Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:1095

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
28-03-2017
Zaaknummer
C/17/153523 FT/RK 17-151
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verzet
Inhoudsindicatie

faillissement, verstekvonnis, vernietiging onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2015:1473.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1628
INS-Updates.nl 2017-0154
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

Uitspraak: 15 maart 2017

Rekestnummer: FT RK 17/151

Faillissementsnummer: C/17/17/19

Van de rechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige handelskamer, op het verzet van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MTI TELEMATICS B.V.

gevestigd te (1077 DN) Amsterdam, Gerrit van der Veenstraat 37-2hg,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 01104719,

curator: mr. B.G.W.P. Heijne,

advocaat: mr. M.A. Hupkes.

1 Procesverloop

1.1.

Op 17 februari 2017 is ter griffie van de rechtbank binnengekomen een verzetschrift met bijlagen, strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 14 februari 2017 waarbij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MTI Telematics B.V. (hierna: MTI) in staat van faillissement is verklaard.

1.2.

De curator heeft op 13 maart 2017 een verslag naar de rechtbank gezonden met als bijlage een salarisvoorstel met daarbij een overzicht en specificatie van de door hem gewerkte uren vanaf datum uitspraak faillissement.

1.3.

Het verzet is op 15 maart 2017 mondeling behandeld.

1.4.

Ter terechtzitting zijn verschenen mr. M.A. Hupkes, vergezeld van de heer [directeur] , enig aandeelhouder en bestuurder van MTI, mr. J. Egberts namens de aanvrager van het faillissement de heer [verzoeker] en mr. B.G.W.P. Heijne, curator in het faillissement.

2 Standpunten van partijen

2.1

In zijn verzetschrift en ter terechtzitting heeft mr. Hupkes - samengevat - gesteld dat

MTI niet verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen en in staat moet worden geacht aan haar verplichtingen te kunnen voldoen.

Ter terechtzitting heeft mr. Hupkes een pleitnotitie overgelegd, waarvan de inhoud als hier overgenomen en ingelast dient te worden beschouwd. Hieruit blijkt dat het standpunt van MTI als volgt luidt.

De vordering van de aanvrager wordt erkend.

In zijn pleitnotitie geeft mr. Hupkes onder meer een garantieverklaring af dat Stichting Beheer Derdengelden mr. L.Chr. Kranendonk c.s. te Amsterdam een bedrag van € 30.353,15 uitbetaalt aan [verzoeker] onder voorwaarde dat het verzet wordt gehonoreerd.

Eveneens wordt door mr. Hupkes een garantieverklaring afgegeven dat Stichting Beheer Derdengelden mr. L Chr. Kranendonk c.s. te Amsterdam een bedrag van € 5.164,88, zijnde salariskosten curator zoals opgegeven, uitbetaalt aan de curator eveneens onder de voorwaarde dat het verzet wordt gehonoreerd.

Mr. Hupkes heeft daarbij ter terechtzitting de toezegging gedaan dat indien het faillissement wordt vernietigd de bedragen nog diezelfde dag worden overgemaakt.

Mr. Hupkes heeft daarbij ook aangegeven dat op de rekening van Stichting Beheer Derdengelden mr. L Chr. Kranendonk thans een bedrag is overgemaakt van bijna € 79.000,= en daarvan bewijs getoond ter terechtzitting.

De garantieverklaring is door hem in zijn hoedanigheid van advocaat van MTI ondertekend.

2.2

De aanvrager van het faillissement heeft ter terechtzitting eveneens ingestemd met vernietiging van het faillissement onder voorwaarde dat de vordering van de aanvrager in zijn geheel wordt voldaan.

3 Het oordeel van de rechtbank

3.1

De rechtbank constateert dat MTI gelet op artikel 8 lid 2 van de Faillissementswet (Fw) tijdig in verzet is gekomen.

3.2

De rechtbank constateert eveneens dat, gelet op het feit dat de vordering van verzoeker niet wordt betwist, het faillissement van MTI - zonder dat zij daartoe (na deugdelijk opgeroepen te zijn, hetgeen in ieder geval blijkt uit het exploot dat bij de behandeling van de aanvraag van het faillissement is overgelegd) is gehoord - bij vonnis van 14 februari 2017 op goede gronden is uitgesproken.

3.3

De rechtbank dient te onderzoeken of de aanvrager (nog) een vordering heeft op MTI en of de aanvrager thans nog bevoegd is het faillissement aan te vragen. Dit volgt uit hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in zijn arrest van 5 juni 2015 (ECLI:NL:2015:1473) te weten:

“Het rechtsmiddel van verzet heeft de strekking dat het geding waarin verzet was verleend, op tegenspraak in dezelfde instantie wordt voortgezet. Het biedt de gedaagde die niet was verschenen en daardoor zijn belangen bij de rechter niet kon verdedigen, daartoe alsnog de gelegenheid hetgeen strookt met het beginsel van hoor en wederhoor (VGL.HR 23 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:AD1902, NJ 1993/559) Met die strekking van het rechtsmiddel van verzet en met de ingrijpende gevolgen die een faillietverklaring heeft, verdraagt zich niet dat de schuldenaar die zich tegen de bij verstek uitgesproken faillietverklaring wenst te verzetten, bijvoorbeeld met de stelling dat de vordering van de aanvrager niet of niet langer bestaat – welke stelling, indien juist, die aanvrager de bevoegdheid ontneemt het faillissement uit te lokken – bij dat verweer geen baat meer kan hebben.”

3.4

Uit hetgeen ter terechtzitting is naar voren gekomen blijkt dat MTI de vordering van de aanvrager volledig kan voldoen en hiervoor ter terechtzitting een garantieverklaring heeft afgegeven. Gelet hierop heeft de aanvrager na betaling van het volledige bedrag geen vordering (meer) op MTI en daarmee geen bevoegdheid het faillissement van MTI aan te vragen. Het vorenstaande is reeds voldoende grond om het verzet tegen het faillissement te honoreren.

3.5

De rechtbank is van oordeel dat MTI deugdelijk is opgeroepen voor de behandeling van het faillissementsrekest en nu zij desondanks niet is verschenen terwijl vaststaat dat [verzoeker] een (openstaande) vordering op haar had, het salaris van de curator – zoals MTI ook zonder voorbehoud heeft aangeboden- op de voet van artikel 15 lid 3 Fw volledig ten laste van MTI moet worden gebracht.

3.6

Vervolgens dient de rechtbank het salaris van de curator vast te stellen. Mede gelet op het feit dat mr. Hupkes ter terechtzitting heeft aangegeven het door de curator voorgestelde salaris volledig te zullen betalen zal de rechtbank het salaris vaststellen zoals verzocht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het verzet gegrond;

- vernietigt het vonnis van deze rechtbank van 14 februari 2017, waarbij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MTI TELEMATICS B.V. gevestigd te Amsterdam, in staat van faillissement is verklaard;

- stelt het salaris van de curator (inclusief verschotten en btw) vast op een bedrag van

€ 5.164,88 en brengt dit bedrag ten laste van MTI.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.