Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:876

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
03-03-2016
Datum publicatie
14-03-2016
Zaaknummer
C/17/145758 / HA RK 15-134
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rekestprocedure
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

2:294 BW;

Dierenbescherming;

rechtsopvolging;

steunstichting

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 294
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2016-0084
AR 2016/708
JOR 2016/124
JONDR 2016/582
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rekestnummer: C/17/145758 / HA RK 15-134

Beschikking van 3 maart 2016

in de zaak van

de stichting

[Stichting X] ,

gevestigd te Leeuwarden,

verzoekster,

advocaat mr. R.S. van der Spek, kantoorhoudende te Leeuwarden,

met betrekking tot welk verzoek als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1. de stichting

STICHTING DIERENOPVANG DE WISSEL,

gevestigd te Leeuwarden,

vertegenwoordigd door mr. R.A. Kuiper,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

NEDERLANDSE VERENIGING TOT BESCHERMING VAN DIEREN,

gevestigd te 's-Gravenhage,

die verweer voert en tevens een tegenverzoek heeft ingediend,

advocaat mr. K.T.B. Salomons, kantoorhoudende te 's-Gravenhage.

De [Stichting X] zal hierna mede als de Stichting worden aangeduid, de Stichting Dierenopvang De Wissel zal mede als Stichting De Wissel worden aangeduid en de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren zal tevens de Dierenbescherming worden genoemd.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- het verweerschrift van de Dierenbescherming, dat tevens een tegenverzoek bevat,

- de mondelinge behandeling, gehouden op 8 februari 2016.

1.2

Ten slotte is beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De Dierenbescherming heeft als doel het beschermen van dieren, het behartigen van hun belangen, het bevorderen van hun welzijn en al wat daarmee verband houdt. Van oudsher kende de Dierenbescherming in verband met territoriale en/of functionele spreiding van de activiteiten "afdelingen" die als verenigingen leden-rechtspersoon waren van de Dierenbescherming. Deze afdelingen hadden dezelfde doelstellingen als de Dierenbescherming en waren statutair verplicht medewerking te verlenen aan de besluiten die genomen werden op de Landelijke Algemene Vergadering door afgevaardigden van de afdelingen. In de statuten van de afdelingen was voorts bepaald dat zij toestemming moesten verlenen voor de statutenwijziging van de zogenoemde steunstichtingen, waarvoor de afdelingen op hun beurt goedkeuring moesten hebben van de Dierenbescherming.

2.2.

In 1993 is mevrouw [A] (verder: [A] ) overleden. Zij heeft een deel van haar vermogen (omgerekend € 400.000,00) nagelaten aan de toenmalige Afdeling Leeuwarden van de Dierenbescherming (verder: de Afdeling Leeuwarden) ten behoeve van het dierenopvangcentrum De Wissel (verder: De Wissel) in Leeuwarden. Dit dierenopvangcentrum (hierna ook wel te noemen dierenasiel) werd destijds door de hiervoor bedoelde afdeling geëxploiteerd.

2.3.

De Afdeling Leeuwarden - een vereniging als bedoeld in 2.1. - heeft op enig moment besloten om de nalatenschap onder te brengen in een aparte stichting. Hiertoe is bij notariële akte van 21 december 1993 de Stichting opgericht. In de statuten van de Stichting zoals deze thans luiden is, voor zover hier van belang, bepaald:

DOEL

ARTIKEL 2.

De stichting heeft ten doel:

a. het financieel ondersteunen van de voormelde vereniging "Afdeling Leeuwarden van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren" of haar rechtsopvolger(s) (hierna ook te noemen: vereniging) en meer in het bijzonder:

b. het mede instandhouden van het dierenopvangcentrum in de gemeente Leeuwarden;

c. dieren te beschermen, hun belangen te behartigen, hun welzijn te bevorderen, en al wat daarmee verband houdt in stand te houden en meer ingang te doen vinden.

GELDMIDDELEN

ARTIKEL 3.

1. 1. Het vermogen van de stichting zal bestaan uit de netto-opbrengst uit de nalatenschap van mevrouw [A] , (…).

(…)

SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR

ARTIKEL 4

1. 1. De stichting heeft een bestuur bestaande uit vijf leden. Drie bestuursleden worden al dan niet uit hun midden benoemd door het bestuur van de vereniging.

De overige twee bestuursleden worden benoemd door het bestuur van de stichting op

grond van hun specifieke kwaliteiten, bijvoorbeeld op het bestuurlijke, financiële of

juridische terrein.

(…)

STATUTENWIJZIGING EN ONTBINDING

ARTIKEL 13.

1. 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen bij notariële akte, (…).

(…)

3. 3. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: Afdeling Leeuwarden van de Nederlandse Vereniging tot bescherming van dieren, (…).

(…)

7. 7. Het batig saldo na vereffening zal te goede komen aan de vereniging (of haar rechtsopvolgers) ten behoeve van de dierenbescherming in het algemeen.

2.4.

De Stichting heeft in de loop der tijd met instemming van de Afdeling Leeuwarden ook andere nalatenschappen ontvangen en aan haar vermogen toegevoegd. Het ging hierbij om nalatenschappen waarbij de erflaters in hun testament hadden bepaald dat een deel van hun vermogen zou toekomen aan De Wissel, waartoe de Afdeling Leeuwarden als erfgenaam werd aangewezen, dan wel uit anderen hoofde een deel van het vererfde vermogen zou ontvangen. In totaal gaat het hierbij om een bedrag van ongeveer

€ 2.000.000,00.

2.5.

