Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:5801

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
07-06-2016
Datum publicatie
15-03-2017
Zaaknummer
18/720188-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Diefstal van tankpasjes door twee of meer verenigde personen waarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf is verschaft door middel van valse sleutels.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/720188-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 7 juni 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 mei 2016.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T. Bruinsma , advocaat te Sneek. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S. Eijzenga.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 27 maart 2013 te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Boarnsterhim (thans gemeente Leeuwarden) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een hoeveelheid) brandstof/diesel, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam] en/of aan [bedrijfsnaam] , en/of een hoeveelheid (giraal) geld geheel of ten dele toebehorend aan [bedrijfsnaam] , in elk geval (telkens) enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die

brandstof/diesel en/of dat (giraal) geld heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen brandstof/diesel en/of (giraal) geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door gebruik te maken van een tankpas van die [bedrijfsnaam] , waartoe verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren, althans door middel van een valse sleutel;

(artikel 310/311 lid 1 aanhef en onder 4 en/of 5 van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 september 2013 te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (telkens) in/uit een bedrijfspand en/of in/uit (een) vrachtauto('s) (telkens) van [bedrijfsnaam] gelegen aan [straatnaam] , aldaar, (telkens) een (aantal) tankpasje(s), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele

toebehorende aan [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of (telkens) de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

(artikel 310/311 lid 1 aanhef en onder 4 en/of 5 van het Wetboek van Strafrecht)

Beoordeling van de dagvaarding

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 betoogd dat sprake is van een nietige dagvaarding, nu het tenlastegelegde zo weinig concreet is dat verdachte niet in staat is om zich daar redelijkerwijs tegen te verdedigen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastelegging voldoende duidelijk maakt welke verwijten verdachte worden gemaakt.

Het oordeel van de rechtbank

Hoewel de tenlastelegging bij feit 2 zich over een langere periode uitstrekt en niet verwijst naar concrete gebeurtenissen, stelt de rechtbank vast dat het verdachte, blijkens zijn verhoor ter terechtzitting, in voldoende mate duidelijk was op welke strafbare gedragingen de officier van justitie het oog heeft gehad. Verdachte is dan ook niet geschaad in zijn verdediging. De rechtbank verwerpt het verweer.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde kan worden bewezen, nu daarvoor voldoende wettig en overtuigend bewijs is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde, nu het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bij verdachte ontbrak, omdat hij niet wist dat er op 27 maart 2013 getankt werd met een tankpas van [bedrijfsnaam] . Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen van de navolgende algemene overweging uit1.

Medeverdachte [medeverdachte1] is een voormalig werknemer van het bedrijf [bedrijfsnaam] en was tot 1 januari 2012 werkzaam bij de vestiging in Drachten. In het kader van zijn werkzaamheden was aan hem een tankpas met het nummer 204542 verstrekt2. Na zijn ontslag heeft [medeverdachte1] deze tankpas meegenomen3. Vervolgens heeft hij op grote schaal onrechtmatig van deze tankpas gebruik gemaakt door daarmee zonder toestemming van zijn voormalige werkgever brandstof te tanken4, zowel ten behoeve van zichzelf als ten behoeve van zijn partner [medeverdachte2]5 en verschillende personen in zijn directe omgeving, zoals verdachte [verdachte]6.

In ieder geval vanaf 7 maart 2013 is medeverdachte [medeverdachte3] bij het onrechtmatig tanken betrokken geraakt; vanaf in ieder geval 11 maart 2013 geldt hetzelfde voor medeverdachte [medeverdachte4]7. [medeverdachte3] en [medeverdachte4] kochten onrechtmatig getankte brandstof bij medeverdachte [medeverdachte1] en verkochten deze brandstof met een zekere winstmarge door aan derden8.

Op 1 april 2013 heeft de tankpas met nummer 204542 zijn geldigheid verloren9. Op 6 april 2013 heeft [medeverdachte1] een inbraak gepleegd bij de vestiging van [bedrijfsnaam] in Drachten. Daarbij heeft hij – met behulp van de toegangssleutel die hij nog in bezit had10 en met kennis omtrent de inrichting van het bedrijf – uit het bedrijfsgebouw en uit verschillende vrachtwagens die op het terrein gestald stonden, een vijftal tankpasjes weggenomen, met de nummers 211422, 204579, 204560, 204546 en 21045011.

In het weekend van 6 en 7 april 2013 zijn de genoemde tankpasjes 21 keer gebruikt voor een onrechtmatige tankbeurt. Vast staat dat bij de meerderheid van deze tankbeurten een of meer van de drie genoemde verdachten – [medeverdachte1] en medeverdachten [medeverdachte4] en [medeverdachte3] – betrokken waren12. In de periode van 5 tot 8 april 2013 is voorts veelvuldig sprake van telefonisch contact tussen [medeverdachte1] en [medeverdachte3] , maar ook tussen [medeverdachte1] en [medeverdachte4] en tussen [medeverdachte1] en verdachte [verdachte]13.

