Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:992

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-03-2016
Datum publicatie
10-03-2016
Zaaknummer
18.730442-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie
-
Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 279
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730442-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 maart 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 februari 2016.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Veen, advocaat te Delfzijl.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J.T.D. Stoffels.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

[medeverdachte] en/of een of meerdere ander(e) perso(o)n(en) (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 16 september 2014 tot en met 17 oktober 2014, in elk geval in of omstreeks de maand(en) september 2014 en/of oktober 2014 (tot en met 17 oktober 2014), in het Arrondissement Noord-Nederland, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging,

althans alleen, (telkens) opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , welke minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaren oud was, heeft/hebben onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige(n) gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over voornoemde minderjarige(n) uitoefende, (te weten Jeugdhulp Friesland en/of [persoon] ), immers heeft die [medeverdachte] (telkens) tezamen en in vereniging met die een of meerdere andere perso(o)n(en), althans

alleen, (telkens) in voornoemde periode (in strijd met de Rechterlijke beschikking/machtiging en/of de afspraken en/of zonder medeweten en/of toestemming van Jeugdhulp Friesland en/of de gezinsvoogd [persoon] ) meermalen, althans eenmaal,

- telefonisch contact met die [slachtoffer] opgenomen en/of onderhouden met betrekking tot het onttrekken aan het wettig gezag en daarover met die [slachtoffer] afspraken gemaakt en/of

- die [slachtoffer] in een motorvoertuig (auto) doen of laten plaatsnemen en die

[slachtoffer] in dat motorvoertuig naar het (trein)station in [plaats] vervoerd en/of doen of laten vervoeren en/of

- die [slachtoffer] vervoerd of doen of laten vervoeren naar een woning, althans (een onbekend gebleven) verblijfplaats, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] ondergebracht of doen of laten onderbrengen in een/die woning, althans (onbekend gebleven) verblijfplaats, en/of

- die [slachtoffer] in een/die woning, althans op een verblijfplaats, doen of laten verblijven en/of

- door middel doen of laten toezenden van schriftelijk informatie en filmbestanden op een SD-kaart via de PostNL of anderszins contact opgenomen en/of onderhouden en/of afspraken gemaakt en/of zaken afgestemd met betrekking tot het onttrekken aan het wettig gezag van die [slachtoffer] en/of zich zodoende daarover doen of laten informeren en/of

- telefonisch en/of via SMS-berichten en/of chat-berichten en/of anderszins contact opgenomen en/of onderhouden en/of afspraken gemaakt en/of zaken afgestemd met betrekking tot het onttrekken aan het wettig gezag van die [slachtoffer] en/of

- via een facebookpagina en/of YouTube op het internet middels (gecodeerde en/of verborgen) berichten en/of anderszins via internet contact opgenomen en/of onderhouden en/of afspraken gemaakt en/of zaken afgestemd met betrekking tot het onttrekken aan het wettig gezag van die [slachtoffer] en/of

- met elkaar afgesproken op een locatie/plaats in Nederland en aldaar afspraken gemaakt en/of zaken afgestemd met betrekking tot het onttrekken aan het wettig gezag van die

[slachtoffer] en

aldus voornoemde minderjarige(n) (telkens) buiten het bereik en/of de invloedssfeer van het wettig over voornoemde minderjarige(n) gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over voornoemde minderjarige(n) uitoefende, te weten Jeugdhulp Friesland en/of [persoon] , heeft gebracht en/of gehouden,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van

16 september 2014 tot en met 12 oktober 2014, in het arrondissement Noord-Nederland, en/of (elders) in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft verdachte in voornoemde periode opzettelijk

- telefonisch contact opgenomen en/of onderhouden met die [medeverdachte] met betrekking tot het onttrekken aan het wettig gezag van die [slachtoffer] en daarover afspraken gemaakt en/of

- zich in een (personen)auto naar een afgesproken plaats (in [pleegplaats] ) heeft begeven en aldaar die [slachtoffer] zogenoemd opgepikt, in elk geval in de gelegenheid gesteld in die (personen)auto plaats te nemen en/of

- met die [slachtoffer] in die (personen)auto rondgereden en/of

- telefonisch contact onderhouden met die [medeverdachte] en/of een of meerdere mededader(s)/perso(o)n(en) over de plaats waar verdachte die [slachtoffer] naartoe moest worden gebracht en/of

- die [slachtoffer] volgens afspraak in die (personen)auto naar het (trein)station in [plaats] gebracht en aldaar laten uitstappen en achtergelaten.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot het ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 februari 2016;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 22 september 2014, opgenomen op pagina's 108 en 109 van het dossier met nummer 02CL314020-PV-02 d.d. 21 november 2014, inhoudende de verklaring van

[persoon] ;

3. een schriftelijk stuk, te weten een beschikking van de kinderrechter d.d. 11 juli 2014 tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing;

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 24 oktober 2014, opgenomen op pagina's 112 en 113 van het dossier voornoemd onder 2., inhoudende de verklaring van [getuige] ;

5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 18 september 2014, opgenomen op pagina 59 van het dossier voornoemd onder 2., inhoudende de verklaring van verbalisanten.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