De Stichting heeft De Wissel financieel ondersteund indien en voor zover de Afdeling Leeuwarden duidelijk kon maken dat zij gelden nodig had voor de exploitatie van het door haar geëxploiteerde dierenopvangcentrum.

2.6.

De Dierenbescherming is op enig moment gaan streven naar centralisering van haar activiteiten en die van de lokale afdelingen. In dat verband heeft in 2011 een fusie plaatsgevonden van diverse lokale afdelingen als hiervoor bedoeld in Friesland, waarbij deze afdelingen zijn opgegaan in de vereniging "Afdeling Friesland van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren" (verder te noemen: de Afdeling Friesland). De door deze afdelingen geëxploiteerde dierenopvangcentra zijn daarbij met instemming van de Dierenbescherming verzelfstandigd door middel van een afsplitsing in zelfstandige entiteiten. De Afdeling Leeuwarden is buiten deze fusie gebleven. Wel is ook met de Afdeling Leeuwarden verder gesproken over een herstructurering en zijn daar op enig moment afspraken over gemaakt. Onderdeel van deze afspraken was dat De Wissel zou worden verzelfstandigd door oprichting van Stichting De Wissel.

2.7.

Stichting De Wissel is op 31 mei 2013 opgericht en zij exploiteert sindsdien De Wissel. In de statuten van Stichting De Wissel is, voor zover hier van belang, bepaald:

Doel

Artikel 2

1. 1. De stichting neemt de doelstellingen van de vereniging: Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren, hierna te noemen "de landelijke Dierenbescherming", in acht.

(…)

Bestuur, benoeming

Artikel 5

1. 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit vijf tot en met zeven natuurlijke personen. Deze leden worden benoemd door het bestuur van de Afdeling.

(…)

7. 7. Mocht er een geschil ontstaan tussen het bestuur van de Afdeling en het stichtingsbestuur over de benoeming van een bestuurslid van de stichting door de Afdeling als omschreven in lid 1 van dit artikel, dan zal dit geschil worden voorgelegd aan de Commissie van Beroep (dan wel haar rechtsopvolgster) van de landelijke Dierenbescherming zoals opgenomen in artikel 37 van de statuten van de landelijke Dierenbescherming. De uitspraak van de Commissie van Beroep is voor zowel de Afdeling als de stichting bindend.

(…)

Einde bestuurslidmaatschap en schorsing

Artikel 12

Het bestuurslidmaatschap eindigt (…)

(…)

c. door ontslag door het bestuur van de Afdeling

(…)

e. door het verlies, al dan niet vrijwillig, van het lidmaatschap van de Dierenbescherming.

Statutenwijziging

Artikel 15

1. 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het behoeft de goedkeuring van het Hoofdbestuur van de landelijke Dierenbescherming.

Ontbinding en vereffening

Artikel 17

(…)

4. 4. Een batig saldo dat resteert na liquidatie en vereffening van het vermogen van de ontbonden stichting wordt overgedragen aan de Afdeling of diens rechtsopvolger. Als ook een rechtsopvolger ontbreekt, wordt het saldo overgedragen aan de landelijke Dierenbescherming of diens rechtsopvolger.

2.7.

Op 28 juni 2013 zijn de Afdeling Leeuwarden en de Afdeling Friesland gefuseerd, waarbij de Afdeling Friesland de verkrijgende partij was en de gefuseerde verenigingen sindsdien onder de naam Afdeling Friesland voortgingen. De Afdeling Leeuwarden is de verdwijnende partij geweest en bestaat sinds genoemde datum niet meer. In de fusieverklaring van de Afdeling Friesland en de Afdeling Leeuwarden, gedateerd 19 november 2012, wordt - voor zover hier van belang - vermeld:

De besturen van de twee afdelingen van de Dierenbescherming binnen de provincie Friesland (…) hierna te noemen "de afdelingen" verklaren hierbij dat:

(…)

  • -

    de activiteiten van de Wissel (zwerfdierenopvang en pensionfunctie) zullen worden ondergebracht in een daarvoor op te richten stichting.

  • -

    De op te richten stichting de Wissel wordt gelieerd aan de afdeling Friesland van de Dierenbescherming en de modelstatuten voor gelieerde stichtingen van de landelijke vereniging worden toegepast.

  • -

    De op te richten stichting de Wissel zal deel uitmaken van de consolidatiekring van de afdeling Friesland en daarmee tevens van de landelijke vereniging.

De volgende inhoudelijke afspraken zijn gemaakt:

Alle geoormerkte giften en nalatenschappen met als doelbestemming de Wissel gaan ook na de fusie rechtstreeks naar de Wissel. Alle leden van de afdeling Leeuwarden worden geïnformeerd over de fusie waarbij aangegeven wordt dat bij het financieel steunen van de Dierenbescherming in Friesland gekozen kan worden om dit via de afdeling te doen of rechtstreeks naar een opvangcentrum zoals de Wissel.

(…)

De [Stichting X] is nu gelieerd aan de afdeling Leeuwarden, deze liëring gaat van rechtswege over naar de gefuseerde afdeling.

2.8.

Op 31 december 2014 zijn alle afdelingen in Nederland als bedoeld in rechtsoverweging 2.1 gefuseerd met de Dierenbescherming, waarbij de afdelingen

- waaronder de Afdeling Friesland - de verdwijnende partijen waren en sindsdien niet meer bestaan.

2.9.

