Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:5698

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
27-12-2016
Datum publicatie
25-01-2017
Zaaknummer
18/830278-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in een periode van ongeveer vier maanden, al dan niet met anderen, schuldig gemaakt aan zeven inbraken, waarvan drie in een woning, een poging tot een woninginbraak, een diefstal uit een woning en overtreding van artikel 9 van de Wegenverkeerswet 1994. Rechtbank veroordeelt verdachte tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Invoeringswet Wegenverkeerswet 1994 9
Wegenverkeerswet 1994 176
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830278-15

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/830026-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 27 december 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [woonadres]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

12 en 13 december 2016.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W.M. Bierens, advocaat te Assen. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Akkerman.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving tenlastelegging in de zaak met parketnummer 18/830278-15, ten laste gelegd dat:

in de zaak met parketnummer 18/830278-15

1.

hij in of omstreeks de periode van 19 mei 2015 tot en met 20 mei 2015 te

[plaats 1] , (althans) in de gemeente Aa en Hunze,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

woning (gelegen aan de [adres 1] aldaar) heeft weggenomen

(onder meer) een fiets (merk Gazelle) en/of een grasmaaier (merk Efco Motor)

en/of een televisie (merk Samsung) en/of een zaagmachine (merk Bosch) en/of

een versterker (merk JVC) en/of een tuner (merk JVC), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking;

2.

primair

hij in of omstreeks de periode van 18juni 2015 tot en met 24 juni 2015, op

diverse data en/of tijdstippen, te [plaats 2] , (althans) in de gemeente

Stadskanaal, (meermalen) tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

woning (gelegen aan de [adres 2] aldaar) heeft weggenomen een hoeveelheid

treinen (met een waarde van 8000 10000 euro) en/of een hoeveelheid

meubilair (te weten een (aantal) stoel(en) en/of een salontafel en/of een side

tafel en/of een buffetkast) en/of een chinese vaas en/of een hoeveelheid

vleeswaren en/of een(2-tal) windbuks(en) en/of een hoeveelheid bier en/of

een hoeveelheid besteken/of een (aantal) schilderij(en) en/of een hoeveelheid

schepen en/of een hoeveelheid gereedschap en/of een aanhangwagen

(met kenteken [kenteken 1] ), in elkgeval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijnmededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen

onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 18 juni 2015 tot en met 1 oktober 2015 te

[plaats 3] , (althans) in het arrondissement Noord Nederland, een hoeveelheid

meubilair, te weten een (aantal) stoel(en) en/of een salontafel en/of een side

tafel en/of een buffetkast en/of een chinese vaas heeft verworven en/of

voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van deze goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten

vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goederen betrof;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 28 augustus 2015,

op diverse data en/of tijdstippen, te [plaats 4] , (althans) in de gemeente Bellingwedde,

(meermalen) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

pand/voormalig restaurant (te weten [naam 1] ) heeft weggenomen een

espresso machine en/of een klok en/of een beamer en/of een (aantal)

kassasyste(e)m(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking;

4.

primair

hij in of omstreeks de periode van 13 augustus 2015 tot en met 21 augustus

2015 te [plaats 5] , (althans) in de gemeente Bellingwedde, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 5] aldaar) heeft

weggenomen (onder meer) een (grote) hoeveelheid antiek en/of een (grote)

hoeveelheid sieraden en/of en/of een (aantal) schilderij(en) en/of een

hoeveelheid gereedschap en/of een (aantal) computer(s) (te weten Apple en/of

Nintendo) en/of een (grote) hoeveelheid (NFL) petten en/of een hoeveelheid

geluidsapparatuur, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot

de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

goederen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 13 augustus 2015 tot en met 19 november

2015 te [plaats 3] , (althans) in het arrondissement Noord Nederland, een goed

te weten een (zwarte) pet (met opschrift "NY") heeft verworven en/of

voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.

primair

hij in of omstreeks de periode van 12 september 2015 tot en met 22 september

2015 te [plaats 4] , (althans) in de gemeente Bellingwedde, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 6]

aldaar) heeft weggenomen een geluidsbox en/of een fotocamera en/of

(bijbehorende) lenzen (merk Nikon) en/of een harddrive en/of een boormachine

(merk Makita) en/of een decoupeerzaag (merk Bosch) en/of een bosmaaier

en/of een takkenzaag en/of een elektrische herenfiets, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte

en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben

verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 12 september 2015 tot en met 23 september