[medeverdachte] en een of meerdere andere personen in de periode van 16 september 2014 tot en met 12 oktober 2014, in het Arrondissement Noord-Nederland en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging, opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , welke minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaren oud was, hebben onttrokken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over voornoemde minderjarige uitoefende, te weten Jeugdhulp Friesland en [persoon] , immers heeft die

[medeverdachte] tezamen en in vereniging met die een of meerdere andere personen, in voornoemde periode, in strijd met de rechterlijke machtiging en de afspraken en zonder medeweten en toestemming van Jeugdhulp Friesland en de gezinsvoogd [persoon] ,

- telefonisch contact met die [slachtoffer] onderhouden met betrekking tot het onttrekken aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd uitoefende en daarover met die

[slachtoffer] afspraken gemaakt en

- die [slachtoffer] in een motorvoertuig (auto) laten plaatsnemen en die [slachtoffer] in dat motorvoertuig naar het treinstation in [plaats] laten vervoeren en

- die [slachtoffer] laten vervoeren naar een onbekend gebleven verblijfplaats en vervolgens

- die [slachtoffer] laten onderbrengen in een onbekend gebleven verblijfplaats en

- die [slachtoffer] in een verblijfplaats laten verblijven en

aldus voornoemde minderjarige buiten het bereik en de invloedssfeer van het aan het opzicht van degene die het gezag desbevoegd over voornoemde minderjarige uitoefende, te weten Jeugdhulp Friesland en [persoon] , heeft gebracht en gehouden,

tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 16 september 2014, in het arrondissement Noord-Nederland, opzettelijk middelen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft verdachte in voornoemde periode opzettelijk

- telefonisch contact onderhouden met die [medeverdachte] met betrekking tot het onttrekken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over die [slachtoffer] uitoefende en daarover afspraken gemaakt en

- zich in een personenauto naar een afgesproken plaats in [pleegplaats] heeft begeven en aldaar die [slachtoffer] zogenoemd opgepikt en

- met die [slachtoffer] in die personenauto rondgereden en

- telefonisch contact onderhouden met die [medeverdachte] en een mededader over de plaats waar die [slachtoffer] naartoe moest worden gebracht en

- die [slachtoffer] volgens afspraak in die personenauto naar het treinstation in [plaats] gebracht en aldaar laten uitstappen en achtergelaten.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

medeplichtigheid tot en bij het medeplegen van opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige schulduitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis met een proeftijd van twee jaren.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het reclasseringsadvies opgemaakt door Reclassering Nederland op 28 mei 2015, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid tot en bij het samen met anderen een minderjarige jongen onttrekken aan het opzicht van Jeugdhulp Friesland en de gezinsvoogd. Verdachte wist dat de minderjarige uit huis was geplaatst en heeft, door hem op te halen en mee te nemen willens en wetens de ten uitvoerlegging van de beslissing van de kinderrechter tot uithuisplaatsing van de minderjarige gefrustreerd.

Nadat verdachte de minderjarige in [pleegplaats] had opgepikt, is hij met hem in de auto naar [plaats] gereden. Onderweg kreeg hij een telefoontje van een voor hem onbekende persoon. Hij heeft de instructies van deze onbekende opgevolgd en de toentertijd tienjarige jongen op het centraal station in [plaats] alleen achtergelaten, terwijl hij niet wist waar de jongen naar toe zou gaan. De rechtbank acht dit een ernstig delict. Verdachte heeft hiermee niet gehandeld in het belang van de minderjarige en hij heeft zijn welzijn in gevaar gebracht.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder voor een soortgelijk delict is veroordeeld.

Verdachte heeft hetgeen hem verweten wordt ter terechtzitting erkend en aangevoerd dat het een eenmalige impulsieve actie is geweest. Hij was ten tijde van het delict depressief en suïcidaal. Hij was krampachtig op zoek naar een nieuwe relatie. Hij had de moeder van de jongen via een chatsite leren kennen en ze hadden veelvuldig telefonisch contact. Zij had hem uitvoerig omtrent de situatie van de jongen ingelicht.

Toen hij vernam dat de jongen was weggelopen en zich had verstopt, heeft hij besloten om de jongen op te halen, omdat hij vond dat de jongen in een onwenselijke situatie verkeerde en dat hij moest ingrijpen.

Uit het reclasseringsadvies blijkt dat verdachte door de psychiater van defensie -waar verdachte voorheen werkzaam was- is gediagnostiseerd met PTSS, ADHD en PDDNOS.

Bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord heeft hij daarom wekelijks individuele psychotherapie, waarin gewerkt wordt aan emotieregulatie, depressieve klachten en inzicht geven in gedrag. Verdachte is gemotiveerd voor deze behandeling. Door de reclassering wordt een (voorwaardelijke) werkstraf geadviseerd.

Gelet op voornoemde persoonlijke omstandigheden van verdachte, die naar het oordeel van de rechtbank mede van invloed zijn geweest op verdachtes handelen ten tijde van het delict, en het tijdsverloop acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde voorwaardelijke taakstraf passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 48 en 279 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 40 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast.

Bepaalt, dat deze taakstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Dölle, voorzitter, mr. M. Jansen en mr. C. Krijger, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 maart 2016.

Mr. C. Krijger is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Dölle

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Jansen

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Zandstra-Alkema

locatie Leeuwarden,