De Dierenbescherming heeft bij e-mailbericht van 30 juni 2014 de Stichting meegedeeld dat zij afspraken met de Stichting wil maken over de wijze waarop zij gelieerd zal zijn aan de Dierenbescherming. De Dierenbescherming heeft daarbij onder meer gewezen op de invoering van model-statuten dan wel het aangaan van een model-samenwerkingsovereenkomst.

2.10.

Bij brief van 25 maart 2015 heeft de Stichting afwijzend op dit verzoek gereageerd en meegedeeld dat zij haar statuten in overeenstemming wil brengen met de nieuwe situatie, waarbij de Afdeling Leeuwarden niet meer bestaat en De Wissel is ondergebracht in een aparte stichting. In deze nieuwe situatie moet volgens de Stichting Stichting De Wissel als de rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden worden beschouwd.

2.11.

De Dierenbescherming heeft afwijzend gereageerd op het voornemen van de Stichting om haar statuten dienovereenkomstig te wijzigen. Stichting De Wissel heeft wel ingestemd met het voornemen van de Stichting. De Stichting heeft vervolgens een verzoekschrift ex artikel 2:294 BW bij de rechtbank ingediend.

2.13.

De algemeen directeur van de Dierenbescherming heeft nadien (op 18 januari 2016) een besluit genomen, inhoudende (onder voorbehoud van goedkeuring van de Raad van Toezicht) vaststelling van een actuele lijst met gelieerde stichtingen d.d. 7 januari 2015. De Stichting wordt ook op deze lijst vermeld.

2.14.

De statuten van Stichting De Wissel zijn tot op heden niet aangepast aan de model-statuten van de Dierenbescherming.

3 De beoordeling van het verzoek en het tegenverzoek

3.1.1. De Stichting heeft de rechtbank verzocht om de statuten te wijzigen conform de als productie 14 bij het verzoekschrift gevoegde concept-akte. De verzochte wijzigingen houden samengevat het volgende in:

- in artikel 2 moet tot uitdrukking worden gebracht dat de doelstelling van de Stichting (mede) het financieel ondersteunen en mede in stand houden van De Wissel is;

- in artikel 3 moet een grammaticale wijziging worden aangebracht;

- het goedkeuringsvereiste zoals vervat in artikel 13 lid 3 moet komen te vervallen;

- de bepaling zoals vervat in artikel 13 lid 7, inhoudende dat het eventuele batig saldo na vereffening ten goede komt aan de Afdeling Leeuwarden of haar rechtsopvolgers, moet vervallen en in plaats daarvan dient dit saldo ten goede te komen aan een instelling met een gelijksoortige doelstelling als de Stichting.

3.1.2 De Dierenbescherming heeft de rechtbank verzocht om de verzochte statutenwijziging af te wijzen en in plaats daarvan gebruik te maken van haar bevoegdheid als bedoeld in artikel 2:294 lid 2 BW en wel in die zin dat artikel 2 onder a van de statuten, waar nu wordt vermeld:

De stichting heeft ten doel:

a. het financieel ondersteunen van de voormelde vereniging "Afdeling Leeuwarden van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren" (…)

wordt gewijzigd in:

De stichting heeft ten doel:

a. het financieel ondersteunen van de vereniging De Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren (…)

Uit de door haar overgelegde concept-akte van statutenwijziging (productie 15 bij het verweerschrift) blijkt dat zij de statutaire doelstelling van de stichting voor het overige geheel ongewijzigd wil laten. Het tegenverzoek strekt tot het doorvoeren van dezelfde wijziging als hiervoor vermeld. Voorts heeft de Dierenbescherming verzocht (bij wijze van tegenverzoek dan wel op de voet van artikel 2:294 lid 2 BW) om artikel 3 in min of meer dezelfde zin te wijzigen als de Stichting heeft verzocht.

3.2.1 De Stichting heeft samengevat het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. De statuten dienen aangepast te worden vanwege de omstandigheid dat de Afdeling Leeuwarden als gevolg van de fusie met de Afdeling Friesland en nadien de fusie van de Afdeling Friesland met de Dierenbescherming niet meer bestaat. Weliswaar is in de statuten van de Stichting bepaald dat haar doel (mede) is het financieel ondersteunen van de rechtsopvolger(s) van de Afdeling Leeuwarden, maar de Dierenbescherming kan niet als de rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden worden aangemerkt. Door de fusie met de Afdeling Friesland en de latere fusie tussen deze afdeling en de Dierenbescherming is het

