestoken en toen naar de coffeeshop gelopen. Na de overval stond de auto aan de kant van de coffeeshop. Na de overval ben ik achter in de auto gestapt, achter de passagierskant. De bakjes met weed, die ik had meegenomen vanuit de coffeeshop, heb ik op de achterbank van de auto gegooid. De man met het geweer stapte in en ging op de passagiersstoel naast de bestuurder zitten. Hij had het geweer in zijn handen en toen zag ik dat het een nepwapen was en dat het geweer was gebroken. De man gaf mij het wapen en het wapen heb ik op de achterbank neergelegd. Nadat iedereen was ingestapt zijn we met zijn vieren weggereden. De motor van de auto draaide al toen wij instapten. We zijn direct naar Den Haag gereden en onderweg niet gestopt. Ik heb het nepwapen gedumpt in een container. Ik had alle twee mijn telefoons in mijn zak. Ik heb de telefoon gebruikt alsof het een pistool was.

20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 22 november 2016, opgenomen op pagina 222 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Mijn taak was om een jointje te kopen in de coffeeshop. De bestuurder vroeg mij om die gunst. Toen de anderen uitstapten kreeg ik het gevoel dat zij het al eerder wisten van de overval. Zij kregen namelijk geen opdracht van de bestuurder. Kennelijk wisten zij al wat hun rol was. Wij wisten op dat moment niet hoeveel mensen er in de coffeeshop waren. Die informatie hadden wij niet. Wel wist de bestuurder dat het waarschijnlijk niet druk zou zijn, omdat het tegen sluitingstijd zou zijn.

21. Een schriftelijk stuk, te weten een teliogesprek d.d. 26 november 2016 te 14.28.27 uur tussen [naam] en [naam] , opgenomen op pagina 820 ev. van voornoemd dossier, onder meer inhoudende:

H: Die moet je voor mij in de gaten houden, die daar binnen is nu sinds een tijdje. Weet je.

J: Die ""Kleine".

….

H: Ik weet wel…ik weet wel dat hij mij nooit iets zal aandoen.

J: Hij praatte…..hij ging praten, ja? Maar hij vergeet, dat hij met het idee kwam.

22. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 20 oktober 2016, opgenomen op pagina 271 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam]

was op 16 januari 2016 mijn vriendin. [naam] kent [naam] . In januari 2016 was ik mijn telefoon een tijdje kwijt en toen heb ik een paar dagen een telefoon van [naam] geleend.

23. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 20 juni 2016, opgenomen op pagina 402 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

De vader van mijn kinderen heet [naam] en [naam] is een oom van [naam] . [naam] is een vriend van [naam] . Ik heb dagelijks contact met [naam] . Ik had wel contact met [naam] , de vriendin van [naam] .

Opmerking verbalisant: We tonen de beelden van de overval van 16 januari 2016 op [naam bedrijf] in [pleegplaats] .

Als ik naar de posturen van de overvallers kijk, zou de lange [naam] kunnen zijn en de man met het grote wapen zijn oom [naam] . Ik maakte in die tijd gebruik van het nummer [nummer] . [naam] gebruikte het nummer [nummer] .

24. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 5 september 2016, opgenomen op pagina 406 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Het klopt dat ik [naam] die avond van 16 januari 2016 een aantal keren heb gebeld. Ik had in die tijd contact met [naam] . Zij belde mij op. Zij kon [naam] niet bereiken op de telefoon. Ik heb [naam] toen een aantal keren op zijn telefoon gebeld. Wij beiden konden hen, [naam] en [naam] eerst niet bereiken. Uiteindelijk nam [naam] op. Hij zei tegen mij: "Ik ben bezig, ik bel je later".

25. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 5 september 2016, opgenomen op pagina 464 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam]

Op de zaterdagavond van 16 januari 2016 wist ik niet waar [naam] en mijn broer [naam] uithingen. Zij waren in die tijd altijd samen. Ik heb [naam] een aantal keren op zijn telefoon proberen te bellen, maar hij nam niet op. Ik wilde weten waar hij was. Omdat [naam] niet opnam heb ik [naam] gebeld. [naam] was niet thuis en [naam] wist ook niet waar [naam] was.

26. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 22 december 2016, opgenomen op pagina 467 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant [naam] :

De getuige [naam] gaf aan dat zij de overvallers op de foto op internet had gezien en had herkend, maar dat zij niet de namen van de personen wilde noemen uit oogpunt van haar eigen veiligheid. Toen ik bij haar erop aandrong om die namen in vertrouwen aan ons te geven hoorden wij haar zeggen dat zij op de foto "De Lange" en zijn oom had herkend. "De Lange" was de langste van de drie overvallers, zijn oom was de overvaller met het geweer in zijn handen. Zij verklaarde dat zij hen aan hun houding en postuur herkende. Zij herkende hen hieraan, omdat zij en haar vriend [naam] in de periode dat de overval was gepleegd, bevriend met "De Lange" waren en zodoende geregeld contact met hem had en ook weleens met zijn oom.

27. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 20 juni 2016, opgenomen op pagina 411 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

[naam] is een vriend van mij en ik heb een relatie met hem gehad. [naam] heeft een enigszins gespierd postuur, kort haar en een donkere huidskleur. [naam] draagt veelal een spijkerbroek en een zwarte leren jas met capuchon. [naam] is het neefje van [naam] . [naam] is qua lengte groter dan [naam] .