De rechtbank acht het gezien het voorgaande aannemelijk dat [medeverdachte1] de inbraak op 6 april 2013 heeft gepleegd om ook na het verstrijken van de geldigheidsduur van de tankpas met nummer 204542 te kunnen blijven voorzien in de eigen behoefte aan en de vraag naar brandstof door (in ieder geval) de medeverdachten [medeverdachte4] en [medeverdachte3] . Tevens leidt de rechtbank uit het voorgaande af dat de inbraak op 6 april 2013 de eerste inbraak is geweest die door deze dadergroep en met dit doel is gepleegd. Vóór 6 april 2013 worden immers alle onrechtmatige tankbeurten uitgevoerd met de tankpas met nummer 20454214.

Op 25 mei 2013 heeft een werknemer van [bedrijfsnaam] waargenomen dat bij een benzinepomp vlakbij de vestiging van het bedrijf in Drachten brandstof werd getankt in een aanhangwagen15. De gewaarschuwde politie heeft het voertuig waaraan deze aanhangwagen was gekoppeld later staandegehouden in Leeuwarden en geconstateerd dat zich in de aanhangwagen een tank bevond, gevuld met ongeveer 1000 liter diesel. De inzittenden van het voertuig waren de verdachten [medeverdachte4] en [medeverdachte3]16.

Bij het wegnemen van deze brandstof op 25 mei 2013 is gebruik gemaakt van de aan [bedrijfsnaam] toebehorende tankpas met nummer 20452017. Van deze pas is op deze dag in totaal drie keer gebruik gemaakt18.

Tussen april en juni 2013 heeft [bedrijfsnaam] ontdekt dat daarnaast ook onrechtmatig gebruik is gemaakt van de aan dit bedrijf toebehorende tankpassen met de nummers 207454, 204540, 204539, 204568, 7665690060 en 21123319. Van deze tankpassen is op verschillende data in april en mei 2013 gebruik gemaakt20.

Het dossier bevat geen aanwijzingen op grond waarvan kan worden vastgesteld wanneer en door wie deze tankpassen zijn weggenomen. Aannemelijk is niettemin dat de daders gezocht moeten worden in de kring van [medeverdachte1] en zijn medeverdachten, nu de modus operandi – het wegnemen van tankpasjes op een zodanige wijze dat dit niet door het bedrijf werd opgemerkt21 – sterk lijkt op de inbraak die op 6 april 2013 is gepleegd. Bovendien leidt de rechtbank uit de historische verkeersgegevens af dat [medeverdachte1] en [medeverdachte3] bij in ieder geval een deel van de met deze pasjes verrichte onrechtmatige tankbeurten betrokken zijn geweest22. Daar komt bij dat uit de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte2] en verdachte volgt dat [medeverdachte1] en verdachte in deze periode meermalen inbraken hebben gepleegd bij [bedrijfsnaam]23. De rechtbank acht derhalve aannemelijk dat één of meer van de genoemde tankpasjes bij één van deze inbraken, die, zoals de rechtbank hierboven al heeft overwogen, gepleegd moeten zijn na 6 april 2013, zijn weggenomen.

Na 25 mei 2013 zijn geen van de eerder genoemde tankpassen nog gebruikt24.

Ten aanzien van de concrete aan verdachte [verdachte] tenlastegelegde feiten betekent dit het volgende.

Vrijspraak

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit de wettige bewijsmiddelen onvoldoende is af te leiden dat verdachte al op 27 maart 2013 wist dat er door [medeverdachte1] onrechtmatig getankt werd met een tankpas die toebehoorde aan [bedrijfsnaam] . De rechtbank is derhalve van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte op voormelde datum met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening diesel heeft weggenomen.

Bewijsmiddelen

De rechtbank past ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. de door verdachte op de terechtzitting van 23 mei 2016 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik ben vier keer op het terrein van [bedrijfsnaam] geweest om de passen op te halen en terug te brengen.