- na oprichting van Stichting De Wissel en de afsplitsing van De Wissel van de Dierenbescherming - beperkte, resterende vermogen van de Afdeling Leeuwarden overgegaan op de Afdeling Friesland en nadien de Dierenbescherming. Het benoemings- en toestemmingsrecht (zijnde niet-vermogensrechten) is in juridische zin niet mee overgegaan. Gelet hierop is de Dierenbescherming niet de rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden als bedoeld in de statuten van de Stichting en is er zelfs (formeel gezien) in het geheel geen rechtsopvolger. Materieel gezien is Stichting De Wissel als de rechtsopvolgster te beschouwen. Immers, door in de statuten van de Stichting te verwijzen naar de Afdeling Leeuwarden werd verwezen naar de dierenopvang in Leeuwarden en deze opvang wordt sinds de afsplitsing van De Wissel geëxploiteerd door de nieuwe eigenaar, Stichting De Wissel. Uit verklaringen van personen die betrokken zijn geweest bij de oprichting van de Stichting en/of daarover uit eigen wetenschap kunnen verklaren (producties 8 tot en met 10 bij het verzoekschrift) blijkt ook dat het altijd de bedoeling is geweest het vermogen van de nalatenschap en dus van de Stichting uitsluitend ten goede te laten komen aan De Wissel. Uit de fusieafspraken tussen de Afdeling Leeuwarden en de Afdeling Friesland blijkt ook duidelijk dat het de bedoeling is geweest de dierenopvang-activiteiten in het geheel over te dragen aan Stichting De Wissel, zodat deze in het licht van de statuten en met name de benoemings- en toestemmingsrechten als rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden is te beschouwen. De statuten moeten daarom dienovereenkomstig worden aangepast. Overigens heeft te gelden - aldus nog steeds de Stichting - dat ook als de Dierenbescherming als de rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden zou moeten worden beschouwd, toestemming voor de statutenwijziging moet worden verleend, omdat ongewijzigde instandhouding zou leiden tot gevolgen die bij de oprichting redelijkerwijs niet zijn gewild. Bij de oprichting is evident beoogd het vermogen te koppelen aan de dierenopvang in Leeuwarden en niet aan de in omvang beperkte activiteiten die na afsplitsing van De Wissel achterbleven in de Afdeling Leeuwarden en die via fusie bij de Afdeling Friesland en per 31 december 2014 bij de Dierenbescherming terecht zijn gekomen. Overigens dient ook een statutaire wijziging ten aanzien van het toestemmings- en benoemingsrecht plaats te vinden, nu tussen partijen niet in geschil is dat deze rechten van niet-vermogensrechtelijke aard hoe dan ook niet zijn overgegaan op (eerst) de Afdeling Friesland en nadien de Dierenbescherming. Deze in de statuten toegekende rechten aan de Afdeling Leeuwarden moeten worden doorgehaald en deze rechten moeten aan (het bestuur van) Stichting De Wissel worden toegekend.

3.2.2. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de Stichting aan het bovenstaande toegevoegd dat de activiteiten van De Wissel - voordat Stichting De Wissel werd opgericht - in de jaarrekeningen van de Afdeling Leeuwarden altijd apart geadministreerd werden en dat uit de jaarrekeningen blijkt dat de lasten van de Afdeling Leeuwarden beperkt bleven tot De Wissel en dat de exploitatie van de dierenopvang, afgezien van het ontvangen van giften en donaties, de enige activiteit was van de Afdeling Leeuwarden. Verder heeft de Stichting benadrukt dat zij niet tot het consolidatieverband van de Dierenbescherming behoort en dat zij ook niet via statutaire verplichtingen met de Dierenbescherming is verbonden. Dat geldt wel voor Stichting De Wissel, maar niet voor haar. Tot slot is aangevoerd dat het vermogen dat de Stichting bezit enkel aan haar toebehoort en niet aan de Dierenbescherming.

3.3.1. De Dierenbescherming heeft het volgende tot haar verweer aangevoerd en tevens aan haar tegenverzoek ten grondslag gelegd. Eén van de kerntaken van een aantal plaatselijke afdelingen betrof het beheren en exploiteren van een dierenasiel. Vanuit de afdelingen zijn voor de uitvoering van deze taak in de loop der tijd gelieerde stichtingen opgericht. Via statutenwijzigingen zijn ook reeds bestaande asielstichtingen toegetreden tot het consolidatieverband van de Dierenbescherming. Het onderbrengen van de asielactiviteiten in aparte stichtingen had als doel om de exploitatierisico's door middel van een afgescheiden vermogen te beperken. Om diezelfde reden zijn er naast de asielstichtingen diverse steunstichtingen opgericht. De meeste asielstichtingen kenden/kennen een negatief exploitatieresultaat en waren/zijn voor het voortbestaan afhankelijk van de door de Dierenbescherming en de vroegere afdelingen verstrekte gelden. Via de statuten van de steunstichtingen en de afdelingen had de Dierenbescherming zeggenschap over de besluiten met betrekking tot statutenwijzigingen en dierenasiels. Deze zeggenschap is als gevolg van de landelijke fusie bij de Dierenbescherming terechtgekomen. Dit is mede van belang vanwege de regelgeving van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF). Deze regelgeving is ook van toepassing op gelieerde stichtingen. Aangezien deze stichtingen vaak gefinancierd zijn met gelden vanuit de Dierenbescherming, is verzelfstandiging (ontliëring) slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk omdat in dat geval gelden blijvend aan de Dierenbescherming worden onttrokken. Bovendien is ontliëring niet gewenst omdat de Dierenbescherming controle wil houden over de besteding van gelden en de manier waarop haar doelen worden bereikt.

3.3.2. Specifiek voor wat betreft de Stichting heeft de Dierenbescherming betoogd dat uit de huidige statuten blijkt dat de Stichting gelieerd was aan de Afdeling Leeuwarden en deel uitmaakt van het consolidatieverband van de Dierenbescherming, nu in de statuten op diverse plaatsen wordt verwezen naar de Afdeling Leeuwarden en haar rechtsopvolger(s). Het merendeel van het vermogen van de Afdeling Leeuwarden is bij de Stichting ondergebracht. Overigens heeft de Dierenbescherming aangevoerd dat de situatie als bedoeld in artikel 2:294 lid 1 BW zich niet voordoet, nu er nog steeds bestuurders kunnen worden benoemd en de statuten met goedkeuring van de Dierenbescherming kunnen worden gewijzigd. De rechter mag bij wijziging van de statuten zo min mogelijk afwijken van de bestaande statuten. Nu het primaire doel van de Stichting is het financieel ondersteunen van de Afdeling Leeuwarden of haar rechtsopvolger, is de enige correcte wijziging van de statuten dat de Dierenbescherming in plaats van de Afdeling Leeuwarden wordt aangewezen. De Dierenbescherming heeft verzocht om de statuten in die zin te wijzigen.