Ik heb zojuist de bewegende beelden van de overval gezien op de coffeeshop in [pleegplaats] op 16 januari 2016. De man met het grote vuurwapen zou [naam] kunnen zijn. [naam] heeft een soortgelijke jas en broek. Ook zag ik een beeld van de man met het grote wapen, waarop was te zien dat deze man blijkbaar een brede neus heeft. [naam] heeft dat ook. De combinatie van de houding van deze man, hoe de man loopt, de kleding en de brede neus, denk ik dat het [naam] is.

28. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 3 oktober 2016, opgenomen op pagina 413 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Opmerking verbalisant: Wij zien dat je op 16 januari 2016 meerdere malen telefonisch contact hebt gezocht met twee telefoonnummers die bij [naam] in gebruik waren. Het gaat om de nummers [nummer] en [nummer] .

[naam] was in die tijd (in januari) zijn eigen telefoon een tijd kwijt en gebruikte toen een telefoon van zijn neef [naam] . Dat is ook de reden waarom ik twee telefoonnummers van [naam] heb gebeld. Een van die nummers was toen in gebruik bij [naam] .

Die avond van 16 januari 2016 rond 18.30 uur was [naam] bij mij. Hij vertelde mij dat hij met een neef uit eten zou gaan. [naam] is toen weggegaan. Ik vertrouwde dit verhaal niet. Ik wilde zijn verhaal controleren. Ik heb toen later die avond [naam] gebeld maar die nam niet op. Ook heb ik zijn neef [naam] gebeld maar die nam ook niet op. Ik ben vervolgens in de omgeving van de woning van [naam] gaan staan om te kijken of ik iets kon waarnemen. [naam] kwam niet thuis en ik ben tegen middernacht weer weggegaan. Ik heb die avond en nacht vaker [naam] en [naam] proberen te bellen maar kreeg geen gehoor. Rond 1.00 uur dus 17 januari 2016 verscheen [naam] weer bij mij aan de deur. Ik heb toen gevraagd waar hij die avond was geweest. Hij bleef er wat om heen draaien waar hij was geweest. [naam] is na ons gesprek weggegaan. [naam] had toen dezelfde kleding aan die ik later op de bewegende beelden van de overval heb gezien. Dus de spijkerbroek en de lange leren jas. Ik heb op 17 januari 2016 omstreeks 11.47 uur telefonisch contact gehad met [naam] . [naam] vertelde mij dat hij de avond van 16 januari 2016 de hele avond bij [naam] was geweest tot ongeveer 1.00 uur. Ik heb later [naam] hiermee geconfronteerd en hij vertelde mij toen ook dat hij de hele avond bij [naam] was geweest. Maar hij heeft mij niet verteld waar hij met [naam] was geweest.

[naam] is [naam] , een ex-vriendin van [naam] . Ik heb haar verteld dat ik op de bewegende beelden van de overval, [naam] en zijn neef [naam] had herkend. Ik herkende [naam] aan zijn kleding en manier van lopen. Ook zag ik even zijn neus. Ik zag een brede neus en zo'n neus heeft [naam] ook. Ik heb ook nog met [naam] gesproken over een trui of blouse met daarop een tijgerkop. Volgens mij heeft [naam] gezegd dat [naam] zo'n trui of blouse had. Ik herkende [naam] aan zijn postuur, lengte, broek en jas. Ik heb nog een foto van de overval op internet gezien, waarop ook [naam] is te zien. Hij is de man met het grote wapen, spijkerbroek en lange leren jas met capuchon.

29. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 3 oktober 2016, opgenomen op pagina 484 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik heb wel met [naam] gebeld en met haar gesproken. Zij heeft ook een relatie gehad met een ex-vriend van mij, [naam] . Ik heb hem in februari 2016 leren kennen. Ik heb een korte affaire met hem gehad. Ik kwam wel bij [naam] thuis en weet wel wat voor kleding [naam] heeft. [naam] heeft twee spijkerbroeken een zwarte en een blauwe. [naam] heeft twee jassen. De eerste is een zwarte lange leren jas. Deze jas heeft een bont gevoerde capuchon. [naam] draagt die jas vaak. [naam] heeft witte schoenen, zwarte veiligheidsschoenen en nog schoenen met veel kleur. Ik herinner met het gesprek met [naam] nog wel. [naam] had bewegende beelden bij de politie gezien van een overval en herkende [naam] en zijn neef van deze beelden. Ik heb zojuist de beelden van de overval op [naam bedrijf] gezien. Ik zie dat de man met het grote wapen [naam] is. Ik zie dit aan zijn manier van lopen, de jas die hij draagt en zijn schoenen. U liet even het beeld stil staan, zodat ik kon zien wat voor blouse [naam] aan heeft. Ik zie dat hij een donkere of zwarte blouse aan heeft met daarop een tijgerkop. Ik weet dat [naam] precies dezelfde blouse heeft. Ik zie dat [naam] witte schoenen draag met iets van zwart erdoor. Dergelijke schoenen heeft [naam] ook.

30. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 25 juni 2016, opgenomen op pagina 416 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik maak gebruik van telefoonnummer [nummer] . Ik heb contact met [naam] . Zijn oom heet [naam] en woont in [pleegplaats] . [naam] heeft een tijdje bij zijn oom in [pleegplaats] gewoond. [naam] en ik gingen wel samen naar de coffeeshop. Garrick [verdachte] ken ik wel. Hij is een neef van [naam] . Hij wordt ook wel "Kleine" genoemd en [naam] is zijn roepnaam.

Op zaterdagavond 16 januari 2016 heb ik telefonisch contact gehad met [naam] . Ik werd steeds gebeld door [naam] . U vraagt mij of hij ook wel belde met het nummer [nummer] . Bij dit nummer heb ik de naam [naam] . Dit is ook weer een bijnaam voor

"Kleine", die ook wel [naam] wordt genoemd. Dus de neef van [naam] . Op 16 januari 2016 kwam [naam] naar [pleegplaats] . [naam] was die dag in de auto. Ik ben toen die avond ook naar [pleegplaats] gegaan. [naam] was toen in gezelschap van "De Kleine", [naam] , de jongen die door u [verdachte] wordt genoemd. Ook was er een Antilliaanse jongen bij [naam] die "De Lange" wordt genoemd.

[naam] en ik zijn na de verbouwing van de [naam bedrijf] wel in de coffeeshop geweest. [naam] kent de eigenaren van de coffeeshop en veel klanten.

31. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 4 november 2016, opgenomen op pagina 429 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

[naam] is weggereden. Volgens mij was [naam] de bestuurder. In de woning van oom [naam] probeerde ik [naam] te bellen en te whatsappen.

32. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 2 september 2016, opgenomen op pagina 448 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Op 16 januari 2016 zijn [naam] en ik naar de woning van oom [naam] gereden. Wij troffen daar [naam] en in ieder geval [naam] en "De Lange". Ik noem [naam] "De Lange". Met [naam] bedoel ik "De Kleine", de neef van [naam] .

33. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 7 april 2016, opgenomen op pagina 523 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant [naam] :

Bij forensisch onderzoek in de [naam bedrijf] te [pleegplaats] werd een blauwe Ikea-tas aangetroffen. Het personeel verklaarde dat deze tas niet van hen was en dat de tas voor de overval niet in de coffeeshop aanwezig was geweest. De Ikea-tas werd inbeslaggenomen onder goednummer 666183. De tas kreeg het SIN AAJG2642NL. Bij bemonstering van de buitenkant van de tas SIN AAJG2642NL#01 en bij bemonstering van de hengsels van de tas SIN AAJG2642NL#02 bleek dat DNA mengprofiel van minimaal drie personenafgeleid van DNA-hoofdprofiel: [verdachte] . Uit informatie van de bij de politie gebruikte politiesystemen bleek dat [verdachte] een lengte zou hebben van 1.58 meter.

De verdachten zijn in onderstaande proces-verbaal genummerd van VE1, VE2 en VE3.

foto 2: verdachte 2 draagt iets zo te zien blauw van kleur in zijn rechterhand.

foto 3: verdachte 2 draagt iets zo te zien blauw en wit van kleur in zijn rechterhand.

foto 4: verdachte 2 draagt iets in zijn rechterhand.

foto 8: verdachte 2 stuurt een personeelslid, die eerst uit beeld was en kennelijk bij het loket heeft gestaan weg.

foto 9: bezoekers worden door de drie verdachten in de richting van de achteruitgang van de coffeeshop gedreven onder bedreiging van vuurwapens.

foto 10: in de cirkel is het voorwerp zichtbaar dat verdachte 2 mee de coffeeshop in nam, kort daarna vouwt hij het uit.

foto 11: bij het teruglopen vouwt verdachte 2 iets uit.

foto 12: verdachte 2 loopt eerst terug. Zichtbaar is dat hij iets in zijn handen heeft en dit al lopend bezig is uit te vouwen.

foto 13: verdachte 2 vouwt al lopend iets uit. Hij draait naar het aanrecht bij of even voorbij de wasbak.

foto 19: verdachte 2 draait zich om in de richting van het loket. In zijn rechterhand draagt hij niets. Zijn linkerhand houdt hij tegen zijn jas gedrukt. Kennelijk heeft hij iets in zijn linkerhand.

conclusie uitkijken camerabeelden:

De drie verdachte hebben om 23.02.49 uur de coffeeshop betreden en om 23.04.44 uur de coffeeshop weer verlaten. De totale tijd dat verdachten binnen zijn geweest is 1 minuut en 55 seconden. De verdachte 1 en 3 hebben een vuurwapen bij zich en bedreigen hiermee het personeel en bezoekers van de coffeeshop. Verdachte 2 neemt een voorwerp mee de shop in.

Verdachte 2 is ten opzichte van de verdachten 1 en 3 opvallend klein.

34. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 7 april 2016, opgenomen op pagina 542 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant [naam] :

De verdachte 2, de kleinste van de drie verdachten, draagt in zijn rechterbroekzak mogelijk de achter gelaten blauwe plastic tas (zie afbeeldingen 7 en 8).

Achter de toonbank loopt hij met deze uitgevouwen plastic tas in beide handen (zie afbeelding 9 t/m 11).

