Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:877

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
08-03-2016
Datum publicatie
27-06-2016
Zaaknummer
4465247 \ CV EXPL 15-7283
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzetprocedure. Mondelinge opdracht ex art. 7:400 e.v. BW aangenomen, mede op grond van wisselend en tegenstrijdig verweer. Toepasselijkheid algemene voorwaarden aangenomen nu sprake is van twee bedrijfsmatig opererende partijen en verwerende partij veertien facturen met de voorwaarden op de achterzijde gedrukt zonder protest heeft betaald. Op de voorzijde werd toepasselijk van de algemene voorwaarden bedongen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1817
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 4465247 \ CV EXPL 15-7283

vonnis van de kantonrechter van 8 maart 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [opposante],

hierna te noemen: [opposante] ,

gevestigd te [postcode opposante] [vestigingsplaats opposante] , [adres opposante] ,

opposante,

gemachtigde: mr. J.T. Schlepers,

tegen

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Drieweg Advies B.V.,

hierna te noemen: Drieweg,

gevestigd te 5469 EX Erp, Kampweg 10,

geopposeerde,

gemachtigde: L.C.G. van Seggelen &Partners.

Het verloop van de procedure

1.1

De partijen hebben de volgende stukken in het geding gebracht c.q. proceshandelingen verricht:

- de inleidende dagvaarding en het verstekvonnis;

- de dagvaarding in oppositie van 16 september 2015 met producties;

- de conclusie van antwoord in oppositie met producties;

- de aanvullende akte bij conclusie van antwoord in oppositie;

- de conclusie van repliek in oppositie.

1.2

Ten slotte is bepaald dat de kantonrechter vonnis zal wijzen, waarvan de datum nader is vastgesteld op vandaag.

De vaststaande feiten

2.1

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.2

Drieweg is een adviesbureau voor het midden- en kleinbedrijf binnen (met name)

de agrarische sector. Zij adviseert, begeleidt en ondersteunt bedrijven en

ondernemers in deze sector op het gebied van onder andere technische en

bedrijfseconomische begeleiding, mest wet- en regelgeving, ruimtelijke ordening

en vergunningen.

2.3

Op of omstreeks 31 januari 2013 heeft SCM Adviesgroep voor [opposante] bij de

gemeente Hardenberg een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een

project op het adres Kalkwijk in De Krim ingediend Dit project omvat blijkens de bevestiging van de aanvraag de volgende activiteiten: "inrichting of mijnbouwwerk oprichten of veranderen (Milieu)".

2.4

Omstreeks juli 2013 is [opposante] via de heer Karel [A] bij Drieweg terecht gekomen. Op 11 juli 2013 heeft ten kantore van Drieweg een gesprek plaatsgevonden waarbij, naast de heer [A] , van de zijde van [opposante] de heer [directeur opposante] aanwezig was. Drieweg werd vertegenwoordigd door de heer [medewerker Drieweg 1] . Partijen hebben afspraken gemaakt met betrekking tot de door Drieweg te verrichten werkzaamheden voor [opposante] . [opposante] heeft de facturen van Drieweg over de periode van augustus 2013 tot december 2014, welke facturen zien op "mogelijkheden onderzoeken" en "bestemmingsplan wijzigen" in het kader van de in opdracht verrichte werkzaamheden, zonder enig protest en zonder enig voorbehoud voldaan.

2.5

Op 6 maart 2014 heeft [opposante] aan Drieweg, in de persoon van ing. [medewerker Drieweg 2] , machtiging gegeven tot het instellen van een verzoek bij de gemeente Hardenberg om een planologische principe-uitspraak. Op 1 mei 2014 heeft [directeur opposante] namens [opposante] een ondertekende machtiging aan Drieweg verleend: "Om als gemachtigde op te treden. Hiermee wordt tevens de machtiging aan SCM Milieu B.V. ingetrokken.".

2.6

Op 15 december 2014 heeft een gesprek plaatsgevonden bij Staatsbosbeheer in het kantoor in de boswachterij Hardenberg inzake [project] ". Daarbij waren aanwezig [directeur opposante] , Staatsbosbeheer, en de heren [medewerker Drieweg 2] en [medewerker Drieweg 1] van Drieweg.