3.3.3. De Dierenbescherming acht verder nog van belang dat [A] een deel van haar vermogen heeft nagelaten aan de Afdeling Leeuwarden en dat de Dierenbescherming als rechtsopvolgster in principe daartoe gerechtigd is. Zij heeft er weliswaar aan meegewerkt dat dit vermogen werd ondergebracht bij de Stichting door haar goedkeuring te verlenen aan de oprichting van de Stichting en voorts heeft zij er ook aan meegewerkt dat vermogens afkomstig uit andere nalatenschappen naar de Stichting zijn overgeheveld, maar het zou in strijd zijn met de bedoeling van [A] en andere erflaters indien dit vermogen buiten het consolidatieverband van de Dierenbescherming wordt gebracht. De Dierenbescherming bestrijdt overigens dat de Afdeling Leeuwarder zich enkel bezighield met De Wissel, volgens haar was het takenpakket op het gebied van dierenbescherming en dierenwelzijn veel groter dan de Stichting heeft geschetst. Zij heeft in dit verband genoemd inspectiewerk, fondsenwerving (waaronder het collecteren namens de Dierenbescherming), voorlichting (waaronder "Kids for Animals") en politieke beïnvloeding.

3.3.4. Verder heeft de Dierenbescherming aangevoerd dat bij de in dit geding van belang zijnde fusies uitsluitend alle vermogensrechten zijn overgegaan. Organisatorische rechten van niet-contractuele aard zoals de statutaire zeggenschapsrelatie zijn niet op de Afdeling Friesland en nadien op de Dierenbescherming overgegaan. Vanuit teleologische interpretatie dient evenwel te worden vastgesteld dat er bij het opstellen van de statuten voor is gezorgd dat de Stichting niet los kan komen te staan van de Dierenbescherming-organisatie en ook dat de Stichting aan de organisatie verbonden is door zeggenschapsrechten van de Afdeling Leeuwarden, die de Stichting ook heeft opgericht. Nu de Afdeling Leeuwarden niet meer bestaat, is het niet meer dan redelijk om daarvoor in de plaats een opvolgende Afdeling of de Dierenbescherming te verstaan. Volgens de Dierenbescherming is het misbruik van recht wanneer het bestuur van de Stichting de toevallige omstandigheid dat bij de fusie niet is gezorgd voor wijziging van de afdelingsnaam een grond vindt voor wijziging van haar statuten die leiden tot verzelfstandiging van haar positie ten opzichte van de Dierenbescherming. Het standpunt van de Stichting dat Stichting De Wissel als de rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden moet worden beschouwd, getuigt volgens de Dierenbescherming van een evidente misvatting, zowel feitelijk als juridisch. In het kader van de fusie tussen de Afdeling Leeuwarden en de Afdeling Friesland is ermee ingestemd om het bij de Afdeling Leeuwarden behorende asiel onder te brengen in een aparte asielstichting. In de fusieverklaring van de beide afdelingen wordt vermeld dat Stichting De Wissel wordt gelieerd aan de Afdeling Friesland en dat de modelstatuten voor gelieerde stichtingen van de Dierenbescherming worden toegepast. Verder wordt vermeld dat de Stichting, die was gelieerd aan de Afdeling Leeuwarden, van rechtswege zal worden gelieerd aan de Afdeling Friesland. In samenhang daarmee is een aanzienlijk vermogen van de Afdeling Leeuwarden toegekend aan Stichting De Wissel, met inachtneming van de door het CBF voorgeschreven richtlijnen. Indien het verzoek zou worden toegewezen, komt het er feitelijk op neer dat de Stichting een bedrag van circa € 1.555.616,00 aan het vermogen van de Dierenbescherming onttrekt, aldus nog steeds de Dierenbescherming.

3.3.5 De Stichting heeft in reactie op het tegenverzoek aangevoerd dat dit verzoek reeds dient te stranden omdat de Dierenbescherming niet behoort tot de kring van personen en instanties die op grond van artikel 2:294 lid 1 BW de rechtbank kunnen verzoeken om de statuten van een stichting te wijzigen.

3.3.6 Stichting De Wissel ondersteunt het verzoek van de Stichting en is van mening dat het tegenverzoek moet worden afgewezen.

3.4.1 De rechtbank overweegt als volgt. De statuten van de Stichting bevatten van oorsprong de mogelijkheid voor het bestuur om de statuten te wijzigen, met dien verstande dat deze mogelijkheid alleen bestaat met schriftelijke goedkeuring van de Afdeling Leeuwarden (artikel 13 lid 1 in samenhang met artikel 13 lid 3, zoals dat artikel luidt na de statutenwijziging van de Stichting van 9 november 1999). Nu de Afdeling Leeuwarden niet meer bestaat en - naar tussen partijen niet in geschil is - het goedkeuringsvereiste (in ieder geval niet) via de fusies is overgegaan op eerst de Afdeling Friesland en nadien de Dierenbescherming, staat vast dat als gevolg van die omstandigheid de statuten niet meer voorzien in de mogelijkheid van wijziging. Dit brengt mee dat statutenwijziging alleen mogelijk is door de rechtbank op grond van artikel 2:294 BW. De rechtbank kan - voor zover hier van belang - op grond van het eerste lid van deze bepaling de statuten wijzigen op de grond dat ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot gevolgen die bij de oprichting redelijkerwijze niet kunnen zijn gewild en de statuten de mogelijkheid van wijziging niet voorzien. Bij de invulling van het begrip "gevolgen" gaat het om alle materiële en immateriële gevolgen van het ongewijzigd laten van de statuten voor de stichting zelf, haar oprichters, leden van organen en anderen. In dit verband moet nagegaan worden wat gewild kan zijn bij de oprichting, ofwel: kunnen de gevolgen zoals die zich voordoen of dreigen voor te doen, redelijkerwijs zijn gewild door degene(n) die toen de statuten formuleerde(n), met inachtneming van de omstandigheden zoals die zich thans voordoen. Het gaat hierbij om een marginale toets; de rechter mag gelet op de woorden "redelijkerwijs kunnen" niet op de stoel van de oprichters gaan zitten. In artikel 2:294 BW is verder bepaald (zie lid 2) dat de rechtbank zo min mogelijk van de statuten mag afwijken; indien wijziging van het doel noodzakelijk is, wijst zij een doel aan dat aan het bestaande verwant is. Met inachtneming van het vorenstaande is de rechtbank bevoegd, zo nodig, de statuten te wijzigen op andere wijze dan verzocht.