2015 te [plaats 3] , (althans) in het arrondissement Noord Nederland, een goed,

te weten een fotocamera en/of (bijbehorende) lenzen (merk Nikon) heeft

verworven en/of voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of

het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen

goed betrof;

6.

in de zaak met parketnummer 18/830026-16

hij op of omstreeks 28 juli 2015 te [plaats 3] , (althans) in de gemeente

Oldambt, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam

gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten

categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs

voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of

categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat 3] , als bestuurder een

motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

De rechtbank heeft ter bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis de onder de verschillende parketnummers aangebrachte feiten doorlopend genummerd. Verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 1, 2 primair, 3, 4 primair, 5 primair en 6 ten laste gelegde kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de feiten 1, 2 subsidiair, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Met betrekking tot de overige feiten heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte niet bij de diefstallen ten laste gelegd onder 2 primair, 3, 4 primair en 5 primair aanwezig is geweest. De verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] zijn onbetrouwbaar en de voorwerpen die zijn aangetroffen met DNA-materiaal van verdachte erop, kunnen in de betreffende panden zijn neergelegd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

De rechtbank volstaat ten aanzien van het onder 1 en 6 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

ten aanzien van feit 1

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 december 2016;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 22 mei 2015, opgenomen op pagina 74 e.v. van verdachtendossier [verdachte] inzake het onderzoek "Inbraken Ommelanden Oost", inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] ;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 29 oktober 2015, opgenomen op pagina 135 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] ;

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 5 november 2015, opgenomen op pagina 156 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 3]

ten aanzien van feit 2

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 5 juli 2015, opgenomen op pagina 164 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

Ik woon samen met mijn man [slachtoffer 3] aan de [adres 2] te [plaats 2] .

Op 18 juni 2015 hebben wij voornoemde woning verlaten. Wij hebben alle deuren afgesloten. Op 24 juni 2015 zijn wij teruggekomen. Wij zagen dat de schuurdeur op een kier stond. Wij vermoeden dat men de scharnieren eruit heeft gehaald en zo de deur eruit heeft gelift. In de schuur heeft mijn man een treinverzameling. De gehele verzameling is weggenomen. We missen meubels. Men heeft ingevroren vleeswaar weggenomen. In de hal zag mijn man dat er een tweetal windbuksen, niet op de plaats lagen. Ook deze twee wapens zijn weggenomen. Na onderzoek in onze keuken, moesten wij concluderen, dat er een hoop bestek was weggenomen. Men heeft schilderijen meegenomen. Verder heeft mijn man een oude schepen verzameling. Mijn man mist hiervan een aantal schepen. Er zijn geen braaksporen te zien. In een schuur buiten achter onze woning heeft men een aantal elektrische gereedschappen weggenomen, zoals een boormachine, schuurmachines en slijpmachines. Verder heeft men onze aanhangwagen weggenomen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 9 september 2015, opgenomen op pagina 786 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :

Ik ben ongeveer een maand geleden aan de [adres 2] in [plaats 2] geweest. Ik was toen samen met [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] . We waren in de groene [auto] van [verdachte] . We waren met vier jongens en toen we daar kwamen stonden alle deuren al open. Er is in deze woning drie keer ingebroken. Ik ben er twee keer geweest met [verdachte] . Ik weet 100 % zeker dat [verdachte] daar eerder had ingebroken. Dit heeft hij mij zelf verteld. [verdachte] vertelde dat er geld lag en dat er een verzameling treintjes lagen. Toen wij de tweede keer kwamen, had [verdachte] ook de sleutels van de woning bij zich. [verdachte] heeft toen 3 windbuksen meegenomen uit de woning. Ik had een beetje spuitbussen meegenomen en ander gereedschap. Ik had ook nog twee treintjes mee, een bouwpakketje en een hoedje. Er is ook een aanhanger meegenomen en een grastrekker. Er is ook een zaagtafel meegenomen. We hebben de hele koelkast en vriezer leeggehaald. [verdachte] zou alle spullen voor ons verkopen en uit de winst zouden we alle vier meedelen. We hebben behoorlijk huisgehouden in de woning. [verdachte] is verantwoordelijk voor het meenemen van de meeste spullen. We zouden de derde keer dat we inbraken in deze woning de treinen jatten maar toen we in de woning kwamen was de verzameling treinen weg.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 27 juni 2015, opgenomen op pagina 190 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige] :