2.7

Drieweg heeft [opposante] vervolgens de navolgende facturen gestuurd:

Factuur d.d. factuurnummer ad. €

08-01-2015 15700073 € 5.009,40

08-01-2015 15700074 € 6.860,70

05-02-2015 15700088 € 1.887,60

05-02-2015 15700087 € 680,63

05-03-2015 15700173 € 81,68

2.7

Bij brief van de toenmalige gemachtigde van [opposante] - Administratie Belasting en Advieskantoor Nieboer - van 6 februari 2015 schrijft deze aan Drieweg:

"In deze is het zo dat de exploitatie van de locatie te De Krim waarop uw facturen betrekking hebben, onder overname van uw kosten is overgedragen aan Groenrecycling Rouveen B.V., Oude Rijksweg 335, 7954 EL Rouveen. Wij verzoeken u dan ook deze facturen te richten aan Groen Recycling Rouveen B.V.".

2.8

Bij onder meer een brief van 12 maart 2015 is [opposante] aangemaand en gesommeerd om een viertal in die brief aangeduide facturen te voldoen, bij gebreke waaraan aanspraak wordt gemaakt op buitengerechtelijke incassokosten.

2.9

Bij verstekvonnis van 22 juli 2015 (zaak-/rolnummer: 424426 CV EXPL 15-4842), waarvan verzet, is [opposante] veroordeeld om aan Drieweg tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de verschuldigde som van € 16.049.4 vermeerderd met de overeengekomen, althans de wettelijke handelsrente over € 14.520,01 vanaf de dag der dagvaarding tot die der voldoening, één en ander een bedrag ad € 25.000,00 niet te boven gaande en met veroordeling van [opposante] in de kosten van de procedure.

De vordering en het verweer, samengevat en zakelijk weergegeven

3.1

[opposante] vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [opposante] zal ontheffen van de veroordeling uitgesproken bij het verstekvonnis van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Assen, van 22 juli 2015 tussen Drieweg als eiseres en [opposante] als gedaagde gewezen, met het alsnog niet-ontvankelijk verklaren van Drieweg in haar vorderingen, althans haar deze te ontzeggen met veroordeling van Drieweg in de kosten van zowel de verstekprocedure als de onderhavige verzetprocedure.

3.2

[opposante] voert daartoe het navolgende verweer. [opposante] betwist de gestelde overeenkomst van opdracht. Het feit dat [opposante] bij een tweetal gesprekken aanwezig is geweest, betekent uiteraard niet dat er een opdracht tot stand zou zijn gekomen. Het had op de weg van Drieweg gelegen, als professionele marktpartij, om een eventuele opdracht schriftelijk te bevestigen. Bij conclusie van repliek stelt [opposante] dat Drieweg haar heeft voorgespiegeld dat zij via Drieweg een vergunning zou krijgen met daarbij een subsidie voor een biovergister. Uit deze subsidie zouden de kosten van Drieweg worden voldaan. Ofwel, [opposante] zou niet hoeven te betalen. Drieweg zou dus werkzaamheden gaan verrichten die zouden worden bekostigd uit de te verkrijgen subsidies. [opposante] heeft de eerdere nota's betaald omdat Drieweg stelde dat dat voor het verkrijgen van de subsidies nodig was. Hetzelfde geldt voor de getekende machtiging. Bij gebrek aan wetenschap betwist [opposante] ook dat de gestelde werkzaamheden zijn uitgevoerd. [opposante] kreeg argwaan toen hij geen stukken kreeg. Voor zover een opdracht wordt aangenomen, heeft [opposante] met Drieweg nooit gesproken over de uurtarieven. De gehanteerde tarieven zijn bovendien niet gebruikelijk in de branche. De facturen zijn ook om die reden onterecht. Voorts zijn de gestelde algemene voorwaarden niet van toepassing; deze zijn nooit ter sprake gekomen.