Gezien de camera-afbeeldingen is niet uitgesloten dat de verdachte 2 bij de overval in [pleegplaats] (zie afbeeldingen 12 en 13) en de overval in Heerenveen (zie afbeeldingen 14 en 15) dezelfde jas droeg.

35. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2016.01.19.239, d.d. 26 januari 2016 opgemaakt door ing. J.L.W. Dieltjes, op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als zijn verklaring:

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan DNA-onderzoek:

AAJG2652NL#01 bemonstering van de buitenkant van de opgevouwen tas

AAJG2652NL#02 bemonstering van de hengsels van de tas.

Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek:

SIN AAJG2652#01 en #02: DNA-mengprofiel van minimaal drie personen afgeleid DNA-hoofdprofiel: [verdachte] , matchkans DNA profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard.

36. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van (historische) verkeersgegevens) van Politie Noord-Nederland d.d. 12 september 2016, opgenomen op pagina 571 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant

[naam] :

Een analyse van de verstrekte historische gegevens van de nummers.

Uit onderzoek blijkt dat [naam] de nummers [nummer] en [nummer] gebruikt. Mogelijk gebruikt hij ook het nummer [nummer] .

Het nummer [nummer] wordt gebruikt in een telefoon met Imei-nummer [nummer] . Deze telefoon is op 16 januari 2016 overdag actief in Den Haag. Na 20.20 uur verplaatst de telefoon zich in noordelijke richting via de masten Waddinxveen 20.45 uur en Waarder 20.52 uur en naar [pleegplaats] 23.11 uur. Tussen 20.54 uur en 23.11 uur is de telefoon uit, dan wel buiten het bereik van het telecomnetwerk. Om 23.11 uur is de telefoon weer te zien op de mast [straatnaam] te [pleegplaats] . Vervolgens verplaatst de telefoon zich in zuidelijk richting via de masten Emmeloord, Swifterbant, Lelystad, Almere, Waarder, Reeuwijk en Gouda naar Den Haag 1.33 uur. Het nummer wordt meerdere keren gebeld door het nummer [nummer] in gebruik bij [naam] .

Het nummer [nummer] wordt gebruikt in telefoon met Imei-nummer [nummer] . Deze telefoon is op 16 januari 2016 overdag actief in Den Haag. Na 20.30 uur verplaatst deze telefoon zich in noordelijke richting via de masten Zoetermeer 20.37 uur, Utrecht 21.09 uur, Zeewolde 21.28 uur. Na 21.28 uur is de telefoon uit, dan wel buiten het bereik van het telecomnetwerk. Het nummer wordt meerdere keren gebeld door het nummer [nummer] in gebruik bij [naam] . Ook wordt er een aantal keren gebeld door het nummer [nummer] in gebruik bij [naam] . Vanaf 1.55 uur is de telefoon weer te zien in het netwerk in Den Haag.

Het nummer [nummer] wordt gebruikt in telefoon met Imei-nummer [nummer] . Deze telefoon is op 16 januari 2016 om 13.09 uur actief in Den Haag. Daarna is de telefoon uit, dan wel buiten het bereik van het telecomnetwerk. De telefoon is op 18 januari 2016 nog één keer in het netwerk in Den Haag. Het nummer wordt op 16 januari 2016 meerdere keren gebeld door het nummer [nummer] in gebruik bij [naam] .

Uit analyse van de telecomgegevens van [naam] blijkt dat [naam] het nummer [nummer] gebruikt.

Het nummer [nummer] wordt vanaf 1 januari 2016 tot en met 1 april 2016 gebruikt in de telefoon met Imei-nummer [nummer] . Deze telefoon is op 16 januari 2016 overdag actief in Den Haag. Om 20.48 uur is de telefoon in het zendgebied van de mast aan de rijksweg A12 bij Reeuwijk. Tussen 20.48 uur en 00.39 uur is er geen activiteit op de telefoon. Om 00.39 uur is de telefoon bij Zevenhuizen gevolgd door Bleiswijk 00.41 uur. Vanaf 1.09 uur weer actief in Den Haag.

Deze tijdstippen en mastgegevens langs de A12 passen bij de tijden en reisbewegingen van de telefoonnummers [nummer] en [nummer] in gebruik bij [naam] .

Uit analyse van de telecomgesprekken blijkt dat [verdachte] het nummer [nummer] gebruikt.

Het nummer [nummer] wordt van 1 januari 2016 tot en met 9 maart 2016 gebruik in een telefoon met Imei nummer [nummer] . Deze telefoon is op 16 januari 2016 overdag t/m 20.23 uur actief in Den Haag. Om 21.34 uur is de telefoon in het zendgebied van de mast bij de Albert Einsteinweg te Lelystad, gevolgd door de Lindedijk te Nijetrijne om 22.11 uur. Om 22.25 uur is de telefoon op de mast aan de [straatnaam] te [pleegplaats] . Om 23.05 uur, 23.07 en 23.10 uur is de telefoon ook op de zendmast [straatnaam] te [pleegplaats] . Vervolgens verplaatst de telefoon zich in zuidelijke richting via Kuinre om 23.25 uur en Lelystad om 23.47 uur naar Den Haag om 1.10 uur.

