Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:5802

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
07-06-2016
Datum publicatie
15-03-2017
Zaaknummer
18/730170-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

1. Diefstal van brandstof waarbij het weg te nemen goed onder bereik is gebracht door middel van valse sleutels (tankpas)

2. Diefstal van tankpasjes waarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf is verschaft door middel van valse sleutels.

3. Medeplichtigheid aan poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf is verschaft door middel van valse sleutels.

4. Diefstal van tankpasjes door twee of meer verenigde personen waarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf is verschaft door middel van valse sleutels.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730170-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 7 juni 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 mei 2016.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S. Eijzenga.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 27 maart 2013 te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Boarnsterhim (thans gemeente Leeuwarden), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een hoeveelheid) brandstof/diesel, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam] en/of aan [bedrijfsnaam] , en/of een hoeveelheid (giraal) geld geheel of ten dele toebehorend aan [bedrijfsnaam] , in elk geval (telkens) enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die brandstof/diesel en/of dat (giraal) geld heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen brandstof/diesel en/of (giraal) geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door gebruik te maken van een tankpas van die [bedrijfsnaam] , waartoe verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren, althans door middel van een valse sleutel;

(artikel 310/311 lid 1 aanhef en onder 4 en/of 5 van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks het tijdvak gevormd door 6 en 7 april 2013 te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen in/uit een bedrijfspand en/of in/uit (een) vrachtauto('s) (telkens) van [bedrijfsnaam] gelegen aan [straatnaam] , aldaar, een aantal tankpasjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of (telkens) de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

(artikel 310/311 lid 1 aanhef en onder 4 en/of 5 van het Wetboek van Strafrecht)

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

een ander in of omstreeks het tijdvak gevormd door 6 en 7 april 2014, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen in/uit een

bedrijfspand en/of in/uit (een) vrachtauto('s) (telkens) van [bedrijfsnaam] , gelegen aan [straatnaam] , aldaar, een aantal tankpasjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die ander en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die ander en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of (telkens) de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 7 april 2013 te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die ander en/of een of meer van zijn mededader(s) informatie te verschaffen over hoe dat bedrijfspand kan worden betreden en/of (een) (toegangs)sleutel(s) te verstrekken en/of informatie te verschaffen waar die sleutel(s) van die vrachtauto('s) en/of die/dat tankpasje(s) zich in dat bedrijfspand en/of die vrachtauto('s) bevind(en) en/of een plattegrond van dat bedrijfspand ter beschikking te stellen, althans op enigerlei andere wijze;

(artikel 310/311 lid 1 aanhef en onder 4 en/of 5 juncto artikel 48 sub 1 en/of 2 van het Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 13 juli 2013 en/of in of omstreeks de periode van 13 september 2013 tot en met 16 september 2013, in elk geval (telkens) in het jaar 2013, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een bedrijfspand en/of in/uit (een) vrachtauto('s) (telkens) van [bedrijfsnaam] gelegen aan [straatnaam] , aldaar, (telkens) een of meer tankpasje(s), althans enig goed van hun/zijn gading, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij (telkens) de toegang tot dat bedrijfspand en/of die vrachtauto('s) te verschaffen en/of (telkens) die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, (telkens) in vereniging met een of meer van zijn mededader(s) dat bedrijfspand met gebruikmaking van (een) (toegangs)sleutel(s) is binnen gegaan en/of (vervolgens) naar (een) sleutel(s) van (een) vrachtauto('s) en/of tankpasje(s) is gaan zoeken, althans naar enig goed van hun/zijn gading, (telkens) terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

(artikel 311 lid 1 aanhef en onder 4 en/of 5 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht)

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte1] , althans een ander, op of omstreeks 13 juli 2013 en/of in of omstreeks de periode van 13 september 2013 tot en met 16 september 2013, in elk geval (telkens) in het jaar 2013, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, (telkens) ter uitvoering van het door die [medeverdachte1] /die ander voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een bedrijfspand van [bedrijfsnaam] gelegen aan [straatnaam] , aldaar, (telkens) een of meer tankpasje(s), althans enig goed van hun/zijn gading, (telkens) geheel of ten dele behorende aan [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte1] /die ander en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, en zich daarbij (telkens) de toegang tot dat bedrijfspand en/of die vrachtauto('s) te verschaffen en/of (telkens) die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, (telkens) in vereniging met een of meer van zijn mededader(s) dat bedrijfspand met gebruikmaking van (een) (toegangs)sleutel(s) is binnen gegaan en/of (vervolgens) naar (een) sleutel(s) van (een) vrachtauto('s) en/of (een) tankpasje(s) is gaan zoeken, althans naar enig goed van hun/zijn