3.4.2 De rechtbank ziet aanleiding om allereerst het tegenverzoek te bespreken. In artikel 2:294 lid 1 BW is bepaald op wiens verzoek de rechtbank de statuten van een stichting kan wijzigen. Het moet gaan om een verzoek van een oprichter, het bestuur of het openbaar ministerie. De Dierenbescherming behoort niet tot deze kring, zelfs niet indien er van moet worden uitgegaan - op welke vraag hierna zal worden ingegaan - dat zij de rechtsopvolgster is van de Afdeling Leeuwarden als bedoeld in artikel 2 van de statuten van de Stichting. Een belanghebbende zoals de Dierenbescherming heeft dus geen rechtstreekse mogelijkheid om een verzoek tot statutenwijziging te doen. Zij zou hiervoor wel het openbaar ministerie kunnen benaderen teneinde het door haar gewenste verzoek in te dienen. De rechtbank zal de Dierenbescherming daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar tegenverzoek.

3.4.3 Voor wat betreft het verzoek van de Stichting heeft te gelden dat, zoals hiervoor al vermeld, de verzochte statutenwijziging moet worden getoetst aan de maatstaf van artikel 2:294 lid 1 BW. Met deze toetsing is een andere vraag nauw verbonden, namelijk de vraag of de Dierenbescherming beschouwd moet worden als de rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden als bedoeld in artikel 2 van de statuten van de Stichting. Op zichzelf bezien staat vast dat de Dierenbescherming door middel van een juridische fusie in de zin van artikel 2:309 BW onder algemene titel het vermogen heeft verkregen van de Afdeling Friesland en dat daaraan voorafgaand deze vereniging eveneens door fusie onder algehele titel het vermogen heeft verkregen van de Afdeling Leeuwarden. In zoverre heeft de Dierenbescherming in ieder geval te gelden als de rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden, met dien verstande dat enkele weken voor laatstbedoelde fusie - met instemming van de Dierenbescherming - De Wissel van de Afdeling Leeuwarden is afgesplitst en is ondergebracht bij de voor dit doel opgerichte Stichting De Wissel. Tussen partijen is terecht niet in geschil dat niet-vermogensrechtelijke rechtsbetrekkingen, waartoe het benoemings- en goedkeuringsrecht behoren, bij deze fusies niet zijn overgegaan op de verkrijgende rechtspersonen, nu de wet op dit punt geen uitzondering kent op het bepaalde in artikel 2:309 BW. Gelet hierop moet worden vastgesteld dat de Dierenbescherming in vermogensrechtelijke zin de rechtsopvolgster is van de Afdeling Leeuwarden, maar dat aan haar niet het goedkeurings- en toestemmingsvereiste toekomt dat in de statuten van de Stichting aan de Afdeling Leeuwarden is toegekend. Tussen partijen is voor wat betreft dit laatste niet in geschil dat deze rechten thans ook niet aan een andere derde toekomen, zodat er in zoverre hoe dan ook sprake is van een leemte.

3.4.4 Uit de standpunten van partijen blijkt dat de kern van het geschil ten aanzien van de kwestie van de rechtsopvolging rechtstreeks verband houdt met de oprichting van Stichting De Wissel. Zoals hiervoor uiteengezet stelt de Stichting zich op het standpunt dat Stichting De Wissel materieel gezien als de rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden moet worden beschouwd en de statutaire doelstelling moet daarmee volgens haar in overeenstemming worden gebracht. De rechtbank volgt de Stichting niet in dat standpunt en overweegt daartoe het volgende.

3.4.5 Vooropgesteld moet worden dat uit de statutaire doelstelling van de Stichting blijkt dat de oprichters bij de oprichting hebben beoogd om:

- de Afdeling Leeuwarden (en haar rechtsopvolgers) financieel te ondersteunen en meer in het bijzonder:

- het dierenopvangcentrum in de gemeente Leeuwarden mede in stand te houden en

- dieren te beschermen, hun belangen te behartigen, hun welzijn te bevorderen en al wat daarmee verband houdt in stand te houden en meer ingang te doen vinden.

