Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:5798

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
07-06-2016
Datum publicatie
15-03-2017
Zaaknummer
18/720191-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Poging tot diefstal van tankpasjes.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/720191-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 7 juni 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 mei 2016.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. S. Pijl, advocaat te Amsterdam, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S. Eijzenga.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 13 juli 2013 te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een bedrijfspand en/of in/uit (een) vrachtauto('s) (telkens) van [bedrijfsnaam] gelegen aan [straatnaam] aldaar, een of meer tankpasje(s), althans enig goed van hun/zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich

daarbij (telkens) de toegang tot dat bedrijfspand en/of die vrachtauto('s) te verschaffen en/of (telkens) die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, in vereniging met een of meer van zijn mededader(s) dat bedrijfspand is binnen gegaan en/of (vervolgens) naar (een) sleutel(s) van (een) vrachtauto('s) en/of (een)

tankpasje(s) is gaan zoeken, althans naar enig goed van hun/zijn gading, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid.

(artikel 311 lid 1 aanhef en onder 4 en/of 5 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht)

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het ten laste gelegde kan worden bewezen, nu daarvoor voldoende wettig en overtuigend bewijs is

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, omdat geen sprake is van een voornemen dat door een begin van uitvoering is geopenbaard. Bij verdachte bestond volgens de raadsvrouw niet het oogmerk tot wederrechtelijke toe-eigening. Bovendien blijkt niet dat verdachte een bijdrage van zodanig gewicht heeft geleverd dat gesproken kan worden van het in vereniging plegen van diefstal.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen van de navolgende algemene overweging uit1.

Medeverdachte [medeverdachte1] is een voormalig werknemer van het bedrijf [bedrijfsnaam] en was tot 1 januari 2012 werkzaam bij de vestiging in Drachten. In het kader van zijn werkzaamheden was aan hem een tankpas met het nummer 204542 verstrekt2. Na zijn ontslag heeft [medeverdachte1] deze tankpas meegenomen3. Vervolgens heeft hij op grote schaal onrechtmatig van deze tankpas gebruik gemaakt door daarmee zonder toestemming van zijn voormalige werkgever brandstof te tanken4, zowel ten behoeve van zichzelf als ten behoeve van zijn partner [medeverdachte2]5 en verschillende personen in zijn directe omgeving, zoals medeverdachte [medeverdachte3]6.

In ieder geval vanaf 7 maart 2013 is medeverdachte [medeverdachte4] bij het onrechtmatig tanken betrokken geraakt; vanaf in ieder geval 11 maart 2013 geldt hetzelfde voor medeverdachte [medeverdachte5]7. [medeverdachte4] en [medeverdachte5] kochten onrechtmatig getankte brandstof bij [medeverdachte1] en verkochten deze brandstof met een zekere winstmarge door aan derden8.

Op 1 april 2013 heeft de tankpas met nummer 204542 zijn geldigheid verloren9. Op 6 april 2013 heeft [medeverdachte1] een inbraak gepleegd bij de vestiging van [bedrijfsnaam] in Drachten. Daarbij heeft hij – met behulp van de toegangssleutel die hij nog in bezit had10 en met kennis omtrent de inrichting van het bedrijf – uit het bedrijfsgebouw en uit verschillende vrachtwagens die op het terrein gestald stonden, een vijftal tankpasjes weggenomen, met de nummers 211422, 204579, 204560, 204546 en 21045011.

In het weekend van 6 en 7 april 2013 zijn de genoemde tankpasjes 21 keer gebruikt voor een onrechtmatige tankbeurt. Vast staat dat bij de meerderheid van deze tankbeurten een of meer van de drie genoemde verdachten – [medeverdachte1] , [medeverdachte5] en [medeverdachte4] – betrokken waren12. In de periode van 5 tot 8 april 2013 is voorts veelvuldig sprake van telefonisch contact tussen [medeverdachte1] en [medeverdachte4] , maar ook tussen [medeverdachte1] en [medeverdachte5] en tussen [medeverdachte1] en verdachte [medeverdachte3]13.

De rechtbank acht het gezien het voorgaande aannemelijk dat [medeverdachte1] de inbraak op 6 april 2013 heeft gepleegd om ook na het verstrijken van de geldigheidsduur van de tankpas met nummer 204542 te kunnen blijven voorzien in de eigen behoefte aan en de vraag naar brandstof door (in ieder geval) de medeverdachten [medeverdachte5] en [medeverdachte4] . Tevens kan uit het voorgaande worden afgeleid dat de inbraak op 6 april 2013 de eerste inbraak is geweest die door deze dadergroep en met dit doel is gepleegd. Voor 6 april 2013 worden immers alle onrechtmatige tankbeurten uitgevoerd met de tankpas met nummer 20454214.