gading, (telkens) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

(telkens) tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 13 juli 2013 tot en met 16 september 2013, in elk geval in het jaar 2013, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, en/of elders in Nederland (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte1] /die ander en/of een of meer van zijn mededader(s) informatie te verschaffen over hoe dat bedrijfspand kan worden betreden en/of (een) (toegangs)sleutel(s) te verstrekken en/of informatie te verschaffen waar die sleutel(s) van die vrachtauto('s) en/of die/dat tankpasje(s) zich in dat bedrijfspand en/of die vrachtauto('s) bevind(en) en/of een plattegrond van dat bedrijfspand ter beschikking te stellen, althans op enigerlei andere wijze;

(artikel 311 lid 1 onder 4 en/of 5 juncto artikel 45 lid 1 en juncto artikel 48 sub 1 en/of 2 van het Wetboek van Strafrecht)

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 september 2013, met uitzondering van het tijdvak gevormd door 6 en 7 april 2013, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (telkens) in/uit een bedrijfspand en/of in/uit (een) vrachtauto('s) (telkens) van [bedrijfsnaam] gelegen aan [straatnaam] , aldaar, (telkens) een (aantal) tankpasje(s), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of (telkens) de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

(artikel 310/311 lid 1 aanhef en onder 4 en/of 5 van het Wetboek van Strafrecht)

Beoordeling van de dagvaarding

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 4 betoogd dat sprake is van een nietige dagvaarding, nu het tenlastegelegde zo weinig concreet is dat verdachte niet in staat is om zich daar redelijkerwijs tegen te verdedigen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastelegging voldoende duidelijk maakt welke verwijten verdachte worden gemaakt.

Het oordeel van de rechtbank

Hoewel de tenlastelegging bij feit 4 zich over een langere periode uitstrekt en niet verwijst naar concrete gebeurtenissen, stelt de rechtbank vast dat het verdachte, blijkens zijn verhoor ter terechtzitting, in voldoende mate duidelijk was op welke strafbare gedragingen de officier van justitie het oog heeft gehad. Verdachte is dan ook niet geschaad in zijn verdediging. De rechtbank verwerpt het verweer.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 1, 2 primair, 3 subsidiair en 4 ten laste gelegde kan worden bewezen, nu daarvoor – mede in het licht van de bekennende verklaring van verdachte bij de politie en ter terechtzitting – voldoende wettig en overtuigend bewijs is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de feiten 1, 2 en 4 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman betoogd dat, voor zover de rechtbank tot het oordeel komt dat bewezen kan worden dat er op de tenlastegelegde data pogingen tot inbraak hebben plaatsgevonden, het handelen van verdachte – het afgeven van de toegangssleutel en het tekenen van een plattegrond – onvoldoende is om van medeplegen te kunnen spreken, maar hooguit medeplichtigheid daaraan kan opleveren.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen van de navolgende algemene overweging uit1.

Verdachte is een voormalig werknemer van het bedrijf [bedrijfsnaam] en was tot 1 januari 2012 werkzaam bij de vestiging in Drachten. In het kader van zijn werkzaamheden was aan hem een tankpas met het nummer 204542 verstrekt2. Na zijn ontslag heeft verdachte deze tankpas meegenomen3. Vervolgens heeft verdachte op grote schaal onrechtmatig van deze tankpas gebruik gemaakt door daarmee zonder toestemming van zijn voormalige werkgever brandstof te tanken4, zowel ten behoeve van zichzelf als ten behoeve van zijn partner [medeverdachte2]5 en verschillende personen in zijn directe omgeving, zoals medeverdachte [medeverdachte3]6.

In ieder geval vanaf 7 maart 2013 is medeverdachte [medeverdachte4] bij het onrechtmatig tanken betrokken geraakt; vanaf in ieder geval 11 maart 2013 geldt hetzelfde voor medeverdachte [medeverdachte5]7. [medeverdachte4] en [medeverdachte5] kochten onrechtmatig getankte brandstof bij verdachte en verkochten deze brandstof met een zekere winstmarge door aan derden8.