Ik woon te [plaats 2] . Onze achterburen, de familie [slachtoffer 3] , wonen op [adres 2] 2. Als je bij ons de oprit verlaat en rechtsaf de [straat 1] oprijdt krijg je na ongeveer 800 meter rechts de [adres 2] . De [straat 1] is een onverharde weg langs de [straat 2] . Hier rijden zelden auto's. Op 22 juni 2015 vertelde mijn vriendin dat zij tussen 20:15 uur en 22:15 uur een auto met aanhangwagen over de [straat 1] langs onze woning heeft zien rijden en dat de auto rechtsaf richting [plaats 6] reed. Zij vertelde mij dat het een groene [auto] was en dat hij een bijzondere uitlaat geluid had. Omstreeks 22:45 uur die avond zagen wij dat dezelfde auto weer rechtsaf de [straat 1] opreed. Dit gebeurde vrij snel. Dit keer had de auto geen aanhangwagen. De auto was een donkergroene [auto] . Op 23 juni 2015 tussen 07:45 uur en 08:00 uur zagen wij weer dezelfde groene [auto] met behoorlijke snelheid over de [straat 1] langs rijden. Ik zag dat de auto weer rechtsaf richting [plaats 6] reed. Toen de auto langs reed zag ik een blanke man achter het stuur zitten. Ik zag dat naast de bestuurder een aantal stoelpoten omhoog staken en dat de auto verder vol met spullen lag. Op 24 juli 2015 hoorde ik van mijn achterbuurman dat er bij hem was ingebroken. Mijn vrouw en ik zagen toen weer de eerder genoemde [auto] rijden. De bestuurder van de [auto] ging na mijn huis weer rechtsaf de [straat 1] op en hield iets voorbij de woning stil. Het kenteken van de auto was [kenteken 2] .

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 16 juli 2015, opgenomen op pagina 196 van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Vandaag, 16 juli 2015, belde [verdachte] met het bureau te Stadskanaal. Hij had vragen over het inbeslaggenomen voertuig met kenteken [kenteken 2] . Hij vertelde dat dit zijn voertuig was.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 2 december 2015 (in vraag/antwoord vorm), opgenomen op pagina 851 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 4] :

V: Tijdens de zoeking in jouw woning gaf je aan dat je meer wist over de treinen. Je vertelde ook dat de treinen waren gebracht door [verdachte] . Klopt het dat je tijdens de zoeking met ons hebt gesproken over de treinen?

A: Ja dat erken ik.

V: We laten je een foto zien van een koperen set die kan worden gebruikt bij het schoonmaken van bijvoorbeeld een open haard. We hebben deze foto gemaakt tijdens de zoeking bij jou in de woning. Deze set is herkend door de slachtoffers van de inbraak waar we het nu over hebben.

A: Het klopt dat dit ding bij mij in de woning stond. Deze heeft [verdachte] gebracht samen met de bugel.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 6 oktober 2015, opgenomen op pagina 198 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisanten:

Op 9 september 2015 werd door ons gehoord: [medeverdachte 1] . Tijdens het verhoor vertelde [medeverdachte 1] een verhaal over gestolen meubels, welke afkomstig waren van een woninginbraak in [plaats 2] , waar ook een verzameling treinen weggenomen waren. Dit betreft de woninginbraak aan de [adres 2] 2 te [plaats 3] . Bij deze inbraak werd een groot aantal goederen weggenomen, waaronder meubels.

Wij hoorden [medeverdachte 1] verklaren in woorden van soortgelijke strekking:

"De meubels zijn door [verdachte] meegenomen naar zijn eigen huis in [woonplaats] . De meubels zijn daar overgeverfd en er zijn nog beschadigingen gemaakt aan de meubels om de diefstal te verdoezelen. Volgens mij gaat het om een kast, stoelen en een tafel. Bij deze inbraak zijn ook veel dure treintjes meegenomen. We hebben hier heel veel spullen weggehaald."

Op 1 oktober 2015 werden diverse meubels aangetroffen in de woning van de vriendin van [verdachte] , wonende aan de [adres 3] te [plaats 3] , zijnde [naam 2] . [naam 2] gaf in een verklaring op 1 oktober 2015 aan dat [verdachte] recent meubels had meegenomen naar haar woning. Na onderzoek en confrontatie werden de buffetkast alsmede vier stoelen door aangeefster [slachtoffer 2] herkend als zijnde haar eigendom.

Op 28 september 2015 werd door ons gesproken met twee personen, die absoluut anoniem wilden blijven. Dit uit angst voor represailles. Deze twee personen verklaarden ons dat [verdachte] in de zomer van 2015 met een aanhanger vol gestolen goederen bij hen was geweest in de woning. [verdachte] wilde de gestolen goederen verkopen aan deze twee mensen. Beide personen gaven aan dat [verdachte] had verteld dat hij meubels afkomstig van een woninginbraak had geverfd en dat deze bij hem in de woning aan de [adres 3] te [plaats 3] stonden. [verdachte] had tevens verteld dat men bewust beschadigingen had gemaakt aan de meubels om zo de herkenning te bemoeilijken.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 1 oktober 2015, opgenomen op pagina 200 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisanten:

Op 1 oktober 2015 toonden wij de heer en mevrouw [slachtoffer 2] een zestal door ons genummerde foto's met daarop zichtbaar enkele meubels. De foto's zijn eerder door de politie op 30 september 2015 gemaakt in de woning, gelegen [adres 3] te [plaats 3] . Van de heer en mevrouw [slachtoffer 2] kregen wij de volgende reacties op de door ons getoonde foto's:

Foto 1: Wij herkennen de buffetkast op deze foto als onze buffetkast.

Foto 2: Wij herkennen de stoel op de foto als onze eetkamerstoel. Bij ons zijn er zes uit de woning weggenomen, maar wij hebben van u begrepen, dat er dus vier zijn aangetroffen.

Foto 3: Wij herkennen de salontafel als onze salontafel.

Foto 4: Wij herkennen de sitetabel als onze sitetabel.

De getoonde goederen op foto 1 tot en met 4 herkennen wij voor de volle 100 procent als onze meubelen.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 4 november 2015, opgenomen op pagina 254 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op 30 september 2015 zijn er in een woning aan de [adres 3] te [plaats 3] foto's genomen van goederen. [naam 2] staat ingeschreven op het adres. [naam 2] is de ex-vriendin van [verdachte] , hij verblijft daar nog altijd. Collega's hebben in de woning foto's gemaakt van een Chinese vaas. Ik heb per mail een foto gestuurd met de afbeelding van de vaas aan mevrouw [slachtoffer 3] . Mevrouw [slachtoffer 3] liet mij weten dat de vaas inderdaad haar vaas betrof.

ten aanzien van feit 3

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 10 juli 2015, opgenomen op pagina 345 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4] :

Ik ben eigenaar van voormalig restaurant en woning " [naam 1] " aan de [adres 4] te [plaats 4] . Het pand is ongeveer 1,5 maand geleden afgesloten. Ik werd 9 juli 2015 gebeld dat men had ingebroken in het pand. Ik heb gezien dat de volgende goederen zijn weggenomen: grote espresso machine, keramiek deksel van een oud bierpomp, antieke klok, beamer en koperen melkkan. Verder is het slot aan de buitenzijde van het restaurant, waar men toegang heeft tot de kelderruimte van het restaurant, weggenomen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 6 augustus 2015, opgenomen op pagina 347 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [vader slachtoffer 4] :