2. de rechtbank verwijst naar de hierboven opgenomen algemene overweging.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank dat, hoewel de tenlastelegging weinig specifiek is, uit voornoemde verklaring van verdachte en de bewijsmiddelen waarnaar in de algemene overweging wordt verwezen, is af te leiden dat verdachte samen met [medeverdachte1] in de periode april-mei 2013 tankpasjes bij [bedrijfsnaam] weggenomen heeft.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 april 2013 tot en met 31 mei 2013, te Drachten, meermalen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een bedrijfspand en uit vrachtauto's van [bedrijfsnaam] gelegen aan [straatnaam] aldaar, tankpasjes, toebehorende aan [bedrijfsnaam] , waarbij verdachte en zijn mededader zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van een valse sleutel.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

2. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor een lagere werkstraf dan door de officier van justitie gevorderd, omdat verdachte gedurende een beperkte periode een ondergeschikte rol heeft gehad.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Het bedrijf [bedrijfsnaam] is gedurende geruime tijd in ernstige mate gedupeerd door haar ex-werknemer [medeverdachte1] . [medeverdachte1] heeft grote hoeveelheden diesel onrechtmatig getankt met een pas van zijn ex-werkgever. Op het moment dat deze pas zijn werking verloren had, heeft [medeverdachte1] er door meermalen in te breken bij het bedrijf van zijn ex-werkgever voor gezorgd dat hij de beschikking kreeg over nieuwe tankpasjes teneinde het onrechtmatige tanken voort te kunnen zetten. In de periode van 1 april 2013 tot en met 31 mei 2013 heeft verdachte meerdere van deze inbraken samen met [medeverdachte1] gepleegd. Hiermee heeft verdachte mede bewerkstelligd dat het onrechtmatig tanken met pasjes van [bedrijfsnaam] door kon blijven gaan.

Door aldus te handelen heeft [bedrijfsnaam] rekeningen van grote omvang gepresenteerd gekregen voor tankbeurten die niet plaats hadden mogen vinden.

De rechtbank acht het opleggen van een werkstraf voor de rol die verdachte heeft gespeeld, aangewezen. Daarbij zal de rechtbank rekening zal houden met de schending van de redelijke termijn waarvan in onderhavige zaak sprake is.

Benadeelde partij

[bedrijfsnaam] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering behelst een bedrag van € 61.536,17.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering, omdat sprake is van meerdere verdachten en niet duidelijk is welk deel van de vordering aan welke verdachte kan worden toegewezen. Het trachten deze duidelijkheid alsnog te verkrijgen zou een onevenredige belasting van het strafgeding inhouden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gesteld dat de beoordeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding inhoudt, omdat uit de vordering niet is op te maken bij welke transactie verdachte betrokken is geweest.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat zij over onvoldoende informatie beschikt om te kunnen beoordelen welk aandeel verdachte in de schade heeft. De rechtbank zal echter niet overgaan tot schorsing van het onderzoek om dit alsnog te doen aantonen, nu dit een onevenredige belasting van het strafgeding zal inhouden. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 120 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

Bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijfsnaam] in haar vordering niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. C.M.M. Oostdam en

mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door mr. P.T.M. van der Lelie, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 juni 2016.

Mrs. Van Bruggen, Oostdam en Van der Lelie zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 in de volgende voetnoten wordt telkens verwezen naar de paginanummers waarop de processen-verbaal van bevindingen, verhoren en overige stukken te vinden zijn die deel uitmaken van het proces-verbaal van de politie Noord-Nederland, PL02GL-2013127736, gesloten op 18 juni 2014

2 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 35

3 verhoor van verdachte [medeverdachte1] , p. 345

4 overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 262 e.v.

5 verhoor van verdachte [medeverdachte2] , p. 468 en 471

6 verhoor van verdachte [verdachte] , p. 495

7 proces-verbaal van bevindingen, p. 260; overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes p. 267 e.v.

8 verhoor van verdachte [medeverdachte4] , p. 633 en p. 640 e.v.; uit de verklaring van [medeverdachte4] op p. 645 volgt dat de door hem in zijn eerdere verklaringen aangeduide “ [naam] ” verdachte [medeverdachte1] is

9 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 35

10 verhoor verdachte [verdachte] , p. 501

11 verhoor aangever [naam] , p. 71; verhoor verdachte [medeverdachte1] , p. 353 e.v.

12 proces-verbaal van bevindingen p. 260, overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 268

13 proces-verbaal van bevindingen p. 210 e.v.

14 overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 262 e.v.

15 verhoor aangever [naam] , p. 71, en de bijgevoegde bijlage, p. 74 e.v.

16 proces-verbaal van bevindingen, p. 165-166

17 verhoor aangever [naam] , p. 72

18 overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 270

19 verhoor aangever [naam] , p. 72

20 overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 268 e.v.

21 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 78 e.v.: “Begin april 2013 werden wij voor het eerst geconfronteerd met een diefstal uit ons bedrijf waarbij geen braaksporen aanwezig waren. Na die tijd zijn er nog een aantal inbraken geweest waarbij geen braaksporen te vinden waren. het lijkt er dus op dat er gebruik wordt gemaakt van een sleutel.”

22 proces-verbaal van bevindingen, p. 260; overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 268 e.v.

23 verhoor verdachte [medeverdachte2] , p. 472 e.v.; verhoor verdachte [verdachte] , p. 506.

24 overzicht onrechtmatig gebruik tankpassen, p. 268 e.v.