Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:5823

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-04-2016
Datum publicatie
20-04-2017
Zaaknummer
18/730203-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met zijn vijftienjarige nichtje. Dit gebeurde in de woning van het slachtoffer, terwijl haar moeder en andere gezinsleden afwezig waren en verdachte als oppas met het slachtoffer aldaar aanwezig bleef. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 247
Wetboek van Strafrecht 248
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730203-15

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 19 april 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 april 2016.

Verdachte is niet verschenen. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 23 mei 2014 en 24 mei

2014, in elk geval in het jaar 2014, te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente

Smallingerland, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer] (geboren op

[geboortedatum] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, zulks

terwijl die minderjarige al dan niet aan zijn zorg en waakzaamheid was

toevertrouwd en bestaande die een of meer ontuchtige handeling(en) uit het

opzettelijk ontuchtig

- betasten/aanraken van een/de bil(len) en/of be(e)n(en) van die [slachtoffer]

en/of

- betasten/aanraken van een/de borst(en) van die [slachtoffer] en/of

- betasten/aanraken van de vagina van die [slachtoffer] en/of

- knijpen in de (rechter) borst van die [slachtoffer] en/of

- likken van/aan een/de voet(en) en/of be(e)n(en) en/of borst(en) en/of nek

en/of het lichaam rond de mond van die [slachtoffer] .

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan en heeft gevorderd dat verdachte hiervoor wordt veroordeeld.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 24 mei 2014, opgenomen op pagina 32 e.v. van het dossier met nummer PL0200-2014054499 d.d. 27 mei 2015, inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :

Ik ben geboren op [geboortedatum] . Ik doe aangifte tegen mijn oom [verdachte] . Afgelopen avond/nacht is het volgende gebeurd. Ik lag op de bank in mijn woning te [pleegplaats] . [verdachte] was er ook. Mijn moeder ging met anderen naar het casino. Ik bleef thuis met [verdachte] . Hij ging bij mij liggen. Ik heb een hekel aan dat kleffe gedoe en heb hem weggeduwd. Hij was heel irritant. En toen begon hij steeds verder aan mij te zitten. Toen kwam de buurvrouw, maar ik had mij stilgehouden tegenover haar. Toen de buurvrouw wegging, ging hij gewoon verder. Toen heb ik steeds "nee" gezegd, hij wou niet luisteren. Hij zat op plekken die ik niet wou. Hij kwam bij me liggen en ging aan mijn kont zitten en aan mijn benen. Aan de zijkant. Hij zat met zijn handen, met zijn mond en zijn tong aan mij. Eerst over mijn kleding heen. Ik zei dat hij op moest houden. Ik duwde hem met mijn handen weg en toen begon hij ineens te likken. Hij likte in mijn nek en bij mijn mond. Ik zei dat hij weg moest gaan. Hij vroeg of ik mijn mond wou houden tegen mijn moeder. Toen ik net gezegd had dat hij moest stoppen, begon hij aan mijn borsten te zitten en te knijpen en aan mijn vagina te zitten. Hij zat met zijn handen aan mijn borsten. Hij ging onder mijn t-shirt en mijn hemdje. Hij heeft aan mijn rechterborst gezeten. Hij heeft ook aan mijn vagina gezeten. Ik duwde zijn hand steeds weg en ik probeerde mijn broek aan te laten. Mijn broek was half uit. Dat had [verdachte] gedaan. Eerst raakte hij mijn vagina over mijn kleding heen aan, toen drukte hij op de vagina en later was het op de blote vagina met zijn hand. Hij maakte gewoon rare bewegingen met zijn hand. Hij heeft mij met zijn handen aangeraakt aan mijn benen, bil, hand, vagina en borsten. Met zijn mond en tong heeft hij mijn nek, gezicht, arm aangeraakt.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 25 mei 2015, opgenomen op pagina 61 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige] :