Op 1 april 2013 heeft de tankpas met nummer 204542 zijn geldigheid verloren9. Op 6 april 2013 heeft verdachte een inbraak gepleegd bij de vestiging van [bedrijfsnaam] in Drachten. Daarbij heeft hij – met behulp van de toegangssleutel die hij nog in bezit had10 en met kennis omtrent de inrichting van het bedrijf – uit het bedrijfsgebouw en uit verschillende vrachtwagens die op het terrein gestald stonden, een vijftal tankpasjes weggenomen, met de nummers 211422, 204579, 204560, 204546 en 21045011.

In het weekend van 6 en 7 april 2013 zijn de genoemde tankpasjes 21 keer gebruikt voor een onrechtmatige tankbeurt. Vast staat dat bij de meerderheid van deze tankbeurten een of meer van de drie genoemde verdachten – verdachte zelf en medeverdachten [medeverdachte5] en [medeverdachte4] – betrokken waren12. In de periode van 5 tot 8 april 2013 is voorts veelvuldig sprake van telefonisch contact tussen verdachte en [medeverdachte4] , maar ook tussen verdachte en [medeverdachte5] en tussen verdachte en verdachte [medeverdachte3]13.

De rechtbank acht het gezien het voorgaande aannemelijk dat verdachte de inbraak op 6 april 2013 heeft gepleegd om ook na het verstrijken van de geldigheidsduur van de tankpas met nummer 204542 te kunnen blijven voorzien in de eigen behoefte aan en de vraag naar brandstof door (in ieder geval) de medeverdachten [medeverdachte5] en [medeverdachte4] . Tevens leidt de rechtbank uit het voorgaande af dat de inbraak op 6 april 2013 de eerste inbraak is geweest die door deze dadergroep en met dit doel is gepleegd. Vóór 6 april 2013 worden immers alle onrechtmatige tankbeurten uitgevoerd met de tankpas met nummer 20454214.

Op 25 mei 2013 heeft een werknemer van [bedrijfsnaam] waargenomen dat bij een benzinepomp vlakbij de vestiging van het bedrijf in Drachten brandstof werd getankt in een aanhangwagen15. De gewaarschuwde politie heeft het voertuig waaraan deze aanhangwagen was gekoppeld later staandegehouden in Leeuwarden en geconstateerd dat zich in de aanhangwagen een tank bevond, gevuld met ongeveer 1000 liter diesel. De inzittenden van het voertuig waren de verdachten [medeverdachte5] en [medeverdachte4]16.

Bij het wegnemen van deze brandstof op 25 mei 2013 is gebruik gemaakt van de aan [bedrijfsnaam] toebehorende tankpas met nummer 20452017. Van deze pas is op deze dag in totaal drie keer gebruik gemaakt18.

Tussen april en juni 2013 heeft [bedrijfsnaam] ontdekt dat daarnaast ook onrechtmatig gebruik is gemaakt van de aan dit bedrijf toebehorende tankpassen met de nummers 207454, 204540, 204539, 204568, 7665690060 en 21123319. Van deze tankpassen is op verschillende data in april en mei 2013 gebruik gemaakt20.

Het dossier bevat geen aanwijzingen op grond waarvan kan worden vastgesteld wanneer en door wie deze tankpassen zijn weggenomen. Aannemelijk is niettemin dat de daders gezocht moeten worden in de kring van verdachte en zijn medeverdachten, nu de modus operandi – het wegnemen van tankpasjes op een zodanige wijze dat dit niet door het bedrijf werd opgemerkt21 – sterk lijkt op de inbraak die op 6 april 2013 is gepleegd. Bovendien leidt de rechtbank uit de historische verkeersgegevens af dat [verdachte] en [medeverdachte4] bij in ieder geval een deel van de met deze pasjes verrichte onrechtmatige tankbeurten betrokken zijn geweest22. Daar komt bij dat uit de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte2] en [medeverdachte3] volgt dat verdachte en [medeverdachte3] in deze periode meermalen inbraken hebben gepleegd bij [bedrijfsnaam]23. De rechtbank acht derhalve aannemelijk dat één of meer van de genoemde tankpasjes bij één van deze inbraken, die, zoals de rechtbank hierboven al heeft overwogen, gepleegd moeten zijn na 6 april 2013, zijn weggenomen.