Ik doe aangifte van inbraak. Het weggenomene behoort [slachtoffer 4] geheel in eigendom toe. Mijn zoon is op 27 juli 2015 nog bij het pand aan de [adres 4] te [plaats 4] geweest, maar heeft niets opgemerkt. Vandaag, 28 juli 2015 kwam ik bij het pand. Ik zag dat de dader of daders uit het pand de kassa hadden meegenomen, althans een gedeelte ervan. In het kantoor voor in het pand zag ik de geldla liggen. Ook zag ik dat een klok was verdwenen. De sluiting van het bovenlicht in het raam van de woonkamer was verbroken. Kennelijk hebben de daders het pand via dit bovenlicht betreden. Door de politie werd mij gevraagd of de peuk in de asbak mij bekend voor kwam. Ik weet dat er bij de laatste keer dat ik in het pand was, geen peuken in de asbakken lagen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 9 september 2015 (in vraag/antwoord vorm), opgenomen op pagina 786 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :

V: Je gaf aan dat je had ingebroken in een bedrijf genaamd [naam 1] . Verklaar eens nader?

A: Via een raampje is [verdachte] naar binnen geklommen. Er zat een woning vast aan het restaurant. Een uitzetraam werd geforceerd door [verdachte] . [verdachte] heeft toen een deur voor mij open gezet. [verdachte] vroeg aan mij of ik de kassa's wilde klaarzetten om mee te nemen. Ook een doos met koffiebonen is door ons meegenomen. We hebben ook nog kleding om je te verkleden meegenomen. Er zijn ook maglites meegenomen. Ik schat dat het twee maanden geleden is geweest.

V: Je zegt net dat [verdachte] er vaker is geweest?

A: Ja, [verdachte] vertelde mij dat toen ook een groot koffieapparaat is meegenomen. Er is toen ook veel drank gestolen door [verdachte] . We zijn naar [verdachte] zijn huis gereden om de spullen weg te brengen. Daar bleek in de kassa's niks te zitten.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal identificatie n.a.v. DNA-sporen van Politie Noord-Nederland d.d. 9 september 2015 met bijlagen, opgenomen op pagina 358 van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Uit het door het Nederlands Forensisch Instituut ingesteld vergelijkend onderzoek bleek dat het hieronder genoemde spoor is geïdentificeerd op het DNA-profiel van verdachte [verdachte] .

Plaats delict : [adres 4] , [plaats 4]

Spooromschrijving : peuk

SIN : AAHS9773NL

Bij dit proces-verbaal wordt het volgende gevoegd:

- het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, 4 september 2015, 2015.08.25.142/A.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 2 december 2015 (in vraag/antwoord vorm), opgenomen op pagina 851 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 4] :

V: Op 9 juli 2015 is er ingebroken in [plaats 4] aan de [adres 4] . Bij deze inbraak werd onder andere een koffiezetapparaat weggenomen. Dit apparaat werd aangetroffen bij jou in de garage. Wat kun je daarover verklaren?

A: Ik blijf erbij dat [verdachte] deze heeft gebracht. Dit was deze zomer.

ten aanzien van feit 4

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 28 augustus 2015, opgenomen op pagina 394 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5] :

Op 13 augustus 2015 heb ik mijn woning aan de [adres 5] te [plaats 5] afgesloten en ging ik op vakantie. Ik sluit de woning altijd zo af dat alle deuren op slot zitten. Ook had ik alle ramen dicht en op slot gedaan. Op 21 augustus 2015 werd ik gebeld door de politie met de mededeling dat er was ingebroken in de woning. Hierbij werden de goederen, zoals genoemd op de bijlage goederen, weggenomen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal sporenonderzoek van Politie Noord-Nederland d.d. 23 augustus 2015, opgenomen op pagina 442 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op 22 augustus 2015 werd door mij een forensisch onderzoek naar sporen verricht in een woning aan de [adres 5] te [plaats 5] . Het badkamerraam op de begane grond was vernield. In de bijkeuken, tevens washok, zag ik op de vloer drie verpakkingen van ijsjes. De ijsjes zijn vermoedelijk door de dader(s) genuttigd. Op de vloer in de hal lag een stokje van een ijsje. Door mij werd het stokje voor nader onderzoek veiliggesteld en voorzien van SIN AAII2086NL.