In alle gevallen wordt er ingebeld door, dan wel uitgebeld door het nummer [nummer] in gebruik bij [naam] .

Deze tijdstippen en mastgegevens passen bij de tijden en reisbewegingen van de telefoonnummers [nummer] en [nummer] in gebruik bij [naam] .

37. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van (historische) verkeersgegevens) van Politie Noord-Nederland d.d. 7 november 2016, opgenomen op pagina 582 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant

[naam] :

Op 17 januari 2016 om 11.47 uur belt [naam] naar het nummer [nummer] van [naam] . Vermoedelijk heeft er een gesprek plaatsgevonden, aangezien de duur van het gesprek 141 seconden is.

Op 3 oktober 2016 is [naam] als getuige gehoord. Na het verhoor belde getuige [naam] en vertelt dat [naam] zijn eigen telefoon in die tijd kwijt was geraakt en een telefoon gebruikt van zijn neef [naam] . Een van de nummers van [naam] was toen in gebruik bij [naam] , namelijk het nummer [nummer] .

Bewijsoverwegingen

Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat op 16 januari 2016 omstreeks 23.00 uur een overval plaatsvond op de [naam bedrijf] , gevestigd aan de [straatnaam] te [pleegplaats] . Er werd een geldbedrag en wiet weggenomen.

Op grond van de bewijsmiddelen staat vast dat voornoemde overval werd gepleegd door tenminste drie mannen met een donkere huidskleur, vermoedelijk van Antilliaanse afkomst. Er was een duidelijk lengte verschil tussen de mannen. Een kleine man, een lange man en een man met een lengte daar tussen in. Deze laatste man droeg een voorwerp gelijkend op een Kalasjnikov. Hij heeft met dit voorwerp gedreigd en geslagen. De lange man heeft eveneens met een voorwerp gedreigd, waarbij hij deed voorkomen alsof het een vuurwapen was. Door alle drie de mannen is geweld gebruikt richting personeel dan wel bezoekers van de coffeeshop, waardoor het personeel en de bezoekers de coffeeshop aan de achterzijde hebben verlaten. Hierna konden de mannen ongestoord hun gang gaan. Uit de bewijsmiddelen blijkt van een duidelijke rolverdeling tussen de mannen. De lange man kwam binnen en als afleiding kocht hij een joint waarmee hij ervoor zorgde dat de kassalade werd geopend. Zodra deze was geopend zijn de andere twee mannen het bezoekersgedeelte binnengedrongen. De kleine man verzamelde de buit achter de bar en de andere twee mannen zorgden ervoor dat het personeel en de bezoekers de coffeeshop verlieten. Hierdoor kon de overval snel worden gepleegd en in nog geen twee minuten tijd hadden de overvallers met de buit de coffeeshop weer verlaten. Buiten zijn de overvallers zeer snel verdwenen.

Medeverdachte [naam] heeft een bekennende verklaring afgelegd. Hij heeft verklaard dat hij de langste van de drie mannen is geweest. Uit zijn verklaring blijkt onder meer dat hij samen met drie anderen in een auto uit 's-Gravenhage is vertrokken en naar [pleegplaats] is gereden. Vervolgens is door de inzittenden van de auto de overval op de coffeeshop gepleegd. De bestuurder van de auto bleef in de auto zitten wachten. De rechtbank heeft, gelet op de gedetailleerdheid van deze verklaring en de omstandigheid dat de rechtbank het aannemelijk acht dat de mannen door een auto met bestuurder werden opgewacht, geen reden om te twijfelen aan deze verklaring. Op grond hiervan acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat bij de overval op [naam bedrijf] vier mannen waren betrokken en dat één van deze mannen [naam] is geweest.

Ten aanzien van de identiteit van de overige betrokkenen overweegt de rechtbank het volgende.

[naam] heeft eerder, op 22 oktober 2016, verklaard dat hij op 16 januari 2016 vanuit 's-Gravenhage samen met [naam] en [naam] , de oom van [naam] , naar [pleegplaats] is gereden. Uit de bewijsmiddelen volgt dat met [naam] wordt bedoeld de medeverdachte [naam] en met [naam] de verdachte, [verdachte] . [naam] was volgens [naam] de bestuurder van de auto. [naam] heeft verklaard dat hij die avond samen met [naam] in [pleegplaats] was en verdachte heeft in eerste instantie bij de politie verklaard dat hij die avond samen met [naam] en [naam] in [pleegplaats] was. Ook de getuigen [naam] en [naam] verklaren dat [naam] , [naam] en [verdachte] de avond van 16 januari 2016 samen in [pleegplaats] waren. Toen zij met de auto wegreden was volgens getuige [naam] de bestuurder van de auto. Deze verklaring steunt derhalve de verklaring van [naam] dat [naam] de bestuurder van de auto was.

Uit de historische telefoongegevens blijkt dat de tijden en reisbewegingen van de telefoongegevens van [naam] en verdachte passen bij de tijden en reisbewegingen van de telefoons in gebruik bij [naam] . Tevens blijkt hieruit dat [naam] en [naam] ten tijde van de overval hun telefoons uit hadden staan. Hun vriendinnen hadden onderling contact, omdat ze geen contact met hen konden krijgen en ze wisten niet waar ze waren. Volgens de vriendin van [naam] was [naam] in die tijd altijd samen met verdachte, tevens haar broer.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [naam] op 16 januari 2016 samen met [naam] in [pleegplaats] waren.