3.3

Drieweg heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot bekrachtiging van het verstekvonnis van 22 juli 2015, met veroordeling van [opposante] in de kosten van beide instanties. Drieweg beroept zich op de vaststaande feiten en heeft daartoe nog het navolgende aangevoerd.

3.4

Tussen partijen is een (mondelinge) overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW tot stand gekomen. Tijdens het gesprek op 11 juli 2013 is door [opposante] uitdrukkelijk aan Drieweg (mondeling) de opdracht gegeven haar verder bij te staan en te begeleiden in het proces rondom de aanvraag omgevingsvergunning en alle daarbij voorkomende werkzaamheden (zoals bijvoorbeeld herziening bestemmingsplan) uit te voeren. Deze opdracht is door Drieweg (mondeling) aanvaard. Dat Drieweg van [opposante] opdracht heeft gekregen, volgt uit het gegeven dat [opposante] de facturen van Drieweg over de periode van augustus 2013 tot december 2014, welke facturen zien op de door Drieweg in het kader van de opdracht verrichte werkzaamheden, zonder enig protest en zonder enig voorbehoud heeft voldaan. De opdracht moge voorts blijken uit een door [opposante] op 6 maart 2014 ondertekend verzoek om een planologische principe uitspraak, waarin [opposante] als aanvrager Drieweg als gemachtigde aanstelt. Drieweg wijst tot slot op een door de heer [directeur opposante] getekende machtiging van 1 mei 2014 waarmee (nogmaals) geformaliseerd wordt dat Drieweg als gemachtigde van [opposante] zal optreden. Conform de opdracht van [opposante] heeft Drieweg na het bezoek aan Staatsbosbeheer op 15 december 2014 de nodige werkzaamheden verricht om een herziening van het bestemmingsplan te realiseren. De facturen voor deze werkzaamheden heeft [opposante] evenwel onbetaald gelaten.

[opposante] heeft (stilzwijgend) ingestemd met het door Drieweg gehanteerde (uur-)tarief. Zij heeft immers in de periode van augustus 2013 tot december 2014 de facturen van Drieweg zonder enig protest voldaan en daarbij nooit de factuurbedragen c.q. de gehanteerde tarieven betwist. Uit artikel 7:405 lid 2 BW volgt overigens dat bij gebrek aan een afspraak over de hoogte van het loon, het loon op de gebruikelijke wijze berekend dient te worden. Is er geen gebruikelijke wijze om het loon te berekenen, dan dient opdrachtgever een redelijk loon te betalen. Drieweg stelt dat haar tarieven algemeen gangbare tarieven zijn in de branche waarin zij werkzaam is.

De facturen tot in ieder gevat december 2014 zijn door [opposante] ontvangen en (zonder protest) voldaan. Op alle facturen, zo ook op de eerste factuur van 5 september 2013, staan de algemene voorwaarden op de achterzijde van het briefpapier afgedrukt. [opposante] heeft nooit een opmerking gemaakt over deze algemene voorwaarden, laat staan daartegen geprotesteerd. Daaruit heeft Drieweg mogen begrijpen dat [opposante] de toepasselijkheid van de algemene

voorwaarden heeft aanvaard.

De beoordeling

4. Tussen partijen is niet in discussie dat het verzet tijdig is ingesteld.

5. Drieweg heeft in de eerste instantie gevorderd de veroordeling van [opposante] , bij vonnis voor zover wettelijk geoorloofd uitvoerbaar bij voorraad, om aan Drieweg tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de verschuldigde som van € 16.049.4 vermeerderd met de overeengekomen, althans de wettelijke handelsrente over € 14.520,01 vanaf de dag der dagvaarding tot die der voldoening, één en ander een bedrag ad € 25.000,00 niet te boven gaande en met veroordeling van [opposante] in de kosten waaronder begrepen een bedrag voor het salaris en de noodzakelijke verschotten van de gemachtigden van Drieweg. De kantonrechter overweegt te dien aanzien het volgende.