Voor zover de Stichting heeft beoogd te stellen dat het altijd de bedoeling is geweest van de oprichters het vermogen van de nalatenschap van [A] en dus van de Stichting uitsluitend ten goede te laten komen aan De Wissel, is die stelling niet in overeenstemming met de statuten. Weliswaar kan aan de Stichting worden toegegeven dat in de statutaire doelstelling ook wordt vermeld dat het doel van de Stichting "meer in het bijzonder" is gericht op het mede in stand houden van De Wissel, maar gelet op de overige bewoordingen waarin de statutaire doelstelling is vervat volgt uit die toevoeging niet dat dit het uitsluitende doel was dat de oprichters bij de oprichting voor ogen heeft gestaan. De verklaringen die als producties 8 tot en met 10 bij het verzoekschrift zijn gevoegd kunnen geen ander licht op de zaak werpen omdat de bedoeling van de oprichters in de eerste plaats moet worden afgeleid uit de statutaire doelstelling en daaruit - anders dan in de hiervoor bedoelde verklaringen wordt vermeld - niet volgt dat de Stichting uitsluitend is opgericht om De Wissel te ondersteunen. Zelfs als het zo zou zijn dat de Afdeling Leeuwarden zich in de praktijk (nagenoeg) uitsluitend bezighield met de exploitatie van De Wissel - wat door de Dierenbescherming wordt betwist - heeft nog steeds te gelden dat in het kader van de toetsing van het verzoek aan de maatstaf van artikel 2:294 lid 1 BW de (ruimer geformuleerde) statutaire doelstelling de doorslag moet geven. In aansluiting hierop verwerpt de rechtbank ook de stelling van de Stichting dat Stichting De Wissel materieel gezien als de rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden moet worden beschouwd, zoals bedoeld in artikel 2 van de statuten van de Stichting.

3.4.6 Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank in de afsplitsing van De Wissel geen toereikende grond voor het oordeel dat de door de Stichting beoogde statutenwijziging voldoet aan de maatstaf van artikel 2:294 lid 1 BW. Zoals hiervoor geoordeeld hebben de oprichters blijkens de statutaire doelstelling bij de oprichting niet het uitsluitende doel voor ogen gehad om met de nalatenschap van [A] enkel De Wissel in financieel opzicht te ondersteunen, maar streefden zij ook de behartiging van meer algemene doelen op het gebied van dierenbescherming en dierenwelzijn na. De Stichting wordt dan ook niet gevolgd in haar stelling dat ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot gevolgen die bij de oprichting redelijkerwijze niet kunnen zijn gewild. De stelling dat die situatie zich wel voor zou doen omdat het niet de bedoeling kan zijn geweest om enkel de beperkte doelen en activiteiten van de Afdeling Leeuwarden te ondersteunen, die nog aan de orde waren na de oprichting van Stichting De Wissel, kan de rechtbank niet volgen. Uit de statuten volgt immers niet dat de Stichting sinds de oprichting van Stichting De Wissel binnen de grenzen van haar statutaire doelstelling enkel nog andere doelen (dan het financieel ondersteunen van De Wissel) op het gebied van dierenbescherming en dierenwelzijn zou mogen ondersteunen. Ook de Dierenbescherming stelt zich, getuige de inhoud van haar verweer en het tegenverzoek, niet op het standpunt dat als gevolg van de hiervoor bedoelde fusies de statutaire doelstelling van de Stichting zodanig vormgegeven zou moeten worden dat De Wissel niet meer financieel ondersteund zou mogen worden door de Stichting.

3.4.7 De rechtbank voegt aan het vorenstaande nog toe dat vaststaat dat Stichting De Wissel met goedkeuring van de Dierenbescherming (uitsluitend) is opgericht om de exploitatierisico's voor de Dierenbescherming te beperken. Stichting De Wissel betreft een aan de Dierenbescherming gelieerde stichting, waar de Afdeling Friesland via statutair vastgelegde rechten op diverse manieren zeggenschap op uitoefende (onder andere via het benoemings- en goedkeuringsvereiste). Ook is in de statuten vastgelegd dat een batig saldo van Stichting De Wissel dat na liquidatie en vereffening resteert, toekomt aan de Afdeling Friesland dan wel de Dierenbescherming. Er bestaat met andere woorden in juridisch, bestuurlijk en financieel opzicht een zeer nauwe band tussen Stichting De Wissel en de Dierenbescherming, ook al behoort het dierenasiel als zodanig niet meer tot de activa van de Dierenbescherming waar dit vóór de oprichting van Stichting De Wissel nog wel het geval was. Overigens begrijpt de rechtbank uit het verhandelde ter zitting dat er ook een patstelling bestaat tussen de Dierenbescherming en Stichting De Wissel, nu laatstgenoemde kennelijk weigert de model-statuten van de Dierenbescherming over te nemen. Wat daar verder ook van zij, evident is dat bij de oprichting van Stichting De Wissel een nauwe band zoals hiervoor omschreven is beoogd met de Dierenbescherming. Verder staat vast dat ook de Dierenbescherming dierenasiels financieel ondersteunt, waaronder ook De Wissel. Dit alles sterkt de rechtbank in haar oordeel dat geen sprake is van een situatie dat ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot gevolgen die bij de oprichting redelijkerwijze niet kunnen zijn gewild. De Dierenbescherming streeft immers dezelfde doelen na als de Stichting, zij het dat bij de Stichting de nadruk ligt op de financiële ondersteuning van een specifiek dierenasiel, namelijk De Wissel, en de Dierenbescherming zich op veel meer activiteiten richt dan alleen de ondersteuning van asielstichtingen.

3.4.8 Al het vorenstaande leidt de rechtbank tot de slotsom dat het verzoek van de Stichting niet kan worden toegewezen op de wijze als verzocht, voor zover het gaat om de statutaire bepalingen waarbij de rechtsopvolging een rol speelt (de artikelen 2 en 13, leden 3 en 7). Dit brengt mee dat al het overige dat door partijen naar voren is gebracht, waaronder de vraag of de Stichting op goede gronden deel uitmaakt van het consolidatieverband van de Dierenbescherming, als zijnde niet beslissend voor de beoordeling van het geschil, onbesproken kan worden gelaten.