Uit de bewijsmiddelen blijkt met betrekking tot de betrokkenheid van medeverdachte [naam] het volgende.

[naam] heeft de daders van de overval van 's-Gravenhage naar [pleegplaats] en naar de coffeeshop gereden. Hij heeft de vluchtauto gekeerd en had hij de motor reeds aan toen de anderen na de overval instapten. Hij is bekend in [pleegplaats] en met de [naam bedrijf] . Hij wist hoe de coffeeshop werkte en hoe het ervan binnen uitzag. Uit de wijze waarop de overval is gepleegd blijkt dat de daders precies wisten hoe ze het aan moesten pakken en dat de aanwezigen aan de achterzijde het pand konden verlaten. Hierdoor kon de overval in korte tijd gepleegd worden. In de auto zijn de plannen voor de overval besproken waarbij [naam] een taak heeft gegeven. De anderen gaf hij geen taak, omdat het volgens [naam] voor hen reeds duidelijk was wat ze moesten doen. [naam] heeft ook aangegeven dat het bijna sluitingstijd was en dat het daarom vermoedelijk niet erg druk zou zijn. De rechtbank leidt hieruit af dat [naam] met zijn kennis van de coffeeshop een initiërende rol had bij de wijze waarop de overval moest worden gepleegd. Het grote op een vuurwapen gelijkend voorwerp werd uit de kofferbak van de auto gepakt, welke [naam] bestuurde. Tevens blijkt uit het opgenomen teliogesprek tussen [naam] en zijn vriendin dat het plan van de overval van [naam] kwam.

Met betrekking tot medeverdachte [naam] overweegt de rechtbank het volgende.

De getuige [naam] , de toenmalige vriendin van [naam] , heeft verklaard dat zij op 16 januari 2016 geen telefonisch contact met hem kon krijgen en dat zij bij zijn woning heeft gekeken waar hij ook niet was. Zij heeft vervolgens contact opgenomen met de vriendin van [naam] en beiden hebben geprobeerd om de avond van 16 januari 2016 hun partners telefonisch te bereiken. De vriendin van [naam] heeft kort haar partner gesproken maar hij gaf aan geen tijd te hebben, omdat hij bezig was op dat moment. [naam] heeft verklaard dat [naam] rond 1.00 uur die nacht bij haar woning kwam. Volgens getuige [naam] heeft [naam] de volgende dag via de telefoon tegen haar gezegd dat [naam] de gehele avond tot 1.00 uur bij hem is geweest. [naam] heeft haar later ook verteld dat hij de gehele avond bij [naam] was geweest. Uit de stukken blijkt dat [naam] ten tijde van 16 januari 2016 een telefoon van [naam] in gebruik had. Uit de historische telefoongegevens blijkt dat dit het nummer is dat getuige [naam] telkens probeerde te bellen. Deze telefoon was ten tijde van de overval uitgezet. Tevens blijkt uit de historische telefoongegevens dat er op 17 januari 2016 inderdaad een telefoongesprek tussen [naam] en getuige [naam] is geweest. Deze gegevens geven voldoende steun aan de verklaring van getuige [naam] . De rechtbank maakt hieruit op dat [naam] ten tijde van het plegen van de overval bij [naam] was.

[naam] heeft bij de politie verklaard dat hij de gehele avond en nacht bij getuige [naam] in bed heeft gelegen. Gelet op de verklaring van de getuige [naam] en de historische telefoongegevens, waaruit blijkt dat getuige [naam] meerdere malen heeft geprobeerd telefonisch te bereiken, acht de rechtbank deze verklaring kennelijk leugenachtig.

Uit de bewijsmiddelen volgt ten aanzien van de betrokkenheid van [naam] bij de overval het volgende.

De getuige [naam] heeft de beelden van de overval op de coffeeshop gezien en zij heeft [naam] als een van de daders herkend. Volgens haar is hij de man met het grote vuurwapen in zijn handen. Zij herkent hem aan de combinatie van zijn houding, de manier van lopen, de kleding en de brede neus. Toen [naam] om 1.00 uur die nacht bij haar woning kwam droeg hij dezelfde kleding, jas en broek, als ook op de beelden is te zien. De getuige [naam] , een andere ex-vriendin van [naam] , heeft de beelden van de overval op [naam bedrijf] ook gezien. Ook zij heeft [naam] herkend als de man met het grote wapen. Ze ziet dit aan zijn manier van lopen, de jas en zijn schoenen. Ook heeft [naam] precies zo'n zelfde blouse als de man op de beelden draagt. De getuige [naam] , de vriendin van [naam] , heeft aan de hand van een foto van de overvallers [naam] en zijn oom ( [naam] ) herkend. [naam] zou de man met het geweer in zijn handen zijn. De getuige [naam] , de vriendin van [naam] , heeft ook verklaard dat gelet op het postuur de man met het grote wapen [naam] kan zijn. Volgens verdachte is [naam] ook een van de daders van de overval en is hij de man die het grote op een vuurwapen gelijkend voorwerp gebruikt. [naam] voldoet aan het signalement dat door de getuigen is gegeven van de man met het grote wapen. Tevens heeft hij een kennelijk leugenachtige verklaring afgelegd over zijn aanwezigheid in [pleegplaats] , waaruit de rechtbank afleidt dat [naam] heeft geprobeerd de waarheid te verbergen en wel ten aanzien van zijn aandeel in de overval op [naam bedrijf] .