6.1

[opposante] betwist de opdracht. [opposante] erkent evenwel dat zij, in de persoon van [directeur opposante] , bij de twee gesprekken op 11 juli 2013 en 15 december 2014 aanwezig is geweest. Zij erkent ook dat zij - in het vervolg op het gesprek van 11 juli 2013 - de veertien facturen van augustus 2013 tot en met november 2014 zonder protest heeft voldaan. Het betreft in totaal een bedrag van ruim € 24.000,00. De facturen vermelden onder andere: bespreking, uitzoeken, tekening maken, geuronderzoek, ammoniakberekening, rapportage opstellen, voortgang project.

6.2

[opposante] heeft de gespreksaantekeningen van het gesprek van 15 december 2014 (productie 7 conclusie van antwoord in oppositie) niet weersproken. Onderwerp van gesprek was Kalkwijk De Krim (zie de e-mail van 9 december (productie 6 conclusie van antwoord in oppositie)). Daarin valt de lezen: "[directeur opposante] zegt zo snel mogelijk regelen om duidelijkheid te krijgen, positief verhaal".

6.3

[opposante] voert in dit verband een wisselend en tegenstrijdig verweer. Bij brief van de toenmalige gemachtigde van [opposante] - Administratie Belasting en Advieskantoor Nieboer - van 6 februari 2015 wordt als verweer gevoerd: "In deze is het zo dat de exploitatie van de locatie te De Krim waarop uw facturen betrekking hebben, onder overname van uw kosten is overgedragen aan Groenrecycling Rouveen B.V., Oude Rijksweg 335, 7954 EL Rouveen. Wij verzoeken u dan ook deze facturen te richten aan Groen Recycling Rouveen B.V.". In deze brief wordt de opdracht aan Drieweg noch de hoogte van de facturen betwist. Ook over de zogenaamde argwaan wegens het ontbreken van stukken wordt met geen woord gesproken. Slechts wordt te kennen gegeven dat de kosten 'zijn overgedragen', hetgeen naar het oordeel van de kantonrechter een opdracht aan Drieweg impliceert. Later, bij e-mail van 3 april 2015 wordt "bij nader inzien" gesteld dat geen opdracht is gegeven

6.4

In de verzetdagvaarding volstaat [opposante] met een blote ontkenning van de opdracht, de gehanteerde tarieven en de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, een en ander echter zonder enige toereikende motivering of onderbouwing. Meer bepaald stelt [opposante] niet dat zij "vooraf op de hoogte gesteld wilde worden van de daartoe uit te voeren werkzaamheden en hij daarbij een inschatting van de daarvoor benodigde werkuren en de daaruit te verwachten kosten wilde ontvangen, alvorens uw cliënt over zou gaan tot het uitvoeren van de betreffende werkzaamheden." (zie de brief van 24 april 2015; productie 9 bij de inleidende dagvaarding).

6.5

Na bij de conclusie van antwoord in oppositie geconfronteerd te zijn met (onder meer) de veertien betaalde facturen, de door [opposante] verstrekte machtigingen en de gesprekaantekeningen van - meer bepaald - het gesprek met Staatsbosbeheer op 15 december 2014, voert [opposante] weer een ander verweer. Namelijk dat hem is voorgespiegeld dat hij subsidie zou krijgen en dat hij om die reden de facturen heeft betaald.

De kantonrechter acht dit verweer te laat naar voren gebracht en in strijd met een goede procesorde, gelet op de verplichting tot concentratie van het verweer (art. 128 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit daargelaten dat dit verweer, gelet op de eerdere andersluidende verweren, niet geloofwaardig overkomt. Om te beginnen impliceert dit verweer dat er wel degelijk opdracht is gegeven aan Drieweg, iets wat [opposante] eerder heeft ontkend. Verder overweegt de kantonrechter dat iedere onderbouwing van dit verweer ontbreekt; de stukken in het geding (waaronder de aangehaalde brieven van de gemachtigde van [opposante] ) geven hiervoor geen enkele aanwijzing en [opposante] heeft op dit punt geen toereikend bewijsaanbod gedaan. Het algemene bewijsaanbod, gedaan bij de verzetdagvaarding volstaat hiertoe niet. De kantonrechter passeert dit verweer.