Op 25 mei 2013 heeft een werknemer van [bedrijfsnaam] waargenomen dat bij een benzinepomp vlakbij de vestiging van het bedrijf in Drachten brandstof werd getankt in een aanhangwagen15. De gewaarschuwde politie heeft het voertuig waaraan deze aanhangwagen was gekoppeld later staandegehouden in Leeuwarden en geconstateerd dat zich in de aanhangwagen een tank bevond, gevuld met ongeveer 1000 liter diesel. De inzittenden van het voertuig waren de verdachten [medeverdachte5] en [medeverdachte4]16.

Bij het wegnemen van deze brandstof op 25 mei 2013 is gebruik gemaakt van de aan [bedrijfsnaam] toebehorende tankpas met nummer 20452017. Van deze pas is op deze dag in totaal drie keer gebruik gemaakt18.

Tussen april en juni 2013 heeft [bedrijfsnaam] ontdekt dat daarnaast ook onrechtmatig gebruik is gemaakt van de aan dit bedrijf toebehorende tankpassen met de nummers 207454, 204540, 204539, 204568, 7665690060 en 21123319. Van deze tankpassen is op verschillende data in april en mei 2013 gebruik gemaakt20.

Het dossier bevat geen aanwijzingen op grond waarvan kan worden vastgesteld wanneer en door wie deze tankpassen zijn weggenomen. Aannemelijk is niettemin dat de daders gezocht moeten worden in de kring van [medeverdachte1] en zijn medeverdachten, nu de modus operandi – het wegnemen van tankpasjes op een zodanige wijze dat dit niet door het bedrijf werd opgemerkt21 – sterk lijkt op de inbraak die op 6 april 2013 is gepleegd. Bovendien blijkt uit de historische verkeersgegevens dat [medeverdachte1] en [medeverdachte4] bij in ieder geval een deel van de met deze pasjes verrichte onrechtmatige tankbeurten betrokken zijn geweest22. Daar komt bij dat uit de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte2] en [medeverdachte3] volgt dat [medeverdachte1] en [medeverdachte3] in deze periode meermalen inbraken hebben gepleegd bij [bedrijfsnaam]23. De rechtbank acht derhalve aannemelijk dat één of meer van de genoemde tankpasjes bij één van deze inbraken, die, zoals de rechtbank hierboven al heeft overwogen, gepleegd moeten zijn na 6 april 2013, zijn weggenomen.

Na 25 mei 2013 zijn geen van de eerder genoemde tankpassen nog gebruikt24. Wel is op 13 juli en op 13 september 2013 opnieuw een aantal personen het kantoorpand van de vestiging van [bedrijfsnaam] in Drachten binnengegaan25. Uit de beschikbare camerabeelden blijkt dat in beide gevallen doelgericht de ruimte is doorzocht waar de sleutels worden bewaard van de vrachtauto’s die op het terrein staan gestald26. Naar aanleiding van de eerdere diefstallen werden de tankpasjes echter niet meer in de vrachtauto’s bewaard27 en er zijn dan ook op 13 juli en 13 september 2013 geen nieuwe tankpasjes ontvreemd.

De rechtbank acht aannemelijk dat de daders van deze mislukte inbraken eveneens gezocht moeten worden in de kring van [medeverdachte1] en zijn medeverdachten. De wijze waarop de daders te werk zijn gegaan en het kennelijke doel van de inbraken (zoeken naar voertuigsleutels om vervolgens uit de vrachtauto’s tankpassen te kunnen wegnemen) is geheel in lijn met de eerdere inbraak op 6 april 2013. Daar komt bij dat de politie in de nacht van 13 juli 2013, kort na de inbraak en in de buurt van het terrein van [bedrijfsnaam] in Drachten, de verdachten [medeverdachte6] en [verdachte] heeft aangehouden28. Verdachte [medeverdachte6] is door een verbalisant van de beelden van de inbraak van 13 juli 2013 herkend29. Verdachte [verdachte] heeft toegegeven dat hij die nacht bij [bedrijfsnaam] in Drachten naar binnen is gegaan30. Verdachte [medeverdachte6] is een bekende van verdachte [medeverdachte4] en in de door de politie onderzochte periode van 27 augustus 2013 en 20 oktober 2013 onderhielden [medeverdachte6] en [medeverdachte4] met enige regelmaat telefonisch contact met elkaar31. Van belang is verder dat [medeverdachte1] blijkens de historische verkeersgegevens van zijn telefoon bij de mislukte inbraak op 13 september 2013 in de buurt was32, volgens zijn zeggen om een door hem geschetste plattegrond te overhandigen aan verdachte [medeverdachte6] omdat bij een eerdere poging tot inbraak door deze verdachte het alarm was afgegaan33. Aangenomen kan worden dat het hier gaat om de mislukte inbraak op 13 juli 201334.

Nu noch bij de mislukte inbraak op 13 juli, noch bij die op 13 september 2013, sprake is geweest van braakschade, acht de rechtbank aannemelijk dat in beide gevallen gebruik is gemaakt van de toegangssleutel waarover [medeverdachte1] na zijn ontslag beschikte35, dan wel van specifieke kennis die binnen deze kring van verdachten alleen [medeverdachte1] had omtrent een wijze van binnengaan die onopgemerkt kon blijven.

Ten aanzien van het concrete aan verdachte [verdachte] tenlastegelegde feit betekent dit het volgende.

Bewijsmiddelen

De rechtbank verwijst naar de algemene overweging die hierboven is opgenomen, waarin verwezen wordt naar de bewijsmiddelen die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten.

In aanvulling daarop overweegt de rechtbank ten aanzien van het verweer van de raadsvrouw het volgende. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt van een modus operandi ten aanzien van de diefstal van tankpasjes van [bedrijfsnaam] . Deze modus operandi bestaat er uit dat sleutels van de vrachtwagens van [bedrijfsnaam] werden weggenomen uit een kastje in het bedrijfspand, dat met deze sleutels de vrachtwagens werden geopend en dat de tankpasjes uit de vrachtwagens werden gehaald, waarna de vrachtwagens weer werden afgesloten en de sleutels terug gehangen werden in het kastje. Uit de camerabeelden van de inbraak bij [bedrijfsnaam] op 13 juli 2013 blijkt van gedragingen van verdachte en verdachte [medeverdachte6] die passen bij voornoemde modus operandi. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht zijn op het voltooien van de diefstal van tankpasjes. Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank derhalve van oordeel dat sprake is van een begin van uitvoering van het strafbare feit en dat gelet op de doelgerichtheid ervan sprake is van het in vereniging plegen daarvan. Van een doelloos en dronken rondlopen, zoals verdachte heeft verklaard, is geen sprake.

Hoewel er aanwijzingen zijn dat bij deze poging tot diefstal gebruik is gemaakt van de toegangssleutel die medeverdachte [medeverdachte1] in bezit had, nu er – zoals hierboven al overwogen – geen braaksporen zijn aangetroffen, ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs daarvoor, nu noch verdachte, noch zijn medeverdachte [verdachte] , daarover een verklaring heeft afgelegd. De rechtbank zal verdachte derhalve van dit onderdeel vrijspreken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 13 juli 2013 te Drachten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen uit een bedrijfspand en uit vrachtauto's van [bedrijfsnaam] gelegen aan [straatnaam] aldaar, tankpasjes, althans enig goed van hun gading, toebehorende aan [bedrijfsnaam] , in vereniging met zijn mededader dat bedrijfspand is binnen gegaan en vervolgens naar sleutels van vrachtauto’s en tankpasjes is gaan zoeken, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit voor vrijspraak van verdachte. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring en een veroordeling komt, verzoekt de raadsvrouw om het opleggen van een voorwaardelijke werkstraf waarbij rekening wordt gehouden met de schending van de redelijke termijn, het ontbreken van justitiële documentatie en het van toepassing zijn van artikel 63 Wetboek van Strafrecht.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

In het geheel van de onrechtmatige tankbeurten en de meerdere diefstallen van tankpasjes van [bedrijfsnaam] heeft verdachte zich samen met verdachte [medeverdachte6] schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal van die tankpasjes. Bij deze poging tot diefstal hebben verdachten onder meer gebruik gemaakt van door [medeverdachte1] verstrekte inlichtingen omtrent de wijze van binnenkomen in het bedrijf van [bedrijfsnaam] en de vindplaats van de tankpasjes. Mede op grond hiervan hebben verdachte en [medeverdachte6] dezelfde modus operandi kunnen gebruiken als de andere verdachten hebben gebruikt bij de eerdere diefstallen van tankpasjes. De rechtbank ziet de gedragingen van verdachte en [medeverdachte6] als een poging om zelf, anders dan via [medeverdachte1] , over tankpasjes te kunnen beschikken en daarmee onrechtmatig te kunnen gaan tanken. Dit is slechts niet gelukt doordat [bedrijfsnaam] de tankpasjes op een andere plek dan voorheen is gaan bewaren.