Na 25 mei 2013 zijn geen van de eerder genoemde tankpassen nog gebruikt24. Wel is op 13 juli en op 13 september 2013 opnieuw een aantal personen het kantoorpand van de vestiging van [bedrijfsnaam] in Drachten binnengegaan25. Uit de beschikbare camerabeelden blijkt dat in beide gevallen doelgericht de ruimte is doorzocht waar de sleutels worden bewaard van de vrachtauto’s die op het terrein staan gestald26. Naar aanleiding van de eerdere diefstallen werden de tankpasjes echter niet meer in de vrachtauto’s bewaard27 en er zijn dan ook op 13 juli en 13 september 2013 geen nieuwe tankpasjes ontvreemd.

De rechtbank acht aannemelijk dat de daders van deze mislukte inbraken eveneens gezocht moeten worden in de kring van verdachte en zijn medeverdachten. De wijze waarop de daders te werk zijn gegaan en het kennelijke doel van de inbraken (zoeken naar voertuigsleutels om vervolgens uit de vrachtauto’s tankpassen te kunnen wegnemen) is geheel in lijn met de eerdere inbraak op 6 april 2013. Daar komt bij dat de politie in de nacht van 13 juli 2013, kort na de inbraak en in de buurt van het terrein van [bedrijfsnaam] in Drachten, de verdachten [medeverdachte6] en [medeverdachte1] heeft aangehouden28. Verdachte [medeverdachte6] is door een verbalisant van de beelden van de inbraak van 13 juli 2013 herkend29. Verdachte [medeverdachte1] heeft toegegeven dat hij die nacht bij [bedrijfsnaam] in Drachten naar binnen is gegaan30. Verdachte [medeverdachte6] is een bekende van verdachte [medeverdachte4] en in de door de politie onderzochte periode van 27 augustus 2013 en 20 oktober 2013 onderhielden [medeverdachte6] en [medeverdachte4] met enige regelmaat telefonisch contact met elkaar31. Van belang is verder dat verdachte blijkens de historische verkeersgegevens van zijn telefoon bij de mislukte inbraak op 13 september 2013 in de buurt was32, volgens verdachte om een door hem geschetste plattegrond te overhandigen aan verdachte [medeverdachte6] omdat bij een eerdere poging tot inbraak door deze verdachte het alarm was afgegaan33. Aangenomen kan worden dat het hier gaat om de mislukte inbraak op 13 juli 201334.

Nu noch bij de mislukte inbraak op 13 juli, noch bij die op 13 september 2013, sprake is geweest van braakschade, acht de rechtbank aannemelijk dat in beide gevallen gebruik is gemaakt van de toegangssleutel waarover verdachte na zijn ontslag beschikte35, dan wel van specifieke kennis die binnen deze kring van verdachten alleen verdachte had omtrent een wijze van binnengaan die onopgemerkt kon blijven.

Ten aanzien van de concrete aan verdachte tenlastegelegde feiten betekent dit het volgende.

Vrijspraak

De rechtbank acht het onder 3 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit de wettige bewijsmiddelen weliswaar is af te leiden dat verdachte enige betrokkenheid bij deze inbraken heeft gehad, maar dat dit onvoldoende is om actief medeplegen door verdachte bewezen te achten.

Bewijsmiddelen

De rechtbank volstaat ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 mei 2016;

2.
de rechtbank verwijst naar de hierboven opgenomen algemene overweging;

3.
een aanvullende aangifte van [bedrijfsnaam] Groep d.d. 8 april 2013, opgenomen op pagina 49 van het dossier met nummer PL02GL-2013127736 d.d. 18 juni 2014, inhoudende de verklaring van [getuige] :
Op 28 maart 2013 werd van [bedrijfsnaam] (eigenaar van [bedrijfsnaam] ) een melding ontvangen dat er wederom een onrechtmatige tanking met kaartnummer 204542 had plaatsgevonden bij het [bedrijfsnaam] tankstation te [pleegplaats] en wel op 27 maart 2013 te 18.03 uur.

De rechtbank volstaat ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 mei 2016;

2.
de rechtbank verwijst naar de hierboven opgenomen algemene overweging;

3.
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Fryslan d.d. 8 april 2013, opgenomen op pagina 65 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige] :
Ik ben namens het bedrijf [bedrijfsnaam] Groep aan [straatnaam] in Drachten bevoegd tot het doen van aangifte. Afgelopen weekend is er een aantal tankpasjes uit het kantoor en uit de geparkeerde afgesloten vrachtauto’s ontvreemd.

De rechtbank past ten aanzien van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. de door verdachte op de terechtzitting van 23 mei 2016 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik ben er niet bij geweest op 13 juli 2013, maar ik had de sleutel van [bedrijfsnaam] en een plattegrond gegeven. Op 13 september 2013 ben ik naar Drachten gegaan om de plattegrond uit te leggen. De jongen met die grote neus had de plattegrond bij zich; ik heb hem uitgelegd hoe je moest lopen bij [bedrijfsnaam] ;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 12 april 2014, opgenomen op pagina 358 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Op de plattegrond stond aangegeven hoe ze naar de brievenbusjes konden gaan waar de sleutels van de vrachtwagens lagen. Die jongen met die puntige neus vroeg mij hoe hij naar binnen kon gaan zonder dat het alarm afging;

3. de rechtbank verwijst naar de hierboven opgenomen algemene overweging.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank dat uit voornoemde verklaringen van verdachte en de bewijsmiddelen waarnaar in de algemene overweging wordt verwezen, is af te leiden dat verdachte medeplichtig is geweest aan twee pogingen tot inbraak in de ten laste gelegde periode.

De rechtbank past ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. de door verdachte op de terechtzitting van 23 mei 2016 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik ben meerdere keren bij [bedrijfsnaam] geweest om de tankpassen op te halen en terug te brengen. Ik heb tegen [medeverdachte2] gezegd dat we bij [bedrijfsnaam] onrechtmatig naar binnen gingen;

2. de rechtbank verwijst naar de hierboven opgenomen algemene overweging.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank dat uit voornoemde verklaring van verdachte en de bewijsmiddelen waarnaar in de algemene overweging wordt verwezen is af te leiden dat verdachte samen met onder meer [medeverdachte3] in de periode april-mei 2013 tankpasjes bij [bedrijfsnaam] weggenomen heeft.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2 primair, 3 subsidiair en 4 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 27 maart 2013 te [pleegplaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid brandstof/diesel, toebehorende aan [bedrijfsnaam] , waarbij verdachte die weg te nemen brandstof/diesel onder zijn bereik heeft gebracht door gebruik te maken van een tankpas van [bedrijfsnaam] , waartoe verdachte niet gerechtigd was;

2. primair

hij op 6 april 2013 te Drachten, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een bedrijfspand en uit vrachtauto’s van [bedrijfsnaam] gelegen aan [straatnaam] , aldaar, een aantal tankpasjes toebehorende aan [bedrijfsnaam] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel;

3. subsidiair

[medeverdachte1] op 13 juli 2013, te Drachten,

ter uitvoering van het door die [medeverdachte1] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen, in/uit een bedrijfspand van [bedrijfsnaam] gelegen aan [straatnaam] aldaar, tankpasjes, althans enig goed van hun gading, behorende aan [bedrijfsnaam] en zich daarbij de toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen door middel van een valse sleutel,

en

een ander in de periode van 13 september 2013 tot en met 16 september 2013, te Drachten,

ter uitvoering van het door die ander voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen, in/uit een bedrijfspand van [bedrijfsnaam] gelegen aan [straatnaam] aldaar, tankpasjes, althans enig goed van hun gading, behorende aan [bedrijfsnaam] en zich daarbij de toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen door middel van een valse sleutel,

telkens in vereniging met hun mededader dat bedrijfspand met gebruikmaking van een toegangssleutel zijn binnen gegaan en vervolgens naar sleutels van vrachtauto's en tankpasjes zijn gaan zoeken, althans naar enig goed van hun gading, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf telkens niet is voltooid,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte telkens in het jaar 2013, te Drachten of elders in Nederland, opzettelijk middelen en inlichtingen heeft verschaft door die [medeverdachte1] en die ander en/of hun mededader informatie te verschaffen over hoe dat bedrijfspand kan worden betreden en een toegangssleutel te verstrekken en informatie te verschaffen waar die sleutels van die vrachtauto's en die tankpasjes zich in dat bedrijfspand en die vrachtauto's bevinden en een plattegrond van dat bedrijfspand ter beschikking te stellen;

4.

hij in de periode van 1 april 2013 tot en met 31 mei 2013, met uitzondering van het tijdvak gevormd door 6 en 7 april 2013, te Drachten, meermalen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een bedrijfspand en uit vrachtauto's van [bedrijfsnaam] gelegen aan [straatnaam] aldaar, tankpasjes, toebehorende aan [bedrijfsnaam] , waarbij verdachte en zijn mededader zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van een valse sleutel.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

