Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:1146

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-03-2017
Datum publicatie
29-03-2017
Zaaknummer
18/820098-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt verdachte vrij van belaging en overweegt daarbij dat het vier maal bellen en twee maal een sms-bericht versturen binnen een periode van twaalf uren niet zonder meer een omstandigheid oplevert die als een stelselmatige inbreuk in de zin van artikel 285b Sr kan worden beschouwd. Verdachte wordt ter zake bedreiging veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank legt daarnaast een locatie- en contactverbod op in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van vijf jaar met een vervangende hechtenis van twee weken voor elke keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 285
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2017/119
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/820098-17

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/730229-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 maart 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de Forensische Psychiatrische Kliniek te Assen, Dennenweg 9.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 maart 2017.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. D.C. Keuning, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. C. Westerling.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 februari 2017 (tussen 04.27 uur en 15.52 uur), te [pleegplaats] , in de gemeente Winsum, althans in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

door

- meermalen (al dan niet in de voor de nachtrust bestemde tijd) via de mobiele

telefoon van de [slachtoffer] contact gezocht met die [slachtoffer]

en/of

(zogeheten) sms-berichten aan die [slachtoffer] gezonden inhoudende onder meer -

zakelijk weergegeven - de woorden:

Kan je de politie bellen... heeft geen zin zolang [naam] mij blijft lastig vallen... Ik heb jullie de mogelijkheid gegeven met mij tot een redelijke oplossing te komen. Wanneer gaat het kwartje vallen? Gewoon meewerken aan een diplomatieke oplossing dan is er niets aan de hand. [naam] beslist hoe wij het gaan oplossen. Of [naam] werkt mee, of ik achtervolg jullie tot in den treurnis. Precies zoals jullie bij mij doen. Sterkte jongen. Je hebt geen idee waar je je mee hebt ingelaten. Ik hoop voor jullie dat jullie er veel plezier aan beleven mij het leven stuk te maken. Ik ben heel duidelijk geweest. Zij gaat mij bellen om met mij op een normale manier tot een diplomatieke oplossing te komen. Jullie maken het op deze manier alleen maar lastig voor jezelf. Je kan 100 organisaties op mij af sturen, dat helpt niets. Ik ben heel erg duidelijk geweest. Zij weet heel goed dat de enige manier is dat zij mij opbelt en het op een normale manier met mij uitspreekt. Hoever willen nog gaan? Bedenk je even dat ik 3 arrestatieteams, 5 detenties etc. verder ben. Ik houd niet op als [naam] het niet normaal met mij uitspreekt. Hoe duidelijk moet het worden? En dan heb ik het nog niet over de onkosten facturering waarover jullie medio begin 2015 zijn geïnformeerd en tot op heden bij iedere intimidatie/bedreigingen van de door [naam] weloverwogen ingeschakelde instanties aan mijn persoon betaald dient te worden. Welke prijs zijn jullie bereid te betalen?

en/of

een aantal voicemail-berichten ingesproken inhoudende onder meer - zakelijk

weergegeven - de woorden:

Drie jaar heb ik onderhandeld. En ik denk dat jij wel weet waar dit over gaat. Ik heb vandaag goedkeuring gekregen van het openbaar ministerie om weer contact met jullie op te nemen. Ik wil graag even met jou praten over hoe wij dit de komende tien jaar gaan doen. Kan je even contact opnemen. Geen enkel probleem ik ga gewoon zitten. Ik ga gewoon tien maanden zitten, ik ga gewoon twee jaar zitten. Interesseert me niet. Je hebt een kanker groot probleem met mij, vriend.

Volgens mij hebben jullie het nog niet helemaal in de gaten wat er aan de hand is. Ik heb haar een aantal beloftes gedaan. Ik ben een man van mijn woord en daar hou ik mij aan. Jullie blijven mij bedreigen. Blijf ik jullie bedreigen. Want ik trek jullie hele gezin naar de kanker. Kun je me opsluiten. Maar ik kom je opzoeken, is het nu niet, is het over vijf jaar

niet is het over tien jaar. Want je bent van mij vriend. Ik maak het hele kanker gezin van je kapot.