6.6

Uit het hiervoor overwogene vloeit voort dat [opposante] aan Drieweg in juli 2013 een mondelinge opdracht in de zin van art. 7:400 e.v. Burgerlijk Wetboek heeft gegeven tot het verrichten van (advies-)werkzaamheden in verband met het project Kalkwijk in De Krim. De facturen van Drieweg van augustus 2013 tot en met november 2014 zijn door [opposante] zonder protest voldaan en zonder dat sprake was voorafgaande schriftelijke afspraken over de aard en de hoeveelheid van de werkzaamheden en het te hanteren uurtarief. De opdracht is voortgezet naar aanleiding van het gesprek op 15 december 2014. Zonder andersluidende mededelingen van [opposante] , waarvan niets is gebleken en waartoe [opposante] evenmin een toereikend bewijsaanbod heeft gedaan, mocht Drieweg er gerechtvaardigd op vertrouwen dat de opdracht onder dezelfde voorwaarden zou worden voortgezet.

6.7

De facturen waarvan Drieweg in deze procedure betaling vordert, vermelden onder andere: bespreking, uitzoeken, tekening maken, rapportage opstellen en voortgang project. Dit zijn dezelfde soort werkzaamheden die al eerder zijn gefactureerd en welke facturen door [opposante] zonder protest zijn betaald. De gehanteerde uurtarieven zijn dezelfde als in de veertien eerder betaalde facturen. Van enig protest van [opposante] dat hij geen stukken heeft gezien blijkt niet en [opposante] heeft in deze procedure ook geen beroep gedaan op een opschortingsrecht.

6.8

Gelet op al het voorgaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat [opposante] de gevorderde hoofdsom verschuldigd is.

7. [opposante] heeft verder de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Drieweg betwist. Drieweg heeft betoogd dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn nu deze op de achterzijde van de facturen zijn afgedrukt zodat zij erop mocht vertrouwen dat [opposante] de algemene voorwaarden heeft geaccepteerd. Dit betoog slaagt, mede gelet op de aanvullende akte bij conclusie van antwoord in oppositie. Uit het originele briefpapier blijkt dat onder aan het briefpapier de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is bedongen waarbij wordt verwezen naar de op de achterzijde van het briefpapier afgedrukte algemene voorwaarden. Op dit papier zijn ook de facturen gedrukt, aldus Drieweg. De kantonrechter overweegt dat [opposante] een bedrijfsmatig opererende partij is die op de toepasselijkheid van algemene voorwaarden bedacht kan zijn. De onderhavige facturen vloeien voort uit een aanvullende opdracht van [opposante] in de persoon van [directeur opposante] die ook de eerdere opdracht had gegeven voor de werkzaamheden van Drieweg tussen augustus 2013 en december 2014. Zoals eerder overwogen heeft [opposante] veertien facturen met verwijzing naar de algemene voorwaarden betaald. Gelet hierop mocht Drieweg erop vertrouwen dat [opposante] de algemene voorwaarden heeft geaccepteerd.

8. Nu de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden gegeven is, is de gevorderde contractuele rente eveneens toewijsbaar.

9. Al het voorgaande leidt ertoe dat [opposante] een verweer voert dat niet tot afwijzing van de vordering kan leiden. Daarmee is de kantonrechter van oordeel dat het verstekvonnis dient te worden bekrachtigd.

10. De kantonrechter zal [opposante] , die in beide instanties in het ongelijk is gesteld, veroordelen in de proceskosten conform het gebruikelijke liquidatietarief kanton. De kantonrechter rekent geen punt voor de aanvullende akte van Drieweg nu deze stukken ook bij haar conclusie van antwoord hadden kunnen worden overgelegd.

De beslissing

De kantonrechter:

bekrachtigt het vonnis waarvan verzet;

veroordeelt [opposante] in de kosten van de verzetprocedure, tot deze uitspraak aan de zijde van Drieweg begroot op € 300,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2016.

typ/conc: 552 / GJJS

coll: