Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:5168

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
03-10-2016
Datum publicatie
23-11-2016
Zaaknummer
541-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Schadevergoedingsuitspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft op 31 oktober 2016 een verzoek tot toekenning van een schadevergoeding op basis van het bepaalde in artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering deels toegewezen. De inhoudelijke strafzaak tegen verdachte was geëindigd door een sepot. De door de raadsvrouw verzochte kosten voor het kunnen bijwonen van het verhoor van verdachte op het politiebureau, bestaande uit reiskosten voor verdachte, reiskosten voor de raadsvrouw en reistijd van de raadsvrouw zijn afgewezen, omdat deze naar billijkheid niet voor vergoeding in aanmerking komen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 591a, geldigheid: 2014-04-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

rekestnummer 541/16

beschikking van de enkelvoudige raadkamer d.d. 31 oktober 2016 op het verzoekschrift ex artikel 591(a) van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[verzoeker]

geboren op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] ,

advocaat: mr. E.M. Bakx.

1.1. Procesverloop

Het verzoek strekt tot vergoeding van de kosten die door verzoekster zijn gemaakt ten gevolge van de tegen verzoekster gevoerde strafzaak, tot een bedrag van € 1.382,61, te vermeerderen met de kosten van het verzoekschrift. Dit verzoek is op 19 september 2016 behandeld in raadkamer. De advocaat van verzoekster is verschenen.

1.2. Het standpunt van verzoekster

Verzoekster heeft op grond van het bepaalde in artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) vergoeding van kosten gevraagd in verband met het feit dat de tegen haar gevoerde strafzaak is geëindigd door een sepot. Deze kosten hebben betrekking op:

  • -

    de door verzoekster gemaakte reiskosten (gereden kilometers) voor het kunnen bijwonen van haar verhoor op het politiebureau;

  • -

    de door de raadsvrouw gemaakte reiskosten (gereden kilometers) voor het kunnen bijwonen van het verhoor van verzoekster op het politiebureau (ter zitting heeft de raadsvrouw aangeven dat deze reiskosten niet apart zijn opgenomen in de declaratie, maar dat deze kosten zijn verdisconteerd in de aan verzoekster gedeclareerde post reistijd);

  • -

    het honorarium van de raadsvrouw, waaronder de door de raadsvrouw gemaakte kosten ten aanzien van reistijd, in verband met het reizen naar het politiebureau voor het bijwonen van het verhoor van verzoekster;

  • -

    kosten voor indiening van het verzoekschrift.

1.3. Het standpunt van de officier van justitie

 De door verzoekster gemaakte reiskosten voor het kunnen bijwonen van het verhoor op het politiebureau komen niet voor vergoeding in aanmerking gelet op vaste jurisprudentie (ECLI:NL:GHARN:2008:BG1697 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2008:BG1697)).

 De door de raadsvrouw gemaakte reiskosten (gereden kilometers) voor het kunnen bijwonen van het verhoor op het politiebureau komen voor vergoeding in aanmerking, voor zover deze kosten daadwerkelijk ten laste van verzoekster zijn gebracht, dan wel aan haar zijn gedeclareerd.

Nu uit de bij het verzoekschrift gevoegde declaratiespecificatie blijkt dat deze post niet ten laste van verzoekster is gebracht, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

  • -

    De door de raadsvrouw gemaakte kosten in verband met reistijd komen niet voor vergoeding in aanmerking. Voor vergoeding komen in aanmerking die kosten die in rechtstreeks verband staan met de strafzaak. Uit de declaratiespecificatie blijkt dat zowel de reistijd van de raadsvrouw naar het politiebureau in rekening is gebracht als de tijd die zij aanwezig is geweest bij het politieverhoor. Het aanwezig zijn tijdens een politieverhoor valt onder het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de strafzaak, zodat deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen. Dit geldt niet voor de reistijd naar het politiebureau. Reistijd betreft geen tijd die is besteed aan werkzaamheden voor de strafzaak. Verwezen wordt naar een uitspraak van de rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2015:5259).

  • -

    Voor wat betreft de overige door de raadsvrouw gedeclareerde kosten en de kosten voor de indiening van het verzoekschrift is het verzoek voldoende onderbouwd, zodat het verzoek met betrekking tot deze kosten kan worden toegewezen.

2 Motivering

2.1.

Bij de behandeling is de rechtbank gebleken dat verzoekster kosten heeft gemaakt in de tegen haar gevoerde strafzaak die is geëindigd door een sepot. Op grond van het bepaalde in artikel 591a Sv kan verzoekster derhalve in aanmerking komen voor een vergoeding voor haar ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten alsmede de kosten van haar raadsvrouw.