Ik had van jou een telefoontje verwacht. Er zijn wat dingen die wij moeten regelen met elkaar. Dus ik stel voor dat je mij even terugbelt. Je kunt ook de politie bellen, het openbaar ministerie, de reclassering. Iedereen is op de hoogte hiervan. Ik ga gewoon zitten. Het is aan jullie welke keuze jullie maken. Kom je aan mij, dan kom ik aan jou. Is het nu niet, is het over vijf jaar, is het over tien jaar. Ik ga gewoon zitten. Het is welke keuze jij wilt maken, in het belang van jouw kindje. Sterkte ermee jongen.

Zoals jullie weten staat er inmiddels een behoorlijk bedrag open wat ik van jullie krijg. Jullie weten wat de consequenties zijn. Gaan wij dus door en dat heeft ernstige consequenties zoals je weet. Ik ben niet iemand die loslaat. Kom je aan mij, kom ik aan jou. Jullie hebben afgelopen jaar meerdere keren aan mij gezeten. Mij bedreigd en geïntimideerd en alles. En dat heeft gevolgen.

in elk geval (telkens) op enigerlei wijze zijn aanwezigheid ongewenst en/of hinderlijk en/of bedreigend en/of beledigend aan die [slachtoffer] opgedrongen;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 februari 2017, te [pleegplaats] , in de gemeente Winsum, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, immers heeft verdachte opzettelijk

voornoemde [slachtoffer] dreigend (door middel van sms-berichten en/of voicemail-berichten) de woorden toegevoegd :"Ik achtervolg jullie tot in den treurnis" en/of "Hoever willen nog gaan. Bedenk je even dat ik 3 arrestatieteams, 5 detenties etc. verder ben. Welke prijs zijn jullie bereid te betalen" en/of "Geen enkel probleem ik ga gewoon zitten. Ik ga gewoon tien maanden zitten, ik ga gewoon twee jaar zitten. Interesseert me niet. Je hebt

een kanker groot probleem met mij vriend" en/of "Blijf ik jullie bedreigen. Want ik trek jullie hele gezin naar de kanker. Onthoud dat vriend. Kun je me opsluiten. Maar ik kom je opzoeken, Is het nu niet, is over vijf jaar is het over tien jaar, Maar je bent van mij vriend. Ik maak het hele kanker gezin van je kapot" en/of "Geen enkel probleem, ik ga gewoon zitten. Het is welke keuze jij wilt maken, in het belang van jouw kind" en/of "Gaan wij dus door en dat heeft ernstige consequenties zoals je weet. Ik ben niet iemand die los laat. Kom je aan mij, kom ik aan jou. Dat heeft gevolgen",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Primair is belaging ten laste gelegd. Op grond van artikel 285b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) vindt vervolging van belaging niet plaats dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is begaan. De klacht bestaat ingevolge artikel 164 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) uit een aangifte en een verzoek tot vervolging. In het dossier ontbreekt een uitdrukkelijk verzoek tot vervolging. Op grond van het onderzoek op de terechtzitting stelt de rechtbank echter vast dat aangever ten tijde van het opmaken van de aangifte de bedoeling had dat een vervolging zou worden ingesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom sprake van een klacht in de zin van artikel 164, eerste lid, Sv en is voldaan aan het klachtvereiste van artikel 285b, tweede lid, Sr.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de officier van justitie ten aanzien van het primair ten laste gelegde ontvankelijk verklaren in de vervolging.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het primair ten laste gelegde kan worden bewezen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat, hoewel het gaat om een korte periode, sprake is van stelselmatigheid op grond van de heftigheid van de sms- en voicemailberichten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat geen sprake is van een significante duur, zodat de stelselmatigheid ontbreekt.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij het volgende.

