Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:5632

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
25-10-2016
Datum publicatie
22-12-2016
Zaaknummer
16/421 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Schuldsaneringszaak

uitzondering 10 jaarstermijn

wegens vertraging rechtbank bij eindzitting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

Insolventienummer:C/17/16/421 R

Nummer verklaring: CDS1600615716

Vonnis van 25 oktober 2016

van de rechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige handelskamer,

[saniet] ,

wonende aan de [adres]

te [woonplaats] ,

hierna aangeduid als [saniet] .

1 Procesverloop

1.1.

[saniet] heeft op 25 juli 2016 een verzoek gedaan tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De partner van [saniet] , [naam partner] heeft bij afzonderlijk verzoek hetzelfde verzocht. Op het verzoek van [naam partner] (hierna: [naam partner] ) zal de rechtbank bij afzonderlijk vonnis beslissen. De rechtbank heeft het verzoek mondeling behandeld ter terechtzitting van 27 september 2016. Ter terechtzitting zijn verzoekers verschenen, vergezeld door hun beschermingsbewindvoerder de heer B. Bakker (hierna: de beschermingsbewindvoerder). De beschermingsbewindvoerder heeft op 14 september 2016 een aanvullende verklaring ingediend op het verzoek.

1.2.

De beschermingsbewindvoerder heeft – kort samengevat – aangegeven dat [saniet] op 18 december 2003 eerder is toegelaten tot de schuldsanering. De beschermingsbewindvoerder heeft bepleit [saniet] bij wijze van uitzondering wederom toe te laten. De verplichtingen uit hoofde van de schuldsaneringsregeling gelden van rechtswege drie jaren, waardoor de regeling volgens de beschermingsbewindvoerder in materiële zin op 18 december 2006 is geëindigd. Het bevreemdt de beschermingsbewindvoerder dat er tussen het vonnis waarin de schone lei is verleend (op 26 april 2007) en de formele beëindiging zoveel tijd is verstreken. Als ervan wordt uitgegaan dat de regeling pas per 1 november 2007 is geëindigd (de datum waarop de slotuitdelingslijst verbindend is geworden) wordt [saniet] er de dupe van als de 10 jaarstermijn vanaf die datum wordt gerekend, in plaats van bijvoorbeeld vanaf 18 december 2006, waarvoor volgens de beschermingsbewindvoerder wat te zeggen is. Volgens de beschermingsbewindvoerder is er wederom een problematische schuldensituatie ontstaan, wegens een gokverslaving van [saniet] , welke verslaving inmiddels onder controle is. Ook is er volgens de bewindvoerder sprake van fraudevorderingen, waarvoor [saniet] op 21 september 2016 moest voorkomen. [naam partner] heeft volgens de bewindvoerder geen rol gespeeld bij deze kwesties. In verband met de fraudevorderingen is er aan de schuldeisers geen minnelijk aanbod gedaan. Volgens de beschermingsbewindvoerder is er op dit moment sprake van een stabiele situatie, er is met name in het leven van [saniet] sprake van een keer ten goede op grond waarvan de rechtbank verzocht wordt de hardheidsclausule toe te passen.

1.3.

Tenslotte is vonnis bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.2.

Artikel 288 lid 2 Fw kent ten aanzien van een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, een viertal weigeringsgronden. De weigeringsgrond onder lid 2 sub d van dit artikel heeft als uitgangspunt dat de schuldenaar op wie in de tien jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling is ingediend de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, in beginsel de toegang tot de schuldsaneringsregeling wordt ontzegd, tenzij de eerdere schuldsanering is beëindigd omdat de schuldenaar de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkte had voldaan, hij weer kon voortgaan met betalen dan wel omdat hij bovenmatige schulden had doen of laten ontstaan om redenen die hem niet waren toe te rekenen.

2.3.

Uit de stukken en hetgeen ter terechtzitting besproken is, blijkt dat ten aanzien van [saniet] eerder de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, nu hij op

18 december 2003 tot de wettelijke schuldsaneringsregeling is toegelaten, welke regeling met een schone lei is geëindigd bij vonnis van 26 april 2007. De slotuitdelingslijst is per

1 november 2007 verbindend geworden. De rechtbank overweegt dat verzoeker in beginsel de toegang tot de schuldsaneringsregeling zou moeten worden ontzegd nu zijn verzoek is ingediend binnen de 10 jaarstermijn als bedoeld in artikel 288 lid 2 Fw. Wat [naam partner] betreft doet zich dit beletsel niet voor nu op haar de regeling niet eerder van toepassing is geweest.

2.4.

De rechtbank ziet aanleiding in dit geval een uitzondering te maken. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank overweegt dat krachtens vaste jurisprudentie (HR 24 februari 2012, LJN BV0890, RvdW 2012, 349) de schuldsaneringsregeling een formeel einde kent via het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. Een schuldsaneringsregeling kent daarnaast ook een beëindiging in materieel opzicht, welke in beginsel gekoppeld is aan het verstrijken van de wettelijke looptijd van drie jaar. De rechtbank merkt op dat er vanaf het materiële beëindigingsmoment (18 december 2006) en het formele beëindigingsmoment (1 november 2007) van de eerdere schuldsaneringsregeling een jaar is verstreken. Wat er verder ook zij van dit tijdsverloop, de rechtbank is van oordeel dat het dralen van de rechtbank om een eindzitting te plannen en tot het deponeren van een uitdelingslijst te komen, in dit geval niet voor rekening van verzoeker moet komen. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank het beletsel als genoemd in overweging 2.3. bij hoge uitzondering buiten toepassing verklaren. Dit leidt tot het oordeel dat verzoeker kan worden ontvangen in zijn WSNP verzoek en dat de rechtbank daarop thans inhoudelijk zal beslissen.

2.5.

Wat de schulden van verzoeker betreft, leidt de rechtbank uit de verklaringen van verzoeker en de beschermingsbewindvoerder af dat bepaalde schulden in verband staan met door verzoeker gepleegde fraude. Op grond van de verklaringen van verzoeker stelt de rechtbank vast dat daarbij psychische problematiek gecombineerd met een gokverslaving een belangrijke rol hebben gespeeld. De rechtbank neemt in aanmerking dat verzoeker hulp heeft gezocht voor deze problematiek bij het GGZ en bij VNN. Volgens verzoeker is de onderliggende gokproblematiek nu een jaar onder controle. Er zijn op dit moment nog gesprekken met VNN gaande en uit de brief van 18 februari 2016 van deze instantie maakt de rechtbank op dat de gesprekken zich slechts nog richten op terugvalpreventie. De rechtbank overweegt dat de ter terechtzitting besproken schulden op zich als niet te goeder trouw zijn te kwalificeren, maar toch staan zij, gelet op alle omstandigheden, niet aan toelating in de weg. Toepassing van deze hardheidsclausule maakt dat de rechtbank daaraan voorbij zal gaan. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij met de hulp van de beschermingsbewindvoerder de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen.

3 De beslissing

De rechtbank:

­ spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[saniet] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende aan de

[adres] te [woonplaats] ;

­ benoemt tot rechter-commissaris mr. H.H. Kielman en tot bewindvoerder A.T. Bosma, Greate Buorren 16, 9263 PM Garyp;

­ geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven gedurende 13 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Idzenga, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 oktober 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.