Vrijdagavond 23 mei 2014 kwam ik de woning waar [slachtoffer] woont binnen. Ik zag [verdachte] en [slachtoffer] samen op de bank zitten. Ik zag dat [slachtoffer] haar benen over de schoot van [verdachte] had en ik zag dat [verdachte] zijn hoofd bij de borst van [slachtoffer] had. Ik zei "hoi" en daarna zag ik dat [slachtoffer] en [verdachte] gewoon naast elkaar op de bank zaten. [verdachte] zat rechtop en ook [slachtoffer] had haar benen weer recht. Daarna trok ze haar knieën omhoog op de bank en ging boos zitten. Ze hadden allebei een rood hoofd toen ik de kamer binnenstapte.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 24 mei 2015, opgenomen op pagina 70 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

We waren met z'n tweeën thuis, mijn nichtje [slachtoffer] en ik. Ik was daar de hele avond. We lagen samen op de bank. Ik lag met de rug tegen de achterleuning en ik lag met de arm om [slachtoffer] heen. Zij lag voor mij. We lagen zo ook voor [getuige] er was en daarna ook weer. Ik plaagde haar een beetje. Ik kietelde haar, want daar kan ze niet tegen. Dat mocht ik niet doen, zei ze. Ik raak haar dan aan met mijn vinger en ga dan met de vinger over haar heen, over de arm of over de zij/ribben. Ik heb haar aangeraakt bij de bovenarm, de zij.

Ik heb de arm ook wel onder haar langs gehad. Ik heb haar twee, drie keer een kusje gegeven. Op de arm en een keer op de nek. Ik heb bij haar borst gelegen. Ik heb haar borst met mijn hoofd aangeraakt.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 25 mei 2015, opgenomen op pagina 80 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Mijn rol 's avonds was om op [slachtoffer] te passen.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanvraag DNA-onderzoek sporen en benoeming DNA-deskundige van Politie Noord-Nederland d.d. 25 mei 2014, opgenomen op pagina 99 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Er is onderzoek verricht aan het lichaam van [slachtoffer] . Hierbij zijn biologische sporen in beslag genomen. Aan de volgende stukken van overtuiging dient DNA-onderzoek te worden verricht:

SIN : ZAAC1316NL

Spooromschrijving : speeksel

Wijze veiligstellen : bemonsterset

Tijdstip veiligstellen : 24 mei 2014 te 03:00 uur

Plaats veiligstellen : bij aangeefster bemonsterd door GGD-arts.

Bij forensisch onderzoek zijn bemonsteringen genomen op de plaatsen waar de verdachte het slachtoffer moet hebben gelikt/gezoend.

6. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2014.06.03.124 (aanvraag 001),

d.d. 24 juni 2014 opgemaakt door dr. P.A. Maaskant-van Wijk, op de door haar afgelegde algemene belofte als NFI-deskundige en opgenomen op p. 105 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als haar verklaring:

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:

ZAAC1316NL#03 : een bemonstering "hals rechts nat"

ZAAC1316NL#04 : een bemonstering "hals rechts droog"

7. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2014.06.03.124 (aanvraag 002),

d.d. 4 augustus 2014 opgemaakt door dr. B. Kokshoorn, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige en opgenomen op p. 107 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als zijn/haar verklaring:

ZAAC1316NL#03 en #04 zijn aan een LCN DNA-analyse onderworpen. Van het DNA in de bemonsteringen zijn complexe DNA-mengprofielen verkregen, waarin DNA kenmerken zichtbaar zijn van minimaal drie personen, waarvan tenminste één man. Op basis van het vergelijkend DNA-onderzoek wordt geconcludeerd dat [verdachte] een van de donoren kan zijn van celmateriaal in de bemonsteringen #03 en #04. De hypothese dat de bemonstering celmateriaal bevat van [slachtoffer] , [verdachte] en van één onbekende, niet aan hen verwante persoon is zeer veel waarschijnlijker dan de hypothese dat de bemonstering celmateriaal bevat van [slachtoffer] en van twee onbekende, niet aan elkaar of aan [slachtoffer] of [verdachte] verwante personen.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van sporenonderzoek van Politie Noord-Nederland d.d. 2 oktober 2015, opgenomen op pagina 111 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Tijdens het onderzoek ontving ik een slip die door het slachtoffer [slachtoffer] was gedragen tijdens de aanranding.