3. Een schriftelijk stuk, te weten een Forensisch DNA rapport d.d. 26 oktober 2015, opgenomen op pagina 479 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende:

AAII2086NL#BC01 bemonstering ijsstokje

Van het celmateriaal is een volledig DNA-profiel verkregen van een man. Dit DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] . Het celmateriaal bevat dus DNA dat afkomstig kan zijn van [verdachte] . De berekende frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Dit betekent dat de kans, dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel kleiner is dan één op één miljard.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 19 november 2015, opgenomen op pagina 502 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Tijdens een verdachtenverhoor heeft [verdachte] aangegeven dat er in zijn woning een zwarte pet met het logo van de Yankees ligt. Deze pet zou afkomstig zijn van een woninginbraak te [plaats 5] . Ik heb mevrouw [slachtoffer 5] een foto van de pet gemaild. Zij verklaarde dat de pet inderdaad weggenomen was tijdens de inbraak in haar woning.

ten aanzien van feit 5

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 28 september 2015, opgenomen op pagina 607 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 6] :

Ik woon samen met mijn vrouw aan de [adres 6] in [plaats 4] . Het erf is afgesloten middels een toegangshek. Op 12 september 2015 zijn we op vakantie gegaan. Ik heb alle buitendeuren op slot gedaan en ik heb de ramen gesloten. Op 23 september 2015 werd ik gebeld door de politie. Er was ingebroken in onze woning. De daders zijn binnengekomen via het keukenraam. Daar zit erg veel braakschade op het kozijn. Uit de hal is een fototas weggenomen. Hierin zit een Nikon D90 camera met een kleine zoomlens en een grote 70-300 lens van Nikon. U toont mij een fototas, camera en lenzen die de politie heeft aangetroffen. Ik herken deze als mijn eigendom. U toont mij foto's van goederen die aangetroffen zijn in een auto. Dit waren foto's van een elektrische herenfiets, bosmaaier, takkenzaag, Makita boormachine en een Bosch decoupeerzaag. Deze spullen zijn van mij.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Nood-Nederland d.d. 28 september 2015, opgenomen op pagina 603 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisanten:

Op 23 september 2015 werd door ons een bezoek gebracht aan [verdachte] , verblijvende op het adres [adres 3] te [plaats 3] . Ik, verbalisant, zag op de bank een fototas liggen. Ik zag in de fototas een nagenoeg nieuwe digitale spiegelreflexcamera liggen van het merk Nikon, type D90. Ook zag ik dat er een tweede grote lens in de tas zat. Na onderzoek bleek dat bovengenoemde spiegelreflexcamera en fototas en lens 70-300 mm waren weggenomen bij de inbraak aan de [adres 6] te [plaats 4] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 11 oktober 2015 (in vraag/antwoord vorm), opgenomen op pagina 36 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

V: We lezen je een aangifte voor ter zake een forse inbraak in een woning in [plaats 4] , [adres 6] . Deze inbraak is gepleegd tussen 12 september en 23 september 2015.

A: Deze inbraak heb ik gepleegd met [naam 5] en [medeverdachte 1] heeft de woning opengebroken en was er al eerder geweest. [medeverdachte 1] had het erover dat hij een raam eruit had gegooid. Ik heb een camera van het merk Nikon, 1 geluidsbox, kabels en een harddrive.

ten aanzien van feit 6

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 december 2016;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 30 november 2015, opgenomen op pagina 11 en 12 van het dossier met nummer PL0100-2015219341 d.d. 24 november 2015, inhoudende de relatering van verbalisanten.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Op grond van bovenvermelde bewijsmiddelen met betrekking tot feit 2 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich, samen met anderen, heeft schuldig gemaakt aan diefstal uit de woning aan de [adres 2] te [plaats 2] , gepleegd op meerdere momenten in de periode van 18 juni 2015 tot en met 24 juni 2015. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] , nu hij met die verklaring ook zichzelf belast. Bovendien is de auto van verdachte, die volgens de verklaring van [medeverdachte 1] bij de diefstal zou zijn gebruikt door verdachte, ook meerdere malen ter plaatse door getuigen gezien en heeft verdachte over een groot aantal bij deze diefstal weggenomen goederen de beschikking gehad.