2. primair diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

3. subsidiair medeplichtigheid aan een poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

4. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair, 3 subsidiair en 4 wordt veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Standpunt van de verdediging

De verdediging acht een werkstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf een goede strafmodaliteit gezien de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat verdachte een baan en een gezin heeft.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Gedurende geruime tijd heeft verdachte misbruik gemaakt van tankpassen van zijn ex-werkgever. In eerste instantie heeft verdachte grote hoeveelheden diesel getankt voor eigen gebruik en ten behoeve van zijn partner, vrienden en kennissen. Later heeft dit onrechtmatige tanken een professioneler en grootschaliger karakter gekregen door onder meer de verkoop van grote hoeveelheden diesel aan medeverdachten die de diesel doorverkochten. Op het moment dat de eerste tankpas waarover verdachte beschikte, zijn geldigheid had verloren, is verdachte niet gestopt, maar heeft hij door meermalen in te breken bij het bedrijf van zijn ex-werkgever ervoor gezorgd dat hij de beschikking kreeg en hield over nieuwe tankpasjes. Deze inbraken vonden op een geraffineerde manier plaats waarbij de pasjes aan het eind van het weekend werden teruggelegd zodat niet zou opvallen dat de pasjes weg waren geweest. Verdachte tankte niet alleen zelf met de tankpassen van zijn ex-werkgever, maar heeft deze passen ook ter beschikking gesteld aan anderen zodat zij daar onrechtmatig mee konden tanken. Daarnaast heeft verdachte anderen in de gelegenheid gesteld in te breken in het bedrijfspand van zijn ex-werkgever teneinde te trachten de beschikking te krijgen over de tankpassen.

Door aldus te handelen heeft de ex-werkgever van verdachte rekeningen van grote omvang gepresenteerd gekregen voor tankbeurten die niet plaats hadden mogen vinden.

Voornoemde handelwijze van verdachte acht de rechtbank dermate grof en ontoelaatbaar dat niet volstaan kan worden met het opleggen van een werkstraf. De rechtbank zal dan ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen waarbij zij wel rekening zal houden met de schending van de redelijke termijn waarvan in onderhavige zaak sprake is.

Benadeelde partij

[bedrijfsnaam] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van de aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering behelst een bedrag van € 61.536,17.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering, omdat sprake is van meerdere verdachten en niet duidelijk is welk deel van de vordering aan welke verdachte kan worden toegewezen. Het trachten te verkrijgen van deze duidelijkheid zou een onevenredige belasting van het strafgeding inhouden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gepleit voor het deels toewijzen van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijke toewijzing. Daarbij komt volgens de raadsman alleen de schade die is veroorzaakt door het tanken met een gestolen pas voor toewijzing in aanmerking.

Het oordeel van de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij is in hoofdlijnen opgebouwd uit de volgende onderdelen:
- schadebedrag aan onrechtmatig getankte liters diesel in de periode van 4 december 2011 tot en met 25 mei 2013;

- overige schadeposten bestaande uit onder meer reparatie braakschade, inbouw camera en gedeclareerde uren van werknemers.

De rechtbank overweegt dat aan verdachte de schade bestaande uit getankte liters diesel in de periode van 27 maart 2013 tot en met 25 mei 2013 is toe te rekenen. Gezien de bij de vordering gevoegde stukken en het overzicht van de tankbeurten in het dossier op pagina 267 en verder betreft dit een bedrag van € 28.260,55. Dit deel van de vordering is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden en staat in zodanig verband met de door verdachte gepleegde strafbare feiten, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht dit deel van de vordering, dat niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal een deel hiervan – te weten de bedragen waarvoor diesel getankt is in Drachten op 6 april 2013, 7 april 2013 en 25 mei 2013, in totaal een bedrag van € 6.574,61 – hoofdelijk opleggen, omdat medeverdachten [medeverdachte4] en [medeverdachte5] voor dit deel ook verantwoordelijk gesteld worden.