Het voorgaande in onderling verband en samenhang genomen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [naam] één van de overvallers van [naam bedrijf] is en wel de man die het op een Kalasjnikov gelijkend vuurwapen heeft gebruikt.

Ten aanzien van de rol van verdachte overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft zijn betrokkenheid bij de overval ontkend. Verdachte heeft in november 2016 bij de politie aangegeven dat hij, anders dan hij eerder had verklaard, op 16 januari 2016 niet in [pleegplaats] is geweest, maar dat hij zijn telefoon had uitgeleend aan [naam] . Verdachte verklaarde bij de politie vervolgens dat hij bij een man van Antilliaanse afkomst was, genaamd [naam] , wonende in Rotterdam-Noord. Desgevraagd kan verdachte geen achternaam, adres of telefoonnummer geven. Ter terechtzitting heeft verdachte zich ook op dit alibi beroepen. Hij heeft aangegeven, overeenkomstig zijn verklaring bij de politie, dat hij zich in eerste instantie over zijn aanwezigheid op 16 januari 2016 in [pleegplaats] heeft vergist in de datum. Zijn telefoon zou hij niet aan [naam] hebben uitgeleend, maar hebben achtergelaten in een auto.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte, die geen steun vindt in de bewijsmiddelen, kennelijk leugenachtig. Uit het voorgaande blijkt dat meerdere personen verdachte op 16 januari 2016 in [pleegplaats] hebben gezien. Voorts acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verdachte zijn telefoon, een goed dat tot de persoonlijke bezittingen behoort en voorzien is van een pincode, in een auto heeft laten liggen dan wel door een ander heeft laten gebruiken. Uit de historische gegevens blijkt immers dat deze telefoon ook is gebruikt in [pleegplaats] op 16 januari 2016. [naam] en [naam] hadden hun eigen telefoon(s) bij zich en derhalve is het niet aannemelijk dat zij gebruik hebben gemaakt van de telefoon van verdachte.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat op een tas, achtergelaten in de coffeeshop door de kleinste van de daders, op twee plaatsen een DNA-mengprofiel is aangetroffen waarbij het afgeleid hoofdprofiel afkomstig is van verdachte. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat een tas verplaatsbaar is en vaak door meerdere personen wordt gebruikt en dat enkel het aantreffen van dit DNA-materiaal op een tas op zichzelf onvoldoende bewijs is voor de aanwezigheid van verdachte in de coffeeshop. De rechtbank neemt echter ook in overweging dat verdachte een kennelijk leugenachtige verklaring heeft afgelegd over zijn aanwezigheid in [pleegplaats] . De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte heeft geprobeerd de waarheid te verdoezelen, en wel zijn aandeel bij de overval op [naam bedrijf] . Tevens voldoet het signalement van verdachte aan het signalement van de kleinste van de overvallers en droeg deze overvaller een soortgelijke jas als verdachte droeg ten tijde van de diefstal bij het tankstation in april 2016. Van deze overvaller is op de beelden te zien, dat hij de tas bij zich heeft. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte heeft verklaard dat hij voorafgaande aan de overval een soortgelijk wapen heeft gezien als op de beelden is te zien. Hij verklaart ook dat [naam] , [naam] en zijn oom [naam] de overval hebben gepleegd en weet veel details over de gang van zaken en rolverdeling tijdens de overval te vertellen. Dit duidt er op dat verdachte beschikt over daderinformatie. Opvallend is daarbij dat verdachte niet over vier maar over drie daders spreekt en dat hij [naam] als overvaller noemt terwijl [naam] de auto bestuurde en niet in de coffeeshop is geweest. Een voor de hand liggende reden hiervoor is dat verdachte zijn eigen rol heeft willen wegpoetsen. Verdachte heeft weliswaar aangegeven dat [naam] hem alles heeft verteld en dat [naam] zijn bron van wetenschap is maar de rechtbank acht dit niet aannemelijk. Tevens heeft de getuige [naam] , de vriendin van [naam] en de zus van verdachte, verklaard dat [naam] en verdachte in die tijd altijd samen waren. Zowel de vriendin van [naam] als de vriendin van [naam] konden die avond geen contact met hun partners krijgen en wisten niet waar ze waren.