3.4.9 Zoals hiervoor al vermeld, is de rechtbank bevoegd om binnen de in de wet genoemde grenzen de statuten te wijzigen op een andere wijze dan verzocht. De Dierenbescherming heeft in haar verweerschrift de rechtbank verzocht om van die bevoegdheid gebruik te maken op de wijze als vermeld in rechtsoverweging 3.1.2. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek te honoreren teneinde de patstelling tussen de Stichting en de Dierenbescherming te doorbreken. Deze patstelling is naar het oordeel van de rechtbank een gevolg dat bij de oprichting redelijkerwijze niet kan zijn gewild, nu de statuten niet meer aansluiten bij de huidige situatie en als gevolg daarvan een leemte vertonen. De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor bedoelde wijziging het beste aansluit bij de huidige situatie. Deze situatie komt er immers op neer dat door de hiervoor bedoelde juridische fusies de Dierenbescherming kan worden beschouwd als de rechtsopvolgster van de Afdeling Leeuwarden voor zover het om het verkrijgen van de vermogensrechten gaat die nog aanwezig waren ten tijde van de fusie tussen de Afdeling Friesland en de Dierenbescherming. Daar komt bij dat er een nauwe juridische, bestuurlijke en financiële band bestaat tussen Stichting De Wissel en de Dierenbescherming, althans dat dit bij oprichting van Stichting De Wissel de bedoeling is geweest, ook al zijn de statuten van deze stichting nog niet in overeenstemming gebracht met de rechtsopvolging van de Afdeling Friesland door de Dierenbescherming. Gelet hierop en mede gelet op de leemte die nu bestaat ten aanzien van het goedkeurings- en benoemingsrecht acht de rechtbank het gewenst te beslissen in de hiervoor bedoelde zin. Deze wijziging past naar haar oordeel binnen het toetsingskader van artikel 2:294 lid 2 BW. De wijziging wijkt zo min mogelijk van de bestaande statuten af en het doel is nauw verwant - zo niet identiek - aan het bestaande doel, mede gelet op de omstandigheid dat de statutaire doelstelling voor het overige ongewijzigd zal blijven. Aldus wordt bewerkstelligd dat het goedkeurings- en benoemingsrecht bij de Dierenbescherming komt te berusten en een eventueel batig saldo na liquidatie en vereffening aan de Dierenbescherming toekomt, die daarbij in de plaats treedt van haar voormalige lid-rechtspersoon de Afdeling Leeuwarden.

3.4.10 De Stichting heeft voorts verzocht om een grammaticale wijziging door te voeren in artikel 3 van de statuten. Zoals hiervoor vermeld is ook de Dierenbescherming van mening dat artikel 3 moet worden gewijzigd, zij het in iets andere zin. De rechtbank stelt vast dat het hierbij om een min of meer technische wijziging gaat, die - nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan - het bestuur met goedkeuring van de Dierenbescherming zal kunnen doorvoeren. Aldus is niet langer voldaan aan de maatstaf van artikel 2:294 BW. Het verzoek zal daarom ook in zoverre worden afgewezen.

3.4.11 De griffier van de rechtbank dan wel - indien hoger beroep wordt ingesteld - het hof zal op de voet van artikel 2:302 BW na het in kracht van gewijsde gaan van deze beschikking zorg moeten dragen dat deze beschikking wordt ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 2:289 BW.

3.4.12 De Stichting zal voor zover het gaat om de behandeling van haar verzoek als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten van de Dierenbescherming worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Dierenbescherming worden, voor zover tot op heden gevallen, vastgesteld op:

griffierecht € 603,00

salaris advocaat € 904,00 (2 punten x tarief € 452,00).

Totaal € 1.507,00

In het feit dat Stichting De Wissel het verzoek van de Stichting heeft ondersteund, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten tussen de Stichting en Stichting De Wissel te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

3.4.13 De Dierenbescherming zal voor zover het gaat om de behandeling van haar tegenverzoek als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van de Stichting worden vastgesteld op € 452,00 (2 punten x 0,5 x tarief € 452,00) ter zake van salaris advocaat. De rechtbank hanteert bij de berekening van het salaris een factor 0,5 omdat het tegenverzoek voortvloeit uit het verweer tegen het verzoek van de Stichting. De proceskosten aan de zijde van Stichting De Wissel worden vastgesteld op nihil.

4 De beslissing

De rechtbank

ten aanzien van het verzoek

4.1

wijzigt de statuten van de [Stichting X] door de woorden

voormelde vereniging "Afdeling Leeuwarden van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren"

in artikel 2 sub a van de statuten te wijzigen in:

"de vereniging De Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren";

4.2

veroordeelt de Stichting in de proceskosten van de Dierenbescherming, aan de zijde van de Dierenbescherming tot op heden vastgesteld op € 1.507,00;

4.3

compenseert de proceskosten tussen de Stichting en Stichting De Wissel in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

4.4

wijst het meer of anders verzochte af;

ten aanzien van het tegenverzoek

4.5.

verklaart de Dierenbescherming niet-ontvankelijk;

4.6

veroordeelt de Dierenbescherming in de proceskosten, aan de zijde van de Stichting tot op heden vastgesteld op € 452,00 en aan de zijde van Stichting De Wissel tot op heden vastgesteld op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2016.1

1 fn 85