De kern van de strafbepaling van artikel 285b Sr wordt gevormd door de wederrechtelijke stelselmatige inbreuk op iemands persoonlijke levenssfeer. Bij de vraag of sprake is van stelselmatigheid dient volgens vaste jurisprudentie te worden gelet op de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen, op de omstandigheden waaronder zij hebben plaats gevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. In het onderhavige geval heeft verdachte in een tijdsbestek van twaalf uur het slachtoffer, de nieuwe partner van zijn ex-vriendin, gedurende de uren voor de nachtrust bestemd, vier maal gebeld waarbij verdachte telkens de voicemail heeft ingesproken, en daarnaast twee sms-berichten gestuurd. De rechtbank is van oordeel dat het vier maal bellen en twee maal een sms-bericht versturen binnen een periode van twaalf uren niet zonder meer een omstandigheid oplevert die als een stelselmatige inbreuk in de zin van artikel 285b Sr kan worden beschouwd. Dat een en ander in het onderhavige geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd heeft plaatsgevonden, doet daar niet aan af.

De rechtbank volstaat ten aanzien van het subsidiair bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 maart 2017;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-

Nederland d.d. 19 februari 2017, opgenomen op pagina 17 e.v. van het dossier met

nummer PL0100-2017043845 d.d. 20 februari 2017, inhoudende de verklaring van

[slachtoffer] ;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie

Noord-Nederland d.d. 19 februari 2017, opgenomen op pagina 22 e.v. van voornoemd

dossier, inhoudende de relatering van verbalisanten.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 18 februari 2017 in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend (door middel van een voicemail-bericht) de woorden toegevoegd: "Ik maak het hele kanker gezin van je kapot".

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 3 jaar. Tevens heeft de officier van justitie oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr gevorderd voor een periode van 5 jaar, inhoudende dat verdachte wordt bevolen dat hij zich niet ophoudt in [pleegplaats] en geen contact heeft met aangever [slachtoffer] , mevrouw [naam] (de ex-vriendin van verdachte) en de ouders van mevrouw [naam] , met bevel dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich bij de vordering van de officier van justitie aangesloten, met dien verstande dat de raadsman zich ten aanzien van de duur van de gevangenisstraf en de proeftijd heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft de nieuwe partner van zijn ex-vriendin via de telefoon met de dood bedreigd. Hij heeft daarmee gevoelens van onveiligheid en angst veroorzaakt in het gezin van aangever. Aangever heeft in een door hem ter terechtzitting voorgelezen slachtoffer-verklaring uiteengezet welk impact het handelen van verdachte op aangever en zijn partner heeft gehad.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor bedreiging. Daar komt bij dat hij zich ten tijde van het bewezenverklaarde in een proeftijd bevond.

De rechtbank acht het in de eerste plaats van groot belang dat wordt voorkomen dat verdachte opnieuw vergelijkbare strafbare feiten zal plegen. Daarom acht zij de door de officier van justitie gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van drie jaar passend en geboden. De rechtbank acht daarnaast een locatie- en contactverbod op zijn plaats. De rechtbank zal dit verbod - conform de eis van de officier van justitie - opleggen in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van vijf jaar met een vervangende hechtenis van twee weken voor elke keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich aan deze verboden zal houden.

De rechtbank ziet geen aanleiding om te bevelen dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is, nu naar het oordeel van de rechtbank niet is gebleken dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens aangever, mevrouw [naam] en/of haar ouders.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 3 september 2015, gewezen door deze rechtbank, is de verdachte veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De officier van justitie heeft bij schriftelijke vordering d.d. 1 maart 2017 de tenuitvoerlegging gevorderd van deze straf wegens overtreding van de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Omdat er tevens een vordering tot tenuitvoerlegging is ingediend wegens overtreding van een bijzondere voorwaarde, heeft de officier van justitie ter terechtzitting van 15 maart 2017 afwijzing van deze vordering gevorderd.

De rechtbank zal, nu zij de vordering tot tenuitvoerlegging in verband met overtreding van een bijzondere voorwaarde bij separate beslissing gedeeltelijk zal toewijzen, de onderhavige vordering -conform de eis van de officier van justitie- afwijzen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De maatregel dat de veroordeelde voor de duur van vijf jaar zich niet zal ophouden in [pleegplaats] .

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

De maatregel dat de veroordeelde gedurende vijf jaar op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , [naam] en de ouders van [naam] , te weten [naam] en [naam] .

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18/730229-14:

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden d.d. 3 september 2015.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Jongsma, voorzitter, mr. P.H.M. Smeets en

mr. A.L.J.M.A. Janssens, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 maart 2017.