Het deel van de vordering dat ziet op de tankbeurten in de periode van 4 december 2011 tot 27 maart 2013 zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren nu deze schade niet is veroorzaakt door een aan verdachte ten laste gelegd en bewezen verklaard strafbaar feit.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het deel van de vordering dat ziet op de overige schadeposten. Daartoe overweegt de rechtbank dat dit deel van de vordering onvoldoende onderbouwd is. Aanhouding van de strafzaak teneinde duidelijkheid te krijgen omtrent dit deel van de vordering vormt echter een onevenredige belasting van het strafgeding. Daarom kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de schadevergoedingsmaatregel niet dient te worden opgelegd, omdat een professionele partij als [bedrijfsnaam] in staat moet worden geacht de vordering zelf te incasseren.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 48, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 3 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 primair, 3 subsidiair en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 28.260,55 (zegge: achtentwintigduizend tweehonderdzestig euro en vijfenvijftig eurocent). Van dit bedrag legt de rechtbank een bedrag van € 6.574,61 (zegge: zesduizend vijfhonderdvierenzeventig euro en eenenzestig eurocent) hoofdelijk op in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Verklaart het deel van de vordering dat ziet op in de vordering vermelde tankbeurten in de periode van 4 december 2011 tot 27 maart 2013 niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het deel van de vordering dat ziet op de overige schadeposten niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. C.M.M. Oostdam en

mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door mr. P.T.M. van der Lelie, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 juni 2016.

Mrs. Van Bruggen, Oostdam en Van der Lelie zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 in de volgende voetnoten wordt telkens verwezen naar de paginanummers waarop de processen-verbaal van bevindingen, verhoren en overige stukken te vinden zijn die deel uitmaken van het proces-verbaal van de politie Noord-Nederland, PL02GL-2013127736, gesloten op 18 juni 2014

2 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 35

3 verhoor van verdachte [verdachte] , p. 345

4 overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 262 e.v.

5 verhoor van verdachte [medeverdachte2] , p. 468 en 471

6 verhoor van verdachte [medeverdachte3] , p. 495

7 proces-verbaal van bevindingen, p. 260; overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes p. 267 e.v.

8 verhoor van verdachte [medeverdachte5] , p. 633 en p. 640 e.v.; uit de verklaring van [medeverdachte5] op p. 645 volgt dat de door hem in zijn eerdere verklaringen aangeduide “ [naam] ” verdachte [verdachte] is

9 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 35

10 verhoor verdachte [medeverdachte3] , p. 501

11 verhoor aangever [naam] , p. 71; verhoor verdachte [verdachte] , p. 353 e.v.

12 proces-verbaal van bevindingen p. 260, overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 268

13 proces-verbaal van bevindingen p. 210 e.v.

14 overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 262 e.v.

15 verhoor aangever [naam] , p. 71, en de bijgevoegde bijlage, p. 74 e.v.

16 proces-verbaal van bevindingen, p. 165-166

17 verhoor aangever [naam] , p. 72

18 overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 270

19 verhoor aangever [naam] , p. 72

20 overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 268 e.v.

21 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 78 e.v.: “Begin april 2013 werden wij voor het eerst geconfronteerd met een diefstal uit ons bedrijf waarbij geen braaksporen aanwezig waren. Na die tijd zijn er nog een aantal inbraken geweest waarbij geen braaksporen te vinden waren. het lijkt er dus op dat er gebruik wordt gemaakt van een sleutel.”

22 proces-verbaal van bevindingen, p. 260; overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 268 e.v.

23 verhoor verdachte [medeverdachte2] , p. 472 e.v.; verhoor verdachte [medeverdachte3] , p. 506.

24 overzicht onrechtmatig gebruik tankpassen, p. 268 e.v.

25 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 78 e.v.; aangifte [bedrijfsnaam] , p. 81 e.v.

26 proces-verbaal van bevindingen, p. 187 e.v.; proces-verbaal van bevindingen, p. 191

27 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 79

28 proces-verbaal van staandehouding, p. 195 e.v.

29 proces-verbaal van bevindingen, p. 193; verhoor verdachte [medeverdachte1] , p. 601 e.v.

30 verhoor verdachte [medeverdachte1] , p. 601 e.v.

31 proces-verbaal van bevindingen, p. 198

32 proces-verbaal van bevindingen, p. 200

33 verhoor verdachte [verdachte] , p. 370 e.v.; uit diens verklaring op p. 359 in combinatie met de foto op p. 394 blijkt dat de persoon die hij aanduidt als “de jongen met de grote neus” verdachte [medeverdachte6] is

34 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 79, waaruit blijkt dat op 13 juli 2013 het alarm is afgegaan; voor andere inbraken bij [bedrijfsnaam] voor 13 september 2013 waarbij het alarm is afgegaan biedt het dossier geen aanknopingspunten

35 verhoor verdachte [medeverdachte3] , p. 501