2.2.

Ten aanzien van de reiskosten van verzoekster, gemaakt voor het kunnen bijwonen van het verhoor op het politiebureau, is de rechtbank van oordeel dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komt, gelet op de tekst van artikel 591a, lid 1 Sv: "(…) wordt aan de gewezen verdachte (…) een vergoeding toegekend voor zijn ten behoeve van het onderzoek en de behandeling der zaak gemaakte reis- en verblijfkosten (…)". Met 'het onderzoek' en 'de behandeling der zaak' wordt bedoeld het door de rechter ingestelde onderzoek en de door de rechter gehouden behandeling van de zaak. In de toelichting op artikel 591a Sv is in T&C vermeld: "Het artikel geeft een voorziening ter zake van door de gewezen verdachte zelf gemaakte reis- en verblijfkosten (…), geleden door het GVO en de behandeling van de zaak ter terechtzitting (…) Het hof Arnhem besliste in gelijke zin (ECLI:NL:GHARN:2008:BG1697 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2008:BG1697)). Het hof wees de door appellant gemaakte reiskosten toe, die in verband stonden met het reizen naar de rechtbank voor getuigenverhoren en de behandeling ter terechtzitting. Het hof overwoog dat op grond van de artikelen 591 en 591a Sv niet voor vergoeding in aanmerking komen de reiskosten voor de bezoeken aan het politiebureau en voor de besprekingen met de raadsvrouw.

2.3.

Onder 'kosten van de raadsman' als bedoeld in artikel 591a, lid 2 Sv, vallen volgens vaste jurisprudentie (onder meer Hoge Raad 24 mei 1966, NJ 1966, 443) de kosten voor verrichtingen van de raadsman, gedurende het gehele strafproces, derhalve ook de kosten die gemaakt zijn in de opsporingsfase. Ten aanzien van de reiskosten (gereden kilometers) en kosten ter zake reistijd van de raadsvrouw, gemaakt voor het kunnen bijwonen van het verhoor op het politiebureau, is de rechtbank van oordeel dat deze niet kunnen worden beschouwd als kosten 'voor verrichtingen van de raadsman'. Bedoelde reiskosten komen slechts voor vergoeding in aanmerking indien deze zijn gemaakt in het kader van de behandeling van de strafzaak.

Hieronder vallen het door de rechter ingestelde onderzoek en de door de rechter gehouden behandeling van de zaak ter zitting. Een voorziening hiervoor is getroffen in de LOVS afspraken (opgenomen in de gepubliceerde Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken, juli 2016), waarin wordt bepaald dat de kosten ten aanzien van reizen en reistijd in aanmerking komen voor vergoeding, voor zover deze zijn gemaakt in het kader van de behandeling van strafzaken. Onder het kopje 'Art. 591a Sv vergoeding reistijd/-kosten en wachttijd raadsman behandeling strafzaak' is bepaald: "De declaraties van advocaten ten aanzien van reiskosten, reistijd en wachttijd gemaakt in het kader van de behandeling van strafzaken die zonder oplegging van straf of maatregel zijn geëindigd, worden, tenzij deze onredelijk hoog voorkomen - integraal vergoed."

2.4.

Overigens geldt dat de raadsvrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar reiskosten (gereden kilometers) ten laste van verzoekster zijn gebracht, zodat niet gesproken kan worden van 'kosten van de raadsman' in de zin van artikel 591a Sv. De gemaakte kosten komen ook al op die grond niet voor vergoeding in aanmerking.

2.5.

Bij deze stand van zaken zal de rechtbank het verzoek toewijzen tot een bedrag van

€ 813,41, ten aanzien van de declaratie ter zake verrichtingen van de raadsvrouw en

€ 550,00, voor de behandeling van het verzoekschrift ter zitting, zijnde in totaal € 1.363,41. Het verzoek zal worden afgewezen ten aanzien van de overige opgevoerde kosten (€ 14,00 reiskosten verzoekster, € 32,48 reiskosten raadsvrouw en € 522,72 ter zake de reistijd van de raadsvrouw, allen ten behoeve van het bijwonen van het verhoor op het politiebureau).

3 Beslissing

De rechtbank kent aan verzoekster een vergoeding toe van € 1.363,41 (zegge: duizenddriehonderddrieënzestig euro en eenenveertig eurocent), over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] [ten name van].

Wijst het verzoek voor het overige af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.R. de Vries, rechter, bijgestaan door L. Palstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2016.