De hierna genoemde sporen werden in het onderzoek veiliggesteld:

SIN : AAGO1218NL

Object : Kleding (ondergoed, onderbroek)

9. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2014.06.03.124 (aanvraag 004),

d.d. 12 februari 2015 opgemaakt door dr. B. Kokshoorn, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige en opgenomen op p. 122 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als zijn/haar verklaring:

De bemonsteringen AAGO1218NL#01 en #02 van respectievelijk de buiten- en binnenzijde van de voorkant van de onderbroek zijn onderworpen aan een Y-chromosomaal DNA-onderzoek.

Van de mannelijke component van het DNA in de bemonsteringen AAGO1218NL#01 en #02 zijn Y-chromosomale DNA-mengprofielen van minimaal twee mannen verkregen. Het Y-chromosomale DNA profiel van verdachte [verdachte] matcht met deze Y-chromosomale DNA-mengprofielen. Dit betekent dat deze bemonsteringen DNA bevatten van minimaal twee mannen, waarbij [verdachte] één van de donoren kan zijn.

Bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat er op basis van bovenstaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte aangeefster op diverse plaatsen van het lichaam opzettelijk ontuchtig heeft aangeraakt en gelikt.

Hiertoe overweegt de rechtbank dat aangeefster een zeer gedetailleerde verklaring heeft afgelegd over hetgeen de betreffende avond zou hebben plaatsgevonden. Deze verklaring staat niet op zichzelf, maar vindt op meerdere onderdelen steun in andere bewijsmiddelen. De rechtbank wijst op de verklaringen van verdachte, waarin hij heeft bevestigd met haar op de bank te hebben gelegen in de door aangeefster omschreven positie, de waarnemingen van getuige [getuige] en de bevindingen van het NFI.

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem ten laste gelegde feit.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode omvattende de dagen 23 mei 2014 en 24 mei 2014 te [pleegplaats] met [slachtoffer] (geboren op 22 maart 1999), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, zulks terwijl die minderjarige aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd en bestaande die ontuchtige handelingen uit het opzettelijk ontuchtig

- betasten/aanraken van de billen en benen van die [slachtoffer] en

- betasten/aanraken van de borsten van die [slachtoffer] en

- betasten/aanraken van de vagina van die [slachtoffer] en

- knijpen in de borst van die [slachtoffer] en

- likken aan de nek en het lichaam rond de mond van die [slachtoffer] .

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen zijn verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de minderjarige aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het dossier, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met zijn vijftienjarige nichtje. Dit gebeurde in de woning van het slachtoffer, terwijl haar moeder en andere gezinsleden afwezig waren en verdachte als oppas met het slachtoffer aldaar aanwezig bleef. Verdachte heeft door zijn handelen een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn nichtje. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat aangeefster de nodige nadelige gevolgen van de door verdachte verrichte handelingen ondervindt en heeft ondervonden. Daarnaast heeft verdachte het vertrouwen dat aangeefster in hem als oom en oppas zou moeten kunnen stellen in zeer ernstige mate beschaamd.

Verdachte heeft niet gereageerd op schriftelijke uitnodigingen van de reclassering. Reclasseringsrapportage is daarom niet tot stand gekomen.

Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd. In aanmerking genomen hetgeen doorgaans in min of meer vergelijkbare zaken wordt opgelegd, zal de rechtbank een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd opleggen. De rechtbank zal een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte te weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten.

Alles overwegende, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. de Wit, voorzitter, mr. I.M. Dölle en mr. L.G. Wijma, rechters, bijgestaan door mr. A. Dijkstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 april 2016.