De ten laste gelegde braak kan niet bewezen worden, omdat niet gebleken is dat bij het betreden van de woning braakschade is toegebracht. Nu meerdere malen door verschillende (groepen) personen goederen uit deze woning zijn weggenomen, kan niet exact worden vastgesteld welke goederen door verdachte zijn weggenomen. Om deze reden zal de rechtbank bewezen verklaren dat verdachte enig goed heeft weggenomen.

Op grond van bovenvermelde bewijsmiddelen met betrekking tot feit 3 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 1 juni 2015 tot en met 28 juli 2015 tweemaal - eenmaal alleen en eenmaal in vereniging met een ander, te weten medeverdachte [medeverdachte 1] - schuldig heeft gemaakt aan een inbraak te [plaats 4] in het voormalig restaurant [naam 1] . Ook wat dit feit betreft acht de rechtbank de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] betrouwbaar, temeer nu deze verklaring over de betrokkenheid van verdachte bij deze inbraken wordt ondersteund door de bij de tweede inbraak aangetroffen sigarettenpeuk met daarop DNA-materiaal van verdachte en de omstandigheid dat de bij de eerste inbraak buitgemaakte espressomachine door verdachte is afgeleverd bij [medeverdachte 4] .

Op grond van bovenvermelde bewijsmiddelen met betrekking tot feit 4 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de inbraak in de woning aan de [adres 5] te [plaats 5] heeft gepleegd. De verklaring van verdachte dat iemand anders het ijsstokje in de woning heeft gelegd, acht de rechtbank ongeloofwaardig, mede gezien het feit dat in de woning op de vloer ijsverpakkingen zijn aangetroffen, op grond waarvan aannemelijk is dat tijdens de inbraak ijsjes zijn genuttigd. De betrokkenheid van verdachte bij deze inbraak wordt verder ondersteund door de omstandigheid dat verdachte een uit de woning weggenomen pet in zijn bezit had.

Op grond van bovenvermelde bewijsmiddelen met betrekking tot feit 5 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de inbraak in de woning aan de [adres 6] te [plaats 4] . Hoewel verdachte ter terechtzitting (enigszins) anders heeft verklaard, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan zijn verklaring zoals hij die heeft afgelegd bij de politie te twijfelen. De rechtbank zal dan ook van die bekennende verklaring uitgaan.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2 primair, 3, 4 primair, 5 primair en 6 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 19 mei 2015 tot en met 20 mei 2015 te [plaats 1] ,

tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [plaats 7] aldaar, heeft weggenomen onder meer een fiets (merk Gazelle) en een grasmaaier (merk Efco Motor) en een televisie (merk Samsung) en een zaagmachine (merk Bosch) en een versterker (merk JVC) en een tuner (merk JVC), toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

2.

primair

hij in de periode van 18 juni 2015 tot en met 24 juni 2015, op diverse data en/of tijdstippen, te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 2] aldaar heeft weggenomen enig goed, toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ;

3.

hij in de periode van 1 juni 2015 tot en met 9 juli 2015 te [plaats 4] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand/voormalig restaurant (te weten " [naam 1] ") heeft weggenomen een espresso machine en een klok en een beamer, toebehorende aan [slachtoffer 4] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

en

hij in de periode van 27 juli 2015 tot en met 28 juli 2015 te [plaats 4] , tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand/voormalig restaurant (te weten " [naam 1] ") heeft weggenomen een kassa, toebehorende aan [slachtoffer 4] , waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

4.

primair

hij in de periode van 13 augustus 2015 tot en met 21 augustus 2015 te [plaats 5] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 5] aldaar, heeft weggenomen (onder meer) een grote hoeveelheid antiek en een grote

hoeveelheid sieraden en een aantal schilderijen en een hoeveelheid gereedschap en een aantal computers (te weten Apple en Nintendo) en een grote hoeveelheid NFL petten en een hoeveelheid geluidsapparatuur, toebehorende aan [slachtoffer 5] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

5.

primair

hij in de periode van 12 september 2015 tot en met 22 september 2015 te [plaats 4] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 6] aldaar, heeft weggenomen een geluidsbox en een fotocamera en (bijbehorende) lenzen (merk Nikon) en een harddrive en een boormachine (merk Makita) en een decoupeerzaag (merk Bosch) en een bosmaaier en een takkenzaag en een elektrische herenfiets, toebehorende aan [slachtoffer 6] , waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming;