Het voorgaande in onderling verband en samenhang genomen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte één van de overvallers van [naam bedrijf] is.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 16 januari 2016 te [pleegplaats] in de gemeente Weststellingwerf, bij de [naam bedrijf] , gevestigd aan de [straatnaam] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en een hoeveelheid wiet, toebehorende aan een ander dan aan verdachte en zijn

mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personeel van die coffeeshop en daar aanwezige klanten, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededaders

- met, door capuchons bedekte hoofden, de coffeeshop zijn binnengedrongen en

- voorwerpen, die voor vuurwapens door moesten gaan, te weten een Kalasjnikov en een vuistvuurwapen met zich mee droegen en

- schreeuwden/riepen “dit is een overval” en “naar achter, ga naar achter”, althans soortgelijke bewoordingen en

- het daar aanwezige personeel en klanten hebben bedreigd met genoemde voorwerpen, die voor vuurwapens door moesten gaan, en die voorwerpen hebben getoond en

- personeel en klanten stevig hebben vastgepakt en gedrukt en tegengehouden en hebben geslagen, met iets dat voor een vuurwapen door moest gaan, en

- door de aldus ontstane dreigende situatie personeel van die coffeeshop en aanwezige klanten de zaak hebben uitgewerkt.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor vrijspraak, maar indien de rechtbank tot een veroordeling heeft de raadsman aangevoerd de eis van de officier van justitie te matigen, mede gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting en omdat het geweld dat is toegepast als licht kan worden gekwalificeerd.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de in een eerdere strafzaak tegen verdachte opgemaakte rapportages, te weten een reclasseringsadvies opgemaakt door Reclassering Nederland op 12 augustus 2016 en een psychologisch rapport opgemaakt door N. van der Weegen, GZ-psycholoog, op 24 juli 2016, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een overval op een coffeeshop in [pleegplaats] . Hierbij werden het personeel en de bezoekers van de coffeeshop met een op een Kalasjnikov gelijkend voorwerp en een op een vuistvuurwapen gelijkend voorwerp bedreigd. Tevens is er door verdachte en zijn medeverdachten geweld gebruikt. Er is onder meer met het op een Kalasjnikov gelijkend voorwerp geslagen. Het personeel en de bezoekers voelden zich zodanig bedreigd dat ze door de nooduitgang het pand hebben verlaten. Ze kwamen in een achtertuin terecht die omsloten was door een hek. Twee bezoekers waren zo in paniek dat ze niet konden wachten totdat het hek werd geopend en zijn over het hek heen geklommen. Dit hek had scherpe anti-inbrekerspunten waardoor zij forse verwondingen aan hun handen, benen en billen hebben opgelopen.

Dat een gewelddadige overval als de onderhavige onrust veroorzaakt in de samenleving in het algemeen en bij het personeel en de bezoekers van de coffeeshop in het bijzonder staat buiten kijf. Ten aanzien van een overval als deze kan dan ook naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf van enkele jaren. De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaren hierbij het uitgangspunt dient te zijn.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Tevens is verdachte veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen. Op 6 december 2016 is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met bijzondere voorwaarden. Deze strafzaak had gezamenlijk met de onderhavige zaak kunnen worden afgedaan. De rechtbank zal hiermee uitdrukkelijk, ten gunste van verdachte, in de strafmaat rekening houden.

Door de reclassering worden op meerdere leefgebieden problemen bij verdachte geconstateerd. Hij beschikt niet over eigen huisvesting, heeft geen inkomen en geen zinvolle dagbesteding. Ook bestaat de indruk dat zijn sociale netwerk een negatieve invloed kan zijn op het recidiverisico. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. Om dit recidiverisico te beperken is verdachte volgens de reclassering gebaat bij intensieve begeleiding op alle leefgebieden. De reclassering heeft derhalve een deels voorwaardelijke gevangenisstraf geadviseerd met bijzondere voorwaarden. Deze voorwaardelijke straf en de voorwaarden zijn reeds opgelegd bij voornoemd vonnis van 6 december 2016. De rechtbank is derhalve met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat het geen meerwaarde heeft deze voorwaarden in de onderhavige strafzaak opnieuw op te leggen.

Alles afwegend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend en geboden en zal deze straf opleggen.

Benadeelde partijen

[naam]

heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

[naam]

heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partij [naam] tot een bedrag € 1.112,12 en van de vordering van de benadeelde partij van [naam] tot een bedrag van € 1.100,--, alsmede toepassing van de schadevergoedingsmaatregel voor beide benadeelde partijen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [naam] aangevoerd dat een bedrag van € 50,-- voor schade ter vervanging van zijn jas niet kan worden toegewezen. Dit betreft geen schade die rechtstreeks door het delict is veroorzaakt maar door het onderzoek van de politie, aldus de raadsman.

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is aan de benadeelde partij [naam] de schade aan de jas door het bewezen verklaarde niet rechtstreeks schade toegebracht.

De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat de overige door de benadeelde partij [naam] gestelde materiële schade en immateriële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kunnen worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die in zoverre niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

De rechtbank is van oordeel dat de door de benadeelde partij [naam] gestelde immateriële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

De rechtbank zal bepalen dat de toegewezen en te betalen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2016, zoals ook door de benadeelde partijen is gevorderd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Benadeelde partijen

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.062,12 (zegge: één duizend tweeënzestig euro en twaalf eurocent, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2016, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededaders van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] , te betalen een bedrag van € 1.062,12 (zegge: één duizend tweeënzestig euro en twaalf eurocent, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2016. Dit te betalen bestaat uit € 62,12 aan materiële schade en € 1.000,-- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.100,-- (zegge: elf honderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2016, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededaders van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] , te betalen een bedrag van € 1.100,-- (zegge: elf honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 21 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededaders van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2016. Dit te betalen bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. M.B. de Wit en mr. K. Bunk, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 maart 2017.