De rechtbank houdt rekening met de schending van de redelijke termijn waarvan in onderhavige zaak sprake is.

Alles afwegende acht de rechtbank het opleggen van een werkstraf van 80 uur passend.

Benadeelde partij

[bedrijfsnaam] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering behelst een bedrag van € 61.536,17.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft om vrijspraak van verdachte en daarmee om afwijzing van de vordering van de benadeelde partij verzocht. Subsidiair verzoekt de raadsvrouw de vordering van de benadeelde partij af te wijzen, omdat de gestelde schade geen rechtstreeks gevolg is van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is de door de benadeelde partij gevorderde schade niet door het bewezen verklaarde feit toegebracht. De rechtbank zal daarom de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 45 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 80 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam] niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat deze benadeelde partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. C.M.M. Oostdam en

mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door mr. P.T.M. van der Lelie, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 juni 2016.

Mrs. Van Bruggen, Oostdam en Van der Lelie zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 in de volgende voetnoten wordt telkens verwezen naar de paginanummers waarop de processen-verbaal van bevindingen, verhoren en overige stukken te vinden zijn die deel uitmaken van het proces-verbaal van de politie Noord-Nederland, PL02GL-2013127736, gesloten op 18 juni 2014

2 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 35

3 verhoor van verdachte [medeverdachte1] , p. 345

4 overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 262 e.v.

5 verhoor van verdachte [medeverdachte2] , p. 468 en 471

6 verhoor van verdachte [medeverdachte3] , p. 495

7 proces-verbaal van bevindingen, p. 260; overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes p. 267 e.v.

8 verhoor van verdachte [medeverdachte5] , p. 633 en p. 640 e.v.; uit de verklaring van [medeverdachte5] op p. 645 volgt dat de door hem in zijn eerdere verklaringen aangeduide “ [naam] ” verdachte [medeverdachte1] is

9 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 35

10 verhoor verdachte [medeverdachte3] , p. 501

11 verhoor aangever [naam] , p. 71; verhoor verdachte [medeverdachte1] , p. 353 e.v.

12 proces-verbaal van bevindingen p. 260, overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 268

13 proces-verbaal van bevindingen p. 210 e.v.

14 overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 262 e.v.

15 verhoor aangever [naam] , p. 71, en de bijgevoegde bijlage, p. 74 e.v.

16 proces-verbaal van bevindingen, p. 165-166

17 verhoor aangever [naam] , p. 72

18 overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 270

19 verhoor aangever [naam] , p. 72

20 overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 268 e.v.

21 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 78 e.v.: “Begin april 2013 werden wij voor het eerst geconfronteerd met een diefstal uit ons bedrijf waarbij geen braaksporen aanwezig waren. Na die tijd zijn er nog een aantal inbraken geweest waarbij geen braaksporen te vinden waren. het lijkt er dus op dat er gebruik wordt gemaakt van een sleutel.”

22 proces-verbaal van bevindingen, p. 260; overzicht onrechtmatig gebruik tankpasjes, p. 268 e.v.

23 verhoor verdachte [medeverdachte2] , p. 472 e.v.; verhoor verdachte [medeverdachte3] , p. 506.

24 overzicht onrechtmatig gebruik tankpassen, p. 268 e.v.

25 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 78 e.v.; aangifte [bedrijfsnaam] , p. 81 e.v.

26 proces-verbaal van bevindingen, p. 187 e.v.; proces-verbaal van bevindingen, p. 191

27 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 79

28 proces-verbaal van staandehouding, p. 195 e.v.

29 proces-verbaal van bevindingen, p. 193; verhoor verdachte [verdachte] , p. 601 e.v.

30 verhoor verdachte [verdachte] , p. 601 e.v.

31 proces-verbaal van bevindingen, p. 198

32 proces-verbaal van bevindingen, p. 200

33 verhoor verdachte [medeverdachte1] , p. 370 e.v.; uit diens verklaring op p. 359 in combinatie met de foto op p. 394 blijkt dat de persoon die hij aanduidt als “de jongen met de grote neus” verdachte [medeverdachte6] is

34 aangifte [bedrijfsnaam] , p. 79, waaruit blijkt dat op 13 juli 2013 het alarm is afgegaan; voor andere inbraken bij [bedrijfsnaam] voor 13 september 2013 waarbij het alarm is afgegaan biedt het dossier geen aanknopingspunten

35 verhoor verdachte [medeverdachte3] , p. 501