6.

parketnummer 18/830026-16

hij op 28 juli 2015 te [plaats 7] , terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de [straat 3] , als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie heeft bestuurd.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

in de zaak met parketnummer 18/830278-15

1. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2. primair diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

3. diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

4. primair diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

5. primair diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming;

in de zaak met parketnummer 18/830026-16

6. overtreding van artikel 9, lid 2, van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair, 3,

4 primair, 5 primair en 6 ten laste gelegde, alsmede de ad informandum gevoegde feiten, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest, eventueel in combinatie met een taakstraf. Daarnaast kan een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd als stok achter de deur met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht voor de duur van maximaal drie jaar.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de door verdachte erkende ad informandum gevoegde feiten, zoals deze op de vordering nadere omschrijving tenlastelegging en de dagvaarding met parketnummer 18/830026-16 zijn vermeld en welke feiten hiermee zijn afgedaan.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een periode van ongeveer vier maanden, al dan niet met anderen, schuldig gemaakt aan zeven inbraken, waarvan drie in een woning, een poging tot een woninginbraak, een diefstal uit een woning en overtreding van artikel 9 van de Wegenverkeerswet 1994. Inbraken betreffen ernstige strafbare feiten, die niet alleen materiële schade veroorzaken, maar ook leiden tot gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Verdachte heeft zich hier niet om bekommerd en heeft blijkbaar alleen aan zijn eigen belang gedacht. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

Verdachte is twee keer eerder veroordeeld voor vermogensdelicten, een keer in 2007 en meer recent in augustus 2015.

In het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis is verdachte aangesloten op Elektronische Controle (EC). Uit het reclasseringsrapport komt naar voren dat de geplande dagbesteding tijdens de schorsing niet van de grond is gekomen als gevolg van ziekte van de beoogde werkgever. Verdachte heeft zich in plaats daarvan met name beziggehouden met zijn kinderen. Volgens de reclassering zijn er op het gebied van financiën en dagbesteding mogelijk problemen die aandacht behoeven. Gelet op de ontkennende houding van verdachte is de noodzaak van beïnvloeding van deze mogelijke criminogene factoren voor de reclassering echter niet vast te stellen en onthoudt zij zich van strafadvies.

Mede gelet op de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS is de rechtbank van oordeel dat de reeks feiten en de ernst daarvan zonder meer een forse gevangenisstraf rechtvaardigen. Dit geldt temeer nu verdachte ter terechtzitting veel van de feiten is blijven ontkennen en geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Van omstandigheden die aanleiding geven om, zoals door de verdediging is bepleit, een voorwaardelijk strafdeel op te leggen, is niet gebleken. Al met al acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf passend en geboden en deze zal zij dan ook aan verdachte opleggen.

Benadeelde partij

[slachtoffer 5] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 4 primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 19.147,00 aan materiële schade en een bedrag van € 750,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de hoofdelijkheidsclausule. Voor het overige moet de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de benadeelde partij in de vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard, voor zover deze vordering betrekking heeft op vergoeding van de materiële schade. Met betrekking tot de immateriële schade heeft de raadsman zich, onder verwijzing naar het standpunt hieromtrent van de officier van justitie, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Nu door de verdediging niet is betwist dat de benadeelde partij als gevolg van het onder

4 primair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden tot een bedrag van € 750,00, zal dit deel van de immateriële schade worden toegewezen, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente. Met betrekking tot het overige deel van de gevorderde immateriële schade en de materiële schade beschikt de rechtbank over onvoldoende informatie om de hoogte daarvan te kunnen beoordelen. De rechtbank zal echter niet overgaan tot schorsing van het onderzoek om de hoogte van die schade alsnog te doen aantonen. Dit zal namelijk leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in dit deel van de vordering. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1, 2 primair, 3, 4 primair, 5 primair en 6 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

ten aanzien van het onder 4 primair bewezen verklaarde

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 750,00 (zegge: zevenhonderd vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2015.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] voor het overige in haar vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 5] , te betalen een bedrag van € 750,00 (zegge: zevenhonderd vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Haisma, voorzitter, mr. L.W. Janssen en mr. J.V. Nolta, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 december 2016.